De Leiding des Heren

De Leiding des Heren in ons leven (deel 1)

 

De leiding des Heren in ons leven, ja we weten het allemaal, dat er wel eens mensen zijn, die we in onze omgeving treffen die dan zeggen: “Ik voel dat de Heere mij leidt.” Dan denk je, ja hij of zij voelt, dat de Heere hem of haar leidt.

Hoe zit dat precies? En ook met dit soort zaken, die zeker zeer erg praktisch zijn, moeten we ook altijd terug gaan naar het Woord van God, om in Zijn Woord te kijken, wat God verstaat onder Zijn leiding in ons leven.

In deze studie wil ik graag,5 zaken onderstrepen, wat eigenlijk 5 statements zijn.

Allereerst dus vijf verklaringen, vijf lessen die we eigenlijk uit de Schrift, over de leiding des Heeren in ons leven mogen leren.

Het eerste wat ik wil onderstrepen en wat ik wil vaststellen is, dat we moeten beseffen, dat de leiding des Heren een schriftuurlijk feit is. Laten we dat eerst maar eens vaststellen aan de hand van Ps 23, een Psalm van David, de overbekende herders psalm, die ook in onze tijd zo vaak wordt gezongen, en waarin David zegt:

 

De HERE is mijn herder, mij ontbreekt niets;

Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;

Hij voert mij aan rustige wateren;

Hij verkwikt mijn ziel.

Hij leidt mij in de rechte sporen

om zijns naams wil.

 

Hij leidt mij, hoe leidt Hij mij? Zegt David: “In rechte sporen leidt Hij mij, aan rustige wateren, Hij doet mij nederliggen in grazige weiden.”

Laten we eerst maar vaststellen dat David deze persoonlijke omgang met God had, een persoonlijke omgang met de Heere. Ook wij mogen deze persoonlijke omgang met onze Heere Jezus Christus hebben. Zo David zegt: “Hij leidt mij, Hij leidt mij in rechte sporen, Hij voert mij aan rustige wateren”, zo mogen wij dat David nazeggen.

Als wij in de bijbel gaan opzoeken en gaan nadenken over de leiding des Heren, Wie komen we dan uitgebreid tegen, naast de Heere Jezus Christus, de Herder?

Nou dat is het volk Israël. Je kan bijna geen pagina in de bijbel opslaan of je leest daarover, het volk des Heeren.

Israël is het grote type, wat er in de Bijbel aan ons getoond wordt, waardoor zo veel geestelijke lessen aan ons worden getoond. Want eigenlijk is datgene wat Israël als volk (en ook individueel) meemaakte in hun leven, ook onze omgang met de Heere Jezus Christus. Israël is het grote voorbeeld, het grote type, wat ons getoond wordt, waar we zo veel van kunnen leren.

 

Als we ons dan afvragen, hoe Israël werd voortgeleid, dan vinden we het antwoord in Ex. 40, dat ze werden voortgeleid door de wolkkolom:

  • Hij richtte de voorhof op rondom de tabernakel en het altaar, en hij hing het gordijnvoor de poort van de voorhof op. Zo voleindigde Mozes het werk. En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des HEREN vervulde de tabernakel, 35 zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des HEREN vervulde de tabernakel. Wanneer de wolk zich verhief van boven de tabernakel, braken de Israëlieten op, op al hun tochten. Maar indien de wolk zich niet verhief, dan braken zij niet op tot de dag, dat zij zich verhief. Want op de tabernakel rustte des daags de wolk des HEREN, en des nachts was er een vuur in voor de ogen van het gehele huis Israël, op al zijn tochten.” (Ex 40:33-38).

 

Als Mozes al het werk verricht heeft, al het verlossings werk is volbracht, dan lezen we in deze verzen: “Op al hun tochten, op al hun wegen en op de wegen van het volk Israël, of het nou des daags was of des nachts, daar was de wolkkolom.”

Overdag de wolkkolom boven de tent der samenkomst en des nachts zagen zij er een vuur in. Hoe werden zij dan voortgeleid door de heerlijkheid des Heren?

De eerste maal dat we die wolkkolom tegen komen is in Ex.13, de wolkkolom, waar je vindt dat de Heer voor hun uitging in een wolkkolom.

  • De HERE ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan. 22 Zonder ophouden bleef de wolkkolom des daags en de vuurkolom des nachts aan de spits van het volk.” (Ex 13:21-22)

 

De leiding op de weg. Als we nu gaan nadenken over de leiding van de Heer in ons leven, dan staat hier: “De Heer ging voor hun uit, des daags een wolkkolom, om hen te leiden op de weg. En des nachts in een vuurkolom om hen voort te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan. Zonder ophouden bleef de wolkkolom des daags en de vuurkollom des nachts aan de spits van het volk.”

Hier vind je in Ex.13 niet de ark, de ark des verbonds, niet een altaar dat eigenlijk een altaar is van het verzoendeksel, ja waar spreken deze dingen in feite van?

En wat is dat altaar, wat is die ark des verbonds? Dat is een troon, een troon des verbonds, een troon van God.

Je ziet in Ex.40, wanneer de ark is opgesteld in de tabernakel, en wanneer Mozes de gordijnen heeft opgehangen, en als dat allemaal helemaal klaar is, dan gaat de Heere op Zijn troon zitten, te midden van het volk in de tent der samenkomst.

 

Maar hier in Ex.13 vind je dat er nog geen tabernakel is, dat er nog geen ark des verbonds is neergezet. Zodat de Heere nog niet is gaan zitten op Zijn genade-troon, te midden van Zijn volk Israël. Hij gaat echter aan de spits van het volk voort, zodat dat het volk zowel des daags als des nachts de Heere volgt. Hier spreekt de wolkkolom van de verlossing van Israël, die plaats vindt uit Egypteland.

Ex.40 spreekt in feite over het wonen van God te midden van ons, en dat wij een tent der samenkomst hebben te midden van ons, en dat te midden van ons de genade-troon staat, en in feite spreekt van de verzoening. (Ex 40).

 

Ex.13 spreekt van de verlossing. Dat de Heere ons verlost, dat de Heere ons uitleidt, dat Hij de weg leidt naar buiten, uit de wereld, naar Hem toe. Je zou kunnen zeggen: In Ex.40 laat de Heere ons zien; dat Hij te midden van ons woont en dat er sprake is, niet alleen verzoening in ons leven (door het kruis), maar ook van verlossing in ons leven (door het gelovig aanvaarden), dat we door Zijn volbrachte werk, wat de verzoening heeft teweeg gebracht, in geloof die tent der samenkomst mogen opzoeken. Dat we die mogen binnengaan, de voorhof mogen binnengaan, en door het Heilige in het Heilige der Heiligen mogen binnengaan, en dat we ons daar mogen stellen voor Gods genade-troon.

 

Heel de leiding van de Heer in ons leven is een leven, waarin de Heer ons niet alleen verlost heef en ons brengt uit de wereld, uit Egypte, maar ook dat Hij te midden van ons, te midden van gelovigen gaat wonen. En een leven, waarin de Heer ons ook verandert. Er vindt een verandering plaats.

Keer op keer mogen we de tabernakel binnengaan dat geeft ons het voorrecht, om bij het wasvat ons als het ware te reinigen en genade ontvangen. Want in ons leven hebben we heel veel genade nodig; genade op genade!

De Heer is een genadevol God en we hebben die genade nodig, want anders vindt die hele verandering in ons leven niet plaats en zouden we niet klaar zijn om later dat hemelse Kanaän te betreden.

 

Ja broeders en zusters, de leiding des Heren in ons leven, ik wil dat onderstrepen;

Er is een leiding des Heren in ons leven.

Als wij verlosten des Heren zijn, dan zal de Heer ons leiden, en het goed dat we ons dat realiseren. Het N.T. zegt ons: dat wij zijn gekocht en betaald door het dierbare bloed van de Heere Jezus Christus en dat wij vanaf dat moment niet meer van onszelf zijn. Van Wie zijn wij ? Als je bent gekocht en betaald, van wie ben je dan, dan ben je van een eigenaar. Het N.T. onderstreept heel duidelijk: Wij zijn des Heren, wij zijn van Hem en door Hem gekocht, en daarom leidt Hij ons. Daarom heeft Hij met ons bemoeienis. Je zou haast zeggen, als we dat nou willen of niet, en of we ons dat nou beseffen of niet, en of we dat nou voelen of niet.

 

Als er mensen zijn die voelen; – dat Hij mij geleid – dan moeten we voorzichtig zijn, want in het algemeen is ons gevoel een slecht raadgever. Toch moeten we niet te kritisch worden, ondanks dat mensen dit wel eens kunnen zeggen, in een soort van geestelijke hoogmoed. Maar als het eerlijk en oprecht wordt gezegd; van "ik voel dat Hij mij geleidt" dan mogen we daar best een voorbeeld aan nemen. Omdat mensen zich dan realiseren en beseffen, dat de Heer daar in hun leven is.

 

Israël moest er aan wennen, dat de Heer daar opeens was. Die hadden ze nog niet eerder gezien. Maar dat daar opeens een wolkkolom was, die aan de spits van het volk hun vooruit ging, dat was bijzonder! De Heere onderstreepte dat dubbel, want des daags was het een wolkkolom en des nachts was het een vuurkolom. Ze konden Hem altijd zien. Ze hoefden daar nooit aan te twijfelen, dat Hij bij hen was!

 

Ook wij hoeven daar nooit aan te twijfelen, dat de Heer in ons leven is, dat Hij onze zonde aan het kruis heeft verzoend, en dat Hij door gaat met het werk der verlossing in ons leven. Namelijk, het goede werk wat Hij in ons is begonnen, dat werk van verandering, Hij dat zal voltooien.

 

De 2e les is gekoppeld aan Ex. 40, wat ik u wil meegeven n.l.: De Heer wil bij ons wonen, Hij wil verblijven in ons leven. Hij wil ons niet alleen maar verlossen uit Egypteland zoals in Ex.13 staat, en ons voorgaan op de weg en leiden op de weg. Hij wil ook te midden van ons wonen.

Als de Heer dan opeens de wolkkolom opbreekt en zich verheft, dan moest Israël steeds maar goed opletten in hun leven. Dan waren ze weer ergens gelegerd, en ze wisten niet wanneer ze weer verder moesten gaan, misschien ging die wolk na een uur wel weer verder.

Een andere keer bleef hij misschien wel een week boven die tent der samenkomst staan.

Nog later misschien wel een half jaar. Als je dan een half jaar op een plek staat, dan let je niet meer zo op de wolkkolom. En wanneer dan opeens die wolkkolom zich verheft, ja, dan moesten ze er gauw achter aan. Steeds moest Israël de keus in hun leven maken, want als die wolk zich verhief, dan moesten ze er als de pinken bij wezen, want die wolk gaat weer verder. We gaan opbreken, en er achter aan, want de Heere leidt ons.

 

Dus je moet er wel in je leven aan gaan wennen, als je verlost bent, dat je dan begint te letten op de leiding des Heren in je leven. Wat wil dan de Heer ? De Heer wil te midden van ons wonen, te midden van ons leven wonen.

Als je kijkt naar de opstelling van die tabernakel met die wolkkolom daar boven, wat de aanwezigheid van de Heer onderstreepte, dan zie je dat heel Israël, al de twaalf stammen, met al zijn tenten rondom de tabernakel gelegerd waren. En het was zelfs precies voorgeschreven hoe ze gelegen moesten zijn rondom de tabernakel.

 

De Heere woonde te midden van Zijn volk, en precies zó wil de Heere wil ook gemeenschap met ons hebben. Dat Hij het middelpunt van ons leven is, en dat wij daarom ook regelmatig (voortdurend) Zijn aangezicht zoeken.

Dat Hij op nummer één staat in ons leven en dat we die tent der samenkomst bezoeken, en dat we de Heere bezoeken, want broeders en zusters, Hij heeft ons vrije toegang verleend door Zijn offer aan het kruis.

 

Toen de Heere Jezus stierf aan het kruis van Golgotha, “op dat moment” lezen we in Matth 27:51, “scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën.” Heel bijzonder, want daardoor maakte God zelf de toegang vrij tot het Heilige der Heiligen, maakte God zelf de toegang tot Zijn genade-troon vrij. Want het grote hoge gordijn werd van bovenaf in tweeën gescheurd.

 

Hij heeft een vrije toegang ons gegeven, tot Zijn genade-troon. Hij wil ook dat er een dienen is vanuit onze kant. Dat we leren, dat we in de eerste plaats Hem mogen dienen. Dat we zo de ingang mogen vinden steeds naar Hem toe. De Heere verlangt naar een nauwe gemeenschap met ons, niet alleen maar op zondagmorgen, maar voortdurend. Hij heeft alles voor ons over gehad, Hij heeft ons lief. Hij had ons zo lief dat Hij ons gekocht en betaald heeft, en nog wel betaald met Zijn eigen bloed. Zo lief had Hij ons. Hij verlangt naar ons, dat we bij Hem komen in het licht en dat we gaan wandelen in het licht en dat Hij ons leidt in het licht. Als we dan wandelen in het licht, dan reinigen we ons vanzelf, reinigen van menige zonden, dat we dingen overgeven aan Hem, in gemeenschap met Christus, oude dingen wegdoen uit ons leven.

 

We moeten ons realiseren, wat dus die wolkkolom betekend heeft in het leven van Israël, dat die wolkkolom, nl. Christus ook in ons leven aanwezig is. Als je naar Ex.33 gaat, dan lezen we nog wat over die wolkkolom:

  • Nu dan, indien ik genade in uw ogen gevonden heb, maak mij toch uw wegen bekend, zodat ik U ken; opdat ik genade vinde in uw ogen. Bedenk toch, dat deze natie uw volk is. Toen zeide Hij: Moet Ik zelf medegaan om u gerust te stellen? En hij zeide tot Hem: Indien Gij zelf niet medegaat, doe ons vanhier niet optrekken.” (Ex 33:13-15).

 

Hier gaat het over de Heerlijkheid des Heren, en gaat het over die wolkkolom. Hier spreekt Mozes met de Heere, en dan stelt Mozes een vraag, die wij ook in ons leven leren te stellen als wij verlost zijn, en wij nog onze eigen weg gaan, dat we leren inzien, dat die weg tot niets leidt, en dat we dan uiteindelijk bij de Heere terecht komen.

Als we in gemeenschap met Hem komen, en dat we dan beginnen te vragen: “Indien we dan genade gevonden hebben in Uw ogen, maakt dan Uw wegen bekent, zodat ik U ken”, zegt Mozes.

Dan zegt de Heere niet: “Je moet met Mij meegaan”, maar de Heere zegt: “Moet Ik Zelf met u meegaan, om u gerust te stellen?”

De Heere wil als het ware als antwoord van Mozes hebben, wat Mozes ook geeft: “Indien Gij Zelf niet met ons meegaat, doe ons van hier niet optrekken.” Dat is wel een les die je in je leven moet leren.

 

Dat je moet leren in het leven, dat je eigen wegen tot niets leiden, dat je de Heere nodig hebt. En dat leer je een beetje door schade en schande. Dan leer je in je leven dat je dingen moet overgeven, je eigen weg, je eigen ideeën, je eigen plannen. Dat je die moet afstemmen op de Heere, want dan ontdek je ook dat de Heer daar continu in je leven aanwezig is. Als we op dat punt komen, dat we ons bewust gaan worden, van de aanwezigheid van de Heere Jezus Christus in ons leven, en dat we niet alleen van die aanwezigheid bewust worden, maar dat we ons ook bewust gaan verblijden, dan zijn wij vol vreugde, dan juichen we.

 

De Heer is daar in mijn leven, Hij stelt mij gerust over dat pad wat ik met Hem mag gaan.

Als de Heere niet verder gaat, dan hoeven wij ook niet op te trekken. Dan komt er een punt in ons leven – als we genade gevonden hebben in ons leven – dat we steeds ingaan op die genade, en dan ontvangen wij van die genade-troon steeds genade op genade.

De Heere onderstreept Zijn liefde voor ons en we komen zo tot berouw over zaken, die in ons leven fout zijn gegaan, we komen tot bekering als het ware. We keren ons hart tot Hem, op dat moment is er een bewust verblijden in de aanwezigheid van de Heere in ons leven.

 

Dat zien we hier. Het is genadevolle voorziening geweest voor Israël, dat daar die wolkkolom steeds zichtbaar aanwezig was in het leven van de Israëlieten. De Heere woonde te midden van hen. Dat was dus niet alleen overdag maar ook 's nachts, was er die vuurkolom.

Wat is het toch prachtig dat daar die verzekering door de Heere wordt gegeven. Dat het feit er ligt, dat niet alleen des daags maar ook des nachts, daar de Heer is.

 

Des nachts is ook belangrijk hoor, want 's nachts lig je wel eens wakker in je bed en denk je over allerlei dingen na, en kun je misschien niet goed slapen, dan mag je toch weten de Heer is daar (in de vuurkolom). De Heer is daar in ons leven, de Heere is nabij. Zoals de Heere Israël steeds verzekerde; Ik ben in jullie midden en Ik leid je.

Het mooie is, zo eindigt Ex.40, en dat mogen we onderstrepen, op de tabernakel rustte des daags de wolkkolom en des nachts de vuurkolom, voor de ogen van het gehele huis Israels, zelfs op al zijn tochten. Op al de wegen die wij ook in ons leven gaan, daar is de wolkkolom, daar is de vuurkolom en daar is de Heere. Hij leidt ons.

 

De 3e les; die we van Israël kunnen leren, dat is als wij met elkaar spreken over Gods leiding in ons leven, dan duiden wij er eigenlijk op; dat er een pad is, een bepaalde weg, die wij individueel met de Heer gaan. En dat is ook zo, de bijbel getuigt daarvan.

 

Hij deed hen treden op een effen weg

om te gaan naar een stad ter woning.” (Ps 107:7)

 

Effen isook: een rechte weg. Dit is ook weer zo'n waarheid die we moeten onderstrepen. En of je nu wel of niet bewust bent van de leiding des Heren in je leven, die leiding die is er. Wat is het 2e wat je kunt onderstrepen? Dat waar dan ook, hoe dan ook, wie dan ook, als de Heere je leidt is de weg recht. Er is een weg des Heren in ons leven. De waarheid in deze tekst van Ps.107:7 is eigenlijk fundamenteel. De Heere deed hen treden op een rechte weg, dat doet de Heere.

 

De Heere laat ons treden op een rechte weg, waar dan ook, hoe dan ook. Als de Heere ons leidt, dan is de weg recht. Als we dat niet willen onderschrijven, als we als het ware niet amen zeggen op zo'n tekst, of op wat David zegt in Ps.107, dan zou dat betekenen, dat we dan ons niet willen voegen naar Zijn wil. Wanneer we weten dat de Heere ons verzoend én verlost heeft, dan wil Hij ons “aan de spits” voorgaan, net zoals de Heere het volk Israël aan de spits voor ging. Maar wanneer we toch ons eigen “ik” voorrang geven, en deze dingen niet onderschrijven, dan moeten we ons afvragen: “Willen we wel dat Hij ons wil leiden op Zijn rechte wegen”?

 

Ja het is wel zo goed als zeker, dat die weg des Heren in de ogen van de (eigenwijze) mens, een verkeerde weg is. Want als je dan gaat kijken wat de mens een rechte weg noemt, dan staat er in Spr. 21:2:

Elke weg van een mens is recht in zijn ogen,

maar de HERE beproeft de harten.”

 

Elke weg is recht in zijn eigen ogen, ja in zijn eigen ogen, is de weg van de mens recht, maar is die weg wel recht? Spr.16:25 voegt er nog aan toe:

Soms schijnt een weg iemand recht,

maar het einde daarvan voert naar de dood.”

 

Ja soms lijkt het wel of een weg recht is, en denkt ieder mens wel, mijn weg is recht, maar spreuken laat zien: “Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan leidt tot de dood.” Dus in Gods ogen is de weg van de mens helemaal niet recht.

Van één ding zijn we overtuigd; de weg des Heren is recht. Hij doet ons treden op een rechte weg. Onze eigen weg en de wegen van deze wereld, de wegen die de mens in deze wereld gaat, die ons wijzen op alle mogelijke situaties, zijn vaak zo verschillend. Dat doet ons vaak bidden zoals Ezre bad, hoe Ezra tot de Heere kwam: Ezra 8:21

  • Toen riep ik daar, bij de rivier Ahawa, een vasten uit om ons te verootmoedigen voor onze God, en van Hem een voorspoedige tocht af te smeken voor ons, onze kinderen en al onze have. Want ik had mij geschaamd van de koning een leger en ruiters te vragen om ons te beschermen tegen vijanden onderweg; wij hadden namelijk tot de koning gezegd: De hand van onze God is ten goede over allen die Hem zoeken, maar zijn macht en zijn toorn zijn tegen allen die Hem verlaten. Dus vastten wij en smeekten onze God hierover, en Hij liet Zich door ons verbidden.” (Ezra 8:21-23).

 

Ja dat had hij voor de koning zo gezegd. Later zat hij toch even zijn hoofd te krabben, want ik heb dat nou wel zo gezegd, maar eh.. wat doet Ezra, hij verootmoedigd zich en hij niet alleen, maar heel het volk. Ze zoeken het aangezicht van de Heere. Ze smeken een voorspoedige tocht voor hen af, voor hun kinderen en voor al hun have.

 

Er staat zo mooi: “want ik had mij geschaamd voor de koning, een leger en ruiters te vragen om ons te beschermen.” Ja, een mooie beschaming, een hele begerenswaardige beschaming, een hele benijdenswaardige. Als je je zo schaamt, terwijl je op de Heere vertrouwt. Dat deed dus Ezra, hij schaamde zich op de goede manier en het is heel benijdenswaardig, hij verootmoedigde zich. Hij beseft, ondanks dat hij er even van schrok, wat hij tegen de koning had gezegd. Hij wist dat zijn weg de beste was in de hand van de Heer. Wat hij zelf gepredikt had tegen de koning, dat hij dát moest waar maken en het zo aan de Heere moest vragen.

 

Hier leren we dus in feite uit, dat de weg van de mens in zijn eigen ogen vaak recht is, maar die weg is niet altijd recht, die weg komt vaak verkeerd uit. En die weg voert tot de dood, als je niet oppast. Ook voor ons geldt dat, als wij de Heere verlaten, zoals hier door Ezra wordt gezegd.

 

We kennen voorbeelden uit de bijbel, zoals b.v. een Demas die in feite de Heere verliet, door Paulus te verlaten. Hij kreeg de wereld lief, hij liet zich verleidden door de wereld. Hij kreeg de “aioon” lief. Ja, als je dat overkomt dan kan dat tot de dood voeren, tot je geestelijke dood, met alle gevolgen van dien.

Maar die weg van de Heer, dat zegt de bijbel, dat is een rechte weg. En vaak zijn de wegen, die mensen rechte wegen noemen, van Gods oogpunt bekeken, kromme wegen.

We leren hieruit ook in ons leven wat we moeten doen, niet alleen dat we beseffen dat we verlost zijn, en dat de Heere ons leidt op Zijn weg, maar dat we ook net als Ezra, ons leren te verootmoedigen, en dat we die weg des Heren moeten afsmeken, dat de Heere dat van een ieder persoonlijk verlangt.

Je moet voor die genade-troon gaan staan en vragen: “Uw weg is de beste, maar hoe moet ik die gaan”? Of zoals elders in de Schrift staat: “Vertrouw op je eigen inzicht niet.” Dat is enorm dilemma, want wat moet ik dan bidden? Waar moet ik om vragen, welke weg in de praktijk is nu de beste voor mij. Welke het beste voor een ander?

Dan moet je Zijn aangezicht persoonlijk zoeken en van de Heere afsmeken, dan pas geeft de Heer opening, dan antwoord Hij.

 

Een 4e les. De vraag, die je vaak in de praktijk tegen komt is: “Is nu de weg van de Heere een rechte weg, en de weg van de mens een kromme weg?” In ons eigen oog is de weg die de mens gaat een rechte weg, en die Heere gaat een kromme weg. Precies andersom, dat is onze praktijk ervaring, dat maakt de mens er van.

Vaak om redenen die voor ons op dat moment in ons leven, volslagen onbekend zijn, gaat de Heere met ons een heel andere weg, een weg die we zelfs onlogisch vinden.

 

Dan gaan we weer naar Israël kijken, ons grote voorbeeld, hoe onlogisch zij dat eigenlijk vonden:

  • Toen Farao het volk had laten gaan, leidde God hen niet op de weg naar het land der Filistijnen, hoewel deze de naaste was; want God zeide: Het volk mocht eens berouw krijgen, wanneer zij in strijd gewikkeld werden, en naar Egypte terugkeren. Daarom liet God het volk zwenken, de woestijnweg op naar de Schelfzee. Ten strijde toegerust trokken de Israëlieten op uit het land Egypte.” (Ex 13:17-18).

 

Ja, ik denk als ik Israëliet was geweest, en u ook, en u had uw A.N.W.B. kaart bij u, en je trekt dan uit Egypte, en je ziet wat er gaat gebeuren, wat doet die wolkkolom, die gaat helemaal rechtsaf, die gaat helemaal de verkeerde kant op. Daar ligt het beloofde land niet, dat ligt niet in het zuiden, wat moeten we daar in vredesnaam doen? Zo gaan we de woestijn in en niet richting Kanaan, dit gaat helemaal fout.

 

Bedenk eens: Je bent op vakantie in Egypte, in het Midden-Oosten. En stel dat het daar rustig is, en je daar je vakantie viert en je zit in een toeringcar. Je komt uit Egypte en je wilt naar het land Kanaän, je wilt naar Tel aviv. Stel dat je bij een kruispunt komt en daar staat een heel groot bord: Tel aviv, en wat doet de chauffeur? Hij gaat richting Ethiopië, hij zwenkt helemaal af naar het zuiden. Ik denk dat dat iedereen in de bus naar voren rent, en zegt tegen die chauffeur: “Hé joh je rijdt helemaal verkeerd.”

 

Zo is het vaak in ons leven ook, en we denken hoe is dat nou mogelijk, de Heer gaat helemaal verkeerd, de Heer zwenkt de verkeerde kant op. Ik dacht nog wel, de Heer doet ons treden op een rechte weg. Ja, dat is nou net de rechte weg. We moeten leren, dat onze wegen vaak niet Zijn wegen zijn. Wat we moeten leren is; dat de Heere met ons Zijn bepaalde wegen gaat.

 

En God ging ook met Israël op Zijn bepaalde wegen, om Israël niet in verzoeking te brengen. Zo is ons gebed soms ook: “Leidt ons niet in verzoeking”. De Heere leidt ons niet in verzoeking. De Heere leidt ons vaak over wegen, zodat wij niet in verzoeking kunnen komen. Hij zwenkt vaak uit om ons te bewaren voor het kwade.

We leren hier dus uit, dat de Heere absoluut niet in ons leven de korte route gaat,

rechtstreeks van uit de wereld, vanuit Egypte naar het hemelse Kanaan, naar de hemelse zegeningen in de hemelse gewesten gaat. Waarom niet? Het zou wel eens mogelijk zijn dat ze in verleiding zouden komen, zegt de Heere. Hij licht het ook toe, hoewel deze weg de naaste is (Ex 13:17).

 

Toen Farao het volk liet gaan, leidde God hen niet op de weg naar de Filistijnen, hoewel deze weg de naaste weg was. Het volk mocht eens berouw krijgen, wanneer zij in strijd gewikkeld zouden raken met de Filistijnen. Zo hebben wij dat ook, we kunnen wel de hemelse gewesten direct intrekken als leden van het Lichaam van Christus, maar wat is er in die hemelse gewesten aan de hand? Daar is een strijd, oh ja, dat is de goede strijd, de geestelijke strijd, maar het is wel een strijd. Wat zegt hier de Heere ?

Wanneer zij in strijd gewikkeld werden, dan zouden zij wel eens naar Egypte willen terugkeren, het volk mocht eens berouw krijgen.

 

Ja, als mensen verlost zijn geworden, dan leidt de Heer ze niet gelijk maar naar het "zoonschap". We mogen rustig kind zijn. Als een baby geboren wordt, wedergeboren wordt, dan wordt niet ergens op een knop gedrukt, zodat die baby dan meteen 21 jaar is, dat die meteen volwassen is. Gelukkig niet. De Heere gaat met ons in ons leven een hele weg, waarin we rustig kunnen veranderen, rustig mogen leren Hem waardig te wandelen, rustig mogen groeien via kindschap naar het zoonschap, naar het volwassen worden.

Zodat we leren de wapenrusting aan te doen, en we ten strijde zijn toegerust, zodat we als geestelijk volwassenen dat hemelse Kanaän binnen mogen gaan.

 

Je had hier niet aan Israël moeten vragen: “Zijn jullie er klaar voor?” Want over hen lezen wij in Ex 13:18: “Ten strijde toegerust trokken de Israëlieten op uit Egypte.” Zij waren er helemaal klaar voor, maar de Heere keek wat verder.

Jij kunt wel denken dat je er helemaal klaar voor bent. Jij kunt wel zeggen; ik ga meteen de rechte weg, het land van de Filistijnen door, naar Kanaän. Daar kon je eens berouw over krijgen.

We leren hier dus uit, dat de korste weg, niet altijd Gods rechte weg is. De opleiding in ons leven zit nou eenmaal zo in elkaar: Waar of hoe je ook opgeleid wordt, op school, op cursussen, noem maar op, we worden er tegenwoordig allemaal in opgevoed, dat we zo snel mogelijk de rechte weg willen gaan. Snel willen handelen, snel zus of snel zo, maar die snelle weg is vaak voor ons in het geestelijke leven, de verkeerde weg, de doodlopende weg.

 

Daarom moeten we ook leren om bekwaam te willen zijn, dat we volwassen in Christus willen zijn, en we door de Heer kunnen worden gebruikt in ons leven, en in dat van anderen, en ook bekwaam zijn om zaken uit te leggen t.a.v. de Schrift, zoals 2 Tim.2:2 ons voorhoud.

En dan moeten we er oog voor houden, dat we die ander niet te snel de weg des Heren laten gaan. Dat we in het geestelijke leven van een ander, hem te vroeg gaan wijzen op het hemelse Kanaän. Het is een geestelijke leerschool, die rustig doorlopen moet worden aan Zijn hand. Waarbij de Heere op Zijn tijd open ogen geeft, voor de weg die een ieder persoonlijk mag gaan. Laat die ander nu rustig samen met de Heere, de weg des Heren gaan, ook al lijkt dat krom, in de ogen van de Heer is die weg altijd recht.

 

Nog een les die hieruit kunnen leren, uit het zwenken. Het was niet alleen dat de Heere ging zwenken om Israël te behoeden voor de strijd, strijd met de Filistijnen, het zwenken naar het zuiden had ook nog een andere bedoeling. Er staat in Deut. 8:2-3:

  • Gedenk dan heel de weg, waarop de HERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden. 3 Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kendet en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat.”

 

Daar gaat het om, de Heer deed hen zwenken, de Heere nam niet de kortste weg naar het hemelse Kanaän. Hij deed hen zwenken naar de woestijn. Het was niet alleen om hen uit de strijd te houden, maar ook, zo staat er: “Om u te verootmoedigen om u op de proef te stellen om te weten wat er in uw hart is”.

 

De leiding des Heren in je leven.

Hoe vaak brengt ons dat niet tot de conclusie, dat je ontdekt dat de Heere bepaalde dingen in je leven zo leidt, ook toelaat of je laat overkomen om ons op de proef te stellen, en om te weten wat er in ons hart leeft.

Israël is in de woestijn van alles overkomen. En hoe brengt die leiding des Heren in mijn leven mij ertoe, dat ik oog in oog kom te staan met wie ik van binnen ben? De weg des Heren die je gaat, dat mag misschien in je eigen ogen, een hele kromme weg zijn, die je in allerlei levens situaties langs heel wat toppen en dalen leidt, maar daar stelt de Heer je mee op de proef. Daarin mag je je ook verootmoedigen en daarin kom je te weten, wie je zelf bent.

 

Hoe vaak zijn wij niet als Petrus, als we ons op zo`n bergtop bevinden, en misschien wel op zo`n bergtop der verheerlijking zijn, dat we als het ware de Heere toeroepen: “We zullen zelfs ons leven voor U geven”. Terwijl de Heere weet, dat we maar één stap hoeven te doen op die weg des Heren, en we horen de haan al kraaien, en we verloochenen de Heiland.

Zo zitten wij als mensen in elkaar. En op de geloofsweg kom je jezelf tegen, ontdek je, wie zelf van nature bent. Zodat je leert, dat je genade op genade in je leven nodig hebt, dat je je mag verootmoedigen. Dat je de tabernakel mag binnengaan, voor Gods genade-troon mag staan en dat je je mag uitleveren aan de Heere. En zo groei je. Dat is groeien!

 

Zelf minder worden, zodat de Heere Jezus Christus in je leven wast. Hij moet wassen, ik moet minder worden, zegt Johannes de Doper. Zo werkt het. En toch, dit weten, en dit kennen, dit hele groei proces is niet alleen maar om bedroeft te worden, om wie we van nature zijn. Het is ook het “verwerven en het vergaren” in die weg des Heren, nl. van kennis des Heren, je leert kennen wie Hij is, en je leert dat de mens niet alleen van brood leeft, maar van alles wat de mond des Heren uitgaat.

 

Het gaat om dat geestelijke brood, het Woord des Heren. En alleen door Zijn woord in je hart vast te leggen ontvang je ware vrede. Je leert ontdekken, dat alle vreugde van de wereld heel tijdelijk is, en dat die zaken het hart geen vrede geven en het hart niet bevredigen. Het is alleen maar de Heere die bevredigd, en rust geeft.

 

Dat is ook zo wonderlijk voor een christen, zo zit de evangelie verkondiging tegenwoordig vaak niet in elkaar. Want de ervaring van elk kind van God is de volgende: Er wordt vaak in de prediking gezegd; laat je nou verlossen en neem Christus aan als je Verlosser. Er wordt dan gesproken over het bloed en het bloed aan de deurposten in Egypte en hoe de Heer je kan uitleiden en hoe je verlost kan worden. Hoe je met veel have en goed uitgeleid kan worden.

Maar is dit wel zo? Wat is onze ervaring als we uitgeleid worden hier in dit leven, als we verlost worden in dit leven, en de Heere Jezus als onze Heiland erkennen, wat ontdek je dan in je leven? Dan ontdek je, dat je niet terecht komt – zoals dat soms gepredikt wordt – in een soort luilekker land. Dan kom je niet terecht in het land Kanaän, maar waar kom je in terecht ? Je komt terecht in de woestijn!

 

Dat is de ervaring van een kind van God. Hij komt terecht in de woestijn, wat is die woestijn dan? Die woestijn is de wereld, die woestijn is het hier en nu. Je ontdekt, dat zaken, waar je vroeger plezier aan had, je nu koud laten. Je verlangt niet meer naar de vleespotten van Egypte, en naar alles wat de wereld je kon bieden. En je doet niet meer mee met zaken waarmee de wereld je in slaap kon sussen, die vroeger wel je hart bevredigden, maar waar je nu geen plezier meer in beleeft.

De wereld wordt als het ware als een woestijn. Je ontdekt, ik ben op reis, ik ben een pelgrim, ik ben op reis naar dat land Kanaän.

 

Over dat land Kanaän lees je ook, en als je in je leven door de woestijn gaat en je groeit, en je mag geestelijk groeien en als je in dat hemelse Kanaän aankomt, dan ontdek je dat in dat land Kanaän (lees Ef. 6) die geestelijke strijd plaatsvindt. Eigenlijk in dat hemelse Kanaän. Dan merk je dat dat land bezet is door anderen en dat er nog een hele strijd voor nodig is om dat hemelse Kanaän te beërven en te kunnen binnengaan. Dan merk je dat er nu een geestelijke strijd in ons leven is, dat is het wonderlijke. En dan leren we dat die geestelijke strijd een doel heeft!

 

Ja de Heere leidt ons. De Heere leidde Israël naar Elim, naar die 12 fonteinen, die 12 water bronnen. Soms was er ook hongersnood en gaf de Heere het manna te eten. Soms was er een enorme dorst en gaf de Heere de Rots, waar het water uitkwam.

De mens kan niet van brood alleen leven. Wij kunnen niet meer alleen leven van het brood wat de wereld ons geeft. Wij kunnen alleen leven bij wat ons hart bevredigd, namelijk: Het Woord wat uit de mond des Heren uitgaat.

 

Het geestelijke leven waarin de Heer ons leidt, is een groei-proces. Het is ook een klassements proeve. Zoals je wel eens ziet in de automobiel sport, dan zie je dat er zo`n klassements proeve gedaan wordt, dan zie je wat er uit komt, het eindklassement. Zo is het in ons leven hier ook, om u op de proef te stellen, staat hier in Deut.8 ten einde te weten wat er in uw hart was. Het is een klassements proeve.

 

Het christelijke leven is best geen gemakkelijk pad, het is vaak helemaal niet zo gemakkelijk. De schrift verbergt ook helemaal niet het feit dat het niet gemakkelijk is.

De Heer onderstreept in Zijn Woord dan ook dat het niet gemakkelijk is, zo lezen we verder in Deut.8:15

  • De Heere God,: die u deed gaan door de grote en vreselijke woestijn, met vurige slangen en schorpioenen en dorstig land zonder water; die uit de harde rots voor u water te voorschijn deed komen, die u in de woestijn met het manna voedde, dat uw vaderen niet gekend hebben, om u te verootmoedigen, u op de proef te stellen en u ten laatste wèl te doen.” (Deut 8:15-16).

 

Die woestijn is groot, staat er, die woestijn is vreselijk, vol vurige slangen en die bijten ook nog. En er zitten nog schorpioenen ook, die steken. Maar er is compensatie voor onderweg, namelijk: je brood en je water zijn gewis. Niet dat menselijk brood, dat menselijke water, wat we allemaal kennen, nee, datgene wat uit de mond des Heren uitgaat. Hij geeft het manna. Hij geeft dat water uit de Rots, Jezus Christus, daarom zijn ons dat water en dat brood gewis.

Daar mogen we van overtuigd zijn, de Heere geeft dat, Hij geeft leeftocht, geestelijke leeftocht voor onderweg!

Het mooie is, hoe je ook met de Heere gaat, Zijn weg is om je op de proef te stellen. Dat is aan een niet-christen niet uit te leggen, maar omdat jij in die gemeenschap met de Heere, nu als het ware in je leven, een weg gaat, wat eigenlijk een klassements proeve voor je is, om te weten wat er in je hart is, om te zorgen dat je je verootmoedigd, dat je niet op je eigen inzicht vertrouwt, maar je weg wentelt op de Heere.

Die weg des Heren, die in je eigen ogen, en in de ogen van de mens helemaal geen rechte weg is.

 

Terwijl de Heere zegt: Mijn weg is jouw rechte weg. Soms is het moeilijk, soms wijken we wel eens van Zijn weg af.

Tenslotte, wat zegt Jes.57? Daar gaat het weer over het volk Israël, maar daardoor is het ook een leerschool voor ons:

  • Om de ongerechtigheid zijner hebzucht was Ik toornig en sloeg het (volk), terwijl Ik Mij in toorn verborg, maar het wendde zich af en ging zijn eigengekozen weg. 18 Zijn wegen heb Ik gezien, doch Ik zal het genezen, het leiden, en het weer vertroosting schenken, namelijk aan de treurenden ervan.” (Jes 57:17-18).

 

Stel dat in uw kennissenkring, iemand zijn eigen gekozen weg gaat, wat zeggen wij dan als mens; ja daaaag....,bekijk het maar. Maar dat doet de Heere niet. Ja, de Heere was toornig, en sloeg het volk. Maar altijd komt toorn van Heere voort uit de ongehoorzaam-heid van het volk. En dan staat er vervolgens: “Het (volk) wendde zich af en ging zijn eigen gekozen weg.”

En in vers 18 lezen we: “Doch Ik zal het (volk) genezen.” Dát is leiding des Heren, Die wil vertroosting schenken, dat is wat de Heere doet. De Heere die ziet alle eigen wegen van ons en wat doet Hij ondanks alles? Hij gaat het genezen, Hij gaat weer leiden. Hij gaat vertroosting schenken.

Hij leidt de weg zo, dat we toch uiteindelijk weer bij de Heere uitkomen, dat we tot verootmoediging mogen komen. Omdat we dan hebben ontdekt in ons leven; dat er in ons eigen vlees geen goed woont, dat we de genade van de Heere nodig hebben, genade op genade.

En wat doet de Heere dan ten laatste ? Hij zal ons het goede doen zien, in dat hemelse Kanaän.

De vervolg studie zal gaan over de pelgrimstocht, onder Gods leiding, die we in ons leven meemaken.

Samengesteld door Wieb Rodenhuis, december 2013

 

 

De leiding des Heren in ons leven. Deel 2

 

Het onderwerp waar we de vorige studie bij hebben stil gestaan, namelijk “De leiding des Heren in ons leven”, ja als je dat gaat overdenken, dan moet je dat niet los van het Woord van God doen. Dan moet je dat doen in gemeenschap met het Woord van God, dan moet je dat Woord openslaan om Gods weg te leren kennen.

 

We gaan nu stil staan bij de kenmerken van het pad des geloofs, wat wij betreden. Wat zijn nu de kenmerken van dat pad, die weg des Heren ? Als we daar over nadenken, over het pad des geloofs, de wegen des Heren, dan wordt ons daar iets over gezegd in Psalm 25. We blijven in deze studie alleen maar stilstaan bij de Psalmen waar enorm veel gesproken wordt over die weg. In deze Psalm doet David een gebed: Ps 25:4:

 

HEERE, maak mij Uw wegen bekend,

leer mij Uw paden,

leid mij in Uw waarheid en leer mij,

want Gij zijt de God mijns heils,

U verwacht ik de ganse dag.

 

Let op; Hij zegt hier: “Heere maak mij Uw wegen bekend.” Hij zegt niet: “Maakt U mij mijn wegen bekend.” Er moet ook een bereidheid zijn in ons hart, om niet op onze weg voort te gaan, maar de weg van de Heere te willen gaan. Hier is ook David die zich uitstrekt naar de Heere toe en dan aan de Heere vraagt, maak mij Uw wegen bekend. Leer mij Uw paden, leid mij in Uw waarheid.

 

Het bijzondere in deze tekst, en dat zien we in al die teksten die je in de Psalmen tegen komt over de weg des Heren, dan kom je steeds ook het woordje “leren” tegen, “leer mij.” Het is een kwestie van leren. Hoe leer je nou ? Dat zit verbonden aan onderwijs en met onderricht.

 

Leren dat staat niet los van het Woord van God, het is de leer van de Bijbel. Dat je uit het Woord van God, Gods weg leert kennen.

 

Het staat er ook zo bij in deze tekst: “Leid mij in Uw waarheid en leer mij.”

 

Waar vinden we die waarheid? Die vinden we in het Woord van God. Hoe wordt het Woord genoemd? Het Woord der waarheid, Gods Woord is de waarheid!

 

Als we die wegen des Heren willen kennen, dan leren we dat Hij die wegen recht noemt. In de praktijk van ons leven zien we vaak dat die wegen er krom uitzien en gepaard gaan met allerlei bochten. Wegen met allerlei zwenkingen, zoals met het volk van Israël, toen het geleid werd door de woestijn, op weg naar Kanaän. Zo zijn er ook heel wat zwenkingen in ons leven. Waarom is dat? Om ons voor menig ding te behoeden.

 

Het was om Israël te bewaren, om niet te vroeg met dit of met dat geconfronteerd te worden. Daarom zwenkt de Heere de weg in ons leven...

 

Soms als je met mensen in gesprek komt, dan kijken ze terug in hun leven, dan zeggen ze vaak; ik ben toen en toen tot geloof gekomen, tot bekering gekomen, daar en toen. Daar en toen ben ik gevoed, door die en die persoon en later ben ik ergens anders terecht gekomen. Toen heb ik daar vele dingen mogen leren.

 

Uiteindelijk heb ik nu wat meer vast voedsel gevonden, in het Woord van God. Hij leidt ons en we moeten daarom oppassen, dat als we terug kijken op ons leven, dat we ons niet te negatief uitlaten over Gods dienstknechten, die in Gods wijngaard aan het werk zijn, bij wie we soms een tijdje vertoeven.

 

Soms in het eerste parcours van ons leven, zijn we door zo'n dienstknecht gevoed met melk, wat we in eerste instantie ook nodig hadden. Daarom is het niet allemaal negatief. Zo moeten we dat niet beoordelen.

 

Het is vaak Gods weg, Hij leidt ons en we weten het ook wel uit de Bijbel. Voor onszelf vinden we in de Bijbel de melk die we nodig hebben, maar in de Bijbel vinden we ook vaster voedsel en vind je ook nog de zwaardere kost. We weten ook dat we zwaardere kost niet aan een baby of een klein kind moet geven, dat gaat niet goed, die moet je melk geven.

 

Zo zit er een voortgang in ons leven, ook ten aanzien van het voedsel ontvangen vanuit het Woord van God. De Heere gaat met ons die hele weg, Die voedt ons op door Zijn Woord. Daarom zwenkt de Heere naar Zijn eigen inzicht, en behoedt Hij ons soms door niet te snel met van alles en nog wat aan het werk te gaan, anders zou ons geloof wel eens schipbreuk kunnen lijden.

 

We ontdekken hierin dat ondanks die wegen des Heren, met vele zwenkingen in ons persoonlijk leven, toch al Gods wegen in waarheid zijn, dat al Gods wegen in overeenstemming zijn met de waarheid van het Woord van God. Al Gods wegen zijn in harmonie met Zijn Woord.

 

Daarom, als we ons afvragen, welke weg ik praktisch in mijn leven soms moet gaan, naar links of naar rechts, we dan altijd van één ding zonder meer overtuigd mogen zijn: De Heere zal ons nooit zal leiden op een weg die ingaat tegen Zijn Woord.

 

We kunnen zonder aarzeling verwerpen, dat de Heere ons zou aanzetten tot daden die indruisen tegen Zijn Woord. Dan heb je al een hele belangrijke les geleerd, namelijk dat Gods weg de waarheid is en Gods weg in overeenstemming is met het Woord der Waarheid.

 

Er zijn heel veel gelovigen die hun daden en hun wegen, die ze bewandelen, rechtvaardigen door te zeggen: “Ik wordt door de Geest van God geleid.” En dan gaan ze zweren en rechtvaardigen daarmee elke daad die ze doen. Ook daden die eigenlijk helemaal niet in overeenstemming zijn met het Woord van God.

 

Als we zeggen: “Ik wordt geleid door de Geest” – absoluut, gelovigen worden geleid door de Geest van God – maar dan moeten wij daarbij niet vergeten, dat het diezelfde Geest is die ons leidt, die ook in het Woord van God genoemd wordt, namelijk de Geest der waarheid. Het is de Heilige Geest der waarheid die ons leidt.

 

Waar is die Geest de auteur van? Gods Geest is eigenlijk de auteur van het hele Woord van God. Het is de Heilige Geest die iedere schrijver van Gods Woord heeft geïnspireerd en zo geïnspireerd heeft, dat Hij 66 boeken van de bijbel, die zijn geschreven in een periode van 3 à 4 duizend jaar door ongeveer 40 verschillende schrijvers, nog in harmonie met elkaar zijn ook. Dat moet je maar eens proberen in de wereld, dat je tegen schrijvers zegt; zoek maar zoveel mogelijk schrijvers uit die allemaal afzonderlijk één boek gaan schrijven.

 

Als we die dan samen bundelen dat er nog één Geest, en één harmonie in is en nergens een schrijver is die in tegenspraak is met het geheel, dat krijgen ze niet voor elkaar.

 

De moderne bijbelkritiek, die in de 20e eeuw opgekomen is, en overal de vinger op legt en zegt: kijk die tekst is in tegenspraak met die tekst, maar zo is het niet. Als teksten in Gods Woord in conflict met elkaar lijken te geraken, dan is dat een gevolg van onze eigen ideeën met onze eigen gedachtegangen, en doordat mensen door verkeerde theorieën er een verkeerde leer op nahouden, die blijkbaar met enige teksten in Gods Woord nog in conflict zijn. Dan moeten we niet gaan zeggen; dan heeft die schrijver het fout, dan heeft de bijbel het fout. Nee dan hebben wij het fout, dan leggen wij de Bijbel op verkeerde wijze uit.

 

Wij hebben dus te maken met de Geest der waarheid die onleidt. Het Woord der Waarheid is een heel belangrijke toetssteen in welke weg wij mogen gaan. Als David hier aan de Heere vraagt: “Heere maak mij Uw wegen bekend, leer mij uw paden te gaan.”

 

Leidt mij in Uw waarheid, dan vraagt hij om onderwijzing uit het Woord van God. Door prediking uit het Woord van God, dat gestoeld is op het Woord van God, om in de dagelijkse praktijk daardoor geleid te worden.

 

Wat moeten we daarvoor doen? Daarvoor moeten we heel ons leven tegen het licht houden van het Woord van God. Dan moeten we ook in alles wat we doen, ons leven voor de Heere neerleggen en het ook met de Heere bespreken.

 

Daartoe roept de Bijbel ons op: “Ken Hem in al uw wegen." Bespreek dus al je wegen met de Heer. Laat de Heere Jezus daar kennis van nemen.

 

Deze oproep, “Ken Hem in al uw wegen,” vindt je in het boek Spreuken, en toont ons voor welke moeilijkheden we in ons leven soms staan. Soms hebben we de keus uit meer wegen die we kunnen gaan, en dan vragen we ons af, welke paden we nu precies moeten nemen. Laten we die tekst eens helemaal lezen.

  • "Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. 6 Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.” (Spr 3”5-6).

 

Je kunt altijd, als je op een kruispunt in je leven aankomt, op je eigen inzicht gaan vertrouwen, zo zijn we van nature. Maar hier in Spreuken, raad Salomo ons aan, niet op ons eigen inzicht te gaan steunen, zelfs op ons verstand te gaan steunen, maar dat we op de Heere moeten vertrouwen, met ons ganse hart. Hoe doen we dat?

 

Door al onze wegen, en vooral als we op zo'n kruispunt staan, dat aan de Heere bekend te maken om dat te kunnen overzien, dan zal Hij uw paden bekend maken.

 

Als je de Heere betrekt in je leven, bij zo''n kruispunt, en het is jammer dat de grondtekst deze tekst niet helemaal juist weergeeft, want als je naar de Septuagent (Griekse vertaling van het O.T.) gaat, dan staat daar heel mooi: “Dan zal Hij uw paden recht verdelen.” Op een rechtmatige wijze verdeelt Hij die wegen.

 

Soms kom je in je leven op een splitsing van wegen. Dat heb je ook als je in een bos een pad volgt, en dan kom je opeens op een splitsing, of je komt op een viersprong, opeens gaat dat pad in 3 verschillende paden uiteen. Welk pad is nu het goede pad, welke moet ik nemen ?

 

Soms hebben we ook in ons leven dat we uitkomen op zo'n soort kruising van wegen, met van die gekleurde paaltjes, welke zal ik nou nemen. Oh ja, je volgde het pad van die rooie paaltjes. Dan kan ik op zo'n kruising die rooie paaltjes volgen, dan zit ik op het goeie pad. Het gebeurt op zo'n bos wandeling, dat opeens die paaltjes ontbreken, waar moet je dan heen ?

 

Soms weet je als je op zo'n splitsing in je leven komt, dat het volkomen duidelijk is, wat de weg van de Heere is, dat je die andere weg niet moet nemen. Zonder enige aarzeling neem je dan het goede pad. En soms, dat komt vaker voor, dan zijn we daar niet zo zeker van.

 

Er zijn van die gevallen dat je je afvraagt, welke weg moet ik nou nemen? Dan kan je meteen op je eigen inzicht gaan vertrouwen en zo'n weg ingaan, of je kan daar met de Heere over spreken. Wat heel goed is in dat soort splitsingen in ons leven ons afvragen wat is nou het juiste pad.

 

Is nou dat pad in overeenstemming met Gods Woord? Maar we zouden de zaak ook kunnen omdraaien, zodat je je gaat afvragen, welk pad zal ik nu eens niet nemen, wat is nou niet het goede pad voor mij?

 

De oproep luidt; Ken Hem in al uw wegen. Je moet als het ware Zijn aangezicht zoeken en met Hem zo'n pad bekijken. Als er een pad is wat we met de Heer bespreken, en leren inzien dat dat niet het juiste pad is, dan hebben/krijgen we voldoende inzicht, om dan ook te besluiten om wel het juiste pad te nemen.

 

"Ken Hem in al uw wegen”, vraagt om een gebedshouding. Dat vraagt om een overleg met de Heere Zelf, en wanneer je met de Heere over je wandel spreekt, dan ben je voor de Heere een open boek. Als je dat doet dan hebben we in Spr. 3:6 ook de verzekering van Salomo:

  • "Dan zal Hij je paden recht maken/verdelen. Hij laat je zien wat juist is en niet juist is.”

 

Nog een tekst over het nemen van het goede pad, ook weer een Psalm van David, ook hier is het weer een gebed

  • "Onderwijs mij, HERE, uw weg en leid mij op een effen pad om mijner belagers wil.” (Ps 27:11).

 

Soms zijn die paden die wij bewandelen, niet zo effen en niet zo gemakkelijk om over te wandelen. Vaak vind je menige steen of struikelblok op zo'n weg. Het zijn vaak niet zo van die gebaande wegen. Die paden zijn niet zo effen, omdat er door anderen menige hindernis wordt opgeworpen.

 

Daar wijst David ons ook op, als hij zegt: “Om mijn belagers wil”. Letterlijk staat er in het Hebreeuws: “Vanwege hen die op mij letten.” En meestal in negatieve zin. Ze belagen David, er wordt op hem gelet.

 

Vaak is het in ons leven zo, dat wij in wegen wandelen, die niet eenvoudig zijn, die behoorlijk ingewikkeld zijn, en dat we ons wel degelijk beseffen, dat er allerlei mensen zijn die op ons letten. Die ons in negatieve zin belagen, ons bekritiseren, over hoe we wandelen, waar we wandelen, enz.

 

Het is in het leven zo dat het soms wel lijkt, dat wat je ook doet, fout is in andermans ogen. Dat was in het leven van David ook zo, daardoor kun je je ongemakkelijk gaan voelen, onzeker gaan voelen. David voelt zich in de tekst ook onzeker. Waar moeten we de zekerheid in hebben? Nou niet op ons eigen inzicht te vertrouwen, Spreuken zegt: “Ken Hem in al uw wegen, wandel in Zijn gemeenschap, zie op Hem.”

 

Dat is het geheim, dan weet je zeker, dan heb je vaste grond gevonden. Als je Psalm 27 leest, dan ontdek je dat die Psalm uit drie delen bestaat.

 

Dan zie je hoe snel achter het geloof, de vrees en de angst komt. Hoe het geloof zinkt en de angst en de vrees stijgt. Dat zag je ook zinnebeeldig eigenlijk bij Petrus, toen hij op de golven naar Christus toe liep, en toen hij uit dat scheepje stapte op de golven. Zijn liefde tot de Heere Jezus drong hem om naar de Heere toe te gaan. Wanneer hij op de Heere bleef zien, liep hij op de golven, maar wanneer hij zich realiseerde, dat hij over de golven liep, en hij keek naar beneden, ja op dat moment zonk hij.

  • "Van het einde des lands roep ik tot U, omdat mijn hart bezwijkt; leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn."

 

Ook als wij op de Heere zien en blijven zien, ook al ga je van die bergtop af, maar we zoeken het aangezicht van de Heere en we blijven ons bewust dat Hij ons aanziet, dan is het niet moeilijk. Dan zinken we niet, dan blijven we wandelen in gemeenschap met Hem. Als we gaan zien op de omstandigheden – en dat deed Petrus – dan is daar ook opeens die angst, en Petrus zonk weg in de golven.

 

Hij zei: "Heere redt mij.” Hij stak zijn hand uit en de Heere trok hem als het ware boven die golven uit. Dat is de praktijk van ons leven: “Onderwijs mij Heere Uw weg en leidt mij op een effen pad.”

 

Soms is het nodig dat wij door de omstandigheden van ons leven leren zien op Christus. En wanneer dan hier een David, en ook in het N.T. een Petrus, op de omstandigheden zien en dan overweldigd worden, dan is daar toch de Heere die ingrijpt. En dat geldt ook voor ons. Wanneer er mensen om ons heen zijn, bijvoorbeeld die valse getuigen, die ons belagen, die ons bekritiseren, en ons daardoor in onze levensituatie ons overweldigen, dan is daar toch de Heere, Die ons grijpt, Die ons daar weer bovenuit trekt, als wij roepen tot de Heere, zoals hier David roept:

  • "Ik zoek Uw aangezicht Heere, verberg Uw aangezicht niet voor mij. Gij waart mijn hulp, verwerp mij niet, verlaat mij niet, mijn God mijn heils.”

 

Hoe gaat dan onze weg vaak? Nou zoals David het zegt in Ps. 61:3

  • "Zend uw licht en uw waarheid; mogen die mij geleiden, mij brengen naar uw heilige berg en naar uw woningen."

 

Hier zie je ook, als de Heere ons leidt, dan komen wij terecht op die heilige berg, op die rots, die woning. Christus zegt: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.”

 

Als we weten dat Christus onze Weg is en dat Hij de Waarheid is en dat Hij ons in de Waarheid leidt, dan mogen we ook vragen om licht op ons pad. Dan zal die Waarheid op mijn pad mij verlichten en mij brengen naar Uw heilige berg, naar Uw woning.

 

Daar tegenover staat; duisternis. Als we dat vanuit de mens bekijken, dan zien we dat niet zo. Zodra wij uit de hemelse positie ons leven overzien, dan zien we dat we wel degelijk te maken hebben met de tegenstander, dat we te maken hebben met een geestelijke strijd in ons leven.

 

Dan zien we dat heel veel dingen in ons die ons overkomen en die er soms zijn, dat daar heel wat duisternis bij is. Dingen, waar de satan een rol in speelt. De satan wil ons verleiden. Wanneer dat gebeurt, dan moeten we ons realiseren, dat we niet een verkeerde weg inslaan.

 

Tegenover de Waarheid staat de leugen en het bedrog, dat is uit de koker van de satan. In feite is het de tegenstander in de geestelijke strijd die ons op dat soort wegen wil leiden. Satans doel is nooit om ons te leiden op Gods heilige berg.

 

Daarom is het belangrijk alles te toetsen aan Gods Woord, en daarom mogen we blij zijn met Gods Woord. David zegt: Zendt Uw licht vanuit het Woord. Hoe ontvangen we dat? Door juist dat Woord te laten spreken. Want dat Woord is een licht op ons pad, zegt Ps. 119. Dat moeten we leren verstaan, als we met onze levensvragen zitten. Dan vraag je de Heere: “Hoe verder?”

 

Dan moet je je stellen onder het Woord van God, dat gebracht wordt door een spreker of door zelf biddend dat Woord te openen. Dan zoek je de dingen die boven zijn, bij de Heere op die heilige berg.

 

Dan gebeurt het vaak dat de Heere antwoord geeft op je vraag. Hij ons trekt op die berg. Dan zien we dat het van bovenaf er heel anders uitziet dan in dat dal waar we in zaten. Dat leer je zien door het Woord van God.

 

Zo ook in Ps 32:8, dat moeten we niet vergeten dat ook hier de Heere spreekt.

  • "Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; mijn oog is op u."

 

Let er dus op: IK leer en IK onderwijs u. Het is leren, het is onderwijs uit het Woord van God. De Heere werkt niet buiten Zijn Woord om. Hij bedient Zich door Zijn Woord. Dat is de enige toetssteen, het enige voedsel wat wij krijgen.

 

Niet door allerlei wonderen, niet een iets anders waarop we zouden kunnen steunen. “Ik de Heere onderwijs die weg”, die we hebben te gaan en die staat niet los van het Woord van God. Het is zowel in, als door de Waarheid, en het overdenken daarvan, dat je antwoord krijgt op onze levens vragen.

 

"Mijn oog is op u”, Ik raad u, dat is ook een aspekt. Soms vragen we ons af; wat is nou de juiste weg? Maar we moeten ons wel realiseren in ons leven, Hij raadt ons, Zijn oog is op ons. Hij ziet van bovenaf op ons neer.

 

Het is wel mooi, als je dat in het Hebreeuws gaat opzoeken, die tekst in Ps.32:8, dan komt het er eigenlijk samengevat op neer, dat er staat: “Ik zal u een wenk geven aangaande de weg.” Wat is dat voor een wenk ? Dat is maar een hele korte wenk, dat is een knikje, een knikje van de Heere, dat is die wenk, zo staat het eigenlijk in het Hebreeuws. “Op die weg geef Ik je af en toe een wenkje.”

 

Wat is daarvoor nodig, dat wij in de doolhof van ons leven, in de wegen des Heren wandelen gaan? Niet in ons leven zelf gaan zien wat voor ogen is. De Heere vraagt van ons dat wij letten gaan op Hem. Zijn oog is op ons, maar we moeten ook omgekeerd letten op Zijn oog, om dat knikje van Zijn aangezicht te krijgen, dat we dan weten dat we goed zitten. Dit vraagt een omhoog zien naar de Heere God.

 

Daar spreekt ook Ps.123:1 en 2 ook over:

  • Ik hef mijn ogen op tot U,
  • die in de hemel troont.
  • Zie, gelijk de ogen der knechten
  • zijn op de hand van hun heren,
  • gelijk de ogen der dienstmaagd
  • zijn op de hand van haar gebiedster,
  • zo zijn onze ogen op de HERE, onze God,
  • totdat Hij ons genadig zij."

 

Die houding die zit vast aan Ps.32:8. “Mijn oog is op u.” Als de ogen des Heren op ons zijn, dat verlangt een houding van ons, dat wij onze eigen ogen opheffen tot de Heere die in de hemel troont. De vergelijking die hier getrokken wordt, die ogen van de knechten en van die dienstmaagden, die als het ware zien op de hand van hun heer, die opeens iets wijst en een wenk geeft met die hand, dat dan ook de ogen van de dienstmaagd zijn op de hand van haar gebiedster, die de weg wijst wat ze moet doen.

Zo behoren onze ogen te zijn op de Heere onze God.

 

Hier komt nog een aspect bij, dat we hierdoor leren. Namelijk, dat de Heere in ons leven op de weg die we gaan, niet zomaar een weg is. Dat de Heere ons niet zomaar in het leven heeft neergezet, zo van nou, je wandelt maar een bepaalde weg.

 

Nee het is een weg van dienen. Dat is een aspekt in ons leven wat er op die weg des Heren bijkomt. Wij moeten ons goed realiseren, dat wij op die weg de dienstknecht, de dienstmaagd zijn. Het is een weg van dienen.

 

Als je jong bent in het geloof, dan kom je daar niet achter, dan ben je een kind. Maar word je volwassen in het geloof, dan ontdek je, dat het uiteindelijk een dienen van de Heere is. Het letten op Zijn wenk, in gemeenschap wandelen met de Heere, het is een dienst, het is een heerlijk dienen. Ja, geleid worden door Gods oog, staat in tegen stelling met wat er in het vervolg van Psalm 32 staat. Het kan soms ook gebeuren zonder verstand, zoals je een paard leidt. We gaan terug naar Psalm 32:9:

  • "Weest niet als een paard, als een muildier zonder verstand,
  • welks trots men bedwingt met toom en bit,
  • opdat het u niet te na kome."

 

Hoe geweldig is het eigenlijk dat wij geleid worden door Gods oog. Niet zoals hier staat door bit en toom. Degene die paard gereden hebben, die weten wat dat is. Het paard zit helemaal vast met halster en bit dat hij in zijn mong krijgt, om dat paard te bedwingen, om te zorgen dat hij naar links of rechts gaat. Vaak zijn wij van onszelf zo trots, net zoals een paard ook zo trots is, en willen we onze eigen weg gaan, onze eigen wil. Zo heeft een paard ook zijn eigen wil, dat bedwongen moet worden met toom en bit.

 

Zo gaat de Heer niet met ons om, de Heere dwingt ons niets af. Zijn oog is op ons, zoals een heer ten opzichte van zijn knecht, zoals een gebiedster ten opzicht van haar dienstmaagd, zo gaat de Heer met ons om. Zijn oog is op ons en Hij wil dat er teruggekeken wordt door ons, dat wij op Hem letten.

 

Wees niet trots, wees niet zonder verstand, wees niet als een paard, zonder verstand.

 

We kunnen soms zo verstandeloos zijn, zo dom doen in ons leven. Zo onze eigen weg gaan en daar pas na jaren in sommige gevallen achter komen. En dan zeggen we: “Ja we zijn dom geweest. We hebben de afgelopen tijd, de afgelopen week of dag niet gelet op de Heere, waarin we onze eigen weg gegaan zijn.” Op ons eigen inzicht vertrouwd, dan moet je helemaal terug. Of je loopt een pad dat nergens op uitkomt, je kan niet verder, je moet terug, terug naar de Heere, we moeten Hem weer aanzien.

 

Als we deze dingen overdenken, deze leiding des Heren in ons leven, dan moeten we best bekennen, dat het gaan van de weg des Heren, best moeilijk is in ons leven. Waarom is dat nou zo moeilijk? Omdat het te maken heeft met onszelf, dat we onszelf niet één keer moeten overgeven, maar ons blijvend moeten overgeven aan de Heere. In de moeilijkheden, in de problemen weten we ons allemaal wel over te geven aan de Heere, dan duwen als het ware die omstandigheden ons tot gebed.

 

Maar als we op het punt staan om op vakantie te gaan en er wachten ons allemaal leuke dingen, in plaats van nare omstandigheden, dan zijn we vaak geneigd om daar de Heere niet in te betrekken en daarin maar onze eigen weg te gaan.

 

Soms is die weg ook lastig, omdat we de Heere niet begrijpen, omdat de weg soms zwenkt. Omdat Gods wegen niet altijd zo effen zijn, want als we Gods wegen gaan, dan zijn er ook belagers en ook tegenstanders.

 

Er is ook een geestelijke strijd, die gestreden moet worden. Ook zijn Gods wegen niet altijd eenvoudig omdat ze soms door diepe dalen gaan. We mogen ook weten dat door die dalen, God ons ook leidt op die voor ons te hoge berg. Waardoor Hij ons leert, Hem alleen te vertrouwen en niet op ons eigen inzicht.

 

Soms zijn we in ons leven een beetje onwillig, geneigd om ons te verzetten. Soms zijn we tegendraads en opstandig. Zo lezen we in de Psalmen over iemand die opstandig is. Dat was Asaf, waar Asaf vol zelfbeklag zich tot de Heere wendt en hoor eens wat hij zegt, als hij zelf in de problemen en de moeilijkheden zit, Ps.73:1-4:

  • "Een psalm van Asaf.
  • Waarlijk, God is goed voor Israël,
  • voor hen die rein van hart zijn.
  • Maar mij aangaande, bijkans waren mijn voeten afgeweken,
  • bijna waren mijn schreden uitgegleden.
  • Want ik was afgunstig op de hoogmoedigen,
  • toen ik de voorspoed der goddelozen zag.
  • Want moeiten hebben zij niet,
  • gaaf en welgedaan is hun lichaam,
  • in de kwelling der stervelingen delen zij niet,
  • en met andere mensen worden zij niet geplaagd.
  • Daarom is de trots hun een halssieraad,
  • het geweld omhult hen als een kleed;
  • hun ogen puilen uit van vet,
  • de inbeeldingen van hun hart lopen over." (Ps 73:1-7).

 

Als je dat allemaal ziet, dan begrijp je het niet dat de goddelozen zo voorspoedig zijn in hun leven. Asaf is een beetje afgunstig. Soms kunnen wij ook als wij ons leven gaan vergelijken met een ander, die God helemaal niet kent, dat die persoon in onze ogen heel voorspoedig is. Dat hij helemaal niet ziek is, want we lazen: “Gaaf en welgedaan is hun lichaam.” Ze zijn nog trots ook, de trots is hun halssierraad, hun ogen puilen uit van vet. De inbeeldingen van hun hart lopen over, ze verbeelden zich heel wat. Ze spotten en spreken boosaardig, ze zijn hoogmoedig, het gaat hun voor de wind ook.

 

Als je jezelf daarmee gaat vergelijken, als je in de moeilijkheden zit, je overweldigd wordt door omstandigheden, als je als een Petrus in de golven wegzinkt, dan valt het niet altijd mee. Gelukkig zegt Asaf; bijna waren mijn schreden uitgegleden (Ps 73:2).

 

Het was net goed gekomen en hoe was het goed gekomen? Psalm 73:15-17:

  • "Indien ik gezegd had: Ik zal aldus spreken,
  • zie, dan ware ik afvallig geweest
  • van het geslacht uwer kinderen.
  • Ik tobde erover om dit te begrijpen,
  • een kwelling was het in mijn ogen,
  • totdat ik in Gods heiligdommen inging,
  • en op hun einde lette."

 

Hij was bijna afvallig geweest: “Ik tobde er over om dit te begrijpen, een kwelling was het in mijn ogen.” Het werd een obsessie voor hem. Waarom hij door die moeite heen moest en de ander niet, die God niet kende. Een kwelling was het voor zijn ogen. Totdat hij tot Gods heiligdommen inging, als het ware getrokken werd op die hoge rots.

 

Dan zie je het weer scherp, vanuit de gemeenschap met God Zelf. Hoe Gods wegen zijn, hoe die wegen daar zijn, beneden in het dal van moeite.

En hoe die wegen ook zijn van de goddelozen. Ja wat het einde is van hun weg? Asaf merkte op dat hij uiteindelijk het beste af was.

 

Toen realiseerde Asaf zich, dat moeilijkheden en situaties er zijn in je leven, zowel voor gelovigen als goddelozen, daar zit geen enkel onderscheid in. Het is niet zoals het wel eens wordt voorgesteld, dat als je de Heere Jezus Christus leert kennen, dat het je dan ineens maar voorspoedig in het leven gaat. Alles overkomt je net zoals een niet gelovige.

 

Een christen moet zich realiseren, dat hun alles in het leven net zo kan overkomen als een ander. Je zou eigenlijk nog beter kunnen zeggen: “Als je volwassen bent in het geloof, overkomt je nog meer dan een ander.” Want je hebt ook nog te maken met een geestelijke strijd, die de goddelozen totaal niet kennen. We hebben ook te maken met een tegenstander, waarmee de goddeloze totaal niet als tegenstander mee te maken heeft.

 

Hoe kom je er uit? hoe kwam Asaf er uit? Asaf kwam eruit toen hij Gods heiligdom binnenging. Toen hij die weg betrad. “Ik ben de weg, ik ben de waarheid en het leven.” Langs die weg kwam hij weer in gemeenschap met God en hij zich realiseerde zich: “Zijn oog is op mij.”

 

Ik mag de Heere zien, want Zijn oog is op mij en de Heere leidt mij, niet zoals een paard, dat zonder verstand is. Nee de Heere wenkt mij met Zijn oog, Hij geeft mij een wenk, want Hij heeft mij lief. Die omgang in het heiligdom, lezen we ook nog in Psalm 143:8:

  • "Doe mij in de morgen uw goedertierenheid horen,
  • want ik vertrouw op U;
  • maak mij de weg bekend, die ik gaan moet,
  • want tot U hef ik mijn ziel op."

 

Dat is de omgang die wij mogen hebben met de Heere, elke dag als wij opstaan, dat wij naar de goedertierenheid van God mogen horen en mogen uitspreken: “Wij vertrouwen vandaag op U. Maak mij Uw weg bekend die ik gaan moet. Want tot U hef ik mijn ziel op.” Als je je ziel opheft tot de Heere, als je de Heere aanziet, dat je weet dat Zijn oog op je is, dat Hij je leidt, elke dag opnieuw! Soms is het voor ons nodig, dat we terug komen in de gemeenschap met de Heere. Omdat we fout bezig zijn geweest, dat we op ons eigen inzicht hebben vertrouwd, dat we de verkeerde weg zijn ingeslagen. Omdat we verleid zijn, en de verkeerde weg zijn ingegaan. Soms zijn we ook door de omstandigheden overweldigd geworden, zoals Petrus en letten we niet meer op Zijn oog en zijn we weggezonken. Ps.143:1-4:

  • "O HERE, hoor mijn gebed,
  • neem mijn smekingen ter ore;
  • antwoord mij naar uw trouw,
  • naar uw gerechtigheid;
  • ga niet in het gericht met uw knecht,
  • want niemand die leeft, is voor U rechtvaardig.
  • Want de vijand vervolgt mijn ziel,
  • hij vertreedt mijn leven ter aarde,
  • hij doet mij wonen in duisternis,
  • aan hen gelijk, die voorlang gestorven zijn.
  • Daarom versmacht mijn geest in mij,
  • mijn hart is ontsteld in mijn binnenste."

 

Hier laat David zien, de zonde die kan geschieden in ons leven, dat je in wezen een misstap begaat. Hij weet, ik ben niet rechtvaardig. Hij vraagt in vers 2: “Ga niet in het gercht met Uw knecht.” David weet dat hij dat verliest. Hij erkent hier zijn persoonlijke schuld. Soms is het nodig, over die wegen die we ingaan en de daden die we doen en dingen die we soms hebben gezegd, dat we daarvoor schuld belijden tegenover de Heere. Dan volgt daar vaak uit, als we die eigen wegen zijn gegaan, dat dat lijden met zich meebrengt.

 

Soms zijn er die tegenstanders, die de overhand dan ook hebben. Als je een nederlaag hebt geleden, dat je er onder lijdt, net als David hier lijdt voor de gevolgen, nog door zijn eigen zoon Absalom. Hij gedenkt dan, hoe het was, toen hij nog in gemeenschap met de Heere was, Psalm 143:5-6:

  • "Gedenk aan de dagen van ouds,
  • ik overpeins al uw daden,
  • ik overdenk de werken uwer handen.
  • Ik strek mijn handen tot U uit,
  • mijn ziel smacht naar U als een dorstig land."

 

Hij bedacht zich, hoe het vroeger was. Hij overpeinsde dus, wat de Heere heeft gedaan en wat Hij doet. Hij overpeinsde al Gods daden, en dan komt er berouw in zijn leven. Hij is er in geestelijke zin ernstig aan toe, want zijn geestelijk leven is als een dorstig land. Wat smacht hij naar water, een druppel water. In die situatie strekt David zijn handen uit naar de Heere. Hij smacht naar de Heere, als naar een dorstig land. Zo kan onze ziel soms – als we een verkeerde weg zijn ingeslagen – smachten naar gemeenschap met de Heere Zelf. Daarna is er die verlossing, Psalm 143:9-12:

  • "Red mij van mijn vijanden, HERE,
  • tot U vlucht ik.
  • Leer mij uw wil te doen, want Gij zijt mijn God,
  • uw goede Geest geleide mij in een effen land.
  • Om uws naams wil, HERE, behoud mij in het leven,
  • voer naar uw gerechtigheid mijn ziel uit de benauwdheid,
  • verdelg mijn vijanden naar uw goedertierenheid,
  • en richt te gronde allen die mij benauwen,
  • want ik ben uw knecht."

 

De Heere leidt je dan in de verlossing, uit die omstandigheden, om ons te leiden op die hoge berg. Dan realiseren we ons weer, net als David, wat hij zegt: “Ik ben Uw knecht.” Dan ontdek je dat de Heere door je heen een doel wil bewerken, voor anderen om je heen. Soms beantwoorden we totaal niet aan dat doel, omdat we onze eigen wegen bewandelen en dán kan de Heere ons niet gebruiken voor een mens in onze omgeving, en dán is er als het ware geen getuigenis door die wandel. Maar laten we David nazeggen: “Want ik ben Uw knecht.”

 

Het is heerlijk wanneer we dan weer in de gemeenschap met de Heere terug keren. Als Gods oog op ons rust, dat we ons dan helemaal mogen toevertrouwen aan de Heere. Dat we elke morgen Zijn goedertierenheid mogen horen. Dat we dat mogen bidden, als de dag weer voor ons ligt:

"Heere maak de weg mij bekend, die ik gaan moet, tot U hef ik mijn ziel op, geef mij af en toe een wenk, als is het maar een knikje, dat ik die weg moet gaan.” En de Heere geeft dat knikje, Zijn genade knikje, want de Heere is een beloner voor wie Hem ernstig zoeken.

 

Samengesteld door Wieb Rodenhuis, januari 2014

 

 

 

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

T/Westerkamp | Antwoord 17.12.2013 23.09

erg bemoedigend

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk