Bijbelstudie "Het Boek Openbaring"

 

 

Het Boek Openbaring

Inhoud  

 

Deel 1

Hoe lezen wij?

Geadresseerden

Dag Des Heeren

Gemeente

 

Deel 2

Gods handelen met Israël

Volharden tot het einde

Weeën

Gouden Kandelaren

De Engel der Gemeente

Zoon des Mensen

 

Deel 3

Bekeert U! en Bekeer U!

Bekeren en Bekering

Hetgeen gij gezien hebt............

Hetgeen is..........

En hetgeen na dezen geschieden zal

Het “Onze Vader”

 

Deel 4

Lezen van Openbaring 4:1-11

Vergelijkingen Openbaring en Ezechiël

De Aarde zit aan de Hemel vast

 

Deel 5

Wisseling van plaats – In de Hemel – Op de Aarde

Aarde of Land

Voorbeelden Aarde

 

Deel 6

Vier en twintig Oudsten

VIER Dieren

Vier-voudige Erfgenaam

Vier keer "Spruit"

Vier namen voor de ZOON

Vier kleuren in de kleding van de Hogepriester

Vier namen van Christus

Vier kanten van legering van Israël in de woestijn

Vier evangeliën en de Vier Dieren uit Openbaring

Vier dimensies

 

Deel 7

Gods Rechterhand

Wie is Waardig?

De Losser

 

Deel 8

De Boekrol

De Overwinnaar

Afwikkeling van de Geschiedenis

De HEERE komt tot Zijn doel

De Grote dag = De Dag des Heeren

De Dag des Heeren” in het boek Openbaring

De Dag des Heeren” in Zacharia

 

Deel 9

De Dag des Heeren” in Jesaja

De Dag des Heeren” in Ezechiël

Overwinningskracht van het Lam

Het Koningschap

 

Deel 10

De Zegels

Opstand tegen God

De Kooplieden hebben de macht

 

Deel 11

De Navel der Aarde

Chronologie

Gods Liefde => Gods Oordelen

Gods gerechtigheid

Weeën

 

Deel 12

Het Beest uit de Zee

De Stad Dubai als voorbeeld voor de Stad Babel

 

Deel 13

De Beest-heerschappij

Verleidingen

Logo “Skull and Bones”

 

Deel 14

Antichrist

De Oordelen

 

Deel 15

Vergelijkingen Verlossing Israël uit Egypte én uit de Wereld

 

Deel 16

Tekenen en Wonderen

De Hemel Geopend

Vier Namen van Christus

1. Getrouw en Waarachti

2. Een geschreven Naam die niemand weet dan Hij

 

Deel 17

3. Het Woord Gods

4. Koning der Koningen en Heere der Heeren

 

Deel 18

Openbaring 20

Het Einde

Het Hemels Jeruzalem

 

 

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 1

 

Deze serie bijbelstudies over het boek Openbaring heb ik gemaakt aan de hand van aantekeningen van een bijbelstudie die ik in 2006/2007 heb gevolgd. In grote lijnen gaan we door Openbaring. Het opschrift van het laatste bijbelboek is: “De Openbaring van Johannes.” Maar eigenlijk is dat niet juist, en zou het beter zijn geweest dat er had gestaan: De Openbaring van Jezus Christus. Er is ook door de tijden heen veel verwarring geweest over wat het boek Openbaring ons nou eigenlijk te zeggen heeft, en aan wie het geschreven is, en over wie gaat het nou eigenlijk? Hopelijk mag deze studie bijdragen aan een beter inzicht in het boek Openbaring.

 

Hoe lezen wij?

Bij elke bijbel-studie is het steeds weer belangrijk dat we een paar vaste regels hanteren voor een goed verstaan van Gods Woord. We moeten ons in de eerste plaats afvragen: Wanneer is het geschreven? Dan moeten we kijken wie het geschreven heeft. Vervolgens moeten we onderzoeken aan wie het geschreven is. Dan is het belangrijk in welke context het geschrevene staat, en als laatste moeten we ons afvragen: waar gaat het over?

 

Geadresseerden

Het eerste hoofdstuk laat ons al direct zien, aan wie het boek Openbaring is gericht. Het eerste vers van het eerste hoofdstuk zegt:

  • "Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden".

 

Dus de Heere wil Zijn dienstknechten iets laten zien. Dan de vraag, wie zijn Zijn dienstknechten? In Lev. 25:42 lezen we:

  • "Want zij zijn Mijn knechten, die Ik uit het land Egypte heb geleid".

 

En in hetzelfde hoofdstuk vers 55:

  • "Want de Israëlieten zijn mijn knechten: Mijn knechten zijn zij, die Ik uit het land Egypte heb geleid; Ik ben de HEERE uw God.".

 

Hieruit blijkt al in het eerste vers van Openbaring aan wie het boek is geschreven.

Willen we nog meer duidelijkheid om te zien aan wie het boek is geschreven, dan moeten we Openbaring 1:5b-6 lezen. Daar staat:

  • "Hem die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door Zijn bloed".

 

Dan rijst de vraag, wie zijn die "ons"? Dat bemerken we als we verder lezen:

  • "En Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor Zijn God en Vader gemaakt".

 

Er is in de bijbel maar één volk die tot een koninkrijk zullen behoren, en die tegelijk priesters genoemd worden. Hier zijn meerdere bijbelteksten voor te vinden. Een duidelijke tekst is Ex 19:6:

  • "En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult".

 

Over de geadresseerde(n) van dit bijbelboek is door de eeuwen heen veel verschil van mening geweest, en daardoor ook veel verwarring over de inhoud, en daardoor is er vaak ook veel misverstand geweest over wat het boek Openbaring ons nou echt te zeggen had. Misschien is het interessant te weten, dat in het boek Openbaring 285 aanhalingen uit het Oude Testament staan vermeld. Ter vergelijking: In Mattheüs, wat toch meestal (terecht) wel gezien wordt als een boek voor de Joden, staan 92 aanhalingen uit het Oude Testament, en in de Hebreeën brief 102 aanhalingen.

 

In Openbaring 1 vers 9 zegt Johannes:

  • "Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus."

 

Johannes zegt hier dat er ook nog "andere broeders" waren, waar hij drie dingen mee deelde, nl.: verdrukking, het Koninkrijk en de volharding in Jezus. Wanneer we ook deze dingen in de context van dit hele hoofdstuk laten staan, dan mogen we concluderen, dat die "andere broeders" Israëlieten waren, want zij zouden deel hebben aan verdrukkingen (wordt vaak genoemd door Paulus in de Handelingen periode), zij zouden deel hebben aan het Koninkrijk (reeds aan Abraham beloofd), en zij moesten volharden tot het einde om behouden te worden. (dit was een voorwaarde voor het op te richten Koninkrijk, toen, ten tijde van Jezus' rondwandeling, en nogmaals, ten tijde van de Handelingen periode, en het zal ook de voorwaarde zijn in het boek Openbaring, als de Heere Jezus Christus weer terugkomt om Zijn Koninkrijk op te richten).

 

Natuurlijk zitten hier ook voor ons, gelovigen, leden van Het Lichaam van Christus, geweldige lessen in. Maar we moeten verstaan dat wij niet de geadresseerden zijn. Er kan ons ook verdrukking te wachten staan, als we ons het evangelie van Christus niet schamen, en natuurlijk horen wij bij het alles omvattende Koninkrijk Gods, en behoren wij met volharding de wedloop te lopen, maar niet om behouden te worden, want wij zijn enkel en alleen door genade behouden.

 

Dag des Heeren

  • "Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heeren" (Openb 1:10).

 

Ook hierover is veel verschil van mening. Letterlijk vertaald staat er: "Ik kwam in geest in des Heeren dag". Het moge duidelijk zijn, dat deze dag des Heeren niet de zondag is, zoals soms wordt verondersteld. Nergens in Gods Woord is sprake van een zondag. Deze dag des Heeren is ook niet één dag van 24 uur, zoals wij die kennen, maar omvat een bepaalde tijds-periode waarin God tot Zijn doel komt, om alles weer onder Zijn heerschappij te brengen. Het boek Openbaring verteld ons wat er allemaal aan de dag des Heeren vooraf zal gaan, en wat er in de dag des Heeren zal plaatsvinden.

 

Gemeente

 Hebreeuws: gemeente = qahal

                     vergadering = edah

Grieks :        gemeente = ecclesia

                     vergadering = synagoge

 

Openbaring. 1:11:

  • "Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten".

 

En dan worden die zeven gemeenten met name genoemd. Wanneer het woord "gemeente(n)" wordt genoemd, dan wordt er vaak gedacht dat dit dan gaat over de gemeente(n) van de Heere Jezus Christus, maar laten we eens op enkele plaatsen nagaan waar en wanneer het woord "gemeente" in de bijbel voorkomt:

 

Ex 16:2

  • "En in die woestijn morde de gehele vergadering der Israëlieten tegen Mozes en Aäron".

Het woord wat hier met vergadering is vertaald (edah), wordt elders soms ook met gemeente vertaald, en betekent: verzamelen of bijeenroepen.

 

Ex 16:3b

  • "Want gij hebt ons in deze woestijn geleid om deze gehele gemeente van honger te doen omkomen".

Hier is het woordje "qahal" vertaald door "gemeente".

 

1 Kron 28:8

  • "Nu dan, ten aanschouwen van geheel Israël, de gemeente des HEEREN".

Hier wordt Israël de gemeente des HEEREN genoemd.

 

Joël 2:15 en 16

  • "Blaast de bazuin op Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen. Vergadert het volk, heiligt de gemeente, roept de ouden bijeen,"enz

 

Handelingen 7:37b en 38

  • "Een profeet gelijk mij zal God uit uw broeders doen opstaan. Deze is het , die in de vergadering in de woestijn met de engel was, die tot hem sprak op de Sinaï, en met onze vaderen."

Hier is het Griekse woord "ecclesia" vertaald door "vergadering", terwijl dat meestal door gemeente wordt vertaald.

 

Handelingen 19:32

  • "Nu riep de een dit, de ander dat, want de volksvergadering was verward en de meesten wisten niet eens, waartoe zij samengekomen waren."

Lees dit vers in de context, en u zult bemerken, dat de genoemde "volksvergadering" bestond uit een samenraapsel van de bewoners van Efeze. Hier is "ecclesia" vertaald door "volksvergadering."

 

In Handelingen 19:39 en 40 zult u kunnen lezen dat "ecclesia" in beide verzen is vertaald door "volksvergadering".

 

In Jac 2:2 is het Griekse woordje "synagogé" vertaald door "vergadering". En als we naar de geadresseerden van de Jacobus-brief kijken in Jac 1:1, dan zien we dat deze brief is geschreven aan de twaalf stammen in de verstrooiing. Dus de geadresseerden zijn duidelijk, er bestaat maar één volk op aarde waarvan er 12 stammen in de verstrooiing leven.

 

In Jacobus 5:14-15 vinden we weer het woord "gemeente":

  • Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten.”

 

Ook hier staat in de grondtekst het woord "ecclesia". Dit is vaak reden om te zeggen: "zie je wel, dat is onze gemeente, dus dat is voor ons". Maar dan vergeten we weer aan de geadresseerden van de brief te denken, en dat waren wij niet.

Als we dit gedeelte op onszelf gaan toepassen, dan komen de problemen. Want dan zien we dat het niet werkt, terwijl de belofte van Jacobus 5 is, dat het wel degelijk werkt. Maar als we Jacobus 5 in de context laten staan, dan weten we dat het toen wel gold, en dat het straks in het door Christus op te richten Koninkrijk ook weer van toepassing zal zijn, maar nu niet! Wanneer we zo mogen en kunnen zien en begrijpen voor wie de teksten zijn bedoeld, dan waren er niet zoveel problemen ontstaan omtrent bijvoorbeeld het "zalven met olie".

 

Zo zijn er vele teksten in Openbaring waar we het woord "gemeente" in terug vinden. Maar zoals we boven hebben gezien, en nog gaan ontdekken in het vervolg van deze studie, gaat dat dus niet over De Gemeente, Het Lichaam van Christus, maar over een andere bijeen geroepen groep mensen, namelijk over de 12 stammen in de verstrooiing.

 

Deel 2 volgt

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 2

 

Gods handelen met Israël

Het was vanaf de roeping van Abraham uit Ur Gods bedoeling zich een volk voor Zijn Naam te maken. Eigenlijk heel bijzonder. Ten tijde van Abraham waren er 70 volken, die na de toren bouw van Babel door de Heere over de aarde verstrooid werden. De Heere zocht Zich niet een volk uit die 70, nee, Hij had één persoon op het oog, uit wie het volk zou ontstaan. De Heere gaf geweldige beloften aan Abraham. Het was én is Gods plan dat Zijn volk aan de spits der volkeren zal staan tot Gods eer. Het boek Openbaring handelt over de laatste periode van de geschiedenis van Israël in deze "ajoon", in deze eeuw. Het boek Openbaring speelt zich niet af in de tijd van de verborgenheid, waarin wij nu leven. Het boek heet niet voor niets "Openbaring".

 

Als we kijken naar de positie van dé gemeente, Het Lichaam van Christus, dan zien we een totaal andere positie:

  • Openbaring is een profetisch boek van de bekendmaking, in de latere gemeente brieven is dat helemaal niet het geval (bijv. Efeze).
  • Openbaring spreekt van de aanwezigheid van de Koning. Efeze daarentegen spreekt van de verborgenheid.
  • Openbaring spreekt van tekenen door de Heere. Efeze helemaal niet (=verborgen).
  • Openbaring gaat over de "Parousia" (= komst, aanwezigheid) van Christus. In de latere gemeente-brieven gaat het om de “Epiphaneia”, dat is “de verschijning in heerlijkheid.”
  • Openbaring gaat over het aanstaande en aanwezige Koninkrijk van Israël, en waar Israël tot heil van de volken zal zijn. De Gemeente, Het Lichaam van Christus, is een tentoonstelling van Gods goedertierenheid door Gods overweldigende rijkdom van genade.
  • Openbaring spreekt over de aardse positie van het volk Israël. De Gemeente heeft een hemelse positie. (Efeze 1:20-23 en Efeze 2:6-8).

 

Volharden tot het einde

In het Mattheüs evangelie wordt ook op diverse plaatsen gesproken over het einde der eeuw:

  • "Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen Zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van Uw komst en van de voleinding der wereld?" (Math 24:3).

 

Hier komt o.a. de gedachte vandaan dat de wereld bij de komst van Christus zal vergaan, maar dat staat er helemaal niet. Er staat: "voleinding der ajoon (=eeuw)", d.w.z. aan het einde van die tijdsperiode. En even verder in Mattheüs lezen we welk evangelie voor die tijd gold, en ook in de toekomstige tijd van Openbaring weer zal gelden:

  • "Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden" (Matth. 24:13)

 

Zowel in de Evangeliën, als in de Handelingen periode, en ook in het boek Openbaring geld ditzelfde evangelie, en dát evangelie van het Koninkrijk, dus van het volharden tot het einde, zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde (van de ajoon) gekomen zijn. Dit is NIET ons evangelie. Dan kan het ook nooit de bedoeling zijn geweest dat deze opdracht voor ons was. Wij brengen geen evangelie, waarbij we de mensen aansporen om toch vooral te volharden, anders zijn ze niet behouden.

Wij mogen het evangelie van Gods rijke genade verkondigen. Dit volharden-evangelie was het evangelie, wat hoorde bij het Koninkrijk wat de Heere 2000 jaar geleden had willen oprichten, maar wat door de onbekeerlijkheid van Israël toen niet doorging, maar welk Koninkrijk in de toekomst tot zijn volle ontplooiing zal komen. Want Gods beloften zijn onberouwelijk. Het gaat zeker door! En dan geldt weer hetzelfde evangelie als in Mattheüs 24:13 en 14

 

Ditzelfde evangelie vinden we dan ook meerdere keren terug in het boek Openbaring:

  • Openb. 1:9 "Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus,......"
  • Openb. 2:2 "Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding........"
  • Openb. 2:3 "En gij hebt volharding en hebt verdragen om Mijns naams wil....."
  • Openb. 2:7 "Wie overwint, hem zal ik geven........" Dit is ook voorwaardelijk, en betekent hetzelfde als: "wie volhardt tot het einde"
  • Openb. 2:11 "Wie overwint,........"
  • Openb. 2:17 "Wie overwint,........"
  • Openb. 2:19 "Ik weet uw werken en liefde, en geloof en dienstbetoon, en uw volharding en uw laatste werken........"
  • Openb. 2:26 "En wie overwint,...."
  • Openb. 3: 5 "Wie overwint,........"
  • Openb. 3:12 "Wie overwint,........"
  • Openb. 3:21 "Wie overwint,.... "
  • Openb.13:10 "Hier blijkt de volharding en het geloof der heiligen"
  • Openb.14:12 "Hier blijkt de volharding der heiligen,....." Zij hebben volhardt in het weigeren van het merkteken van het beest.
  • Openb.14:13 "Dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na". Zij hadden volhardt in het weigeren van het merkteken van het beest. Dat waren de werken die hen navolgden.
  • Openb. 20:4 Hier zien we dezelfde volharding als in Openb. 14:13. Ook hier hadden de gelovigen volhardt, en het merkteken van het beest niet aanvaard, en de beloning was dat ze 1000 jaar met Christus als koningen mochten heersen.
  • Openb. 3:8 "Ik weet uw werken......" Het gaat hier over dezelfde groep mensen die volharden in hun werken als in Openb. 20:4.

 

Ook in het boek Handelingen gold hetzelfde evangelie. Ook toen waren er vele verdrukkingen, en moesten de gelovigen volharden tot het einde. Volharden tot het einde is dan: Volharde tot het einde van de eeuw (ajoon) of tot de dood (wanneer de gelovige stierf).

 

Weeën

Dat Openbaring aansluit op de evangeliën en op de Handelingen periode blijkt ook uit wat er over de weeën geschreven staat:

Matth. 24: 4-7 spreekt over wat er in de laatste dagen allemaal geschieden zal, en dan zegt vers 8:

  • "Doch dat alles is het begin der weeën."

en 1 Tess 5:3:

  • "Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen."

 

Dit is gedurende de Handelingen periode. Nu, tijdens de vorming van Het Lichaam van Christus is er in de Bijbel nergens sprake van weeën, maar in het boek Openbaring komen de weeën weer tevoorschijn: Openb. 9:12

  • "Het eerste wee is voorbijgegaan: zie, nog twee weeën komen hierna.''

 

Gouden Kandelaren

  • "En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad" (Openb. 1:12).
  • "Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten, en de kandelaren zijn de zeven gemeenten.” (Openb. 1:20).

 

We hebben in het voorgaande gezien dat die gemeenten van vers 20 niets hebben te maken met dé Gemeente, Het Lichaam van Christus. Maar deze "gemeenten" hebben alles te maken met Israël.

We hebben gelezen dat de gouden kandelaren de zeven gemeenten zijn. De kandelaar is de menorah, de 7-armige kandelaar, die in het Heilige van de Tabernakel, later in het Heilige van de Tempel stond. De kandelaar is het beeld van het getuigenis van het volk Israël aan de Heere. Ook weten we uit Openb. 1:6 dat het gehele gelovig overblijfsel van Israël tot een Koninkrijk en tot priesters voor hun God zal zijn. Deze priesterlijke bediening voor het gehele volk betekent:

  • Geheel Israël zal alle volkeren onderwijzen.
  • Geheel Israël zal de eredienst onderhouden.

 

Dat is een geweldige verandering bij hoe het vroeger in Israël was. Toen kwamen de priesters alleen uit de stam Levi, en was er één hogepriester, Aäron. In de toekomende tijd zal Christus zelf hun hogepriester zijn naar de ordening van Melchizedek (= gerechtigheid), en niet meer naar de ordening van Aäron. Dan is de tijd aangebroken dat Christus voor de Zijnen zal zijn: Koning en Hogepriester. Dan is het heil uit Israël.

 

De Engel der Gemeente

In Openbaring 2 en 3 wordt zeven keer gezegd:

  • "En schrijf aan de engel der gemeente........"

 

Elke brief is dus blijkbaar gericht aan een engel. Omdat elke brief aan de engel die bij die gemeente behoort, gericht is, is die engel ook verantwoordelijk voor die betreffende gemeente. dan mogen we ons afvragen: Wie zijn die engelen?

Het woord engel komt van het Griekse woord "angelos", het betekent: afgezant, bode, boodschapper. In verband met de gemeente in Openbaring mogen we ook stellen, dat deze engel der gemeente de voorganger der gemeente is. In de synagoge was een voorganger, hij werd ook wel voorzanger, en ook wel voorlezer genoemd. (Openb. 1:3).

In het Hebreeuws heet hij "chelach tsebour". Dat betekent: voorganger, engel of afgezant van de gemeente of van de vergadering. In rang stond deze voorganger onder de overste der synagoge. Dat de brief ook werkelijk aan een persoon was gericht blijkt o.a. uit:

  • Openb. 2 : 4 "Want Ik heb tegen u, dat gij..................."
  • Openb. 2 :14 "Maar ik heb enkele dingen tegen u, dat gij.........."
  • Openb. 2 :20 "Maar ik heb tegen u, dat gij.........." enz.

 

Zoon des Mensen

In Openbaring 1:13-16 lezen we:

  • "En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; en zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam; en zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was als een geluid van vele wateren. En Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht."

 

Een prachtige beschrijving van onze Heere Jezus Christus, voor zover onze ogen en ons verstand een beschrijving mogelijk maken. Maar waar het hier om gaat is de titel van de Heere: "eens mensen Zoon ". We zien hier de presentatie van Christus als de Zoon des mensen. De titel "Zoon des mensen" komt (in de NBG51) 83 keer voor in de vier evangeliën, één keer in Handelingen en één keer in de Hebreeën. Nergens komen we deze titel van de Heere Jezus tegen in verband met De Gemeente, Het Lichaam van Christus. Zij, die door genade deel hebben aan Het Lichaan van Christus, mogen door genade IN de Zoon zijn, deel krijgen aan alle zegeningen die DE ZOON ook heeft ontvangen, en opgroeien tot het zoonschap.

 

Deel 3 volgt D.V.

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 3

 

Bekeert U!

Steeds wanneer we in Gods Woord te maken hebben met het op te richten Koninkrijk voor Israël, zien we dat ook steeds weer hetzelfde evangelie met dezelfde boodschap terugkeert. We hebben in het voorgaande gezien dat dit het geval is v.w.b. "het volharden" van Israël. En zo mogen we ook ontdekken dat de opdracht "bekeert U"speciaal aan Israël is gegeven.

 

In het Oude Testament komt de uitdrukking "bekeert u" 22 keer voor (in de NBG51). Steeds wordt deze oproep gedaan omdat het volk Israël afdwaalde van de Heere. In Mattheüs, Marcus en Lucas wordt dezelde oproep 8 keer gedaan, en dan meestal in verband met het aanstaande komende Koninkrijk. In Handelingen 2 wordt de oproep één keer gedaan, ook in verband met het aanstaande Koninkrijk, en in Openbaring komt dezelfde oproep weer één keer terug, want ook dan is het Koninkrijk zeer aanstaande:

  • "Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert. " (Openb 2:5).

 

Bekeer U

Kijken we naar de woorden "bekeer u" (zonder t), dan staat dat één keer in het O.T. en één keer in de Handelingen, en 4 keer in Openbaring:

  • "Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert." (Openb 2:5).
  • "Bekeer u dan; maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard mijns monds." (Openb 2:16).
  • "Bedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het en bekeer u. Indien gij dan niet wakker wordt, zal Ik komen als een dief, en gij zult niet weten, op welk uur Ik u zal overvallen." (Openb 3:3).
  • "Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u." (Openb 3:19).

 

Bekeren

Wanneer we dan ook nog opzoeken waar "bekeren" staat, dan ontdekken we dat "bekeren" 35 keer in het Oude Testament staat, 6 keer in de evangeliën, 5 keer in Handelingen, en 2 keer in Openbaring:

  • "En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij wil zich niet bekeren van haar hoererij." (Openb 2:21).
  • "Zie, Ik werp haar op het ziekbed en hen, die met haar overspel bedrijven, breng Ik in grote verdrukking, indien zij zich niet van haar werken bekeren." (Openb 2:22).

 

Bekering

Tot slot kijken we voor de volledigheid nog waar we het woord "bekering" vinden: "Bekering"vinden we één keer in het Oude Testament, 9 keer in de evangeliën, en ook 9 keer in het boek Handelingen, en als laatste twee keer in de brief aan de Hebreeën.

 

Waarom ik dit alles wat met "bekeren" te maken heeft, vrij uitvoerig heb behandeld, is om u duidelijk te maken, dat dit alles louter en alleen met het volk Israël te maken heeft. Bekering had in het Oude Testament steeds weer te maken met de afdwaling van het volk. En eigenlijk kwam dat voort uit de hoogmoed van het volk, want wat hadden ze ook alweer gezegd, toe ze de wet van de Heere ontvingen?

  • "Alles wat de Heere gesproken heeft, dat zullen wij doen".

 

En zij sloegen zich daarbij op de borst. Niet beseffende dat niemand van hen in staat was door eigen kunnen de wet te volbrengen. Dat is gebleken uit de hele geschiedenis van het volk. Daarom steeds weer de oproep dat zij zich moesten bekeren. In de evangeliën ging deze oproep gepaard met de verkondiging van het voor hen aanstaande Koninkrijk, terwijl zij niet beseften dat De Koning bij hen aanwezig was als de Zoon des mensen. En ook in de Handelingen periode en in het boek Openbaring geldt ditzelfde evangelie.

 

In de latere gevangenschaps-brieven van Paulus, die specifiek voor De Gemeente, Het Lichaam van Christus zijn geschreven, komt deze oproep van bekering niet voor. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de betekenis van het woord "bekeren". Bekeren betekent eigenlijk: Omkeren.

Waarheen moesten de Israëlieten zich omkeren? Naar wat ze verlaten hadden, hun eerste liefde, hun wandel met God. Waarheen moeten wij, die uit de duisternis komen, ons bekeren of omkeren? Wij moeten ons helemaal niet omkeren, want dan vinden wij alleen maar duisternis. Wij moeten maar één ding: Wij moeten geloven in de Christus, die God gezonden heeft. Wij moeten in vast vertrouwen het Woord aanvaarden, geloven dat Christus voor onze zonden volkomen heeft betaald, en dat we op grond van dat volbrachte werk behouden zijn. En wanneer we bereid zijn dat persoonlijk te aanvaarden, dan mogen we zelfs weten dat we als onderpand van onze erfenis verzegeld worden met de Heilige Geest der belofte (Efeze 1:13).

 

Hetgeen gij gezien hebt, hetgeen is en hetgeen na deze geschieden zal

Over Openbaring 1:19 wordt vaak heel verschillend gedacht:

  • "Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is en hetgeen na dezen geschieden zal."

 

Vaak wordt hier door velen een drie-deling gemaakt. Veelal wordt dan gedacht dat (1)"hetgeen gij gezien hebt" dat is Openbaring 1:1-16. En (2)"hetgeen is" dat gaat dan over Openbaring hoofdstukken twee en drie. En tot slot (3)"hetgeen na dezen geschieden zal", dit laatste begint dan bij Openbaring hoofdstuk 4, waar in het eerste vers ook zo mooi staat: "Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel......." Zo op het eerste gezicht past alles mooi in elkaar. Maar laten we eens zien of dit inderdaad juist is, en of er inderdaad sprake is van een drie-deling.

 

1. Hetgeen gij gezien hebt

Het kan in het verband van dit hoofdstuk niet anders, dat dit slaat op wat Johannes in vervoering des geestes mocht zien, wat de Heere voor ons heeft laten opschrijven in Openbaring 1:12-16:

  • "En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; en zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam; en zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was als een geluid van vele wateren. En Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht."

 

2. Hetgeen is

Hier staat het werkwoord "zijn", dat is in het grieks: "eisin". En wanneer we nu teksten opzoeken waar het zelfde staat, komen we er achter wat hier in Openbaring nu echt staat.

Matth. 9:11-13

  • "En toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen: Waarom eet uw meester met de tollenaars en zondaars? Hij hoorde het en zeide: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars."

Matth. 12:6-8

  • "Maar Ik zeg u: Meer dan de tempel is hier. Indien gij geweten had, wat het zeggen wil: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande, dan zoudt gij geen onschuldigen hebben veroordeeld. Want de Zoon des mensen is heer over de sabbat."

Handelingen 2:12 en 13

  • "En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen? Maar anderen zeiden spottend: Zij hebben te veel zoete wijn gehad!

Handelingen 10:17 en 18

  • "Terwijl Petrus bij zichzelf in onzekerheid was, wat het gezicht, dat hij gezien had, betekenen mocht, zie, daar waren de mannen, die door Cornelius afgezonden waren, bij hun navraag naar het huis van Simon aan het voorportaal gekomen, en zij trachtten na geroepen te hebben te weten te komen, of Simon, bijgenaamd Petrus, daar verblijf hield.''

 

In al bovenstaande vier teksten staat hetzelfde als wat in Openbaring 1:19 vertaald is met: "hetgeen is" We hebben gezien dat het op die andere plaatsen vertaald is met:

  • "wat het betekent"
  • "wat het zeggen wil"
  • "wat wil dit (toch) zeggen"
  • "wat het betekenen mocht"

 

Wanneer we dan Openbaring 1:19 vertalen met wat er eigenlijk staat, komt dat er zo uit te zien:

  • "Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt, en wat het betekent, en hetgeen na dezen geschieden zal."

U ziet dan is de drie-deling helemaal weg. Maar dit is wat er werkelijk zou moeten staan.

 

3. En hetgeen na dezen geschieden zal

In het Grieks staat er voor "na dezen": "meta tauta". Enkele teksten waar we ook "meta tauta" vinden zijn onderstaande teksten. Hieromtrent zal geen misverstand zijn. Het zal duidelijk zijn wat hier wordt bedoeld.

Joh 13:7

  • "Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan."

1 Petrus 1:11

  • "....terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna."

Openbaring 1:19

  • "Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is en hetgeen na dezen geschieden zal.

 

Die periode van "na dezen" omvat de verdere openbaring van onze Heere Jezus Christus, die hij ons gedaan heeft in het boek Openbaring. In die periode zal de bergrede zijn beslag krijgen, want dan zullen er vele treurenden zijn in Israël. Velen zullen hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, maar ook velen zullen letterlijk honger hebben, omdat zij het teken van de tegenstander niet hebben willen ontvangen, en daarom geen eten kunnen kopen. Velen zullen in die tijd vervolgd worden om Zijns Naams wil, en het zelfs niet overleven, maar zij zullen later 1000 jaar met Christus als koningen heersen. (Openb. 20)

 

Matth 5:1-12

"Toen Hij nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had nedergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem.En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:

  • Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
  • Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
  • Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
  • Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
  • Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
  • Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
  • Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
  • Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
  • Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
  • Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd."

 

Ook het "Onze Vader" zal in deze periode van "na dezen" op zijn plaats vallen. Mattheüs 6:9 begint met: " Bidt gij dan aldus:". De Heere Jezus sprak hier tot de scharen, tot de Joden! Wij mogen hier van leren en er onze lessen uit halen, maar wij mogen niet net doen alsof dit speciaal voor ons is geschreven, want dat is niet waar. In de tijd van de grote benauwdheid van Israël zal dit gebed op zijn plaats vallen. Wanneer satan zijn troon heeft geplaatst in de tempel in Jeruzalem, en wanneer de Joodse eredienst door satan is stopgezet, en wanneer velen in het land het beeld van satan aanbidden, dan zullen zij, die het anti-teken niet hebben willen aanvaarden, bidden:

Matth 6:9-13 "Bidt gij dan aldus:

  • Onze Vader die in de hemelen zijt,
  • Uw naam worde geheiligd;(satan zal dan worden aanbeden)
  • Uw Koninkrijk kome; (satan zit dan op de troon)
  • Uw wil geschiede, (de wil van satan zal dan gebeuren op aarde)
  • Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
  • Geef ons heden ons dagelijks brood; (vanwege het niet kunnen kopen)
  • En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
  • En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
  • Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

 

Tot zover hebben we gezien wie de geadresseerden van het boek Openbaring zijn, wat de Dag des Heeren is, hoe we met het woord "gemeente" moeten omgaan, en voor wie het "volharden" bestemd is. We hebben gezien dat alle onderwerpen die aan de orde zijn geweest, enkel en alleen op Gods handelen met het Volk Israël zijn terug te voeren, zoals ook de weeën, de gouden kandelaren, de Zoon des mensen, het bekeren, de bergrede en het Onze Vader. Kortom, alles wat we hebben behandeld wijst op Gods grote liefde voor Zijn volk Israël, en dat hij met dat volk tot Zijn doel zal komen.

 

Deel 4 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 4

 

We gaan verder met het lezen van Openbaring 4:1-11:

  • "Na dezen zag ik, en ziet, een deur was geopend in den hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, als van een bazuin, met mij sprekende, zeide: Kom hier op, en Ik zal u tonen, hetgeen na dezen geschieden moet.En terstond werd ik in den geest; en ziet, er was een troon gezet in den hemel, en er zat Een op den troon. En Die daarop zat, was in het aanzien den steen Jaspis en Sardius gelijk; en een regenboog was rondom den troon, in het aanzien der [steen] Smaragd gelijk. En rondom den troon waren vier en twintig tronen; en op de tronen zag ik de vier en twintig ouderlingen zittende, bekleed met witte klederen, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden.En van den troon gingen uit bliksemen, en donderslagen, en stemmen; en zeven vurige lampen waren brandende voor den troon, welke zijn de zeven geesten Gods.
  • En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht als een mens, en het vierde dier was een vliegenden arend gelijk. En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.
  • En wanneer de dieren heerlijkheid, en eer, en dankzegging gaven Hem, Die op den troon zat, Die in alle eeuwigheid leeft;Zo vielen de vier en twintig ouderlingen voor Hem, Die op den troon zat, en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen voor den troon, zeggende: Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen."

 

We lezen in vers 1 dat Johannes een blik mocht werpen in de hemel door de deur die hij geopend zag, en hij hoorde de stem, die eerder met hem sprak. We kunnen hieruit leren, dat de hemel niet een of andere ongrijpbare, niet te bepalen sfeer is, maar dat de hemel werkelijk een plaats is. En deze hemel, waar Johannes de geopende deur zag, is de derde hemel, de plaats waar God zelf woont, waar de troon van God staat.

 

Dit lezen we ook in Jes 66:1:

  • "Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten."

 

Het lijkt in dit vers wel of de aarde en de hemel één geheel vormen, met de hemel ver boven de aarde gesitueerd. Dit is in wezen ook zo. (komen we later op terug)

 

Het vierde hoofdstuk van het boek Openbaring heeft nogal wat overeenkomsten met het eerste hoofdstuk van het boek Ezechiël. En eigenlijk is dat natuurlijk niet zo verwonderlijk, want beiden mochten door de geest een blik in dezelfde hemel werpen.

 

 

OPENBARING 4

EZECHIEL 1

1.

De hemel was geopend

(vers 1)

De hemel was geopend

(vers 1)

2.

Johannes zag in de geest in de hemel gezichten Gods (vers 2)

Ezechiël zag in de geest in de hemel gezichten Gods (vers 1)

3.

De Heere sprak met Johannes

De Heere sprak met Ezechiël

4.

Johannes zag vier dieren

(vers 6)

Ezechiël zag vier dieren

(vers 5)

5.

De dieren waren vol ogen (vers 6)

De velgen van de dieren waren vol ogen (18)

6.

De dieren hadden 6 vleugelen (vers 8)

De dieren hadden 4 vleugelen (vers 6)

7.

De vier dieren:

Het eerste dier was een leeuw gelijk.

Het tweede dier was een kalf (=os) gelijk.

Het derde had het aangezicht als een mens.

Het vierde was een vliegende arend gelijk.

De vier dieren: alle waren gelijk.

Van voren het aangezicht van een mens.

Rechts het aangezicht van een leeuw.

Links het aangezicht van een os.

Verder het aangezicht van een arend, (persoonlijk denk ik aan de achterkant.)

8.

Er was een regenboog rondom de troon (= de heerlijkheid des Heeren) (vers 3)

Er was een regenboog rondom de heerlijkheid des Heeren (vers 27 en 28)

9.

Hij, die op de troon zit werd aanbeden (vs 10)

Hij, die op de troon zit werd aanbeden (vs 8)

10.

Johannes zag een troon (vers 2)

Ezechiël zag een troon (vers 26)

11.

Johannes zag vurige lampen (vers 5)

Ezechiël zag vurige fakkelen (vers 13)

12.

Johannes zag een glazen zee, kristal gelijk (vers 6)

Ezechiël zag iets als een uitspansel van kristal (vers 22)

 

De Aarde zit aan de Hemel vast

Wanneer we het gehele boek Openbaring lezen, dan bemerken we dat er steeds een wisseling van plaats is, voor wat betreft de gebeurtenissen die zich afspelen. Steeds is het zo, dat wanneer er zich in de hemel iets afspeelt, dat deze hemelse gebeurtenis direct gevolgen heeft voor het aardse gebeuren.

 

Het begint steeds in de hemel, en daarna volgt de reactie van die gebeurtenis op de aarde.

Met ander woorden, wanneer de hemel beweegt, om een of andere reden, dan beweegt de aarde ook, omdat de aarde onlosmakelijk met de hemel verbonden is. Dit komt doordat de Heere vanuit Zichzelf, vanuit Zijn woonplaats, van binnen uit Zichzelf, de aarde heeft "uitgespannen", dus van boven naar beneden. Enkele teksten hiervoor zijn:

 

1.

Job 37:18

"Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?"

2.

Psalmen 136:5-6

"Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid."

3.

Jesaja 42:5

"Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen"

4.

Psalm 104:2

Hij spant de hemel uit als een tentkleed

Wanneer we de bijbel bestuderen, ontdekken we dat alle dingen die met De Heere te maken hebben, van binnen uit (uit Hem) gebeuren, of van binnen uit (door Hem) gemaakt worden. Daarom lezen we ook dat uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alledingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. (Rom 11:36). En daarom staat er dat alledingen door Hetzelve gemaakt zijn, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. (Joh 1:3) Dus van boven af uitgespannen naar beneden toe.

Zo zijn ook alledingen Hem (de Zoon) overgegeven van Zijn Vader (van boven af), en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch niemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren. (Matth 11:1).

 

Zo moest Mozes ook de tabernakel maken (van binnen uit waar God woont), naar het beeld wat hij in de hemel gezien had. Hij had exacte instructies van God ontvangen hoe alles precies gemaakt moest worden. De tabernakel hier op aarde moest ook van binnen uit gemaakt worden, eerst het Heilige der Heiligen, dan het Heilige, en als laatste de voorhof. ook voor wat betreft het opzetten van de tabernakel waren de instructies duidelijk: Eerst het binnenst Heiligdom opzetten, dan uitspannen naar buiten.

 

Zo behoort het ook met onszelf te gaan. Gods Woord gaat naar ons binnenste, naar ons hart. En vanuit ons binnenste begint het nieuwe Leven, vanuit ons binnenste begint ons denken te veranderen, worden wij hervormd door de vernieuwing van ons denken. Daarom zegt Paulus:

  • "Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God." (2 Kor 3:5).

 

En aan de Efezieërs schrijft Paulus:

  • "Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt." (Efeze 3:20).

 

Hierin zien we dat de Heere vanuit ons binnenste Zijn heerlijkheid wil uitspannen naar onze wandel in Zijn Liefde.

 

Zo is het ook in het boek Openbaring, wanneer het Koningschap van de wereld uit handen van satan door Christus wordt overgenomen. Dat Koninkrijk begint in het midden, in de navel der aarde. De Heere zal Zijn voeten zetten op de Olijfberg, die ligt bij Jeruzalem, dat is de navel der aarde. Vanuit Jeruzalem wordt het Koninkrijk "uitgespannen" over het gehele land Israël, en vanuit Israël over de gehele aarde.

 

In al deze dingen die we nu besproken hebben, hemel en aarde, de tabernakel, ons nieuwe Leven, het Koninkrijk, en zo zijn er nog veel meer te noemen, moeten we goed voor ogen houden, dat al deze dingen van binnen uit, vanuit God zelf "uitgespannen" worden.

 

Ook zijn al deze dingen op zich onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Zo is de aarde onlosmakelijk met de hemel verbonden, de aardse tabernakel met het voorbeeld in de hemel, onze wandel met de geestelijke gesteldheid van ons hart, en zo zal in de toekomst de gehele aarde onlosmakelijk verbonden zijn met de navel der aarde, waar Christus troont.

 

Deel 5 volgt

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 5

 

Wisseling van plaats

Zoals boven reeds genoemd, is er in Openbaring steeds een wisseling van plaats, voor wat betreft de gebeurtenissen die zich afspelen. Het begint steeds in de hemel, met gevolgen voor de aarde. We bepalen ons in dezen tot het boek Openbaring:

 

GEBEURTENIS IN DE HEMEL

REACTIE OP DE AARDE

Ziet, hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben. (Openbaring 1:7)

Alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven. (Openbaring 1:7)

Na dezen zag ik, en ziet, een deur was geopend in de hemel (Openbaring 4:1)

En alle schepsel, dat in de hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op de troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid. (Openbaring 5:13)

Het Lam opent de eerste van de zeven zegelen (Openbaring 6:1)

Er verscheen een wit paard, en hij die daarop zat had een boog, hem werd een krans gegeven, en hij trad op, overwinnend, en om nog meer te overwinnen. (Openbaring 6:2)

Het tweede zegel wordt geopend (Openb 6:3)

De vrede wordt van de aarde weggenomen, en de mensen gingen elkaar doden (Openb 6:4)

Het derde zegel wordt geopend (Openb 6:5)

Er kwam schaarste (weegschaal) op de aarde, een ieder kon heel weinig krijgen. Er kwam honger (Openbaring 6:5-6)

Het vierde zegel door het Lam geopend ( Openbaring 6:7)

Er verschijnt een vaal paard op de aarde, en zijn naam was de dood, en de hel volgde hem na, en hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.

Het vijfde zegel wordt geopend (Openb 6:9)

Op aarde zou een grote verdrukking komen, en zij die zich aan het Woord Gods vasthielden, zouden worden gedood om het getuigenis wat zij vasthielden. (Openb 6:9-11)

Het zesde zegel wordt geopend (Openb 6:12)

Er kwam een grote aardbeving op de aarde, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren des hemels vielen op de aarde, enz (Openb 6:12-17

En toen het zevende zegel door de Heere geopend werd, kwam er een stilzwijgen in de hemel van omtrent een half uur. (Openb 8:1)

Aan de zeven engelen, die voor God stonden, werden zeven bazuinen gegeven. En er kwam een ander engel, die aan het altaar stond, hebbende een gouden wierookvat, en hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij het reukwerk met de gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor de troon is. Dus de gebeden van de vermoorde gelovigen stegen op van de aarde. (Openb 8:1-5)

En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde. (Openb 8:5)

 

En er geschieden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving (Openb 8:5)

De eerste engel heeft gebazuind (Openb 8:7)

En er is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand (Openb 8:7)

De tweede engel heeft gebazuind (Openb 8:8)

En er werd iets als een grote berg, van vuur brandende, in de zee geworpen; en het derde deel der zee is bloed geworden. En het derde deel der schepselen in de zee, is gestorven. En het derde deel der schepen is vergaan. (Openbaring 8:8-9)

En de derde engel heeft gebazuind (Openb 8:10)

Dan zal er een grote ster, brandende als een fakkel uit de hemel vallen op het derde deel der rivieren en op de fonteinen der wateren. De ster heet Alsem, en het derde deel der wateren werd tot alsem. (=bitter) En veel mensen zullen sterven van het water. Openb 8:10-11)

En de vierde engel heeft gebazuind (Openb 8:12)

En het derde deel der zon werd geslagen, en het derde deel der maan en het derde deel der sterren; opdat het derde deel derzelve zou verduisterd worden, en dat het derde deel van de dag niet zou lichten, en van de nacht desgelijks. (Openbaring 8:12)

En de vijfde engel heeft gebazuind (Openb 9:1)

Het gevolg waren vele plagen op de aarde. Lees hiervoor Openbaring 9:1-12.

En de zesde engel heeft gebazuind (Openb 9:13)

Het gevolg is dat één derde der mensheid gedood zal worden. (Openb 9:13-21)

En de zevende engel heeft gebazuind (Openbaring 11:15)

De Heere Jezus Christus zal het Koningschap op aarde aanvaarden. (Openbaring 11:15-19)

Er ging een geest des levens van God uit. (Openbaring 11:11)

Gods twee getuigen die op de aarde vermoord waren, werden weer levend (Openb 11:11)

Er klonk een grote stem uit de hemel (Op 11:12)

De twee getuigen voeren op naar de hemel in een wolk (Openb 11:12)

En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijn verbonds is gezien in Zijn tempel (Openb 11:19)

Op de aarde kwamen bliksemen, en stemmen en donderslagen, en aardbeving en grote hagel (Openbaring 11:19)

Er werden grote tekenen gezien in de hemel, ook werd het derde deel van de sterren des hemels op de aarde geworpen (Openb 12:1-4)

Op aarde baarde "een vrouw" een zoon, die werd weggerukt tot God en Zijn troon. De vrouw vluchtte nnar de woestijn, waar zij 3 1/2 jaar door God zelf onderhouden zou worden. (Openbaring 12:4-6)

Er was oorlog in de hemel. Michaël en zijn engelen voerden krijg tegen de satan en zijn engelen. De satan en zijn engelen werden op de aarde geworpen (Openb 12:7-9) (Er was vreugde in de hemel)

Zodra satan op de aarde geworpen was ging hij de vrouw vervolgen die het manneken gebaard had. En satan vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben. (Openb 12:13-17 en Openb 13:1-18)

Drie engelen van God kwamen naar de aarde om hun waarschuwende boodschap te verkondigen (Openbaring 14:6-10)

Niet gehoorzamen aan de boodschap. Het gevolg: En de rook van hun pijniging gaat op in alle eeuwigheid, en zij hebben geen rust dag en nacht, die het beest aanbidden, en zijn beeld, en zo iemand het merkteken zijns naams ontvangt. (Openbaring 14:11)

 

De eerste engel goot zijn eerste fiool van Gods toorn vanuit de hemel op de aarde. (Openb 15:1 en 16:1-2)

Er kwam een kwaad en boos gezweer aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden, en die zijn beeld aanbaden. (Openb 16:2)

De tweede engel goot zijn fiool uit in de zee. (Openbaring 16:3)

En de zee werd bloed als van een dode, en alle levende ziel is gestorven in de zee.

De derde engel goot zijn fiool uit in rivieren en in fonteinen der wateren (Openb 16:4)

En de wateren werden bloed (Openb 16:4)

En de vierde engel goot zijn fiool uit op de zon, en haar is macht gegeven de mens te verhitten door vuur (Openbaring 16:8)

De mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden de Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven (Openb 16:9)

En de vijfde engel goot zijn fiool uit op de troon van het beest (Openbaring 16:10)

En het rijk van het beest is verduisterd geworden, en zij kauwden hun tongen van pijn. En zij lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken. (Openbaring 6:10-11)

En de zesde engel goot zijn fiool uit op de grote rivier, de Eufraat. (Openbaring 16:12)

En het water van de Eufraat is uitgedroogd, opdat bereid zou worden de weg der koningen, die van de opgang der zon komen zullen. En uit de mond van de draak, en uit de mond van het beest, en uit de mond van de valse profeet komen drie onreine geesten, die aan de vorsen gelijk zijn. Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en de gehele wereld, om die te vergaderen tot de krijg van de grote dag des almachtigen Gods. (Openbaring 16:12-14)

En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht, en er kwam een grote stem uit de tempel des hemels, van de troon, zeggende: Het is geschied. (Openbaring 16:17)

En er geschieden stemmen en donderslagen, en bliksemen, en er geschiedde een grote aardbeving, hoedanige niet is geschied van dat de mensen op aarde geweest zijn, namelijk een zodanige aardbeving en zo groot. (Openb 18-21)

En ik zag een engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand (Openbaring 20:1)

En de engel greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren, en wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. (Openbaring 20:2-3)

We hebben in deze opsomming van gebeurtenissen ontzettend veel ellende zien voorbijkomen. Ik geloof dat ook al deze dingen, hoe vreselijk ook, letterlijk zullen gebeuren. Ik vind het ook onbegrijpelijk te lezen dat zij, die dan nog "leven", de God des hemels zullen lasteren, vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezwellen, en zij zich niet zullen bekeren van hun boze werken. (Openbaring 6:10-11)

En net zo lezen we in Openbaring 9:20-21:

  • "En de overige mensen, die niet gedood zijn door deze plagen, hebben zich niet bekeerd van de werken hunner handen, dat zij niet zouden aanbidden de duivelen; en de gouden, en zilveren, en koperen, en stenen, en houten afgoden, die noch zien kunnen, noch horen, noch wandelen; En hebben zich ook niet bekeerd van hun doodslagen, noch van hun venijngevingen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen."

 

Wanneer we dit alles gelezen hebben, is het zeer duidelijk wie nu én dan de overste van deze wereld is. Tegelijk moeten we goed beseffen, dat we vol blijde verwachting mogen leven, want de Heere komt absoluut tot Zijn doel. Zijn heerlijkheid zál komen. Hij zal worden aanbeden om Zijn grootheid en heerlijkheid. Dat mogen wij nu al doen!

 

Aarde of Land

Eigenlijk zouden we nog een woord-studie moeten doen over het woord "aarde", bij al deze gebeurtenissen in de hemel, en de reacties op de aarde. Waarschijnlijk zouden we dan ontdekken dat deze gebeurtenissen niet de gehele aarde omvatten, maar specifiek het land Israël, met natuurlijk een "uitstraling"over de gehele aarde. Het woord "gè" wat vaak (meestal) door "aarde" is vertaald, zou mijns inziens heel vaak beter door "land" kunnen worden vertaald.

In het Oude Testament is in het Hebreeuws land/aarde: ztrae Dit komt 934 keer voor in 852 teksten. Het is 583 keer vertaald met "land", en 351 keer is het vertaald met "aarde".

In het Nieuwe Testament is in het Grieks aarde/land: ge = “γης” of “γην” of “γη”

  • γης komt 242 keer voor. Het is 135 keer met "land", en 107 keer met "aarde" vertaald.
  • γην komt 78 keer voor. Het is 32 keer met "land", en 46 keer met "aarde" vertaald.
  • γη komt 60 keer voor. Het is 37 keer met "land", en 23 keer met "aarde" vertaald.

 

Opgeteld: van de 380 keer is 204 keer "land"en 176 keer "aarde" vertaald.

 

Wanneer we "Biblija.net", de internet-concordantie raadplegen, en we tikken het woord "land" in, dan komt "land" in Openbaring zowel in de Staten Vertaling als in de NBG51 niet voor. Wanneer we het woord "aarde" intoetsen, dan komt "aarde" in het boek Openbaring 83 keer voor.

Wanneer we uit bovenstaande concluderen dat "land" eigenlijk meer "rechten" heeft, dan is het op zijn zachts gezegd bijzonder, dat "land" in Openbaring in de vertaling niet voorkomt. Daarom moeten we altijd zeer nauwkeurig naar de context kijken, waar het over gaat.

Maar v.w.b het boek Openbaring, wat de voleinding der geschiedenis van het volk Israël behandeld, zullen we tot de conclusie komen, dat het meestal over het LAND van datzelfde volk Israël gaat.

 

Voorbeelden "aarde":

 

1. Handelingen 1:8

  • "Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde" (= ge).

 

Wanneer hier werkelijk de hele aarde zou worden bedoeld, dan zouden de discipelen een geweldige sprong moeten maken van Judea naar Samaria, en dan opeens tot het uiterste van de gehele aarde. Maar dat staat er niet. Wanneer we "aarde" door "land" vervangen, wordt de tekst veel logischer, en passend bij de woorden van de Heere Jezus zelf. De Heere zei in Math 10:5

  • "Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen."

 

Bovendien maakt de Heere zelf pas in Handelingen 10 aan Petrus kenbaar door het laken wat uit de hemel neerdaalde, dat vanaf die tijd ook het heil voor de heidenen was bestemd:

  • "En terwijl Petrus nog steeds over het gezicht nadacht, zeide de Geest: Zie, twee mannen zoeken naar u; sta dan op, ga naar beneden en reis, zonder bezwaar te maken, met hen mede, want Ik heb hen gezonden." (Handelingen 10:19-20).

 

Zonder dit gezicht uit de hemel zou Petrus de afgezanten van Cornelius zeker niet te woord hebben gestaan, en gastvrij binnen hebben genodigd, en zelfs de volgende dag met hen mee naar Joppe zijn gereisd.

 

2. Openbaring 3:10

  • "Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen."

 

Hier vallen twee dingen op in de vertaling, ten eerste staat in de grondtekst "oikoumene", wat door "de gehele wereld" is vertaald, en ten tweede "ge" wat door "aarde'' is vertaald. Wanneer we nu in deze tekst rekening houden met de betekenis van "oikoumene" en "ge", dan krijgt deze tekst een hele andere betekenis. want in plaats van dat de ure der verzoeking een wereldwijd gebeuren zal zijn, blijkt het dan een lokaal gebeuren te zijn. Bovendien weten wij uit de bijbel dat de ure der verzoeking de grote verdrukking is, en de grote verdrukking wordt weer Jacobs benauwdheid genoemd. Zo wijst alles op Israël.

 

3. Openbaring 12:9

  • "En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem."

 

Ook hier geldt dezelfde uitleg als in Openbaring 3:10. We weten wie de geadresseerden zijn van Openbaring, en we weten wat Jacobs benauwdheid is, dan weten we ook waar de grote verdrukking zich zal afspelen. Het zal zijn een grote verzoeking van de immitator- messias, die zich heeft gezet op een troon in de tempel te Jeruzalem. Dáár speelt het zich allemaal af. Natuurlijk heeft het gebeuren in Israël een uitstraling op de "oikoumene", op de regio van het midden oosten. Maar in hoofdzaak zal Israël worden verzocht door de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan. Zach 13:8-9 laat ons zien dat tweederde deel van het volk Israël de satan zal aan bidden, en om die reden zal worden uitgeroeid, en het overblijvende derde deel zal door de Heere gelouterd worden. Van dat overblijvende derde deel zal de Heere zeggen: "Dat is mijn volk", en dát volk zal zeggen: "De Heere is mijn God".

 

4. Openbaring 16:14

  • "Want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God.”

 

Dit is de derde keer dat "oikoumene" in Openbaring in de grondtekst voorkomt, en wat steeds met "de gehele wereld" is vertaald. Altijd heeft het in eerste instantie met Israël te maken, en daarna met de omringende volkeren. We zien in deze tekst dat de koningen, de regeringsleiders van het gebied rondom Israël, die behoren tot die "oikoumene", door demonen worden verleid tot een oorlog.

 

In dit verband nog één tekst, die ook vaak verwarring geeft:

  • "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn." (Math 24:14).

 

Ook hier staat in de grondtekst "oikoumene" (= regio), wat ook hier ten onrechte is vertaald door "de gehele wereld". De twaalf apostelen zijn aan de uitvoering van deze opdracht nooit toegekomen vanwege de onbekeerlijkheid van Israël. Maar als Israël in de toekomst onder de bediening van Elia tot geloof en bekering komt, dan zal Israël zijn roeping verstaan, met als gevolg, dat voordat het einde bij Christus' wederkomst gekomen zal zijn, zij het evangelie van het koninkrijk in de hele regio (in de gehele van het midden oosten zullen prediken tot een getuigenis voor al die volken. Dan zal Math 24:14 in vervulling gaan.

 

Ook de zinsnede "die op de aarde wonen", wat we 12 keer in Openbaring tegen komen, moeten we in het licht van bovenstaande beschouwen.

 

Deel 6 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 6

 

Nu gaan we weer terug naar Openbaring 4

Openbaring 4:4

  • "En rondom den troon waren vier en twintig tronen; en op de tronen zag ik de vier en twintig ouderlingen zittende, bekleed met witte klederen, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden."

 

De vraag die we ons mogen stellen, wie zijn deze 24 oudsten, zittende op 24 tronen?

 

Vier en twintig Oudsten

1. In Openbaring 5:8

lezen we dat de 24 oudsten in aanbidding neervallen voor het Lam, dat waardig was het boek te openen. even verder in vers 10 zeggen deze oudsten over zichzelf:

  • "En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen heersen op de aarde."

 

Er bestaat maar één volk, wat voorde Heere een volk van koningen en priesters zal

zijn, en dat is het volk Israël. Een bekende tekst daarvoor is: Exodus 19:6:

  • "En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk."

 

Bovendien staat in Openbaring 5:10 dat

  • "zij (die 24 oudsten) zullen als koningen heersen op de aarde.”

 

We weten, dat aan Israël, het gelovig overblijfsel, de aarde is beloofd als erfenis. Reeds aan Abraham was deze belofte gedaan. Dus moeten die 24 oudsten alles te maken hebben met het verbond dat de Heere met Abraham en zijn zaad had gemaakt.

 

2. In Openbaring11:15

is er ook weer sprake van deze oudsten: Dan zeggen de oudsten:

  • Wij danken U, Here God, Almachtige, Die is en Die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard.” (vs. 17).

 

3. Openbaring 5:11 en 12 (vergelijk ook Ps. 68:18 en Dan. 7:10):

  • "En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen"

 

4. Bovendien staat er ook nog in Openbaring 5:8

  • dat de vier en twintig ouderlingen voor het Lam in aanbidding nedervielen met gouden fiolen, zijnde vol reukwerks, welke zijn de gebeden der heiligen zijn.”

 

Reukwerk in aanbidding brengen voor de troon van het lam, dat is een priesterlijke bediening, speciaal voor Israël.

 

5. In 1 Kronieken 23:4

waren er vier en twintig duizend priesters uit de Levieten, die het priesterlijk werk in de tempel moesten verrichten:

  • "Uit dezen (uit de Levieten) waren er vier en twintig duizend om het werk van het huis des HEEREN aan te drijven"

 

6. In 1 Kronieken 24 vanaf ver1 lezen we

dat Aäron 4 zonen had, twee waren er gestorven, en deze twee, Nadab en Abihu, hadden geen kinderen. De overige twee, Eleazar en Ithamar hadden wel kinderen. We lezen in vers 3 en 4 dat David de kinderen van zijn beide nog in leven zijnde zonen indeelde voor hun ambt in hun dienst. Van de zonen van Eleazar werden zestien ingeloot, en van de zonen van Ithamar werden 8 zonen ingeloot. (vers 7-18) Dus tezamen vier en twintig mannen in de priesterlijke dienst voor de tabernakel.

In vers 5 staat nog:

  • "En de oversten Gods waren uit de kinderen van Eleazar en van de kinderen van Ithamar."

1 Kron 24:19:

  • "Het ambt van dezen in hun dienst was te gaan in het huis des HEEREN, naar hun ordening door de hand van Aäron, huns vaders; gelijk als hem de HEERE, de God Israëls, geboden had"

 

Dit zijn enkele plaatsen waar over de 24 oudsten gesproken wordt. Maar in de context van het boek Openbaring moge het duidelijk zijn, dat deze 24 oudsten alles met het volk Israël te maken hebben.

In Openbaring 4 zien we een hemelse afspiegeling van Gods instellingen op aarde voor Zijn volk Israël, dus eigenlijk een hemelse vertegenwoordiging van Gods aardse volk.

 

VIER Dieren

  • "En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren." (Openbaring 4:6)

 

Zowel de Oudsten als de vier dieren hebben te maken met de troon van God en de heerlijkheid van God, de heerlijkheid van Christus. Alle dingen betreffende de volkomenheid, de volmaaktheid en de heerlijkheid van Christus bestaan uit vier dingen:

 

1. Vier-voudige Erfgenaam

In Openbaring 19:11 ziet Johannes de hemel geopend, en hij ziet een wit paard, en Hij die op dat witte paard zat heeft vier namen. Deze vier namen hebben te maken met de vier-voudige erfenis van Hem die op het witte paard zit:

Getrouw en Waarachtig:

  • "En Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid." (Openbaring 19:11)

 

Niemand weet Zijn naam (geen=knecht):

  • "En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf." (Openbaring 19:12)

 

Het Woord Gods:

  • "En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods." (Openbaring 19:13)



Koning der koningen, en Heere der heren:

  • "En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren.



2. Vier keer "Spruit"

  • A. "Te dien dage zal des HEEREN SPRUITzijn tot sieraad en heerlijkheid, en de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering dengenen, die het ontkomen zullen in Israël." (Jesaja 4:2).
  • B. "Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige SPRUIT zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde." (Jer 23:5) en "In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde." (Jer 33:15).
  • C. "... zie, Ik zal Mijn Knecht, de SPRUIT, doen komen ..." en..(Zach 3:8).
  • D."Zo zegt de HERE der heerscharen: zie, een Man, wiens naam is SPRUIT". (Zach 6:12).


Het woord 'Spruit' is terecht met een hoofdletter vertaald. We hebben nam
elijk te doen met een Naam. Een Naam, die gedragen wordt door Christus. In de hiervoor aangehaalde vier verzen worden vier zijden van de Here Jezus belicht, zoals ook de vier evangeliën op viervoudige wijze van Hem getuigen.



3. Vier namen voor de ZOON

  • Zoon van God: "Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den ZoonvanGod." (Marcus 1:1).
  • Zoon de mensen: "En alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen den Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid." (Matth 24:30).
  • Zoon van David: "En al de scharen ontzetten zich, en zeiden: Is niet Deze de ZoonvanDavid? (Matth 12:23).
  • Zoon van Abraham: "Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoonvan David, den zoon van Abraham." (Matth 1:1).

4. Vier kleuren in de kleding van de Hogepriester

  • Dit nu zijn de klederen, die zij maken zullen: een borstlap, en een efod, en een mantel, en een rok vol oogjes, een hoed en een gordel; zij zullen dan voor uw broeder Aäron heilige klederen maken, en voor zijn zonen, om Mij het priesterambt te bedienen. Zij zullen ook het goud, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen; En zullen den efod maken van goud, hemelsblauw (1), en purper (2), scharlaken (3) en fijn getweernd linnen (4 = wit), van het allerkunstelijkste werk.” (Ex 28:4-6).

 

5. Nog Vier namen van Christus

Heer:

  • "Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben." (1 Cor 2:8)

 

Koning:

  • "En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid." (Openbaring 11:15)

 

Knecht:

  • "Ziet, Mijn Knecht, Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen." (Mattheüs 12:18)

 

Mens:

  • "Jezus dan kwam uit, dragende de doornenkroon, en het purperen kleed. En Pilatus zeide tot hen: Ziet, de Mens!" (Johannes 19:5)

 

6. De Vier kanten van legering van Israël in de woestijn

"En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende: De kinderen Israëls zullen zich legeren, een ieder onder zijn banier, naar de tekenen van het huis hunner vaderen; rondom tegenover de tent der samenkomst zullen zij zich legeren. (Numeri 2:1-2)

  • Ten oosten: Juda "Die zich nu legeren zullen oostwaarts tegen den opgang, zal zijn de banier des legers van Juda, naar hun heiren" (Numeri 2:3).
  • Ten zuiden: Ruben "De banier des legers van Ruben, naar hun heiren, zal tegen het zuiden zijn" (Numeri 2:10).
  • Ten westen: Efraïm "De banier des legers van Efraïm, naar hun heiren, zal tegen het westen zijn" (Numeri 2:18).
  • Ten noorden: Dan "De banier des legers van Dan zal tegen het noorden zijn, naar hun heiren" (Numeri 2:25).

7. De Vier evangeliën en de Vier Dieren uit Openbaring

Mattheüs   = Zoon van David  = Koning                = Eerste Dier   = Leeuw

Marcus      = Dienstknecht     = Knecht                = Tweede Dier = Rund

Lukas        = Mens (wording) = Mens                   = Derde Dier    = Mens

Johannes   = Het Woord        = God in het vlees   = Vierde Dier   = Vliegende Arend = God

 

8. Vier dimensies

Boven hebben we gelezen: Alle dingen betreffende de volkomenheid, de volmaaktheiden de heerlijkheid van Christus bestaan uit vier dingen. Zo ook voor Het Lichaam van Christus. Wij mogen weten dat Christus door het geloof in allen die tot het Lichaam van Christus behoren, wil wonen, en dat zij daardoor in de Liefde geworteld en gegrond worden:

  • "Opdat wij ten volle kunnen begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij van de Liefde, En te kennen de Liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat wij vervuld worden tot al de volheid Gods." (Efeze 3:17-19).

 

Zo zijn er in de Bijbel nog tientallen "viertallen" te vinden, die uiteindelijk veelal wijzen op de Heerlijkheid van Christus. Wanneer u een concordantie hebt kunt u het zelf opzoeken. In de NBG51 staan 201 teksten met "vier", en in de Statenvertaling staan 273 teksten met "vier". Wanneer u zelf een pc heeft kunt u ook gratis een concordantie downloaden op: www.biblija.net/biblija.nl

Wanneer u daar het Woord "vier" invult, komen alle bovenstaande teksten (201 en 273) in beeld.

 

Wij zijn bevoorrechte mensen, dat wij Gods Woord hebben, en er ongestoord in kunnen lezen. Wanneer we het boek Openbaring lezen, bevinden wij ons eigenlijk op de publieke tribune, om te aanschouwen, de dingen die allemaal staan te gebeuren. Wanneer we Openbaring 5 lezen, dan bevinden we ons ook op een heilige plaats, en zouden we de schoenen van onze voeten moeten doen. Met Johannes mogen wij een blik in de hemel werpen, mogen we een blik werpen in de plaats waar Christus zelf zetelt. Wij mogen Hem zien zitten op de troon, met in Zijn rechterhand een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, en die boekrol is welverzegeld met zeven zegels. (Openbaring 5:1).

Vanaf Openbaring vijf begint het handelen van de Heere Jezus Christus zichtbaar te worden. Dan begint eigenlijk zichtbaar te worden waartoe het boek Openbaring dient. Namelijk de afwikkeling van de geschiedenis van het volk Israël op aarde. Vele profetieën uit het Oude Testament krijgen in Openbaring hun eind-vervulling. Let wel, profetieën gedaan aan het volk Israël, zullen ook voor het volk Israël in dát land in vervulling gaan.

Het volk Israël is in al deze dingen het centrale middelpunt, met natuurlijk een uitstraling over de gehele aarde (regio). Denk hierbij aan de uiteindelijke machtsovername, het Koningschap van Christus over de wereld (vanuit Israël). Denk aan het boek Daniël, wat u in veel gevallen naast het boek Openbaring kunt leggen. Beide boeken handelen over de geschiedenis en de toekomst van Israël, dus over hetzelfde thema.

 

Deel 7 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 7

 

Gods rechterhand

We lezen in Openbaring 5:1:

  • "En ik zag in de rechterhand van Hem, die op de troon zat, een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, welverzegeld met zeven zegels"

Deze positie "in de rechterhand" wijst op een buitengewone plaats bij God. Deze Rechterhand is eigenlijk de oorsprong van alles. Van kracht, macht, zegen, lieflijkheid, oordeel, gerechtigheid, heilsdaden, overwinning, verlossing, schepping, de positie van Christus, en de plaats waar voor ons gepleit wordt:

Plaats van kracht:

  • Uw rechterhand, HEERE, heerlijk door kracht, uw rechterhand, HEERE, verpletterde de vijand. (Ex 15:6) Gij strektet uw rechterhand uit; de aarde verzwolg hen.” (Ex 15:12).
  • Daarop greep Simson de beide middelste zuilen, waarop het gebouw rustte, met zijn rechterhand tegen de ene steunende en met zijn linkerhand tegen de andere.” (Richt 16:29).

Plaats van zegen:

  • Dan zal ook Ik u loven, omdat uw rechterhand u de zege geeft.” (Job 40:9)

Plaats van Lieflijkheid:

  • Gij maakt mij het pad des levens bekend; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rechterhand, voor eeuwig.” (Psalm 16:11).

Plaats van overwinning:

  • Nu weet ik, dat de HERE zijn gezalfde de overwinning geeft, Hij antwoordt hem uit zijn heilige hemel met de machtige heilsdaden zijner rechterhand.” (Psalm 20:7).

Plaats van gerechtigheid:

  • Gelijk uw naam, o God, zo is uw lof tot aan de einden der aarde; uw rechterhand is vol van gerechtigheid.” (Psalm 48:11).

Plaats van verlossing:

  • Wanneer ik wandel te midden van benauwdheid, behoudt Gij mij in het leven; tegen de toorn van mijn vijanden strekt Gij uw hand uit, en uw rechterhand verlost mij.” (Psalm 138:7).

Plaats van ondersteuning:

  • Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.” (Jes 41:10).

Plaats van schepping:

  • Ook heeft Mijn hand de aarde gegrondvest en Mijn rechterhand heeft de hemelen uitgebreid. Roep Ik hen, zij staan daar tezamen.” (Jes 48:13).

Plaats van oordeel:

  • Hij heeft zijn boog gespannen als een vijand, Zijn rechterhand opgeheven als een tegenstander; Hij heeft gedood al wat een lust der ogen was; in de tent van de dochter van Sion heeft Hij zijn grimmigheid uitgegoten als vuur.” (Klaagl 2:4).

Plaats waar voor ons wordt gebeden en gepleit:

  • Wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.” (Rom 8:34).

Plaats van de positie van Christus:

  • De priesterkoning des HEREN Van David. Een psalm. Aldus luidt het woord des HEREN tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten.” (Psalm 110:1).
  • De Here [Jezus] dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods.” (Mar 16:19).

Een geweldige zekerheid mogen wij hebben in de wetenschap dat de positie van onze Heiland vast staat. Tegelijk mogen ook allen die tot het Lichaam van Christus behoren, weten dat IN Hem hun positie vast staat (Efeze 2:6). Hij is gesteld tot erfgenaam van alle dingen, en door Hem heeft God ook de wereld geschapen. Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in den hoge. (Hebr 1:2-3) Hiermee heeft onze Heiland de hoogste positie verworven.

Hij, die als mens (zonder zonde) op deze wereld kwam,

  • Die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een Dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. (Fil 2:6-8).

Hij heeft verlossing teweeggebracht, daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle Naam geschonken, (Fil 2:9) Hij is geplaatst als God in de macht van God! Hij is geplaatst aan de rechterhand des Vaders in de hemelse gewesten (letterlijk: overhemelse = plaats van de Allerhoogste), boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. (Efeze 1:20-21).

En, broeders en zusters, als in de toekomst Christus in Zijn glorieuze verschijning openbaar wordt, worden ook wij, die IN Christus zijn, in Zijn heerlijkheid openbaar! (Efeze 2:6-7)



Wie is waardig?

En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep:

  • Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken? En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon de boekrol openen of haar inzien. En ik weende zeer, omdat niemand waardig was gebleken de boekrol te openen of die in te zien.” (Openbaring 5:2-4).

Er leek zich een probleem voor te doen, want de boekrol moest geopend worden om de profetieën in vervulling te doen gaan, maar er was niemand die daartoe het mandaat had om dat te doen. Het was ook niet zomaar een boekrol, hij was verzegeld met zeven zegels, belangrijke zegels, die niet zomaar verbroken mochten of konden worden. Het verbreken van de zegels kon alleen maar gebeuren door iemand die van absoluut onbesproken gedrag was, die vlekkeloos was, die totaal rein was, die uitermate verhoogd was, en die de Naam boven alle Naam geschonken was.

Waar vindt je zo iemand?

  • En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon de boekrol openen of haar inzien.” (Openbaring 5:3).

Wat was de toestand van de mensheid? U weet hoe het al begon. Het begon met de opstand van satan tegen God:

  • Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. (Jes 14:12-14).

Hebben we van nature niet allemaal die hoogmoed in ons?

  • In het paradijs werd Eva verleid, Adam ging uit liefde met haar mee, en sinds die tijd zijn alle mensen stervende aan het sterven.
  • Kaïn sloeg zijn broer dood. Hij had geen berouw, en was het eigenlijk niet met God eens.
  • Cham, de zoon van Noach (na de zondvloed) kreeg een vloek van Noach om de zonde die hij had gedaan, maar was het daarmee niet eens.
  • Kijk eens wie één van de nakomelingen van Cham was, Nimrod, de grote opstandeling tegen God.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan. We weten hoe het volk Israël, door de Heere uitverkoren tot Zijn bruid, door alle tijden afvallig is geweest. Zij dienden de afgoden. Hoererij noemt de bijbel dat!

Het woord dat door afval is vertaald is "apostais", en betekent: Je plaats verlaten, weggaan van je plaats. Dat is wat er door alle eeuwen is gebeurd. God had van den beginne alleen het beste met de mensen voor. In alle tijden had de Heere ook geweldige beloften in petto, als de mensen gehoorzaam waren. En heel vaak hebben ze ook van die beloften genoten, en konden de mensen dus weten, dat Gods beloften waarheid waren. Maar altijd weer was er de hoogmoed van het beter willen weten. Altijd weer was er de opstand tegen God. Dat zat (en zit) in de eerste plaats in de mens zelf, en satan is er als de kippen bij om dat hoogmoedige vuurtje in hen (en ons) op te stoken.

Nu leven we anno 2007 (jaar, waarin deze bijbelstudie is gemaakt), en is er veel veranderd? We leven nog steeds in de boze eeuw (aioon), waarin satan de overste van deze wereld is. Hij bezit alle koninkrijken der aarde. En wat is het gevolg? Een duistere aarde vol geweldenarij, vol zonde, verre van God.

We weten hoe de geestelijke toestand was in Israël, ten tijde dat de Heere Jezus op aarde was. De Heere noemde de toenmalige geestelijke leiders

  • "adderengebroed, gij hebt de duivel tot vader".

Is het nu beter? Is de geestelijke toestand in veel kerken nu beter? En is de geestelijke toestand van de kerkelijke leiders nu beter? Of staan er nu ook predikers voor de gemeenten, die zich voordoen als engelen des lichts, maar in werkelijk de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden? (Rom 1:18).

Is niet gedurende het bestaan van de aarde de mensheid vanwege hun hoogmoed in opstand tegen God? Deze opstand zal op het einde der tijden zijn hoogtepunt bereiken (lees dieptepunt). Hiervan lezen we in het boek Openbaring. In Genesis 11 begon de opstand tegen God al bij de torenbouw van Babel. In Openbaring komt de opstand tegen God tot zijn hoogtepunt in Babel. Eigenlijk verhaalt Openbaring ons over het faillissement van de schepping door toedoen van de mens. De zonde speelt de hoofdrol. En als de zonde de hoofdrol speelt, is de toestand van de mensheid hopeloos, en is alles gedoemd te mislukken. Gelukkig weten we beter, want God ten allen tijde tot Zijn doel!

Het moge duidelijk zijn dat er niemand waardig was de verzegelde boekrol te openen, behalve de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, die overwonnen heeft, om de boekrol en haar zeven zegels te openen.

  • En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde. En het kwam en heeft (de rol) aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was.” (Openbaring 5:5-7).
  • "Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde." (Openbaring 5:9-10).

Uit het begin van deze bijbel-studie weten we tot wie hier gesproken wordt, omdat er maar één volk is, die tot een koninkrijk zullen behoren, en die tegelijk priesters genoemd worden. Dat is het volk Israël.



De Losser

Uit Openbaring 6 en volgende, blijkt dat de opening van de boekrol te maken heeft met de voortgaande geschiedenis, dus met de voortgaande vervulling van de profetieën voor het volk Israël. Na Openbaring 5 lezen we dat er vele plagen en oordelen over het volk zullen komen. Er was ook maar Eén die het recht had om deze oordelen te laten gebeuren. Hij die rechtvaardig is, Hij moet doen wat nodig is om de aarde terug te brengen onder heerschappij van de rechtvaardige Koning.

De leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, die overwonnen heeft, is de Losser Israëls. Hij was de enige, die waardig was de boekrol te openen, en Hij is ook de enige die de ware Losser van Israël is.

In Israël was het gebruikelijk, dat wanneer iemand door wat voor omstandigheden ook, zijn bezit was kwijtgeraakt, de "losser" verplicht was de bezittingen terug te kopen. We lezen in Lev 25:25:

  • "Wanneer uw broeder verarmd is en iets van zijn bezitting heeft moeten verkopen, dan zal zijn naaste bloedverwant als losser optreden, en hij zal loskopen wat zijn broeder heeft moeten verkopen."

Een prachtig voorbeeld van de Losser vinden we in het boek Ruth. Daar was een Israëliet genaamd Elimelek, de naam van zijn vrouw Naömi en de namen van zijn beide zonen Machlon en Kiljon, Efratieten uit Betlehem in Juda. Zij vertrokken naar Moab, omdat er honger was in Israël. Het staat niet beschreven, maar het is logisch, dat Elimelek zijn bezittingen had verkocht. Na ongeveer tien jaar keerde Naömi berooid van alles terug in het land Israël. Alleen haar schoondochter Ruth was met haar teruggekeerd. Zij had gezegd: "U God is mijn God."

We kennen de geschiedenis. Ruth kwam (niet toevallig) op het land van Boaz terecht om aren te lezen. Toen Naömi hoorde waar Ruth was geweest, zei zij:

  • "Die man is aan ons verwant, hij is een van onze lossers.” (Ruth 2:20).

Later zegt Naömi tegen Ruth:

  • "Welnu, is Boaz niet onze bloedverwant, bij wiens arbeidsters gij geweest zijt? Zie, hij gaat vannacht op de dorsvloer gerst wannen; baad u dan en zalf u en doe uw opperkleed aan en daal af naar de dorsvloer. Maar laat de man niets van u merken, voordat hij gereed is met eten en drinken. Als hij zich neerlegt, moet gij goed letten op de plaats waar hij ligt; kom dan nader en sla zijn voetendek op en leg u neer. Dan zal hij u wel duidelijk maken, wat gij doen moet. (Ruth 3:2-4)

En aldus geschiedde. Toen Boas in de nacht wakker werd, en ontdekte dat er iemand aan zijn voeten lag, schrok hij , en hij vroeg:

  • Wie zijt gij? Zij antwoordde: Ik ben Ruth, uw dienstmaagd: spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.” (Ruth 3:9).

Maar niet alleen het land dat van Elimelek was geweest werd gelost door de losser, ook moest de losser voor nakomelingen zorgen als de overledene geen nakomelingen had nagelaten. Daarom was Boaz ook de losser van Ruth.

  • En zo verwierf Boaz ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van de gestorvene, om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden.” (Ruth 4:5)

En de vrouwen van Bethlehem waren blij met Naömi, want zij zeiden:

  • "Geprezen zij de HERE die het u heden niet laat ontbreken aan een losser, en zijn naam worde vermaard in Israël." (Ruth 4:14).

Een prachtige geschiedenis, waar we heel veel van kunnen leren. Zo mogen we ons eerst afvragen waarom er honger was in Israël. Het volk Israël zou toch door de Heere in het land gezegend worden? Dat er honger was betekent dat het volk in ongehoorzaamheid leefde, en dat die ongehoorzaamheid de reden van hongersnood in het land was. Dat Elimelek in den vreemde ook niet gezegend kon worden, bleek wel uit het feit, dat Naömi totaal berooid terugkeerde. Toch lag er een rijke zegen voor Naömi in 't verschiet in Bethlehem.

Zo is het ook gegaan met het volk Israël. Door hun ongehoorzaamheid zijn ze uit het land verstrooid. In hun verstrooiing zullen ze niet tot wasdom komen. Totaal berooid zal het volk eenmaal terugkeren in het land, ze zullen dan door de Heere zelf terugverzameld worden. En dan zullen ze gezegend zijn onder de Koning der Koningen. Daarom zegt het Woord:

  • In een uitstorting van toorn heb Ik mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid ontferm Ik Mij over u, zegt uw Losser, de HEERE.” (Jes 54:8).

Zo is Boaz als losser, een type van de komende Losser. Zoals Boaz het land van Elimelek moest lossen, zo zal Christus het land Israël lossen. Het land waarvan God zelf had gezegd: Het land is van Mij. (Lev 25:23). En zoals Boaz Ruth moest lossen, zo zal Christus Israël, Zijn bruid lossen. De Heere zegt:

  • "Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming" (Hosea 2:18) en
  • "Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HEERE kennen." (Hosea 2:19).

En de profeet Jesaja zegt:

  • "Want uw man is uw Maker, HEERE der heerscharen is zijn naam; en uw Losser is de Heilige Israëls, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden.'' (Jes 54:5).

Zelfs Job getuigde:

  • "Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden." (Job 19:25).

Bij dit alles moeten we weten, dat de Losser het recht van eigendom heeft.

In het verband van het boek Openbaring is de boekrol, die alleen door Christus geopend kon worden, een soort Lossers-akte. Dus een akte waarin beschreven stond, hoe de loskoping van grondgebied, wat Christus rechtens toekwam, zou plaatsvinden. De zegels mochten niet verbroken worden voordat de juiste tijd daarvoor was aangebroken, en dan nog alleen door die Persoon die daartoe gerechtigd was.



Deel 8 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 8

 

De Boekrol

Zoals vermeld, leert het boek Openbaring ons vanaf hoofdstuk 5 wat er zoal in de boekrol geschreven staat. Zo zullen er eerst zeven zegels geopend worden, vervolgens zullen er zeven bazuinen klinken, en als laatste zullen er zeven schalen met plagen over de aarde (lees over het land) worden uitgegoten. Deze 3 x 7 oordelen moeten geschieden, omdat ze een reinigende werking hebben, en de komst van Christus voorbereiden.

Wanneer dan ook het grote toekomstige Babylon is gevallen (Openbaring 17 en 18) zal er in de hemel een luide stem ener grote schare te horen zijn, zeggende:

  • Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist.” Openbaring 19:1-2)

En verder lezen we:

  • En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren.” (Openbaring 19:11-16)



De Overwinnaar

In Openbaring 5:5 lazen we dat de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen.

  • Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.” (Jes 53:3).

Hem werd een doornenkroon op het hoofd geplaatst, Hij werd vernederd en verworpen. Hij kwam op een ezel Jeruzalem binnen. (Luc 19:35). Een ezels-veulen spreekt van vernedering. Maar Christus is overwinnaar, en daarom zegt Johannes:

  • "Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert. Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had hij veel kronen. Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf." (Openbaring 19:11-12).

Christus zegt:

  • "Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.” (Openbaring 22:16).

Beste lezers, het is geweldig uit Gods Woord te weten, dat die door mensen verachte Man, die tot het diepste is gegaan in Zijn vernedering. Dat Hij, die zonder zonde was, door zichzelf te vernederen, nu alreeds de hoogste positie heeft verworven. Straks zal Hij Zichzelf triomferend aan de wereld vertonen, dan zal er een stem als van een grote schare te horen zijn, en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende:

  • Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw (Israël) heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden. (Openbaring 19:6-8).

En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen:

  • Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden. (Openbaring 5:13).

Dan, onder heerschappij van de Koning der Koningen, de rechtvaardige Koning, zal er ware Vrede zijn.



Afwikkeling van de Geschiedenis

In Openbaring 5 hebben we gelezen dat er Eén waardig was gebleken om de boekrol te openen. Uit het verdere verloop van Openbaring blijkt wat in de boekrol beschreven staat. We zien dat de Boekrol dienst doet als een soort testament, als Gods raadsbesluit, waarin Gods wilsbeschikking is neergelegd. En, broeders en zusters, we moeten goed beseffen dat de HEERE in de afwikkeling van Zijn raadsbesluit, wat we vanaf Openbaring 6 kunnen lezen, blijk geeft van Zijn grote Goddelijke Liefde. Dit lijkt misschien tegenstrijdig, wanneer we zien dat er vanaf Openbaring 6 vele van de ergste oordelen en de ergste plagen over de aarde (het land) zullen komen. Is dat Liefde? Ja, dat is Liefde, want als God in Zijn oneindige wijsheid én Liefde niet gaat doen, wat in de boekrol beschreven staat, juist dán zou alles op een catastrofe uitlopen.

We hebben gelezen, dat zij, die dan nog "leven",

  • De God des hemels zullen lasteren, vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezwellen, en zij zich niet zullen bekeren van hun boze werken. (Openbaring 6:10-11).

En net zo lazen we in Openbaring 9:20-21:

  • "En de overige mensen, die niet gedood zijn door deze plagen, hebben zich niet bekeerd van de werken hunner handen, dat zij niet zouden aanbidden de duivelen; en de gouden, en zilveren, en koperen, en stenen, en houten afgoden, die noch zien kunnen, noch horen, noch wandelen; En hebben zich ook niet bekeerd van hun doodslagen, noch van hun venijngevingen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen."

Door de hele Bijbel heen zien wij in de geschiedenis van Israël, dat het volk hetzelfde deed als Jona. Nadat Jona opdracht van de Heere had gekregen om naar Nineve te gaan, deed hij het tegenovergestelde. Jona moest naar het oosten, maar hij ging naar het westen. Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, weg van het aangezicht des HEEREN, en hij ging naar Jafo en vond een schip, dat naar Tarsis zou gaan (Jona 1:3). (Tarsis lag onder in Spanje, waar nu Valencia ligt).

En net zoals Jona door zijn ongehoorzaamheid "dagen" onder water in de vis verborgen was, zo is het volk Israël door hun ongehoorzaamheid "dagen" onder de volkeren verborgen. En toen Jona in gehoorzaamheid wel Gods opdracht uitvoerde, was hij tot zegen in Nineve. Ook zó zal Israël, wanneer zij straks, door Gods Geest geleid, in gehoorzaamheid wandelen, tot zegen voor de wereld zijn. Hier zit natuurlijk voor ons ook een les in.

Wanneer onze liefde voor Gods Woord steeds meer overvloedig wordt in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt, (Fil 1:9-10), dan mogen wij ook tot zegen zijn, en een levensgeur ten leven verspreiden. (2 Kor 2:16).



De HEERE komt tot Zijn Doel

Ondanks de onbekeerlijkheid van de mensen, zal de HEERE Zijn beloften vervullen. De aarde, expliciet het volk Israël, maar ook de volkeren moeten gezuiverd worden. Hij zal tot Zijn doel komen! Vele profetieën hebben dat voorzegd:

  • "Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEEREN komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen." (Joël 2:28-32)



De grote Dag = Dag des HEEREN

Voordat de grote Dag des HEEREN aanbreekt, zal satan een korte tijd vrij spel hebben, en zal de tegenstander,

  • Die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zich in de tempel Gods zetten, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.” (2 Tess 2:4).

Paulus waarschuwt de Tessalonicenzers dat ze zich niets moeten laten wijsmaken, alsof de dag des HEEREN reeds aanbrak:

  • "Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft.” (2 Tess 2:3).

En reken maar dat die tegenstander van God dan rondgaat als een briesende leeuw. Wanneer hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft, dan zal hij zijn "engelen-gewaad" (hij deed zich voor als een engel des lichts) afleggen, en wordt hij openbaar in zijn ware gedaante.

  • Zijn komst (= mens der wetteloosheid) is naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.” (2 Tess 2:9-12).

Hieruit mogen we concluderen dat de komst mens der wetteloosheid ook alreeds een zuiverende werking heeft.



Het boek Openbaring

  • "En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt. En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?" (Openbaring 6:12-17)

Het gehele boek Openbaring gaat over de eindvervulling van vele profetieën van Gods handelen met Zijn volk Israël. Zo lezen we al in Openbaring 1:10:

  • "Ik (Johannes) kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren".

En daarna mag Johannes alles in de geest zien wat er staat te gebeuren. Al deze dingen waren al eeuwen tevoren door Gods profeten voorzegd. Wanneer we kennis hebben gekregen van de profetieën in het Oude Testament, dan zullen we het boek Openbaring ook beter verstaan, omdat in Openbaring alles tot een eind-vervulling komt.



De profeet Zacharia

  • "Zie, er komt een dag voor de HEERE, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de HEERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts." (Zach 14:1-4).

Zacharia noemt hier God bij Zijn eigen Naam: HEERE, dat is JHWH, of zoals wij het plegen uit te spreken: JaHWeh. JaHWeh betekent: God is Redding. En zo is het ook, Hij zal de Verlosser (Losser) zijn.

  • "Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. En de HEERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HEERE de enige zijn, en zijn Naam de enige. Het gehele land zal worden als de Vlakte van Geba tot Rimmon, zuidelijk van Jeruzalem; maar dit zal verhoogd worden en op zijn plaats blijven bestaan, van de Benjaminpoort tot de plaats van de vroegere poort, tot de Hoekpoort, en van de Chananeltoren tot de koninklijke perskuipen; men zal het bewonen, en er zal geen ban meer zijn, maar Jeruzalem zal veilig gelegen zijn." (Zach 14:8-11)



Deel 9 volgt

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 9

 

De Profeet Jesaja

Het bijzondere van de profeet Jesaja is dat zijn naam ook betekent: De Heere is redding. In Jes 2:1-5 lezen wij:

  • "Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem. En het zal geschieden in het laatste der dagen: dán zal de berg van het huis des HEEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heen stromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEEREN woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des HEEREN."

We lazen dus: "de berg van het huis des HEEREN zal vaststaan als de hoogste der bergen." Deze "berg" heeft alles te maken met het Koningschap van de Koning der Koningen, wiens Koninkrijk zal vaststaan boven alle koninkrijken der aarde.

En dan lezen we in Jesaja 2:10-11:

  • "Ga in de rotskloven en verberg u in de grond voor de verschrikking des HEEREN en voor de luister zijner majesteit. De verwaten ogen der mensen worden vernederd en de trots der mannen wordt neergebogen en de HEERE alleen is te dien dage verheven."

Zo zal ook de tijd van Openbaring zijn. Van deze luister Zijner Majesteit spraken de Psalmen al:

Psalm 96:

In die toekomst zal er voor de HEERE een nieuw lied gezongen worden op de gehele aarde (vers 1). Dán zal de Naam van de HEERE bezongen worden, en Zijn heil van dag tot dag verkondigd worden (vers 2). Dan zal onder de volken Zijn heerlijkheid, en onder alle natiën Zijn wonderen verteld worden (vers 3). Dan zal Hij zal de volken richten in rechtmatigheid (vers 10).

 

Jes 2:12-21

  • "Want er is een dag van de HEERE der heerscharen
  • 1. tegen al wat hoogmoedig is en trots en
  • 2. tegen al wat zich verheft, opdat het vernederd worde;
  • 3. tegen alle trotse en hoge ceders van de Libanon en
  • 4. tegen alle eiken van Basan,
  • 5. tegen alle trotse bergen en alle hoge heuvels,
  • 6. tegen elke hoge toren en elke steile muur,
  • 7. tegen alle schepen van Tarsis en alle kostbare kunstschatten.
  • Dan wordt de verwatenheid der mensen neergebogen en de trots der mannen vernederd, en de HEERE alleen is te dien dage verheven, en de afgoden zullen volkomen verdwijnen. Dan kruipt men in de spelonken der rotsen en in de holen van de grond voor de verschrikking des HEEREN en voor de luister zijner majesteit, wanneer Hij opstaat om de aarde te verschrikken. Te dien dage zal de mens zijn zilveren en gouden afgoden, die hij zich gemaakt had om zich daarvoor neer te buigen, voor de ratten en de vleermuizen werpen, bij zijn vlucht in de rotsholten en in de bergspleten vanwege de verschrikking des HEEREN en de luister zijner majesteit, wanneer Hij opstaat om de aarde te verschrikken."

 

Let u een sop wat er allemaal gaat gebeuren:

  • Alle trotse hooggeplaatste en machtige leiders der aarde (hoge ceders en eiken) zullen van hun voetstuk gestoten worden.
  • Alle volken der aarde (bergen/koninkrijken) zullen dan moeten buigen voor de Koning.
  • Elke grote stad (= plaats van zonde en geweldenarij) zal niet meer zijn.
  • Alle handel (schepen van Tarsis) om vergankelijke schatten (kostbare kunstschatten) te vergaren, houdt op te bestaan.

 

Kunnen we het ons enigszins voorstellen? De economie zoals wij die kennen, en waarop de hele wereld nu draait, zal niet meer zijn.

 

Alleen de HEERE is te dien dage verheven. Uit vrees voor de HEERE kruipen de machtigen aarde in spelonken in de rotsen, en in holen onder de grond. Ziet u Bush en Clinton en Obama al zitten bibberen? Zij zullen uit angst voor de verschrikking des HEEREN en voor de luister zijner majesteit hun zilveren en gouden afgoden, die zij gemaakt hadden, voor de ratten en de vleermuizen werpen, bij hun vlucht in de rotsholten en in de bergspleten. Er zal geen afgoderij meer zijn.

 

De profetie van Jesaja vertelt ons wat er in de toekomst allemaal staat te gebeuren. Het zal een totale omwenteling zijn. Eerst komt er oorlog in de hemel (Openbaring 12:7). En daarna werd de draak toornig op de vrouw (Israël), en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben (Openbaring 12:17). De wereld zal onder aanvoering van Gods tegenstander op het toppunt van hoogmoed en trots staan. Een wereld die zich zal verheffen tegen God, ja een wereld, die zich verheft boven God.

 

Psalm 2:1 zegt:

  • "Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de HEERE en zijn gezalfde."

 

Jesaja 13:6-16

  • "Jammert, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige. Daarom worden alle handen slap en elk mensenhart versmelt. Ja, zij zijn verschrikt, krampen en weeën grijpen hen aan, als een barende krimpen zij ineen; de een ziet verbijsterd de ander aan, hun gelaat staat in vlam.
  • Zie, de dag des HEEREN komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om de aarde tot een woestenij te maken en haar zondaars van haar te verdelgen. Want de sterren en de sterrenbeelden des hemels doen hun licht niet stralen, de zon is bij haar opgang verduisterd en de maan laat haar licht niet schijnen. Dan zal ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid, en Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed der geweldenaars vernederen. Ik zal de stervelingen zeldzamer maken dan gelouterd goud en de mensen dan fijn goud van Ofir. Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de HEERE der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn. En het zal geschieden, dat zij als een opgejaagde gazel en als schapen die niemand bijeen houdt, zich zullen wenden ieder naar zijn eigen volk, en zullen vluchten een ieder naar zijn eigen land. Ieder die men vindt, zal doorstoken worden, en elk die men grijpt, zal door het zwaard vallen; en hun kinderen zullen voor hun ogen verpletterd worden, hun huizen geplunderd en hun vrouwen geschonden."

 

Dit bijbelgedeelte laat ook duidelijk zien wat er nog staat te gebeuren. Maar ook wanneer we deze teksten lezen, moeten we beseffen, dat de liefhebbende God niet meedogenloos is, maar dat Hij, die rechtvaardig is, dit alles zal doen met een zeer bewogen liefhebbend hart, omdat Hij de aarde (het land) wil zuiveren van zonde, en zó tot Zijn doel wil en zal komen. Onze God handelt niet uit wraak, maar Hij handelt alleen vanuit Zijn Goddelijke Liefde.

 

De Profeet Ezechiël

  • "Hun zilver zullen zij op straat werpen en hun goud zal een voorwerp van afschuw zijn; hun zilver en goud zullen hen niet kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des HEEREN; zij zullen zich daarmee niet kunnen verzadigen, noch daarmee hun binnenste kunnen vullen, want het is hun een struikelblok tot ongerechtigheid geweest." (Ez 7:19).

 

Ook de andere profeten, Joël, Obadja, Zefanja, Maleachi en anderen hebben over de dag des HEEREN gesproken.

 

De Heere Jezus Christus, Hij alleen is de enige rechtmatige Koning. Hij heeft Zich vernederd. Hij heeft gezegd "Het is Volbracht". Hij heeft overwonnen door niet aan de verzoekingen van satan toe te geven. Hij kon helemaal niet zondigen. Hij is opgestaan en zit aan de rechterhand des Vaders, totdat Zijn tijd komt.

 

En allen, die tot het Lichaam van Christus behoren zullen zijn in Hem, in wie zij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe zij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil, opdat zij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid (Efeze 1:11-12).

Daartoe heeft Hij die uitverkorenen nu alreeds mede levend gemaakt met Christus, en heeft Hij hen mede opgewekt en hen mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over hen in Christus Jezus. (Efeze 2:5-7).

 

God zij dank mogen wij weten dat de zonde met wortel en tak is uitgeroeid voor hen die door het geloof van Christus in Hem ingelijfd zijn. Christus is voor ons tot zonde gemaakt! Op Golgotha riep de Heere Jezus:

  • "Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?''

 

Waarom had God Zijn eigen Zoon verlaten? Door mijn zonde was de Heere verlaten! God kon geen gemeenschap hebben met die met zonde beladen Mens! Welk een Goddelijke Liefde!

 

Overwinningskracht van het Lam

Wanneer we bovenstaande aanhalingen uit de profeten leggen naast het boek Openbaring, dan blijkt steeds duidelijk dat de profetieën in Openbaring hun eindvervulling krijgen. Wat ook duidelijk uit het boek Openbaring blijkt, dat de overwinningskracht van het Lam zichtbaar moet worden op aarde.

De aarde, en alles wat op de aarde is, inclusief de mensen zijn ten diepste het eigendom van God. Daarom staat er ook in Psalm 24:1:

  • "Des HEEREN is de aarde en haar volheid, de wereld en die daarop wonen."

 

Nu, vandaag de dag zijn deze dingen helemaal niet zichtbaar en duidelijk. De Naam van onze Heere speelt helemaal geen rol. Er zijn nu hele andere namen die menen het eigendomsrecht van de wereld te bezitten, andere namen die de dienst uit maken.

 

Maar we mogen weten dat de grote dag des Heeren aanstaande is, Daarom:

  • "En de HEERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HEERE de enige zijn, en zijn naam de enige." (Zach 14:9).

 

Al deze dingen moeten ("moeten" vanuit de grondtekst in de betekenis van: onontkoombaar moeten) daadwerkelijk gebeuren, het is een soort "heilig moeten", omdat God het heeft gezegd. En God is geen leugenaar! Zijn Woord is de Waarheid.

 

Alles wat beschreven staat in Openbaring zal in werkelijkheid gebeuren. Het zijn ware reële gebeurtenissen. Door vele theologen, ook vaak door de evangelische wereld worden de gebeurtenissen van Openbaring weggeredeneerd, door te zeggen dat het boek Openbaring symbolisch bedoeld is. En inderdaad staat het boek vol met symboliek, maar dat is geen reden om het boek Openbaring, en de gebeurtenissen, daarin genoemd, weg te theologiseren. De symbolen in Openbaring drukken altijd een bepaalde werkelijkheid uit, die door het niet verstaan van Gods Woord dan ook niet begrepen worden, en daarmee wordt vaak het hele boek als symbolisch, onrealistisch, niet te vatten, weggezet. Maar wij mogen weten dat achter elk symbool een bepaalde betekenis met een realistische werkelijkheid ligt. Het zijn geen verdichtsels die Johannes van Godswege gesproken heeft.

 

Soms wordt iets symbolisch gezegd, bijvoorbeeld, als wij lezen dat er uit de zee een "beest" opkomt (Openbaring 13:1), dan wil dat niet zeggen dat er zomaar één of ander dier uit de zee verschijnt, die zich op een troon zal zetten. Dan ligt het in de lijn van het geschreven Woord, dat dat beest iemand is die heerschappij zal hebben. Ook geeft het wel aan wat de aard, het karakter is van die heerschappij en van die verschijning. Zo ook, wanneer we in Openbaring 10:1 lezen, dat er een "sterke engel" uit de hemel neerdaalt, dan is dat geen engel, maar de Heere zelf, die Zijn rechtervoet zal zetten op de zee, en Zijn linkervoet op de aarde. Ook dit heeft te maken met heerschappij.

 

Wij zeggen nu ook wel dat de Heere zit op "de troon der genade", maar er komt een tijd, dat Hij zal opstaan. En "opstaan" kondigt een gebeurtenis aan, een officiële gebeurtenis. Wij kennen dat ook nog in onze rechtbanken. Wanneer de rechter verschijnt, of een uitspraak doet, gaat men staan. Dit heeft te maken met een bepaalde plechtigheid. Zo is het ook met het verschijnen, het opstaan van die sterke engel, dat is een officiële plechtige gebeurtenis. Wanneer we deze symboliek in de context lezen, blijkt ook altijd wel wat of wie er wordt bedoeld.

 

Het Koningschap

Alle gebeurtenissen in het boek Openbaring zijn eigenlijk een opeenvolgende schildering, al of niet met symbolen, van de overgang van het Koningschap van deze wereld uit handen van satan in de handen van onze Heere Jezus Christus. Het koningschap over deze wereld zal officieel overgaan van satan op Christus. Dit is het grote thema van het boek Openbaring en ook van het boek Daniël. Wie komt het Koningschap toe, en wie bezit momenteel het koningschap gedurende een bepaalde tijd? Het Koningschap van de wereld behoort God toe, dat moge duidelijk zijn, maar (zegt Daniël) Hij geeft dat Koningschap aan wie Hij wil.

 

Dan is de vraag: wie bezit dan nu dat koningschap, aan wie heeft God dat nu gedelegeerd? Ook daarop is het antwoord vanuit de Schrift duidelijk:

  • satan is momenteel de overste van deze wereld.

Hij is de machthebber van de koninkrijken der aarde. En dit koningschap is duidelijk te herkennen uit wat er allemaal op aarde gebeurd, satan is nu ook de verleider der volkeren, om te bewerken dat die volkeren in opstand komen tegen God. Van satan wordt gezegd:

  • "Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen. Door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende stenen (Ez 28:15-16).

 

Deze satan, de overste van deze wereld, zal uiteindelijk worden geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden (Openbaring 20:10).

 

Voor wat betreft het aardse niveau zal het koningschap over gaan uit handen van de heidense volkeren in de handen van Gods volk, het volk Israël. En op hemels niveau zal het Koningschap overgaan van satan in handen van Christus. Met name dit laatste aspect wordt in het boek Openbaring tot uitdrukking gebracht.

 

Openbaring beschrijft de tijd, waarop de dag des Heeren Zijn gestalte krijgt, en dat de heerschappij van de Heere ook zichtbaar zal worden. Hij komt zichtbaar in actie als "De sterke God", als "De Vredevorst" (Jesaja 9).

  • Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HEERE der heerscharen zal dit doen.”

 

De troon van God zal voor altoos en eeuwig vaststaan, Zijn koninklijke scepter is een rechtmatige scepter (Psalm 45:7).

De HEERE zal van Sion Zijn machtige scepter uitstrekken: Hij zal heersen te midden van de vijanden (Psalm 110:2).

Want de scepter der goddeloosheid (= macht van satan) zal niet blijven rusten op het erfdeel der rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken naar onrecht.

Van de Zoon wordt gezegd in Hebr 1:8:

  • "Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap."

 

Er is maar Eén die deze scepter rechtens toekomt. Hij, die de prijs heeft betaald aan het kruis van Golgotha!

 

Christus heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd (Kol 2:15). Vandaar het beeld in Openbaring van het Lam enerzijds, het Lam, wat de overwinning tot stand heeft gebracht, en anderzijds de Leeuw, die staat voor de uitvoering van die overwinning. Straks zal ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt (Hand 2:36).

 

Christus betekent "Gezalfde". In David zien we een mooi type van de gezalfde. David werd als jonge man door Samuël tot koning van Israël gezalfd, maar hij werd niet direct koning. Nee, als een vluchteling moest hij nog een hele poos rond zwerven, terwijl hij op de vlucht was voor koning Saul. Pas veel later werd David koning van Israël. Zo is het met de Heere Jezus ook gegaan. Hij kwam voor de Zijnen (= voor Zijn volk Israël). Hij kwam als "De Geliefde", als de Gezalfde, maar de Zijnen hebben Hem verworpen. Hij IS de Gezalfde! Dit is nu nog niet zichtbaar voor de wereld, maar wij weten dat op grond van het geloof. En dit geloof is niet zo maar wat, nee, het is een zeker weten! En pas veel later zal De rechthebbende Gezalfde, Koning worden. Dit Koningschap ligt nu voor ons nog in de toekomst, maar het zal zeer zeker gebeuren!

 

Deel 10 volgt

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 10

 

De Zegels

Wij zien ook die kracht en macht van de Gezalfde in de zeven zegels, die verbroken worden. Alleen Hij is waardig om dat te doen. En nadat die zeven zegels verbroken worden, dan lezen we over zeven bazuinen, die door zeven engelen worden geblazen.

Bazuinen hebben in de bijbel ook altijd te maken met een of andere activiteit, die staat te gebeuren. In het Oude Testament komen we de bazuinen al tegen, met name als het gaat om Gods handelen met Israël. Want daar waren de bazuinen voor bedoeld.

De bazuinen riepen het volk op tot een vergadering. De bazuinen waarschuwden het volk voor dreigend onheil, of kondigden andere grote gebeurtenissen aan De bazuin werd niet zomaar geblazen. Er moest wel een belangrijke aanleiding voor zijn. Zo wordt in het boek Joël het blazen van de bazuin ook direct gekoppeld aan de dag des Heeren:

  • "Blaast de bazuin op Sion en maakt alarm op mijn heilige berg! Dat alle inwoners des lands sidderen, want de dag des HEEREN komt. Want hij is nabij!"

 

Na de zeven bazuinen zien we dat er ook gesproken wordt over de zeven "schalen van gramschap", dat zijn "schalen" van toorn, die zullen worden uitgegoten over de "aarde" Dit gegeven is eigenlijk in het kort het thema, het onderwerp van Openbaring 6 tot Openbaring 16.

 

Na hoofstuk 16 vinden wij in Hoofdstuk 17 en 18 de definitieve uitschakeling van "Babel", en in hoofdstuk 19 de beëindiging, uitschakeling van de "beest-heerschappij". En in Openbaring 20 lezen wij dat de satan 1000 jaar gebonden, opgesloten wordt in de afgrond, zodat hij de volkeren niet meer kan verleiden.

Dan, in die 1000 jaar, zijn de volkeren, de mensen op zichzelf aangewezen. Dat zal een periode zijn, dat de mensen zich op geen enkele manier kunnen verschuilen achter de activiteiten van Gods tegenstander. Al het kwaad wat dan, in die 1000 jaar nog voorkomt, komt dan ook echt voort uit de mens. Dan heeft de mens geen verontschuldiging meer. Zo zal God ook Zichzelf rechtvaardigen, en laten zien dat de mens niet in staat is enig goeds te doen. Dan zal blijken hoe waar Gods Woord is: "Er is niemand die goed doet, zelfs niet één".

 

Opstand tegen God

De zonde is de voedingsbodem van de opstand tegen God. Zonde is niet alleen dat een mens verkeerde dingen doet. Zonde is dat wij ons doel missen, maar eigenlijk is dat te zacht uitgedrukt, want zonde is ten diepste de opstand tegen God. Deze opstand tegen God komt in Openbaring onder aanvoering van satan op een indrukwekkende wijze tot een hoogtepunt. En wat de Heere ook doet, hoevele plagen hij ook over de mensen laat komen, ja, dat de mensen zelfs op hun tong kauwen van pijn. Dit alles om de mensen tot inkeer te brengen, maar de zondige mens bleef zich verzetten, de zondige mens bleef in opstand tegen God, en zij bekeerden zich niet! Zij verharden zich in hun zonde. Hieruit kunnen we leren hoe de zonde ertoe leidt, dat de mens zich volledig afkeert van God.

 

De profeet Jesaja had de onbekeerlijkheid van het volk Israël al voorzegd:

  • "Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de majesteit des HEEREN ziet hij niet. HEERE, uw hand is verheven, maar zij beseffen het niet." (Jes 26:10-11).

 

Door de overweldigende tekenen en krachten die de Heere over het land doet komen, weten de bewoners van het land, dat die gerechtvaardige plagen van de Heere komen. Hebr 12:26 zegt:

  • "Nog eenmaal zal Ik aarde en hemel doen wankelen."

 

De mensen weten drommels goed, dat er maar Eén is die dat teweeg kan brengen, en toch keert men zich van Hem af. Dit is de ultieme zonde: Een afkeer hebben van God!

 

Broeders en zusters, wij mogen dankbaar zijn, en weten dat God wist wat er nodig was om onze zonde teniet te doen. Hij heeft op een complete, volkomen manier het zonde probleem opgelost. Hij ziet niet onze zonde door de vingers, maar Hij heeft onze zonde met wortel en tak uitgeroeid in Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. Want Hij, Die geen zonde gekend heeft, en Die geen zonde gedaan heeft, heeft God voor ons tot zonde gemaakt! Daarom riep de Heere in de Hof van Getsémané: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Dat was om uw en mijn zonde! God kan geen gemeenschap hebben met de zonde. Daarom was de Heere alleen.

 

Vanwege de zonde zal ook de wereld in het laatst der dagen terecht komen in een situatie van God-verlatenheid. Heel die wereld zal overgeleverd zijn aan zichzelf en aan de krachten van de tegenstander, die constant probeert de mens te verleiden, opdat die mens zich afkeert van God, ondanks dat men weet, dat God er is!

Dat men zal weten dat het God is die oordeelt, zegt ons Openbaring 6:14-17:

  • "En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?"

 

Wanneer we dit rustig lezen, en op ons in laten werken wat hier staat, dan kunnen we ons hier werkelijk geen beeld bij vormen. Het is eigenlijk te groots om te vatten. Een aardbeving, zoals wij die kennen, is er niets bij. Niet een deel van de aarde, maar heel de aarde én de hemelen zullen door de Heere bewogen worden! Het is niet voor te stellen, maar het is zeker, dat het zal gebeuren.

 

Daarom lazen we: Maar allen, de koningen, de groten, de oversten, de rijken, de machtigen, de slaven en de vrijen zeiden:

  • "Verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?"

 

Dus ze wisten wie op de troon zat, en ze wisten dat de toorn vanuit het Lam kwam. Door alles wat de mens dan zal zien gebeuren zal men weten dat hier Goddelijke dingen aan het gebeuren zijn. En men vraagt aan de bergen en de rotsen om op hen te vallen, en hen te verbergen, want ze weten (door hun kennis van goed en kwaad), dat het beter voor hen is dat de bergen op hen vallen, dan dat ze moeten verschijnen voor de rechtvaardige toornige God, waarvoor ze niet kunnen bestaan.

 

Ook blijkt uit dit bijbelgedeelte, dat de troon van God in de hemel zichtbaar zal zijn voor een ieder op de aarde. Ik geloof dat deze dingen letterlijk zullen gebeuren, omdat Gods Woord ze mij zo zegt. Er staat dat de hemel terug zal wijken als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. DAN wordt Gods troon zichtbaar, en dan vervuld dit de mensen, die een afkeer hebben van God, met een afschuwelijke angst, wetende dat ze voor die overweldigende manifestatie van Gods kracht en heerlijkheid, niet zullen kunnen bestaan. Maar ondanks dat deze overweldigende dingen gebeuren, ja, men ziet ze gebeuren, men ziet de hemel geopend, maar men bekeerde zich niet! Ondanks dat men de dingen ziet is men ziende blind en horende doof!

 

Maar ook in dezen is er (jammer genoeg) niets nieuws onder de zon. Want ook toen de Heere Jezus lijfelijk bij de Zijnen was, geloofden zij Hem niet. Ook toen gold al dat het zien, het aanschouwen van de Heiland der wereld niet tot geloof leidde. Hieruit kunnen we leren dat geloof niet ontstaat door "het zien", maar geloof = het niet zien. Hebr 11:1 zegt:

  • "Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet." (NBG) en:
  • "Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet." (St Vert).

 

Ook in de gelijkenis die de Heere vertelt in Lukas 16 over de arme Lazarus en de rijke man, blijkt heel duidelijk, dat het geloof niet uit het "zien" is. Die rijke man vraagt aan Abraham:

  • "Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen. Maar Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren. Doch hij zeide: Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren. Doch hij zeide tot hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen. (Lukas 16:27-31)

 

In deze dingen zien wij dat geloof in de eerste plaats een zaak van het hart is. En zo blijkt ook uit de loop van de geschiedenis, dat Gods Woord de volstrekte Waarheid is.

 

In de eindtijd zal ook blijken, dat wanneer de mensheid geconfronteerd wordt met het bestaan van God, men zich in grote meerderheid niet bekeert. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, die ook groot in aantal zullen zijn, maar de grote meerderheid zal niet geloven, en zich van God afkeren. Wanneer we bedenken dat de wereldbevolking ongeveer 6 miljard mensen omvat, dan is een klein percentage gelovigen nog heel veel.

 

We hebben gezien dat de zonde in het laatst der dagen tot een hoogtepunt komt, mede doordat de verleider de mensen met blindheid heeft geslagen. Vandaag de dag wordt hier door de tegenstander al heel hard aan gewerkt, om de mensen het juiste zicht op Gods Woord te ontnemen. Er zijn zoveel ontwikkelingen gaande onder "christenen", vaak geleid door de voormannen, die zelf soms wel lijken verleid te zijn, en daarom de gemeente op een dwaalspoor brengen door hun eigendunkelijke wijsheden.

Gods tegenstander komt dan tot zijn opstandige hoogtepunt. Ook de informatie en de kennis van de mensen komt tot een hoogtepunt. Dit alles zal als een overdonderende "roes" over de mensen uitgestort worden. Nu zijn de kooplieden (de rijken) de machthebbers der aarde. Dán zullen ook die geldzuchtige machthebbers tot het hoogtepunt van zelfzucht komen. Ook nu al zien we deze dingen gebeuren. Stromen van kapitaal gaan over de wereld ten behoeve van een bepaalde elite, die het in werkelijkheid voor het zeggen heeft. Het egoïsme viert ook nu hoogtij.

 

De Kooplieden hebben de Macht

Wij leven in een wereld, die steeds meer de trekken vertoont, en zal gaan vertonen, die in het boek Openbaring beschreven staan. Dat betekent ook, dat de "kooplieden" der aarde steeds meer hun macht aan het opbouwen zijn. We zien dat gebeuren. Er zijn mensen, groepen van mensen, die de macht hebben op aarde. Dat zijn niet de regeringen of de politici, maar de "kooplieden". Kooplieden zijn zij, die de handel in hun macht hebben, die het geld bezitten. Openbaring 18:23: "Want uw kooplieden waren de machthebbers der aarde." Ook in Openbaring 18 vers 3, 11 en 15 lezen we over deze kooplieden.

 

Een voorbeeld: De begroting van de defensie van de Verenigde Staten van Amerika voor dit jaar is 481 miljard dollar, dat is 481.000.000.000. Dit betreft alleen de defensie begroting. Ter vergelijking de Nederlandse begroting van € 300.000.000 (drie honderd miljoen euro). Met die 481 miljard dollar, dat is 55 miljoen dollar per uur, zou in één keer alle honger op de wereld opgelost kunnen worden. Maar de wil om dat te doen is er niet. De "kooplieden", de machthebbers willen dat niet. Ze willen alleen maar hun eigen macht uitbreiden, door de defensie industrie volop draaiende te houden. Dat is de mens!

 

Nog een voorbeeld over het "gebazel" van de rijken, die zeggen, dat de grondstoffen der wereld eerlijk verdeeld moeten worden: Nigeria, in Zuid-Afrika, is één van de rijkste landen ter wereld, wat de olie betreft. Wie gaat er met de buit vandoor? De inwoners van Nigeria zijn de armsten ter wereld. Enkelen van de hooggeplaatsten, die meestal zichzelf op die positie hebben geplaatst, verdelen hun onrechtmatige buit, om zo de greep op de massa te behouden. Dat is de mens!

 

We leven in een wereld, die onder het mom van de veiligheid, totaal wordt gecontroleerd door hogerhand, door die kooplieden. We kunnen eigenlijk al geen stap meer zetten, en geen handeling meer doen, of het wordt ergens geregistreerd. De mens heeft geen enkele vrijheid meer. De banken willen dat we zoveel mogelijk alles met de pin (straks met een onderhuidse chip?) betalen, zodat zelfs alles wat we kopen geregistreerd staat. Wie heeft er tegenwoordig niet meer een mobiele telefoon op zak? Daardoor weet men precies waar iedereen zich bevindt, of wat men te bespreken heeft. Dit totale controle-systeem zal alleen maar verder gaan, en zich steeds meer uitbreiden. Men heeft dit vaak niet in de gaten, maar dit alles heeft een doel. Het is de tactiek, de voorbereiding van de tegenstander. Er zal één wereld-regering komen onder leiding van satan.

 

Maar de Heere heeft het laatste woord:

  • "En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt. En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan? (Openbaring 6:12-17)

 

Dit alles is geen symboliek, maar het zal realiteit worden. De Heere zegt zelf in Lukas 21:26:

  • "De mensen zullen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen."

 

Dit zegt de Heere, en zo zal het gebeuren. Het zal de mensen letterlijk overkomen. Ook nu gebeuren er vaak verschrikkelijke rampen. We worden er dagelijks via de televisie mee geconfronteerd. Maar raakt het ons? Worden we er nog bewogen onder? Worden de mensen van vandaag geraakt door al die vreselijke beelden van dood en verderf, die zich voor hun ogen afspelen? Komt er iemand door tot inzicht? Maar DAN, wanneer God zelf Zijn oordelen over "aarde" brengt, zal het onmogelijk zijn, dat men niet geraakt wordt. Dan zal men letterlijk bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Dan zullen mensen, die helemaal geen beeld hebben van een hemel, die helemaal niet geloven in een Schepper, geconfronteerd worden met een ontzagwekkende werkelijkheid.

 

Deel 11 volgt

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 11

De Navel der Aarde

Alle in Openbaring genoemde gebeurtenissen zullen zich afspelen "op de aarde", in het Midden-Oosten, in de navel der aarde. Jeruzalem is het centrum der aarde:

  • Daar, waar de Heere met de menselijke "beschaving" is begonnen.
  • Daar zal ook de eindvervulling plaatsvinden.
  • Daar heeft God Zijn niet aflatende Liefde aan Zijn volk betoont.
  • Daar is Gods Zoon door de Heilige Geest uit een vrouw geboren.
  • Daar heeft Gods Zoon smaad en hoon verdragen.
  • Daar heeft het kruis gestaan.
  • Daar vond de verlossing plaats.
  • Daar is Hij opgestaan.
  • Daar is Hij ten hemel gevaren, en
  • Daar zullen Zijn voeten te dien dage staan op de Olijfberg, die ten oosten van Jeruzalem ligt!
  • Daar zal de strijd tussen de Heere Jezus en de tegenstander beslecht worden.
  • Daar zal de gruwel der verwoesting door satan worden opgericht.
  • Daar zal de wereld-geschiedenis tot zijn voleinding komen. En daartoe dienen de zeven zegels, tot de voleinding van deze boze eeuw.
  • Daar zal het oordeel beginnen. Petrus schrijft: "Het oordeel begint bij het huis Gods." En als Petrus dat schrijft, dan is dat huis Gods in de context van de Petrus-brief: het volk Israël.

 

En dat is helemaal in overeenstemming met het Oude Testament. Want in Jeremia 25 staat dat het bij Jeruzalem begint, Jeruzalem wordt eerst de beker (der gramschap) overhandigd. Vervolgens komen de landen rondom Israël in aanraking met Gods gerechtigheid. En van daaruit zal Gods gerechtigheid zich als een olievlek over de ganse wereld uitbreiden, en zullen alle volken te maken krijgen met, en onderworpen worden aan, het rechtvaardig oordeel van God. En ten laatste zal de koning van Babel, de grote machthebber van de eindtijd, de beker van Gods gramschap krijgen uitgereikt.

 

Chronologie

We moeten de opeenvolgende hoofdstukken van het boek Openbaring niet chronologisch gaan lezen, want dat kan verwarring geven. Johannes ziet het ene gezicht na het andere. Die opeenvolgende gezichten, dát is de chronologie in het boek Openbaring. Openbaring is niet een beschrijving van opeenvolgende gebeurtenissen op aarde. Dat is niet zo. Vandaar dat je bijvoorbeeld in het ene gezicht gesproken wordt over verzegelden, en verderop in een ander hoofdstuk, in een ander gezicht, kom je diezelfde verzegelden weer tegen. Dat is dan niet een andere groep verzegelden, nee het gaat dan over dezelfde mensen. Zo wordt er in het ene gezicht gesproken over het gebied van de Eufraat, en in een ander gezicht ook weer. Dat wil dan niet zeggen, dat het één na het ander komt, nee, de gezichten, die komen na elkaar, die volgen elkaar op. Soms ziet Johannes een gezicht over dezelfde gebeurtenissen, of over dezelfde personen, vanuit een andere gezichtshoek enkele hoofdstukken verder.

 

De Heere Jezus beschrijft in Zijn eind-tijd-redes dezelfde gebeurtenissen als die Johannes later in vervoering des Geestes op de dag des Heeren ziet. Openbaring is een aanvulling en afronding van het profetisch Woord. De Heere Jezus spreekt in Math 24 over "het begin van de weeën, dat alles moet geschieden, en nog is het einde niet", en het boek Openbaring spreekt over de laatste weeën. We zien door de zeven zegels, de zeven bazuinen, en tot slot door de zeven schalen van gramschap, Gods oordelen over deze goddeloze, afvallige wereld steeds zwaarder worden. Het komt tot een hoogtepunt in de oordelen. Wanneer we al deze afschuwelijke oordelen lezen, dan kan ons het gevoel bekruipen, wil God dit? Nee, ik geloof dat God dit niet wil, maar (met alle eerbied) God moet wel! Want het mensdom heeft er zo'n grandioze puinhoop van gemaakt, door totaal buiten God om hun eigen verderfelijkheden te botvieren. Gods beloften zijn onberouwelijk. Hij komt tot Zijn doel.

 

Gods Liefde => Gods oordelen

Misschien vindt u dit een boute stelling: Gods Liefde blijkt door Zijn oordelen! Misschien moeilijk te vatten? Toch denk ik dat het wel waar is. Gods wezen is Liefde. Door de hele Bijbel komt deze grote Liefde Gods tot ons. Gods beloften komen ook uit Zijn Woord duidelijk tot ons. Deze twee, Zijn Liefde én Zijn beloften zullen hun vol-making in de dag des Heeren krijgen.

Gods Liefde blijkt uit de beloften, dat Hij alles wil herstellen, en Hij zal in Christus het Koningschap der wereld op Zich nemen. Hoe kan Christus het Koningschap op Zich nemen, zolang die onwillige, zelfzuchtige mensheid hun eigendunkelijke wijsheid botvieren? Door Zijn rechtvaardige oordelen zal Hij tot Zijn doel komen. Daarom was er ook maar Eén rechtens waardig de boekrol te openen. Er moet een zuivering plaatsvinden, opdat Zijn Liefde tot volle ontplooiing kan komen op de aarde.

 

Door alle oordelen heen wordt het heil verkondigd op de "aarde". Voor hen die gelovig ingaan op die boodschap van genade staat de deur van genade ook in die tijd open. Zo lezen we in Openbaring 11:3

  • "En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang." Deze twee getuigen zullen het met de dood bekopen. (Openbaring 11:7-9).

 

Ook anderen, die in die "ure der verzoeking" beproefd worden in hun geloof, en die gedurende die tijd trouw zijn in het geloof, zullen om het geloof, om het getuigenis van Jezus, worden gedood, en aan het zwaard ten prooi vallen. (Openbaring 13:10). Maar zij zullen op een speciale plaats (onder het altaar) door de Heere bewaard worden, en zullen opstaan voordat de 1000 jaar aanvangen, om dan met Christus als koningen 1000 jaar te heersen, en zo delen in de heerlijkheid van Christus. (Openbaring 20:4).

Ook zullen zij, die geloven, en het teken van het beest niet willen aanvaarden, niet kunnen kopen of verkopen, en zo zichzelf buiten de samenleving plaatsen. Zij zullen logischer wijs verhongeren.

 

Gods gerechtigheid

  • "Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Gij, Koning der volkeren! Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden. (Openbaring 15:3-4).

 

Deze, door de profeten voorzegde heilsfeiten komen voort uit Gods gerechtigheid!

Jesaja zegt in dit verband:

  • "Ook in de weg uwer gerichten hebben wij U verwacht, o HEERE; naar uw naam en naar uw gedachtenis ging ons zielsverlangen uit. Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed zoek ik U; want wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid." (Jes 26:8-9).

 

Uiteindelijk komt alles goed. Hij zal rechtvaardig regeren. Hij zal de structuren veranderen. Hij zal gerechtigheid laten zien en laten zegevieren. Daarvoor zijn Zijn oordelen nodig. De weeën zijn pijnlijk, een pijn van grote benauwdheid. Er zal een tijd van grote verdrukking zijn. Maar Gods gerechtigheid (Liefde) brengt een nieuwe geboorte voort, een nieuwe wereld, een nieuwe samenleving, waar Gods gerechtigheid heerst. In de gebeurtenissen van Openbaring zit een doel waarom al deze dingen moeten geschieden. De uitkomst van alle gebeurtenissen is alleen positief, want God komt ermee tot Zijn doel.

 

Het is goed om deze dingen te onderscheiden en te onderkennen in wat voor tijd we leven. Ook in de tijd dat de Heere Jezus op aarde was, zei de Heere:

  • "Kent gij de tekenen van de tijd niet?"

 

Men had ook toen helemaal niet in de gaten wat er om hen heen gebeurde. Men onderscheidde de tekenen der tijd niet. Maar tegelijk moeten wij nu niet menen, dat wij er iets aan kunnen doen, helemaal niets. Nergens worden wij opgeroepen om het kwaad te bestrijden. Maar we moeten de tekenen wel signaleren, en geen deel hebben aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar we moeten ze veeleer ontmaskeren. (Efeze 5). En om geen deel te hebben aan de onvruchtbare werken der duisternis, moet je wel weten wat die werken der duisternis zijn. Je kunt niet iets ontmaskeren, als je niet weet of het een masker is. Ontmaskeren is nodig om zelf niet in de valse verleidingen meegezogen te worden. Alle dingen moeten hun beloop krijgen, omdat het in Gods wijze raadsplan vastligt.

 

Van alles wat er staat te gebeuren, van alle plagen die de mensen dán te verduren zullen krijgen, zal God de schuld krijgen. Men zal zeggen: God is toch liefde? Als God toch Liefde is, waarom laat God dit alles dan gebeuren? Dat gebeurt nu ook, God krijgt ook nu de schuld van alle ellende die er op de wereld plaatsvind.

De machthebbers der aarde verhinderen dat hongerige mensen gevoed worden, maar God krijgt van al deze ellende in de wereld de schuld, mede, omdat men niet beseft wie nu de overste van deze wereld is. Zo is de mens door de zonde gekomen tot een verharding van zijn hart, en het eigenbelang zegeviert boven gerechtigheid.

De egoïstische mens verpest zijn eigen leven, en dat van de mensen om hem heen, en geeft dan vervolgens God de schuld dat het zo'n puinhoop is op deze aarde. Dat is de mens!

 

Weeën

Bij al de plagen en rampen die er te dien dage zullen plaatsvinden valt het op dat er sprake is van een drievoudig wee:

  • "En ik zag en hoorde een arend vliegen in het midden des hemels, die met luider stem zeide: Wee, wee, wee hun, die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen van de bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen!" (Openbaring 8:13).

 

Dit drievoudig wee heeft betrekking op de drie laatste bazuinen. Weeën hebben altijd een doel. Weeën brengen altijd iets nieuws voort. Weeën zijn de voorboden van iets wat in wording, en zeer aanstaande is. Weeën gaan vooraf aan een geboorte, en zijn pijnlijk. Weeën moeten geschieden, zijn absoluut nodig, als aankondiging van het nieuwe leven. Zonder weeën kan er geen nieuw leven ontstaan. En hoe dichter het "nieuwe" nabij komt, hoe pijnlijker de weeën, hoe groter de verdrukking. Maar de weeën zijn absoluut nodig. Hoe kan God uit die oude Goddeloze wereld een nieuwe samenleving laten ontstaan? De onrechtvaardigheid moet omgebogen tot rechtvaardigheid. Dat kan alleen maar door een Goddelijke zuivering, die met pijnlijke weeën gepaard gaat. Het zal zijn een openbaring van Gods gerechtigheid.

 

Het eerste wee:

  • "En de vijfde engel blies de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar (die ster) werd de sleutel van de put des afgronds gegeven. En zij opende de put des afgronds en er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven; en de zon en het zwerk werden verduisterd door de rook van de put. En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben. En hun werd gezegd, dat zij aan het gras der aarde geen schade zouden toebrengen, noch aan enig gewas, noch aan enige boom, maar alleen aan de mensen, die het zegel van God niet op hun voorhoofden hadden. En hun werd gegeven, dat zij hen niet zouden doden, maar dat de mensen zouden gepijnigd worden, vijf maanden lang; en hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt. En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken, maar hem geenszins vinden, en zij zullen begeren te sterven, maar de dood vlucht van hen weg. En de gedaante der sprinkhanen was als van paarden, die uitgerust zijn tot de oorlog; en op hun koppen waren kransen als van goud en hun aangezichten waren als aangezichten van mensen; en zij hadden haar als vrouwenhaar en hun tanden waren als die van leeuwen; en zij hadden borstschilden als ijzeren harnassen en het gedruis van hun vleugels was als het gedruis van wagens, wanneer vele paarden ten strijde draven. En zij hadden staarten als schorpioenen en angels, en in hun staarten was hun macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang. Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon. Het eerste wee (= 5e bazuin) is voorbijgegaan: zie, nog twee weeën komen hierna." (Openb 9:1-12).

 

We lazen in Openbaring 9:1:

  • "een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put des afgronds gegeven."

 

Die "ster" is een engel, en "haar" is vrouwelijk, omdat "ster" vrouwelijk is. Deze engel wordt koning, en engel des afgronds genoemd. Ook de naam van de naam van diegene, die door de engel uit de afgrond wordt bevrijdt, wordt genoemd: "zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon." Beide namen betekenen: verwoester, vernietiger. We zien hierin de machten der duisternis, die zich voordoen als engelen, (als engelen des lichts), als verleiders, maar tegelijk in hun verleiding als verwoesters. Het gevolg van de opening van de afgrond is, dat er op aarde een enorme verwoesting plaats vind. Tevens zien we hier in dit bijbelgedeelte, dat de machten der duisternis nu zichtbaar hun verderf over de aarde brengen. Tot die tijd waren deze "gedrochten" verborgen in de afgrond. Maar wanneer satan tot zijn hoogtepunt van verderf komt, wordt alles, ook de afgrond en de machten der duisternis zichtbaar op de aarde.

 

Het tweede wee:

  • "En de zesde engel blies de bazuin, en ik hoorde een stem uit de vier horens van het gouden altaar, dat voor God staat, zeggende tot de zesde engel, die de bazuin had: Laat de vier engelen los, die bij de grote rivier, de Eufraat, gebonden zijn. En de vier engelen, die tegen het uur en de dag en de maand en het jaar waren gereed gehouden, werden losgelaten om het derde deel van de mensen te doden. En het getal der legerscharen van de ruiterij was tweemaal tienduizend tienduizendtallen; ik hoorde hun aantal. En aldus zag ik in dit gezicht de paarden en hen, die erop gezeten waren: zij hadden rossige en blauwe en zwavelkleurige harnassen, en de koppen der paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun bek kwam vuur en rook en zwavel. Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur en de rook en de zwavel, die uit hun bek kwamen. Want de macht der paarden ligt in hun bek en in hun staarten. Want hun staarten zijn als slangen, met koppen, en daarmede brengen zij schade toe. En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen, om de boze geesten niet (meer) te aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, noch horen of gaan; en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen." (Openbaring 9:13-21) Het tweede wee gaat door tot Openbaring 11:14.

 

De Eufraat (vers 14) is gelegen, waar nu Irak ligt, en in Irak ligt de plaats Babylon, en vandaar zullen de legers (vers 16) van de koningen van de opgang der zon optrekken. (Openbaring 16:12) Babel ligt pal te oosten van Jeruzalem.

We lezen over een groot leger, dat vanuit die regio op zal trekken naar Jeruzalem, dat wordt later in Openbaring genoemd: Het leger van de koningen van de opgang der zon:

  • "En de zesde engel goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat, en zijn water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen, die van de opgang der zon komen." (Openbaring 16:12).

 

Vanuit Jeruzalem gezien ligt Babel pal ten oosten van Jeruzalem, waar de zon opkomt. Daar vandaan, waar de koning van Babel, de grote machthebber van de eindtijd woont, zullen de legers optrekken.

 

Het derde wee:

  • "En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden." (Openbaring 11:15).
  • "Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat GIJ uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard." (Openbaring 11:17).
  • "En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen en aardbeving en zware hagel." (Openbaring 11:19)

 

Tot die tijd was het koningschap in handen van satan geweest. Maar op het moment dat de luide stemmen klonken in de hemel, die het Koningschap van De Christus aankondigden, kwam er oorlog in de hemel:

  • "En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem. En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neder geworpen." (Openbaring 12:7-10).

 

Dit is de uitwerking van datgene wat de Heere Jezus ook gezegd heeft:

  • "Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen." (Lukas 10:18).
  • "En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee (= derde wee) de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft. (Nu is de tijd aangebroken, dat satan zal rondgaan als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zal verslinden)En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had. En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij (het gelovig overblijfsel) onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd." (Openbaring 12:11-14)

 

Des Heeren is de aarde, en haar volheid! Omdat Christus aan het kruis van Golgotha heeft gezegevierd, heeft Hij de overheden en machten overwonnen en ontwapend, en over hen gezegevierd, en hen openlijk tentoongesteld. Deze overwinning werd zichtbaar door Zijn opstanding uit de dood.

 

Satan, de oude slang, kan alleen maar zijn activiteiten ontplooien, voorzover het de oude schepping betreft. Wanneer het om de nieuwe schepping gaat, dan heeft satan daar geen enkele invloed meer op. Het terrein van de nieuwe schepping is niet zijn terrein. Eigenlijk is dat terrein afgebakend door het bloed van Christus. Wie in Christus is, is een nieuwe schepping, het oude is voorbij gegaan, zie het nieuwe is gekomen. Toch leven wij op aarde met een "oud" lichaam, wat bij de oude schepping behoort, en wordt ik geconfronteerd met de aanvallen van de tegenstander. Daarom zegt Paulus: Doet de wapenrusting Gods aan, om stand te kunnen houden in de boze dag

 

Zo zorgt God voor ons die Geestelijk nieuw leven hebben ontvangen, maar nog tijdelijk in hun oude pakkie rondlopen. Daartoe heeft God een wapenrusting gegeven met een schild erbij zelfs, tegen de aanvallen van de boze. Die wapenrusting is om te kunnen standhouden in die boze wereld. Ja, met die machtige wapenrusting kunnen wij zelfs de vurige pijlen van de boze doven. Dus wij hebben van God een beschermende voorziening gekregen in een wereld waarin satan regeert.

Een wapenrusting om als overwinnaars in deze boze dag te kunnen standhouden. Het ergste wat satan ons nu, in deze boze dag, kan aandoen, is dat hij deze oude mens het leven beneemt. Precies zoals satan de gelovige in Openbaring door hun getuigenis van Christus, door het zwaar deed omkomen. Maar wanneer ons, en straks hen, dat overkomt, dan zullen wij en zij onvergankelijk leven bezitten door Christus Jezus, onze Heere.

 

Deel 12 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 12

 

Het beest uit de Zee

  • "En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering. En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht. En (ik zag) een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna, en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren? En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen. En (het beest) opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tent en hen, die in de hemel wonen. En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen." (Openbaring 13:1-7)

 

Wanneer we het boek Openbaring beter willen leren verstaan, is het eigenlijk beter om het boek Daniël eerst goed te lezen. Wanneer we Daniël begrijpen, zullen we Openbaring beter verstaan. Beide boeken gaan vaak over dezelfde dingen, alleen worden ze vanuit een ander perspectief belicht.

  • In Daniël zijn de gebeurtenissen geplaatst in het perspectief gezien vanuit de mens. De koninkrijken komen in handen van mensen, en uiteindelijk in handen van Gods volk Israël.
  • In Openbaring worden de gebeurtenissen gezien vanuit hemels perspectief, satan en zijn trawanten krijgen tijdelijk de macht, maar de macht gaat over in handen van de Christus.

De Heere zegt in Zijn Woord in Jer 1:12 dat Hij waakt over Zijn Woord om dát te doen.

 

De symboliek, die soms in Openbaring word gebruikt, is om iets uit te drukken. Zoals bijvoorbeeld in Openbaring 13 "het beest" symbolisch wordt gebruikt. Deze symboliek heeft een overdrachtelijke betekenis van iets wat letterlijk aanwezig zal zijn. In dit geval staat het beest voor de heerser, die opkomt uit de (volkeren)zee. In dit verband lezen we in Openbaring 17 vers 1 over

  • "de grote hoer, die zit aan vele wateren, met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben, en zij, die op de aarde wonen, zijn dronken geworden van de wijn harer hoererij."

 

De "zee" en "het beest" hebben beide ook te maken met de "afgrond". Hiervan lezen we in:

  • Openbaring 11:7 "En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden."
  • Openbaring 17:8 "Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve; en zij, die op de aarde wonen, wier naam niet geschreven is in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verbazen, als zij zien, dat het beest was en niet is en er toch zal zijn."

 

Over de "afgrond" lezen we in Marcus een opmerkelijke geschiedenis:

  • "En toen Hij uit het schip ging, kwam Hem [terstond] uit de grafsteden een mens tegemoet met een onreine geest, die verblijf hield in de graven, en niemand had hem meer kunnen binden zelfs niet met een keten, want hij was dikwijls met voetboeien en ketenen gebonden geweest en de ketenen waren door hem stukgetrokken en de voetboeien vernield, en niemand was bij machte hem te bedwingen. (= demonische machten) En voortdurend, nacht en dag, was hij in de graven en in de bergen, schreeuwende en zichzelf met stenen slaande. En toen hij Jezus uit de verte zag, liep hij toe, viel voor Hem neder, en zeide, roepende met luider stem: Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? (de demonen wisten met wie ze te doen hadden) Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt. Want Hij zeide tot hem: Onreine geest, ga uit van deze mens. En Hij vroeg hem: Hoe is uw naam? En hij zeide tot Hem: Mijn naam is legioen, want wij (die inwonende demonen) zijn talrijk. En hij smeekte Hem dringend hen niet buiten het land te zenden. Nu werd daar bij de berg een grote kudde zwijnen gehoed. En zij smeekten Hem, zeggende: Zend ons in de zwijnen, dat wij daarin varen. En Hij stond het hun toe. En de onreine geesten gingen uit en voeren in de zwijnen; en de kudde, ongeveer tweeduizend, stormde langs de helling de zee in en zij verdronken in de zee." (Marcus 5:2-13)

 

We zien hier ongeveer 2000 demonen, boze machten in de zee, in de afgrond verdwijnen. In Openbaring 9 zien we dat de afgrond weer open gaat, en de demonische machten tevoorschijn komen in de vorm van sprinkhanen, die macht kregen gelijk schorpioenen, en die eruit zagen als paarden, die uitgerust zijn tot de oorlog:

  • "En de vijfde engel blies de bazuin, en ik zag een ster (= satan), uit de hemel op de aarde gevallen, en haar (die ster) werd de sleutel van de put des afgronds gegeven. En zij opende de put des afgronds en er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven; en de zon en het zwerk werden verduisterd door de rook van de put. En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben. En hun werd gezegd, dat zij aan het gras der aarde geen schade zouden toebrengen, noch aan enig gewas, noch aan enige boom, maar alleen aan de mensen, die het zegel van God niet op hun voorhoofden hadden. En hun werd gegeven, dat zij hen niet zouden doden, maar dat de mensen zouden gepijnigd worden, vijf maanden lang; en hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt. En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken, maar hem geenszins vinden, en zij zullen begeren te sterven, maar de dood vlucht van hen weg. En de gedaante der sprinkhanen was als van paarden, die uitgerust zijn tot de oorlog; en op hun koppen waren kransen als van goud en hun aangezichten waren als aangezichten van mensen; en zij hadden haar als vrouwenhaar en hun tanden waren als die van leeuwen; en zij hadden borstschilden als ijzeren harnassen en het gedruis van hun vleugels was als het gedruis van wagens, wanneer vele paarden ten strijde draven. En zij hadden staarten als schorpioenen en angels, en in hun staarten was hun macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang. Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon. (Openbaring 9:1-11)

 

Het "beest" heeft alles te maken met heerschappij, dat blijkt onder meer uit Openbaring 13:2, waar staat dat zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf het beest zijn kracht en zijn troon en grote macht. Hieruit blijkt dat het beest een exponent, een kenmerkende vertegenwoordiger, een representant van de satan is.

 

Het Griekse woord wat hier met "beest" is vertaald is "therion". Therion heeft de betekenis van "wild beest", oftewel "ondier". Het normale woord voor dier is "zoa", wat hier dus niet is gebruikt. Hieruit wordt ook duidelijk wat het karakter van het beest is.

 

Ter vergelijking het beest van Openbaring 13 en het beest van Daniël 7:

  • "Toen wilde ik de ware zin weten van het vierde dier, dat van die alle verschilde, dat buitengewoon vreselijk was met zijn ijzeren tanden en zijn koperen klauwen, dat at en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrad, en van de tien horens, welke op zijn kop waren, en van die andere, die zich verhief en waarvoor er drie uitvielen, terwijl deze horen met ogen en een mond vol grootspraak, er groter uitzag dan de andere. Ik zag, dat die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overmocht, totdat de Oude van dagen kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. Hij sprak aldus: Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle (andere) koninkrijken, en dat de gehele aarde zal verslinden en haar zal vertreden en vermorzelen. En de tien horens – uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal een ander opstaan; die zal van de vorige verschillen en drie koningen ten val brengen. Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten; hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd; dan zal de vierschaar zich nederzetten, en men zal hem de heerschappij ontnemen en hem verdelgen en vernietigen tot het einde. En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen. Hier eindigt het bericht. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten ontstelden mij zeer, zodat mijn gelaatskleur verschoot; en ik bewaarde deze woorden in mijn hart. (Daniël 7:19-28)

 

Toen de Heere Jezus lijfelijk op aarde kwam voor de Zijnen, was er ook een grote geestelijke strijd, die gestreden werd tussen satan en de Heere Jezus. Dat gebeurde nog voordat de Heere openlijk aan Zijn bediening was begonnen. De satan probeerde de Heere met een verdraaid Woord te verleiden. Maar de Heere wist beter dan wie ook, wat er staat geschreven, en pareerde satan's listen met het zuivere Woord. Bovendien kon de Heere niet zondigen!

 

Straks zal er weer, maar dan nog heviger, zo'n geestelijke strijd losbranden, eerst in de hemelse gewesten, waarna die strijd op de aarde doorgaat. Dan weet satan dat hij weinig tijd heeft, en zal hij tekeer gaan als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden.

 

De stad Dubai als voorbeeld voor de stad Babel

Sinds de tijd dat de staat Israël in het wereldgebeuren weer in beeld is gekomen, is alles in een soort stroomversnelling gekomen. Vanaf die tijd is Babel ook weer in beeld gekomen. Dit zal ook moeten, want in de "eindtijd" zal de stad Babel tegenover de stad Jeruzalem staan. Nu is Babel nog niet meer als een soort toeristische attractie, maar dat kan heel snel veranderen. Babel zal uitgroeien tot het middelpunt van de wereldhandel, tot het centrum van alles wat tegen God en Zijn gebod ingaat. Dat zoiets snel kan gaan, daar hebben we bewijzen van. Wanneer we de naar de stad Dubai, van de gelijknamige staat Dubai, kijken, dan kunnen we constateren wat daar in een paar jaar is gerealiseerd.

 

Dubai is in een paar jaar tijd een zeer moderne stad geworden, waar men niet op een paar centen kijkt. Alle vertier naar westerse maatstaven is er mogelijk. De ambities van Dubai lijken anno 2007 geen grenzen te kennen. Er zijn toren hoge flats verrezen, waar zich het zakelijke leven afspeelt. Op dit moment worden er diverse kunstmatige eilanden in de oceaan aangelegd, waar tienduizenden huizen op worden gebouwd, in de vorm van een palmboom. Zie ook Palmeilanden. Vijftien km ten zuiden van Dubai ligt Jumeira Beach. Dit is een stuk strand waar projectontwikkelaars grote hotelresorts en luxueuze huisvestingsmogelijkheden creëren.

De palmeilanden (Palm Islands in het Engels) zijn de drie grootste kunstmatige eilanden ter wereld. Ze liggen voor de kust van Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten. Het project is door Mohammed bin Rashid Al Maktoum, leider van Dubai en huidig eerste minister van de V.A.E., opgezet om het toerisme te doen groeien. In het jaar 2004 is het eerste eiland opgeleverd van een aantal enorme landaanwinningsprojecten

Dubai is oorspronkelijk een belangrijke stad als handelsroute naar het westen. Een belangrijke vrijhandel betreft die van goud. Tegenwoordig is Dubai zich in rap tempo aan het ontwikkelen in de toeristenindustrie en de financiële dienstverlening en IT. Dubai als onderdeel van de VAE heeft veel profijt van de snel groeiende toeristenindustrie. In 2005 verwerkte de internationale luchthaven meer dan 12 miljoen passagiers. De overheid heeft vrije zones opgezet waar onder andere grote internationale bedrijven zoals IBM en Microsoft zich hebben gevestigd.

Op de afbeelding hieronder één van de drie grootste kunstmatige eilanden ter wereld. Ze liggen in de vorm van een palmboom voor de kust van Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten. Op elke tak van de zogenaamde palmboom worden honderden woningen gebouwd. Dan kunt u zich een beetje de grootte van dit project voorstellen. Deze foto is genomen vanuit een sateliet, dus vanaf zeer grote hoogte.

Kunstmatig eiland in de vorm van een palmboom voor de kust van Dubai,

 

Verder is er nog het project The World, dit is een bouwproject vier kilometer uit de kust bij Dubai, bedoeld voor toerisme. Het wordt een archipel van eilandjes, aangelegd in de vorm van de continenten van de wereld nabij de kunstmatig aangelegde Palmeilanden.

Ik leg deze gegevens voor u neer, om aan te tonen dat binnen zeer korte tijdmet veel geld, dat voorhanden is, én de technische mogelijkheden van tegenwoordig, een wereldstad (Babel) gerealiseerd kan worden, die als centrum van de macht zal functioneren.



Deel 13 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 13

De beest heerschappij

In Daniël 11: 36-39 lezen we:

  • "En de koning zal doen wat hem goeddunkt; hij zal zich verhovaardigen en zich verheffen tegen elke god, zelfs tegen de God der goden zal hij ongehoorde woorden spreken, en hij zal voorspoedig zijn, totdat de maat van de gramschap vol is; want wat vastbesloten is, geschiedt. Ook op de goden zijner vaderen zal hij geen acht slaan; op de lieveling der vrouwen noch op enige andere god zal hij acht slaan, want tegen alle zal hij zich verheffen. Maar in hun plaats zal hij de god der vestingen vereren: de god die zijn vaderen niet gekend hebben, zal hij vereren met goud en zilver en edelgesteenten en kostbaarheden. En hij zal optreden tegen de versterkte vestingen met de hulp van de vreemde god; ieder die deze erkent, zal tot grote eer komen; hij zal hen tot heersers maken over velen en grond aan hen toedelen als beloning."

 

Tot dit dieptepunt is de morgenster gekomen, die eerst zijn woonplaats bij God had. Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! (Jes 14:12). Hij zal zich verheffen tegen de God des hemels, en "ongehoorde" woorden spreken. Dat zijn woorden van godslastering, die tot dusver nog niet waren gehoord.

We kunnen Daniël 11 leggen naast 2 Tess 2, waar gesproken wordt over de zoon des verderfs, de mens der wetteloosheid. Wanneer daar gesproken wordt over "zoon", betekent dit, dat hij de erfgenaam is, en in dit geval de erfgenaam van het verderf.

 

Deze beest-heerschappij gebeurt onder toelating van God, tot een bestemde tijd, tot de maat vol is. De satan heeft een door God bepaalde tijd, om te doen wat hij doen moet. We weten dat satan nu de god is van deze ajoon, maar dan zal hij werkelijk als een beest tekeer gaan. En in die beest-heerschappij zal hij zelfs voorspoedig zijn, lazen we in Daniël 11:36.

Ook nu al is de heerschappij van satan groot. Voor de meeste mensen is deze heerschappij verborgen, maar wie van u, broeders en zusters, op de hoogte is van de zeer vele "geestelijke ontwikkelingen in vooral de "religieuze" wereld, wordt daar niet vrolijk van. Hierin zien we de verleidende invloed van het rijk der duisternis steeds meer toenemen. Ook hierin doet reeds nu satan zijn voorbereidende werk. Juist in die "christelijke" wereld, omdat zijn strijd een geestelijke strijd is. Uiteindelijk zal alle religie ten dienste van het "beest" staan, dát zien wij vandaag gebeuren!

 

Maar, broeders en zusters, wij hebben een geweldige wapenrusting gekregen. Maar die moeten we wel aantrekken, want anders onderscheiden we nog niet de dingen waar het op aan komt. De wapenrusting Gods is niet alleen ter bescherming, maar ook ter ontmaskering. Want reken maar dat de tegenstander een masker voor heeft. Wie een masker voor heeft, die heeft iets te verbergen. En dat satan iets te verbergen heeft wordt helemaal duidelijk door Gods Woord. Daarom is het zo belangrijk om Gods Woord tot ons te nemen. Alleen daardoor zijn wij in staat om de werken der duisternis te onderscheiden.

 

Verleidingen

De satan zal met zijn vele verleidingen zorgen dat de wereld hem met verbazing achterna loopt, en hem zullen aanbidden. We hebben gelezen in Openbaring 13 dat de draak aan het beest zijn kracht en zijn troon en grote macht gaf. En Johannes zag een van de koppen van het beest als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna, en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? (Openbaring 13:2-4).

 

Dit is een manifestatie van een grote genezing van een wond, die normaal gesproken tot de dood moest leiden, maar satan liet deze dodelijke wond genezen, en het gevolg staat ook beschreven. Is dit niet hetzelfde als wat wij vandaag ook zien gebeuren? Kijk maar naar zo genaamde mensen als "de profeet Joshua" in Nigeria. Hij laat zichzelf profeet noemen, en heeft zich de naam Jezus aangemeten. Hij laat zijn schoonmaaksters kruipend voor hem zijn vertrekken binnenkomen. Hij weet nabestaanden te vertellen hoe het met hun overleden familie is gesteld, omdat hij zogenaamd met die overledene heeft gesproken. Hij laat mensen bij bosjes achterover vallen, zonder ze zelfs aan te raken. Hij laat mensen die gezwellen aan hun geslachtsdelen hebben, in zijn "diensten" in hun blootje rondlopen, om het publiek te tonen hoe erg het allemaal wel niet is, waarna de volgende dag de "vertoning" wordt herhaald, om dan het publiek te tonen hoe geweldig de "genezing" was.

Hij laat zomaar iemand uit het publiek naar voren komen, die hij publiekelijk verteld, dat hij 10 jaar geleden met zijn buurvrouw in bed heeft gelegen, en dat hij die zonde nu (tot vermaak van het publiek) moet belijden. En zo kan ik nog wel even doorgaan, en ik weet waar ik over spreek, omdat ik mij in dit fenomeen heb verdiept. Ik heb video's in huis, waarop deze dingen, en nog gruwelijker, gebeuren.

 

Het is werkelijk afschuwelijk godslasterlijk wat daar gebeurt, maar de mensen lopen hem met verbazing achterna! Ook vanuit Nederland worden er per jaar diverse reizen naar Nigeria georganiseerd. Het zijn werken der duisternis, maar men is tot hun eigen schande niet in staat om ze ontmaskeren. Maar men hoeft voor dit fenomeen niet zo ver van huis te gaan, want ook in ons land komen dergelijke manifestaties van de verleider voor. U kent waarschijnlijk de namen wel. Ook nu al gaat de verleider met een mooi masker rond, zoekende, wie hij kan verslinden.

 

We lezen in Openbaring 13:2 dat de draak aan het beest zijn kracht en zijn troon en grote macht gaf, dit getuigt van heerschappij en oorlog, zelfs van oorlogskracht. Uiteindelijk is alle tegenstand van satan gericht tegen Het Lam Gods, dat de overwinning heeft behaald. Maar in zijn verderfelijk denken meent hij daar tegenin te moeten gaan. In die tijd van "oorlog", van vervolging, moeten uiteraard zij het ontgelden, die gekozen hebben te volharden tot het einde. Onder het aanroepen van God, door het bidden van het "onze Vader" zullen zij zullen het in die tijd bekopen met de dood, maar zij zullen voor de 1000 jaar weer levend gemaakt worden, en als koningen met Christus die 1000 jaar regeren.

 

Dat satan zich voordoet als de grote imitator van Christus konden we al leren uit de pseudo wonderen, die hij zal doen. Maar hij zal ook in zijn verschijning Christus imiteren:

  • In Openbaring 5:6 lezen we: "En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen." Dit is waarachtige Lam.
  • In Openbaring 13:11 lezen we: "En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde en het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de draak." Dit is de imitator.

 

Het is vermeldenswaard dat die twee horens van het "imitatie lam" ook vandaag al geruime tijd hun betekenis hebben in omgangstaal van bepaalde hooggeplaatste personen. Misschien is het u nooit opgevallen, maar veel hooggeplaatste leidinggevende wereldleiders maken dit teken met hun hand als een soort overwinnings-gebaar naar elkaar en naar wie het verstaat. Het teken is dit: U maakt een vuist, en legt daarbij de duim over de middelste vingers, daarna steekt u de wijsvinger én de pink omhoog, en keert u de zo gevormde kop met 2 horens naar het publiek. Zo tonen zij, waar ze bij horen, namelijk bij een geheim genootschap, de broederschap "de orde van Skull and Bones".

Bovenstaande is het beeldmerk, het logo van de broederschap van "Skull and Bones"

 

Het logo van deze orde laat aan duidelijkheid niets te wensen over: Het is een doodskop met twee gekruiste botten, met daaronder het getal 322. Het is dan ook niet verwonderlijk waar deze "broederschap voor staat.

"The Order of Skull and Bones" is ontstaan uit een geheim genootschap van studenten van de de beroemde Yale-universiteit. De broederschap, die veel invloedrijke figuren uit de politieke en zakenwereld heeft voortgebracht, werd in 1832 opgericht door de latere Amerikaanse generaal William H. Russell en de latere Minister van Oorlog Alphonso Taft. In 1992 werd het lidmaatschap voor vrouwen opengesteld. De organisatie is één van de onbekendste, doch invloedrijkste geheime genootschappen in de Verenigde Staten. De mannen die zijn ingewijd geloven dat zij superieur zijn aan alle mensen. Hun overtuiging is, dat zij door het ritueel van de inwijding de ‘vrucht van de boom des levens’ tot zich zullen nemen en dat zij zo als godmensen zullen worden. Ze voelen zich als een soort halfgoden ver verheven boven de massa.

Het nummer 322 in het beeldmerk, het logo van Skull and Bones (zie afbeelding hierboven) refereert aan het jaar 322 v.C., waarin de Griekse redenaar Demosthenes en filosoof Aristoteles overleden. Eulogia, de Godin van Welbespraaktheid, nam toen haar plaats in het Pantheon in. Er zijn echter ook (volgens kenners) aanwijzingen dat 322 verwijst naar Genesis 3:22 waarin staat dat de mens is geworden tot God, kennende goed en kwaad. Dit is een doelstelling van Skull & Bones. Leden van Skull and Bones noemen zichzelf Knights of Eulogia en duiden de rest van de mensheid aan met de term barbaren.

Het genootschap heeft een tempel (The Tomb) op het terrein van de Yale-universiteit. Verder bezit het genootschap onder andere een vakantie-woning en een privé-eiland (Deer Island) aan de grens met Canada.

U zult versteld staan wie zich bij deze satanische broederschap hebben aangesloten. De organisatie kwam onder andere in 2004 in het nieuws toen in interviews met Tim Russert bleek dat zowel president George W. Bush als zijn toenmalige rivaal John Kerry lid van Skull and Bones waren vanaf zijn studie aan Yale. Geen van beide presidentskandidaten gaf details weg over de "studentenvereniging". Ook voormalig president George H.W. Bush en diens vader Prescott Bush (grootvader van George W. Bush) waren lid van het genootschap, alsmede leden van de Heinz en Rockefeller families en van de regering-Clinton. U mag er gerust vanuit gaan dat het grote kapitaal en de leiders van deze wereld lid zijn van deze organisatie. Voor een volledige ledenlijst kunt u op google zoeken bij: "The Skull and Bones Members List"

Misschien zult u na al deze gegevens denken, waarom moet ik dit allemaal weten, en wat heeft dit met Openbaring te maken? Nee, u hoeft het niet te weten, maar ik heb het allemaal opgezocht om u duidelijk te maken hoe de tegenstander al geruime tijd bezig is om zijn macht uit te breiden. Door al het voorbereidende werk wat in het verborgen gebeurd, zal het niet meer zo'n grote stap zijn dat er straks één wereldregering komt onder leiding van de overste van deze wereld. En omdat Openbaring over die tijd handelt, is het van belang te beseffen in wat voor een tijd wij leven.



Deel 14 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 14

 

Antichrist

Veelvuldig wordt in de Bijbel gesproken over de antichrist, maar wie of wat is dat nou eigenlijk? In Johannes 5:24:43-47 spreekt de Heere Jezus tot de Joden (die onder leiding van de Farizeeën en de Schriftgeleerden stonden):

  • "Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen. Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de eer, die van de enige God komt, niet zoekt? Denkt niet, dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; uw aanklager is Mozes, op wie gij uw hoop gevestigd hebt. Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?"

Die "ander" waar de Heere hier over spreekt, is de vertaling van "allos".

  • allos = andere van hetzelfde soort
  • heteros = andere van een andere soort

Dan betekent dat in Johannes 5, dat de Heere spreekt over een andere van hetzelfde soort. De Heere plaatst die ander in vergelijking naast Zichzelf. Dan is die ander van hetzelfde "soort", als de Heere, van hetzelfde niveau als de Heere Jezus. Dan is er maar één die in zo'n hoedanigheid met de Heere vergeleken kan worden, dat is Gods tegenstander, de antichrist.

Nog enkele teksten waar de antichrist in voorkomt:

1 Joh 2:18-23 lezen we over deze antichrist:

  • "Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is. Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn. Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen. Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij haar weet en omdat geen leugen uit de waarheid is. Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader."

1 Joh 4:1-3

  • "Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld."

2 Joh 1:7

  • "Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist."

Rom 2:28-29

  • "Want niet híj is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God."

Rom 9:6

  • "Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël"

We zien in deze bijbel gedeelten, wie de antichrist is:

  • Hij is van hetzelfde soort als de Heere. Hij wordt ook de god dezer eeuw genoemd. "Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet."
  • Hij is de leugenaar die loochent, dat Jezus de Christus is. (1 Joh 2:23).
  • Hij is de imitator van God en de vader der leugen (Joh 8:44).
  • Hij is de mensenmoorder van den beginne. (Joh 8:44).
  • Hij doet zich voor als een "engel des lichts", en straks wanneer hij weet, dat hij nog weinig tijd heeft, zal hij een "brullende leeuw" zijn, zoekende wie hij zal verslinden.

We hebben gelezen, dat het eerste "beest" uit de zee kwam (Openbaring 13:1). Verder lezen we, dat er een ander beest opkwam uit de aarde en het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit.(Openbaring 13:11-12). "Uit de aarde" wil zeggen, dat dit "andere" beest uit het "land", uit Israël voortkwam.

Altijd is satan de imitator van God. Wanneer God een Zoon heeft, die zijn wonderen doet onder Zijn volk, dan heeft satan de imitator, de anti-zoon, de antichrist van hetzelfde "soort", die de valse wonderen doet onder Israël. Wanneer God Zijn Geest geeft, om de gelovigen in Zijn waarheid te leiden, dan heeft satan zijn imitatie geest, de valse profeet, om de mensen van de waarheid af te leiden.

En wat de toekomst betreft? Alle Schriften stemmen overeen, dat de dag komt, waarin de "aarde vol zal zijn van de kennis des Heren, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken." (Jesaja 11:9). Maar de Bijbel leert ook, dat voor deze heerlijke voleinding, de menselijke pogingen, om de wereld te controleren en vrede te brengen zullen culmineren (= het toppunt bereiken) in een antichrist, die zal zitten in de tempel Gods, om aan zich te laten zien, dat hij een god is (2 Tess. 2:4). Dat zal in de toekomst plaats hebben en dan zal Jeruzalem tot de laatste en grootste vloek worden voor alle volken der aarde. En wat zullen de volken doen?

Antisemitisme zal het toppunt bereiken in de laatste poging van de verenigde naties om de wereld van deze vloek te bevrijden door Jeruzalem te verwoesten. Zacharia in zijn 14de hoofdstuk, en Christus in Mattheüs 24, en Paulus in de 2e Tessalonicenzenbrief hebben iets te zeggen over dat onderwerp, hetgeen de mensheid tot nadenken moest stemmen. De geschiedenis van het Joodse volk eindigde niet in A.D. 70, zoals velen graag denken. Het jaar 70, toen Jeruzalem verwoest werd, was slechts een schaduw van toekomstige gebeurtenissen.

Het zal zelfs zover komen, dat Israël zich vrijwillig zal schikken onder de heerschappij van de antichrist. Ook uit dit gegeven moge duidelijk zijn, dat de antichrist één van de hunnen is, want zouden de Joden ooit voor een niet-Jood hun knieën buigen? De heerschappij van deze antichrist zal slechts 3 ½ jaar duren, maar de daarop volgende jaren zullen verschrikkelijk zijn en de tempel zal opnieuw verwoest worden. Maar dan zullen het oude verbondsvolk de schellen van de ogen vallen - dan zullen zij volgens Zacharia 12:10 en Openbaring 1:7 de Gekruisigde erkennen en over Hem weeklagen als over de meest geliefde Zoon.

Jeruzalem, waar alles zich zal afspelen

 

Voordat de Here Jezus Christus als Koning verschijnt in macht en heerlijkheid, zal de satanische heerschappij tot een hoogtepunt komen. Paulus zegt:

  • "Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking" (2 Tess. 2:7).

 

Johannes spreekt in zijn eerste brief over de geest van de antichrist, die nu reeds in de wereld is (1 Joh. 4:3). Deze geest zal uiteindelijk DE antichrist voortbrengen (1 Joh. 2:18). Het woord anti betekent: in plaats van, en ook: tegen. Beide betekenissen zijn van toepassing. De antichrist zal zich eerst aandienen als in de plaats van Christus, met name aan het joodse volk (zie Joh. 5:48), maar later zal hij zich openbaren als de tegenstander. Eerst doet de satan zich voor als een "engel des lichts" (2 Kor. 11:14), en dan openbaart hij zich als "een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden" (1 Petr. 5:8).
De satan zal geen middel onbenut laten om in samenwerking met de opstandige mens zijn plan te volvoeren: een wereld zonder God!
De werken der wetteloosheid, die zich voor het grootste deel in het verborgene afspelen, zullen uiteindelijk leiden tot de komst van de mens der wetteloosheid, in de Bijbel met name genoemd: de wetteloze. Mét hem zal de samenleving zich als één mens opstellen tegenover God. Dit is de goddeloze Babel-cultuur, waarin voor alles en iedereen plaats is, behalve voor de God van de Bijbel en Zijn onderdanen!

 

De Oordelen

In Openbaring 6 waren de oordelen al begonnen toen het Lam begon met het openen van de zeven zegels, met de daarbij behorende oordelen. we kunnen hierover lezen in Openbaring 6:1 tot Openbaring 8:1. Daarna volgen de zeven bazuinen met hun oordelen (Openbaring 8:7 tot Openbaring 11:15). En als laatste volgen de zeven schalen van de gramschap van Gods, in Openbaring 15:1 tot Openbaring 16:17. Deze laatsten, de schalen der gramschap Gods gaan we nu iets nader beschouwen. Daarvoor lezen we Openbaring 15:5 tot Openbaring 16:14:

  • "En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open; en de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein en blinkend linnen en de borst omgord met een gouden gordel. En een van de vier dieren gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen, vol van de gramschap van God, die leeft tot in alle eeuwigheden. En de tempel werd vervuld met rook vanwege de heerlijkheid Gods en vanwege zijn kracht; en niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven plagen der zeven engelen voleindigd waren." (Openbaring 15:5-8).

 

We zien hier een gebeurtenis, die zich in de hemel afspeelt. Zeven engelen, gekleed in priesterlijke gewaden, komen uit de tempel, die zich in de hemel bevindt. die zeven engelen hadden zeven plagen bij zich. En één van de daar aanwezige vier dieren geeft aan die engelen zeven gouden schalen, vol van de gramschap van God. Daarna ziet Johannes dat de tempel in de hemel zich vult met rook vanwege de grote kracht en heerlijkheid van God. En niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven aanstaande plagen der zeven engelen voleindigd waren.

 

Opmerkelijk dat hier vermeld wordt: "één van de daar aanwezige vier dieren", dan kunnen we ons afvragen welk dier zou dat zijn? Over de dieren hebben we gelezen in Openbaring 4 en 5. We hebben gezien dat het eerste dier was als een leeuw, het tweede als een rund, het derde als een mens, en het vierde als een vliegende arend.

Welk dier zou het meeste in aanmerking komen om de schalen met Gods oordelen aan de engelen uit te delen? Het is natuurlijk niet met zekerheid vast te stellen, omdat het niet vermeld wordt, maar het meeste is te zeggen voor de keuze van het derde dier, dat het uiterlijk had van een mens. Want lezen we niet van Christus dat Hij de zoon van Adam, de Zoon des mensen is?

 

We lezen in Joh 5:26-27

  • "Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven, leven te hebben in Zichzelf. En Hij heeft Hem macht gegeven om gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is."

 

En verder lezen we in Hand 17:30-31

  • "God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen; omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken." Hieruit leren wij dat Hij gerechtigd is om de oordelen uit te delen.

 

Ook zagen we dat het dier gouden schalen aan de engelen overhandigd. Goud spreekt altijd van Gods heerlijkheid, en van hemelse dingen. Deze gouden schalen komen uit de tempel in de hemel. Dan kan het ook niet anders, dan dat ze van goud zijn. In de tabernakel waren ook al de voorwerpen van goud gemaakt, of met goud overtrokken.

 

Johannes vervolgt in Openbaring 16:1

"En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de gramschap Gods uit op de aarde."

 

De oordelen, de straf geldt speciaal voor hen, die bewust ongehoorzaam zijn geweest, en die het beest achterna zijn gelopen, en hem hebben aanbeden. Dat was in de beginfase van het volk Israël ook al het geval, toen zij uit Egypte geleid werden. Ook toen was Egypte onder leiding van de Farao bewust ongehoorzaam. Die verlossing van het volk Israël uit Egypte was reeds een schaduw van de toekomstige bevrijding van Israël. Toen werd Farao met de zijnen gestraft voor hun bewuste ongehoorzaamheid. Straks zullen allen, die bewust de verkeerde keuze hebben gemaakt ook gestraft worden met verschrikkelijke plagen. Dat zal het loon zijn van de satanisten, van hen die bewust de satan, de draak, aanbidden.

 

Deel 15 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 15

 

Onderstaand beknopt schema geeft aan dat er vele vergelijkingen zijn met:

De verlossing van het volk Israël uit Egypte én de toekomstige verlossing van het volk.

Verlossing van Israël uit Egypte

met als doel:

ingaan in het land Kanaän

Verlossing van Israël uit de Wereld

met als doel:

ingaan in het Koninkrijk

De plagen in Egypte waren speciaal voor Farao met de zijnen, die gestraft werden voor hun bewuste ongehoorzaamheid.

De oordelen, de straf geldt speciaal voor hen, die bewust ongehoorzaam zijn geweest, en die het beest achterna zijn gelopen, en hem hebben aanbeden.

Israël werd verlost door Mozes (= type van de Verlosser).

Israël zal door de Heere zelf terugvergaderd worden.

De redder van Israël (Mozes) was zeer schoon. (Hij was een heel bijzonder kind) (Ex 2:2)

De Redder van Israël (Christus) is Gods Zoon.

En God hoorde hun klacht en God gedacht aan zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob. Zo zag God de Israëlieten aan en God had bemoeienis met hen. (Ex 2:24-25)

En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde. (Jesaja 11:12)

Ik zal Mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God, het ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid. En Ik zal u brengen naar het land, waarvan Ik gezworen heb het aan Abraham, Isaak en Jakob te zullen geven, en Ik zal het u geven tot een bezitting, Ik, de HEERE. (Ex 6:6-7)

Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds. (Amos 9:11)

Het hart van Farao verhardde, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan – zoals de HERE door Mozes gezegd had. (Ex 9:35)

En zij waren willens en wetens ongehoorzaam, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven. (Openbaring 16:9)

En Mozes en Aäron deden, zoals de HERE geboden had; hij hief de staf op en sloeg het water in de Nijl voor de ogen van Farao en zijn dienaren, en al het water in de Nijl werd in bloed veranderd; 21 de vis in de Nijl stierf, zodat de Nijl stonk en de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken; en er was bloed in het gehele land Egypte. (Ex 7:20-21)

En de tweede engel goot zijn schaal uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode, en alle levende wezens, die in de zee waren, stierven. (Openbaring 16:3)

En de derde engel goot zijn schaal uit in de rivieren en in de waterbronnen, en (het water) werd bloed. (Openbaring 16:4)

Toen strekte Aäron zijn hand uit over de wateren van Egypte, en de kikvorsen kwamen opzetten en bedekten het land Egypte. (Ex 8:6)

En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; (Openbaring 16:13)

Aäron strekte zijn hand uit met zijn staf en sloeg het stof der aarde, en de muggen kwamen op mens en dier. Alle stof der aarde werd muggen in het gehele land Egypte. (Ex 8:16)

En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben. (Openbaring 9:3)

De HERE deed alzo; en er kwamen steekvliegen in zwermen in het huis van Farao en van zijn dienaren en in het gehele land Egypte; het land werd geteisterd door de steekvliegen. (Ex 8:24)

En de gedaante der sprinkhanen was als van paarden, die uitgerust zijn tot de oorlog; en op hun koppen waren kransen als van goud en hun aangezichten waren als aangezichten van mensen; (Openbaring 9:7)

Al het vee van de Egyptenaren stierf, maar niet één stuk van het vee der Israëlieten stierf. (Ex 9:6)

Hoe kreunt het vee! De runderkudden dolen rond, want er is voor hen geen weide; ook de schapenkudden lijden zwaar. (Joël 1:18)

Toen namen zij roet uit een smeltoven, gingen voor Farao staan en Mozes strooide het in de lucht en er kwamen bij mens en dier zweren, die als puisten uitbraken, (Ex 9:10)

En de vijfde engel goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn rijk werd verduisterd, en zij kauwden op hun tong van pijn, en zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen. (Openbaring 16:10-11)

De hagel sloeg in het gehele land Egypte alles neer, wat op het veld was, van mens tot dier; ook al het veldgewas sloeg de hagel neer en alle bomen op het veld deed hij afknappen. (Ex 9:25)

En grote hagel(stenen), een talent zwaar, vielen uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan was zeer groot. (Openbaring 16:21)

Zo kwamen de sprinkhanen op over het gehele land Egypte en streken in het gehele gebied van Egypte in massa neer; nooit tevoren was er zulk een sprinkhanenzwerm geweest en nooit nadien zal er meer zo een zijn. (Ex 10:14)

En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben. (Openbaring 9:3)

En er was gedurende drie dagen een dikke duisternis in het gehele land Egypte. Gedurende drie dagen kon niemand een ander zien, noch van zijn plaats opstaan; (Ex 10:22-23)

De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. (Joël 2:31)

Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des HEEREN zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. De HEERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn. (Ex 14:13-14)

Dan zal de HEERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; (Zach 14:3)

En zij kwamen in Mara, maar zij konden het water van Mara niet drinken, omdat het bitter was. Daarom noemde men die plaats Mara. (Ex 15:23)

En de naam der ster wordt genoemd Alsem. En het derde deel der wateren werd alsem en vele van de mensen stierven van het water, omdat het bitter geworden was. (Openbaring 8:11)

Farao en de zijnen maakten bewust een keuze tegen God, en kregen daarvoor hun straf.

Tijdens het bewind van de antichrist zullen ook zij die bewust de keuze tegen God maken, gestraft worden.

Zo zijn er nog vele voorbeelden te vinden waaruit blijkt dat de bevrijding van het volk Israël uit Egypte een schaduw was van de toekomstige bevrijding van Israël.

Maar voordat de bevrijding van Israël gestalte krijgt, zal de verleider, Gods immitator, trachtten zijn slag te slaan. Dit zal hij doen door te liegen, want hij is de vader der leugen. Het hele systeem waar hij voor staat is louter leugen. En zo hij al tussen de regels door waarheid gebruikt, dan is dat enkel en alleen om de leugen te dienen. En ondanks dat hij aantoonbaar de leugen verkondigd, zullen velen bewust zijn verdichtsels navolgen, en zullen daarvoor hun loon ontvangen. Daarom lezen we in Openbaring 16:2:

  • "En de eerste ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een boos en kwaadaardig gezwel aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden."

 

In Openbaring 16:3 zien we dat de tweede engel zijn schaal uitgoot in de zee, en de zee werd bloed als van een dode, en alle levende wezens, die in de zee waren, stierven. Dit was een teken voor Israël wat eerder in Egypte ook al had plaatsgevonden. Dat in bloed veranderde water bracht de dood voort. Toen het volk Israël bij Jericho was, bracht water vermengd met zout leven voort. En nog later veranderde de Heere op de bruiloft water in wijn, dit bracht vreugde voort.

 

En de derde goot zijn schaal uit in de rivieren en in de waterbronnen, en (het water) werd bloed. (Openbaring 16:4). De kern van vers 3 en 4 is dat hierdoor het leven der mensen bedreigd werd. Want zonder water kan niemand leven. Het getuigd van een voltrekken van Gods oordeel. Daarom staat er ook in Openb 16:5-6:

  • "Rechtvaardig zijt Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld. Omdat zij het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben, hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; zij hebben het verdiend!"

 

Alleen de Heere komt de wrake toe! Daarom kwam er een stem uit de hemel:

  • "Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig." (Openb 16:7).

 

Gods oordelen zijn waar én recht. Het doel van Gods oordelen is, dat ze een reinigend effect zullen hebben voor de gehele aarde. Daarbij heeft de Heere geen gedachten van onheil, maar gedachten van vrede én liefde!

  • "Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des HEREN, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven." (Jer 29:11).

 

Misschien iets om over na te denken:

HET GOEDE KOMT VOORT UIT GODS LIEFDE, DAAROM ZIJN ER DE OORDELEN!

 

Openbaring 16:12:

  • "En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat, en zijn water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen, die van de opgang der zon komen."

 

Hier lezen we dat de Eufraat zal opdrogen, zodat er een droge plaats ontstaat om de legers, die dus klaarblijkelijk achter die Eufraat gelegerd zullen zijn, door dat droge te laten doortrekken naar Jeruzalem. Dit alles in die eindtijd plaatsend, weten we dat Babel dan het centrum van de wereldmacht zal zijn, alwaar ook de legers van die wereldmacht gelegerd zullen zijn. Babel ligt tussen de Eufraat en de Tigris in, daarom valt ook alleen de Eufraat droog, en lezen we niets over het droogvallen van de Tigris. Om die reden kunnen het niet de legers zijn van bijvoorbeeld China. Want er wordt vaak verondersteld dat "de koningen, die van de opgang der zon komen", de legers van China zouden zijn. Maar dan zou de Bijbel toch ook vermeld hebben dat de Tigris droog gevallen zou zijn, en dat is niet het geval.

 

Wat wel in Gods Woord staat over die eindtijd:

  • "Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid?

 

De koningen der aarde scharen zich in slagorde (achter de Eufraat) en de machthebbers spannen samen tegen de HERE en zijn gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen!

Psalm 2:1-6

  • Die in de hemel zetelt, lacht; de Here spot met hen. Dan spreekt Hij tot hen in zijn toorn, en verschrikt hen in zijn gramschap: Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg."

Zach 12:2-9

  • "Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen. Te dien dage, luidt het woord des HEREN, zal Ik alle paarden treffen met verbijstering, en hun berijders met krankzinnigheid; over het huis Juda zal Ik mijn ogen openhouden, doch alle paarden der natiën zal Ik treffen met blindheid. Dan zullen de stamhoofden van Juda bij zichzelf zeggen: Een sterke macht zijn mij de inwoners van Jeruzalem door de HERE der heerscharen, hun God. Te dien dage zal Ik de stamhoofden van Juda maken als een vuurbekken tussen het hout, en als een vuurfakkel tussen de garven; dan zullen zij rechts en links alle natiën in het rond verteren; en Jeruzalem zal blijven voortbestaan op zijn eigen plaats, te Jeruzalem. Ook zal de HERE de tenten van Juda allereerst verlossen, opdat de trots van het huis van David en van de inwoners van Jeruzalem zich niet verheffe tegen Juda. Te dien dage zal de HERE de inwoners van Jeruzalem beschutten, en wie onder hen struikelt, zal te dien dage zijn als David, en het huis van David als God, als de Engel des HEREN voor hun aangezicht. Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken."

Openbaring 16:13-14

  • "En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God."

 

De wereldleiders van de eindtijd zullen bezeten zijn van de duivel. Ze zullen de bedrieglijke tekenen van de duivel volgen, en zo satan gehoorzamen om de oorlog te voeren, en zo hun eigen ondergang tegemoet gaan. Zij zullen worden verzameld op de plaats, die in het Hebreeuws genoemd wordt Harmagedon (Openb 16:16). Zo zien we dat satan van het begin tot het eind de mensenmoorder is. (Harmagedon ligt zo'n 100 km ten noorden van Jeruzalem).

 

Openbaring 16:17-21

  • "En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied. En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er geschiedde een grote aardbeving, zo groot als er geen geweest is, sedert een mens op de aarde was: zó hevig was deze aardbeving, zó groot. En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden der volken stortten in. En het grote Babylon werd voor God in gedachtenis gebracht, om daaraan de beker met de wijn van de gramschap zijns toorns te geven. En alle eilanden vluchtten weg en bergen werden niet (meer) gevonden. En grote hagel(stenen), een talent zwaar, vielen uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan was zeer groot."

 

Het oordeel wat door het "uitgieten" van de laatste schaal van Gods gramschap geschied, maakt een einde aan het grote Babylon. Die grote stad zal zelfs in drie stukken uiteen vallen, door een aardbeving zoals er nog nooit geweest was. Er zullen geweldige grote hagelstenen vallen van een talent zwaar. De schattingen van het gewicht van één talent variëren van 50 tot 75 kg. Wie kan zich dat voorstellen, dat er hagelstenen van 50 kg zwaar vallen? Die zullen echt een verpletterende vernieling teweegbrengen. En nog waren de mensen niet onder de indruk van Gods almacht en grootheid, want zij bekeerden zich niet, maar lasterden God vanwege de plagen, die over hen kwamen.

 

Dit is de tijd waarvan op meerdere plaatsen in de Bijbel gesproken wordt:

  • Zo wist Job al dat de Heere de aarde van haar plaats zou doen wankelen, zodat haar zuilen schudden. (Job 9:6).
  • Psalm 75:4 zegt: "Al mogen de aarde en al haar bewoners wankelen, Ik ben het, die haar pilaren heb vastgezet."
  • Psalm 82:5 "Zij weten niets en begrijpen niets, in duisternis wandelen zij rond; alle grondvesten der aarde wankelen."
  • Ook de profeet Jesaja getuigd van deze dingen: "Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de HERE der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn." (Jesaja 13:13).
  • Matth 24:29 zegt: "Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.
  • En de Hebreeën brief zegt: "Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. (Hebr 12:26)

 

Maar uiteindelijk zijn Gods beloften onberouwelijk, en viert Gods Liefde de boventoon, want Jesaja 54:10 zegt:

  • "Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de HEERE."

 

De Heere zelf zal te dien dage zijn engelen uitzenden om Zijn uitverkorenen te verzamelen. Die uitverkoren zijn zij, die behoren tot het volk van Israël, maar op dat moment nog niet behouden zijn.

Zij zullen bewaard worden in de woestijn, en daar in die woestijn zal het nieuwe verbond bevestigd worden in de harten van die uitverkorenen (dán niet meer op steen). Dan zullen zij onder leiding van de grote “Jozua” het land binnentrekken. Dan zullen zij het grote land, zoals beloofd is aan Abraham, in bezit nemen Dat land zal zich uitstekken van de rivier van Egypte tot aan de Eufraat.

 

Deel 16 volgt

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@Kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 16

 

 

 

Tekenen en Wonderen

 

Wat we veelvuldig zien in het boek Openbaring, en ook in het boek Exodus, en ook ten tijde dat de Heere op aarde was onder de Zijnen, dat er sprake is van tekenen en wonderen. Dát was de manier waarop God Zich openbaarde aan Zijn volk.

 

 

 

Alle beschreven wonderen en tekenen werden gedaan in verband met het volk Israël. Anders gezegd, de wonderen en teken hoorden bij dat volk. De Heere zei: "Zie, Ik maak een verbond; voor uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des HEEREN werk zien zal, dat het schrikkelijk is, hetwelk Ik met u doe."

 

De Heere maakte zich aan Zijn volk bekend door tekenen en wonderen. En hij verzamelde voor Zich een volk door teken en wonderen: "om Zich een volk uit het midden eens volks aan te nemen, door verzoekingen, door tekenen, en door wonderen....

 

De Heere wilde toen in Egypte al aan de wereld laten zien dat het volk Israël Zijn volk was. En dat Hij HEERE was van dat volk:

  • "En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage."

 

Alle in de bijbel beschreven tekenen en wonderen zijn ten dienste van Israël, of speciaal voor Israël. Altijd wanneer de Heere de Zijnen iets wilde meedelen of kenbaar maken, ging dat gepaard met tekenen en wonderen. Dit was heel speciaal het geval toen de Heere Jezus op aarde was temidden van Zijn volk, want toen wilde de Heere echt iets vertellen aan Zijn volk. En de boodschap was, dat het Koninkrijk aanstaande was. Het bestond niet, dat daar geen tekenen en wonderen bij hoorden. En dat werd door de enkeling toen ook wel verstaan. Zolang het Koninkrijk aangeboden werd, dus tot Handelingen 28:28, golden die regels.

 

De aardse bediening van Christus ging gepaard met vele wonderen en tekenen, als bewijs van het feit, dat Hij de beloofde Messias was. Hij voldeed helemaal aan het signalement, dat God had neergelegd in het profetisch Woord. Dat blijkt ook zo mooi uit Mattheüs 11 waar we lezen over Johannes de Doper, die zijn discipelen naar Jezus zendt om te vragen of Hij de beloofde Messias is:

 

  • En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet…..........

 

De Heere Jezus deed dit alles in het kader van de prediking van het Koninkrijk Gods. Ook Zijn apostelen gaf Hij opdracht met dezelfde prediking rond te trekken. In de brief aan de Hebreeën (het Hebreeuwse volk) lezen we:

 

  • "... hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten ..." (Hebr. 2:3 en 4).

 

Zo sluit deze brief aan bij de prediking van het Koninkrijk van de Heere Jezus Christus en Zijn apostelen.

 

Straks zal de Heere het werk, dat Hij tweeduizend jaar geleden begon, afronden en Israël in de band van Zijn verbond brengen (Ezech. 20:37). Hij zal Zijn Koninkrijk oprichten, als de dag des HEEREN aanbreekt en 'tekenen en wonderen'(laten) doen. Zijn vrede zal dan bekend worden aan alle volken, natiën en talen (vgl. Dan. 6:26-28).

 

De Heere Jezus heeft Zijn identiteit bekendgemaakt in Zijn spreken en het doen van tekenen en wonderen. Het signalement van de Messias in de oude profetieën was duidelijk en kon volledig worden toegepast op Jezus van Nazareth. Hij was meer dan de tempel, meer dan Jona en meer dan Salomo. Toch werd Hij niet als zodanig aanvaard en dus afgewezen, verworpen. Maar Hij heeft gezegevierd, en de gehele wereld zal straks zien dat Hij de zegevierende Koning is.

 

De Hemel geopend

 

Openbaring 19:11-16:

 

  • "En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren."

 

Nu is de hemel gesloten, de hemel is verborgen. Niemand kan nu de hemel zien. Dán zal de hemel geopend zijn. Johannes ziet een wit paard, en op dat paard zit een ruiter, die vier namen heeft. Die vier namen (titels) geven aan wie Hij is:

 

  1. Getrouw en waarachtig.

  2. Een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf.

  3. Het Woord Gods.

  4. Koning der koningen en Here der heren.

 

Het getal 4, wat we eerder in deze studie over Openbaring hebben behandeld, spreekt van de 4-voudige erfgenaam aller dingen. De vier namen laten ons de Heere Jezus Christus zien in Zijn volle glorie. Hij is het middelpunt van Gods plan der ajonen. We lezen dan ook in Hebreeën 1:1-4:

 

  • "Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in (de) Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld (grondtekst = de ajonen) geschapen heeft. Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in den hoge, zóveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij uitnemender naam boven hen als erfdeel ontvangen heeft."

 

In deze tekst zien we dat God Zichzelf openbaart in de Zoon. De Heere Jezus Christus was en is de afstraling van de Heerlijkheid van God. Hij was en is de afdruk van Gods Wezen. Hij is het middelpunt van Gods plan der ajonen. Hij draagt alle dingen door het woord van Zijn kracht. Wanneer we God willen leren kennen, dan komen we terecht bij de Persoon van de Heere Jezus Christus. Buiten Christus is waarachtige kennis van God onmogelijk. God openbaart Zich in de Zoon. In Christus Jezus woont al de Volheid der Godheid lichamelijk.

 

Daarom spreekt Openbaring 19 ook over Zijn komst met geweldige Goddelijke macht en Goddelijke heerlijkheid. Hij is het Hoofd boven al wat is! Dan zal gebeuren waarvan de Heere zelf al in Matheüs 24 van heeft getuigd:

 

  • "En zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere." (Math 24:30-31)

 

Tweeduizend jaar geleden was de Heere op aarde als de vernederde, toen ontving Hij geen eer, integendeel, de profeet Jesaja had al gezegd over Zijn (eerste) komst dat die in vernedering zou zijn, om te lijden en te sterven, en dat Hij een verachtte was. Hij werd door het volk niet geacht, en had gestalte noch luister. Er was toen aan de buitenkant niets aan de Heere te zien dat Hij de Zoon van God was. Maar straks zal de Heere verschijnen zoals Hij werkelijk is, als de afstraling van de Heerlijkheid van God. Dan zal Hij verschijnen als de afdruk van Gods Wezen. Hem is gegeven alle macht in de hemel en ook op de aarde. Dat zal realiteit worden op de door God vastgestelde tijd..

 

De vier namen zetten de persoon van de Heere Jezus Christus in het volle Licht. We gaan nu de vier namen, die met Zijn viervoudig erfgenaamschap overeenkomen, nog wat nader bekijken:

 

1. Getrouw en Waarachtig

 

  • Psalm 96:12b-13 "Dan zullen alle bomen des wouds jubelen voor de HERE, want Hij komt, want Hij komt om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten in gerechtigheid en de volken in zijn trouw."
  • Jes 11:5 "Gerechtigheid zal de gordel zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen."
  • Openbaring 1:5 "Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde."
  • Openbaring 3:7 "Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand zal sluiten, en Hij sluit en niemand opent.
  • Openbaring 3:14 "Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods:

 

Bovenstaande teksten spreken alle van de hoedanigheid van De "Getrouwe en Waarachtige" Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. We lazen ook in Openb 19:12 dat Zijn ogen waren een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. Vuur spreekt in de bijbel altijd over oordeel, over zuivering en over loutering. Alleen Hij die getrouw en waarachtig kan dit doen. Ook lazen we dat op Zijn hoofd vele kronen waren. Het woord wat hier door kronen is vertaald, is diademen. En de diadeem staat voor de uitdrukking van koninklijke waardigheid en macht en heerlijkheid. En dat er vele kronen op Zijn hoofd waren, getuigd van een ongelimiteerd aantal. Er is geen einde aan de macht en heerlijkheid van Christus. Alle kronen behoren Hem toe.

 

Even ertussen door: Weet u, beste lezers, wat nou zo geweldig is? Dat wij uit Gods Woord mogen weten, dat allen die tot het Lichaam van Christus behoren, mogen delen in de geweldige positie die Christus nu inneemt aan de rechterhand des Vaders. Want we lezen in Kol 1:11-12:

 

  • "Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht."

 

Letterlijk staat hier vanuit de grondtekst: "die u toebereid heeft voorhet erfdeel in het Heiligste in het licht". Dit is het erfdeel van Christus in het Heiligste, Het Heilige der Heiligen in het licht. Deze toevoeging "in het licht" laat ons ook denken aan 1 Tim 6:16, waar staat: "dat de Heere der Heeren een ontoegankelijk licht bewoont". Maar toch mogen wij weten uit het Woord dat de nieuw geschapen ene mens, het samen-Lichaam, de toegang heeft tot het Heiligste (Efeze 2:18), ja zelfs tot het ontoegankelijk licht. Zij zijn burgers van een rijk in de hemelen (Fil 3:20), medeburgers in het Heiligste en huisgenoten Gods (Efeze 2:19) Welk een overweldigende rijkdom!

 

Deze eerste naam "Getrouw en Waarachtig", correspondeert met het Lukas evangelie, waarin de Heere Jezus gezien wordt als mens, als de Zoon des mensen. Hij is de getrouwe en waarachtige mens. Hij is dat ook als enige, want de bijbel zegt: "God waarachtig en alle mensen leugenachtig". De Heere Jezus was de enige mens, in wie geen enkele vorm van leugen of zonde is. Want Hij is de Waarheid, de mens Christus Jezus.

 

2. Een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf.

 

Deze naam getuigd van de dienstbaarheid van Christus, (niemand = geen = knecht), zoals dat in het Marcus evangelie tot uitdrukking komt. Het Marcus evangelie neemt ook een bijzonder plaats in te midden van de andere evangelieën. Marcus is het enige evangelie wat niets over de afkomst van Christus zegt. In Matheüs en Lukas lezen we over het geslachtsregister van de Heere Jezus. Het Johannes evangelie verteld over wie Hij was, Hij was het Woord. Van dit alles niets in het Markus evangelie. In Marcus wordt de Heere Jezus getoont als de waarachtige dienstknecht, en dan in de zin wat die dienstknecht doet. Marcus geeft een opsomming van alle daden die Christus volkomen in overeenstemming met Gods wil heeft verricht. Zo kun je de verborgen naam in het Marcus evangelie eigenlijk "De getrouwe en Waarachtige Dienstknecht" noemen.

 

Volgende keer gaan we het hebben over de derde en de vierde naam van Christus.

 

Deel 17 volgt DV

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 17

 

De Hemel geopend

Openbaring 19:11-16:

  • "En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig (1), en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf (2). En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods (3). En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren (4)."

De vorige keer, in deel 16 hebben we de eerste twee namen behandeld. Nu gaan we kijken wat de derde en de vierde naam ons te zeggen hebben:

3. Het Woord Gods

  • "En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods." (Openbaring 19:13).

Dit bloed spreekt van het vergoten bloed der heiligen, zoals dat ook verschillende malen in Openbaring naar voren komt. Bijvoorbeeld Openbaring 18:24

  • "En in haar (in Babel) werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen, die geslacht zijn op de aarde."

Hierbij moeten we bedenken, dat Christus komst ook zal zijn tot rechtvaardiging van allen die Zijn Naam hebben beleden, en die het getuigenis van hun geloof in Hem met de dood hebben moeten bekopen.

Net als Openbaring spreekt ook Jesaja van oordeel:

  • "Waarom is dat rood aan uw gewaad, en zijn uw klederen als die van iemand die de wijnpers treedt? Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad. Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen. En Ik zag rond, maar er was geen helper; Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun. Toen verschafte mijn arm Mij hulp en mijn grimmigheid ondersteunde Mij. En Ik vertrapte volken in mijn toorn, maakte hen dronken in mijn grimmigheid en deed hun bloed ter aarde stromen." (Jesaja 63:2-6)

Openbaring 19:14-15

  • "En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. (Alle volkeren zullen aan Hem worden onderworpen). En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen."

Deze heerscharen zijn de engelen, die Hem zullen volgen om de aarde in bezit te nemen. Zo wordt het volbrachte werk van de Heere zichtbaar. Het scherpe zwaard uit Zijn mond is het Woord Gods ten oordeel. Over het zwaard lezen we ook in Efeze 6:16-17

  • "Neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God."

Ook in 2 Tess 2:7-8 lezen we over het Woord Gods:

  • "Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt."

In vers 8 worden de twee Griekse woorden voor "komst" in één tekst gebruikt, zowel "epiphanea" als "parousia" worden hier gebruikt. We zien hier de geweldige Goddelijke kracht, die er van de adem Zijns monds (dus van het Woord) uitgaat. We zien ook hier dat de Heere door te spreken dingen tot stand brengt. Dit hoort onmiskenbaar bij God! Daarom staat er ook in Johannes 1:

  • "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is."

Het Hebreeuwse woord voor "woord is "dabarh" Dit betekent tegelijk ook "daad". En we weten dat in Gods Woord tegelijk de daad van God zit opgesloten. Gods spreken, Gods Woord heeft altijd een bepaalde uitwerking. Zo leren we ook hoe rijk Gods Woord is, wanneer we woorden vanuit de grondtekst met elkaar vergelijken.

Zo is het evangelie een kracht Gods: Rom 1:16

  • "Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek."

En ook het Woord des kruises is een kracht Gods: 1 Kor 1:18

  • "Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods."

De mens Jezus beladen is met de zonde van allen, uit zwakheid gekruisigd, maar Hij leeft uit de kracht Gods. Daarom mogen, ja zullen wij ook leven uit de kracht Gods (2 Kor 13:4). Door het volbrachte werk van onze Heere Jezus Christus hebben wij een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen weggelegd is voor ons, die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, welke gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd. (1 Petr 1:4-5). Daarin mogen wij ons verheugen, ook al worden wij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van ons geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus. (1 Petr 1:6-7).

  • "Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten" (Hebr 4:12)

De naam "Het Woord Gods" wijst ons ook zeer zeker veelvuldig naar het Johannes evangelie:

  • "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen".

De gehele Bijbel is Gods Woord. De Bijbel is de openbaring van wat God te zeggen heeft. De Bijbel wordt gevormd door Gods Woorden. Al de Schrift is door God ingegeven. (2 Tim 3:16 St Vert.). En niet zoals de NBG51 ons wil doen geloven, waar staat: "Elk van God ingegeven schriftwoord.........." Dat is geen juiste vertaling. De vertaling van de NBG kan ons willen doen geloven, dat er ook Schriftwoorden zijn, die niet van de Heere zijn ingegeven. Dat is de valse tactiek van Gods tegenstander. Nee, broeders en zusters, de gehele Schrift is van God ingeblazen in de schrijvers. Gods Woord is waar, en daarom ligt de toekomst, ons in dat Woord overgeleverd, vast. Gods Woord komt voor 100% uit! Wie hieraan twijfelt kan beter de bijbel dichtdoen, en hem niet meer lezen. Want dan valt ieder houvast aan de Bijbel weg. Wie durft er bepalen wat wel en wat niet van God ingeblazen is? God heeft ons Zijn complete Woord gegeven, en er zullen best wel eens dingen zijn, die wij niet begrijpen, maar dat ligt dan aan ons bevattingsvermogen, dat ligt niet aan het Woord.

Het is wel zo, dat naarmate wij bezig zijn met het Woord, naarmate wij bezig zijn Zijn Woord te bestuderen, naarmate wij ook inzicht krijgen in dat Woord en in de bedoeling van Gods Woord. In Hebr 4:12 lazen we: "Het woord Gods is levend en krachtig. Voor het verstaan van Gods Woord is het nodig dat we bij het lezen geleid worden door Zijn Geest, die in ons werkzaam wil zijn. En wanneer we ons verzegeld mogen weten met Zijn Geest (Efeze 1:13), en we geven die Geest ook de ruimte om Zijn werk in ons te doen, zonder eventuele belemmeringen door de menselijke overleveringen der "vaderen", dan ontstaat er bij het lezen van Het Woord een soort harmonie, een soort eenheid tussen ons en het Woord.

Dat Gods Woord de waarheid is geeft o.a. het volgende voorbeeld aan:

We weten uit de Schrift dat de beloofde Messias in Bethelehem geboren zou worden. Maar we weten ook dat Maria in Nazareth woonde. God gebruikte een ongelovige keizer, de leider van het toenmalige wereldrijk van Rome, om een zwangere Maria in Bethlehem te krijgen, opdat de Schrift vervuld zou worden. Hierin zien we dat Gods belofte gevolgd wordt door Gods daad van handelen. Ook hier zien we dat God is "De Getrouwe en Waarachtige". Dit is slecht één voorbeeld, maar er zijn legio dergelijke voorbeelden te noemen.

4. Koning der Koningen en Heere der Heeren

  • "En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren."

Bijzonder dat er staat geschreven, dat de naam niet alleen op Zijn kleed, maar ook op Zijn dij geschreven staat. De dij is de plaats waar men gewoon was het zwaard ( = het Woord) te dragen. Dit is de hoogste koninklijke titel op aarde. Deze goddelijke titel is tot nu toe in de wereld nooit erkend, maar in de toekomst zal Hij door alle volkeren erkend moeten worden. Hij is gesteld boven de heerscharen des Heeren. Hij is verheven boven alle koningen der aarde. Alles is aan Zijn voeten onderworpen.

  • "Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond? Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet." (Psalm 8:5-7)

Het gevolg van de komst van de Koning der koningen is dat Hij zegevierend de overwinning behaalt:

  • "En ik zag het beest en de koningen der aarde en hun legerscharen verzameld om de oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen zijn leger. En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard, dat kwam uit de mond van Hem, die op het paard zat; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees." (Openbaring 19:19-21)

Voor het hele boek Openbaring geldt dat alles wordt gezien vanuit het middelpunt der aarde, namelijk vanuit Israël, vanuit Jeruzalem. En alles wat zich afspeelt op die navel der aarde, dat zal zijn uitwerking en uitstraling hebben op heel de aarde. Israël zal ook het eerste volk zijn wat aan God wordt onderworpen. En als Israël eenmaal onderworpen is, dan zal Israël het instrument zijn in de handen van God om alle volkeren aan Hem te onderwerpen. Want alle volkeren behoren Hem toe, staat in Exodus 19:5. De Heere heeft één volk temidden van al die volkeren afgezonderd om een koninkrijk van priesters te zijn, een heilige natie, namelijk het openbaringsvolk van God, Israël.

Zo had God zelf het besloten. En met dat volk zal Hij tot Zijn doel komen. Dit betekent ook dat de oordelen in Jeruzalem, in Israël beginnen, met de uitstraling naar de omringende volkeren en de hele aarde. De oordelen zijn nodig om het volk Israël te zuiveren. Het oordeel begint bij het huis Gods (1 Petr 4:17). Na de oordelen volgt het herstel van Israël, wat dan zal bestaan uit een gelovig overblijfsel. Het herstel van alle dingen begint ook vanuit Israël = Het centrum der aarde. En dat uitverkoren overblijfsel van dat volk zal aan de spits der volkeren het werktuig zijn om de gehele aarde te onderwerpen aan de Koning der koningen en de Heere der Heeren.

Deel 18 ( = slot) volgt

Bert Boersma mei 2007 boersmabpost@kpnmail.nl

 

 

Het Boek Openbaring

(in vogelvlucht) Deel 18 (slot)

 

Openbaring 20

Nergens wordt in Gods Woord gesproken over een duizendjarig (vrede)rijk. Wel lezen we in Openbaring 20 dat er een tijd van 1000 jaar zal zijn dat satan is gebonden in de afgrond:

  • "En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij, de verleider, de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij voor een korte tijd worden losgelaten. (Openbaring 20:1-3)

We zien dus dat satan wordt gegrepen, en gebonden in de afgrond wordt geworpen, en de afgrond wordt zelfs boven hem verzegeld. Zo mag satan te midden van de wormen 1000 jaar knarsekandende doorbrengen. Dat satan gebonden is, betekent niet dat er in die 1000 jaar geen zonde zal zijn op de aarde. We weten dat de zonde in de mens zit. De mens kan zich ook niet achter de verleiding van satan verschuilen, dan niet en nooit niet. De mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Alleen wordt de zonde in die 1000 jaar niet meer door satan aangewakkerd.

In Openbaring 20:4 zien we dat allen die volharden tot het einde, behouden zullen worden. We lezen dat zij, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden, hun beloning kregen voor die volharding in de grote verdrukking. En reken maar dat dat een zware tijd voor die gelovigen zal zijn, want zij zullen niet kunnen kopen of verkopen, zij zullen honger lijden. Zij zijn als het ware het uitschot van die maatschappij. Zij zetten door hun gelovige keuze zichzelf buitenspel. Maar.........we lezen:

  • "Zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.''

Dit is hetzelfde evangelie van volharding als wat de Heere verkondigde in Math 24:13-14 aan de Joden:

  • "Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken."

Let wel: Dit is het evangelie van het Koninkrijk voor Israël, en dit is niet het evangelie voor deze tijd van genade, waarin wij nu leven. De apostel Paulus heeft nooit woorden van gelijke strekking aan ons verkondigd.

In die 1000 jaar zullen alle volkeren 1 keer per jaar moeten optrekken naar Jeruzalem, om de Koning der Koningen hulde en eer te brengen:

  • "Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren. Maar wie uit de geslachten der aarde niet naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de Koning, de HEERE der heerscharen, neder te buigen, op hem zal geen regen vallen, en indien het geslacht der Egyptenaren niet zal heentrekken en komen, op wie geen (regen) valt, dan zal toch komen de plaag waarmee de HEERE de volken zal treffen, die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. Dit zal de straf zijn van de Egyptenaren en van alle volken die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren." (Zach 14:16-19)

En verder in Openbaring:

  • "En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee. En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden." (Openbaring 20:7-10).

We zien in dit bijbelgedeelte dat niet alle volkeren gehoorzaam zullen zijn. Er zullen volkeren zijn die geveinsdelijk zullen optrekken naar Jeruzalem, om toch vooral niet te verhongeren in die 1000 jaar. Want als ze niet optrekken, zal er geen water in hun land vallen, en zal er geen voedsel zijn. Het is bijna niet te begrijpen, 1000 jaar lang hebben die volkeren mogen genieten van de zegeningen van de regering onder de Vredevorst. Maar na de 1000 jaar zien die volkeren hun kans schoon, en kiezen ze alsnog de zijde van satan, als die voor een korte tijd wordt losgelaten, en keren zich nog voor een laatste keer massaal (als het zand der zee is hun aantal) tegen de Koning der koningen van Israël. Maar er zal vuur ( = oordeel) neerdalen uit de hemel en dat vuur zal hen verslinden (Openbaring 20:9). En zij zullen niet meer gevonden worden.

Al deze dingen zullen daadwerkelijk gebeuren, omdat ze beschreven staan in Gods Woord. God is rechtvaardig. God ziet lang iets door de vingers, maar God komt uiteindelijk tot Zijn rechtvaardig doel. En, broeders en zusters, al Gods handelen komt voort uit Zijn wezen, wat Liefde is!

 

Het einde

Openbaring 21 en 22 handelen over het einde der ajonen (= eeuwen). Na deze eeuw, waarin wij leven volgen er nog twee ajonen. De eerste ajoon duurt ongeveer 1000 jaar, en de laatste in de bijbel beschreven ajoon begint na die 1000 jaar. Van de laatste ajoon staat in Gods Woord geen tijdslimiet vermeld. Aangenomen mag worden dat deze altijddurend zal zijn.

Vanuit het Woord hebben we gezien dat alle eerste (oude) dingen voorbij gaan, en dat alle tweede (nieuwe) dingen blijvend zijn. Zo gaat de eerste schepping voorbij, en wordt vervangen door de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Zo vergaat de eerste mens tot stof en wordt in Christus opgewekt als een nieuwe schepping. Zo gaat de eerste dood voorbij, maar is de tweede dood blijvend. Zo is het eerste verbond met Israël voorbijgegaan, maar zal het tweede verbond wat de Heere met Israël sluit van blijvende aard zijn. Zo is het eerste huwelijk wat de Heere met Zijn vrouw Israël sloot voorbijgegaan door de hoererij van het volk, maar zal het tweede huwelijk voor altijd standhouden. Hieruit leren we dat de Heere in de opstanding in alles tot Zijn doel komt.

 

Het Hemels Jeruzalem

  • "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig." (Openbaring 21:1-5)
  • "En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God; en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant. En zij had een grote en hoge muur en zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf engelen, en namen op (de poorten) geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen der kinderen Israëls. Naar het oosten waren drie poorten en naar het noorden drie poorten en naar het zuiden drie poorten en naar het westen drie poorten. En de muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen des Lams. En hij, die met mij sprak, had een gouden meetstok om de stad op te meten, en haar poorten en haar muur. En de stad lag in het vierkant en haar lengte was even groot als haar breedte; en hij mat de stad op met de stok: twaalfduizend stadiën; haar lengte en haar breedte en haar hoogte waren gelijk. En hij mat haar muur op: honderd vierenveertig el, mensenmaat, die engelenmaat is. (Openbaring 21:10-17)

We zien hoe Johannes in de geest de heilige stad ziet nederdalen uit de hemel. We lezen dat op de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem de twaalf namen van de 12 apostelen van de Heere geschreven staan. Let wel: Die twaalf apostelen, daar behoorde de apostel Paulus niet toe. Hieruit mogen we ook leren dat de 12 apostelen hun roeping en bediening hebben ten behoeve van het volk Israël voor wat hun bestemming op de aarde betreft. De twaalf apostelen zullen ook hun taak hebben in dat nieuwe Jeruzalem te midden van het volk Israël. De Heere had dat ook gezegd:

  • "Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten." (Math 19:28).

Dus zij zullen als het ware de twaalf-hoofdige leiding van het volk Israël zijn. En met Christus als Hoofd onder zullen zij vanuit Israël de leiding hebben over alle volkeren. Bij deze hemelse roeping en bediening is sprake van driedimensies: De lengte en de breedte en de hoogte. (Openbaring 21:16).

We mogen weten dat de roeping en bediening van de apostel Paulus een boven-hemelse is. De bediening van Paulus hoort niet thuis bij de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem. Fundamenten hebben te maken met dat wat beneden op de aarde is. De boven-hemelse positie ligt boven het nieuwe Jeruzalem. Daar heeft Paulus deel aan, en ook allen die de onnaspeurlijke verborgenheid hebben geloofd, die Paulus mocht bekendmaken. Tezamen behoren zij tot Het Lichaam van Christus. Zij zullen één zijn in Christus. Dan zal De Christus compleet zijn. Dan zullen allen die gejaagd hebben naar de prijs der roeping Gods met Christus zitten in Zijn positie. Dat is de positie van de Allerhoogste. Efeze 1:22-23 zegt:

  • "En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt".

Dus de positie, die Christus bekleedt, boven alles verheven, ook boven het nieuwe Jeruzalem verheven, zal ook door allen worden bekleedt die Zijn verschijning hebben liefgehad. Paulus zegt:

  • "Maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus." (Fil 3:14).

Over deze boven-hemelse positie vinden we in het boek Openbaring niets. Omdat het boek Openbaring handelt over het einde van de geschiedenis van het volk Israël, wat een aardse bestemming heeft. Het belangrijkste volk op aarde is het volk Israël. Daarom handelt ook 98% van Gods Woord over het volk wat Hij liefhad, en lief zal hebben, namelijk het volk Israël. Er heerst vaak een groot misverstand onder veel bijbellezers. Vaak wordt gedacht dat het Oude Testament handelt over Israël, en het nieuwe testament gaat over ons. Maar ook het nieuwe testament handelt voor het grootste deel over Israël. En wanneer we consequent deze dingen toepassen bij ons bijbellezen, dus de bijbelboeken in de juiste context plaatsen, dan zullen veel tot nog toe onbegrepen zaken op hun plaats vallen, en beter worden verstaan.

Paulus zegt tegen ons:

  • "Opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, (Efeze 1:18).

En verder:

  • "Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt," (Efeze 4:1).

We zijn geroepen om:

  • te "wortelen en te gronden" in de liefde, zodat we dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods. (Efeze 3:17-19).

Is het u opgevallen? Hier is sprake vanvier dimensies: De breedte en lengte en hoogte en diepte. Dit is een roeping die hoger en verder gaat dan de roeping waar in Openbaring 21:16 sprake van is. Dit betreft onze boven-hemelse roeping.

Tot zover deze bijbelstudie over Openbaring. Niet alle verzen zijn stuk voor stuk behandeld, daarvoor zou een zeer lijvig boekwerk nodig zijn. Maar ik hoop dat u, de lezer dezes, een indruk mag krijgen hoe in grote lijnen het boek "Openbaring van Jezus Christus" in elkaar zit. Er blijven waarschijnlijk nog veel vragen over, maar dat is dan weer een uitnodiging aan een ieder om persoonlijk het Woord te onderzoeken, en zo op te wassen in het zoonschap.

Laten we er zorg voor dragen dat we bruikbare werktuigen voor de Heere zijn, en met Paulus kunnen zeggen:

  • Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht.” (2 Tim 4:7).
  • Zodat Hij nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.” (Efeze 3:20-21)

Slot van Bijbelstudie van "Openbaring in vogelvlucht"

Bert Boersma mei 2007 boersmaklm@hetnet.nl

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk