Het Leven van Job

Het leven van Job (deel 1)

 

Job is een figuur die tot de verbeelding spreekt, maar hij is geen legende. Job heeft echt bestaan, dat bewijst ons het N.T., want Jakobus 5 spreekt over Job:

  • Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. 11 Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming.” (Jac 5:10-11).

 

Jakobus vestigt onze aandacht op Job, hij zegt: “Job is een voorbeeld.” Hij raad ons aan goed aandacht te geven aan het leven van Job. En niet alleen aan de volharding van Job maar ook aan het einde dat de Heere deed volgen. Omdat de Heere daarin bewees, dat Hij rijk is aan barmhartigheid en ontferming.

 

De geschiedenis van Job is heel belangrijk, want in die geschiedenis ontdekken we het dilemma van de mens. Het dilemma waar wij ook als gelovige in gevangen zijn, net als alle andere mensen. Dat is namelijk het probleem, om te verstaan waarom dat lijden in ons leven aanwezig is. De geschiedenis van Job licht als het ware een tipje van de sluier op. en aan ons wordt ons een blik gegund in de hemelse werkelijkheid, in de hemelse gewesten. Die we eigenlijk helemaal niet kennen, maar die van een directe invloed is op ons leven.

 

Jakobus raadt ons aan om daar eens notitie van te nemen, zodat je niet gaat vergeten, dat de Heer rijk is aan barmhartigheid en ontferming. Niet alleen het N.T. bewijst dat Job echt heeft bestaan, dat het geen fictief figuur is, lees maar Ez.14:14:

  • En er zouden daar deze drie mannen zijn: Noach, Daniël en Job, dan zouden dezen door hun gerechtigheid slechts zichzelf redden, luidt het woord van de Here HERE.”

 

Hier zien we dat Job wordt genoemd tezamen met Daniël en Noach. Net zo goed als Daniël en Noach hebben bestaan, heeft Job ook bestaan. Ezechiël vestigt onze aandacht er nog op, dat zowel Daniël als Noach, mannen waren van gerechtigheid. Dat Job een man was van gerechtigheid, dat lees je in het boek Job 1:1:

  • Er was in het land Us een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad.”

 

Het woord “oprecht” is eigenlijk “gerechtigheid”. Job was de rijkste man van alle bewoners van het oosten. (Job 1:3). De naam Job is waarschijnlijk een naam die hem later is gegeven, naar aanleiding van zijn geschiedenis en zijn lijden. Vele bijbelse personen hebben een naamsverandering in hun leven ondergaan, als gevolg van wat ze meemaakten, onder de hand van de God. Bijvoorbeeld Abram werd Abraham. Abram betekent: “hoge vader”. Later werd het Abraham, dat betekent: “vader van vele volken”.

 

Jacob betekent: “hielenlichter”, later werd hij “Israël” genoemd. Van nature was hij een hielenlichter, later werd hij onder de hand van de Heere in zijn leven een Israël, wat betekent: “vorst van God”.

Dat is ook het geval met Job. Job is een naam die hij kreeg, maar niet oorspronkelijk had. En de Septuagent, de vertaling van de 70, die het OT hebben vertaald in het Grieks, die zeggen helemaal aan het eind, na het laatste vers van het boek Job:

  • En toen stierf Job, oud en verzadigd van het leven.” (Job 42:17).

 

Na deze laatste tekst zet de Septuagent er een “nootje” bij en voegt er aan toe: “Jobab die Job genoemd wordt”. Zijn oorspronkelijke naam was Jobab en niet Job. Velen die menen dat Job – daar kun je in vele bijbelverklaringen opzoeken – die zeggen: “Nee, hij was niet die Jobab, die de Septuagint aanrijkt, nee hij is: Job de zoon van Issachar dat vind je in Gen. 46:13.”

 

De zonen van Issachar waren : Tola, Pua, Job en Simron. (Gen 46:13). Daar komt een naam Job voor. Zij zeggen dan, dat hij samen met zijn vader naar Egypte is vertrokken. Jacob en zijn hele geslacht trok naar Egypte, waar zijn zoon Jozef onderkoning bleek te zijn. Velen zeggen dan, dat deze Job met hen meegetrokken is, met dat hele geslacht van Jacob.

Ze gingen wonen in het land Gosen. Maar later is Job weer in zijn eentje vertrokken. Hij is toen weer naar het midden-oosten gegaan naar het land Uz. Hij heeft daar een bestaan opgebouwd en daar werd hij de rijkste man van het oosten.

 

Echter, niets in de bijbel bevestigt deze veronderstelling. De bijbel laat juist zien, dat heel Israël samen met zijn 70 geslachten in Gosen woonde en dat daar die geslachten zich ontwikkelden, tot het volk Israël, in een tijdsperiode van zo'n 400 jaar.

Dat deze Job uit Gen.46 ook niet de Job is van het bijbelboek Job, dat blijkt ook wel als je naar het Hebreeuws gaat kijken. Deze naam Job is in het Hebreeuws toch een klein beetje anders gespeld, dan de Job uit het bijbelboek Job. In het bijbelboek Job begint de naam Job met de Hebreeuwse letter ALEF. De Job uit Gen.46:13 geschreven zonder die alef.

 

Dit is niet een en dezelfde persoon, maar men zegt dan, dat moet je niet zo nauw nemen. De bijbel maakt zulke fouten niet, elke letter is belangrijk, elke letter heeft een betekenis.

De Septuagint werd ongeveer 200 jaar voor Christus geschreven door 70 mannen. Die leefden wel dichter bij de tijd van Job, dan de mensen van tegenwoordig. Als zij een noot toevoegen in de Septuagint, en zeggen dat deze man vroeger Jobab werd genoemd dan is dat betrouwbaar.

 

Dat het bijbelboek Job het oudste boek van de bijbel is, en lange tijd voor de uittocht van Israël uit Egypte plaatsvond, is duidelijk. Deze geschiedenis van Job vond al plaats, lang voordat Mozes geboren was, lang voordat Mozes de vijf boeken; Genesis t/m Deuteronomium schreef. Lang voor die tijd, werd in het land Uz deze geschiedenis geschreven.

 

Dit boek heeft zeker een enorme impact gehad in die tijd. Zeker een verhaal wat gelezen

werd, want het is een heel ingrijpend verhaal. Het boek Job verhandelt een verhaal waar ieder mens mee zit, of je nu gelooft of niet gelooft. Dat is namelijk de vraag van het lijden ook in deze tegenwoordige tijd.

Het boek Job was oorspronkelijk een dichterlijk boek, dat kun je ook wel zien in de Bijbel. Gaan we naar Job hoofdstuk 3, dan kun je zien dat het opeens heel anders is weergegeven, opeens wordt het geschreven in een soort gedicht-vorm. Net als de Psalmen. Dat gaat zo door in Job, zelfs helemaal door tot Job 42:9. Als je de grondtekst bekijkt dan eindigt daar het dichterlijke boek:

  • Toen gingen de Temaniet Elifaz, de Suchiet Bildad en de Naämatiet Sofar heen en deden zoals de HERE tot hen gesproken had. En de HERE was Job ter wille.”

 

Zo krijgen we op het eind van het boek Job hetzelfde als wat we zien aan het begin van het boek Job. De eerste 2 hoofdstukken van Job zijn eigenlijk een voorwoord, wat aan het dichterlijke gedeelte vooraf gaat. En aan het einde in Job 42 vinden we een nawoord dat begint vanaf vers 10.

 

Het is duidelijk als je Job zo leest, dat iemand dat boek heeft bewerkt met een voorwoord en een nawoord, dat is er aan toegevoegd. Het wordt nog wonderlijker, als je het boek Job in de structuur gaat vergelijken met het bijbelboek Genesis. Dan ontdek je dat de opzet van beide boeken identiek is.

Dan wordt duidelijk dat ook iemand het bijbelboek Genesis heeft bewerkt. Ook aan het boek Genesis is een voorwoord en een nawoord aan toegevoegd. Het voorwoord betreft namelijk Gen 1,2,3 en 4, dan pas kom je bij het oorspronkelijke boek, wat er al lang was. Lees Gen 5:1, waar het eigenlijk boek Genesis begint:

  • Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; 2 man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen „mens” ten dage, dat zij geschapen werden.”

 

Hier begint het oorspronkelijke boek Genesis. Dit boek van Adams geslachten beslaat vele hoofdstukken, want dat behandelt alle 11 geslachten. Dat loopt tot Gen 50, waar je aan het eind van vers 22 een nawoord krijgt, net zoals in Job.

 

Het boek Genesis is dus op gelijke wijze bewerkt en ontstaan als het boek Job. Wij weten wie die samensteller is van Genesis en wie heeft er een voorwoord en een nawoord aan toegevoegd heeft, dat is Mozes. Wie is er dan schrijver van Job? Ja, we weten dat Mozes er een voor, en nawoord bij geschreven. Zo heeft hij het als één geheel samengevoegd.

 

Waar zou nu Mozes deze beide boeken gevonden hebben? Niet bij de wetenschappers van Farao, waar hij zijn opleiding kreeg. Nee die boeken kreeg Mozes onder ogen nadat hij uit Egypte was gevlucht in de woestijn. Na 40 jaar in Egypte aan het hof van de Farao geweest te zijn, moest hij vluchten in de woestijn, en daar hoedde hij de schapen.

 

Daar kreeg hij de opleiding van God Zelf, om een dienstknecht des Heren te worden. Hij doorliep daar de bijbelschool, bij zijn schoonvader Jethro. Jethro was in die dagen een dienstknecht des Heren (Ex.18:12). Hij was priester lang voordat Israël was uitgetogen uit Egypte. Nog lang voordat uit het geslacht van Aäron een hogepriester en priesters werden gekozen uit de stam van Levi en nog voordat er een tabernakel was en een priesterdienst was ingsteld.

 

Dan vinden we een Jethro hier, een priester des Heren. Het is heel bijzonder, want als Jethro op bezoek komt bij het verloste Israël, dan geeft hij raad aan Mozes, wat hij moet doen. Mozes had het erg druk, die hield dat niet vol. Dan geeft Jethro hem een goede raad in Ex.18:10-12:

  • En Jetro zeide: Geprezen zij de HERE, die u gered heeft uit de macht der Egyptenaren en van Farao. 11 Nu weet ik, dat de HERE groter is dan alle goden; want Hij heeft het volk uit de macht der Egyptenaren gered, omdat dezen overmoedig tegen hen waren opgetreden. 12 En Jetro, de schoonvader van Mozes, nam een brandoffer en slachtoffers voor God; en Aäron en alle oudsten van Israël kwamen om met de schoonvader van Mozes voor het aangezicht van God maaltijd te houden.

 

Dan zie je, Jethro eigenlijk Aäron nog voorgaan om als priester des Heren slachtoffer te brengen. Alle oudsten en Aäron en Mozes komen voor Gods aangezicht maaltijd houden.

 

Deze Jethro woonde in het land Midian, vlak naast Uz. Ongetwijfeld had Jethro twee boeken in zijn boekenkast staan, het boek van Adams geslachten (Genesis) en het dichterlijk boek Job. Waarin hij de hele geschiedenis van Job wordt beschreven.

 

Mozes kreeg bij Jethro zijn opleiding 40 jaar lang. Ongetwijfeld heeft hij vaak met zijn schoonvader studie gemaakt van Adams geslachten. Waarin je kan lezen over Adam, over Noach, over Abraham, over Izaäk, over Jacob en over Jozef dat stond daar allemaal in. Daar kon Mozes veel van leren, allemaal voorbeelden van levens vol geloofsleven.

 

Daarnaast nog het boek Job, het lijden van Job, het probleem van het lijden, wat daar helemaal wordt uitgelegd. Wat heeft dat wel niet voor Mozes betekend, want hij was opgegroeid aan het hof van Farao en daar kennis genomen had, van de wetenschap van Egypte. Ook hoe de wereld dacht over het ontstaan van de wereld en het ontstaan van de mens enz.

 

Ze hadden daar in Egypte een hele goden-wereld ontwikkeld. Nu komt hij midden in de woestijn Midian, bij Jethro. Opeens ontdekt hij in dit bijbelboek over Gods schepping. Waar las Mozes uitgebreid over Gods schepping? Niet in Genesis. Mozes heeft later Gen. 1,2,3 en 4 als voorwoord toegevoegd. Want waar kun je uitgebreid lezen over de schepping? Broeders en zusters, dan moeten we zijn bij het boek Job. In Genesis lees heel weinig over de schepping. Maar in Job spreekt de Heere God over de schepping in drie grote hoofdstukken, in Job 38 – 41 heel uitvoerig, en dáár lezen we hoe Hij schiep. Dan zie je Zijn majesteit en Zijn scheppingskracht en Zijn almacht. Die spreidt Hij daar in het boek Job ten toon.

 

Dat heeft Mozes vast enorm gegrepen. Het eerste boek wat Mozes samenstelde was het boek Job en hij verduidelijkte de geschiedenis van Job door het voorwoord, Job 1 en 2 eraan toe te voegen. Ongetwijfeld heeft de Heere hem dat laten zien. Hij schrijft ook wat er met Job uiteindelijk gebeurde, in het nawoord van het boek Job.

 

Later nadat hij Israël had uitgeleid, uit Egypteland en in de woestijn had geleid, schreef hij Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomiun. Eigenlijk zou de bijbel dus moeten beginnen met het boek Job.

 

Dat is nou juist het probleem met onze bijbel, net zo goed de hoofdstukken verdeling en de verzenverdeling totaal niet is geïnspreerd, en alleen maar is gekomen, om het ons gemakke-lijk te maken, zo is ook de volgorde van de bijbelboeken in de bijbel helemaal niet geïnspireerd. Het N.T. zou moeten beginnen met de brief aan de Galaten, want die brief werd het eerst geschreven. Zo zou je het OT moeten beginnen met het boek Job.

 

Is het ons nooit opgevallen, als je in Genesis gaat lezen in de eerste hoofdstukken, en ineens, dan lees ik daar over een slang en dat blijkt satan te zijn, en die verschijnt zomaar ten tonele. Zonder enige verklaring is daar een slang in het paradijs. Daar begrijp je toch niets van, waar komt die slang vandaan?

 

Als Mozes nou eens in ons midden zou zijn, zou je misschien aan hem vragen:” Mozes moet je die slang niet even introduceren in je verhaal?” Nou, zou Mozes dan zeggen: “Daar heb je toch het hele boek Job voor? In Job 1 en 2 heb ik toch geschreven wie die satan is.”

 

Als mens zou je zeggen: Mozes beschrijft in Genesis 1 daar heel beknopt over. Maar wat heeft Mozes daar nu nog aan toe te voegen? Hij heeft toch in Job 38, 39, 40 en 41 uitvoerig beschreven hoe God alles geschapen heeft. Wat heeft hij daar nu aan toe te voegen?

In Genesis heeft hij alleen maar beschreven hoe de schepping in 6 dagen geschiedde, plus de 7e dag, meer hoefde niet.

 

Als je Job nou eens midden uit de bijbel haalt, en je stopt het boek Job daar waar hij hoort, namelijk helemaal aan het begin, dan wordt het allemaal veel duidelijker. Het boek Job gaat veel uitvoeriger in op de schepping.

 

God Zelf doet dat. En nog buiten dat de Heere in Job 38, 39, 40 en 41 Zijn schepping beschrijft, en hoe Hij dat schiep, gaat ook nog Job met zijn vrienden in discussie op die schepping in.

 

Ze spreken uitvoerig over de sterren, over de planeten, en over de betekenis daarvan. Dat die eigenlijk tekenen zijn, die op tijden slaan. In Genesis worden die nog even aangestipt.

 

Het boek Job is erg belangrijk, het behandelt drie belangrijke grote thema's van de bijbel. Dat is het punt: 1. verlossing, 2. rechtvaardiging, en 3. opstanding. Dit is de kern van het Evangelie. Waar vind je de kern van het Evangelie, rondom dat lijden, rond de situatie van de mens? Dat vind je in Job. Daar vind je de volharding van de gelovige!

 

Job behandelt die levensvragen met zijn vrienden, dezelfde vragen die ieder mens heeft, namelijk waarom moet dit allemaal zo gebeuren, waarom dat lijden in mijn leven, waarom schijnt niet altijd de zon?

 

Dan zal je ontdekken, dat Job een antwoord geeft op het probleem van het lijden, het zijn van de mens hier en nu. Job laat zien dat je verder moet zien, dan je neus lang is. Daar is geloof, een geloofs-oog voor nodig. Dat je je leven moet plaatsen in een veel groter geheel, want Job laat direct zien in hoofdstuk 1 en 2, dat de hemel bij ons leven betrokken is.

 

Wisten Job en zijn vrienden wat er in de hemel had plaats gehad? Wist Job dat de zonen Gods op zekere dag voor de Heere kwamen, dat de satan daar ook kwam en wat de satan daar eigenlijk als het ware bekokstoofde? Weet de hedendaagse mens daar iets van? Kennen wij als gelovige wat daar in die geestelijke wereld zoal gebeurt?

Stel nu eens dat Job en zijn vrienden van die hemelse realiteit hadden geweten, wat satan had gezegd over Job, hoe hij God in een positie had gebracht zo, dat God toestond dat deze satan, Job op de beschreven manier belaagde, en Job alles afnam wat hij bezat en hem zo tegenstond en hem haatte.

 

Als Job dat allemaal had geweten, wat de oorzaak was van al zijn lijden, hoe had hij dan met zijn vrienden over dat lijden gesproken? Nou heel anders dan in het boek Job staat. Ze zochten maar naar een verklaring met zijn allen en ze konden die niet vinden.

 

Als de mens in het algemeen en de gelovige met name, een blik zou kunnen hebben in het hemels perspectief, zou de gelovige er dan niet anders tegenaan kijken? Zou hij dan naar gebedsgenezing gaan, om genezen te worden? Nou echt niet. Dan was dat gelijk van de baan. Daarom is het een duivelse truc, dat het bijbelboek Job verdwenen is in het midden van onze bijbel, op een plek waar hij helemaal niet opvalt.

 

De mensen gaan als elk ander boek bij het begin beginnen. Dus bij Genesis 1 en dan begrijpen ze er niets van. Terwijl, als ze Job eerst zouden lezen, meer inzicht in het lijden zouden krijgen. Je moet het uit hemels perspectief gaan leren zien. De gebeurtenissen in mijn leven moeten veel ruimer bekeken worden in Gods schepping.

 

Job 1:1-3 begint ons te verklaren, dat Job vroom was en dat wordt nog herhaald in vers 8:

Toen zeide de HERE tot de satan:

Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad.”

 

Dat zegt God nog een keer in Job 2:3. Jobs vroomheid wordt hier genoemd voor 3 andere eigenschappen, namelijk ten eerste dat hij oprecht is, ten tweede dat hij God vrezend is, en ten derde dat hij wijkende is van het kwaad. Vroomheid wordt als eerste genoemd, het is Jobs belangrijkste eigenschap. Vroom klinkt bij ons een beetje naar in de oren, het is meestal niet zo positief bedoeld. Vroom is in het Hebreeuws het woordje “Tham”.

 

Dat woord “Tham”, wordt heel vaak gebruikt in het bijbelboek Leviticus, bij al die verschillende offers, daar moesten altijd dieren voor worden gebruikt, en daar bij die slacht dieren wordt altijd het woord “Tham” gebruikt. In onze vertaling wordt dan vertaald dat die dieren “zonder vlek of rimpel” moesten zijn.

 

Zo'n slachtofferdier moest zonder vlek of rimpel zijn, volkomen gaaf, zegt St.Vert. Dat is eigenlijk het woord “Tham”. Hier in Job staat eigenlijk helemaal niet het woord “vroom”, maar hier staat het woord “gaaf”. Job was gaaf, zonder vlek of rimpel. Wat wil dat nou zeggen? We hebben al in Ez.14:14 gelezen, dat hij in een adem genoemd werd met Noach en Daniel en daar wordt het zelfde woord “Tham” gebruikt. Het wordt daar vertaald met: gerechtigheid, door gerechtigheden zouden zij zichzelf redden. Noach wordt ook zo genoemd in Gen. 6:9:

  • Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God.”

 

Dat woord “onberispelijk”, dat is hier het woord “Tham”. Job was een rechtvaardig en onberispelijk man. Die mannen zoals Noach, Daniel, Job en ook Jacob, worden onberispelijk genoemd, zonder vlek of rimpel. Jacob is eigenlijk niet zo onberispelijk, die ging nogal met wat draaierijen om en stak nog wel eens een beentje uit. Dat geeft zijn naam ook aan, want zijn naam betekent “hielenlichter”. Zijn broer Ezau heeft het ondervonden en ook bedroog Jacob zijn vader Izaäk. En zo probeerde hij zijn eerstgeboorterecht te roven.

 

Jacob was niet zo onberispelijk, toch zegt de bijbel dat Jacob onberispelijk was en ook Job, Noach en Daniel waren onberispelijk.

 

Voor “dit is de geschiedenis”, uit Gen 6:9 omschrijft de St.Vert.: “Dit zijn de geboorten”, en die geboorten hebben steeds te maken met die tijdgenoten. Noach was onder zijn tijdgenoten, zonder vlek of rimpel. Noach was in een ding onberispelijk, namelijk zijn geslacht was niet aangetast door het satanische engelengeslacht in zijn dagen. De zondvloed kwam over de aarde in Noach's tijd. Waarom? Omdat het menselijk geslacht gevaar liep, omdat het zaad van de vrouw gevaar liep, verknoeid zou worden door de inmenging van engelen. Gen.6:1-4:

  • Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, 2 zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. 3 En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn. 4 De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.”

 

Dit waren de zelfde zonen van God als in het boek Job en ook de satan stelde zich voor de Heere. Hier bij Noach heb je die zonen Gods ook. Let wel wat vers 4 zegt: “de reuzen waren in die dagen op de aarde en ook daarna.” Na de zondvloed gebeurde dit dus ook, op de aarde en daarna.

 

Het blijkt dat Noach en zijn familie zich niet met deze engelen hebben ingelaten. Gods Woord beschrijft, dat het hele menselijke geslacht in Gen 6:10 op aarde was verdorven voor Gods aangezicht. Al die mensen hadden zich verdorven door zich met dat satanische geslacht in te laten.

Gen.6:10-12:

  • En Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafet. 11 De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij. 12 En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.”

 

Het menselijk geslacht was verdorven, het menselijk geslacht waar ooit de Christus uit geboren zou worden. Alleen het geslacht van Noach was nog zuiver. Daarom wordt gezegd, dat Noach onberispelijk was. Daarom wordt later ook gezegd, dat Jacob onberispelijk was, want in zijn dagen kwamen deze praktijken ook nog voor. Abraham vertrok uit Ur der chaldeën en zijn neef Lot ging mee en Lot kwam later in Sodom terecht, daar was sodomie, geen homofilie, maar omgang met engelen.

 

Als wij onszelf afvragen, waarom satan Job belaagde en waarom hij hem zo haatte, want Job's naam betekent: “gehate”, waarom hij hem tegenstond. Dan vinden we hier eigenlijk de reden. Job was het zaad der vrouw, dat hij vertegenwoordigde. Het was mogelijk dat uit de geslachtslijn van Job, uiteindelijk de Messias geboren zou worden. Hij was een rechtstreekse afstammeling van Abraham, Izaäk en Ezau en dat zaad wat uit Abraham was voortgekomen, dat rechtstreeks stond tegenover dat zaad van de slang. Job was onberispelijk, onbevlekt. De septuagent vertaald hier: Job was volmaakt, ze gebruiken het woord; “teleios”. Niet alleen in zijn uiterlijk, in zijn doen en laten, was hij onberispelijk, en liet hij zich niet met dit soort van dingen in, maar ook innerlijk liet hij zich hier niet mee in.

 

Innerlijk had Job dat geloof wat hij tentoonspreidde, nog voordat er lijden kwam in zijn leven. Hij was heel nauwlettend, als zijn zonen en dochters feest hadden gevierd, dan bracht hij voor hen een brandoffer, want misschien hadden ze tegen de Heere gezondigd. Misschien hadden zijn kinderen de Heere vaarwel gezegd.

 

Job was volmaakt, hij was “teleios”, in dat woord zit het woord ”tele”, dat vinden wij terug in het woord; teloscoop, telefoon, enz. Wat drukken die woorden met “tele” uit ? Je belt naar Amerika en je hebt iemand aan de lijn, dan lijkt het wel alsof hij naast je staat.

 

Ook met TV, dan worden beelden life uitgezonden, het is alsof je er bij bent, en dat doet het geloofs-oog ook.

Dat is als iemand die hoort tot de volmaakten, die zien ook door het geloofsoog. Dat veraf is, dat halen ze helemaal dichtbij, door het geloof. Net als Job zeggen wij:

  • Ik weet dat mijn Verlosser leeft en mijn oog zal Hem aanschouwen en mijn nieren smachten van verlangen”, dat zegt Job 19:25.

 

Zo leefde hij in de toekomst en vertrouwde hij op God en zijn hoop was die verlossing. Dat de Heere ook een antwoord zou geven op al zijn lijden, dat sprak hij hiermee uit.

 

Als wij volmaakt willen zijn in het geloof, volwassen willen worden in het geloof, dan moet het gekenmerkt worden door “tele”. Dat wij door het geloof datgene wat veraf is, dichtbij halen en van daaruit in de praktijk gaan leven.

 

Dan moeten we worden als een Job, zonder vlek of rimpel, door ons niet in te laten met wat in de wereld is, door allerlei sexualiteit. Job was oprecht, hij was Godvrezend en was wijkende van het kwaad. Job leefde uit het geloof. Dat was zijn kracht, want hij werd wel geslagen met boze zweren over heel zijn lichaam, hij werd melaats, en ondanks dat hoopte hij op zijn Verlosser.

 

Elihu behoorde niet tot die 3 vrienden van Job, maar Elihu zegt hem wel iets bijzonders:

  • Indien een engel hem terzijde staat, een voorspraak, een uit duizend, om een mens zijn onschuld te kennen te geven, dan zal Hij Zich zijner erbarmen en zeggen: Bevrijd hem, dat hij niet in de groeve dale, de losprijs heb Ik verkregen. Zijn lichaam wordt frisser dan in zijn jeugd, hij keert terug tot de dagen zijner jonkheid. (Job 33:23-25).

 

Daar heb je dan de opstanding. Zijn lichaam wordt frisser dan in zijn jeugd, hij keert terug naar de dagen van zijn jonkheid. Dát zou nu met Job werkelijk gaan gebeuren. Als hij op dat moment naar zijn lichaam keek, zat het vol melaatsheid, hij zat in de as, zat zich te krabben met een potscherf, maar zijn lichaam wordt frisser dan in zijn jeugd. Dat klopt ook want hij heeft ook weer kinderen voortgebracht. Dat lezen we in Job 42:

  • En de HERE zegende het verdere leven van Job meer dan het vroegere; hij verkreeg veertienduizend stuks kleinvee en zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen. 13 Hij kreeg zeven zonen en drie dochters; 14 en hij noemde de eerste Jemima, de tweede Kesia en de derde Keren-Happuk. 15 In het ganse land vond men geen vrouwen zo schoon als de dochters van Job, en haar vader gaf haar een erfdeel onder haar broeders. 16 Daarna leefde Job nog honderd veertig jaar; hij zag zijn kinderen en kindskinderen, vier geslachten. 17 En Job stierf oud en van het leven verzadigd.” (Job 42:13-17).

 

De dochters van Job waren beeldschoon, hij kreeg er 3 en die waren schoonste dames die men ooit had gekend. De naam van één van de dochters was: ´´Keren-Happuch´´. Deze naam betekent : verfdoos, je zou het kunnen vertalen met: beauty-case. Je zal je dochter maar zo noemen. Deze dochter was een schoonheid, daarmee drukte Job uit: hoe hij in het nieuwe leven stond.

 

Deel 2 hierover meer.

Samengesteld door Wieb Rodenhuis.

 

 

Het Leven van Job (deel 2)

We lezen nu eerst Job 1:4-5 :

  • “Zijn zonen hadden de gewoonte om de beurt een feest te geven, ieder in zijn eigen huis, en nodigden dan hun drie zusters uit om bij hen te komen eten en drinken. 5 Nadat elk van zijn zonen zo’n feest had gegeven, liet Job hen bij zich komen voor een reinigingsritueel. Hij stond dan ’s ochtends vroeg op om voor elk van hen een offer te brengen, want hij dacht bij zichzelf: Misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt. Job deed dit telkens weer.”

 

We zien hier, hoe Job nauwgezet handelde wanneer zijn kinderen een feestmaal hadden aangericht. Dan liet hij ze komen, en dan heiligde hij hen. Dan stond Job vroeg in de morgen op, en ontstak voor ieder van hen dan een brandoffer.

Dat deed hij omdat hij dacht, misschien hebben mijn kinderen gezondigd en in hun hart God vaarwel gezegd.

 

Wat is dat voor een zonde waar Job bang voor was? Als we naar de gelovige van vandaag gaan, dan hebben we daar misschien meteen een definitie voor. Dan gaan we allerlei zonden opnoemen. Echter als we naar Genesis gaan, en daar “zonde” op zoeken, en het woord “zondigen” – want wij spreken wij over de “zondeval” – dan zullen we allemaal een beetje de verwachting hebben, dat er toch wel in Genesis 3, waar Adam en Eva van die boom verboden vruchten hebben gegeten, dat we daar wel het woord “zonde” of het woord “zondigen”, zullen tegenkomen, maar we komen dat woord niet tegen.

 

Het is bijzonder, dat we bij de zondeval niet in de grondtekst het woord “zonde” of ”zondigen” en ook niet het woord “zondaar” tegenkomen. Als we doorlezen in Genesis 4, 5 en 6, waarin de eerste 2000 jaren van de menselijke geschiedenis ons voorbij trekt in het Woord van God, waarin rampzalige dingen plaatsvinden, we nergens het woord “zonde” of “zondigen” tegenkomen. Als we nog verder lezen, dan komen we pas in Gen.20 voor het eerst het woord “zonde” tegen.

 

Dan ontdekken we waar Job bang voor was, ten aanzien van Zijn kinderen. Job was bang voor hetzelfde wat daar staat in Gen 20:1-6 :

  • “Abraham nu brak vandaar op naar het Zuiderland en vestigde zich tussen Kades en Sur, en vertoefde als vreemdeling in Gerar. 2 Daar Abraham van zijn vrouw Sara gezegd had: Zij is mijn zuster, liet Abimelek, de koning van Gerar, Sara weghalen. 3 Maar God kwam des nachts in een droom tot Abimelek en zeide tot hem: Zie, gij zijt een kind des doods, omdat gij die vrouw genomen hebt, want zij is gehuwd. 4 Abimelek nu was niet tot haar genaderd. En hij zeide: Here, zult Gij dan een rechtvaardig volk doden? 5 Heeft hij zelf niet tot mij gezegd: Zij is mijn zuster? En zij heeft zelf ook gezegd: Hij is mijn broeder; in onschuld mijns harten en reinheid mijner handen heb ik dit gedaan. 6 En God zeide tot hem in de droom: Ik weet ook, dat gij het in onschuld uws harten gedaan hebt, Ik heb u dan ook ervan weerhouden tegen Mij te zondigen; daarom heb Ik u niet toegelaten haar aan te raken.”

 

Hier vinden we de eerste keer het woord “zondigen” in de bijbel.

  • “En God zeide tot hem in de droom: Ik weet ook, dat gij het in onschuld uws harten gedaan hebt, Ik heb u dan ook ervan weerhouden tegen Mij te zondigen; daarom heb Ik u niet toegelaten haar aan te raken. 7 En nu breng de vrouw van deze man terug, want hij is een profeet; dan zal hij voor u bidden, opdat gij in het leven moogt blijven; maar indien gij haar niet terugbrengt, weet, dat gij voorzeker zult sterven, gij en al de uwen. 8 De volgende morgen vroeg riep Abimelek al zijn dienaren en bracht dit alles te hunner kennis, en de mannen werden zeer bevreesd. 9 Voorts riep Abimelek Abraham en zeide tot hem: Wat hebt gij ons aangedaan, en waarin heb ik tegen u gezondigd, dat gij over mij en mijn koninkrijk een grote zonde hebt gebracht? Gij hebt tegenover mij dingen gedaan, die niet gedaan mochten worden. Abraham: Wat hebt gij beoogd, dat gij dit gedaan hebt?” (Gen 20:6-9).

 

Abimelek erkent ook dat het een grote zonde zou zijn als hij Sara genomen had tot vrouw. Hierna komen we zonde pas weer tegen in Genesis 39 en wel bij Potifar en wel bij zijn vrouw:

  • “Niemand is in dit huis machtiger dan ik, en hij heeft mij niets onthouden dan alleen u, omdat gij zijn vrouw zijt; hoe zou ik dan dit grote kwaad doen en zondigen tegen God.” (Gen 39:9).

 

Dit is het antwoord wat Jozef geeft aan de vrouw van Potifar. Die vrouw wil eigenlijk dat ze bij Jozef ligt, ze wil sexuele gemeenschap met Jozef.

 

Zondigen heeft dus te maken met een sexuele daad in de bijbel. Zondigen heeft te maken met het woord “vroom”, “onbevlekt”, met het mogelijk verknoeien van het vrouwenzaad, waar de Christus uit geboren zou worden. Het besmet worden van dat vrouwenzaad.

 

Steeds zien we dat satan probeerde die geslachtslijn van Christus, van de Messias te onderbreken, door het goede zaad met “slecht zaad” te vermengen.

 

En waarom was Job nu zo bevreesd bij het feesten van zijn kinderen ? Dat ze zouden zondigen. Met het woord “feestmaal aanrichten”, staat er letterlijk eigenlijk het woord “drinken”, dus alcohol gebruiken. En wat gebeurt er als we gaan drinken, alcohol gebruiken? Dan zijn we al heel gauw de controle kwijt. Daar was Job nu zo bang voor, dat ze de controle zouden kwijt raken.

 

In die dagen na de zondvloed was er algauw weer de vermenging met gevallen engelen. Want Sodom lag niet zo ver van het land Uz. De zonen Gods worden ook in het bijbelboek Job beschreven:

  • “Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de HERE te stellen, en onder hen kwam ook de satan.” (Job 1:6)

 

In het boek Genesis komt maar één keer het woord “zondaren” voor. Wie zijn die zondaren? Adam en Eva, Kain of Noach ? Het komt maar één keer voor in Genesis en wel in Gen.13:3

  • “De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover de HEERE.”

 

“Zondaren” staat er in de grondtekst. En waarom waren deze mannen van Sodom zondaars, omdat ze zich inlieten met engelen, zoals staat in Judas 6-8:

  • “En dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; 7 zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur. 8 Desgelijks bezoedelen ook deze dromenzieners hun vlees, verwerpen wat heerschappij heet en lasteren de heerlijkheden.”

 

In de nabijheid van Sodom en Gomorra lag ook het land Uz, lag ook het land Midian en ook Edom. Deze bewoners die op gelijke wijze haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees (dat is geen menselijk vlees) achterna gelopen zijn.

 

Als je de geschiedenis leest, wanneer twee engelen Lot uit Sodom halen, dan willen ook deze mannen van Sodom, geslachtgemeenschap met deze engelen.

 

Job was dus bang voor verbintenis van zijn kinderen met engelen en wel gevallen engelen. Dat is de zonde waar Job bevreesd voor was. Zoals we hebben gelezen over die zonen Gods staat er in Job 1:6: “Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de HERE te stellen, en onder hen kwam ook de satan.”

 

En je zou verwachten dat ook, net als bij dat woord “zonde”, het woord “satan” wel heel veel voor zou komen. In het hele O.T. komt het maar 4 keer voor. Het komt voor hier in Job 1 en 2, maar ook in 1 Kron.21, waar David door satan wordt verleid om het volk te tellen.

Vaak denken mensen, wat is hier nu zo fout aan? Maar het is verschrikkelijk in de ogen van de Heere wat hier gebeurt in 1 Kron. 21.

 

Kronieken is een bijzonder boek, want het doet het zelfde als wat Job doet. Misschien is het u wel eens opgevallen, dat het boek Samuel en de boeken 1 en 2 Koningen geven heel veel geschiedschrijving. Als je dat allemaal gelezen hebt, dan kom je in de Kronieken en dan begint het verhaal opnieuw.

 

1 en 2 Kronieken is heel bijzonder om te lezen, want je leest steeds dat het uit de geestelijke wereld beschreven wordt. De boeken Samuel en 1 en 2 Koningen beschrijven de geschiedenis zoals de mens het ziet met een aardse blik.

 

In Kronieken laat God de mens zien wat aan het oog van de mens onttrokken is. Dan ziet er wel degelijk anders uit. Dan zie je opeens hoe de werkelijkheid er uit ziet, wat voor het oog van de mens eigenlijk gesloten is. In Kronieken krijg je de zelfde verhalen, maar dan toegelicht.

 

Het woord “satan” kom je tegen in 1 Kron. 21:1. Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tellen. Wat ging David doen ? Hij ging het geslacht van het vrouwenzaad in kaart brengen en daar was God niet blij mee. Het is verschrikkelijk wat er dan gaat gebeuren. Joab waarschuwt nog voor de volkstelling, maar David gaat toch tellen.

 

De Heere spreekt via de ziener Gad tot David. Dan mag hij kiezen tussen verschillende oordelen:

  • “Ga heen en spreek tot David: Zo zegt de HERE: drie dingen leg Ik u voor; kies u er één van; dan zal Ik dat over u doen komen. 11 Daarop kwam Gad bij David en zeide tot hem: Zo zegt de HERE: kies 12 òf drie jaren hongersnood, òf drie maanden vluchten voor uw tegenstanders, terwijl het zwaard van uw vijanden u achterhaalt, òf drie dagen dat het zwaard des HEREN, de pest, in het land heerst en de engel des HEREN in het gehele gebied van Israël verderf brengt. Overweeg dan nu, wat ik mijn Zender moet antwoorden.” (1 Kron 21:10-12).

 

En vervolgens lezen we het antwoord van David:

  • “Toen zeide David tot Gad: Het is mij zeer bang te moede; laat mij toch vallen in de hand des HEREN, want zijn barmhartigheid is zeer groot; maar laat mij niet vallen in de hand van mensen.” (1 Kron 21:13).

 

David is onderste boven wat hij geestelijk allemaal ziet. Dan lezen we in in de verzen 29 en 39:

  • “De tabernakel des HEREN, die Mozes gemaakt had in de woestijn, en het brandofferaltaar stonden in die tijd wel op de hoogte te Gibeon, 30 maar David kon daar niet voor God verschijnen om Hem te zoeken, want hij was bevangen door schrik voor het zwaard van de engel des HEREN.”

 

Hij durfde niet voor God te verschijnen. Het was dwaas wat hij deed. Hier zie je opeens die geschiedenis belicht vanuit een hemels perspectief, net zoals bij Job. Opeens gaat de hemel open, gaat het geestelijk oog open en zie je dat die hemel veel dichterbij is dan wij veronderstellen.

 

Waarom deed satan dat? Satan keerde zich tegen Israël, er was opeens een strijd. Tegen wie?

  • Daarna ontstond er te Gezer een strijd met de Filistijnen; en de Chusatiet Sibbekai versloeg toen Sippai, een van de afstammelingen der Refaïeten, zodat zij zich moesten onderwerpen. 5 Opnieuw was er strijd met de Filistijnen, en Elchanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broeder van de Gatiet Goliat, die een spies had met een schacht als een weversboom. 6 Wederom was er strijd, bij Gat, en daar was een man van zeer grote lengte, die zes vingers en zes tenen had, vierentwintig (in het geheel); ook deze stamde af van Rafa. (1 Kron 20:4-6).

 

De Rafaïeten die woonden in het land Kanaän, dat waren reuzen, een bijzonder volk, een geslacht van de slang. Opnieuw was er strijd (vers 5 en 6) tegen de afstam-melingen van Rafa. Dit waren niet normale mensen die Kanaänieten, geen normaal volk. Noach heeft niet voor niets, toen hij dronken werd en daarna wakker werd, toen vervloekte Noach iemand die nog niet geboren was en dat was Kanaän.

 

Daar had Ruben zijn aandeel in, toen Kanaän werd verwekt bij zijn eigen moeder. Allemaal vreemde geslachts-vermenging. Daar komt een geslacht uit voort van half mens half engel.

 

De reuzen waren in die tijd op de aarde en ook daarna, Goliath behoorde daartoe. Ook deze man van zeer grote lengte, met zes vingers en zes tenen, totaal 24. Hij stamde af van Rafa. Deze man hoonde Israël en Jonathan, de zoon van Simea, de broer van David. En satan komt gelijk in verweer, een confrontatie met het zaad van de slang en het zaan van de vrouw.

 

Satan komt ook nog voor in Ps.109:6

  • Stel een goddeloze als rechter over hem,
  • een “aanklager” (= u·shtn) sta aan zijn rechterhand.

Aanklager is in de HSV vertaald met satan, en dat is juist. Wie is daar aan het woord, dat zijn de belagers van David, zijn vijanden. Ze zeggen stel een goddeloze rechter over David aan. Dat wensten ze allemaal David toe. Dat satan als de aanklager, ja die staat aan de rechterhand. Dat doet satan: aanklagen, achtervolgen, zorgen dat je kinderen wezen worden, staat in het vervolg en je vrouw weduwe.

 

De vierde keer dat satan voorkomt in het O.T. vinden we in Zach.3:1-3

  • “Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel des HEREN, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. 2 De HERE echter zeide tot de satan: De HERE bestraffe u, satan, ja de HERE, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt?”

 

Satan is de aanklager der broederen en overal waar je satan tegenkomt, als nu in Job of Kron., of in Ps.109, of hier in Zach.3, continu zie je dat die aanklager, de satan het leven van de gelovige, én hen die behoren tot het geslacht van de vrouw, die behoren bij het beloofde vrouwenzaad, die behoren bij Christus, die klaagt hij aan.

 

Zo is het ook met ons! Er is vijandschap gezet (Gen 3:15). Wij hebben een geestelijke strijd, niet met vlees en bloed, maar een strijd tegen de overheden en machten en geweldhebbers dezer duisternis, en wel in de hemelse gewesten.

 

Wij zijn hier nu, maar als wij ons geloofsoog openen, dan is die hemelse werkelijk-heid direct om ons heen, net als Kronieken, en ook Job ons laat zien.

Of zoals Eliza bad voor zijn knecht Gehazi: ”Heer doe hem toch de ogen open”. Toen zag Gehazi wat hij nog nooit had gezien.

 

Wij worden vaak meer beschermd dan wij weten. En het is goed voor ons om dit te weten. Er is wel degelijk een geestelijke strijd. Als satan aan de rechterhand van de gelovige staat, om je direct aan te klagen. Zoals bij Job, dat de satan direct klaar staat om hem aan te klagen. Maar dan staat daar ook de Pleitbezorger, Iemand die het voor je opneemt. Job weet ook dat die Pleitbezorger er is. Hij zegt:”Ik weet dat mijn Verlosser leeft” Hij verlangt ook naar Die Verlosser, lees Job 16:19-20:

  • Maar ook nu, zie mijn Getuige is in de hemel,
  • mijn Pleitbezorger in den hoge.
  • 20 Ook al bespotten mij mijn vrienden,
  • nochtans richt zich mijn oog schreiend op God
  • Ook al bespotten mij mijn vrienden,
  • nochtans richt zich mijn oog schreiend op God,

 

Die Pleitbezorger doet recht tegenover God en doet recht tussen mensen en zijn naaste. Die Naaste dat is Christus voor ons, Hij is De Pleitbezorger. Job zegt: ”Mijn getuige is in de hemel en daar hoopt hij op.”

 

Satan heeft Job al zijn bezit ontnomen, ook zijn gezondheid, je ziet hem nederzitten in de as. Hij kan het zelf niet bevatten wat hem is overkomen.

 

In Job 2:7-10 lezen we:

  • “Toen ging de satan van des HEREN aangezicht heen, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe. 8 En hij nam een potscherf om zich daarmee te krabben, terwijl hij neerzat in de as. 9 Toen zeide zijn vrouw tot hem: Volhardt gij nog in uw vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf! 10 Maar hij zeide tot haar: Zoals een zottin spreekt, spreekt ook gij; zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.”

 

Je ziet dat zijn vrouw dit niet aan kan, wat er hier gebeurt is te zwaar voor haar. Job kan in het geloof blijven staan, maar zij niet. Zij zegt: “Volhard je nog in dat geloof? Zeg God vaarwel en sterf.” Dat doet Job niet, hij zegt God niet vaarwel.

 

Er staat zo mooi hier steeds: In dit alles zondigde hij met zijn lippen niet. In Job 1:22 staan de zelfde woorden. Hij zegt ook zulke geweldige woorden Job 2:10 : Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet ?

 

Als wij nu eens tegenslag of ziekte of narigheid meemaken, zeggen wij dat dan ook? En als het ons financieel tegen zit, zeggen wij dat dan ook? We kunnen een voorbeeld nemen aan Job, in dit alles zondigde Job niet en schreef God niets ongerijmds toe. Hij beschuldigde God niet. Wat wij als mensen al heel gauw wel doen.

 

Al begreep Job niet wat hem overkwam, ook al wist hij niet wat er zich in de hemel afgespeeld had. Dat weten wij nu wel maar Job wist dat niet. Hij wist wel een ding zeker; dat niets in ons leven buiten God omgaat.

 

Dat moeten wij vasthouden, alles wat ons in ons leven overkomt, passeert altijd eerst God. Satan kan tegen ons niets doen buiten Gods toestemming. Waarom laat God het dan in ons leven toe en in Jobs leven ? Waarom zei God tegen satan, goed, ga je gang dan maar? Omdat God wil weten wat er in ons hart is .Omdat dat ons geestelijk sterker maakt.

 

Vergelijk ons maar eens met een plant. Misschien zegt u in uw eigen leven; ik wil alleen maar zonneschijn, alleen maar voorspoed. Wil een boer dat de hele zomer de zon volop schijnt? Natuurlijk niet, want dan komt er niets van zijn zaaigoed terecht, en kan hij de oogst wel vergeten. Hij wil graag donkere dagen en dat het gaat regenen. Die regen zorgt ervoor dat die plantjes gaan groeien. Als het gaat waaien dan slaan die zijn wortels steviger in de grond. Het kan niet alleen maar zo zijn, dat de zon schijnt, dan gaat de boel dood.

 

Als in ons geestelijk leven alleen maar de zon zou schijnen, dan gaan we geestelijk dood als we niet oppassen. Want nood leert bidden. Geestelijke groei wordt gestimuleerd, als er ook tegenslagen zijn in ons leven, daar worden we krachtiger van. De vrouw van Job kon dit niet aan, die raakte verbitterd. Zij geeft God de schuld van alles wat Job en haarzelf overkwam. Zo is de mens ook, kijk maar om je heen. Er hoeft geen ramp in wereld te gebeuren of God krijgt dan daarvan de schuld.

 

Dan legt Job zijn hele verdriet en heel zijn lijden aan zijn vrienden voor, dat kun je in het vervolg lezen. Het is goed om te weten:

  1. Dat Elifaz zijn argumenten continu aandraagt, op grond van menselijke ervaring.
  2. Bildad draagt zijn argumenten aan op grond van menselijke traditie.
  3. Terwijl Zofar zijn argumenten steeds aandraagt op grond van menselijke verdienste.

 

Van Elifaz lezen we dat hij zegt: “Wat je overkomt Job is een gevolg van je onrecht.” (Job 4:7-8). Dat is de conclusie van Elifaz, zo heeft hij dat zelf ervaren. Al wat mensen zoal meemaken, dan is dat nooit wat een onschuldige zomaar overkomt. Die onrecht ploegen en moeite zaaien, dat oogst je ook. Of anders gezegd: “Wat je zaait dat maai je ook.” Wat jouw overkomt Job dat heeft een reden. Hij spreekt steeds uit zijn eigen menselijke ervaring.

 

Bildad daarentegen, die put steeds argumenten uit de menselijke traditie. Je moet kijken wat mensen allemaal ervaren hier en nu (Job 8:8-10). Kijk naar je voorgeslacht Job. In die dagen werden de mensen ouder dan vandaag. Na de zondvloed werden de mensen ook ouder, dat kun je nalezen over Abraham.

 

Job kon de feiten betreffende het nageslacht van Abraham nog heel goed nagaan, daar zaten niet zoveel jaren tussen. Hij kon de dingen die hem overkwamen nagaan vanuit de menselijke traditie. Komt dat bekend voor?

 

Bildad zegt: “Je moet dat voorgeslacht raadplegen, want die hebben er ook over nagedacht (Job8:8-10). Als Job de vijfde is van het nageslacht van Abraham, dan kon hij dat nageslacht heel goed raadplegen. “Ga die traditie eens na Job, haal daar nu je antwoord uit.”

 

Dan heb je nog Zofar, die draagt zijn argumenten aan op grond van de menselijke verdienste. Dat lees je in Job 11:13-16, echt menselijk bekeken: “Job, als je goeie werken doet, dan overkomt je dit lijden niet. Om uit dit lijden te komen, moet je je hart aan Hem weiden, moet je er voor zorgen, dat er geen onrecht in je tent is. Er was vast wel onrecht in je tent Job, anders had dit lijden je niet getroffen.” Zo redeneert Zofar.

 

De discussies die Job met zijn 3 vrienden heeft, gaat steeds over de vraag; wat is nou de oorzaak van al dat lijden wat Job overkomt. En die discussie voltrekt zich volgens een vast patroon. Via een gespreks-rondje, eerst spreekt Job, dan gaat Elifaz zijn rede houden, dan antwoord Job Elifaz. Dan gaat Bildad zijn rede houden, dan antwoord Job ook Bildad en dan gaat Zofar een rede houden en dan antwoord Job Zofar weer. Een rondje gehad. Daarna rondje twee. Totaal 3 rondjes.

 

Ze komen met argumenten en zeggen als het ware: “Luister Job, God is rechtvaardig, het is steeds dat Hij de slechten straft en de goeden zegent. En dit nu is met jouw Job aan de hand, dus ben je slecht.”

 

Job antwoordt dan: “Op grond van mijn eigen ervaring kan ik zeggen beste vrienden, dit klopt niet, want ik ben rechtvaardig. Toch wordt ik getroffen door al dit lijden. Ik zie in de praktijk ook wel dat rechtvaardigen getroffen worden door lijden.”

 

Job zegt: ”Ik zie in de praktijk dat slechte mensen niet altijd getroffen worden door lijden.”

 

Dan raakt de discussie eigenlijk in een impasse, en dan zijn we al in Job 31. In al die hoofdstukken hebben Job's vrienden negen keer een rede gehouden en negen keer heeft Job geantwoord. Dan houden ze zich allemaal stil. Dat lees je in Job 32:1-6

  • “Toen hielden deze drie mannen op Job te antwoorden, omdat hij in eigen ogen rechtvaardig was. 2 En de toorn van Elihu, de zoon van Barakel, de Buziet, uit het geslacht van Ram, ontbrandde; tegen Job ontbrandde zijn toorn, omdat deze zich tegenover God voor rechtvaardig hield, 3 en tegen diens drie vrienden ontbrandde zijn toorn, omdat zij geen antwoord gevonden en Job nochtans schuldig verklaard hadden. 4 Maar Elihu had gewacht Job aan te spreken, omdat zij ouder waren dan hij. 5 Doch toen Elihu zag, dat er in de mond der drie mannen geen antwoord meer was, ontbrandde zijn toorn. 6 En de Buziet Elihu, de zoon van Barakel, nam het woord.”

 

We zien dus dat er een jonge man is, genaamd Elihu (vers 2), en die neemt het woord. Elihu heeft tot nu toe gezwegen, omdat ze allemaal ouder waren dan hij. De mannen; Job, Elifaz, Bildad en Zofar. Elihu ergert zich aan hen, hij kon zijn mond niet langer houden. Hij is aan de ene kant wel boos op Job, omdat die zich rechtvaardig vond tegenover God. Maar hij is ook boos op de 3 vrienden van Job, omdat zij Job schuldig hebben verklaard en geen echt antwoord hebben gegeven op het feit, waar dat lijden van Job mee te maken had of waar het vandaan kwam.

 

Elihu betekent: God Zelf, maar ook God is heil. Elihu is een naam, maar hij spreekt van God de Schepper, Die door hem een rede uitspreekt. Hij is een zoon van Baracheël, dat betekent: “gezegende des Heeren”, zoals Christus ook wordt genoemd. Hij is een Buziet, afstammeling van Buz, en Buz was de zoon van Nahor, broer van Abraham. Deze Elihu treedt op en gaat spreken. Job had verlangt naar een pleitbezorger: Job 9:33-35

  • “Want Hij is niet, zoals ik,
  • een mens, die ik zou kunnen antwoorden:
  • Laten wij tezamen ten gerichte gaan.
  • Was er maar een scheidsrechter tussen ons,
  • die zijn hand op ons beiden zou kunnen leggen,
  • zodat Hij zijn roede van mij zou wegnemen
  • en zijn verschrikking mij niet zou overvallen;
  • dan zou ik spreken zonder voor Hem bevreesd te zijn,
  • want daartoe heb ik geen grond.” Job 9:33-35).

 

Die pleitbezorger in de hoge is niet een Man zoals ik. Die scheidsrechter waar hij naar verlangde, die pleitbezorger, waar hij naar verlangde, die is hier, die staat hier, zijn naam is Elihu, als type van Christus. Elihu zegt van zichzelf: in Job 33:6-8

  • Zie, voor God ben ik aan u gelijk,
  • ook ik ben uit leem afgeknepen.
  • Dus behoeft geen schrik voor mij u te overvallen,
  • mijn druk zal niet zwaar op u zijn.
  • Maar te mijnen aanhoren hebt gij gezegd,
  • en het geluid uwer woorden heb ik gehoord:

 

Hij zegt hier wat Christus ook zegt tegen ons: “Ik ben aan u gelijk, Hij is de zoon des mensen.” Dan herinnert Elihu Job er aan wat hij allemaal gezegd heeft. Over zichzelf en over God.

 

In Job 33:8-11 lees je hoe Elihu Job beschuldigt en wat Job heeft gezegd.

  • “Maar te mijnen aanhoren hebt gij gezegd,
  • en het geluid uwer woorden heb ik gehoord:
  • Ik ben rein, zonder overtreding,
  • ik ben zuiver en zonder ongerechtigheid;
  • maar zie, Hij weet reden tot vijandschap tegen mij te vinden,
  • Hij beschouwt mij als zijn vijand;
  • Hij legt mijn voeten in het blok,
  • Hij bespiedt al mijn paden.”

 

Is Job zonder overtreding, zo zuiver en zonder zonden? In Rom.3 staat:

  • “Er is niemand die goed doet, ook niet aan een toe.”

 

Ook Job niet. Hij geeft God de schuld, maar het is hem allemaal te zwaar, hij doorziet de situatie niet. Hij weet niets van Job 1 en 2, hij weet niet wat er in de hemel is geschied. God is niet Job's vijand. God is niet onze vijand, de satan is onze vijand. Job moet de zaken niet omkeren.

 

Elihu hier is een boodschapper van God, als een engel van God, hij predikt hier de verlossing: Job 33:23-24:

  • “Maar als hij een pleitbezorger heeft,
  • een die zijn voorspraak is, één uit duizenden,
  • om van zijn onschuld te getuigen,
  • en als God hem welgezind is en zegt:
  • Laat niet toe dat hij in de afgrond afdaalt.”

 

Een pleitbezorger, een voorspraak die vind je niet zomaar. Christus heeft Zelf de losprijs betaalt met Zijn kostbaar bloed. Dat zullen ook wij allemaal meemaken, in de opstanding. Job heeft het meegemaakt in zijn eigen leven, dat hij weer een gave huid kreeg.

  • Hij bidt tot God, en Deze neemt hem in welgevallen aan, zodat hij zijn aangezicht met gejubel aanschouwt
  • en Hij de sterveling zijn gerechtigheid hergeeft.
  • Dan zingt hij ten aanhoren van de mensen en zegt:
  • Ik had gezondigd en het recht gebogen,
  • maar het werd mij niet vergolden;
  • Hij heeft mijn ziel bevrijd van de gang naar de groeve,
  • en mijn leven verlustigt zich in het licht.
  • Zie, dit alles doet God
  • tweemaal, driemaal met een mens:
  • zijn ziel terugbrengen van de groeve,
  • zodat hij bestraald wordt door het levenslicht.
  • Merk op, o Job, en luister naar mij,
  • zwijg stil, opdat ik spreke.
  • Hebt gij iets te zeggen, antwoord mij;
  • spreek, want ik zou u gaarne gelijk geven.
  • Zo niet, luister gij dan naar mij;
  • zwijg, opdat ik u wijsheid lere.” (Job 33:26-33).

 

Job zwijgt, want hij weet dat Elihu gelijk heeft. Elihu zit veel dichter bij de waarheid dan Job en zijn 3 vrienden, ten aanzien van het probleem van het lijden. Er volgen dan vier redevoeringen van de Elihu. Dat gaat over in het spreken van God Zelf. Op een gegeven moment neemt God de rede van Elihu over in Job 38:1

  • “Toen antwoordde de HERE Job uit een storm
  • Wie is het toch, die het raadsbesluit verduistert
  • met woorden zonder verstand?
  • Gord nu als een man uw lendenen,
  • dan wil Ik u ondervragen, opdat gij Mij onderricht.

 

God gaat uit een storm tot Job spreken. Dat werd eigenlijk al voorbereid, want Elihu ziet de storm naderen (Job 37:2). Hoe groot is Gods majesteit in de natuur en hoe nadert God in die storm en gaat Hij spreken in die storm.

 

In Job 37, 38, 39 en 40 laat God Zijn majesteit en Zijn almacht en Zijn Scheppings-kracht zien. Dan gaat Hij uitgebreid in op de schepping en laat Hij aan Job en zijn drie vrienden zien Wie Hij eigenlijk is. Heel bijzonder is, dat moeten we niet vergeten, dat God geen antwoord geeft, geen verklaring geeft van het lijden van Job.

 

God confronteert Job alleen maar met hemzelf. Hij confronteert Job met zijn verkeerde uitspraken over God. Hij confronteert de 3 vrienden met hun veronder-stellingen, wat het probleem van het lijden is. Hij confronteert Job met al zijn beschuldigingen, die hij geuit heeft aan Gods adres. Hij confronteert Job met zijn twijfel die hij had ten opzichte van God.

 

Jobs reactie is in het laatste hoofdstuk, dan is de Heer uitgesproken:

  • "Toen antwoordde Job de HERE:
  • Ik weet, dat Gij alles vermoogt,
  • en dat geen uwer plannen wordt verijdeld.
  • Wie is het toch,
  • die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?”
  • Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht,
  • dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep.
  • Hoor nu, en Ik zal spreken;
  • Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij onderricht.”
  • Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen,
  • maar nu heeft mijn oog U aanschouwd.
  • Daarom herroep ik en doe boete in stof en as.” (Job 42:1-6).

 

Dat is de reactie van Job op al Gods spreken en hij aanvaardt dat lijden.

 

Dat wil God ook in ons leven, Hij geeft geen uitleg aan ons over dat lijden. We hoeven als gelovige helemaal geen uitleg te hebben. De aanwezigheid van de Heere Jezus Christus in ons leven is genoeg. Te weten dat Hij alles in handen heeft, dat Hij een goede God is, dat Hij rijk is aan genade en rijk is aan barmhartigheid. Dat Hij tegen je zegt:”Mijn genade is u genoeg” Dat is meer dan genoeg. God is daar in ons leven.

 

Toen Job daar in confrontatie stond met God Zelf en God Zich aan hem vertoonde, toen zei hij: “Ja dat is genoeg.” Job zegt: “Ja ik doe boete in stof en as, want ik heb de zaak helemaal verkeerd ingeschat. Ik heb U vals beschuldigd, ik heb mijzelf bovenmate rechtvaardigd, terwijl er geen reden voor was, want zo zuiver ben ik niet. Daarom herroep ik en doe ik boete in stof en as. Op de drie vrienden is God vertoornd, we lezen in Job 42:7-9 :

  • “Nadat de HERE deze woorden tot Job gesproken had, sprak de HERE tot de Temaniet Elifaz: Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw beide vrienden, want gij hebt niet recht van Mij gesproken zoals mijn knecht Job. 8 Welnu, neemt zeven stieren en zeven rammen en gaat naar mijn knecht Job en brengt ze voor u tot een brandoffer, en mijn knecht Job moge voor u bidden, want slechts hem zal Ik ter wille zijn, zodat Ik u niet iets kwaads aandoe, omdat gij niet recht van Mij gesproken hebt zoals mijn knecht Job. 9 Toen gingen de Temaniet Elifaz, de Suchiet Bildad en de Naämatiet Sofar heen en deden zoals de HERE tot hen gesproken had. En de HERE was Job ter wille.”

 

Hierna lezen we dat God Job meer zegende dan het eerste, en dat hij van alles het dubbele kreeg. Hij zag zelfs zijn kinds kinderen, 4 geslachten lang, staat er.

 

Wat leren wij nu van Job en het bijbelboek Job? We leren met name op ons lijden te zien en wel in een veel wijder perspectief, namelijk in een geestelijk perspectief, in een hemels perspectief.

 

Sommigen zeggen van dat probleem van dat lijden: “Ach daar kan je niets aan doen, het is alleen maar dat tijd en toeval elkaar treffen. Dat is niet waar, want we zien bij een gelovige als Job, dat dat absoluut niet opgaat. Pas op, als je naar dat soort dingen gaat luisteren, dat je net zoals de drie vrienden van Job, niet recht over God spreekt. Alles passeert altijd eerst God. Niets gebeurt zonder het medeweten en het toelaten van Hem. Maar God laat dat heel vaak in ons leven toe. Waarom? Om te weten wat er in ons hart is. God trekt de gelovige niet voor op de ongelovige.

 

Maar Hij laat die dingen toe, opdat er in ons leven de vrucht van ons geloof naar buiten komen zal, dat Hij met dat geloof met Zijn schepping kan pronken.

 

Satan en zijn trawanten, laten we het met onze eigen woorden zeggen, die halen daar in de hemel bakzeil, en hier wel tot twee maal toe.

 

Want Job zei God niet vaarwel, terwijl satan dacht, als dat allemaal met Job gebeurt, dan zal hij God wel vaarwel zeggen, maar dat doet Job niet. Hij zei God niet vaarwel, hij dicht God niets ongerijmd toe. In dit alles zondigde Job niet.

 

Daarom is hierin voor ons hier in het boek Job een voorbeeld nagelaten, namelijk zoals Jocobus het zegt:

  • “Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. 11 Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming.” (Jac 5:10-11).

 

Laten wij daarom ook volharden in het geloof, volhouden in het geloof, want wij hebben een goede God! Wij zien hier niet alleen aan de ene kant, het lijden en de volharding van Job, maar we zien ook in Job 42, het einde dat de Heere hierop deed volgen. Jacobus zegt daar moet je allebei op letten. Want Jacobus zegt: “Dan kun je zien hoe rijk God is in barmhartigheid en ontferming.”

 

Job ontvangt het dubbele in zegeningen terug. Verder leren we hieruit dat Job dus steeds voorpagina nieuws was in de hemel. Hij wist dat niet maar dat was wel de realiteit. Broeders en zusters, besef dan dat wij soms ook voorpagina nieuws zijn in de hemel, zonder dat wij dat weten.

 

Dat moeten wij nooit vergeten, want er is een plaats voor ons in de hemelse gewesten, waar alles nauwlettend door Christus en door God op de voet gevolgd wordt. In de hemel volgden Zij de omstandigheden waarin Job verkeerde. Net zoals later Petrus in het nieuws was boven, omdat satan had gezegd; ik zal hem ziften als de tarwe.

 

Wij hebben niet een strijd tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden en de wereld beheersers dezer duisternis in de hemelse gewesten. Die gewesten zijn om ons heen, daarom: Doet de wapenrusting Gods aan en houdt stand. Houdt moed, blijf staan in het geloof, in de opstandingskracht van onze Heiland, de Heere Jezus Christus. Dat is alles waar het in ons leven om gaat. Dat we dan mogen staan, volwassen en volmaakt in en door Christus Jezus, de Heere!

 

Samengesteld door Wieb Rodenhuis, maart 2014

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

t.Westerkamp | Antwoord 08.03.2014 22.20

bedankt,heel leerzaam

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk