Bijbelstudie "Van Feest tot Feest"

Van Feest tot Feest

Inhoud

Inleiding..................................................................

Deel 1

De Bijbel is geen “Kaartenhuis”.....................................

 

De Feesten des Heeren (alle zeven op een rij)....................

 

Het derde Feest........................................................

Deel 2

Het vierde Feest........................................................

 

Het vijfde Feest........................................................

 

De Dienst van Aäron...................................................

 

De Achtste Dag..........................................................

 

Alle Feesten in een schema...........................................

 

Gaat ons leven van Feest tot Feest?.................................

Deel 3

Het Pascha..............................................................

 

Het Feest van de ongezuurde Broden...............................

 

Het Feest van de Eerstelingsgarve...................................

Deel 4

Het Feest van de Eerstelingsbroden.................................

 

Gods Leiding door Zijn Geest.........................................

Deel 5

Een volle Agenda?......................................................

Deel 6

De twee Broden.........................................................

 

De voleinding der Wereld.............................................

Deel 7

Wat is de voleinding der wereld?....................................

 

De voleinding der wereld is de oogst................................

 

Twee Oogstfeesten....................................................

 

Drie Zonen...............................................................

Deel 8

De Suntaleia.............................................................

 

Het Loofhuttenfeest...................................................

God zorgt................................................................

Opgaan naar “Jeruzalem”............................................

 

Deel 9

Nogmaals: Het Loofhuttenfeest......................................

 

Hoe lezen wij?..........................................................

Deel 10

Schema: Bijbelboeken-Geadresserden-Boodschap................

 

Drie Fasen van het Geloofsleven.....................................

Deel 11

De Kinderkens...........................................................

 

De Jongelingen.........................................................

 

De Vaders................................................................

 

Onze loopbaan..........................................................

Deel 12

 

 

 

 

Van Feest tot Feest (deel 1)

Deze bijbelstudie zal gaan over de Feesten des Heeren, die op door de Heere gezette tijden door Israël moesten worden gevierd. We zullen gaan “van Feest tot Feest”, wat ook de titel van deze bijbelstudie is. Het zal hoop ik, een bijbelstudie worden, die laat zien wat de Feesten voor Israël betekenden, en ook wat de Feesten in profetisch perspectief betekenen, maar vooral, en dat is voor ons allemaal het belangrijkste, wat die Feesten des Heeren voor ons persoonlijk, en voor ons persoonlijk geloofsleven betekenen. We zullen zien dat ook onze wandel in Christus, een gaan van Feest tot Feest mag zijn.

 

Inleiding

Lev 23:1-4

  • De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: De feesttijden des HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn mijn feesttijden. Zes dagen mag arbeid verricht worden, maar op de zevende dag zal er een volkomen sabbat zijn: een heilige samenkomst; generlei arbeid zult gij verrichten, het is een sabbat voor de HERE in al uw woonplaatsen. Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd.”

 

Het is natuurlijk de moeite waard om het hele hoofdstuk te lezen, waar je van het ene feest naar het ander wordt gevoerd.

We zullen in deze bijbelstudie ontdekken, dat Leviticus 23, maar niet alleen Leviticus 23, want er zijn nog meer hoofdstukken, die over de feesttijden des Heeren spreken, maar we zullen zien dat Leviticus 23 een prachtig hoofdstuk is, en dat ook de feesten des Heeren een prachtig thema is.

 

Heel veel dingen uit het Oude Testament zijn als een schaduw van datgene wat nog komen moet. Anders gezegd: Heel veel zaken uit het Oude Testament hebben een profetische betekenis, en zullen in de toekomst hun vervulling krijgen. Wanneer we naar de Feesten des Heeren kijken, dan ontdekken we dat er totaal zeven Feesten zijn. God heeft op de kalender van Israël zeven Feesttijden gezet, en het is merkwaardig dat die zeven Feesten tegelijkertijd een voorafschaduwing zijn van belangrijke profetische gebeurtenissen, maar tegelijkertijd zijn die Feesten voor ons een voorafschaduwing, van hoe wij persoonlijk door Christus Jezus in ons leven van Feest tot Feest worden gevoerd.

 

Ook spreekt bijna alles in het Oude testament van de komende Messias, en van de heilsfeiten, die Christus tot stand zal brengen, en reeds deels in Hem tot stand zijn gebracht. Zo zijn de tabernakel, de offeranden, de rituelen, de instelling van het Oude Verbond, en ook die zeven Feesten stuk voor stuk heenwijzingen, afschilderingen van de Volheid en het Wezen dat in Christus openbaar is geworden.

 

En zo zijn de zeven Feesten op de Joodse kalender eigenlijk voorafschaduwingen van alle grote heilsfeiten, waarvan er vier zijn vervuld, en waarvan er nog drie vervuld moeten worden.

Je zou ook kunnen zeggen, alle waarheden, feiten, zaken en gebeurtenissen in het Oude Testament wijzen vooruit, en bevestigen eigenlijk het geweldige heilsplan van God, wat God in Zichzelf heeft voorgenomen reeds vóór de nederwerping der kosmos, of zoals een andere vertaling het zegt, van vóór de grondlegging der wereld (Hebr 4:3 en 1 Petr 1:20).

 

Dat geweldige heilsplan van God, of zoals het in Efeze 3:11 wordt genoemd, dat “eeuwig voornemen” van God heeft Hij gemaakt in Christus Jezus, onze Heere. Zo zegt de Staten Vertaling het, en het is eigenlijk best wel bijzonder dat de NBG heeft vertaald, dat God Zijn “eeuwig voornemen in Christus Jezus heeft uitgevoerd.” Zo zien we dat vertalingen elkaar soms mooi kunnen aanvullen, want in dit geval zijn beide vertalingen waar: God heeft Zijn voornemen in de beginne gemaakt in Christus, maar God heeft Zijn voornemen daarna ook uitgevoerd in Christus, en zal voorzover dat nog in de toekomst ligt, Zijn plannen ook volmaken in de toekomst in Christus!

Overigens is het beter te spreken over Gods “plan der eeuwen (aionen)”, want dat is een betere vertaling uit de grondtekst voor het “eeuwig voornemen”.

 

Dat “Plan der eeuwen” bevat ook voor gelovigen overweldigend veel genade, en ook die genade is ons reeds gegeven vóór de tijden dat de eeuwen begonnen, in Christus Jezus. (2 Tim 1:9). Dus voordat alles een aanvang nam, had God reeds in Zichzelf besloten de rijkdom van genade, die Hij aan gelovigen wilde geven. Dat zegt het Woord!

En in deze bijbelstudie zullen we mogen ontdekken, dat ook in de Feesten voor Israël, waarvan God de tijden heeft bepaald, ontzettend veel rijkdom en genade voor ons zit opgesloten.

 

De Bijbel is geen “Kaartenhuis”

We moeten nooit vergeten dat de Bijbel niet zomaar een boek is van allemaal losse teksten. En zo'n losse tekst is misschien geschikt voor een predikant of een dominee, om een stichtelijk woord te spreken, maar om echt Bijbelstudie te doen hebben we het gehele complete Woord van God nodig. Het Woord is één geheel, één openbaring van één machtig heilsplan, wat begint in Gen 1, en wat eindigt in Openbaring 22. En je kunt er niets van missen, anders valt de hele boel uit elkaar.

Kaartenhuis

 

U hebt vast wel eens een kaartenhuis gebouwd. Op de foto ziet u zo'n kaartenhuis. En eigenlijk is het wel spannend om zo'n kaartenhuis te bouwen. Dat kan niet snel, dat moet rustig gebeuren, en alle kaarten moeten goed op hun plaats staan. En wanneer na veel geduld eindelijk de toren van alle kaarten compleet overeind staat, en we halen één van de onderste kaarten er voorzichtig onderuit, wat denk u dat er dan gebeurt? Dan stort de hele boel in elkaar, en dan blijft er niets van het “bouwwerk” over.

 

We weten dat Gods Woord uit 66 boeken is samengesteld. En gelukkig is de Bijbel niet een kaartenhuis wat in kan storten, want het Woord ligt onwrikbaar vast in God zelf! Maar dit is wel wat er heden ten dage heel vaak gebeurd met Gods Woord door toedoen van mensen, want er zijn soms theologen, die zeggen, dat éne boek Genesis, dat fundament, dat kun je er best wel onderuit trekken, en dan blijft de hele boel wel overeind. We weten wel beter, want als we één kaart onderaan verwijderen, dan stort de hele boel in elkaar.

 

Anderen zeggen: “En of je nou wel of niet gelooft in de maagdelijke geboorte van de Heere Jezus, dat maakt toch niets uit? Daarmee blijft Jezus toch een hele bijzondere man?” Ook dat is een leugen van de bovenste plank, want daardoor is Christus dan opeens niet meer de Zoon van God, maar dan is hij uit Adam geboren, en is Hij nét zo zondig als wij allemaal, en dan zouden wij onze Verlosser kwijt zijn. Ziet u, broeders en zusters, wat één zo'n leugen teweeg brengt? Dan stort werkelijk alles in elkaar.

 

Ik vraag mij wel eens af, hebben deze mensen ooit wel geleerd om werkelijk hun Bijbel te lezen? En ik vraag me ook af of zulke mensen wel geloven, of anders gezegd, of zulk soort mensen wel wederom geboren zijn, of ze Christus echt wel kennen.

Want laten we wel eerlijk zijn, als je wedergeboren bent, dan heb je in ieder geval de Geest van God gekregen, een Geest die de dingen van God onderzoekt en onderscheid. Want wat voor de natuurlijke mens verborgen is, dat is voor de geestelijke mens geopenbaard. En wat voor de wijze en verstandige verborgen is, dat is voor de kinderkens, dat zijn wederom geboren mensen, geopenbaard.

 

En is het niet zo, dat een eenvoudig mens, misschien helemaal niet intellectueel ontwikkeld, maar als hij wedergeboren is, dan heeft hij meer verstand van Gods Woord, dan een professor in de theologie, die niet wedergeboren is. Daarom durf ik te zeggen, dat welke theoloog, of godgeleerde dan ook, welke universitaire graad hij ook mag hebben, als hij niet wedergeboren is, dan hebben al zijn uitspraken, en al zijn ideeën geen enkele waarde.

 

Het Woord van God alleen is gezaghebbend, en door heel het Woord, van Genesis tot en met Openbaring, leren we heel nauwkeurig Gods heilsplan en de volvoering daarvan kennen. Alles is van waarde, ook Leviticus 23, waar we in deze bijbelstudie mee aan de slag gaan.

Sommige mensen, die aan tafel de Bijbel lezen, komen na Genesis en Exodus bij Leviticus terecht, en dan wordt het toch wel wat saai, vinden ze, en dan slaan ze Leviticus maar over. Dat is wel begrijpelijk, maar we moeten Leviticus juist wél lezen, en ook Leviticus 23 moeten we lezen in het licht van het N.T. En als we het licht van het N.T. over Lev 23 laten schijnen, dus wanneer we Lev 23 plaatsen in de context van het N.T., dan ontdekken we dat Lev 23 een schatkamer is in de Bijbel, heel geweldig en heel mooi, en dan ontdekken we wat die Feesttijden des Heeren ons nou werkelijk te zeggen hebben. En dat gaan we nu samen proberen te doen. De deuren van de schatkamer, genaamd Leviticus, open breken, en nog mooier, ons de schatten uit die schatkamer toeëigenen.

 

De Feesten des Heeren

 

Eerst even alle zeven Feesten op een rij:

 

  1. In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de HEERE” (Lev 23:5)

  2. En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.” (Lev 23:6)

  3. En de HERE sprak tot Mozes: 10 Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer gij komt in het land dat Ik u geef, en de oogst daarvan binnenhaalt, dan zult gij de eerstelingsgarve van uw oogst naar de priester brengen, 11 en hij zal de garve voor het aangezicht des HEREN bewegen, opdat gij welgevallig zijt; daags na de sabbat zal de priester die bewegen.” (Lev 23:10-11)

  4. Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn; 16 tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult gij een nieuw spijsoffer de HERE brengen. 17 Uit uw woonplaatsen zult gij twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de HERE” (Lev 23:15-17)

  5. In de zevende maand, op de eerste der maand, zult gij een rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst. 25 Generlei slaafse arbeid zult gij verrichten en gij zult de HERE een vuuroffer brengen.” (Lev 23:24-25)

  6. En de HERE sprak tot Mozes: 27 Maar op de tiende van die zevende maand is de Verzoendag; een heilige samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen en de HERE een vuuroffer brengen. 28 Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HERE, uw God.” (Lev 23:26-28)

  7. En de HERE sprak tot Mozes: 34 Spreek tot de Israëlieten: Op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest voor de HERE, zeven dagen lang. 35 Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. 36 Zeven dagen zult gij de HERE een vuuroffer brengen; op de achtste dag zult gij een heilige samenkomst hebben en de HERE een vuuroffer brengen; het is een feest, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.” (Lev 23:34-36)

 

Daarna lezen we:

  • Dit zijn de feesttijden des HEREN, waarop gij heilige samenkomsten zult uitroepen.”

 

Die zeven Feesten zijn illustraties van belangrijke heilsfeiten. Heilsfeiten die reeds vervuld zijn, of heilsfeiten, die nog vervuld moeten worden. We moeten goed beseffen dat er staat: “feesttijden des Heeren”, dat betekent, dat het Zijn Feesten zijn!

Het eerste Feest wat we vinden op de Joodse kalender, is het Pascha, wat gevierd werd in de eerste maand:

  • In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het Pascha voor de HERE.” (Lev 23:5)

 

Dat is het eerste feest, het Pascha, daarna, dat zit aan het Pascha vast, komt gelijk het Feest van de ongezuurde broden, dat is het tweede Feest, waar je van leest in vers 6:

  • En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.” (Lev 23:6)

 

Dus het Pascha, dat duurde maar één dag, en daarna volgde direct, dat zat er aan vast, het Feest van de ongezuurde broden, en dat was nota bene een feest van zeven dagen lang.

En daarna kreeg je het derde Feest, dat is het Feest van de eersteling, de eerstelingsgarve, de eerstelingsschoof. Dat lezen we in Lev 23:9-11.

 

Dat was eigenlijk de eerste garve, de eerste schoof, de eersteling, de eerste rijpe korenaren, die de boer van zijn land haalde, die was niet voor hemzelf, maar die was voor de Heere. En daar ging hij mee naar de tempel, en dan moest de priester de eerstelingsgarve heen en weer bewegen voor het aangezicht van de Heere. Op en neer, hemelwaarts gericht.

 

Het vierde Feest is een Feest wat eigenlijk direct begon bij het feest van de eerstelingsgarve, want direct daaraan vast, begon het Feest der weken, een langdurig Feest, want het Feest der weken duurde totaal zeven weken, oftewel 49 dagen. Dus vanaf het moment van het Feest van de eerstelingsgarve, begon gelijk het Feest der weken van totaal 49 dagen. Zeven weken, dat zijn 49 dagen, en als je daar dan nog één dag erbij optelde, dan had je de 50ste dag. En de 50ste dag spreekt van “penta”, dan is het de Pinksterdag. Daarvan lezen we in Lev 23:15-17.

 

Deel 2 volgt DV

Bert Boersma Augustus 2011 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Van Feest tot Feest (deel 2)

De vorige keer hebben we de eerste vier Feesten kort behandeld.We hebben gezien dat het derde Feest begon met een beweegoffer, namelijk van die eerste garve, die eerste korenschoof, die door de priester op en neer werd bewogen voor de Heere.

Toen ik over dit feest van de eerstelingsgarve nadacht, gingen mijn gedachten naar Simeon in de tempel. Daar waren Jozef en Maria met de Heere Jezus.

En dat was niet bij de besnijdenis van de Heere Jezus, toen de Heere acht dagen oud was, want dat wordt er vaak gezegd, maar toen de Heere Jezus ongeveer 6 weken oud was, in ieders geval 41 (8 + 33) dagen.

 

God had opdracht gegeven:

  • De eerstgeborene van uw zonen zult gij Mij geven. Evenzo zult gij doen met uw runderen en met uw kleinvee: zeven dagen zullen zij bij de moeder blijven, op de achtste dag zult gij ze Mij geven.” (Ex 22:29).

 

Jozef en Maria voerden die opdracht van God uit, die Hij aan Mozes had gegeven, maar er staat niet dat dit in de tempel gebeurde:

  • En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jezus, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.”

 

Daarna was volgens de wetten voor de reiniging der kraamvrouwen, Maria na de besnijdenis nog 33 dagen onrein, daarom lezen we ook in Lukas 2

  • En toen de dagen harer reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen, gelijk geschreven staat in de wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here, en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.” (Lukas 2:22-24). (We lezen over deze reinigingswetten in Lev 12).

 

En bij die gelegenheid was er in de tempel “een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de heilige Geest was op hem.” ( Lukas 2:25). Prachtig om te lezen dat er iemand was, die de “Vertroosting” van Israël verwachtte!

 

Het vierde Feest eindigde ook met een beweegoffer, namelijk van twee Pinksterbroden, die uiteindelijk voor de Heere waren. Nadat de oogsttijd van zeven weken voorbij was, had het volk feest gevierd, want de Heere had overvloed gegeven in een land vloeiende van melk en honing. En wanneer al het graan binnen was gehaald, dan bakte men daar brood van, en dan waren weer die eerste twee broden daarvan voor de Heere. En de priester nam die twee pinksterbroden, en weer met een hef-offer werden die broden als het ware de Heere geofferd. Het Pinksterfeest.

 

Na die eerste vier Feesten gebeurde er een hele lange tijd niets, in de vierde maand niets, in de vijfde maand niets, en in de zesde maand waren er totaal geen Feesten. Maar daarna kwam er de zevende maand, wederom een Feestmaand na die lange tussenperiode, dat er geen Feesten werden gevierd. En in zevende maand van het godsdienstige jaar van Israël hoorde je opeens de bazuin schallen. Heel Israël werd daardoor opgewekt om zich te verzamelen voor het Feest des Heeren. Dan was er bazuingeschal door heel het land Israël, door heel het land Kanaän, en de mensen werden als het ware opgeroepen: Verzamel je!

 

Dat vijfde Feest noemen ze ook: Het Feest der bazuinen. Bazuingeschal klonk na een hele lange tijd, dat je niks hoorde, en er ook geen feesten werden gevierd. Dat lezen we in Lev 23:23:

  • En de HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten: In de zevende maand, op de eerste der maand, zult gij een rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst. Generlei slaafse arbeid zult gij verrichten en gij zult de HERE een vuuroffer brengen.” (Lev 23:23-25)

 

Daarna kreeg Israël 10 dagen de tijd om zich te verzamelen in Jeruzalem. En na die 10 dagen, wanneer het volk Israël zich had verzameld in Jeruzalem om het Feest des Heeren te vieren, dan brak op de tiende dag van de zevende maand de Verzoendag aan:

  • Maar op de tiende van die zevende maand is de Verzoendag; een heilige samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen en de HERE een vuuroffer brengen. Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HERE, uw God. Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten. Ieder die enige arbeid verricht op die dag, zal Ik verdelgen uit het midden van zijn volk.” (Lev 23:27-30).

 

Mozes zegt hier nogal wat tegen de Israëlieten. Je gaat feestvieren of niet, en als je niet gaat Feestvieren, als je niet op het Feest komt, en je verootmoedigd je niet, en wanneer je niet vrolijk bent, dan hoor jij hier niet thuis. Dan wordt je uitgeroeid, daar stond de doodstraf op. Dat is nogal wat. Dus iemand met een lang gezicht die moest oppassen. Er moest Feest worden gevierd. Het zijn Mijn Feesttijden, zegt de Heere, niet uw Feesttijden, het zijn Mijn Feesttijden, het zijn Feesten des Heeren.

 

Eigenlijk zegt de Heere: “Ik wil Feest vieren, en Ik wil geen lange gezichten zien.” Dát is de boodschap van de Heere. En als dan die grote dag, de grote Verzoendag, werd gevierd, dan was dat allemaal best wel spannend. De Hogepriester Aäron zou in het Heiligdom gaan, en nadat de Verzoening door de Heere was aanvaard, zou hij weer naar buiten komen. Dat waren toch wel spannende momenten, en om daar een goed beeld bij te krijgen moeten we eigenlijk een groot gedeelte van Leviticus 16 lezen, waar deze gebeurtenissen van de verzoendag uitvoerig worden behandeld:

 

We lezen in Lev 16 op welke manier Aäron het heiligdom binnen moest gaan, en ook hoe Aäron gekleed moest gaan:

  • Slechts op deze wijze zal Aäron het heiligdom binnengaan: met een jonge stier ten zondoffer en een ram ten brandoffer. Het heilige linnen onderkleed zal hij aantrekken en een linnen broek zal over zijn vlees zijn en met een linnen gordel zal hij zich omgorden en een linnen tulband zal hij zich ombinden; dit zijn heilige klederen, die hij zal aantrekken, nadat hij zijn lichaam in water gebaad heeft.” (Lev 16:3-4)

 

Dit was eigenlijk wel bijzonder. Want in het dagelijks leven droeg de Hogepriester hele andere prachtige weelderige klederen, waarvan we een beschrijving vinden in Exodus 39. Maar voor zijn taak op de grote verzoendag moest hij eenvoudig in linnen gekleed in het Heilige der Heiligen binnengaan. Dit “linnen” spreekt van zuiverheid en reinheid en heiligheid.

 

Enkele voorbeelden van die linnen kleding in de Bijbel:

  • In Openbaring 15 lezen we bijvoorbeeld over de zeven engelen met zeven plagen, die uit de hemelse tempel kwamen, en ook die dragen “rein en blinkend linnen” (Open 15:6).
  • En in Openbaring 19 lezen we over de bruiloft van het Lam, “en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.” (Open 19:7-8).
  • En in datzelfde hoofdstuk lezen we ook over “de heerscharen, die in de hemel zijn, (en die) volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen.” (Open 19:14).
  • Het mag duidelijk zijn dat de linnen klederen, waarmee de Hogepriester op de grote verzoendag het Heilige der Heilige binnen ging, van hemelse heiligheid spreekt. Het was onmogelijk om met andere kleding het Heilige der Heiligen binnen te gaan.

 

We lezen verder in Leviticus 16:

  • En van de vergadering der Israëlieten zal hij (Aäron) twee geitebokken ten zondoffer en één ram ten brandoffer nemen. Dan zal Aäron de stier van zijn eigen zondoffer brengen en verzoening doen voor zich en zijn huis. Hij zal de twee bokken nemen en ze voor het aangezicht des HEREN stellen bij de ingang van de tent der samenkomst, en Aäron zal over de beide bokken het lot werpen; één lot voor de HEERE, en één lot voor Azazel.” (Lev 16:5-8)

 

In modern Hebreeuws betekent 'ga naar azazel' zoiets als 'val dood'. Voorwerpen die naar 'azazel' zijn gegaan, zijn onherstelbaar kapot. En tijd, geld of moeite die naar 'azazel' gingen, zijn verloren. Kortom, azazel heeft steeds een negatieve betekenis, maar ook een betekenis, dat er iets is weggedaan.

  • Dan zal Aäron de bok waarop het lot voor de HERE gevallen is, brengen en hem ten zondoffer bereiden. Maar de bok waarop het lot voor Azazel gevallen is, zal men levend voor het aangezicht des HEREN stellen, om daarmee verzoening te doen, door hem voor Azazel de woestijn in te zenden. Dan zal Aäron de stier van zijn eigen zondoffer brengen en verzoening doen voor zich en zijn huis; hij zal de stier van zijn eigen zondoffer slachten. En hij zal een pan vol gloeiende kolen van het altaar voor het aangezicht des HEREN nemen en zijn handen vullen met fijngestoten welriekend reukwerk en dat alles brengen binnen het voorhangsel. Dan zal hij het reukwerk op het vuur leggen voor het aangezicht des HEREN, zodat de wolk van het reukwerk het verzoendeksel dat op de getuigenis ligt, bedekt, opdat hij niet sterve. Dan zal hij een deel van het bloed van de stier nemen en dat met zijn vinger sprenkelen op het verzoendeksel, aan de voorzijde; en vóór het verzoendeksel zal hij zevenmaal dat bloed met zijn vinger sprenkelen. Dan zal hij de bok van het zondoffer, voor het volk bestemd, slachten en zijn bloed naar binnen, achter het voorhangsel brengen, en met dat bloed doen, zoals hij met het bloed van de stier gedaan heeft: hij zal het op het verzoendeksel en vóór het verzoendeksel sprenkelen. Zo zal hij verzoening doen over het heiligdom om de onreinheden der Israëlieten en om hun overtredingen in al hun zonden; aldus zal hij doen met de tent der samenkomst, die bij hen verblijf houdt te midden van hun onreinheden.” (Lev 16:9-16)

 

Dit alles duurde nogal enige tijd, want wat moest Aäron allemaal doen in de tabernakel?

  1. hij moest een pan vol gloeiende kolen van het altaar in de voorhof nemen en zijn handen vullen met fijngestoten welriekend reukwerk en dat alles brengen binnen het voorhangsel in het Heilige.

  2. Hij moest het reukwerk met het vuur, die gloeiende kolen, leggen op het reukofferaltaar in het Heilige, zodat de wolk van het reukwerk niet alleen het Heilige, maar ook het verzoendeksel dat op de getuigenis ligt in het Heilige der Heiligen bedekte, opdat hij niet sterve. Dus de wolk van het reukwerk, ontstaan in het Heilige, moest ook het verzoendeksel in het Heilige der Heiligen bedekken. Want dat Heilige der Heiligen was de verblijfplaats van God. Net zoals we in Ezra acht keer lezen over het Huis van God, en dat Hij in Zijn huis in Jeruzalem woont. Zo woonde God in die tijd in de tabernakel te midden van Zijn volk. En God is een heilig God. Toen Mozes bij de Heere op de berg was, vroeg Mozes aan de Heere: “Doe mij toch uw heerlijkheid zien.” (Ex 33:18). Toen zei de Heere: “Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.” (Ex 33:20). Die wolk, veroorzaakt door het vuur en het reukwerk, in het Heilige, en die zelfs doordrong tot in het Heilige der Heiligen, was om Aäron te beschermen, daarom staat er “opdat hij (Aäron) niet sterve.”

  3. Dan zal Aäron een deel van het bloed van de stier nemen en dat met zijn vinger sprenkelen op het verzoendeksel, aan de voorzijde; en vóór het verzoendeksel zal hij zevenmaal dat bloed met zijn vinger sprenkelen. (Lev 16:14)

  4. Dan komt Aäron weer naar buiten om de bok van het zondoffer, voor het volk bestemd, te slachten op het brandoffer-altaar, wat in de voorhof staat. En het bloed van die bok brengt hij ook naar binnen, achter het voorhangsel in het Heilige der Heiligen, en hij doet met dat bloed, zoals hij met het bloed van de stier gedaan heeft. Hij zal ook het bloed van de bok op het verzoendeksel en zevenmaal vóór het verzoendeksel sprenkelen. En dit alles gebeurde omhuld door de wolk ontstaan op het reukofferaltaar in het Heilige. De wolk, die de heiligheid des Heeren bedekte.

 

Tot zover hebben gelezen welke dienst de Hogepriester moest verrichten in de tabernakel. Maar de ceremonie was nog niet klaar, we lezen verder:

  • Geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, wanneer hij daar binnengaat om in het heiligdom verzoening te doen, totdat hij (Aäron) naar buiten komt en verzoening gedaan heeft voor zichzelf, voor zijn huis en voor de gehele gemeente Israëls. Dan zal hij naar buiten gaan naar het altaar, dat voor het aangezicht des HEREN staat, en daarover verzoening doen; hij zal van het bloed van de stier en van het bloed van de bok nemen en dat rondom aan de horens van het altaar (in de voorhof) strijken. Dan zal hij daarop met zijn vinger zevenmaal van het bloed sprenkelen en het reinigen en heiligen van de onreinheden der Israëlieten. Wanneer hij de verzoening van het heiligdom en van de tent der samenkomst en van het altaar voleindigd heeft, dan zal hij de levende bok brengen, en Aäron zal zijn beide handen op de kop van de levende bok leggen en over hem al de ongerechtigheden der Israëlieten en al hun overtredingen in al hun zonden, belijden; hij zal die op de kop van de bok leggen en die door iemand, die daarvoor gereed staat, naar de woestijn laten brengen. Zo zal de bok al hun ongerechtigheden op zich dragen naar een onvruchtbaar land, en hij zal die bok in de woestijn vrijlaten.” (Lev 16:17-22)

 

  • Daarna zal Aäron naar de tent der samenkomst komen en de linnen klederen uittrekken, die hij aangetrokken had, toen hij het heiligdom binnenging, en zal ze daar laten liggen. Hij zal zijn lichaam in water baden op een heilige plaats en zijn gewone klederen aantrekken; dan naar buiten gaan en zijn brandoffer en het brandoffer van het volk bereiden en verzoening doen voor zich en voor het volk. En het vet van het zondoffer zal hij op het altaar in rook doen opgaan. Hij nu, die de bok voor Azazel weggebracht heeft, zal zijn klederen wassen, zijn lichaam in water baden en daarna in de legerplaats komen. En de stier van het zondoffer en de bok van het zondoffer, waarvan het bloed gebracht werd om verzoening te doen in het heiligdom, zal men buiten de legerplaats brengen en hun huid, hun vlees en hun mest met vuur verbranden. Wie dat verbrandt, zal zijn klederen wassen, zijn lichaam in water baden en daarna in de legerplaats komen.” (Lev 16:23-28)

 

  • Dit zal u tot een altoosdurende inzetting zijn: in de zevende maand op de tiende der maand zult gij u verootmoedigen en generlei werk doen, zomin de geboren Israëliet als de vreemdeling, die in uw midden vertoeft. Want op deze dag zal over u verzoening gedaan worden, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij gereinigd worden voor het aangezicht des HEREN. Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen, het is een altoosdurende inzetting. En de verzoening zal de priester doen, die men gezalfd heeft en die men gewijd heeft, om in zijns vaders plaats het priesterambt te bekleden; hij zal de linnen klederen, de heilige klederen, aantrekken; het heilige der heiligen zal hij verzoenen, ook de tent der samenkomst en het altaar zal hij verzoenen, en over de priesters en het ganse volk der gemeente verzoening doen. En dit zal u een altoosdurende inzetting zijn, ten einde verzoening te doen over de Israëlieten om al hun zonden, eenmaal in het jaar. En hij deed, zoals de HERE Mozes bevolen had.” (Lev 16:29-34).

 

Dit was een lang stuk uit Gods Woord over de grote verzoendag, maar het maakt wel duidelijk dat alles zeer zorgvuldig moest gebeuren, volstrekt volgens de richtlijnen door God zelf aan Mozes gegeven.

 

Vol verwachting keek Israël dan uit of God dat offer zou aanvaarden, en of de Hogepriester weer terug zou komen uit het Heilige, en dat hij zich zou omkleden. De Hogepriester kon dan zijn prachtige hogepriesterlijk kleed weer aandoen, dat was een prachtig kleed, zelfs met belletjes aan de zomen van zijn kleed. Het was alsof je aan het geluid van de belletjes kon horen, dat God het offer had aanvaard van de zondebok, wanneer de Hogepriester verscheen in vol ornaat, en zich vertoonde aan het volk. Dan was er een geweldig gejuich vanwege de verlossing, die de Heere had gegeven.

 

En als antwoord op die verlossing, die verzoening die op de tiende dag was gedaan, vierde men dan (vijf dagen later) zeven dagen lang het Loofhuttenfeest. Niet één dag, nee, ze gingen zeven dagen lang het Loofhuttenfeest vieren. Dat lezen we in Leviticus 23:

  • En de HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten: Op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest voor de HERE, zeven dagen lang. Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. Zeven dagen zult gij de HERE een vuuroffer brengen; op de achtste dag zult gij een heilige samenkomst hebben en de HERE een vuuroffer brengen; het is een feest, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. Dit zijn de feesttijden des HEREN, waarop gij heilige samenkomsten zult uitroepen, om de HERE een vuuroffer te brengen:” (Lev 23:33-37)

 

De Achtste Dag

En we zouden misschien denken, mooi, prachtig, dan wordt er weer zeven dagen Feest gevierd, en dan zijn de Feesten helemaal voorbij, maar dat was niet zo, en het is prachtig om te lezen, dat er nog een achtste dag achteraan kwam, zo had de Heere het ingesteld. Want het getal acht is in het Woord het getal van het nieuwe begin.

Het geeft aan dat na de zevende dag, de rustdag, en een nieuw begin volgt. Het geeft aan dat na de zeven dagen van 1000 jaar, na de 1000 jarige regering van Christus, nog een achtste dag, nog een “eeuw” volgt, waarin God alles en allen in Hemzelf zal plaatsen.

Een geweldige “eeuw” zal dat zijn, een eeuw waarin er geen ongeloof meer zal zijn. Er zal geen nacht meer zijn, het zal altijd licht zijn, want de Here God zal alles verlichten. (Openb 22:5)

 

Geschiedkundig leven wij aan het einde van de zesde dag van 1000 jaar, en de zevende dag staat voor de deur. Wij moeten ons niet bezig houden met jaartallen en data, want die zijn door God vastgelegd en bepaald. Maar we weten dat de zevende dag voor de deur staat, en dan komt Christus terug om het Koningschap over het volk Israël op Zich te nemen, 1000 jaar lang, waarna de achtste dag volgt, waarin God alles in allen zal zijn!

 

En zo zien we ook, dat als het Loofhuttenfeest is gevierd, dat er dan nog een achtste dag komt, een dag van het nieuwe begin. Achter de rust, die over Israël zal komen in de toekomst van het Loofhuttenfeest, zal dan nog die achtste dag zal komen van de nieuwe schepping, een nieuw begin, een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, waarin God woont en gerechtigheid is. Over die achtste dag lezen we in het verdere van Lev 23:

  • Doch op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer gij de opbrengst van uw land inzamelt, zult gij zeven dagen het feest des HEREN vieren; op de eerste dag zal er rust zijn en op de achtste dag zal er rust zijn. Op de eerste dag zult gij vruchten van sierlijke bomen nemen, takken van palmen en twijgen van loofbomen en van beekwilgen, en gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht van de HERE, uw God, zeven dagen lang. Gij zult het als een feest des HEREN vieren zeven dagen in het jaar, een altoosdurende inzetting voor uw geslachten; in de zevende maand zult gij het vieren. In loofhutten zult gij wonen zeven dagen; allen die in Israël geboren zijn, zullen in loofhutten wonen, opdat uw geslachten weten, dat Ik de Israëlieten in hutten heb doen wonen, toen Ik hen uit het land Egypte leidde: Ik ben de HERE, uw God. Zo maakte Mozes de feesttijden des HEREN aan de Israëlieten bekend.” (Lev 23:39-44)

 

Het zijn totaal zeven dagen dat zij feestvieren, en het zijn ook totaal zeven Feesten, die totaal in Leviticus 23 staan, en het zijn allemaal volkomen Sabatten, een Sjabath.

Sabbath” betekent eigenlijk “rust”. Het is echt steeds een rust, het volk is in de rust gekomen. En op die dag mocht er geen enkele slaafse arbeid worden verricht. De slavernij was voorbij. Ze moesten daar vrolijk over wezen, de slavernij lag achter hen. Ze waren in het beloofde land, ze waren in de rust gekomen. Ze moesten feestvieren, ze moesten vrolijk zijn, ze moesten zich verheugen in het heil wat de Heere hen heeft bereid!

 

Alle Feesten in een schema:

Feesten

Wanneer

Welk Feest

Sabbath

1e Feest

De eerste maand op de 14de 17.30 – 18.00 uur

Pascha

 

2e Feest

Begon in de eerste maand op de 15e om 18.00 uur

Feest der ongezuurde broden 7 dagen

15e dag (Lev 23:37)

3e Feest

Begon op de dag na de sabbat, wanneer de eerste garve van het land gehaald werd.

Feest van de eerstelingsgarve

De dag na de sabbath = sabbath

4e Feest

Begon op het 3e Feest en duurde tot zeven sabbatten verder + 1 dag

Feest der weken + 1 dag

Na de zevende sabbath was het direct de volgende dag weer sabbath (Lev 23:21)

5e Feest

Op de 1e van de 7e maand

Bazuinen Feest

Sabbath (Lev 23:24)

6e Feest

Op de 10e van de 7e maand

Grote Verzoendag

Sabbath (Lev 23:32)

7e Feest

Op de 15e van de 7e maand

Loofhuttenfeest, zeven dagen

Sabbath 1e dag (Lev 23:35)

 

+ extra dag =

de achtste dag

 

Na de 7e dag = sabbath, op de 8e dag weer SABBATH (Lev 23:36)

 

Deel 3 volgt DV.

 

Bert Boersma September 2011 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 Van Feest tot Feest (deel 3)

Nog even die zeven Feesten op een rijtje gezet:

  1. Pascha, het Paasfeest, met daaraan verbonden het feest van de ongezuurde broden, die twee horen bij elkaar. Ze worden eigenlijk genoemd in de Bijbel: Het Feest van de ongezuurde broden.

  2. Daarna krijg je het Feest der weken, wat begon met de eerstelingsgarve, en wat eindigde op de Pinksterdag. Dan was er een hele tijd niets,

  3. En dan kwamen nog eens drie Feesten, die ook aan elkaar vastzaten, het Feest van de bazuinen. Wat eigenlijk sprak van: mensen, verzamel je! De bazuinen klonken dan, de priesters bliezen op de zilveren trompetten, men werd verzameld, de grote verzoendag brak aan, en nadat men grote verzoendag had gevierd, brak het Loofhuttenfeest aan, zeven dagen + de achtste dag.

 

Eigenlijk zijn er dus wel zeven Feesten, maar het waren het drie Feest perioden. Zo gaat de Bijbel daar ook mee om. Dat vinden we ook in 2 Kron 8, waar we zien de regeling van Salomo in de tempel van de eredienst:

  • Toen bracht Salomo brandoffers aan de HERE op het altaar des HEREN dat hij vóór de voorhal gebouwd had, namelijk hetgeen naar het gebod van Mozes voor elke dag als offer vastgesteld was, voor de sabbatten, voor de nieuwe maanden en voor de feesttijden driemaal des jaars.” (2 Kron 8:12-13).

 

Drie maal des jaars zijn er dus feesttijden, dat klopt ook, want ook al zijn dat onderling zeven Feesten, die Feesten zijn gegroepeerd. Dat staat erachter:

  • Op het feest der ongezuurde broden, het feest der weken en het loofhuttenfeest.” (2 Kron 8:13b).

Dus:

  • Het Pascha werd direct gevolgd door het Feest der ongezuurde broden, zo werd het Pascha eigenlijk het Feest der ongezuurde broden genoemd.
  • Het Feest der weken bestond dus eigenlijk uit zeven weken. Het begon met het Hefoffer van de eerstelings garve, en het eindigde met het hefoffer van de twee Pinksterbroden. Het duurde totaal 50 dagen,
  • Het Loofhuttenfeest, waar ook weer drie Feesten aan elkaar zaten, eerst het Feest van de bazuinen: Verzamelt u! Dan de grote Verzoendag, en na de grote Verzoendag brak het Loofhuttenfeest aan, in een periode van 7 + 1 = 8 dagen.

 

Al die Feesten hebben natuurlijk in de geschiedenis een profetische betekenis. Als gelovigen mogen we dat ook zien. Van die zeven Feesten, die op de kalender van Israël stonden, zijn er dus profetisch gezien, vier vervuld, namelijk Pascha, het Feest van de ongezuurde broden, de eesrtelingsgarve, en het Pinksterfeest, terwijl er nog drie Feesten onvervuld zijn:

  1. Het Bazuinenfeest

  2. De grote Verzoendag

  3. Het Loofhuttenfeest

Het bijzondere is, dat tussen de vervulde Feesten en de onvervulde Feesten, een lange periode lag van drie maanden, waarin er helemaal niets gebeurde. Een lange tijdsperiode, waarin niets plaatsvond. Geen enkel Feest werd gevierd, en dát is nou precies profetisch gezien de tijd waarin wij leven. Want wij leven eigenlijk tussen Pinksteren en het Bazuinenfeest.

Pascha, het kruis, ligt achter ons. Het Feest van de ongezuurde broden ligt achter ons, samen met het Paasfeest. De eerstelingsgarve, de opstanding van Christus, ligt achter ons, en ook Pinksteren ligt achter ons. Maar wat ligt nog voor ons? Dat is nog onvervuld, daar ligt het Bazuinenfeest, de grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest.

 

Gaat ons leven van Feest tot Feest?

In deze bijbelstudie wil ik niet de nadruk leggen op de profetische betekenis van de Feesten des Heeren voor Israël, maar meer op de geestelijke toepassing van de Feesten op ons eigen hart en leven, en daarbij wil ik eigenlijk heel persoonlijk de vraag stellen, in de eerste plaats aan mezelf, en vervolgens aan u, beste lezer:

  • Gaat ons leven, ons geestelijk leven van Feest tot Feest tot Feest?

 

En dan moeten we heel eerlijk zijn voor onszelf, als we die vraag stellen. Want dan stellen we eigenlijk de vraag: Is mijn leven nog steeds wel een Feest rondom de Heere Jezus Christus? Vier ik nog steeds Feest? Het Feest des Heeren? Want zo zou het wel moeten zijn.

Paulus zegt niet voor niets: “Verblijdt u in de Heere te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!” (Fil 4:4). In die blijdschap staat Christus centraal!

 

En daarom gaan we samen naar die drie Feestperioden van Israël (2 Kron 8:13) kijken, wat die Feesten, die meerdaagse Feesten (en een volgende keer hoop ik daar verder mee te gaan) in het bijzonder voor ons persoonlijk te zeggen hebben.

 

We moeten bij het bestuderen van deze Feesten twee dingen onderscheiden:

  1. De ééndaagse feesten op Gods Feestkalender wijzen altijd op één volbracht heilswerk: Het Lam is maar één maal geslacht, en elk Paasfeest was een herinnering aan die éénmalige zaak. Het openbaart ons een éénmalig heilsfeit.

  2. De meerdaagse feesten hebben altijd te maken met de praktijk van ons leven, een praktijk, die voortvloeit uit het heilsfeit, wat eraan vooraf ging.

 

Dus, als voorbeeld kunnen we zeggen: Het Feest van de ongezuurde broden vertelt ons van de heilszegeningen, die voortvloeien uit het heilsfeit van het geslachte Paaslam.

En we weten welke heilszegening uit het kruis voortvloeide. Het slachten van het Paaslam, het slachten van Christus, Zijn offerdood, bracht de verlossing van zonde voort. En voordat we dat begrijpen in ons leven, áls we tot geloof komen in Christus, daar hebben we echt wel zeven dagen voor nodig. Daar hebben we een periode voor nodig, broeders en zusters, om dat te gaan begrijpen. Wat er opeens verandert in ons leven, te weten, verlost te zijn van zonde.

En de eerste periode van een Christen wordt altijd gekenmerkt door het feit, dat hij aan het stoeien is met zijn zonde. Want hij wordt bewust van zonde, en hij wordt ook bewust van zijn verlossing. Sommige mensen komen nooit verder, die blijven in die eerste fase hangen. (En dat is niet de bedoeling). Want het gaat wel van Feest tot Feest tot Feest. Maar het is maar de vraag of we van Feest tot Feest gaan.

 

Velen blijven hangen in het kindschap, zij blijven stoeien met die zonde, met die verlossing uit Egypteland, met het Feest van de ongezuurde broden, wat ze moeten toepassen in hun leven, want dat is het meerdaagse Feest, toepassen in je leven. Dat kruis als het ware verwerken in jezelf. Ik ben door Christus gekruisigd. Maar voor je daar toe komt in je leven, gaat er een hele periode aan vooraf.

 

Het Pascha

Waar herinnert Pascha, het eerste Feest, aan? Pascha herinnerde Israël aan de verlossing uit Egypteland. Het herinnert Israël eraan, dat zij zijn verlost uit de slavernij van Egypte. Dat was voor Israël het Feest. Het slachten van het paaslam, het strijken van het bloed van het paaslam aan de deurposten.

Voor ons is dat het beeld van het bloed van Christus, wat Hij ter verzoening vergoot. En dit feit heeft zijn heerlijke vervulling natuurlijk gekregen op het kruis van Golgotha. Daarom mag het ons er ook aan herinneren dat wij verlost zijn uit de slavernij, namelijk van de slavernij der zonde, want daarvan zijn wij verlost.

  • En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade.” (Ef 1:7).

 

Het bloed van het lam, gestreken aan de deurposten van de huizen van de Israëlieten in Egypte liet de verderfengel hun deuren voorbij gaan. Dus eigenlijk zorgde het bloed dat de dood buiten hun deuren bleef. Doorgeredeneerd zorgde het bloed voor leven in de huizen van de Israëlieten.

Zo ook voor ons. Het bloed van het Lam, het bloed van Christus, gestreken aan de geestelijke deurposten van ons leven, neemt de dood weg uit ons leven, en zorgt het bloed voor “leven” in het leven van de gelovige.

  • Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.” (Ef 2:13)

 

Ja, ik weet wel dat ieder mens moet sterven, maar dat is noodzakelijk opdat het werkelijke leven, dat we in Christus hebben ontvangen, aan het licht kan komen. Want ons oude lichaam moet sterven, omdat vlees en bloed de hemel niet kan beërven. (1 Kor 15:50). Daarom is door het bloed van het Lam onverderfelijk leven aan het licht gebracht. En daarom lezen we ook in Johannes 5:24:

  • Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.”

 

Het is geweldig te beseffen, dat de Heere Jezus Christus door zijn bloed de verzoening voor alle mensen heeft teweeg gebracht. Voor alle mensen? Ja, beste lezers, voor alle mensen! Dus u kunt gerust tegen uw ongelovige buurman zeggen dat hij is verzoend door het bloed van Christus. Let wel, ik zeg niet dat hij ook verlost is, want daarvoor moet hij tot geloof komen. En dat staat er ook in bovengenoemde tekst. Eerst het Woord horen, en dan dat Woord ook geloven. Dan heeft iedere gelovige het eeuwig leven, of beter vertaald volgens de grondtekst: “het leven van de eeuwen”, wan dat staat er in de grondtekst van Joh 5:24.

Dit betekent dat elke gelovige in de toekomende eeuwen (meervoud) zal leven! En de eerste toekomende eeuw is de eeuw (van 1000 jaar) waarin de Heere zelf zal regeren, en in de eeuw daarna (ook wel achtste dag genoemd) zal God zelf allen (gelovigen) in Hem zelf plaatsen. Dat zal de eeuw zijn, waarvan staat geschreven: “God alles in allen” (1 Kor 15:28).

  • Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus.” (Hebr 10:19)

En zo begint ook het leven van een ongelovige, wanneer hij/zij tot geloof komt. Hoe komt een ongelovige tot geloof? Meestal door een evangelisatie prediking uit bijvoorbeeld het Johannes evangelie. Het Feest is begonnen in het leven van een mens door de verlossing door het bloed van Christus. Maar het Feest gaat door, want we gaan van Feest tot Feest.

 

Het Feest van de ongezuurde Broden

Wanneer we kijken naar die eerste Feestperiode, die werd gevormd door het Pascha en het het Feest van de ongezuurde broden, dan begon het Feest van de ongezuurde broden direct op de dag na het Pascha. Het Feest van de ongezuurde broden duurde zeven dagen.

  • In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de HERE. En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.” (Lev 23:5-6)

 

Het Paaslam, hebben we gelezen, werd geslacht op de 14-de Nissan. Ook lazen we: “In de avondschemering, is het pascha voor de HEERE.”

Dus het uur zelfs staat er zelfs bij. Het lam moest worden geslacht in de avondschemering, dat is bij zonsondergang. En die avondschemering was (en is) in Israël snel voorbij. Bij ons hier in Nederland kan het heel lang schemeren, maar dat is in Israël niet zo. In Israël is het ineens, is het binnen een klein halfuur donker.

 

En wanneer we dan lezen dat het lam werd geslacht in de avondschemering, dan mogen we vaststellen dat gebeurde tussen half zes en zes uur. Want om zes uur is het in Israël donker. En wanneer begon het Feest van de ongezuurde broden lazen we? Op de 15-de Nissan, dus direct de dag erna. En dan moeten we goed rekening houden met de tijdrekening van Israël. Bij ons begint de volgende dag altijd om 12 uur in de nacht, maar dat was in Israël niet zo.

 

In Israël begon de nieuwe dag op klokslag 6 uur 's avonds. En het bijzondere is, dat op het einde van de 14-de Nissan tussen half 6 en zes uur werd dat lam geslacht, en om zes uur direct daarna was het 15-de Nissan, en was er Feest. Het Feest van de ongezuurde broden, wat totaal zeven dagen duurde. Er zat dus totaal geen tijdsruimte tussen het slachten van het lam en het vieren van het Feest van de ongezuurde broden. Het één volgde direct op het ander. Er zat eigenlijk geen seconde tussen. En daarom wordt er ook wel gesproken van één Feest.

 

En zo is het ook gegaan in Egypteland, en in al de jaren die volgden. In de avondschemering werd het lam geslacht, en te middernacht kwam het oordeel over Egypte, en in de morgen stond Israël verlost buiten Egypte. De uittocht.

En de praktische verlossing uit Egypte, uit de slavernij, uit de slavernij der zonde was een direct gevolg van het slachten van het lam, en het toepassen van het bloed van het lam op de deurposten.

Het Paasfeest is dus een ééndagsfeest, terwijl het feest van de ongezuurde broden een meerdaagsfeest was, een feest was van totaal zeven dagen.

 

Het Feest van de ongezuurde broden, waar is dat een beeld van? Wat had de Heere ook alweer tegen Israël gezegd?

  • Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten; dadelijk op de eerste dag zult gij het zuurdeeg uit uw huizen verwijderen.” (Ex 12:15).

Wat betekent dit voor ons? Wat is de geestelijke toepassing van dit Feest voor ons? De meerdaagse feesten hadden immers te maken met de praktijk van ons leven.

Net zoals Israël al het zuurdeeg uit hun huizen moest verwijderen, zo moeten ook wij al het zuurdeeg uit ons leven verwijderen, wegdoen!

 

Wat betekent dit in de praktijk? Wat moeten wij dan wegdoen? Wanneer wij zouden onderzoeken wat zuurdeeg in de Bijbel betekent, dan vinden we altijd een negatieve betekenis. Enkele voor ons belangrijke teksten over zuurdeeg:

  • Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt?” (1 Kor 5:6)
  • Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de waarheid niet meer gehoorzaamt? 8 Die overreding kwam niet van Hem, die u roept. 9 Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur.” (Gal 5:7-9)

 

Even iets over dat zuurdeeg, ook wel zuurdesem genoemd. Hoe wordt een zuurdeeg-brood gemaakt? Men maakt van (tarwe)meel en water een mengsel, een klomp deeg. Deze klomp deeg laat men spontaan fermenteren ofwel vergisten gedurende een bepaalde tijd bij een bepaalde temperatuur op een donkere plaats. Het mengsel zal dan een enigszins zure smaak en geur aannemen, omdat de bloem van nature melkzuur-bacteriën bevat, zullen deze zich in het deeg ontwikkelen en het mengsel verzuren. Wanneer de klomp zuurdeeg na een paar dagen klaar is, maakt men van nieuw vers deeg, waarin steeds een klein stukje van het zure deeg wordt doorkneed, nieuwe broden. Dus in elk nieuw te kneden brood wordt een klein stukje van het verzuurde deeg gedaan, en mee gekneed. Aldus worden de nieuwe broden doorzuurd met het zuurdeeg. En zo ontstaat het zuurdeegbrood.

 

En wanneer u dit proces begrijpt, dan wordt ook duidelijk waarom de apostel Paulus zo waarschuwde voor het zuurdeeg. Want iets waar zuurdeeg in wordt gestopt, doorzuurd alles, ook het goede wordt doorzuurd! En daarom waarschuwt de Heere Jezus zelf in de evangeliën zo nadrukkelijk voor de zuurdesem van de Farizeërs. (Mat 16:6, Mat 16:11, Mat 16:12, Marc 8:15 en Lukas 12:1).

In deze laatste tekst zegt de Heere “Wacht u voor de zuurdesem, dat is de huichelarij, der Farizeeën.”

Daarom weten wij dat wanneer wij “zuurdesem” toelaten in ons leven, of in een prediking, dan verdwijnt het goede, en krijgt het zuurdesem de overhand. Zo werkt zuurdeeg!

 

Wat moeten wij dan wegdoen? Wij moeten al de oude dingen in ons leven wegdoen, dingen die ons in de weg kunnen staan om te groeien en te wortelen in Christus Jezus. En dan komen we bij de apostel Paulus terecht, die zei over die oude dingen:

  • Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis (St Vert zegt: “drek”), opdat ik Christus moge winnen.” (Fil 3:7-8).

 

En een ieder kan voor zichzelf invullen wat hem/haar in de weg staat om te groeien in Christus Jezus. Want het is werkelijk zo in ieders leven, dat wanneer we niet bereid zijn die oude dingen in te leveren, dan is er geen plaats om nieuwe dingen van Christus in ontvangst te kunnen nemen. Want Hij wil die graag geven, maar dan wel aan een hart wat open staat, en aan een hart waar ruimte is!

 

Daarom is dat Feest van de ongezuurde broden voor gelovigen een beeld van de heilige levenswandel, die een kind van God als het ware gaat beleven, doordat hij door het bloed van Christus is verlost. Het Feest der ongezuurde broden duurde zeven dagen, van sabbath tot sabbath, en heeft alles te maken met onze levenswandel in afhankelijkheid van Hem, de eerste levenswandel die je beleeft als je tot geloof in Christus komt als kind van God.

 

Deel 4 volgt DV

Bert Boersma September 2011 boersmabpost@kpnmail.nl

 

Van Feest tot Feest (deel 4)

Het Feest van de Eerstelingsgarve

Het derde Feest is het Feest van de eerstelingsgarve, en dat had dus te maken met die eerstelings-schoof, die heen en weer bewogen werd voor de Heere.

Die boer haalde de eerstelingen van het veld, bond die eerstelingen tot een schoof, tot een garve, en dan werd die eerstelingsgarve aan de Heere gegeven. En die eerstelingsgarve die werd heen en weer (= op en neer) bewogen in de Tempel door de priester voor de Heere.

En in feite is dat een beeld, het is ook een hefoffer, het gaat heen en weer, op en neer, het is hemelwaarts gericht.

En Wie is de eersteling uit de doden? Dat is de Heere Jezus Christus. En dáár is dat Feest van de eerstelingsgarve een beeld van. Van de opstanding van Christus. En in die Eersteling hebben wij het Leven. In die Eersteling zijn al de leden van het Lichaam van Christus geplaatst!

In 1 Kor 15:20 lezen we:

  • Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben.”

 

Dus Christus is de eersteling (1 Kor 15:23). En in de Eersteling zijn allen, die tot het Lichaam van Christus behoren ook geplaatst. Ja, ik weet, dát staat hier in Korinthe niet vermeld, omdat deze tekst van Korinthe is geschreven gedurende de Handelingen tijd, waarin het Lichaam van Christus nog verborgen was, en dit dus niets betreffende dat Lichaam verkondigd kon worden, omdat dat toen nog een verborgenheid was: (Ef 3:9 en Kol 1:26).

 

Maar wanneer we kennis nemen van de brieven die Paulus na de Handelingen heeft geschreven, dan worden die dingen aangaande het Lichaam van Christus wél duidelijk. Wanneer we bijvoorbeeld in Ef 1:3 lezen:

  • Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.”

 

Dan moeten we nog ontdekken wie die “ons” (van Ef 1:3) zijn, en dan moeten we nog bekijken wat dat “in de hemel” betekent. Wie die “ons” zijn, dat kunnen we lezen in Ef 1:1, waar we de geadresseerden van deze brief vinden:

  • aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus.”

 

Dus de brief is geschreven aan de heiligen, dat zijn de apart geplaatsten, en gelovigen, wat ook vertaald mag worden met “getrouwen” in Christus Jezus. Waarvoor waren die gelovigen apart geplaatst en waarin waren die gelovigen getrouw? Wanneer we dan deze tekst in de juiste context plaatsen, en dat is de context van de prediking van Paulus ná de Handelingen, waarin hij de verborgenheid aangaande het Lichaam van christus bekend mocht/moest maken, dan wordt duidelijk wie deze apart geplaatsten en getrouwen betreffen. Dat zijn zij, die getrouw gehoor geven aan het evangelie wat Paulus ná de Handelingen verkondigde. En door hun getrouw-zijn mogen zij weten “in Hem uitverkoren te zijn vóór de grondlegging der wereld” (Ef 1:4). Er is gen enkele groep gelovigen waarvan dit gezegd wordt, alleen van hen die tot het Lichaam van Christus behoren.

 

Bovendien staan er in de latere brieven van Paulus uitdrukkingen betreffende gelovigen, die we nog nooit eerder in de schrift tegenkwamen. Zo hebben we gelezen in Efeze 1:3 dat die gelovigen zijn gezegend met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus. Het woord wat hier vertaald is met “hemel” komt uit het Griekse woord “epouranios”, wat eigenlijk in het Nederlands vertaald zou moeten worden met “het bovenhemelse”. Dit “epouranios” is samengesteld uit de Griekse woorden “epi” en “ouranos”, en betekent letterlijk “boven-hemel”. Het gewone woord voor hemel is “ouranos”. We weten dat God in den beginne de hemelen en de aarde schiep. Deze geschapen hemelen zijn de lucht waarin de vogels vliegen, én de sterrenhemel. Deze schepping betreft dus de “ouranos”.

De hemel der hemelen, of zoals in Efeze 1:3 staat, de “epouranios”, is niet geschapen, maar er altijd geweest. Daar woont God zelf. En juist dáár waar God zelf woont, en waar Christus is gezeten ter rechterhand Gods, dáár zijn de gelovigen, behorende tot het Lichaam van Christus nu reeds geestelijk geplaatst. Daar is hun woonplaats.

 

En dat is nou het zeer bijzondere, juist dáár, in die “epouranios”, in dat bovenhemelse zijn we gezegend met allegeestelijke zegen. (Ef 1:3). En die zegeningen kunnen we ontdekken door in de juiste gezindheid te wandelen met Paulus als voorbeeld, zó te wandelen, te jagen in de roeping waarmee de leden van het Lichaam geroepen zijn. Nog nooit in heel Gods Woord is er één groep mensen geweest, tegen wie zulke geweldige dingen zijn gezegd. Bovendien is dit niet de enige keer dat Paulus over deze “bovenhemelse dingen spreekt.

 

Bij dit alles moeten we niet vergeten dat het Christus' erfenis betreft. Het is niet onze erfenis, wij mogen in de erfenis van Christus delen. "Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde" (Kol 1:13) "Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente." (Kol 1:17-18)

 

Ook in Fil 3 komen we nog een prachtige tekst tegen, die op meerdere manieren deze wonderlijk rijke positie van de leden van het Lichaam van Christus bevestigd:

  • Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” (Fil 3:20-21)

 

Ook hier moeten we weten tegen wie Paulus hier spreekt in de Filippenzen brief, want anders zouden deze woorden weer verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd.

Paulus schrijft de Filippenzen brief aan “aan al de heiligen in Christus Jezus”, dus aan dezelfde groep gelovigen als de Efeze brief, in dezelfde tijd na de Handelingen.

 

In de grondtekst vinden we in vers Fil 3:20 het Griekse woord “hypargon”, wat aangeeft dat die gelovigen dat burgerschap in de hemelen ook daadwerkelijk bezitten. En dan betekent het vervolg van die tekst dat wij vanuit dat verkregen bezit, de Heere Jezus als Verlosser gaat optreden, want er staat: “waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten.” Dus “waaruit” verwachten wij? Vanuit de aan ons gegeven positie IN de boven-hemel, van daaruit verwachten wij dat de Heere als Verlosser gaat optreden. Voor ons hoeft Christus dan niet meer als Verlosser op te treden, want dat is in een veel eerder stadium al gebeurd, anders hadden wij nooit die positie kunnen beërven.

 

Verder staat er nog iets in bovenstaande tekst wat de leden van het Lichaam van Christus zullen ontvangen:

  • Hij zal “ons vernederd lichaam veranderen, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” (Fil 3:21)

 

Beseffen we wel wat hier ten diepste staat? Wij, de leden van Zijn Lichaam, zullen zó veranderd worden, eigenlijk zó verhoogd worden, dat ons toekomstig lichaam er net zo zal uitzien als het verheerlijkte lichaam van de verhoogde Christus. Er is geen hogere plaats!

In het Grieks staat hier het woord “summorphoo”, wat vertaald is met “gelijkvormig. En dat is ook de betekenis. Het woord “morphoo” betekent gestalte, en met het woordje “sun” ervoor, geeft dat aan dat het dan wel in de diepste zin, in de diepste betekenis wordt weergegeven, dat ons verheerlijkte lichaam identiek, als twee druppels water, van binnen en van buiten, door en door zal lijken op de gestalte van de verheerlijkte Christus.

Ik kan het niet bevatten, en me er geen voorstelling van maken. Maar het staat in Gods Woord, en daarom is het waar!

 

Maar we waren gebleven bij het Feest van de eerstelings-garve.

Het is een prachtig beeld van Christus, die uit de doden opstond. Want het zaad wat in de aarde gezaaid werd, moet eerst sterven voordat het vrucht kan geven. Die geoogste eersteling is het resultaat van het gestorven graan wat daarvoor is gezaaid. Wanneer die graankorrel op zichzelf blijft, gebeurt er niets. De Heere Jezus zegt zelf:

  • Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort. Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.” (Joh 12:24-25)

Van de eerste graankorrel blijft niets over, maar er ontstaat iets totaal nieuws, wat het eerste verre te boven gaat! Het oude sterft, en wordt vervangen door totaal iets nieuws!

 

Het Feest van de Eerstelingsbroden

Dan krijgen we het vierde Feest, het Pinksterfeest. Het Feest van de eerstelingsbroden. En dat Feest ging ook weer gepaard met het heen en weer bewegen, deze keer van broden.

Ook die broden waren een beweegoffer, dit spreekt in feite van uitstorting van Heilige Geest op vlees. En dat is ook precies wat er op het Pinkersterfeest in Handelingen 2 gebeurde. De uitstorting van Geest.

 

En het wonderlijke is, dat precies op het moment dat in de Tempel de priester het mes zette in het lam, het mes zette in het paaslam, vloeide het bloed van het ware Paaslam, Jezus Christus, buiten de legerplaats op Golgotha's kruis.

En precies op het moment dat in de Tempel de eerstelingsgarve door de priester als een beweegoffer heen en weer werd geofferd aan de Heere, (wat een beeld is van de ware Eersteling, Jezus Christus, die als de eersteling der doden, uit de doden opstond), dat precies op dat moment van het beweegoffer in de tempel, het Pinksterfeest door Israël werd gevierd. En precies op dat Pinksterfeest gebeurde het, dat God Zijn Geest uitstortte op de apostelen.

 

Is dat allemaal toevallig? Nee, broeders en zusters, dat is natuurlijk niet toevallig. God heeft een plan. God heeft een heilsplan, Zijn Plan der aionen. En God houdt Zich precies aan dat plan. Het gebeurd allemaal precies op door God bepaalde tijden. En de Heere Jezus Christus stierf precies op de datum die door God was bepaald. Hoe vaak kunnen we niet lezen in het N.T. tijdens de omwandeling van de Heere Jezus, dat Zijn vijanden Hem trachtten te doden, maar dan staat er altijd bij: “Maar Zijn ure was nog niet gekomen.”

En waarom niet? Christus stierf op Gods tijd, en de duivel probeerde hem te doden vóór Gods tijd. Ze probeerden Hem al te doden toen Hij kind was, bij de kindermoord te Bethlehem. Dat probeerden ze ook al, toen de Farizeeën in Nazareth hebben geprobeerd hem van de steilte te werpen. Maar Zijn tijd was nog niet gekomen. Hij stierf precies op tijd door God bepaald. Alles gebeurde volgens Gods plan.

 

God heeft een plan. God heeft een tijdrekening. En waar we de Bijbel ook onderzoeken, we zullen altijd zien, dat er niets paniekerig gebeurd, maar dat altijd alles precies geschied overeenkomstig het plan dat God Zich heeft gesteld. Er staat niet voor niks hier in Lev 23:4:

  • Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd.”

 

En het plan van God voltrekt zich met een rekenkundige nauwkeurigheid. En net zoals de loop van de planeten, en de loop der seizoenen, en de loop van uren, van dagen, van maanden en van jaren zich met een mathematische nauwkeurigheid voltrekken, zo nauwkeurig voltrekt zich ook Gods plan. En er is geen duivel, die daar wat aan kan veranderen. De Heere Jezus zei tegen de apostelen op de Hemelvaartsdag:

  • De tijden en gelegenheden heeft de Vader in Zijn eigen macht gesteld.”

 

Het gaat gelukkig allemaal volgens Gods plan. En niemand kan daar wat aan veranderen. En ik ben zo blij broeders en zusters, dat wij dát mogen weten. Het gaat echt allemaal volgens Gods plan. Ik wil deze keer met een stukje actualiteit eindigen:

 

Deze week kreeg ik een mail met de volgende inhoud, het ging over Israël:

  • "Wil de wereld zó'n staat ...? Palestina is het eerste land sinds Nazi-Duitsland, dat Joden gaat verbannen. De Palestijnen herhaalden vorige week hun eis, dat er niet één jood mag blijven wonen in hun toekomstige racistische Apartheid-staat.
  • Vorige week herhaalde de Palestijnse vertegenwoordiger in Washington, Maen Areikat, tegenover Amerikaanse journalisten nog maar eens het officiële standpunt van de Palestijnse Autoriteit: Een toekomstige Palestijnse staat, waar vandaag in de VN over gestemd zal worden, zal verboden worden voor Joden. Daarmee wordt 'Palestina' het eerste land sinds Nazi-Duitsland dat officieel Joden zal verbannen....
  • Zowel Mahmoud Abbas als andere Palestijnse officials stellen regelmatig, dat in het toekomstige Palestina niet één jood mag wonen, en hun land 100% islamitisch en dus “judenrein” moet worden. Naast joden worden ook christenen actief weggepest of vervolgd, waardoor er nog maar een handjevol christenen is overgebleven in de door Palestijnen gecontroleerde steden en gebieden. Tevens weigert Abbas Israël als joodse staat te erkennen. Hamas erkent Israël zelfs helemaal niet.”

 

Tot zover de mail, en onder de mail stond onderstaande afbeelding, die wel wat scherp is, maar toch wel de huidige toestand laat zien:

Ik heb de mail als volgt beantwoord:

  • Ben het helemaal met je eens. Maar de wereld is blind en dwaas. Maar hoe kan dat ook anders met een wereld, die geen rekening houdt met God? Bovendien is satan nog steeds de overste van deze wereld, dus..........het moet zo gaan, totdat......! We hebben een geweldige toekomst als gelovigen! Dat is ons uitzicht!”

 

We hebben in deze bijbelstudie gesteld dat Gods plan zich met de grootste nauwkeurigheid voltrekt. Van bovenstaande mail wordt je niet vrolijk. Maar dit is wat de wereld kiest.

Wij weten, wat God heeft verkozen voor de toekomst. Hij heeft aan Abraham beloofd, dat zijn zaad zou wonen in een land dat zich uitstrekt van de rivier van Egypte (de Nijl) tot aan de grote rivier de Eufraat, die in Irak ligt. (Gen 15:18).

Wanneer God dat zo heeft bepaald voor de toekomst van Zijn land, dan zal dat gewis exact op Gods tijd ook zo gebeuren. En wij weten, Wie er dan Koning zal zijn over dat land, Christus Jezus, onze Heere, in Wie wij dan als Zijn Lichaam zullen zijn geplaatst.

Gods plannen falen nooit!

 

Deel 5 volgt DV

Bert Boersma september 2011 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Ik heb de mail als volgt beantwoord:

  • Ben het helemaal met je eens. Maar de wereld is blind en dwaas. Maar hoe kan dat ook anders met een wereld, die geen rekening houdt met God? Bovendien is satan nog steeds de overste van deze wereld, dus..........het moet zo gaan, totdat......! We hebben een geweldige toekomst als gelovigen! Dat is ons uitzicht!”

 

We hebben in deze bijbelstudie gesteld dat Gods plan zich met de grootste nauwkeurigheid voltrekt. Van bovenstaande mail wordt je niet vrolijk. Maar dit is wat de wereld kiest.

Wij weten, wat God heeft verkozen voor de toekomst. Hij heeft aan Abraham beloofd, dat zijn zaad zou wonen in een land dat zich uitstrekt van de rivier van Egypte (de Nijl) tot aan de grote rivier de Eufraat, die in Irak ligt. (Gen 15:18).

Wanneer God dat zo heeft bepaald voor de toekomst van Zijn land, dan zal dat gewis exact op Gods tijd ook zo gebeuren. En wij weten, Wie er dan Koning zal zijn over dat land, Christus Jezus, onze Heere, in Wie wij dan als Zijn Lichaam zullen zijn geplaatst.

Gods plannen falen nooit!

 

Deel 5 volgt DV

Bert Boersma september 2011 boersmabpost@kpnmail.nl

 

Van Feest tot Feest (deel 5)

De vorige keer hebben we gezien, dat het allemaal precies volgens Gods plan gaat. En niemand kan daar wat aan veranderen. En ik ben zo blij broeders en zusters, dat wij dát mogen weten. Alles gaat gelukkig allemaal volgens Gods plan. En weet u wat zo wonderlijk is, dat, wanneer je in gemeenschap met God wandelt, dat dán je eigen leven ook loopt volgens Gods plan. En dan kunnen er best wel dingen gebeuren, die wij niet leuk vinden, maar bedenk altijd, God weet overal van, en dan gaat het er om dat het niet alles gaat volgens mijn plan, maar volgens Gods plan. En Gods plan is altijd heel anders dan mijn plan.

 

Je hoort soms wel eens gelovigen zeggen: “Ik ga dit of dat voor de Heere doen”. Maar pas dan maar op, dat het niet onze eigen plannen zijn. Het gaat om Gods plan in ons leven. En het vreemde is, als we naar Gods plan gaan vragen, dat God er schijnbaar altijd een behagen in heeft, een soort Goddelijke humor, om u juist datgene op te dragen, wat precies tegen uw eigen natuur ingaat. En als u soms in uw leven achterom kijkt na jaren, dan denk je wel eens, wat is het toch allemaal anders gelopen dan ik had gedacht. We hadden onze eigen plannen, maar Gods plan was precies zo, dat je vandaag de dag allerlei dingen doet, die je van te voren voor jezelf nooit voor mogelijk had gehouden. En dat is echt zo. En het is ook zo, dat je er nog vreugde in hebt ook! Dat is het gekke van het hele geval.

 

Gods leiding door Zijn Geest

Een prachtig voorbeeld van wat God dwars door alles heen Zijn plan in een mens volvoerde, lezen we in Handelingen 21, waar de apostel Paulus, die op reis was naar Jeruzalem, in vers 3 in Tyrus aankwam met een schip. Daar ontmoet Paulus de discipelen, en hij bleef zeven dagen bij hen. (Hand 21:4). En dan lezen we op het einde van vers 4 iets heel bijzonders. Die discipelen hadden door de Geest een openbaring gekregen, dat het met Paulus, die op reis was naar Jeruzalem, niet goed zou aflopen. Daarom meenden zij Paulus te moeten waarschuwen, dat hij niet naar Jeruzalem moest reizen (Hand 21:4).

Het is wel bijzonder wat we hier lezen, want er staat dat de discpelen “Paulus door de Geest zeiden, dat hij zich niet naar Jeruzalem moest inschepen.” (Hand 21 :4). Ik geloof niet dat de Geest hen zei dat Paulus niet naar Jeruzalem moest gaan, maar dat de Geest hen liet zien wat er met Paulus in Jeruzalem zou gebeuren. En dat zij dáárom tegen Paulus zeiden dat hij beter niet naar Jeruzalem moest gaan. Want de Heilige Geest kan nooit tegen de discipelen hebben gezegd, dat Paulus niet naar Jeruzalem moest gaan, omdat de Heilige Geest zichzelf niet tegenspreekt, zoals we uit het vervolg leren. Wél kon de Heilige Geest de discipelen laten zien wat er met Paulus in Jeruzalem zou gebeuren. Maar door hun eigen menselijke inbreng kwamen de discipelen tot een verkeerd (heel menselijk) advies.

 

Eerder in Handelingen 20 lazen we immers dat Paulus door de Geest gebonden naar Jeruzalem reisde:

  • En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt, dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan. Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen.” (Hand 20:22-24).

 

Dus Paulus wist al dat het geen gemakkelijke reis zou worden, maar er wordt in deze tekst ook duidelijk, dat het hem er alles aan is gelegen om zelfs ten koste van zijn eigen leven zijn loopbaan tot het einde toe te lopen. Dat doel had hij toen in de Handelingen zich al voor ogen gesteld, en dat doel had hij tot het eind van zijn leven. (2 Tim 4:7).

 

Ook uit het verdere verhaal wat tot ons komt uit het Woord over de reis van Paulus naar Jeruzalem, blijkt dat Paulus naar Jeruzalem moest gaan:

  • En toen wij daar (na Tyrus was Paulus in Caesarea aangekomen) verscheidene dagen bleven, kwam uit Judea een zeker profeet, genaamd Agabus. Toen deze bij ons gekomen was, nam hij de gordel van Paulus, en zich voeten en handen bindende, zeide hij: Dit zegt de heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de Joden te Jeruzalem zo binden en uitleveren in de handen der heidenen. Toen wij dit hoorden, verzochten zowel wij als de broeders daar ter plaatse hem, niet op te gaan naar Jeruzalem. Toen antwoordde Paulus: Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart week maakt? Want ik voor mij ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de naam van de Here Jezus. En toen hij niet te overreden was, hielden wij ons stil en zeiden: De wil des Heren geschiede.” (Hand 21:10-14).

 

Wat hebben we nu over het werk van de Geest gelezen?

  1. Paulus reist gebonden door de Geest, naar Jeruzalem (Hand 20:22).

  2. De heilige Geest zegt tegen Paulus van stad tot stad dat hem boeien en verdrukkingen te wachten staan. (Hand 20:23).

  3. De discipelen in Tyrus wisten door de Geest, wat er met Paulus in Jeruzalem zou gebeuren. (Hand 21:4).

  4. De profeet, genaamd Agabus zei door de heilige Geest dat de Joden te Jeruzalem Paulus zouden binden en hem zouden uitleveren in de handen der heidenen. (Hand 21:10-11)

 

Het is duidelijk dat de heilige Geest één boodschap verkondigd. Maar wat maken de mensen, de omstanders met goede bedoelingen ervan?

  1. De discipelen in tyrus maakten ervan dat Paulus zich niet naar Jeruzalem moest inschepen. (Hand 21:4).

  2. Zowel de schrijver van Handelingen, Lukas, als de broeders daar ter plaatse in Caesarea verzochten Paulus, niet op te gaan naar Jeruzalem, nadat zij de woorden van de profeet Agabus hadden gehoord. (Hand 21:12).

 

En wat doet Paulus na al deze dingen en goede bedoelingen te hebben aangehoord?

  • Toen antwoordde Paulus: Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart week maakt? Want ik voor mij ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de naam van de Here Jezus.” (Hand 21:13).

 

Paulus was niet te overreden, en daarom hielden de omstanders, de broeders, zich maar stil, en wat zo mooi is, dat er tot slot in de tekst staat: “De wil des Heren geschiede.” (Hand 21:14).

We kunnen heel veel leren van deze geschiedenis. We zien hier Paulus, die voor de volle 100% op zijn Heiland en Heere vertrouwde, en hoe alles ook zou aflopen, hij wist dat alles goed zou komen! We zien ook de menselijke beweegredenen, als we toch weten, naar de mens gesproken, dat het met Paulus helemaal niet goed zal gaan in Jeruzalem, dan ga je daar toch niet heen? Dan zoek je de ellende toch niet op? Heel menselijk allemaal.

 

Maar wij, die achter dit alles staan, en die een compleet Woord van God hebben, weten dat Paulus nóg een bediening had te vervullen in Rome. Hij moest daar de laatste zeven brieven nog schrijven, die het geheimenis, de onnaspeurlijke verborgenheid van het Lichaam van Christus zouden onthullen. We zien hierin dat God te allen tijde op Zijn tijd tot Zijn doel komt, en dat Hij mensen, in dit geval Paulus, de kracht geeft om tegen alle goed bedoelde raadgevingen van mensen in, toch de weg te gaan, die Christus Jezus, Zijn Heere voor hem op het oog had.

 

Deze dingen doet de Heere. En het is wonderbaar, om in Gods plan, om daarin te mogen wandelen. Het is wel eens moeilijk, maar God is er altijd, Christus is er, en Christus geeft ook ons altijd de kracht ervoor. En het wonderlijke is ook, dat Gods plan met je leven weerspiegeld wordt in die drie Feesten van Lev 23 en van 2 Kron 8:13, dat Gods plan met je leven gaat van Feest naar Feest!

 

Dus nog even die vier Feesten, die vervuld zijn. Die eerste vier, die beelden natuurlijk iets uit ten aanzien van Israël. Maar afgezien van die profetische betekenis voor Israël, beelden ze ook voor ons persoonlijk iets uit:

  • Het Pascha, namelijk dat we (gelovigen) verlost zijn door het bloed van het Lam.
  • Het Feest der ongezuurde broden, dat nadat we Christus hebben leren kennen, leren om heilig te wandelen, want we zijn geheiligd.
  • Het Feest van de Eerstelingsgarve. Christus de eersteling uit de doden, de opstanding, wat bracht Hij aan het licht? Opstandingsleven. En daarvan mogen wij leren, dat we in dat nieuwe leven gaan wandelen, in dat opstandingsleven gaan wandelen.
  • Het Pinksterfeest, namelijk dat we ook de opdracht krijgen, dat we vervuld worden met Geest, met Zijn Geest, met Gods Geest. Dat het ook werkelijk Pinkster in ons leven wordt. “Wordt vervuld met de Geest!” Dat is niet een opdracht die God heeft, dat is een opdracht die wij hebben, en dat moeten we allemaal leren met een juiste gezindheid, als gevolg van het kruis en de opstanding van de Heere Jezus Christus. Een heilige levenswandel, geheiligd zijn. Wandelen in het nieuwe leven, in het opstandingsleven. Vol van Geest.

 

En waar wachten wij nu op? Waar wacht Israël op? Israël wacht op de wederkomst van Christus. Waar wachten wij, de leden van het Lichaam van Christus op? Om te verschijnen met Hem in heerlijkheid! En hoe zal dat beginnen? Als wij met Hem verschijnen in heerlijkheid? Wat zullen wij dan horen? Als we allemaal bij Hem verzameld zijn? Want dát is de situatie. Hoe vindt die wederkomst plaats? Hoe vindt die openbaring van Christus (de complete Man) plaats van de hemel? Hoe vindt die verschijning in heerlijkheid met Hem plaats?

Dat gaat gepaard met het geklank ener bazuin. En in het bijbelboek Openbaring klinken totaal zeven bazuinen. En als er zeven geklonken hebben, bij die laatste bazuin, die klinkt, komt Hij weder op aarde. Dan komt ook de echte grote verzoendag voor Israël, met daaraan vast, aansluitend, het Loofhuttenfeest voor hen.

 

Eerst zal Israël op aarde de bazuin horen schallen, waar ook Christus van spreekt in Math 24, dan wordt Israël vergaderd uit de volkeren, en als ze vergaderd zijn uit de volkeren, bijeengebracht zijn uit de volkeren, dat is de bijeenverzameling, de “suntaleia” van de aioon (komen we een volgende keer op terug), dan zal daar zijn de grote verzoendag, en zij zullen zien, Wien zij doorstoken hebben, en daarna zullen zij samen leven met de Heere Jezus in het Vrederijk, en het Loofhuttenfeest vieren, vrolijk zijn, duizend jaar lang. En na die 1000 jaar komt de achtste dag, de achtste dag waar het Loofhuttenfeest op eindigt, de dag van het nieuwe begin, een eeuwige Sjabath, een eeuwige rust in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Zo mogen we zien vanuit Gods Woord, dat alles gaat volgens een plan, een Feestplan.

Want Gods verlossingsplan is een feestplan. Het gaat van Feest, tot Feest, tot Feest. En heel Lev 23, en heel 2 Kron 8:13 spreekt van het vieren van Feest.

En wie houdt er nou niet van Feest vieren? Als we hier zo samen Bijbelstudie doen, is dat een Feest? Ja, voor mij is dat een feest, en ik hoop voor u ook.

Feest is altijd een uitdrukking van blijdschap, van vrolijk zijn, van geluk, van innerlijke voldoening. Dat zie ik vandaag de dag ook.

 

Mensen proberen wel een feestje te maken, en dan gaat men heel druk doen, en dan gaat men herrie schoppen om in de stemming te komen, en dan worden ze vaak luidruchtig, maar meestal straalt van zulke feesten de innerlijke armoede van de mens af, meestal camoufleren dergelijke feesten de geestelijke armoede van de mens, en zijn dergelijke feesten bedoeld om weg te vluchten vanuit de werkelijkheid naar de roes van zo'n feest.

 

Maar echt Feest kan je pas vieren als het Feest is in je hart. En wat ben ik blij dat de Bijbel voortdurend spreekt over feestvieren, dat de Heere met mij, met u, met ons allen een Feest wil vieren, en dat Zijn verlossingsplan een Feestplan is. En dat het in Israëls bestaan zal gaan van Feest tot Feest, en dat het ook in ons leven gaat van Feest tot Feest tot Feest.

 

De eerste keer dat het woord “Feest” voor komt in de Bijbel is in Exodus 5:

  • Daarna kwamen Mozes en Aäron tot Farao en zeiden tot hem: Zo zegt de HERE, de God van Israël: laat mijn volk gaan om te mijner ere in de woestijn een feest te vieren.” (Ex 5:1).

 

Te Mijner ere een Feest te vieren.” Laat ze gaan! God wilde met Israël een Feest vieren. Dat is de verlossing uit Egypte! Dat is de uittocht. God wil met Israël, maar God wil ook met ons een feest vieren, God wil zelfs straks met alle gelovigen een Feest vieren. En als ik de Bijbel goed lees, dan ontdek ik ook, dat het slotstuk van de Bijbel één groot machtig Feest is, een Feest, waar alle feesten van de mens bij verbleken.

Een Feest waarin heel de schepping uiteindelijk deel zal hebben, waar in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal zijn, waar gerechtigheid woont, en waarin elk individu, elk schepsel, elk intellectueel mens in harmonie met God zal zijn. Dan zullen alle gelovigen tezamen de lofzang zullen aanheffen voor de Heere Jezus Christus en voor God de Vader.

Deel 6 volgt DV

Bert Boersma Oktober 2011 boersmabpost@kpnmail.nl

 

Van Feest tot Feest (deel 6)

De vorige keren hebben we erbij stilgestaan dat God de tijden heeft bepaald, en dat alles op Zijn vastgestelde tijden gebeurd. Opmerkelijk is, dat God Zelf de data heeft bepaald in de agenda van Israël. Israël had daar helemaal geen keus in. Israël heeft helemaal niet gezegd, zo van wij gaan wel even in de agenda kijken of het uitkomt, en een paar van die data prikken. Nee, zo is het niet gegaan. De Heere heeft het bepaald. Dat hebben we gelezen in Lev 23:4.

 

Hij heeft die tijden gezet! De Staten Vertaling noemt het ook zo mooi “de gezette hoogtijden des Heeren.” Dat is een mooie uitdrukking, dat is oud, dat is ouderwets, maar wel mooi: “De gezette hoogtijden des Heeren”. God had ze zelf op de agenda gezet.

God had het precies bepaald, op de bestemde tijd, op welke datum, op welke dag. Hij gaf aan, op welke data dat allemaal moest gebeuren.

 

Dat woord “hoogtij” is afkomstig van het woord “afspraak”. God maakt hier in Lev 23 afspraken met Zijn volk. God maakt hier in Lev 23 een aantal afspraken, welke worden opgetekend in Israëls agenda. Het is alsof God eigenlijk tegen Israël zegt: “Noteer het alvast even in jullie agenda, dat voordat jullie dat land Kanaän binnen trekken, dat ik een aantal dagen, een aantal perioden, drie stuks, met jullie Feest wil vieren.

 

God zegt, voordat jullie nou zelf je afspraken gaan plannen, maak Ik even afspraken met jullie. Ik wil even een afspraak met jullie als Mijn volk maken, want Ik wil feestvieren. Jullie zijn Mijn volk, en die dagen moeten jullie voor Mij reserveren, want het zijn Mijn Feesttijden. Noteer! Elke zevende dag...., niet vergeten, zegt Hij tegen Israël. Elke zevende dag is voor Mij, Sjabath, Rust. Dan rust Ik, dan rusten jullie ook!

Het zijn gezette hoogtijden, en daar mag je geen enkele andere afspraak op maken, zodat heel Mijn volk op die gezette tijden ter Mijner beschikking staat. Dan wil Ik gemeenschap hebben met Mijn volk, dan wil Ik feestvieren.

 

Een volle Agenda?

En wat zegt God tegen ons? Een agenda gebruiken wij bijna allemaal in ons leven. Al onze afspraken noteren wij daarin. Ik geloof dat wij het vaak zo druk hebben met onze eigen afspraken, dat we onze afspraken met de Heere wel eens vergeten, en dat we eigenlijk helemaal geen tijd voor Hem denken te hebben. Soms zijn kinderen Gods zo met de drukte van het leven bezig, dat ze nog nauwelijks tijd hebben om hun Bijbel te lezen. We hebben het allemaal zo druk met van alles en nog wat. Soms hebben kinderen Gods nauwelijks tijd om hun onderlinge bijeenkomsten te bezoeken. Men heeft zoveel aan het hoofd, dat men de afspraken des Heeren vergeet. De afspraken, die de Heere in hun agenda heeft gezet. En wat vergeten ze dan? Dan vergeten ze in feite met de Heere Feest te vieren. En dan vinden ze het gek dat het Feest uit hun leven verdwijnt. Er is een lied dat zegt:

  • Hoeveel jaren die ik verspeelde,

  • kwamen ze nog eenmaal weer.”

Wat een enorm triest lied is dat. En dát is de conclusie van een gelovige, die gekomen is aan het eind van zijn leven, en zijn leven overziet, en onder tranen moet vaststellen: “Ik heb mijn tijd aan allerlei dingen verprutst. Ik ben vergeten me te houden aan de afspraken die de Heere in mijn agenda heeft gezet. Ik had voor de Heere geen tijd. Kon ik het maar over doen.”

Hoeveel jaren die ik verspeelde,

Kwamen ze nog eenmaal weer.

'k Zou ze wijden aan mijn Heiland,

dankbaar leven tot Zijn eer

Maar 'k moet gaan met lege handen

'k Sloeg geen acht op Jezus' stem

'k Kan geen enkel vrucht Hem tonen

Deed nog nimmer iets voor Hem

Neen, 't is geen angst voor 't sterven

Jezus is 't, die mij behoud

Maar te gaan met lege handen

Dat is wat mijn ziel benauwd”

 

Moet dát nou uw of mijn levenslied zijn aan het eind van uw of van mijn leven? Dat is helemaal geen feestlied van een feestganger. Daar straalt geen greintje blijdschap vanaf. Maar dat krijg je wel, als je je niet houdt aan de afspraken, die de Heere heeft gemaakt in je agenda. Dan vergeet je Feest te vieren met Hem, als je niet wandelt in gehoorzaamheid, dan verdwijnt de blijdschap des geloofs uit je leven. In al deze dingen geldt:

  • Zoek eerst het Koninkrijk van God, en al het andere zal u toegeworpen worden.”

 

We moeten nooit denken, dat wanneer ik tijd besteed aan Bijbel-lezen, tijd besteed aan het Woord onderzoeken, aan gebed, aan het zoeken van Gods aangezicht, aan gemeenschap hebben met Hem, naar samenkomsten gaan, naar bijbelstudies gaan, dat dat eigenlijk allemaal verloren tijd is. Want dat zijn heilige samenkomsten. Ja dat staat er tot zelfs drie keer toe in Lev 23, in vers 2, vers 4 en vers 37 staat dat het “heilige samenkosten” betreft. En ik weet dat dit tegen Israël wordt gezegd, maar broeders en zusters, is dat voor ons anders?

 

Wanneer we Bijbelstudie doen, wanneer we bezig zijn met de dingen van de Heere, is dat nooit tijdverlies als je daar je tijd in steekt. Want wat blijkt in de praktijk? Dat je voor de tijd, die overblijft, zoveel energie krijgt om in alle rust vanuit de Heere al je maatschappelijke en je dagelijkse dingen te doen, die op je pad komen.

 

En als ik de afspraken met de Heere ga verwaarlozen, en geen gemeenschap met Hem zoek, en geen tijd heb voor Bijbellezen, en geen tijd heb voor gebed, en dat gaat allemaal verloren, dan kom ik tot de ontdekking, dat ik door mijn dagelijkse bezigheden zo onrustig ben, dat ik voor de normale werkzaamheden ook geen tijd meer heb. En dan kom ik in de stress.

Nee, God wil van ons leven een Feest maken. Hij heeft ons lief, Hij heeft ons verlost, en Hij heeft een feestplan. Zijn verlossingsplan is een feestplan, en dat is een leven, als wij in gehoorzaamheid Hem volgen, dan leidt Hij ons door die kalender heen van Feest tot Feest tot Feest tot het uiteindelijke grote Feest van de achtste dag.…............

 

De twee Broden

We waren bezig met de Feesten des Heeren te behandelen, en als laatste hadden we het gehad over “de Eersteling”. En wanneer we daar de draad weer oppakken dan komen we terecht bij het feest der weken. Het Feest der weken bestond eigenlijk uit zeven weken. Het begon met het Hefoffer van de eerstelings garve, en het eindigde met het hefoffer van de twee Pinksterbroden. Het duurde totaal 50 dagen.

 

Over het Feest van de eerstelingsgarve, wat verwijst naar de Eersteling Christus Jezus, de Heere, hebben we het reeds uitvoerig gehad in een vorig deel. Maar over het laatste hefoffer, de twee pinksterbroden hebben we het nog niet gehad. We lezen daarover in Leviticus:

  • Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn; tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult gij een nieuw spijsoffer de HERE brengen. Uit uw woonplaatsen zult gij twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de HERE” (Lev 23:15-17)

 

We kunnen ook zeggen, dat het Feest der weken ons vertelt van de heilszegeningen, die voortvloeien uit één heilsfeit, namelijk het heilsfeit, waar het feest van eerstelingsgarve van spreekt, namelijk de opstanding van Christus. En wat bracht Christus aan het licht? Onvergankelijk leven, opstandingsleven, nieuw leven. En als je als pas gelovige hebt gestoeid met je zonden als kind van God, dan breekt er hopelijk op een dag het licht door, dat God je voert – als je geestelijk ouder wordt – dat je van het kindschap weggroeit, en een jongeling wordt in het geloof, dat je wat ouder wordt in het geloof, en dat je opeens ontdekt, dat ik niet meer zo moet “stoeien” met mijn zonde. Dat we ontdekken, dat we moeten gaan leven vanuit het opstandingsleven wat Christus in mij heeft verwekt. Dat opstandingsleven, dat nieuwe leven, daar moet ik in gaan staan, maar ook dát vraagt weer een hele verwerkingstijd. En van deze geloofsgroei spreken geestelijk gezien die zeven volle weken tussen het Feest van de eerstelings-garve, en het Feest van de eerstelingsbroden.

 

Het Feest der weken, dat duurde nota bene in totaal al zeven weken, dat is een hele periode, een hele periode van feestvieren. Hoe je dat eigenlijk persoonlijk praktisch in je leven gaat toepassen, daar spreken die weken van. En waar eindigen die weken mee? Waar eindigt die persoonlijke geloofs-weg mee? Wanneer we geleerd hebben vanuit dat nieuwe leven te gaan leven? Dat leidt eigenlijk tot uw Pinksteren, tot mijn Pinksteren. Want wat is Pinksteren?

 

We lezen in Hand 2:4 dat allen die daar in die bovenzaal in Jeruzalem bijeen waren, werden

vervuld met de heilige Geest. Wordt vervuld met Geest, dat we vol zijn van Geest, dat is de bedoeling van Pinksteren. Daar spreken die “Pinkster-broden" ook van.

Voor een brood heb je meel nodig, van dat meel maak je deeg, dat wordt gekneden, eigenlijk doorkneed, alles moet er goed doorheen worden gekneed, en dan wordt het gebakken, dat gebeurd in een oven. Allemaal beelden van het vormen van iets moois, dat uiteindelijk voortkwam uit de zaaiing van graan, dat in de aarde moest sterven, om iets nieuws voort te brengen. Ook wijst het brood op het Brood des Levens, dus op Christus.

 

Zo wijzen die broden van het Pinksterfeest op Christus. Zo mogen we uit dit alles leren, dat we vol mogen zijn van dat nieuwe leven, door die Geest. Dit betekent niet dat we ons met de persoon van de heilige Geest moeten vullen, en ons daar vol mee moet maken. Nee, het betekent wel, dat we ons met de geest van Christus, Zijn Leven, Zijn opstandingsleven, wat Hij ervan aan het licht gebracht heeft, dat we ons daarmee moet vullen, en dat we leren, aan het einde van die zeven weken, die periode in ons leven, om echt te gaan staan, krachtig, in de opstandingkracht van de Heere Jezus Christus, en zo voorwaarts te gaan in Zijn heerlijkheid.

 

Het is heel typerend, dat na Pinksteren vier maanden geen enkel Feest werd gevierd in Israël. Want het zou logischer zijn geweest, dat wanneer de heilige Geest wordt uitgestort op Israël, dat dan ook meteen het Loofhuttenfeest aanbreekt. Maar dat gebeurde niet.

Na deze lange onderbreking kwam eerst het Feest der inzameling aan het einde des jaars. (Ex 34:22).

Deze inzameling wijst op de oogst. De twee Pinksterbroden die van die oogst op het Pinksterfeest werden gebakken, wijzen op de twee stammen en de tien stammen, die in de toekomst als twee groepen bij elkaar zullen worden gebracht en de Heere zullen loven, als doorknede en gebakken broden voor de Heere. Het op en neer bewegen van de twee Pinksterbroden voor het aangezicht des Heeren wees typologisch op de opstanding uit de doden van de 2 en de 10 stammen, en het loven van de Heere door alle 12 stammen van Israël. Maar van de hereniging en de inzameling (de oogst) van de 2 en de 10 stammen was in de Handelingen nog geen sprake. De Handelingen kijken echter uit op de grote oogst die straks gaat komen, en waar het Loofhuttenfeest een type van is. Dan zal het Loofhuttenfeest, “het Feest der inzameling bij de wisseling des jaars” met grote vreugde worden gevierd.

Die Pinksterdag in Handelingen 2 had eigenlijk de grote oogst van Israël moeten betekenen. Een volk dat tot geloof in zijn Messias was gekomen. Zo had het kunnen zijn. Een volk wat zich massaal bekeerd had onder de prediking van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. Een tarwe-veld, geheel gerijpt. Tarwe die nu binnen gehaald kon worden in de schuur. Een volk, gereed om de profetie van Joël 2 (Hand 2:17-21) geheel in vervulling te doen gaan, namelijk, dat geest zou worden uitgestort op al het vlees Israëls. Maar het Pinksterfeest van Handelingen 2 was onvolledig. Geest viel niet op al het vlees Israëls, maar alleen op een klein groepje gelovige Joden. Handelingen 2 was maar een gedeeltelijke voor-vervulling van Joël 2. De oogst van Israël was niet volledig. En dat bleef ook zo in de Handelingen. Het geloof onder Israël wilde maar niet rijpen, en maar een handjevol Israëlieten kwam tot geloof en bekering. Het was slechts een gelovig “overblijfsel”.

Tussen het Feest der weken en het Loofhuttenfeest lag een periode van vier maanden waarin geen feest werd gevierd. Het getal vier spreekt van de wereld, denk maar aan de vier hoeken der aarde, de vier jaargetijden, de vier elementen, enz. Wonderlijk is dat tussen het feest der weken (typologisch gezien de periode van de Handelingen) en het Loofhuttenfeest (typologisch gezien de periode van Openbaring) een periode ligt van vier maanden, waarin geen feest werd gevierd. Nu in deze tijd is het geen feest in de wereld.

Die tijd (van vier maanden geen feest) spreekt van het verstrooid zijn van Israël in de wereld. Het spreekt van het Lo-Ammi (= niet-Mijn-Volk) zijn van Israël. Maar na de lange tijdsinterval van vier maanden, die nu in 2011 al zo'n 1950 jaar duurt sinds Hand 28:28 in 61 na Chr., zal het Feest der inzameling (= “het Feest van de suntaleia”, = het Feest van de oogst) eens voor Israël aanbreken op Gods vastgestelde tijd!

 

En over die oogst, die inzameling, die “suntaleia” van de aioon, gaan we het de volgende keer hebben.

 

Deel 7 volgt DV

Bert Boersma Oktober 2011 boersmaklm@hetnet.nl

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk