Bijbelstudie "In den Beginne"

"In den Beginne"

 

INHOUD

  • De Schepping
  • De aarde "werd"
  • Oordeel
  • Duisternis
  • Ende aarde werd
  • De Geest Gods zweefde over de wateren
  • Grondlegging of Nederwerping?
  • Val van satan
  • Het verdere verloop van Gen 1
  • "En God zeide"
  • Door het Geloof
  • Geluidsfiguren
  • "Slingerende" Waterdruppel
  • "Staande" Golven
  • De Kosmos (= De Wereld)
  • Wat gebeurde er bij de zondvloed van Gen 6?
  • De Eeuwen
  • Samenvatting
  • De (her)Schepping vanaf Gen 1:3
  • Een schepping vóór Gen 1:1
  • Slot

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Tweehonderd jaar geleden werd de bioloog Charles Darwin (1809-1882) geboren, maar zijn werk is nog steeds springlevend. Het jaar 2009 is uitgeroepen tot het jaar van Darwin. Voor ondergetekende is ieder jaar een jaar des Heeren, en daarom ben ik aan deze Bijbelstudie begonnen. De "kapstok" voor deze bijbelstudie was een stuk getiteld "het begin", hetwelk ik enkele jaren geleden van een broeder heb gekregen, van dit oorspronkelijke stuk is gedurende deze bijbelstudie weinig overgebleven. Ik geloof dat Gods Woord de volledige Waarheid is, en daarom gaan we kijken wat de Bijbel zegt over de schepping van hemelen en aarde. Ondertussen ben ik mij er terdege van bewust dat ons menselijk begrijpen maar ten dele is. Maar toch mogen we "ernaar jagen" de Schrift te onderzoeken en in ons hart vast te leggen. Gods Woord begint met:

  • "In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren." (Gen 1:1-2).

De Schepping

Vele gelovigen lezen het eerste hoofdstuk van de bijbel in één adem, en komen vervolgens tot de conclusie dat de aarde ongeveer 6000 jaar oud is. Zo is het altijd geleerd. Vervolgens zijn er de archeologische vondsten die soms op grote diepte worden gedaan. Ook worden fossielen van zeedieren op honderden meters hoogte boven de zeespiegel in grotten gevonden. Het wordt dan al een beetje moeilijker om aan te nemen dat de aarde slechts ruim 6000 jaar oud is. De gelovige probeert dan vaak deze feiten te pareren met het gezegde: "God is best in staat dat allemaal in de schepping te plaatsen, en God is ook best in staat om de aardlagen in de aarde te scheppen", en ook ik geloof dat voor Gods niets onmogelijk is!

 

Maar een mens kan nog zo oprecht in de almacht van God geloven, hij zal moeite houden met de realiteit dat soms op 1000 meter diepte(en dieper) in mijnen en bij boringen prachtige fossielen gevonden worden van allerlei planten en dieren, dieren die nog nooit op deze aarde (van 6000 jaar) gelopen hebben. Daarom is het moeilijk om hier je ogen voor te sluiten.

 

De oplossing van dit schijnbare probleem geeft de Bijbel zelf zoals altijd! Daarom is het in alles, ook in dezen, het beste om God Zelf aan het Woord te laten. In het eerste vers lazen we: "In den beginne schiep God den hemel(en) en de aarde." En nu even niet verder lezen, maar laten we even stilstaan bij dit eerste vers. We lezen hier niet wanneer dit plaatsvond, maar we vinden wel andere aanwijzingen wat er ten tijde van die schepping gebeurde.

 

In Job 38 lezen we bijvoorbeeld over Gods schepping: "Toen antwoordde de HERE Job uit een storm en zeide:

  • "Wie is het toch, die het raadsbesluit verduistert met woorden zonder verstand?
  • Gord nu als een man uw lendenen, dan wil Ik u ondervragen, opdat gij Mij onderricht.
  • Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt!
  • Wie heeft haar afmetingen bepaald? Gij weet het immers!
  • Of wie heeft over haar het meetsnoer gespannen?
  • Waarop zijn haar pijlers neergelaten,
  • of wie heeft haar hoeksteen gelegd,
  • terwijl de morgensterren tezamen juichten,
  • en al de zonen Gods jubelden?
  • Wie heeft de zee met deuren afgesloten,
  • toen zij bruisend uit de moederschoot kwam?" (Job 38:1-8)

 

Hieruit mogen we concluderen, dat de morgensterren allen tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden, toen God de hemel en de aarde schiep, toen God de aarde grondvestte, de fundering legde! Wie hier de morgensterren en de zonen Gods zijn, voert in dit verband te ver, daarvoor is een aparte bijbelstudie nodig. Wel is met zekerheid te zeggen dat dit zich in de hemel afspeelde toen God in den beginne de aarde schiep, toen hij de aarde grondvestte. Wanneer we nu Gen 1:2a direct hiermee verbinden, namelijk dat de aarde woest en ledig en duister was, dan kunnen we ons met recht afvragen: Wat valt er te juichen en te jubelen als er niks te zien valt? Alles was donker, en woest en ledig! Maar we lezen wél dat de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden, en dan moet daar ook een reden voor zijn geweest. Daarom mogen we aannemen dat die schepping er wondermooi en glorieus uit zag. Bovendien kan ik moeilijk geloven dat, wanneer God iets schept dat dat woest en ledig en duister is. Wanneer God iets schept, dan is dat om te juichenen te jubelen! En in Job 38 bevestigd God zelf door Zijn Woord dat dat inderdaad het geval was.

 

Misschien vraagt u zich nu af, wat moeten we dan met vers 2? Want er staat toch "de aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren."

We gaan proberen dit aan de hand van het Woord duidelijk te maken.

 

Genesis 1:1 beschrijft de schepping, maar er staat niet bij hoe lang geleden dit "in den beginne" geweest is. Wanneer we de tekst nauwkeuriger bestuderen, geeft dat hopelijk een beter zicht op de zaak. Gen.1:1 zegt: "In den beginne schiep God den hemel(en) en de aarde." In de Hebreeuwse taal kan men bij zelfstandige naamwoorden zien of het hier om een enkelvoud, een tweevoud dan wel om eenmeervoudgaat. Het woord hemel, "Shamayim" eindigt op "ayim", en dit betekent dat hier een tweevoud staat. Dus in den beginne schiep God de (twee) hemelen en de aarde.

Met de eerste hemel wordt de atmosfeer bedoeld, de plaats waar de vogelen des hemels verblijven.

En met de tweede hemel wordt overal in de Schrift de sterrenhemel bedoeld. We lezen in de Schrift ook over de derde hemel, dat is de plaats waar God woont, deze is niet geschapen, maar was er altijd al.

 

Dan gaan we naar Gen.1:2: "De aarde nu was woest en ledig." We hebben boven gezien dat de schoonheid van de aarde bij de schepping was om te juichen. Dan mogen we concluderen dat wanneer die pas geschapen aarde woest en leeg was, dit niet een direct gevolg van de scheppingdaad van God behoeft te zijn.

Wat God schept is niet woest en ledig! In Jesaja lezen we: "Want zo zegt de HEERE, die de hemelen geschapen heeft – Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de HEERE en er is geen ander." (Jes 45:18) Dus: God schept geen chaos (= baaierd).

 

Verder weten we uit de Schrift dat satan in den beginne een gezalfde overdekkende cherub was (Ez 28:14 St Vert), voordat hij Gods tegenstander werd. Hij was onberispelijk in zijn wandel vanaf de dag dat dat hij geschapen werd (Ez. 28:15), totdat er onrecht in hem gevonden werd en hij viel. De eerste keer dat wij de uitdrukking "onberispelijk" (Hebr: "tamin") tegenkomen in het Oude Testament is Gen 6:9, waar we lezen dat "Noach onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man was". Het woord "tamin" komt verschillende keren in Ezechiël voor, en wordt door de NBG verschillende keren vertaald door "gaaf", en door de St Vert door "volkomen". Het duidt ook op het offerdier, wat volkomen gaaf moest zijn. En zó was ook satan geschapen, onberispelijk, volkomen gaaf, zonder vlek of rimpel. Ditzelfde getuigenis geeft de Schrift van de schepping. God schiep deze schepping niet woest (= tohu) en ledig (= bohu), (Jes 45:18) maar door één of andere gebeurtenis werd de schepping zó als we in Gen 1:2 beschreven vinden.

 

We mogen er vanuit gaan, dat alles wat God schept van ongekende schoonheid, onberispelijk, volkomen gaaf, en zonder vlek of rimpel is. We zullen dit in het vervolg van deze bijbelstudie trachten aan te tonen. De prediker zegt later over de geschapen mens:

  • "Alleen, zie toch: ik heb ontdekt, dat God de mensen recht gemaakt heeft, maar zij zoeken vele bedenkselen." (Pred 7:29)

 

We zien dus dat zowel de schepping van de mens, én de schepping van de gezalfde overdekkende cherub (later satan) onberispelijk, volkomen gaaf, en zonder vlek of rimpel waren. De satan was zelfs vol van wijsheid. Het onrecht dat later in hem gevonden werd, was het resultaat van zijn eigen handelen. Toen God de mens had geschapen was dat ook "zeer goed". Wanneer we dan uit het Woord weten dat alles wat God schept onberispelijk, volkomen gaaf, en zonder vlek of rimpel was, is dan de aarde woest en ledig en duister geschapen?

 

Van zijn oorspronkelijke rechtschapenheid viel deze gezalfde overdekkende cherub in een staat van ongerechtigheid, zo werd hij een satan, een tegenstander van God. In Ez 28:16-17 lezen wij:

  • "Door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende stenen. Trots was uw hart op uw schoonheid – met uw luister hebt gij ook uw wijsheid teniet doen gaan."

 

Door deze rebellie werd deze gezalfde overdekkende cherub tot Gods tegenstander, tot de vader der leugen, de oude listige sluwe slang, de mensenmoorder van den beginne, de duivel, die de Naam van God lastert en de waarheid vermengt met leugen. (Joh 8:44, Openb 12:9 en Openb 20:2).

 

Net zoals wij op de laatste bladzijden van Gods Woord lezen over satans laatste rebellie aan het eind van de 1000 jaar (Openb 20:7-10), zo vinden wij op de eerste bladzijden van de Bijbel satans eerste opstand, zoals we aan de hand van het Woord zullen trachten aan te tonen.

 

Ervan uitgaande, dat alles wat God schept van ongekende schoonheid, onberispelijk, volkomen gaaf, en zonder vlek of rimpel is, vinden wij in Gen 1:1 de oorspronkelijke schepping van de hemelen en de aarde, geschapen in volmaakte orde en schoonheid. Maar in tegenstelling tot vers 1, lezen we echter in vers 2 over een woeste, ledige en duistere aarde. Hoe en wanneer dit plaatsvond, wordt ons niet verteld, maar duidelijk is, dat woestheid, ledigheid en duisternis dingen zijn, die bij satan horen, en niet bij God. Zou de toestand van Gen 1:2 het resultaat zijn van de val van satan in de zonde? Het resultaat van zijn opstand tegen God? Deze val moet dan hebben plaatsgevonden tussen Gen 1:1 en Gen 1:2, toen alles op aarde woest, ledig en duister was of werd. In Gen 3 wordt satan aan ons getoond als een gevallen engel, een leugenaar en een lasteraar, de vijand van God en mens, terwijl hij in den beginne nog een "overdekkende morgenster" was.

 

De Aarde "werd"

Het Hebreeuwse woord, wat in Gen 1 vers 2 vertaald is met"was" (woest en ledig), komen we op meer plaatsen in Genesis tegen, en wordt daar dan vaak vertaald met "werd", b.v. in Genesis 19:26 komen we hetzelfde woord tegen, waar staat dat de vrouw van Lot "werd" veranderd in een zoutpilaar. Ze was op dat moment een zoutpilaargeworden; ze was het eerst niet; ze werd het omdat ze omkeek.

Daarom mogen we in Genesis 1:2 ook lezen dat de aarde woest en ledig WERD.

 

De aarde en de beide hemelen waren op dat moment (op het moment van vers 2) weliswaar woest en ledig en duister, maar waren dat geworden, nadat de schepping in vers 1 nog van een ongekende schoonheid was gebleken, getuige Gods Woord.

 

De enige manier om er achter te komen wat Gods Woord met bepaalde woorden bedoelt is de Concordantie (= Bijbels woordenboek) te pakken en alle betreffende woorden op te zoeken, om die woorden in het verband, in de goede context te lezen.

 

Moeilijk is dat niet, men moet er gewoon even de tijd voor nemen, maar dan kan dat vergelijken van teksten veel licht geven op Gods Woord. Dit is één van de manieren om trachten te verstaan wat de Bijbel ons wil zeggen. En wie een computer heeft kan ook nog een gratis concordantie met alle mogelijke vertalingen downloaden.

 

Als gelovigen hebben we Gods Heilige Geest in ons gekregen (zie o.a. Joh.14: 17-26 en 1Tim.2:4) nadat we tot geloof zijn gekomen. En Zijn Geest wil ons leiden in Zijn Waarheid.

 

Hieronder volgen nog een paar Schriftplaatsen waar het oorspronkelijke Hebreeuwse woord " ח י ת ח " (eithe)vertaald is met ‘werd’ of ‘was’, of nog nog een geheel andere vertaling van hetzelfde woord. Zo zien we dat het volstrekt niet vreemd is om in plaats van "was" met "werd" te vertalen, en dat "werd" evenveel "rechten" heeft:

  1. Gen.2:7: Alzo werd de mens een levende ziel. (De mens was geen levende ziel, nee, toen God de levensadem in hem blies, werd hij een levende ziel)

  2. Gen 3:20 En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden.

  3. Gen 18:12: Dus lachte Sara in zichzelf, denkende: Zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben, terwijl mijn heer oud is?

  4. Gen 29:17: Doch Lea had tedere ogen; maar Rachel was schoon van gedaante, en schoon van aangezicht.

  5. Gen 36:12: En Timna was (King James vert zegt: "she becames" = werd) een bijwijf van Elifaz, den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van Ada, Ezau’s huisvrouw.

  6. Gen 47:26: "Jozef dan stelde ditzelve in tot een wet, tot op dezen dag, over het land van Egypte, dat Faraö het vijfde deel zou hebben; behalve dat alleen het land der priesteren van Faraö niet werd.

 

Uit het voorgaande bleek, dat er iets gebeurd moet zijn tussen vers 1 en vers 2 van Genesis 1, waardoor de aarde woest en ledig en duister werd. Uit het vervolg van deze bijbelstudie zullen we proberen uiteen te zetten wat er die "voortijd" is gebeurd.

 

Wanneer de aarde woest en ledig en duister geschapen zou zijn, dan zou Gen 1 vers 2 een beschrijving zijn van vers 1. Dan zouden we ons kunnen afvragen, is onze God dan een God die chaos schept? Nee, zeker niet. Het zijn de heidense godsdiensten van o.a. Egypte, Babylonië en Perzië die een schepping uit chaos leren. Het is satan, de ‘dooreenwerper’, die choas veroorzaakt. Maar als wij de uitdrukking "hemel(en) en aarde" aan de hand van de concordantie door de Schrift volgen, dan wijst deze uitdrukking nergens in Gods Woord op een ongeordende chaos, maar altijd op een geordend wereldruim. Dat de aarde en alle leven uit een (oer)chaos is ontstaan, leert ons wel de evolutietheorie, maar dat leert de Bijbel ons niet! Het is juist andersom. Als God iets aanvangt (schept), is dat van ongekende schoonheid, onberispelijk, volkomen gaaf, en zonder vlek of rimpel. De bijbel begint niet met een geschapen chaos, die geordend moet worden, maar de Bijbel begint met een volmaakte schepping, die om de één of andere reden woest en ledig werd.

 

Dit is geheel in overeenstemming met hetgeen Gods Woord ons leert. Jesaja verklaart ons nadrukkelijk dat God de Schepper de aarde niet "TOHU" (= woest) heeft geschapen. God kan onmogelijk de wereld van Gen 1:2 geschapen hebben, omdat deze wordt omschreven als "tohu va bohu" (= woestheid en ledigheid)

 

"Want zo zegt de HEERE, die de hemelen geschapen heeft – Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet "TOHU" heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de HERE en er is geen ander." (Jes 45:18)

 

Daarom moet de aarde na Gen 1:1 op een bepaald tijdstip woest en ledig en duister zijn geworden, omdat er geschreven staat dat de Heere haar NIET woest heeft geschapen. En daarom juichten en jubelden de morgensterren en de zonen Gods tezamen, toen alles nog van een ongekende schoonheid, onberispelijk, volkomen gaaf, en zonder vlek of rimpel was. Dat juichen en jubelen gebeurde op het tijdstip van het grondvesten van de aarde, toen de afmetingen van de aarde werden bepaald, toen het meetsnoer door God werd gespannen, en toen haar pijlers werden bepaald, en haar hoeksteen werd gelegd! Dit alles getuige Job 38! Zouden die morgensterren en de zonen Gods gejuicht en gejubeld hebben als zij een woeste en ledige en duistere aarde zouden hebben aanschouwd, stel dat er in de duisternis iets te zien was?

 

Het woord "tohu" komt twintig keer voor in het Oude Testament. Het heeft altijd te maken met iets dat kapotgemaakt wordt, geruïneerd, verspild of bedorven, en het is vaak het gevolg van oordeel (Job26:7, Jes 24:10, Job 6:18, Job 12:24, Ps 107:40). "Tohu" wijst op een staat van woeste wildernis, een plaats die verlaten en onbewoonbaar is geworden. Is dat wat God bedoelde met Zijn schepping? Hij schiep het niet "tohu", maar ter bewoning heeft hij haar in den beginne geschapen. (Ik val misschien soms in herhaling, maar deze dingen kunnen niet duidelijk genoeg gesteld worden).

 

Oordeel

Woestheid (tohu) en ledigheid (bohu) verwijzen naar een oordeel. Wanneer we de woorden "tohu" en "bohu" in de Schrift opzoeken, komen we tot de ontdekking dat ze steeds naar een oordeel wijzen. "Bohu" betekent ledigheid, in de betekenis van een plaats die leegis gemaakt. Die leegheid was er eerst niet maar wordt door een oordeel veroorzaakt. Het woord komt maar drie keer in de Bijbel voor, in combinatie met "tohu". (Gen 1:2, Jes 34:11 en Jer 4:23).

 

Verder komt "tohu" nog 17 keer alleen voor in de Bijbel, en altijd in veroordelende, verwoestende zin. Mogen wij in alle eerlijkheid de vraag stellen: "Zou dan de woestheid en de ledigheid van Gen 1:2 ook niet het gevolg zijn van een oordeel van God, welk na Gen 1:1 is ingetreden? Voor een ieder, die weet hoe consequent en nauwkeurig het woordgebruik van de Heilige Geest in het Woordis, is het antwoord niet moeilijk te geven.

 

Alhoewel "tohu" en "bohu" alleen in genoemde drie teksten gezamenlijk voorkomen, mogen we in dit verband toch ook niet Jes 24 vergeten, waar we in Jes 24:1 lezen: "Zie, de HERE ontledigt en verwoest de aarde (grondtekst: "het land"), keert haar onderstboven en verstrooit haar inwoners." Waarom profeteert Jesaja dit over Israël? Omdat Israël niet leefde volgens Gods verordeningen! Daarom komt er dit oordeel! Is dit in Gen 1:2 anders? Is daar de woestheid en ledigheid en duisternis geen oordeel van God?

 

Duisternis

Niet alleen woestheid en ledigheid wijzen op een oordeel van God, ook het woord duisternis uit Gen 1:2 wijst op kwaad en oordeel. Duisternis heeft in de Bijbel geen relatie met God. Paulus zegt dat God een ontoegankelijk licht bewoont (1 Tim 6:16). En Johannes zegt dat God licht is, en in Hem in totaal geen duisternis (1 Joh 1:5). Duisternis is een begrip dat in Gods Woord steeds in verbinding staat met kwaad en vooral met oordeel. Het duidt op de afwezigheid van licht als gevolg van kwaad en oordeel. Er zijn vele teksten die dit gegeven bevestigen: Job 10:22, Ps 107:10, Spr 4:19, Jes 9:1, Math 6:23, Math 27:45, Luk 22:53, Joh 1:5, Joh 8:12, Ef 4:18, Ef 5:11-13. 1 Petr 2:9, enz)

 

Het gebruik van het woord "duisternis" in Gen 1:2 wijst er ook op, dat vers 2 niet de toestand van Gen 1:1 beschrijft, want hoe kan God, die Zelf Licht is, duisternis scheppen? Is daarom de de toestand van vers 2 niet het gevolg is van een vreselijke catastrofe, die heeft plaatsgevonden als gevolg van een oordeel van God?

 

En de aarde werd......

Sommigen beweren dat Gen 1:1 een soort opschrift is boven Gen 1. Vervolgens beweren ze dan dat Gen 1:2 de toestand van de schepping van Gen 1:1 beschrijft. Dus dan zou vers 2 omschrijven hoe God de hemelen en de aarde heeft geschapen. Maar deze zienswijze is aantoonbaar fout. Daarbij zetten de vertalingen ons ook op het verkeerde been. In de juiste vertaling zou volgens de grondtekst vers 2 moeten beginnen met: "En de aarde werd woest en ledig..........." Het woordje "en" aan het begin van Gen 1:2 wijst in het Hebreeuws op een nieuwe gebeurtenis, die volgt op een andere. Bij nadere beschouwing van heel Genesis 1 zien we dat bijna elk vers in de grondtekst met het woordje "en" begint, en dit luidt steeds een nieuwe fase in. Gen 1:2 vormt hierop (ook volgens de grondtekst) geen uitzondering. Gen 1:2 beschrijft een nieuwe situatie, die we moeten onderscheiden van Gen 1:1.

 

Bovendien heeft het Hebreeuwse woordje "en" van Gen 1:2 vaak ook de betekenis van "maar" (zie Gen 1:30, Gen 2:17 en 20, Gen 3:3, enz), waar hetzelfde Hebreeuwse woord door "maar" is vertaald.

 

De Septugintha vertaald Gen 1:2 ook met: "Maar de aarde..........." Dit laat zien dat deze oude vertalers Gen 1:2 beschouwden als iets dat in tegenstelling staat met Gen 1:1. Er zijn overigens nog meer vertalingen die vertaald hebben: "Maar de aarde......."

 

Verder heeft het Hebreeuwse woordje "en" ook de kracht in zich van "voorts" en van "daarna" (Gen 2:8 en 21, Gen 3:7 en 13, enz). Ook dat geeft aan dat Gen 1:2 niet bij Gen 1:1 behoort, en dat we het als een aparte fase en een nieuwe gebeurtenis moeten zien.

 

De Geest Gods zweefde over de wateren

Wanneer we verder onderzoeken waarom "de Geest Gods zweefde over de wateren", dan kunnen we uit het Woord ontdekken, dat de activiteit van de Geest Gods wijst op een werk van herstel. Sommige vertalers denken aan de betekenis van "broeden", maar deze verklaring vindt geen steun in de Bijbel. "Zweven" komt nog twee keer voor in de Bijbel, namelijk in: Jer 23:9 St Vert:

  • "Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, dien de wijn te boven gaat; vanwege den HEERE, en vanwege de woorden Zijner heiligheid."

 

"Bewegen" heeft hier de betekenis van sidderen, zoals het in de NBG ook is vertaald. De beenderen van de profeet sidderen, als hij ziet op het kwaad, het onrecht, de heiligschennis en de boosheid om zich heen. Hij weet dat de Heere rampspoed over hen zal brengen in het jaar van bezoeking (Jer 23:10-12) en zijn beenderen sidderen als hij aan dat oordeel denkt.

 

Deut 32:11 St Vert:

  • "Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken."

 

Hier zweeft God als het ware als een arend boven Israël om haar veilig uit te leiden en te bewaren. Hij heeft Israël gevonden in een woest (= tohu) land van gehuil in de wildernis (Deut 32:10). Als een roofvogel, geconcentreerd op zijn prooi, hangt Hij stil in de lucht. Hij fladdert heftig met zijn vleugels. Zo snel dat het lijkt alsof zij sidderen. Hij vliegt niet, maar Hij hangt stil op één plaats in de lucht, geheel geconcentreerd op Israël, niet om haar te verschalken, maar om haar te bewaren.

 

De Geest van God vinden wij vaak in de Bijbel om een werk van herstel te verrichten, waar ten gevolge van oordeel iets woest, ledig en duisternis is geworden. Zo zien wij de Geest Gods waaien in de vallei van dorre doodsbeenderen (Ez 37:1,9-10 en 14). Daar is ook een toestand van dood en verderf, die er heerst in het eerste deel van Gen 1 vers 2. De schepping is bedorven en er moet een werk van herstel plaatsvinden.

 

Grondlegging of Nederwerping?

De grote vraag bij de uitleg van Gen 1 is:

  • Vinden wij hier de grondlegging der wereld beschreven in zes dagen, de schepping van hemelen en aarde?
  • Of vinden wij in Gen 1 beschreven, dat na een schepping van de hemelen en de aarde in den beginne (vers 1), de oorspronkelijke wereld (kosmos) verwoest werd, nedergeworpen werd (vers 2) en dat wij vanaf vers 3 vernemen hoe God in zes dagen de hemel en de aarde weer vorm gaf, en herschiep?

 

In de Bijbel komen we de uitdrukking "de grondlegging der wereld" verschillende keren tegen, meestal denkt men dan aan de schepping van hemelen en aarde. We gaan proberen te onderzoeken of dit zo is, en of dit wel juist is vertaald. We komen de uitdrukking "grondlegging der wereld" op twee manieren tegen in het Woord:

  • Sinds, sedert of vanaf de grondlegging der wereld. (komt zeven keer voor)
  • vóór de grondlegging der wereld. (komt drie keer voor)

 

Deze laatse drie zijn:

  • Joh 17:24 "Want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld."
  • 1 Petr 1:20 "Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u."
  • Efeze 1:4 " Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht."

 

De uitdrukking "vóór de grondlegging der wereld" wordt alleen maar exclusief gebruikt in relatie met Christus en in relatie met het Lichaam van Christus. We leren daaruit dat de verkiezing van dé Gemeente, het Samen-Lichaam, al vóór "de grondlegging" der wereld plaatsvond, en dat de roeping van dat Ene Lichaam dus uniek genoemd kan worden. De uitdrukking "sinds de grondlegging der wereld" betreft andere roepingen en gebeurtenissen, die niet in relatie staan met dé Gemeente van het Lichaam van Christus. We zien hierdoor dat er verschillende tijdsperioden bedoeld worden met deze uitdrukkingen.

 

Over het tijdstip van de "grondlegging der wereld" hoeft op grond van het Woord geen twijfel te bestaan, want Luc 11:49-51 zegt: "Daarom zegt ook de wijsheid Gods: Ik zal tot hen zenden profeten en apostelen en van hen zullen zij sommigen doden en vervolgen, opdat van dit geslacht afgeëist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is sinds de grondvesting (grondtekst: "katabole" = nederwerping) der wereld, van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias, die omgebracht is tussen het altaar en het tempelhuis. Ja, Ik zeg u, het zal afgeëist worden van dit geslacht."

 

Hieruit zien wij dat de "katabole" (= nederwerping) der wereld vóór Abel moet hebben plaatsgevonden. Maar er zijn meer teksten die duidelijkheid geven, onder anderen Joh 17:24 "Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld." En Joh 17:5 zegt waar we dat moeten plaatsen: "En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was." Zo weten wij dat de tijdsperiode van vóór de grondlegging der wereld terug wijst naar de periode "eer de wereld was". Beide genoemde teksten tonen ons, dat de uitdrukking "de grondlegging der wereld" ons in ieder geval op Gen 1 wijzen. In de grondtekst wordt voor "grondlegging"overal het Griekse woord "katabole" gebruikt. Hiermee verwant is het werkwoord "kataballo", wat drie keer in de grondtekst in het Nieuwe Testament wordt gebruikt:

  • 2 Cor 4:9 "in alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; 9 vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen (= kataballo), doch niet verloren."
  • Openb 12:10 "En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. (= kataballo)"
  • Hebr 6:1 "Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundamentte leggen (= kataballo) van bekering van dode werken en van geloof in God."

 

Kataballo betekent "nederwerpen". In de derde tekst hierboven uit Hebr 6:1 wordt voor "fundament" in het Grieks het woord "themelion" gebruikt. Het gebruik van kataballo in Hebr 6:1 betekent dat het fundament (van bekering van dode werken, enz.) niet opnieuw moet worden gelegd, nee dit moet juist afgebroken worden. Net zo gebruikt ook de Septuagintha "kataballo" in Job 12:14: "Breekt Hij af, er wordt niet opgebouwd.

 

In de Septuagintha vinden wij het woord "kataballo" 31 maal, en in al die teksten vinden we voortdurend dat kataballo gebruikt wordt in de betekenis van "nederwerpen", "afbreken, neervallen". Niet één keer betekent "kataballo" "bouwen of opbouwen". Ook alle Hebreeuwse woorden die de vertalers van de Septuagintha met "kataballo" hebben vertaald, hebben allen de betekenis van "nederwerpen, afbreken, neervallen, omverhalen, neerstorten, enz.

 

Het bewijs in de Schrift dat "kataballo" "nederwerpen" betekent, en het zelfstandignaamwoord "katabole" "nederwerping" betekent, is zeer overvloedig, ja zelfs overweldigend. De correcte vertaling van "katabole" dient "nederwerping" te zijn, en niet "grondlegging". Deze "nederwerping" der wereld heeft plaatsgehad voor Abel. Het geeft ons dus een beschrijving van Gen 1:2, een wereld die door een oordeel van God werd nedergeworpen, afgebroken, omvergehaald, verwoest en ledig werd gemaakt.

 

Dit gegeven wordt ook bevestigd door andere teksten, die getuigen van het grondvesten (= het fundament leggen) van de aarde:

  • Job 38:4 "Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt!"
  • Jes 48:13 "Ook heeft Mijn hand de aarde gegrondvest en Mijn rechterhand heeft de hemelen uitgebreid."
  • Hebr 1:10 "Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer handen."

 

In deze teksten lezen we dat de Heere in den beginne de aarde heeft gegrondvest, en dat de hemelen het werk van Zijn handen zijn. Het gebeurde IN DEN BEGINNE, en heeft dus betrekking op Gen 1:1, waar God in den beginne de hemelen en de aarde schiep.

 

Als nu "katabole" "grondlegging" zou betekenen, en de uitdrukking "grondlegging der wereld" op Gen 1:1 betrekking zou hebben, dan zou God in Gen 1:1 de aarde hebben nedergeworpen, hebben afgebroken, en we weten dat dat niet juist is, want het omgekeerde is waar. "In de beginne schiep God de hemelen en de aarde", en dat was om te jubelen en te juichen volgens Job 38!

 

Bovendien, als "katabole" "grondlegging" zou betekenen, en dat heel Genesis 1 vervolgens die grondlegging zou beschrijven, dan moet het toch ook zo zijn, dat er in Hebr 1:10 "katabole" of "kataballo" wordt gebruikt in de grondtekst. Maar dat is niet het geval, de Schrift gebruikt hier het woord "themelioo", wat "grondvesten, grondleggen, funderen" betekent. Het zelfstandignaamwoord van "themelioo" is "themelion", wat "grondvesting, grondlegging, fundament" betekent.

 

De apostel Paulus gebruikt "themelion" in Ef 2:20, waar staat: "Gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten......" (zie ook 1 Cor 3:10 en 2 Tim 2:19)

 

Als het werkelijk om een grondlegging gaat, het neerlegen van een fundament, "het grondvesten van de aarde", dan gebruikt de Schrift niet "katabole", maar "themelion". Hieronder enkele teksten waar ook "themelion" in de grondtekst wordt gebruikt.

 

Luc 6:48-49

  • "Hij is gelijk aan iemand, die bij het bouwen van een huis diep gegraven en het fundament (= themelion) op de rots gelegd heeft. Toen een watervloed kwam en de stroom tegen dat huis aansloeg, kon hij het niet aan het wankelen brengen, omdat het goed gebouwd was. 49 Doch wie hoort en het niet doet, is gelijk aan iemand, die een huis op de grond bouwt zonder fundament (= themelion). Toen de stroom daar tegenaan sloeg, stortte het terstond in en het huis werd één grote bouwval."
  • Luc 14:29 "Anders zouden, als hij de fundering (= themelion) gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te bespotten."
  • Rom 15:20 "Ik stelde er mijn eer in het te verkondigen, doch zo, dat ik niet (optrad), waar de naam van Christus reeds genoemd was, om niet op eens anders fundament (= themelion) te bouwen."
  • 1 Tim 6:18-19 "Om wèl te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam, waardoor zij zich een vaste grondslag (= themelion) voor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen."
  • Efeze 3:17 "Opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond (= themelion) in de liefde."
  • Kol 1:23 "indien gij slechts wel gegrond (= themelion) en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben."
  • 1 Petr 5:10 "Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten (= themelion).

 

We weten nu dat "Katabole kosmou" betekent "nederwerping van de kosmos", en dit bevestigt dus dat na de grondvesting der aarde en het uitspansel van de hemelen in Gen 1:1, er in Gen 1:2 een nederwerping van de kosmos heeft plaatsgevonden.

 

We zien dus dat er een groot aantal argumenten zijn op te sommen, waarom Gen 1:2 ons niet de toestand van Gen 1:1 beschrijft, maar ons wijst op een nieuwe toestand van verderf en verwoesting, ontstaan als gevolg van een oordeel van God.

 

Naar aanleiding van bovenstaande mogen we tot de conclusie komen dat een correcte vertaling van Gen 1-2 moet zijn:

  • "In den beginne schiep God(en) de hemelen en de aarde. Maar de aarde werd woestheid en ledigheid en duisternis (was) over het aangezicht van de afgrond en de Geest van God (was) zwevende over het aangezicht van de wateren".

 

Val van satan

Tot nu toe hebben wij nog niet gesproken over een val van satan in Gen 1:2. Wat wel duidelijk is, is dat satan in Gen 3 in een gevallen staat ten tonele verschijnt, dus moet hij vóór Gen 3 gevallen zijn. In Gen 1:1 was nog geen sprake van satan's val, want we lezen duidelijk in Job, dat de morgensterren TEZAMEN juichten, en AL de zonen Gods jubelden. Hier ontbrak de toekomstige opstandeling (satan) niet! Maar omdat we van de verschikkelijke oordelen lezen in Gen 1:2 moet dit betekenen, dat er voor God, die rechtvaardig is, een reden voor een oordeel was. Dan moeten we haast wel tot de conclusie komen dat satan's val en opstand heeft plaatsgevonden op het tijdstip van dat oordeel, of in ieder geval vlak voor dat oordeel.

 

Het verdere verloop van Gen 1

Na de eerste verzen van Genesis 1 begint Mozes op te schrijven wat hij in de Geest in de dagen na Gen 1:2 ziet gebeuren. We moeten dan opmerken, dat er pas op de vijfde dag weer sprake is van "scheppen" na het oorspronkelijke scheppen in Gen 1:1. We lezen niet dat er in de eerste vier dagen iets geschapen wordt, maar vinden daar alleen een bewerking en een ordening van de aarde. God brengt weer orde in de chaos, nadat die aarde in vers 2 woest en ledig en duister was geworden. Bovendien heeft Genesis niet zozeer het gehele wereldruim op het oog, maar focust zich vanaf vers 2 op de aarde, die na zijn verwoesting hersteld en geschikt gemaakt wordt ter bewoning van de dieren en de mens. Mozes schrijft op hoe dit herstelwerk en deze "inrichting van de aarde zich in vier dagen voltrekt, en hoe op de vijfde dag de zeedieren en de vogels daarin worden geschapen, en op de zesde dag de dieren op het land, en als laatste de mens.

 

"En God zeide"

Even heel iets anders er tussendoor. We lezen tien keer in Genesis 1: "En God zeide". Wanneer we dat lezen, dan is het logisch dat wanneer God spreekt, dat God dan door Zijn stem geluid voortbracht. En iedere keer dat God Zijn stem gebruikte, ontstond er weer iets op aarde. Hij sprak en het was er! En dit geluid, dáár gaat het om in het hierna volgende.

 

We gaan ontdekken wat de wetenschap ons in dezen laat zien, ook al zullen die wetenschappers waarschijnlijk nooit toegeven, hoe groot en uniek het werk van onze hemelse Vader, onze Schepper is geweest. Het onderstaande laat zien welk een geweldige totale harmonie in de schepping opgesloten zit. Het laat zien, dat er niets toevallig door God is gemaakt. Het laat zien dat geluid, en de trillingen daarvan, vormen naar voren brengen, die reeds lang tevoren door God waren geschapen in de bloemen en vruchten en zelfs in de dieren.

 

Natuurlijk is het niet zo dat we de wetenschap nodig hebben om de betrouwbaarheid van Gods Woord te toetsen, volstrekt niet! Wanneer de mens in staat is door zijn technisch vernuft ons deze dingen te laten zien, dingen die er alreeds waren, maar die nog ontdekt konden worden, hoe zou onze grote God dan niet door te spreken iets nog mooiers en beters tevoorschijn kunnen brengen? En dat heeft Hij gedaan in Zijn schepping.

 

De natuur wetenschapper Ernst F. F. Chladni (1756-1827) leefde in de tijd van Goethe. Hij ontdekte dat door middel van het spelen van de "viool" fijn zand op glasplaten door het geluid ging bewegen, en speciale vormen aannam. Dit zijn de later zogenaamde "Chladnischen Klangfiguren", oftewel de Chladnische geluidsfiguren. Hijontdekte de kracht van de natuur door de vormen, die het fijne zand aannam op de glasplaten. Die vormen ontstonden door het geluidwat hij maakte. En verschillend geluid gaf verschillende vormen van het zand op de glasplaten te zien. Dit was een tot dan toe onbekend fenomeen.

 

In de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw is het de Zwitserse arts Hans Jenny gelukt, deze ontdekking met nieuwe experimentele technieken uit te breiden, om ze toe te passen voor het gebruik van de meest diverse materialen. De uitvinding van de geluidsgolven door trillingen over te brengen op beweegbare stoffen, cq vloeibare stoffen, gaf een multipliciteit van fascinerende correcte vormbeelden en figuren te zien, die toen onder de naam "Kymatik" samengevat werden" (in het Grieks: "tonkyma" = de golven worden zichtbaar).

 

De voortzetting van dit werk liet in het bijzonder zien hoe ingenieus de natuur in elkaar zit, voor wat betreft vormen en figuren, die ontstaan door trillingen en geluidsgolven. Men ontdekte, waarschijnlijk zonder dat die wetenschappers het zelf beseften, geweldige typologie in andere delen van de Schepping.

 

Er is jarenlang studie gedaan omtrent deze "Chladnische Geluidsfiguren". Deze studie omvatte de wederkerige gevolgen tussen geluid en de meest diverse trillende metaalplaten. Men zag beelden in de zandkorrels en in water ontstaan al naar gelang het geluid anders en complexer werd. Het geluid werd heel nauwgezet in het water zichtbaar door indrukwekkende structuren, die nog beter door speciale lichtreflectie zichtbaar werden, en gefotografeerd konden worden. Is het u opgevallen wat hier staat? Het geluid werd zichtbaar! Is dat niet hetzelfde als: Hij sprak en het was er!

 

Door het Geloof

We weten dat de wereld door het Woord van God tot stand is gebracht. Een prachtige tekst in dat verband is Hebr 3:3, waar we lezen:

  • "Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare."

 

In de eerste plaats gaat het hier om geloof! Zonder geloof is dit niet te bevatten. Alleen door het geloof verstaan wij deze dingen. En door dat geloof weten wij dat alles wat we zien ontstaan is uit het niet waarneembare. Wat we waarnemen is ontstaan door het Woord van God! Waarnemen kan alleen maar doordat we kunnen zien, en alles wat we zien komt omdat er licht op valt. Zonder licht kunnen we niets waarnemen. Daarom is het ook zo mooi, dat in Hebr 3:3 het woord wat vertaald is met "waarneembare" komt van het werkwoord "schijnen" (= faino), dat letterlijk "schijnen" of "lichtgeven" betekent. Het betekent eigenlijk dat het licht "licht geeft" op een bepaalde situatie.

 

De tekst Hebr 3:3 laat zien dat Het Woord niet waarneembaar is. Voor "Woord" worden in de Bijbel twee vertalingen gebruikt, "logos" en "rhema". "Logos" wijst op het geopenbaarde Woord, en "rhema" op het uitgesproken Woord. In Hebr 3:3 is het woord "rhema" gebruikt, wat dus wijst op het door God uitgesproken Woord. En in dat geopenbaarde Woord lezen we over het uitgesproken woord:

  • "Want des HEEREN woord is waarachtig, al zijn werk geschiedt in trouw; Hij heeft gerechtigheid en recht lief, de aarde is vol van de goedertierenheid des HEEREN. Door het woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heer. Hij verzamelt het water der zee als een dam, Hij legt watervloeden in schatkamers op. De ganse aarde vreze voor de HERE, al de bewoners der wereld moeten voor Hem ontzag hebben. Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er. " (Ps 33:4-9)

 

In Psalm 33 staat in vers 4 en 6 "dabar" (= woord). Dit "dabar" is afgeleid van het werkwoord "dabar", hetgeen "ordenen door te spreken" betekent. Dit "dabar" in het Oude Testament is te vergelijken met "logos" in het Nieuwe Testament. In Ps 33:9 gaat het over het spreken van God, en hier is het werkwoord "amar" gebruikt, wat te vergelijken is met het Griekse "rhema".

 

Door het geloof weten we wat Gods "spreken" tot stand heeft gebracht. In het nu volgende kunnen we zien, hoe geluid iets tot stand brengt wat er voordien niet was.

 

Geluidsfiguren

Een dunne metalen plaat wordt met fijn zand bestrooit. Deze metalen plaat wordt van onderen in het midden door geluid in trilling gebracht, en wordt perfect horizontaal gehouden. Door de geluidstrillingen gaat het zand bewegen, en verzamelt het zand zich op de "knooplijnen", die op onderstaande afbeeldingen te zien zijn. Verschillende trillingen veroorzaken verschillende structuren op de metalen platen.

Slingerende Waterdruppel

Wanneer een waterdruppel onder een bepaalde geluids-frequentie (30 tot 120 Hertz) in beweging wordt gebracht, ontstaan zeer indrukwekkende, geometrisch gestructureerde prachtige figuren. Onder invloed van verschillende temperatuur, luchtdruk, en andere eventuele omstandigheden, ontstaan steeds weer verschillende nieuwe figuren. Door de uitsluitend mechanische op en neergaande beweging van de metalen plaat, maakt het water een ritmisch trillende (slingerende) beweging, die eigenlijk pas echt indrukwekkend op film te zien is. 

Bovenstaande afbeeldingen laten zien hoe geweldig de natuur = schepping in harmonie is.

 

"Staande" Golven

Hiervoor is nodig een rond watervat(je) van ongeveer 5 tot 10 cm doorsnede gevuld met gewoon water. Dit watervat wordt van onderen in het centrum door geluidsgolven in trilling gebracht. Dus hier komt geen mechanisch trilling bij te pas, maar uitsluitend geluidsgolven. Boven het watervat wordt een camera met een krachtige lamp geplaatst (zonder het licht zien wij niets!), die de beweging van de golven, de "bergen en de dalen" in het water, door het licht in de camera terug reflecteert.

 

Afhankelijk van de temperatuur, de hoeveelheid water, de frequentie, en andere te meten variabelen, ontstaan verschillende soorten golfbewegingen. Zo ontstaan er de z.g. "staande golven" en "liggende golven", die uit de frequentie van de geluidstrillingen ontstaan. De verschillende golvingen storen zich niet wederzijds aan elkaar, maar vormen een uniform "slingerend" geheel. In het midden van het water dat overal zich in één keer ontwikkelt, en centreert, ontstaat een superordinate rustende trillende structuur. Deze prachtige ordeningen dienen als bouwplan, als voorbeeld voor de meest uiteenlopende zaken, die in het dagelijks leven vorm gegeven zijn.  

In het watervat (middelste foto) ziet u door de lichtinval en geluidstrilling dezelfde structuur

en harmonische opbouw als in de bloemen.

 

Ik kan me amper voorstellen dat een wetenschapper, die deze dingen ontdekt niet in een schepper gelooft. De proeven met het watervat laten zien dat werkelijk alles in Gods schepping in harmonie is. Wanneer we deze dingen zien, die door geluid ontstaan (middelste plaatje), dan kunnen we misschien ook enigszins begrijpen dat toen God geluid maakte, (Hij sprak, en het was er) prachtige dingen met dezelfde vormenuit het niets tevoorschijn kwamen. 

Trillend water door geluid
Sinaasappel

De bovenstaande drie beelden laten ook een treffende gelijkenis in vorm zien. Ook hier is het middelste plaatje het watervat, waarin het water weer door geluid in trilling wordt gebracht, en dat hier het water ook de vorm naar gelang van andere omstandigheden weergeeft. Ook hier is sprake van een grandioze harmonie tussen de geluidsfiguren. Let u eens op de buitenste randen van de trillende lichtcirkel in het middelste plaatje, en vergelijk die eens met buitenste cirkel van het rode vruchtvlees van de sinaasappel, de vergelijking is verbazingwekkend.

 

Slakkenhuis
Watervat
Groene Bloemkool

Hier weer andere omstandigheden in of om het watervat, waardoor er weer andere vormen ontstaan. Maar weer een harmonie die niet door mensen is te maken. In alle afbeeldingen was duidelijk te zien dat er een middelpunt is te zien. Een centrum dat zeer centraal staat, en wanneer we de bewegingen zouden kunnen zien, zou duidelijk worden dat alles vanuit het centrum ontstaat. Is onze God ook niet het middelpunt, het centrum van al het bestaande?

Er rest ons maar één ding: "O God, hoe groot zijt Gij!"

(tot zover deze informatie, die te zien is op de site: www.wasserklangbilder.de)

 

DE KOSMOS (= DE WERELD)

Men kan zich afvragen als "katabole kosmou" niet "grondlegging der wereld" betekent, maar inderdaad "nederwerping van de kosmos", en dit betrekking heeft op Gen 1:2, wat is dan nedergeworpen? Deze kosmos omvat al het geschapene, dus dan zijn de hemelen en de aarde nedergeworpen in woestheid, ledigheid en duisternis.

 

De eerste keer dat we het woord "kosmos" in de Bijbel tegenkomen is in Gen 2:1: "Alzo werden voltooid de hemel(en) en de aarde en al hun heer." Het Hebreeuwse woord voor "heer" of "kosmos" is "tsaba". De Staten Vertaling gebruikt voor de vertaling van "tsaba" het woord "Heir", en "Heirscharen", en spreekt over de hemelse Heirlegers. God noemt Zichzelf "de Heere der Heirscharen". Zo zien we dat Gen 2:1 de hemel(en) en de aarde en "al hun Heir" in zich sluit. Een mooie tekst in dit verband is Deut 4:19:

  • "En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer (= kosmos) des hemels, aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de HEERE, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel."

 

Mozes laat ons hier zien dat de kosmos het universum omvat: "de zon, de maan en de sterren met al haar bewoners". De profeet Jesaja laat ons bovendien nog zien dat met "kosmos" ook de geestelijke machten worden bedoeld, die in den hoge gevonden worden: "En te dien dage zal het geschieden, dat de HEERE bezoeking zal brengen over het heer der hoogte in den hoge en over de koningen der aarde op de aardbodem. En zij zullen bijeengebracht worden, zoals men gevangenen bijeenbrengt in een kuil (afgrond?), en zij zullen opgesloten worden in een kerker, en na vele dagen zullen zij bezocht worden." (Jes 24:21-22) Ook in het laatste Bijbelboek vinden we de "heirlegers van zowel God, als van de satan. In Openbaring 12:4,7 en 9 lezen we over een oorlog die er zal zijn in de hemel, en dat hemelse heirlegers met elkaar oorlogvoeren.

 

Er is meerdere grond in de Bijbel om aan te nemen, dat de aarde er sinds zeer lange tijd is geweest, en dat de schepping der aarde van Gen 1:1 was om te juichen en te jubelen. In 2 Petrus 3:3-7 staat:

  • "Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is. Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde (Grieks: gh = ge = land), die uit en door het water bestaat, waardoor (door het water) de toenmalige wereld (Grieks: kosmos = kosmos) is vergaan(Griekse grondtekst: apwleto, King James Vert:=was destroyed = vernietigd), verzwolgen (Griekse grondtekst: katakausqeis, King James vert: being down surged) door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aardezijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen." (2 Petr 3:3-7)

 

De St. Vert. zegt in vers 5-6: "Want willens is dit hun onbekend, dat door het Woord Gods de hemelen van overlang geweest zijn, en de aarde uit het water en in het water bestaande; Door welke de wereld (Grieks: kosmos), die toen was, met het water van den zondvloed (in de grondtekst staat niet "van den zondvloed", dit is door de vertalers toegevoegd) bedekt zijnde, vergaan is."

 

We zien hier twee opeenvolgende dingen tegenover elkaar staan, namelijk de toenmalige wereld, dat is de toenmalige hemelen en aarde (= kosmos), en de tegenwoordige hemelen en de aarde.

 

De juiste vertaling van Petr 3:6 zou volgens de grondtekst moeten zijn: "door welk (het water) de kosmos van toen, door water nedergebeukt, werd vernietigd. Bovendien wordt in de grondtekst het woord "katabole" gebruikt, wat tevens wijst op de nederwerping der kosmos in Gen 1:2, zoals we in bovenstaande uitvoerig hebben behandeld.

 

Enkele teksten waarin apwleto (=was destroyed) voorkomt:

  • Joh 17:12 "Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan (= apwleto =was destroyed), dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd."
  • Hand 5:37 "Na hem stond Judas de Galileeër op, in de dagen der inschrijving, en kreeg vele afvalligen op zijn hand, maar ook deze is omgekomen (= apwleto (=was destroyed) en zijn gehele aanhang is uiteengeslagen."
  • Jac 1:11 "Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt (= apwleto (=was destroyed); zó zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken."
  • 2 Petr3:6 ".......waardoor de toenmalige wereld is vergaan (= apwleto (=was destroyed), verzwolgen door het water."
  • Openb 18:14 "En het ooft, waarnaar uw ziel begerig was, is van u weggegaan en al wat kostelijk en schitterend was, is voor u verloren (= apwleto (=was destroyed)en het zal nooit meer gevonden worden.

 

De uitdrukking: willens en wetens geeft aan dat deze spotters deze dingen dus wel degelijk zouden kunnen weten maar dat men dit niet WIL. Men WIL het niet WETEN.

 

Het Griekse woord wat in 2 Petr. 3:6 gebruikt wordt voor ‘wereld’ is KOSMOS.

De aarde is toen dus vergaan inclusief de atmosfeer en de sterrenhemel, want dát omvat de kosmos.

 

Als de Bijbel spreekt over de "wereld" (= kosmos) dan wordt steeds bedoeld: de aarde inclusief de eerste twee hemelen, d.w.z. al het door God geschapene. In het N.T. in het Grieks "Kosmos". En dan mogen we ons de vraag stellen: Is ál het geschapene bij de zondvloed van Noach vernietigd?

 

We weten dat dat niet het geval is geweest, want Noach en de zijnen bleven gespaard, en hetdierenrijk bleef ook gespaard, al waren het alleen de dieren die in de ark gingen, maar ze bleven gespaard. De mens moest ook wel gespaard blijven, want God had een belofte gedaan aan Noach, namelijk: "En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen." (Gen 3:15) Om deze belofte in vervulling te laten gaan, was het zaad van de vrouw nodig om de Christus geboren te laten worden. En we weten dat Gods beloften onberouwelijk zijn.

 

Enkele teksten waar in de grondtekst Kosmos (Gr: kosmos) staat, er zijn ongeveer zo'n 35 teksten in het nieuwe testament waar we kosmos vinden, hieronder een greep daaruit:

  • Joh 1:10 "Hij was in de wereld (= kosmos), en de wereld (= kosmos) is door Hem gemaakt; en de wereld (= kosmos) heeft Hem niet gekend."
  • Joh 6:33 "want dát is het brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt en aan de wereld (= kosmos) het leven geeft."
  • Joh 14:19 "Nog een korte tijd en de wereld (= kosmos) ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven."
  • 1 Cor 6:2 "Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld (= kosmos) zullen oordelen?"
  • 1 Joh 2:17 "En de wereld (= kosmos) gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid."
  • 1 Joh 5:19 "Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld (= kosmos) in het boze ligt."

 

De derde hemel is die waar God Zelf woont en die behoort niet tot de kosmos, tot de geschapen werkelijkheid, want God was er al voor de schepping. (zie 2 Korinthe 12:1–4 )

 

In ons normale taalgebruik is het al zo dat er een verschil is tussen het woord "aarde" en het woord "wereld". De wereld bevat meer dan alleen de aarde.

 

Alles wat is, is ontstaan door het Woord van God. Hij sprak, en het was er, Hij riep alles tot leven, beide hemelen en de aarde. (zie Johannes 1:1 en Hebr. 1:1-12).

 

De aarde is dus uit het water en door het water ontstaan. Stuurt de mens tegenwoordig een satelliet naar andere planeten dan is men het meest geïnteresseerd in het al of niet aanwezig zijn van Water in welke verschijningsvorm dan ook.

 

Als dan dus in 2 Petrus 3: 6 staat dat de WERELD (= kosmos), die toen was, door het water nedergeworpen, verwoest, vernietigd (kataballo) is, dan gaan de gedachten uit naar de complete geschapenkosmos van Gen.1:1. Die wereld was er dus van ‘overlang’.

 

Het woord "zondvloed", wat we in de staten vertaling tegenkomen in 2 Petr 3:6, staat (zoals reeds genoemd) helemaal niet in de grondtekst en is een tamelijk vrije vertaling van het Griekse ‘Katabole’; dit betekent zoals we hebben gezien "neersmijten, beuken". Allemaal erg destructief dus en vernietigend.

 

Met het woord "overspoelen" moeten we ons dus echt een katastrofe voorstellen. Bij ‘Katabole’ (Griekse grondtekst: katakausqeis) gaat het over het vergaan van de toenmalige wereld zoals beschreven in 2 Petrus 3 : 5 + 6; waarvan satan de oorzaak was; we dienen dus eigenlijk te lezen; de "nederwerping der wereld". Het heeft te maken met de val van satan als gevolg van het feit dat hij zich aan God gelijk wou stellen.(zie Ezechiel 28: 15 en Jes.14:14)

 

Die catastrofe overkwam dus de geschapen Kosmos (beide)hemelen en de aarde) die God door Zijn Woord schiep in den beginne in Gen.1:1. Deze catastrofe speelde zich af, voordat Gen 1:3 en wat daar verder volgt, in vervulling ging.

 

Voor alle duidelijkheid nog één keer naar 2 Petr 3. In 2 Petrus 3:5-7 lazen wij: "Want willens is dit hun onbekend, dat door het woord Gods de hemelen van over lang geweest zijn, en de aarde uit het water en in het water bestaande; Door welke de wereld, die toen was, met het water [van den zondvloed] bedekt zijnde, vergaan is. Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd".

 

Petrus zet hier de wereld "die toen was" tegenover een wereld "die nu is". Die eerste wereld is vergaan door water, door een enorme "katabole". Hij kan hiermee niet verwijzen naar de zondvloed in de tijd van Noach, want toen is de wereld niet vergaan. Bovendien heeft het water de wereld toen zeker niet vernietigd. Ook lezen we ná de vloed van Genesis 7 niet over een "herschepping", omdat dit klaarblijkelijk niet nodig was, omdat alles niet was vernietigd, zoals dat in Gen 1:2 wél het geval was. Bovendien zou dat eenvoudigweg in strijd zijn met "de belofte" (Gen 3:15) die God deed aan Adam en Eva. De zichtbare hemel is na de zondvloed wel veranderd, maar is niet vergaan in de tijd van Noach, wat wél het geval is bij de "katabole" waar Petrus over spreekt. Er moet dus een "katastrofe" hebben plaatsgevonden vóór Noach.

 

En dan komen we uit bij Genesis 1:2. Die "katabole" was vóór de schepping van Adam en dat kan ook niet anders, want hoe konden wij mensen ooit afstammelingen zijn van Adam als na hem de complete wereld (kosmos) zou zijn vergaan, zijn vernietigd? De wateren uit vers twee spreken van een verschrikkelijke oordeel dat heeft plaatsgevonden na de schepping uit vers 1. In bovenstaande hebben we reeds uitvoerig behandeld dat er zo’n verschrikkelijk oordeel heeft plaatsgevonden.

 

Wij hebben voldoende argumenten aangedragen, dat er in Gen 1:2 wel degelijk sprake is van een verschrikkelijke catastrofe op aarde als gevolg van een oordeel van God. De woorden, die de Schrift gebruikt om dit te beschrijven, tonen ons de situatie van een vernietigend slagveld, waar de overwinning is behaald, waar de oorspronkelijke bewoners bijeengedreven zijn en gevangen zijn gezet in de afgrond, waar van een totale verwoesting en nederwerping sprake is. Gen 1:2 kan daarom onmogelijk een beschrijving zijn van Gen 1:1.

 

Wat gebeurde er bij de zondvloed van Gen 6?

Om te zien wat er in tegenstelling tot bovenstaande, bij de zondvloed van Gen 6 gebeurde, lezen we Gen 6. Ik heb hieronder alleen de van belang zijnde teksten aangehaald waarin "aarde" voorkomt:

Gen 6:13 "Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen."

Gen 6:17 "Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen."

Gen 7:4-6 "Na zeven dagen kwamen de wateren van de vloed over de aarde. Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen. 5 En Noach deed naar alles wat de HERE hem geboden had. 6 En Noach was zeshonderd jaar oud, toen de watervloed over de aarde kwam."

Gen 7:10 "Na zeven dagen kwamen de wateren van de vloed over de aarde."

Gen 7:12 "En de slagregen was veertig dagen en veertig nachten over de aarde."

Gen 7:17-24 "En de vloed was veertig dagen over de aarde en de wateren wiesen en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde. 18 Toen de wateren zeer toenamen en sterk wiesen boven de aarde, dreef de ark op de wateren. 19 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt. 20 Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt. 21 En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevens alle mensen, kwamen om. 22 Alles, in welks neus de adem van de levensgeest was, alles wat op het drogewas, stierf. 23 Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, zodat zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de ark was. 24 En de wateren hadden de overhand over de aarde, honderd vijftig dagen lang."

 

Nergens lezen we in Genesis 6 dat ook de hemelen zijn vergaan. Steeds betreft het alleen de aarde, terwijl het in 2 Petr 3 duidelijk de hemelen én de aarde, de kosmos, al het geschapene, betreft.

 

De Eeuwen

Dan nog iets heel anders betreffende Genesis 1. In Gods Woord is er vaak sprake van "eeuwen", oftewel "ajonen" in de grondtekst genoemd. Uit de schrift weten we dat eeuwen (ajonen) geen perioden zijn van 100 jaar, maar een veel langere perioden omvatten. Tijdens zo'n bepaalde eeuw "heerst" een soort besturingssysteem, wat invloed heeft op de wijze waarop en hoe de schepping tijdens die "eeuw" zal functioneren.

 

Zo leven wij momenteel in de eeuw, die de Bijbel ook wel de "tegenwoordige boze eeuw" noemt, waarin satan de overste is van deze wereld. In Galaten 1 staat: "... de Here Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld" (vs. 3b en 4) In deze tekst staat in de grondtekst in plaats van "wereld" het woord "aioon" (= eeuw). Deze tegenwoordige "boze eeuw" duurt al vanaf Noach tot heden. Dus dan zegt de tekst dat de Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, ons zal trekken uit de tegenwoordige boze eeuw.

 

We zien dat een vertaling in de Bijbel tot verwarring kan leiden! Zo zijn er velen die denken dat de wereld zal vergaan, wanneer de Heere Jezus Christus wederkomt op deze aarde. Dit is op zich wel begrijpelijk, want als we Mattheüs 24 lezen, dan staat dát er ook in vers 3 en vers 14:

  • "Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?" (Mat 24:3)
  • "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn." (Mat 24:14)

 

Op zich wel begrijpelijk dat men deze dingen zo verstaat. In Matteüs 24:3 en 14 heeft de Here Jezus het tenslotte over de "voleinding der wereld" in verband met Zijn komst. Zo staat het in onze vertalingen. Maar wanneer we de grondtekst onderzoeken, dan zien we in beide bovenstaande teksten dat het betrekking heeft op de "eeuw", in vers 3 gaat het om de "voleinding van deze (boze) eeuw", en in vers 14 betreft het ook het "einde van deze eeuw".

 

Een tekst die wél duidelijkheid geeft over het begrip "eeuw" is Lukas 20:34-36 "En Jezus zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw huwen en worden ten huwelijk genomen, maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen Gods, omdat zij kinderen der opstanding zijn."

In deze tekst is sprake van "deze eeuw" waarin wij wonen, en van "die eeuw" waarin de opstanding zal plaatsvinden.

 

Ook in Efeze 1 vinden we meerdere "eeuwen". Daar lezen we: "Hoe overweldigend groot Zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte Zijner macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw." (Efeze 1:19-21).

Het gaat ook in deze tekst over "deze" (de huidige boze) eeuw, en over de toekomende ajoon.

 

Eerder hebben we al genoemd dat er tijdens een bepaalde eeuw een soort besturingssysteem "heerst", wat invloed heeft op de wijze waarop en hoe de schepping tijdens die "eeuw" zal functioneren. Zo bestuurt de tegenwoordige aioon de tegenwoordige wereld (= kosmos = al het geschapene). Efeze 2:1-2 gaat over het nu geldende besturingssysteem, of anders gezegd, over datgene wat nu de macht heeft in deze "ajoon" We lezen daar: "En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid."

 

Gelovigen zijn uit het huidige besturingssysteem (aioon) getrokken, maar zijn nog wel ín de wereld (kosmos). We zijn dus wel in de wereld, maar niet ván de wereld. Daarom zegt Paulus ook dat wíj burgers zijn van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten." (Fil 3:20)

 

Voor de gelovige geldt, wat Paulus in Romeinen 12:2 schrijft: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld (aioon, eeuw), maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken."

 

Wanneer we de Bijbel verder op dit onderwerp van "de eeuwen" onderzoeken, dan ontdekken we dat er vóór deze "boze eeuw" ook al eeuwen (meervoud) geweest zijn, want in Pred 1:10 lezen we: "Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die vóór ons geweest zijn."

 

In Kolossenzen 1:26 schrijft de apostel Paulus dat het geheimenis "eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest." Letterlijk staat hier: "vanaf de eeuwen verborgen". Dit betekent dat de verborgenheid (of het geheimenis) wat Paulus in de Kolossenzen brief, geschreven na de Handelingen periode, bekend mocht maken, verborgen was in God van vóór de eeuwen, dus van vóór de eeuwen een aanvang maakten.

 

Bovendien zegt de apostel Paulus in Efeze 3: "Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen." (Efeze 3:8-12)

 

Ook hier wil de tekst ons meedelen, dat de onnaspeurlijke rijkdom, de bediening van de verborgenheid, reeds vóór de eeuwen verborgen was in God.

 

Hieruit leren we ook dat de "niet in de Schriften na te speuren" rijkdom van Christus, die Paulus na de Handelingen periode mocht verkondigen, reeds eeuwen in God verborgen was. Paulus leefde in dezelfde (boze) eeuw als wij, en "eeuwen" (meervoud) daarvoor was het bij God bekend. Dus ook hieruit blijkt dat er meerdere "eeuwen" (ajonen) voor deze huidige eeuw zijn geweest.

 

God, de Schepper heeft voor de Leden van Zijn Lichaam een geweldig rijke genade bestemd, die rijke genade is ons reeds gegeven in Christus Jezus vóór eeuwige tijden. (2 Tim 1:9). Letterlijk staat ook hier in de grondtekst: "Vóór de tijden der eeuwen (= ajonen). Ook in de brief aan Titus getuigd Paulus van dezelfde hoop die in hem is: "In de hoop des eeuwigen levens, dat God, die niet liegt, vóór eeuwige tijden (grondtekst ook: voor de tijden der eeuwen) beloofd heeft, terwijl Hij te Zijner tijd Zijn woord heeft openbaar gemaakt in de verkondiging." (Titus 1:2) Letterlijk staat ook hier in de grondtekst: "In de hoop (= zekerheid) van het leven der eeuwen (= toekomst), dat God, die niet liegt, vóór de tijden der eeuwen (= verleden) heeft beloofd.

 

Dus Paulus had de vaste overtuiging dat hij in de toekomende "eeuwen" dát gezegende leven zou bezitten, wat God reeds vóór de tijden van eerdere eeuwen in Zichzelf had voorgenomen. En met Paulus mogen wij ook diezelfde zekerheid hebben!

 

In al deze voorbeelden worden we door de vertalingen soms een beetje op het verkeerde been gezet, want eeuwig(e) is niet de vertaling van een bijvoeglijk naamwoord, maar van een zelfstandignaamwoord. Daardoor krijgt het geschrevene een heel andere betekenis. Het gaat steeds over de eeuw of de eeuwen.

 

Hebreeën 1:2 laat ons ook iets zien van deze eeuwen: "Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in (de) Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft." (Hebr 1:1-2) "De wereld" is hier de vertaling van "de aionen".Volgens de grondtekst gaat het hier om de Zoon, door Wie Hij (de Vader) de eeuwen heeft geschapen. De verkondiging van Paulus sluit hier vlekkeloos op aan, wanneer hij zegt: "Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen (= NAAR HET VOORNEMEN DER EEUWEN), dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd." (Efeze 3:8-11).

God heeft in Christus het plan der eeuwen geschapen.

 

Wanneer we dan weten dat er zeker twee eeuwen (meervoud) voor "deze boze eeuw" geweest zijn, dan kunnen we ook proberen te bepalen aan de hand van het Woord wanneer die "eeuwen" (= ajonen = tijdsperioden, besturingssystemen) geweest zijn.

 

De eerste ajoon kunnen we plaatsen in Gen 1:1, dat is de toenmalige wereld van 2 Petr 3:6. Deze prachtige ajoon liep dus vanaf het begin van de glorieuze schepping van hemelen en aarde. Hoe lang deze ajoon heeft geduurd wordt niet door Gods Woord gezegd. Het is de fase, de ajoon, waarin de overdekkende cherub, die toen zijn heerlijkheid nog bezat, (waarschijnlijk) over de aarde regeerde. Waarschijnlijk is satan op het einde van deze eerste ajoon in opstand gekomen tegen God. Deze ajoon werd afgesloten met een verschrikkelijk oordeel, een "katabole", die we in Gen 1:2 beschreven vinden.

 

De tweede ajoonbegon met de (her)schepping van de aarde in Gen 1:3-31, wat de kosmos een totaal ander uiterlijk gaf, want God maakte een uitspansel, en scheidde zo de wateren die onder het uitspansel waren van de wateren die boven het uitspansel waren. En God noemde het uitspansel hemel. Deze ajoon loopt tot de zondvloed, wat een herhaling in het klein was van het oordeel van Gen 1:2.

 

In 2 Petrus 2:5 staat het volgende: Dat God

  • "de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht ..."

 

Beide keren dat hier het woord wereld wordt gebruikt, staat er oorspronkelijk kosmos. Het gaat dan in deze tekst in het bijzonder om de wereld die in de "voortijd" bestond. De Statenvertaling vertaalt één en ander meer letterlijk met : "de oude wereld". Duidelijk is in ieder geval dat het gaat om de wereld zoals die er was tot Noach. Er zijn enkele teksten in de Bijbel te vinden die het woord ajoon of olam (= Hebr: eeuw) indirect verbinden aan die tijd. Zoals: "De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam". (Gen. 6:4). In de grondtekst staat hier: "Geweldigen, namelijk uit die eeuw" (eeuw = olam).

 

Nog een paar teksten die verwijzen naar de eeuw die vooraf ging aan onze eeuw:

  • In Lukas looft Zacharias God toen zijn zoon Johannes geboren was, en hij zegt in Luk 1:70: "Zoals Hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten". Hier staat in de grondtekst: "Zoals Hij vanaf de ajoon heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten." We weten dat God door de profeten heeft gesproken in deze tegenwoordige ajoon. "Vanaf de ajoon" kan dan alleen maar wijzen op de ajoon die aan deze tegenwoordige ajoon vooraf gaat.
  • In Handelingen 3:21 vinden we ook zo'n verwijzing naar de vorige ajoon: NBG51: "Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher. En de St. Vert zegt: "Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw." Beide vertalingen hebben niet naar de grondtekst vertaald, want er staat letterlijk: vanaf de eeuw (enkelvoud), daar waar de NBG heeft vertaald met "van oudsher", en de St. Vert met "van alle eeuw". Ook hier dus een verwijzing naar de eeuw vóór de huidige eeuw.
  • In Handelingen 15:17-18 vinden we nog zo'n verwijzing nnar de vorige "eeuw":
  • NBG51: "Opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn", en de St. Vert zegt: "Opdat de overblijvende mensen den Heere zoeken, en al de heidenen, over welken Mijn Naam aangeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet. Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend." Ook in deze vertalingen staat in de grondtekst het woord "ajoon" in het enkelvoud, en ook hier had vertaald moeten worden "welke vanaf de eeuw bekend zijn". Dus ook in deze tekst vinden we een heenwijzing naar de vorige "eeuw".

 

Afgezien van deze teksten, geeft de Bijbel duidelijk aan dat de schepping in de tijd van Adam tot Noach een ander "besturingssysteem" had. Mensen bereikten uitermate hoge leeftijden, er waren geen seizoenen, zoals die er nu wel zijn (Gen. 8:22).

 

En de derde ajoon begint na de zondvloed met het Noachitisch verbond. Deze wereld zag er ook weer geheel anders uit dan de wereld van de tweede ajoon. Eerst was er een damp geweest, die de aarde bevochtigde (Gen 2:5-6), regen kende men niet in de tweede ajoon, maar in de derde ajoon was er een dampkring die wij kennen met zijn regenboog en afwisselende tijden van zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, enz. (Gen 8:22) In deze tegenwoordige (boze) ajoon leven wij nog (Gal 1:4). Deze derde ajoon loopt vanaf Noach tot de wederkomst van Christus (Luk 20:34-35). Vooraf aan deze komst van Christus vindt de voleinding van deze tegenwoordige ajoon plaats. Dit wordt meestal in de Bijbel vertaald met "de voleinding der wereld". Maar dat "wereld" is, zoals we gezien hebben, in de grondtekst heel vaak het woord "ajoon", hetgeen een bepaalde periode betekent. Nergens is in het Woord sprake van een vergaan van de wereld bij de komst van Christus, maar wel van een voleinding van deze "ajoon".

 

Bovendien is er in Gods Woord sprake van toekomende eeuwen. Met betrekking tot de tijd die vóór ons ligt, de toekomst, staat er in Efeziërs 2 het volgende: "... en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom Zijner genade te tonen naar (Zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus." (Ef 2:6-7) Hier is niet sprake van één toekomende eeuw, maar ook van meerdere toekomende eeuwen. Dit meervoud leert ons, dat er in ieder geval nog twee eeuwen (geen eeuwen van 100 jaar, maar besturingssystemen) zullen komen die invloed hebben op de wijze waarop de schepping die er tijdens die eeuwen is, zal functioneren.

 

De vierde ajoonbegint dan met het Koningschap van Christus voor de Zijnen, voor het volk Israël, wat dan aan de spits der natiën zal staan. Dán zal het heil uit Jeruzalem uitgaan. Aan het einde van die 1000 jarige regering van Christus, zal satan een korte tijd worden losgelaten (Open 20:7). Voor de laatste keer zal satan de volkeren verleiden, en tezamen zullen ze optrekken naar Jeruzalem. Maar vuur uit de hemel zal satan en de zijnen verslinden. Dit oordeel is het einde van de vierde ajoon.

 

En de vijfde ajoon begint daarna, wanneer er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt, en een heilige stad, het nieuwe Jeruzalem nederdaalt uit de hemel. Dan wordt getoond de bruid, de vrouw des Lams (Open 21:9). Dan zal er niets vervloekts meer zijn. Dit is de ajoon waarvan gezegd wordt dat God alles in allen zal zijn. Deze ajoon gaat over in de tijd na de eeuwen, waarover Gods Woord ons geen informatie verstrekt.

 

Dit leert ons dat de situatie waarin God "alles en in allen" zal zijn al aanbreekt bij het begin van de tweede toekomende eeuw, de vijfde ajoon. We hebben gezien dat alle in de Schrift bekende ajonen een begin en een eind hebben, en daarom is er bijbels gezien geen reden om aan te nemen dat die tweede toekomende eeuw oneindig is. Elke aioon is in de Schrift een tijdperk met een begin en een einde. Dan is het voor de hand liggend, dat aan de situatie waarin de nieuwe hemelen en aarde er zullen zijn, met het nieuwe Jeruzalem, waar het geboomte des levens staat, tot genezing van de volken (Openb 22:2), ook een einde komt.

 

God zelf heeft deze eeuwen, dit plan der eeuwen samengesteld, getuige Efeze 3:11: "Naar het eeuwig voornemen (letterlijk volgens de grondtekst: "Naar het plan der eeuwen"), dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onzen Heere". En dat plan is door God gemaakt "om in de komende eeuwen de overweldigende genade te tonen naar (Zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus." (Efeze 2:7)

 

Voor zover de Bijbel ons leert kunnen we dus vijf eeuwen onderscheiden, maar wanneer we nog eens naar die eeuwen kijken, dan weten we ook, dat er voor de vijf genoemde eeuwen, dus vóór de eerste eeuw, ook al een tijd was, waarin God aanwezig was, en waarin God ook al "schepselen" (morgensterren en zonen Gods) bij zich had in de hemel, waarin God Zelf woonde en woont. Dat is een hemel die nooit is geschapen, maar die er altijd is geweest. En we hebben ook gezien dat er na de vijfde eeuw een periode aan zal breken, waarin er gelovigen zullen zijn, die zullen leven dáár waar God is, waarin God alles in allen zal zijn. (1 Kor 15:28, Ef 1:23 en Kol 3:11)

 

We hebben getracht dit plan der eeuwen in een schema te plaatsen:

 

H E T   P L A N   D E R   E E U W E N

 

Voor de Eeuwen

Zonder begin

Eindigt vóór Gen 1:1

Eerste Eeuw

Betreft uitsluitend Gen 1:1

Eindigt met een oordeel (Gen 1:2)

Tweede Eeuw

Loopt van Gen 1:3 tot Gen 7:10

Eindigt met een oordeel (Gen 7:10 - 8:5)

Derde Eeuw

Loopt van Gen 8:6 tot Openb 19:6, dit is de eeuw waarin wij leven.

Eindigt met een oordeel (Op 19:11 - 20:3)

Vierde Eeuw

Openb 20:4 tot Openb 20:7

Eindigt met een oordeel (Op 20:7-15)

Vijfde Eeuw

Openb 21:1 "God alles in allen"

gaat over in "periode"..."Na de eeuwen"

Na de Eeuwen

De volmaaktheid in God

Zonder einde

 

Wanneer we de perioden "Voor de eeuwen" en "Na de eeuwen" ook een "ajoon" zouden noemen, dan komen we totaal op zeven ajonen, oftewel zeven eeuwen. Gods Woord verteld ons heel weinig over deze perioden "vóór en ná de eeuwen", maar zeven is een getal wat een volheid aangeeft, en daarom iets om over na te denken.

 

Wanneer we bovenstaande samenvatten, dan hebben we gezien dat de Bijbel ons Gods plan der eeuwen laat zien. Dit onderzoeken van Gods Woord laat zien dat het plan der eeuwen dat God in Christus gemaakt heeft, bestaat uit tenminste vijf eeuwen. Tenminste, omdat er meer dan twee toekomende eeuwen ná en meer dan twee eeuwen vóór de tegenwoordige eeuw kunnen liggen. De meervouden die gebruikt worden in Efeziërs 2:7 en Prediker 1:10 geven daar in principe ruimte voor. Desondanks lijkt het er sterk op dat het er in totaal vijf zijn, omdat deze ook in verband gebracht kunnen worden met vijf manieren waarop de kosmos heeft bestaan. De perioden vóór en ná de genoemde vijf ajonen zijn verborgen in God, maar door genade mogen wij weten dat we deel hebben aan de periode ná genoemde eeuwen, waarin we compleet in God zullen zijn. Eigenlijk kan ik geen woorden vinden, om deze geweldige rijkdom van genade te omschrijven, een rijkdom die ook niet in aardse woorden is te vatten, omdat het om een vier dimensionale positie gaat, die al het aardse te boven gaat.

 

Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods. (Efeze 3:14-19)

 

En broeders en zusters, het grootste wonder is dat al deze hoge zegeningen, welke Gods grote liefde tonen, en die onze positie uitdrukken, ons eigendom kunnen worden. Want nú al hebben wij door Christus' volbrachte werk in één Geest de toegang tot de Vader. En nu al mogen wij, wanneer wij wandelen als navolgers van Paulus, die hemelse zegeningen (Ef 1:3) één voor één ontwaren door van God ontvangen verlichte ogen des harten. Daarom zijn wij geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen (grondtekst: medeburgers van het Heilige der Heiligen) en huisgenoten Gods. (Efeze 2:18-19). God heeft ons, de apart geplaatsten en getrouwen, in wezen nú al in Christus boven de ajonen geplaatst! Het is echt om stil van te worden.

 

Samenvatting

Genesis 1:1 beschrijft hoe God lang geleden de beide hemelen en de aarde schiep. (Scheppen is ‘iets’ uit ‘niets’ maken. (Hebr. BARA)

Genesis 1:2a verhaalt dat vervolgens de aarde woest en leeg werd; en het tweede gedeelte van vers twee bevestigt dat door te zeggen dat alles duister was en dat het een afgrond was (geworden).

 

Wat de oorzaak van het woest en ledig worden van de eerlang geschapen wereld is, heeft hoogst waarschijnlijk te maken hebben met de val van satan. We lezen hierover in b.v. Ezechiel 28. Het hele hoofdstuk is in dit geval van belang, maar vooral de verzen 15 tot 17 zijn voor ons onderwerp belangrijk:

  • "Onberispelijk waart gij (= satan) in uw wandel,
  • vanaf de dag dat gij geschapen werdt, totdat er onrecht in u werd gevonden:
  • door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt
  • met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde.
  • Van de berg der goden verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub,
  • van tussen de vlammende stenen.
  • Trots was uw hart op uw schoonheid –
  • met uw luister hebt gij ook uw wijsheid teniet doen gaan.
  • Ter aarde wierp Ik u neer."

 

De satan was eerst onberispelijk in zijn wandel, maar er werd onrecht, dat wil zeggen hoogmoed in hem gevonden, en daarom werd hij verbannen uit de plaats waar God woonde, en hij werd ter aarde geworpen. Wat er toen gebeurde wordt niet beschreven. Maar wanneer we uit het voorgaande weten dat de aarde zeer schoon is geweest toen God haar schiep, en er daarna een enorme "ramp" is gebeurd, dan kan het bijna niet anders, dan dat deze ramp is veroorzaakt door het verschijnen van satan op deze toenmalige prachtige aarde. Satan brengt alleen maar verderf, zonde, duisternis en ongehoorzaamheid voort, waarop altijd Gods oordeel volgt op een door Hem bepaalde tijd.

 

Nog een reden om aan te nemen dat de chaos die over de toenmalige kosmos kwam, door satan is veroorzaakt, is het feit dat we met zekerheid weten uit het Woord, dat door toedoen van satan ook de latere zondvloed over de aarde is gekomen. De satan heeft ook toen de mensheid tot zonde verleid, en omdat de mens in satan's vallen trapte, daarom speet het God dat hij de mens had geschapen, en werden alleen Noach en de zijnen bewaard. Hij, satan is de vader der leugen en brengt werkelijk uitsluitend dood en verderf, duisternis en chaos voort!

 

De (Her)Schepping vanaf Gen 1:3

Dan wordt dag na dag door God vorm gegeven aan het land en het water en de lucht en de zon en de maan. Het moet opvallen dat waar in Gen.1:1 staat dat God (aarde en hemelen) SCHIEP, het woord "scheppen" pas weer in Gen.1:21 en 27 en in Gen.2:3 + 4 wordt gebruikt.

 

God ‘schiep’ dus de aarde en de beide hemelen en (vers 21) alles wat in de zee zwemt en ‘wemelt’ en ook alles wat vliegt. God geeft ze allemaal de opdracht mee om vooral vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen. In vers 27 schept God de mens naar Gods beeld en gelijkenis.

 

Verder lezen we in Genesis 1:11 en 12: St Vert: "En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo." NBG51: "En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo."

 

St Vert: "En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was." NBG51: " En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was."

 

Het valt op dat God in vers 11 zegt: ’dat de aarde voortbrenge......... Hoe kan dat nou, zouden we ons kunnen afvragen. (hier staat niet "scheppen").

 

Er is maar één antwoord op die vraag en dat is dat de door God geschapen aarde uit Gen.1 een complete aarde was met alles erop en eraan; d.w.z. kompleet met bomen, struiken en misschien ook wel dieren. Dit zou ook kunnen verklaren waarom we in hele diepe aardlagen fossielen vinden van allerlei dieren en planten die we nu nog steeds kennen.

 

Het zou tevens verklaren dat we resten van Dinosauriërs, en resten van andere ons onbekende dieren vinden van kolossale afmetingen. Het zou al te simpel en naïef zijn om je ogen daarvoor te sluiten.

 

Er zijn ook sommigen die denken dat door de klimatologische omstandigheden vóór de zondvloed, die geheel anders waren dan dat wij ze nu kennen, de dieren die geweldige omvang kregen. Die heel andere omstandigheden zijn zeer waarschijnlijk wél de oorzaak van het bereiken van zeer hoge leeftijden van de mensen voor de zondvloed. Maar dan rijst welde vraag, waarom kennen wij die dieren nu niet meer? Wanneer die dieren in de tweede "ajoon" hadden geleefd, dan had Noach ze toch met hem in de ark genomen, en hadden wij ze gekend?

 

Ik zeg al deze dingen volstrekt niet om de wetenschappelijke vondsten en beweringen in harmonie met Gods Woord te brengen, of omgekeerd. Ik acht God tot de allergrootste dingen in staat, maar Hij Zelf heeft de Bijbel letter voor letter geïnspireerd, want Hij zegt in Zijn Woord: "Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken." (2 Petr 1:20-21)

 

God is in Zijn Woord altijd zeer uitvoerig en expliciet in alle dingen. Er is alle reden om aan te nemen dat een aarde die wellicht al eeuwen begroeid en bewoond was geweest, en die vervolgens (Gen 1:2a) woest en leeg WERD door een "katabole", en toen zij opdroogde nog miljoenen zaden en wortels bevatte, en met het licht dat God tot stand bracht, die zaden weer uitliepen en uitbotten. Dat had God in Zijn schepping zo ingebouwd in de natuur.

 

Dat uitbotten kan snel gaan vooral onder invloed van licht. Licht brengt leven! Ook b.v. tarwe zaad dat in piramides gevonden werd en duizenden jaren oud was ontkiemde moeiteloos m.b.v. water en licht.

 

God zorgde ervoor dat het water op één plaats samenstroomde, (vers 9) en dat ‘droge’ noemde Hij ‘aarde’, en die aarde spruitte uit met gras, kruid, zaadzaaiend en vruchtbare bomen. (vers 12)

En God zag dat het goed was!

 

Een prachtig voorbeeld van oud uitbottend zaad heb ik zelf meegmaakt. In het zuiden van Friesland ligt het Heegermeer. Aan de rand van dat meer ligt een plaatsje met de naam Woudsend. Heel oude overleveringen vertellen dat op de plaats van het Heegermeer vroeger een groot woud heeft gelegen, vandaar de oude naam Woudsend. Dat lag aan het einde van het woud. Nu wil het geval dat men in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, eilanden in de Heegermeer wilde maken. Men gebruikte daarvoor de grond van de bodem van het Heegermeer, dat opgespoten werd tot eilanden. Wat bleek? Spontaan groeiden op die eilanden bomen, die nooit geplant waren, en die ook in de omgeving niet voorkwamen. Het zaad daarvan was eeuwen in de grond bewaard, en kwam onder invloed van het licht tot wasdom.

 

Een schepping vóór Gen 1:1

Misschien zult u denken, wat krijgen we nou nog? Maar u leest het goed, er is inderdaad een schepping van vóór Gen 1:1, deze wordt in het eerste hoofdstuk van de Bijbel niet behandeld, maar uit de overige Schriften weten we dat, vóór God de zichtbare wereld schiep, door Hem de geestelijke wereld geschapen werd. Want in Job 38:7 hebben we gelezen dat de "morgensterren" en de "zonen Gods", juichten en jubelden op het moment dat God de hemel(en) en de aarde schiep. En om te kunnen juichen en jubelen moesten ze er wel zijn vóór Gen 1:1.

 

Eén van die morgensterren was satan, hij was één van de belangrijkste engelen in Gods Koninkrijk. Het zou voor de hand liggen dat satan meteen al over de schepping van Gen 1:1 regeerde. Op een gegeven moment werd satan hoogmoedig. Misschien is de prachtige geschapen aarde, die zoveel toonde van Gods Glorie en almacht, wel de reden geweest van satan's opstand tegen God, en hij wilde worden als God zelf. Samen met een derde van de hemel kwam hij in opstand tegen de Allerhoogste (zie o.a. Jes. 14, Ezech. 28 en Openb. 12:4).

 

Een daad met grote gevolgen. "Lucifer", de blinkende morgenster, werd satan, wat "tegenstander" betekent, en riep het oordeel van God over zich af. Hoewel het definitieve oordeel pas later zal worden uitgevoerd, kwam de aarde waarover satan regeerde toen wel onder het oordeel. Water vernietigde alles en de aarde werd chaotisch en leeg. Het werd er duister en de afgrond verscheen. Een afschuwelijke gebeurtenis, maar het is wel waarover Genesis 1:2 spreekt, waar staat: “De aarde nu werd…”

 

Slot

De aarde waarover in Genesis 1:1 gesproken wordt kan dus wel degelijk miljoenen of zelfs miljarden jaren oud zijn. Maar het kan ook veel korter zijn geweest. De Bijbel geeft ons daarover geen informatie. De bewering van "creationisten", zij die in de schepping geloven, en dat de aarde slechts 6000 jaar oud kan zijn, is dus onjuist. Zij zien de schepping van de aarde als het begin van de eerste dag. Vijf dagen ná deze bijzondere gebeurtenis is Adam geformeerd en dus kan de aarde volgens hen niet ouder zijn dan ongeveer 6000 jaar. Maar zoals we hebben gezien begint de eerste dag pas vanaf vers drie en is er in het vervolg van Genesis 1 sprake van een herschepping.

 

Ik ben me er terdege van bewust dat we als gelovigen geen compromis moeten sluiten om de Bijbel in overeenstemming te krijgen met de wetenschap. Dat is bij het schrijven van dit stuk ook nooit de bedoeling geweest. Dat zou de omgekeerde wereld zijn. Want niet de Bijbel moet in overeenstemming zijn met de wetenschap, maar de wetenschap moet in overeenstemming zijn met de Bijbel. Alles wat niet in overeenstemming is met Gods Woord, is onwaar. Alleen Gods Woord heeft volledige zeggenschap, en wij mogen ons ernaar uitstrekken, om te begrijpen wat door Zijn Geest is opgeschreven, waarbij het menselijk kunnen en begrijpen zijn beperkingen heeft, maar Gods Geest wil ons wel leiden in Zijn Waarheid! Het is natuurlijk prachtig dat de wetenschap de Bijbel kan bevestigen, maar wij hebben de wetenschap niet nodig om Gods Woord goed te verstaan.

 

Is het belangrijk te weten hoe oud de aarde is? Natuurlijk is dat van ondergeschikt belang. Maar het heeft alles te maken met een juist verstaan van Genesis. Het vertelt ons iets over onze geestelijke toestand. Want als wij denken dat God een ledige, chaotische en duistere aarde heeft geschapen, dan moeten wij Hem nog beter leren kennen. Want onze God is een God van Licht, en er is in Hem in het geheel geen duisternis! En wanneer God iets schept is dat onberispelijk, volkomen zuiver en volmaakt!

 

Bovenstaand schrijven beoogt zeker geen sluitende oplossing te zijn voor dingen betreffende de schepping en chronologie, die niet gemakkelijk door een mens te verklaren zijn, maar het wijst volgens mij in de richting waar de oplossing ligt.

 

Wat in de Bijbel staat hoeven we niet te verklaren of te bewijzen; we mogen het geloven als we dat willen en we dienen deze woorden recht te ‘snijden’ of te ‘verdelen’ (zie 2 Tim. 2:15)

 

Geloof in- en respect voor God de Schepper heeft niets met bewijzen of begrijpen te maken.

 

Het wonder van dood en opstanding van Christus en de gevolgen daarvan voor de mensheid d.w.z. voor u en mij zijn vele malen groter en geeft alle reden tot dankbaarheid.

 

De tegenwoordige aarde en hemelen zullen voorbijgaan, maar door genade mogen wij weten, dat wij zijn gezet met Christus in een hemel, die nooit voorbij zal gaan, en die al bestond voordat alles door God gemaakt werd. Wij zijn in Christus gezet "ver boven alle hemelen" (Ef 4:10). Wij zijn in Christus uitverkoren vóór de nederwerping der kosmos (Ef 1:4). En ook al is satan nu "de overste van de macht der lucht", wij hoeven voor hem niet te vrezen, omdat wij een geweldige wapenrusting hebben gekregen, waarmee we zelfs al de brandende pijlen van de boze zullen kunnen doven! (Ef 6)

 

De aarde was en is en zal het slagveld zijn, waar het conflict van alle eeuwen (ajonen) zal worden uitgevochten. Maar dank zij het Woord, dat wij van harte mogen geloven, weten wij alreeds de uitslag, namelijk dat onze Heiland, Christus Jezus de Heere nu alreeds de overwinning heeft behaald. Satan meent nog een slag te zullen slaan in de eindtijd, waar hij dán rond zal gaan als een briesende leeuw. Maar hij heeft geen inzicht, omdat hij geen geestelijke bril op heeft, en daarom ten verderve zal gaan. Christus zal triomferen!

 

Wanneer we ons dan hebben beziggehouden met de uitdrukking "de nederwerping der aarde", en hetgeen nedergeworpen is in Gen 1:2, dan ontdekken wij dat een "heirleger" op de aarde werd nedergeworpen en daar de nederlaag leed, nadat zij tegen God in opstand waren gekomen. Wij ontdekken dat dit de oorzaak is, waarom de schepping van Gen 1:1 in een chaos veranderde, en de aarde het aanzien gaf van een slagveld, zoals beschreven is in Gen 1:2. Maar vanaf den beginne heeft God reeds de overwinning behaald, en tot het einde toe zal Hij zegevieren!

 

Onze grote God en Vader had u en mij zó lief dat hij Zijn enige Zoon naar deze verdorven wereld zond, om de prijs te betalen, die wij nooit zouden kunnen betalen. Hem zij alle dank en eer!

 

Gebruikte Bijbel vertalingen:

  • NBG51
  • Staten Vertaling
  • ISA Interlinear Scripture Analyzer (Hebr en Griekse grondtekst)
  • Gebruikte lectuur: Citaten uit Text Vision Nr. 21.

 

Bert Boersma februari 2009 boersmaklm@hetnet.nl

 

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk