De Prijs der Roeping Gods

 

De Prijs der Roeping Gods (Deel 1) Slot

 

We gaan deze keer met een nieuw onderwerp beginnen. Een onderwerp wat voor de gelovigen van onze tijd van groot belang is. De Heere ontvouwt voor de gelovigen een plan, wat Hij in Zichzelf heeft voorgenomen. Dat plan van God wordt ontvouwen, voorzover dat voor de gelovigen in een bepaalde tijd nodig is. En we lezen vervolgens in dat plan van God, dat Hij spreekt over geroepenen, die volgens die roeping van God in die tijd naar Gods wil dienen te gaan wandelen.

De Bijbel is Gods Woord, waarin God zijn plan met deze wereld en met de mensen aan ons ontvouwt. God heeft een plan, een voornemen, en dat voornemen wil Hij ons laten weten door Zijn Woord. In het Grieks staat voor “voornemen” het Griekse woord “prothesis”, wat betekent dat het een goed doortimmerd plan van God is.

 

In Rom 9:11 wordt dit plan van God “het verkiezend voornemen Gods” genoemd. Het zijn de keuzes van God, die God in Zijn plan uitvoert.

 

En in Rom 8:28 lezen we:

  • Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.”

 

Ook hier lezen we weer over dat voornemen van God. En hier is tevens sprake van dat de Heere naar Zijn voornemen geroepenen apart heeft geplaatst. En hier zegt de Heere, dat Hij voor hen alle dingen wil laten meewerken ten goede.

 

Dit is geen gemakkelijke tekst. Want het kan in onze eigen optiek best zo zijn, dat dat soms niet zo lijkt, dat alle dingen voor die geroepenen ten goede meewerken. maar de Heere zegt het en daarom is het wel zo.

En dit vraagt vertrouwen. Vertrouwen op Hem, want wat Hij doet is welgedaan, en wat hij aan ons wil doen is voor ons eigen bestwil.

 

Panta en Tapanta

 

Overigens, in de tekst van Rom 8:28 lezen we over “alle dingen”. Hier staat in de grondtekst het woord “panta”. Er is een verschil tussen “panta” en “tapanta”, wat in onze vertalingen beide met “alle dingen” wordt vertaald, maar het heeft verschillende betekenissen, wat uitsluitend door de grondtekst duidelijk wordt.

Panta” betekent echt alles! Wanneer even verder zouden lezen, dan lezen we in Rom 8:32 over “ta-panta”:

  • Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle (hier staat “ta-panta”) dingen schenken?”

 

Hier staat het mét lidwoord geschreven (ta-panta), dan wordt het beperkter, en dan befreft het “alle dingen”, die door de context aangegeven worden. En hier in vers 32 betreft het dan alle zegeningen, die hen in de Zoon geschonken zullen worden.

 

Let wel, we hebben hier te maken met de “uitverkorenen” Voor Handelingen 28, en dan betreft het hier de gemeente van eerstgeborenen. Maar ook voor de gemeente, het Lichaam van Christus gelden dergelijke dingen, zoals we in het vervolg van deze bijbelstudie zullen zien.

 

Maar we hadden het over het “voornemen Gods”. Daarover lezen we ook in:

Ef 1:11: Ook hier lezen we over dat voornemen van de Heere:

  • In Hem, in wie wij (heiligen) ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil”

 

Dit gedeelte van Gods “voornemen” was eeuwenlang verborgen in God. Maar mocht door Paulus na Handelingen 28 aan de “heiligen in Christus Jezus” worden geopenbaard.

 

Ook in 2 Tim 1:9 lezen we over dat voornemen:

  • God, die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden.”

 

Ook in deze tekst zit een tweedeling voor wat betreft gelovigen. Het eerste gedeelte gaat over alle gelovigen, want alle gelovigen zijn behouden in Christus volbrachte werk. Maar behoren alle gelovigen ook tot die groep, die naar Gods voornemen reeds voor de tijden der eeuwen zijn geroepen met een heilige roeping? De Bijbel zegt dat De Heere een verkiezing uit gelovigen doet. (we zullen dit in deze bijbelstudie verder nader uitwerken.

 

De verlossing is een onderdeel van Gods voornemen. En dat plan van God is niet te doorkruisen. Dat plan wordt ook niet in één keer bekend gemaakt, maar op Gods tijd, stukje voor stukje. En in dat plan van God wordt Zijn geweldige liefde openbaar.

 

Wie zou ooit zo'n plan (der aionen) kunnen maken om het zonde probleem van de mens voor eens en altijd definitief op te lossen? Het kruis van Christus staat als een banier van Gods Liefde midden in dat plan van God.

 

In dat voornemen van God komen we ook tegen dat de Heere voor Zijn plan drie “zonen” voor Zichzelf verkiest.

 

Wanneer we Gods Woord onderzoeken, dan weten we dat er sprake is van drie zonen, drie zonen die door de Heere apart zijn geplaatst voor het doel wat Hij er mee heeft. De eerste zoon die we in de Bijbel vinden is Israël.

Zo lezen we in Exodus 4:22:

  • Israël is mijn eerstgeboren zoon.”

 

En in Ex 4:23 zegt de Heere door de mond van Mozes tegen de Farao:

  • Daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene.”

 

Die eerste zoon heeft als erfenis een aards Koninkrijk, zij zullen als koningen en priesters mogen heersen op de aarde.

 

De tweede zoon die we in de Bijbel vinden is de gemeente der eerstgeborenen, die we o.a. vinden in Hebr 12, waar we lezen:

  • Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt.” (Hebr 12:5-6).

 

De tweede zoon heeft zijn erfenis in de hemelse gewesten, waartoe de hemelse stad behoort. De stad waarnaar Abraham reeds naar uitkeek.

 

En de derde zoon is het Lichaam van Christus. Die we vinden in de late brieven van Paulus: Efeze 1:

  • "Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij (die uitverkorenen) heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil.” (Ef 1:4-5)

 

Bij al die zonen is er sprake van een adoptie door de Heere.

In deze laatste tekst is er sprake van een adoptie van de zoon, het Lichaam van Christus.

Een adoptie betekent, dat je volledig zoon wordt, inclusief de bijbehorende erfenis. En de erfenis van de derde zoon zal zijn IN Christus, in al de zegeningen, die ook Christus ten deel zijn gevallen, daar zal de derde zoon, het Lichaam van Christus, in delen. Al die zonen zal een erfenis ten deel vallen.

 

We bepalen ons hier vandaag tot de tweede en de derde zoon, namelijk de gemeente van eerstgeborenen en de gemeente, Het Lichaam van Christus.

 

Het onderwerp van deze bijbelstudie is “de Prijs der roeping Gods”.

Dat betekent dus, dat er aan die roeping Gods een prijs vast zit.

Er is vaak grote verwarring voor wat betreft de erfenis, of de prijs van het Lichaam van Christus.

Vaak wordt verkondigd, dat alle gelovigen van vandaag bij het lichaam van Christus behoren, en dus ook de erfenis in Christus ontvangen, maar wanneer zij niet wandelen hun roeping waardig, dat zij dan de krans/kroon der rechtvaardigheid kunnen missen.

Dit zou dan inhouden, dat het niet zou uitmaken hoe een gelovige ook wandelt, of hoe een gelovige ook groeit in Christus, hij/zij altijd de erfenis in Christus zal ontvangen, uitgezonderd de kroon.

Dit zou dan tevens betekenen, dat alle gelovigen van nu, of zij nu baby, kind, jongeling of vader in het geloof zijn geworden, altijd de erfenis in Christus zullen ontvangen.

 

Ik wordt eigenlijk heel verdrietig van een dergelijke boodschap. Want wanneer je tegen een pasgeborene in het geloof zegt:

  • "Joh, alles is al klaar hoor, je hebt alle zegeningen die er te behalen vallen reeds ontvangen, en je hebt de erfenis in Christus reeds ontvangen”

 

Wat moet zo'n baby daarmee? Hij/zij weet helemaal niet met die erfenis om te gaan. Hij weet helemaal niet hoe hij die erfenis moet beheren, dat heeft hij/zij nooit geleerd.

Dan zeg je eigenlijk dingen, die niet waar zijn, want wie van ons heeft dat allemaal in één keer van de Heere ontvangen? De Heere is daar mee bezig!

 

Er was ooit een broeder, die tegen mij zei: Als ik aan het begin van mijn loopbaan sta, en mijn baas geeft mij dan mijn hele loon tot mijn 65 ste jaar, waarom zou ik dan nog werken? Ik heb immers alles al ontvangen?

 

En weet u wat je dan krijgt? Dan krijg je lauwe gelovigen, ja, vergeef mij het woord, maar dan krijg je luie gelovigen, want ja, zeggen we dan, we hebben toch immers alles al ontvangen, waarvoor zou ik mij nog inspannen?

En weet u wat er in Jer 48:10 staat over die lauwheid? Ja, schrik niet:

  • "Vervloekt, wie het werk des HEREN met lauwheid verricht.

 

In de HSV staat het woord “traag”, dat is hetzelfde. Dat “lauwheid” (“rmie”), dit komt 14 keer voor in het O.T. Het wordt 5 keer vertaald door “bedrog, en ook 5 keer door “bedrieglijk”, dan nog drie keer door “traag”, en één keer door “lauwheid”. Wanneer we dit naar de context van nu verplaatsen, betekent dat “vervloekt” niet dat gelovigen verloren zijn, of verloren kunnen gaan, maar het geeft wel aan dat lauwheid de Heere een gruwel is.

 

Want we hebben met dezelfde God te maken, die toen en nu een hekel heeft aan lauwheid, aan traagheid. Die God wil dat wij het werk des Heeren, wat Hij door ons heen wil werken met ijver en oprechtheid verrichten.

 

Dat “vervloekt” geeft dus niet aan dat iemand een vervloeking over zich uitgesproken krijgt, in die zin dat iemand voor altijd verdoemd is, maar het geeft aan dat iemand ergens van uitgesloten wordt, het is eigenlijk een soort “ban” waar diegene wordt ingedaan.

Het heeft altijd de betekenis, dat je geen deel krijgt aan datgene, waar je normaal gesproken wél deel aan zou hebben.

 

En daarom de vraag die ik in deze bijbelstudie wil neerleggen is:

  • Erven alle gelovigen van vandaag de erfenis?
  • Behalen alle gelovigen de volledige prijs in Christus?
  • Krijgen alle gelovigen deel aan dezelfde zegeningen, die ook Christus ten deel zijn gevallen?

 

Laten we eens zien wat de Bijbel zegt. En dan beginnen we met die tweede zoon, de gemeente van eerstgeborenen, die in de Handelingen haar meerdere gestalte kreeg. Want daar vinden we een prachtig voorbeeld in 1 Kor 3, en dat gaan we de volgende keer doen.

 

Deel 2 volgt DV

Bert Boersma april 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 2)

 

De vorige keer zijn we geëindigd met de vraag of alle gelovigen van vandaag de erfenis, en daarmee de prijs in Christus ontvangen? En daaruit voortvloeiend de vraag: Krijgen alle gelovigen deel aan dezelfde zegeningen, die ook Christus ten deel zijn gevallen?

 

Laten we eens zien wat de Bijbel zegt. En dan beginnen we met die tweede zoon, de gemeente van eerstgeborenen, die in de Handelingen haar meerdere gestalte kreeg. Want daar vinden we een prachtig voorbeeld in 1 Kor 3:

  • "Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. 11 Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. 12 Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, 13 ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. 14 Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, 15 maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen. 16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 17 Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!” (1 Kor 3:10-17).

 

Een prachtig bijbelgedeelte, waar ook wij, gelovigen van nu veel van kunnen leren. Paulus spreekt hier tot die gelovigen, die tot de gemeente van eerstgeborenen behoren. Ook zij hadden Gods Geest inwonend ontvangen.

Ook zij waren, toen zij tot geloof kwamen, toen zij wedergeboren werden, verzegeld met de heilige Geest der belofte. En tegen hen zegt Paulus:

  • "Let op je zaak, ik heb het fundament, Jezus Christus, gelegd, en daarop moeten jullie verder bouwen.”

 

En wanneer Paulus zegt “Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt,” dan zegt Paulus eigenlijk: “Maar een ieder lette er wel op:

  • dat jullie voortbouwen op dat fundament,
  • dat jullie wandel in Christus is.
  • zorg er voor dat de Heere door jouw heen Zijn werk in jouw kan doen.”

 

En dan vers 12 van 1 Kor 3:

  • "Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen.”

 

Ziet u het verschil in voortgebrachte werken? Er zijn werken van grote waarde, van goud, zilver en kostbaar gesteente, en aan de andere kant werken van heel weinig waarde, namelijk van hout, hooi en stro.

 

Broeders en zusters, dan een vraag: Wie van u kan zulke werken voortbrengen van goud, zilver en kostbaar gesteente?

Niemand van ons kan zulke werken vanuit zichzelf voortbrengen. Oh, ik weet best dat er vele gelovigen dat wel denken, en niet beseffen waar het werkelijk om gaat.

Maar hoe kan een mens uit Adam geboren, zulke kostbare werken voort-brengen? Dat is onmogelijk, want er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één, zegt het Woord. Maar deze tekst lijkt toch te zeggen, dat een mens deze onvergankelijke werken voorbrengt.

 

De Heere zegt zelf in Marcus 7:

  • "Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatig-heid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein.” (Marc 7:20-23).

 

Broeders en zusters, werken voortbrengen van goud, zilver en kostbaar gesteente kan niemand van zichzelf. Dat kan alleen, wanneer die gelovige gaat staan in die werken, die God ook voor hem/haar tevoren bereid heeft.

Dat kan alleen wanneer zij gaan staan in die gezindheid, zoals die vanuit het Woord tot ons komt, zodat God hen kan gebruiken om Zijn werk in hen te volbrengen.

Dan is het niet meer mensenwerk, maar dan is het Gods eigen werk, wat hij in hen wil bewerken. En alleen dán zullen die door God voortgebrachte werken in hen van goud, van zilver en kostbaar gesteente zijn.

Dus die werken van goud, zilver en kostbaar gesteente, die onvergankelijke werken, kunnen alleen door God worden voortgebracht in hen, die zichzelf dienstbaar, ondergeschikt hebben opgesteld. In hen, die hebben willen buigen voor het Woord!

 

Maar wanneer die gelovigen op eigen kunnen gaan vertrouwen, dan kunnen zij geen goeds voortbrengen. Dan hebben zij niet de gezindheid om zich door de Heere te laten leiden, zij willen zelf het roer in handen houden, met als gevolg dat zij zullen voortbrengen werken van “hout, hooi of stro.”

Maar zij die willen luisteren naar Gods Woord, en zich voegen naar Zijn wil, eigenlijk zich laten opvoeden door God zelf, zullen door de Heere bewerkte onvergankelijke werken voorbrengen.

 

Wat moet nu eigenlijk onze houding zijn om die door de Heere bewerkte werken voort te brengen? Hiervoor zijn er vele aanwijzingen in Gods Woord, waarvan we kunnen leren hoe we dienen te gaan staan, en welke gezindheid we als het ware moeten aantrekken.

 

Laten we samen lezen Micha 6:6-8:

  • "Waarmede zal ik de HERE tegemoet treden en mij buigen voor God in den hoge? Zal ik Hem tegemoet treden met brandofferen, met éénjarige kalveren? 7 Zal de HERE welgevallen hebben aan duizenden rammen, aan tienduizenden oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht van mijn schoot voor de zonde mijner ziel? 8 Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.”

 

"Ootmoedig te wandelen met uw God”. Ootmoedig = nul van moed, dat betekent nul van onszelf. Ootmoedig te wandelen aan Zijn hand.

Verder vinden we een prachtig voorbeeld in Galaten 5, waar we veel van kunnen leren hoe onze houding, of zo u wilt onze gezindheid zou moeten zijn.

We lezen daar over de vrucht van de Geest.

 

De vrucht van de Geest:

 

Gal 5:22:

  • "Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoe-digheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbe-heersing.”

 

Het gaat erom, waar strekken we ons naar uit? Die vrucht van de Geest, is die nieuwe natuur, die de Heere in ons wil uitwerken. Maar wat hierbij van het grootste belang is: Laten we dat toe in ons leven in alle ootmoed?

Ik wil graag al die punten van die vrucht van de Geest samen met u doornemen, omdat dit zo belangrijk is, voor wat betreft onze gezindheid.

 

Dat woord “vrucht” is enkelvoud in Gal 5:22, het omvat alles tezamen één vrucht, die het nieuwe leven voortbrengt. Het zijn geen vruchten, meervoud.

Het is niet zo dat je er één kan openbaren, nee. Alles hoort bijelkaar. Die vrucht wil zich in ons openbaren op al die fronten tegelijker tijd. Dit is niet te scheiden van elkaar.

 

En eigenlijk staat er in Galaten 5:22: “Maar de vrucht van de geest is liefde.” (achter “liefde” zouden we een dikke punt moeten zetten).

En dat staat er ook in Gal 5:13-14:

  • "Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde. 14 Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

 

Het gaat over de liefde en het betrachten van de liefde. En daarom is de vrucht van de Geest deliefde. En omdat liefde door de mens zo vaak verkeerd begrepen wordt, legt Paulus ons vervolgens uit wat Liefde is, wat die vrucht van de geest is. Die liefde is:

  • "blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.” Dat is Liefde!

 

En liefde, ook in de Handelingen ging uit boven alle geestelijke gaven. Want wat lezen we op het eind van 1 Kor 12? Nadat al die geestelijke gaven aan bod zijn geweest, dan lezen we helemaal op het eind van 1 Kor 12:

  • "Streeft dan naar de hoogste gaven. En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert.”

 

En wat is die weg die nog verder omhoog voert? Dat lezen we in het volgende hoofdstuk in 1 Kor 13. Het hoofdstuk over de liefde. En dan lezen we in 1 Kor 13 prachtige dingen over de liefde, en dan zien we in het laatste vers van 1 Kor 13 dat Liefde nog ergens boven uit stijgt:

  • "Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.”

 

Dus de Liefde gaat uit boven de hoop, en de Liefde gaat uit boven geloof.

En liefde is de vrucht van het nieuwe leven, is de vrucht van de nieuwe mens,

is de vrucht van de nieuwe schepping, en is de vrucht van de wedergeboorte.

Liefde is de vrucht van het nieuwe leven, dat God in ons heeft geschapen, en in de Zijnen wil uitwerken.

 

En dit lezen we in Galaten, in de tijd van vóór Handelingen 28. maar hoe was het ná Handelingen 28? Precies zo, lees maar:

  • "Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. 14 En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.” (Kol 3:12-14).

 

Wat moeten die Kolossenzers hier aandoen? Innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld, elkander verdragende, elkander vergevende.

Maar hoe zouden wij in al deze dingen kunnen staan zonder de Liefde?

Daarom: “En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.

En dat is niet iets dat we eens een keertje moeten doen, als we eens samenkomen, of wanneer we samen bijbelstudie doen, nee, dat moeten we voordurend (aan)doen.

 

Ef 5:1:

  • "Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, 2 en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk.”

 

Zo moeten we wandelen, wandelen in de Liefde. Zoals de Heere Jezus ons heeft liefgehad, zo mogen we elkaar liefhebben.

Wat is dat woord “liefde” in Galaten 5:22: “Maar de vrucht van de Geest is liefde.”

 

Liefde = Agapè

"Agapé” is de liefde, die altijd het goede voor de ander zoekt, ongeacht wat de ander doet. Dus “agapé” is onvoorwaardelijke liefde. Het woord “agapè” is het woord voor Gods liefde. En het is deze liefde dat God wil, dat we elkander in die liefde zullen liefhebben. (gaan we de volgende keer mee verder).

 

Deel 3 Volgt DV

Bert Boersma mei 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 3)

 We waren bezig met de vrucht van de Geest, en de vorige keer zijn we geëindigd met “de liefde”, met het woord “agape”. En we hebben toen gezien dat “agapé” is de liefde, die altijd het goede voor de ander zoekt, ongeacht wat de ander doet. Dus “agapé” is onvoorwaardelijke liefde. Het woord “agapè” is het woord voor Gods liefde. En het is deze liefde dat God wil, dat we elkander in die liefde zullen liefhebben.

 

28. Agape en Phileo

In de Griekse tekst van Johannes 21:15-23 valt onmiddellijk het gebruik van verschillende woorden op. In de Statenvertaling is daar in het geheel geen aandacht aan geschonken. De NBG-vertaling heeft de verschillen weergegeven door het woord ‘waarlijk’ in te voegen. Er worden hier twee woorden gebruikt, die beide te vertalen zijn met ‘Liefde’ of ‘liefhebben’:

1. Agape
Dit woord voor ‘Liefde’ duidt op een doelbewust liefhebben. Het is meer dan een uiting van warme gevoelens of genegenheid. Het is een onvoorwaardelijke Liefde, die niet eerst eist, maar
zonder voorwaarden alles geeft. Het is een Liefde, die voortkomt uit de wil om lief te hebben. Dit woord wordt onder meer gebruikt in teksten als: “God is Liefde”, en “...hebt uw vijanden lief

2. Phileo
Dit woord heeft een ‘wijdere’ strekking en omvat Liefde als (natuurlijke) genegenheid. Dus: originele, spontane liefde, die meer aan de oppervlakte ligt (hoeft niet persé ‘oppervlakkig’ te zijn!). Hoewel deze omschrijvingen niet volledig zijn, geven zij enig onderscheid aan. En dat onderscheid is er, want anders zou de Schrift geen verschillende woorden gebruiken.

Wij kennen dat onderscheid in onze taal ook wel. Zelden zal iemand zeggen: ‘Ik heb liefde voor spruitjes’. Als het om dit soort dingen gaat zeggen wij meestal: ‘ik hou van’........ Anderzijds kunnen wij intens van iemand houden, omdat wij die persoon innig liefhebben.

De verschillen worden in Johannes 21 wel duidelijk, en voor de duidelijkheid zetten we de Griekse woorden erbij:

  • De eerste vraag: "...Simon... hebt gij Mij waarlijk lief?" (agape). Het antwoord wat Petrus geeft is: "Ja Here, Gij weet, dat ik U liefheb" (phileo). (Joh 21:15).
  • De tweede vraag: "...Simon... hebt gij Mij waarlijk lief?" (agape). Het antwoord wat Petrus voor de tweede keer geeft is: "Ja Here, Gij weet het, dat ik U liefheb" (phileo). (Joh 21:16).
  • De derde vraag: "...Simon... hebt gij Mij lief?" (phileo). En Voor de derde keer geeft Petrus het antwoord: "Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb" (phileo). (Joh 21:17).

Bij de eerste twee vragen en antwoorden spreken de Here Jezus en Petrus niet dezelfde taal. Petrus zit kennelijk (nog) op een andere golflengte. De ware ‘ommekeer’ in zijn leven heeft nog niet plaatsgevonden. Bij de derde keer gebruikt de Heer hetzelfde woord als Petrus. Je zou kunnen zeggen, dat Hij Zich begeeft op het niveau waar de apostel zich op dat moment bevindt.

Als we de brieven lezen, die Petrus later geschreven heeft, zien we hoe hij inderdaad grote zorg heeft voor de “vreemdelingen in de verstrooiing” (1 Petr. 1:1). Als hij daar spreekt over de liefde, dan gebruikt hij niet meer het woord ‘phileo’, maar ‘agape’, die onvoorwaardelijke, gevende Liefde. Hieruit zouden we kunnen opmerken, dat ook Petrus heeft geleerd, wat “agapè” inhoudt.

En ook wij mogen leren door het Woord, en door in die gezindheid te staan wat “agapè” betekent.

Er zijn dus naast “agape” nog twee woorden in het Grieks, die veel voorkomen:

  • dat is het woord “phileo”, dat is broederliefde/zusterliefde,
  • en “eros”, dat is erotische liefde.

 

En misschien had u naar aanleiding hiervan gedacht dat hier in Galaten het Woord zou staan “phileo”, dat we als broeders en zusters elkaar liefhebben, maar toch is dat niet zo. De vrucht van de geest is niet “phileo”, maar de vrucht van de geest is “agapè”, en “agapè” gaat “phileo” te boven.

Het is Gods liefde, waarmee God ons heeft liefgehad, en waarmee we elkander behoren lief te hebben! Alzo lief heeft God mij gehad, u gehad, jouw gehad!

 

En met diezelfde liefde, waarmee God zichzelf volkomen heeft weggecijferd in de gift van Zijn Zoon, zo mogen wij onszelf ook wegcijferen voor de ander, zodat wij alleen maar het goede en het beste voor de ander zoeken.

 

Het is de onvoorwaardelijke liefde van God ten opzichte van ons, ondanks wat wij allemaal verkeerd doen. Het is de onveranderlijke liefde tot die ander, die in ons gestalte moet krijgen. Dat is de vrucht van de Geest, de vrucht van het nieuwe leven. Dat kan alleen doordat Gods Geest in onze vernieuwde harten werkzaam is.

 

Dat is de vrucht van de Geest, die onvoorwaardelijke liefde uit zich in al die genoemde zaken: blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedig-heid, zelfbeheersing ten opzichte van die ander.

 

Hebben we meegeteld? Acht dingen! Acht wijst op de achtste dag. De dag waarin God alles in Zichzelf zal plaatsen. Acht wijs op nieuwe dingen. In dit geval op het Nieuwe Leven, wat de Heere in ons wil bewerken.

Wanneer die Liefde bezit neemt van je hart, woont die Liefde Gods in je.

 

1. Blijdschap = chara

 

Het eerste onderdeel van de vrucht van de Geest is blijdschap. Enkel en alleen door de Liefde Gods kunnen we ontdekken wat ware blijdschap inhoudt. Alleen door de Liefde Gods, in onze harten uitgestort, kunnen we al deze vruchten van de Geest ontdekken. Blijdschap is een onderdeel vrucht van de Geest. En zoals we weten, kregen we de Geest toen we tot geloof kwamen. Dat zien we ook bij de kamerling:

  • "En toen zij uit het water gekomen waren, nam de Geest des Heren Filippus weg en de kamerling zag hem niet meer, want hij ging zijn weg met blijdschap." (Hand 8:39).

 

Door de leiding van Gods Geest had de kamerling ontdekt wat er werkelijk in Gods Woord stond, en dat had hem met blijdschap vervuld. En door de vrucht van de Geest ging de kamerling zijn weg met blijdschap.

Paulus zegt in de Romeimen brief ook duidelijk waar ware blijdschap in bestaat: "Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de heilige Geest." (Rom 14:17).

 

Chara betekent “vreugde”. Het verwijst echter niet naar menselijke blijdschap, menselijke vreugde en plezier maken. Maar “chara” is de gezindheid, dat ondanks wat er gebeurd, ergens altijd blijdschap in te ontdekken is. Dingen te ontdekken, dat je altijd je overal in kan verblijden ondanks de omstandigheden, ondanks de situatie.

 

Het grote voorbeeld vinden we in de apostel Paulus.

Fil 1:3-4:

  • Ik dank mijn God, zo dikwijls ik uwer gedenk; 4 immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor u allen met blijdschap, 5 wegens uw deelhebben aan de prediking van het evangelie, van de eerste dag af tot nu toe.”

 

Hij verblijdt zich daarover.

Fil 1:18:

  • Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een bijoogmerk, hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik mij, en zal ik mij ook verblijden.”

(uitleg vs 15-17)

 

En weet u, wat ook zo mooi is? Het Griekse woord voor “genade” is “charis”. En blijdschap is “chara”, deze twee woorden zijn heel nauw aan elkaar verbonden. Dan mogen we gerust vaststellen, dat de blijdschap van Paulus voortkwam uit de rijke genade, die hem ten deel was gevallen.

Anders gezegd: “De “chara” van Paulus kwam voort uit de “charis” van God!

 

We moeten goed begrijpen, dat Paulus in deze tijd gevangen zat. En toch zei hij zulke dingen! Dat is “chara”, zoeken en kijken naar dingen waar je je ten allen tijde in kan verblijden, ondanks eventuele zware omstandigheden. En weten dat je je mag verlustigen in de rijke genade (charis) die God geeft.

Hebben we Paulus ooit horen murmureren over zijn gevangenschap? Integendeel.

Terwijl hij wist dat hem misschien wel de doodstraf wachtte. Hij was afhankelijk van een heel grillige keizer van Rome. Maar Paulus verblijdde (chara) zich voortdurend, vanwege de rijke genade (charis) van God.

 

Fil 2:16:

  • het woord des levens vasthoudende, mij ten roem tegen de dag van Christus, dat ik niet vruchteloos (mijn wedloop) gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb. 17 Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van uw geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. 18 Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij.

 

Want Paulus weet, als ik heen zal gaan, dan zal ik bij Christus zijn. En daar verblijdt hij zich over. Paulus zoekt, en ontdekt, en vindt de blijdschap!

 

Fil 2:28:

  • Ik zend hem (Epafroditus) dan met te meer spoed, opdat gij, als gij hem ziet, u weer verblijden moogt en ik minder zorg moge hebben. 29 Ontvangt hem dan in de Here met alle blijdschap en houdt mannen zoals hij in ere.”

 

De bedoeling was om de Filipenzen d.mv. Epafroditus te vertellen over de blijdschap waar Paulus zich in verblijdt, zodat de Fillipenzers zich ook kunnen verblijden over de blijdschap van Paulus.

 

Fil 3:1

  • Overigens, mijn broeders, verblijdt u in de Here!”

Fil 4:4:

  • Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!”

 

En welke weg we ook mogen gaan, en wat voor omstandigheden er ook over ons mogen komen, als we op de Heere zien, dan is er blijdschap om alles wat we in Christus hebben mogen ontvangen, en nog ontvangen zullen.

 

En broeders en zusters, die blijdschap is een voortdurende blijdschap.

Die blijdschap wordt niet heen en weer bewogen door onze gevoelens, maar staat te allen tijde vast in Christus! Tel uw zegeningen, één voor één, dat zijn er zeer vele, en wanneer we dat doen, dan is er te allen tijd een verblijden in de Heere om de overweldigende genade die ons ten deel is gevallen.

 

Deel 4 volgt DV

Bert Boersma, mei 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 4)

 

In verband met ons onderwerp hadden we het over de vrucht van de Geest. De vorige keer waren we begonnen met het eerste onderdeel, blijdschap. Het tweede onderdeel van de vrucht van de Geest is vrede.

 

2. Vrede

Vrede = eiréne

Het gaat hier om de vrede van God, die wij met ons verstand niet kunnen bevatten. Deze vrede wil ons hart, onze gedachten leiden op Gods wegen. Welk een rijkdom van genade!

  • "En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus." (Fil 4:7)

 

Wij mogen deel hebben aan die Goddelijke vrede die aan ons vermenigvuldigd wordt (2 Petr 1:2), en deze vrede is door Christus aan het kruis bewerkt voor ons:

  • "En door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is." (Kol 1:20)

 

En door deze vrede van Christus zijn wij tot één Lichaam geroepen! (Kol 3:15)

Het Hebreeuwse woord voor vrede = sjaloon. Wat is eigenlijk vrede? Ja, vrede op aarde, niet meer oorlogen, enz, dat denkt men vaak, vrede tussen mensen, dat er geen strijd is tussen mensen, enz. Maar dat is helemaal niet de betekenis van het Griekse woord “vrede”.

Dat betekent niet in de eerste plaats dat je de ander toewenst, dat hij geen strijd kent in zijn leven met een ander. Daar gaat het niet om. De vrede waar het hier om gaat duidt op de innerlijke vrede. De innerlijke vrede van God, die je mag ervaren in alle omstandigheden van je leven. Die vrede mag je beleven:

Fil 4:4-7

  • Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! 5 Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.”

 

Dat is die vrede! Die vrede Gods, de rust in Hem. De innerlijke rust in alle omstandigheden. In alles wat mij overkomt, te weten, de Heere is nabij. Ik ben één met Hem, ik mag leven vanuit Hem, Hij weet alle dingen. En ik mag leven vanuit de nieuwe mens. Dat betekent, dat ik mag leven vanuit Zijn rust, vanuit Zijn vrede.

 

Joh 14:27

  • Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd.”

 

Dit zijn eigenlijk twee soorten vrede:

  • De vrede met God, die hij teweeg heeft gebracht aan het kruis, toen Hij stierf voor u en mij.
  • De innerlijke vrede van de Heere zelf, waar we door genade in mogen gaan staan.

 

Hebben de apostelen in de vrede gewandeld? Het heeft gestormd in hun leven, ze zijn bijna allemaal om hun trouw vermoord. Maar toch zegt de Heere tegen hen:

  • Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u.”

 

Maar dit betreft dus de innerlijke vrede, en die innerlijke vrede komt tot stand door het zenden van de Heilige Geest, die ons helpt in die innerlijke vrede te gaan staan.

De Heere heeft niet alleen onze zonden aan het kruis gedragen, maar Hij wil nu ook onze zorgen dragen. Hij zegt niet voor niets:

  • Werp al uw bekommenis op Mij, en ik zal je rust geven”

 

Dat is de vrede die Hij wil geven. Daar mogen we op gaan staan. Dat mogen we ons toeëigenen. Dat zit allemaal vast aan dat nieuwe leven. En Hij doet wat Hij zegt!

 

3. Lankmoedigheid. (makrothumia)

 

Dit woord komt in de Statenvertaling 16 keer voor, in de NBG51 nog 12 keer, en in de NBV helemaal niet meer. Is het te moeilijk om te vertalen, of begrijpt men niet meer wat het betekent? In de NBV is "lankmoedigheid meestal vertaald met "geduld" of "geduldig". In het Van Dale woordenboek komt lankmoedigheid niet voor, wel lankmoedig, en dit betekent volgens de Van Dale: veel kunnende verdragen = verdraagzaam. Ik denk dat Van Dale er dicht bij komt.

Enkele teksten waar "lankmoedigheid" in voorkomt:

  • "......met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen," (Efeze 4:2)
  • "Verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting." (2 Tim 4:2)
  • "En houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft," (2 Petr 3:15)

 

Er is ook nog een ander woord voor lankmoedigheid in het Grieks, namelijk Hypomoné, en dat is de moed om vol te houden, lankmoedig zijn, ook een beetje volharden, ondanks de moeilijke omstandigheden, moed blijven houden.

 

Maar hier wordt het woord “makrothumia” gebruikt. Dat betekent: De moed hebben om geduld te hebben. De moed hebben om geduld te hebben met moeilijke mensen. De moed niet snel opgeven. Lankmoedigheid is een houding van het hart, geduld hebben met een ander. En die lankmoedigheid komt voort uit agapé, uit liefde.

 

4. Vriendelijkheid = chrestotes

 

Iedereen weet wat onder vriendelijkheid wordt verstaan, toch komt het in de NBG51 maar 3 keer voor. Dat is in Galaten 5:22, in 2 Cor 10:1 en de bekendste tekst is Fil 4:5: "Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend."

Ook deze vriendelijkheid is een vrucht van de Geest. Deze vriendelijkheid is niet gewoon een aardig zijn voor elkaar, maar betekent een liefhebbende vriendelijkheid. Een vriendelijkheid die doorweven is van Gods Liefde.

Maar in 1 Kor 13:4 komen we dit woord “chrestotes” ook tegen:

  • De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren (= chrestotes).”

 

Dat “goedertieren” is hetzelfde woord als “vriendelijkheid” in Galaten 5.

Ook in Titus 3:3-5 komen we dit tegen:

  • Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende. Maar toen de goedertierenheid (= chrestotes = vriendelijkheid) en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest.”

 

Daar heb je het woord “goedertierenheid”, wat hetzelfde woord is wat in andere teksten door “vriendelijkheid” is vertaald. Het is een houding van “genadevol zijn”.

Goedgunstig handelen naar de ander. In het bijzonder tot hen, die hebben gezondigd.

Lees maar Gal 6:1-2, want daar gaat het hier over:

  • Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Verdraagt elkanders moeilijkheden.”

 

Zoals God naar ons heeft omgezien in alle goedertierenheid, zo behoren wij ook naar elkaar om te zien. Waar is de natuurlijke mens op uit? Eerst denken aan jezelf, je eigen genot en pleziertjes. Denken wij eerst aan de ander? Van nature is de mens totaal egoïstisch.

 

Maar de Heere had ons lief, en Hij heeft genade aan ons betoont. En als wij dan een andere broeder of zuster betrappen op een overtreding, die uitglijdt, wat doen wij dan? Laten wij ons dan door de Liefde Gods leiden, die ons dwingt diezelfde genade aan de ander te bewijzen? Hebben wij dat geduld?

Kunnen wij in die liefde Gods met die ander omgaan? Kunnen wij vergeven? Kunnen wij genade geven, nadat wijzelf zoveel genade hebben ontvangen? Want we moeten goed opletten, er staat niet voor niets:

  • Gij mocht ook zelf eens in verzoeking komen.” (Gal 6:1).

 

5. Goedheid = agathosune

 

Deze vrucht van de Geest is niet een goedheid, zoals wij dat in de wereld wel kennen. Men zegt wel: Hij is een goed mens, maar dat wordt hier niet bedoeld. De goedheid van Gal 5:22 heeft een veel diepere betekenis. Deze "goedheid" komt als een vrucht van de Geest van boven, van God zelf. Het is een geschenk wat we ook door genade mogen ontvangen. Psalm 27:13 zegt:

  • "O, als ik niet had geloofd des HEEREN goedheid te zullen zien in het land der levenden!"

 

En Psalm 145:7:

  • "Zij zullen de roem Uwer grote goedheid verkondigen, en jubelen over Uw gerechtigheid."

 

Deze grote goedheid Gods mag door genade ons deel zijn. Dat lezen we ook in Rom 15:14, waar de broeders door genade Gods goedheid reeds ontvangen hadden:

  • "Ik heb echter, mijn broeders, zelf al de overtuiging van u, dat gij zelf reeds vol van goedheid zijt, vervuld met al de kennis, in staat ook elkander terecht te wijzen.”

 

Zelfs de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid. (Efeze 5:9). Louter goedheid spreekt van puurheid, pure goedheid, volkomen zuivere goedheid Gods.

  • Daarom geliefde broeders en zusters, doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.” (Kol 3:12)

 

Goedheid betrachten. Het woord “Agathosune” komt weinig voor en is eigenlijk moeilijk te vertalen. Agathosune is afgeleid van “agapè” = liefde.

Die goedheid komt voort uit Gods Liefde. Het heeft te maken met opofferende liefde!

Een prachtig voorbeeld hebben we eigenlijk in al deze genoemde zaken in de gelijkenis van de verloren zoon:

Die zoon deed eigenlijk verschrikkelijke dingen. Die zoon verlaat zijn vader, die heeft zijn vader heel verdriet berokkend. En toch hield die vader onveranderlijk van zijn zoon. En die zoon ging zwerven, de wereld in.

En die zoon kwam uiteindelijk tot berouw, toen hij alles er doorheen had gebracht.

En toen ging hij met lege handen terug naar zijn vader.

 

En wat deed die vader? Die vader heeft al die tijd geduld gehad. Die vader heeft altijd lankmoedigheid betracht. Die vader is geduldig blijven wachten tot die verloren zoon terug kwam.

En toen die verloren zoon terug kwam, toen betoonde de vader genade, hij was goedertieren over zijn zoon En de vader was niet alleen maar goedertieren, hij verleende niet alleen genade, de vader nam zijn zoon weer in genade aan, en gaf hem weer dezelfde positie als voorheen.

De vader bekleedde de zoon met klederen, en een ring aan zijn vinger. En bovendien richtte de vader een feestmaal aan. De vader was meer dan goed over die zoon.

 

En zó handelt onze hemelse Vader. Zó doet God ook met Israël. Israël is eigenlijk die verloren zoon, die is gaan zwerven in deze wereld. Straks zal Israël weer terug komen tot de Vader. En wat heeft God, de Vader een geduld gehad met Israël.

Straks wordt Israël weer “Ammi”, wat betekent: “Mijn volk”. En wat gebeurt er dan? God zal 1000 jaar lang een feestmaal aanrichten. En de getrouwen zullen als koningen en priesters mogen optreden.

 

Precies zo gaat God ook met ons om. God staat net zo goed ons op te wachten, na onze verdwaasde omzwervingen in onze aardsgezindheid. God staat klaar om ons in Zijn liefdevolle armen te sluiten.

God heeft ons genade verleent, toen we een kind van God mochten worden. Maar daar blijft het niet bij. God wil ons ook overladen met zegeningen, geestelijke zegeningen. En daar mogen we van spreken, en ook naar handelen naar onze naaste.

Waarbij we geduld moeten tonen in alle liefde, ons door God gegeven.

 

Deel 5 volgt DV

Bert Boersma juni 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 5)

In de vorige bijbelstudie waren we bezig met de vrucht van de Geest, zoals we die vinden in Gal 5:22, en we waren toegekomen aan de “trouw”:

 

6. Trouw = Pistis

Trouw als onderdeel van de vrucht van de Geest is dus ook een geestelijke gift. Paulus schrijft aan Filemon (1:5), dat hij had gehoord van de Liefde en van de trouw van Filemon, die hij had jegens de Here Jezus en al de heiligen. Dit was niet de Liefde en de trouw die Filemon van nature had, want van nature was ook hij niet in staat tot enig goeds. Dit was de Liefde en trouw die Filemon van Godswege door genade had ontvangen.

Er is slecht Eén die volkomen trouw van Zichzelf is. Hij wordt ook "de Amen, de Getrouwe en waarachtige Getuige” genoemd. (Openbaring 3:14). Ook als mensen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw Gods teniet doen? Volstrekt nooit! Maar het zal altijd zo zijn: God waarachtig en ieder mens leugenachtig (Rom 3:3-4) Maar door de genade-gift van de Heere mogen wij alle goede trouw bewijzen, om de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken. (Titus 2:10).

Trouw is hetzelfde als geloof. Hier: Trouw zijn in de dienst van God.

Trouw zijn ten opzichte van elkaar.

1 Kor 10:12

  • Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. 13 Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.”

 

God is getrouw! En zo mogen we ook naar elkaar trouw bewijzen. Dat we er echt zijn voor de ander. En dat we de ander ook helpen, zoals God ons helpt. En het is heel geweldig dat je niet alleen als gelovige op de wereld bent, maar dat je elkaar hebt. En dat je elkaar trouw mag ondersteunen. Wat kan je soms blij worden van een contact in de Heere. En wat kan je blij worden van een bemoediging van een broeder of zuster.

En soms beleef je daar prachtige bemoedigende dingen van, die ik dan ook werkelijk als een geschenk van de Heere zie. Zo gebeurde het een paar maanden terug, dat een broeder via andere broeder mij mailde over een bepaalde vraag. Ik had nog nooit van hem gehoord, en hij niet van mij. Toen bleek, dat die broeder al 15 jaar lang heel persoonlijk bijbelstudie doet, en Engelse bijbelstudie-boeken aan het vertalen is. Na zijn pensioenering was hij daarmee begonnen, en hij is nu bijna 80 jaar. Heel waardevol om zo'n broeder te ontmoeten.

Maar helaas, trouw vindt met niet bij allen, staat er geschreven. Maar dat zou wel moeten, want “trouw” is de vrucht van de geest. En ook trouw is onlosmakelijk verbonden aan die vrucht (enkelvoud). Alles wat we genoemd hebben, hoort bij elkaar.

Er is nog veel te zeggen over “trouw”. Nog één dingen wil ik noemen. De late brieven van Paulus zijn altijd gericht aan de “heiligen en gelovigen”. In de grondtekst betekent dat “aan de apart geplaatsten en getrouwen”. Ook daar vinden we voortdurend het woord “trouw” (= pistos). Paulus schreef zijn late brieven aan hen, die getrouw waren in het aanvaarden van die onnaspeurlijke boodschap, die zij konden verstaan onder leiding van Gods inwonende Geest.

 

7. Zachtmoedigheid = praiotes

Deze vrucht van de Geest (acht zaken, die samen de vrucht van de Geest weergeven) bezitten we van nature ook niet. Van nature is de mens juist hoogmoedig. En tot die hoogmoedige opgeblazen mensen van Corinthe zegt Paulus:

  • "Wat wilt gij? Moet ik met de roede tot u komen, of met liefde en in een geest van zachtmoedigheid?" (1 Cor 4:21)

 

Broeders en zusters, hoe is onze gezindheid? Hoe handelen wij, wanneer we constateren, dat iets totaal niet door de beugel kan? Vaak hebben we onze mening wel klaar, maar we moeten leren onze mening af te leggen, en ons richten op de gezindheid van Christus. Broeders en zusters, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem (of haar) terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. (Gal 6:1)

De Bijbel zegt dat wij met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, elkander in liefde behoren te verdragen. (Efeze 4:2). Geliefde Lezer, wat lezen we?

  • Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.” (Kol 3:12).

 

Doet dan aan”, staat er. Hoe doen we dat? Door in die gezindheid te gaan staan, waarin de apostel Paulus ons is voorgegaan, zodat de Heere zijn werken in ons kan bewerken, en wij daarin leren te wandelen. Dat “doet dan aan”, is dat reeds klaar?

Is dat reeds een voldongen feit? Nee, daar is de Heere mee bezig, en dat kan uitsluitend gestalte in de individuele gelovige krijgen, wanneer wij in de juiste gezindheid staan, opdat er een relatie in Christus ontstaat, zodat Hij Zijn werken in ons kan bewerken.

Ja, zachtmoedigheid, dat is ook weer een vorm van moed.

Ef 4:2:

  • Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt, 2 met alle nederigheid (S.V. = ootmoed) en zachtmoedigheid (= praiotes), met lankmoedigheid, en elkander in liefde (= agapè) te verdragen, 3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: 4 één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, 5 één Here, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.”

 

Eén, één, het is allemaal één. Het lijkt wel een huwelijk. Ja het wordt ook een huwelijk met Christus v.w.b. de tweede zoon, de gemeente van eerstgeborenen. Want die zoon gaat straks als de bruid de Heere tegemoet in de lucht.

Maar de uitverkoren heiligen, de leden van het Lichaam van Christus, zijn één in Christus! Eén gemeente, één Lichaam.

En als je de roeping waardig wilt wandelen, dan moet je moed hebben met elkaar.

Ootmoedig zijn, nederig zijn voor elkaar. Maar ook zachtmoedig willen zijn.

De moed hebben om zacht te zijn. De Heere gaat ook zacht met ons om:

  • Zachtkens en teder leidt Hij de Zijnen.”

 

Hij leidt ons voort met zachte hand. Als we al deze, bovengenoemde dingen mogen toepassen in ons leven met de Heere, dan volgen deze dingen elkaar allemaal op.

En een van de laatsten is zachtkens en teder voorwaarts gaan met je broeder of zuster! Niet achteruit, maar voorwaarts gaan. Ook niet stilstaan, maar voorwaarts gaan!

De ander leiden, de ander meenemen. Niet duwen, niet hard sleuren, want dat werkt niet. Nee, in Liefde!

 

8. Zelfbeheersing = egkrateia

De Van Dale zegt het hier eigenlijk wel mooi: zelfbeheersing is: het bedwingen van innerlijke aandrang, van zijn driften en hartstochten = zelfbedwang, zelfcontrole.

Naar de mens gesproken is dit waar. Maar zijn we als mens hiertoe in staat? We weten dat Gods Woord zegt dat er niemand is die goed doet, zelfs niet één! Dan zijn we van nature ook niet in staat onszelf in allerlei situaties in bedwang te houden, en mogen we wel dankbaar zijn dat deze gave ons als vrucht van Gods Geest geschonken is.

Er is ons een niet te bevatten hoeveelheid zegeningen geschonken door onze God en Heiland, Jezus Christus. Een prachtige tekst in dit verband lezen we in de tweede brief van Petrus:

  • Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; 4 door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst. 5 Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis, 6 door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, 7 door de godsvrucht de broederliefde (= philadelphia – van “phileo”) en door de broederliefde (= philadelphia) de liefde (= agapè) (jegens allen). 8 Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Here Jezus Christus.” (2 Petr 1:3-8).

 

Welk een overweldigende genade is ons geschonken! Dit Griekse woord voor zelfbeheersing, “egkrateia” is afgeleid van het Griekse “kratain”. Dat betekent: grip houden. Controle houden op.

Het betekent dat de broeder, of de zuster, de controle niet verliest op zichzelf.

De controle houden op jezelf ongeacht wat de ander ook doet.

Dat kan alleen wanneer je de Heere de Meester over je leven laat zijn.

Dat kan alleen wanneer je staat in die nieuwe mens, en de vrucht daarvan is LIEFDE.

In al deze dingen mogen we in geloof gaan staan. Ze zijn gegeven!

We hebben nu gezien in Gal 22:

  • Die blijdschap, die je mag hebben in alle omstandigheden.
  • Dan die innerlijke vrede, die innerlijke rust.
  • Dan heb je die lankmoedigheid, het geduld hebben met elkaar.
  • Dat je elkaar goed moet doen, goedertierenheid moet betrachten.
  • En dat je met elkaar mag optrekken.
  • Dat je elkaar mag ondersteunen,
  • Dat je trouw mag zijn aan elkaar.

 

In het kort hebben we nu de gaven van de Geest (Gal 5:22) behandeld. We mochten zien, dat uitsluitend door Gods onuitputtelijke Liefde dit alles ons deel mag zijn. Maar dan moeten we er ons wel naar uitstrekken, ernaar jagen, zegt Paulus. Zolang we in dit "aardse" zijn, zullen we Gods grootheid nooit geheel kunnen bevatten. Maar dat mag ons niet verhinderen er in het "hier en nu" naar op zoek te gaan.

Kunnen we al deze dingen vanuit onszelf? Zijn we vanuit onszelf in staat om deze dingen in de praktijk te doen? Dit is eigenlijk dezelfde vraag, die ik eerder stelde:

Kan een mens van zichzelf werken voortbrengen van goud, zilver en kostbaar gesteente?

Het onderwerp van deze bijbelstudie is “De prijs der roeping Gods.”

Waarom ik deze dingen behandel? Omdat al deze dingen betreffende de vrucht van de Geest zo belangrijk zijn, en al deze dingen de nieuwe mens betreffen, dingen waar de Heere ons mee wil bekleden.

Want broeders en zusters, die nieuwe mens is de Heere mee bezig ons aan te doen.

En wanneer we die dingen juist leren verstaan, dan zullen we ook onze loopbaan Gode welgevallig mogen lopen, omdat we ons dan ondergeschikt hebben gemaakt aan Hem, zodat Hij die werken van goud, zilver en kostbaar gesteente in ons kan bewerken.

 

De nieuwe Mens

Soms is men van mening dat die nieuwe mens ons reeds is aangedaan. Maar wanneer we het Woord lezen, dan ontdekken we andere dingen:

Want, zegt Paulus in Ef 4:21

  • "Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid." (Ef 4:21-24).

 

Ja, Paulus zegt eigenlijk volgens de grondtekst, dat wij, en hij spreekt hier tot de "heiligen" in Christus, dat wij de vroegere wandel hebben afgelegd. Dat staat in de Griekse Aoristus 2 tijd, wat wil zeggen, dat dat afleggen van de vroegere wandel definitief is gebeurd (verleden tijd).

Want wanneer iemand tot geloof komt, dan wordt hij/zij een wedergeboren mens, en die gelovige ziet God aan in Christus als een nieuwe mens door het volbrachte werk in Christus. En dan komt Ef 4:23-24, in de Statenvertaling staat:

  • "En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds, en den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid."

 

Het gedeelte "dat gij zoudt vernieuwd worden" staat in de Pres.pass.tijd, dwz: de tegenwoordige tijd, Passief, d.w.z. dat wordt aan je gedaan. En in vers 24 lezen we over "het aandoen van de nieuwe mens", dat staat in de Griekse Aoristus-infinitief tijd, dat betekent dat deze dingen bezig zijn te gebeuren wanneer we onze roeping waardig wandelen. Wanneer we mogen gaan staan in die gezindheid, waartoe Paulus ons aanspoort, en wanneer wij leren te wandelen in navoging van Paulus.

Dus in het laatste gedeelte van Ef 4:24 zou volgens de grondtekst moeten staan:

  • "en de nieuwe mens aangedaan wordt, die naar (de wil van) God geschapen wordt in waarachtige gerechtigheid en heiligheid." (Ef 4:24).

 

Dit is eigenlijk hetzelfde als Ef 1:3, en dit heeft daar ook alles mee te maken.

Want ook dit laatste werkwoord in Ef 24:24 staat in de Griekse "Aoristus Passief" tijd, wat betekent, dat de Heere hier mee bezig is.

Zo leren we hieruit, dat het staan en wandelen in de hoge roeping waarmee we geroepen zijn, van groot belang is voor de werken die God in ons wil verrichten.

Want is het wel Gods werk wat Hij door de heiligen heen wil doen.

Wij zijn van onszelf niet in staat Gode welbehagelijke werken voort te brengen.

Hieruit leren we dat "het aandoen van de nieuwe mens" alles te maken heeft met onze gezindheid, en vandaaruit met onze wandel in Christus.

En dat is eigenlijk maar goed ook. Want dan is het niet meer ons werk, maar Zijn werk, wat Hij in ons wil verrichten. En dan zien we ook Gods rijke overvloedige genade. En dan kunnen we op het einde van ons leven Paulus nazeggen: "Ik heb de goede strijd gestreden......"

En Paulus wist ook dat het alles genade was, want zijn hele leven had hij een "doorn" in zijn vlees, die hem "ootmoedig" hield. En ook tegen Paulus had de Heere gezegd

"Mijn genade is u genoeg!"

Deel 6 volgt DV

Bert Boersma boersmaklm@hetnet.nl

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 6)

De vorige keer zijn we geëindigd met de werken, die de Heere in ons wil bewerken. En dan kunnen we ons afvragen wat dat werk is, wat Hij in ons wil verrichten. Dat werk is dat Hij ons wil opvoeden tot zonen, die in staat zijn om te erven.

En daartoe heeft God ons Zijn Woord gegeven, en door de omgang met Zijn woord leren we meer en meer te wandelen naar Zijn wil, en dan ontstaat er een levende relatie in Christus. En broeders en zusters, daarbij moeten we ons realiseren, dat God U en mij goed genoeg vindt om een relatie mee aan te gaan. Terwijl we van onszelf niets goeds kunnen voortbrengen, vindt God u waardevol. Dat is overweldigende genade!

In iedere relatie gaat het om het leren kennen van elkaar. En door die omgang met het Woord leren we Hem meer en meer kennen. En broeders en zusters, u mag er dan verzekerd zijn, dat God een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken! (Hebr 11:6).

De nieuwe mens staat in de praktijk tegenover de oude mens.

Wij wonen nog steeds in het vlees, en we hebben zolang we op deze aarde wonen last van dat vlees, we hebben er dagelijks mee te maken. Het vlees is tastbaar, ons lichaam bestaat uit vlees. De zonde zit aan het vlees vast.

Allen uit Adam geboren zijn in zonde geboren! Zolang we in dit vleselijk lichaam wonen, hebben we met het vlees te maken. En zolang we in dit vlees wonen doen we ook de werken van het vlees.

Nog een belangrijke tekst, die ik ook in deze bijbelstudie niet mag overslaan, omdat het een tekst is waarin gelovigen worden opgeroepen, te gaan staan in een bepaalde gezindheid, en voor mij is dit het hart van de Bijbel, waar we goed acht op moeten slaan: Fil 2:5-9

  • Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, 6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. 9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken.”

 

Laten wij dat toe broeders en zusters? Willen wij ons zo ontledigen, dat we onszelf leegmaken van al onze eigen vastgelegde meningen en regeltjes?

Willen wij ons zo vernederen voor Gods Woord? Want wanneer wij in die gezindheid gaan staan door de kracht van onze Heere Jezus Christus, dan zullen ook wij uitermate worden verhoogd, en dan zal onze plaats zijn in die verhoogde Heiland!

Dus welke gezindheid moet er in ons zijn? De gezindheid van vernedering voor het Woord, de gezindheid van een dienstknecht, de gezindheid om het eigen “ik” aan de kant te zetten. Dat is de houding waarin wij als gelovigen dienen te gaan staan. “In alle ootmoed wandelen met God,” hebben we eerder gelezen in Micha.

In alle ootmoed wandelen in Zijn werken, die Hij tevoren bereid heeft (Ef 2;10).

 

Ootmoed

Hoe doen we dat? In alle ootmoed wandelen voor Zijn aangezicht?

Eigenlijk heel eenvoudig, door Zijn Woord te onderzoeken, en je ook door dat Woord laten zeggen. In alle ootmoed je door het Woord laten onderwijzen, laten opvoeden.

En wanneer we in alle ootmoed ons laten gezeggen door het Woord, dan zullen die werken, die God door mensen heen kan/wil doen, standhouden, en zij zullen loon ontvangen.

 

Wat is dat loon?

Wat is het loon waarvan in de Handelingen sprake is? Dat loon waarvan in 1 Kor 3 sprake van is? Dat loon betreft de erfenis, die zij als gemeente der eerstgeboren in ontvangst mogen nemen, bij de komst van de Heere Jezus Christus in de lucht.

Want zij zullen door de Heere bij Zijn komst met een verheerlijkt lichaam worden opgewekt, en als Zijn bruid tegemoet gaan in de lucht, en in Hem verenigd worden.

Hun bediening zal zijn in de hemelse gewesten.

Maar die andere gelovigen, die werken naar hun eigen inzicht hebben voortgebracht, werken van hout, hooi en stro, zullen zij loon ontvangen? Zullen zij erven?

Wat hebben we gelezen?

1 Kor 3:14:

  • Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, 15 maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.” (1 Kor 3:14-15).

 

Wanneer we het woord wat door “schade” is vertaald in de grondtekst opzoeken, dan vinden we het woord “Zemioo”, dit woord en zeer nauw daaraan verwante woorden komen we in het N.T. zes keer tegen (Fil 3:8, Luk 9:25, 1 Kor 3:15, 2 Kor 7:9, Math 16:26 en Marc 8:36).

En steeds heeft het de betekenis van schade, in die zin dat je iets mist, dat je iets misloopt doordat je op eigen kunnen hebt vertrouwt, en werken van hout, hooi en stro hebt voortgebracht. In Fil 3 noemt Paulus de dingen die de mens voortbrengt zelfs “drek. En zou uit “drek” iets kunnen voortkomen wat Gode welbehaaglijk is?

Hier in Kor 3 staat duidelijk dat zij, die op zichzelf hebben vertrouwt, en werken van hout, hooi en stro hebben voortgebracht, schade zullen lijden. Zij zullen geen loon, geen erfenis ontvangen. Daarbij moeten we wel beseffen, dat het daar gelovigen betreft.

Eigenlijk staat er in de tekst dat er voor hen niets anders overblijft dan hun behoud. Zij zullen wel behouden blijven, maar als het ware door vuur heen. Er blijft niets van hun eigen werken over. Zij zullen niet erven. Maar Gods genade in het volbrachte werk van Christus blijft ten alle tijde staan. Wie eens behouden is, blijft behouden.

Zo zien we dus dat in die Handelingen tijd twee groepen van gelovigen openbaar worden. Een groep die de toen geldende erfenis zal ontvangen, en een groep die de erfenis niet zal ontvangen, die zal schade lijden.

En we zien dus hoe belangrijk de gezindheid van de individuele gelovige is.

God is rechtvaardig. Allen die tot geloof komen worden verzegeld met Gods heilige Geest, en zijn in staat om de geestelijke dingen te onderscheiden. Daartoe is hun Gods Geest gegeven. God wil hun door Zijn Geest geopende ogen des harten geven. Maar een mens kan kiezen, Gods weg te volgen onder leiding van Zijn Geest, of eigen denkbeelden na te lopen. En de gevolgen zijn er dan ook naar.

Maar altijd blijft voor iedere gelovige de genade van het behoud vast staan.

Precies hetzelfde geldt voor de derde zoon, het Lichaam van Christus.

Ten aanzien van het Lichaam van Christus doet God in deze tijd, na de Handelingen, een uitverkiezing (Ef 1:4) uit gelovigen voor een heel speciaal doel.

Deze gelovigen worden door Paulus niet voor niets aangesproken als “heiligen”.

En “heiligen” betekent, dat zij door God apart zijn geplaatst voor Zijn speciaal doel, wat Hij met die “heiligen” wil doen.

En ook voor hen geldt dat zij behoren te gaan staan in de werken, die God voor hen heeft bereid (Ef 2:10). Dan zijn dat Gods werken, die hij door de gelovigen heen wil bewerken. En Gods werken zijn onvergankelijk.

Dat werk Gods is onder anderen, dat hij de gelovigen wil opvoeden tot volwassenheid. Zodat ze als volwassenen de erfenis betreffende het Lichaam van Christus in ontvangst kunnen nemen. Dat betekent dat die gelovigen dienen te gaan wandelen in navolging van Paulus, in die gezindheid die Paulus hun voorhoudt.

In die houding van vernedering, van ootmoed aan het Woord van God.

Maar ook in deze tijd zien we net als in de Handelingen periode twee groepen van gelovigen naast elkaar.

De ene groep als navolgers van Paulus, en de andere groep die op eigen inzichten blijft vertrouwen, die eigenlijk de dingen van de wereld lief hebben, of zoals Paulus zegt, “aardsgezind blijven”, en daardoor werken van hout, hooi en stro vergaren.

Deze twee groepen gelovigen vinden we duidelijk weergegeven in Fil 3:17-19:

  • Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt. 18 Want velen wandelen – ik heb het u dikwijls van hen gezegd, maar nu zeg ik het ook wenende – als vijanden van het kruis van Christus. 19 Hun einde is het verderf, hun God is de buik, hun eer stellen zij in hun schande, zij zijn aardsgezind.”

 

Hier roept Paulus de gelovigen op om toch vooral hun roeping waardig te wandelen, en dat doet hij – zo we kunnen weten uit de overige dingen die Paulus hieromtrent in zijn late brieven heeft geschreven – omdat Paulus weet dat er veel op het spel staat, namelijk de erfenis in Christus Jezus.

En zij die hun loopbaan in Christus lopen, in navolging van de apostel Paulus zullen die door God voortgebrachte onvergankelijke werken tot stand brengen, en de erfenis in Christus mogen beërven.

Maar over de andere groep gelovigen huilt Paulus, want hij weet wat ze door hun houding op het spel zetten. Zij wandelen als vijanden van kruis van Christus, wat betekent, dat zij zich niet willen laten opvoeden, en in die opvoeding niet willen delen in het lijden van Christus. Zij willen eigenlijk niet delen in het lijden van Christus. Zij vergaren die werken van hout hooi en stro, waar niets van over blijft. En daarom staat er: “Hun einde is het verderf.”

Dit betekent niet dat ze verloren zijn, maar het Griekse woord wat vertaald is met verderf is “Apoleia”. En wanneer we in de Schrift zouden onderzoeken wat dat “apoleia” betekent, dan komen we er achter dat de Schrift ons meedeelt, dat je dingen misloopt, en in dit geval de erfenis misloopt.

Ook de broeders en zusters, die Paulus aanspreekt in zijn late brieven, en die wandelen in navolging van hem, dus door genade mogen staan in de juiste gezindheid, zullen werken Gods voortbrengen van goud, zilver en kostbaar gesteente, die Gode welgevallig zijn. Die werken bewerkt God in hen, doordat zij zich door God hebben laten opvoeden.

Maar zij, die wandelen als vijanden zullen werken van hout, hooi en stro voortbrengen, en wat blijft daarvan over? Zegt de Bijbel dat hun werken standhouden? Zegt de Bijbel dat zij zullen erven?

Of zegt de Bijbel dat zij zullen erven, en maar een klein gedeelte van de erfenis zullen missen, zoals de kroon? Nee, de Bijbel zegt dat zij de volledige prijs in Christus, de volledige erfenis zullen mislopen! (komen we in een volgend deel op terug).

Paulus zegt niet voor niets in Kol 2:18: “Laat niemand u de prijs doen missen!” En eigenlijk staat hier in de grondtekst: “Laat niemand van u worden gediskwalificeerd!”

En diskwalificatie betekent dat je ergens van uitgesloten wordt.

Broeders en zusters, de Bijbel spreekt over zonen die door God worden geadopteerd. En die zonen wil God opvoeden tot volwassenheid.

  • Zowel in de Handelingen als na de Handelingen wil God het willen en het werken in die “zoon” bewerken. Maar God dwingt niet.
  • En zowel in de Handelingen als na de Handelingen wil God de zoon tot volwassenheid brengen, zij het met iedere zoon een verschillende erfenis in het verschiet.
  • En zowel in de Handelingen als na de Handelingen hebben we te maken met dezelfde rechtvaardige God, die eigen werken van hout, hooi en stro verbrandt, er blijft niets van over.
  • En zowel in de Handelingen als na de Handelingen erven alleen zij, die in die gezindheid staan, welke ons door Paulus wordt geleerd.
  • En zowel in de Handelingen als na de Handelingen erven de “aardsgezinde” gelovigen niet.
  • En zowel in de Handelingen als na de Handelingen blijft er voor de gelovigen, die werken van hout, hooi en stro hebben voortgebracht alleen hun behoud over.

 

God is een God van orde en niet van wanorde. God heeft altijd op een dergelijke manier gehandeld, omdat Hij rechtvaardig is. Zo handelde God ook bij het volk Israël. Daarover gaan we de volgende keer verder.

Deel 7 volgt DV

Bert Boersma Juli 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 7)

Als voorbeeld van Gods handelen met gelovigen, zouden we naar Israël kijken.

Wanneer we naar Israël kijken, toen het volk in de woestijn wandelde, dan zien we een volk verlost uit de slavernij van Egypte. Het waren verlosten.

En bovendien hadden ze geweldige beloften van God gekregen.

  • Ze zouden een land van de Heere krijgen overvloeiende van melk en honing.
  • Ze hadden al geweldige daden Gods mogen zien met hun eigen ogen.
  • Ze hadden gezien hoe God de legers van Egypte ten onder liet gaan in de zee,
  • En ze hadden meegemaakt dat de Heere het bittere water van Mara had verandert in gezond water,
  • Ze hadden dagelijks meegemaakt hoe de Heere voor hen zorgde. Maar wat gebeurde er?

 

Zij geloofden de 10 verspieders, die zeiden dat zij nooit het land Kanaän zouden kunnen innemen, terwijl God toch had gezegd, dat Hij hun het land zou geven.

Zij hadden hun ogen gericht op wat voor ogen was, en vertrouwden op eigen vlees, eigenlijk waren zij aardsgezind, hun werken waren niet in geloof in de Heere.

En het gevolg was dat de Heere hen allen in de woestijn deed omkomen. Waren zij verloren? Nee, zij waren verlosten, maar zij erfden niet door hun ongeloof, zij waren aardsgezind, en daarom liepen zij hun erfenis mis!

 

Zo werkte God toen, en ik geloof dat God zo nu nog werkt.

En daarom hamert Paulus ook voortdurend erop dat de gelovigen hun roeping – in welke tijd ook – waardig dienen te wandelen, omdat er zoveel op het spel staat.

 

Gods Tempel

Dan is er ook nog het laatste gedeelte uit de tekst van 1 Kor 3:

  • Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 17 Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!” (1 Kor 3:16-17).

 

En eigenlijk zouden we ook deze tekst in de Staten Vertaling moeten lezen, en dan lezen we in 1 Kor 3:17:

  • Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u.”

 

En wanneer we zouden onderzoeken wat het Griekse woord is wat hier wordt gebruikt, het “te gronde richten”, dan vinden we het woord “phtheiro”, wat in 7 teksten in het N. T. voorkomt, en wat steeds in dezelfde betekenis is vertaald, namelijk 1 Kor 3:17, 1 Kor 15:33, 2 Kor 7:2, 2 Kor 11:3, Ef 4:22, Judas 1:10 en Openb 19:2.

Eén ervan wil ik u noemen: Ef 4:22:

  • Namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten.” (Ef 4:22).

 

Wat blijft er over van onze oude mens, wanneer we echt de Heere navolgen? Helemaal niets. En dát is de betekenis van dat “te gronde richten”.

In 1 Kor 3:17 werd gesproken tegen de gelovigen in de Handelingen tijd. Dus tegen die gemeente van eerstgeborenen. Tegen die gemeente wordt gezegd, dat zij Gods tempel vormen. Dus die heiligen uit de Handelingen tijd, die apart geplaatsten voor de gemeente van eerstgeborenen vormen door de inwoning van de heilige Geest Gods tempel. En dat bracht verplichtingen met zich mee. Welke?

Dat zij hun roeping waardig dienden te wandelen in afhankelijkheid van de opgestane Christus. En wanneer zij dat niet wilden, dus hun eigen eer en roem op de eerste plaats stelden, dan zou hun dat duur komen te staan, dan zouden zij door God zelf “geschonden” worden. Wat zou er dan gebeuren?

We moeten proberen de tekst aan ons hart te laten komen: “Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden” God zal hem te gronde richten. (1 Kor 3:17).

Wat betekent dit? Ja, broeders en zusters, dan betekent dit NIET dat zij verloren zullen gaan, maar dat zij, doordat zij niet wandelen naar de roeping waarmee zij geroepen zijn, dat zij dus de tweede zoon, de gemeente van eerstgeborenen schade berokkenen,

Dit betekent dat zij door werken voort te brengen van hout, hooi en stro, die tempel Gods schenden, en dan zouden zij de dan geldende erfenis missen.

Deze tekst lazen wij in Korinthe. Dit spreekt Paulus tegen die gemeente van eerstgeborenen.

Maar ook in deze tijd spreekt Paulus tegen de gelovigen van het Lichaam van Christus dergelijke woorden over een tempel.

 

Efeze 2:19-22:

  • Zo zijt gij (die apartgeplaatsten en getrouwen) dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. 21 In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, 22 in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.”

 

Ook de gemeente het Lichaam van Christus wordt hier een tempel heilig (= apart geplaatst) in de Heere, genoemd. En de Heere zelf is de hoeksteen van dat gebouw. En wat opvalt is dat allen die tot het Lichaam behoren met stenen worden vergeleken.

Dat bouwwerk waar hier over gesproken wordt wordt gevormd door goed ineensluitende stenen.

En we weten hoe die stenen gemaakt werden in de oudheid. Die stenen werden in de bergen uitgehouwen, en werden daar bekapt, zodat zij in elkaar en aan elkaar aansloten, “goed ineensluitend” tot een heilige tempel zouden worden in de Heere. En dan begrijpen we ook waarom we soms moeten lijden als gelovigen, waarom er soms dingen gebeuren in ons leven.

Want broeders en zusters, dat bekappen en dat pasklaar gemaakt worden door de Heere doet wel eens pijn. Doet wel eens erg pijn. Want dat komt aan ons vlees.

En aan de ene steen moet soms meer gebeuren dan aan de andere. Dan moeten we dingen afleggen, om zo gevormd te worden als de Heere ons hebben wil.

Laten we dat gebeuren? Willen we ons zo laten vormen, dat de Heere Zijn onvergankelijke werken in ons kan verrichten?

Dan gaan we nog eens opnieuw naar die tempel kijken.

En daarvoor wilde ik met u gaan naar Math 6:

 Mat 6:19-24

  • Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; 20 maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. 21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. 22 De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; 23 maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis! (eigenlijk staat hier: Indien nu wat licht in u zou moeten zijn, duisternis is........) 24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon (= de werken der duisternis = aardsgezind).”

 

Licht

We hebben in Math 6 gelezen over het licht. Hoe ontstaat licht? Hoe ontstaat licht bij ons in de praktijk? Licht ontstaat door het opwekken van energie. Wanneer er ergens energie wordt opgewekt, ontstaat er licht.

Het mooiste voorbeeld is onze ouderwetse fiets. Wanneer we fietsen en de dynamo zit op het wiel, dan gaat de fietslamp branden doordat er energie wordt opgewekt. Maar we moeten wel trappen, we moeten er wel wat voor doen.

Hoe ontstaat er licht in ons hart? Komt dat zomaar vanzelf? Nee, ook hier moeten we ergens de energie voor vandaan halen, opdat ons hart verlicht wordt, en dat we in het licht wandelen.

Wat was er nodig om het licht in de Tabernakel in het Heilige op de kandelaar te laten branden? Olie. En waar is de olie en beeld van in Gods Woord? Van de Heilige Geest. Dus wat is er nodig om het licht in ons hart te laten schijnen? Gods werking van Zijn Geest!

En wie had de toezicht op het licht in de tabernakel? Dat er voldoende olie was, en dat het licht bleef branden? De hogepriester. En wie is de Hogepriester in ons leven, die zorg draagt voor het licht? De Heere Jezus Christus, die allen die tot geloof komen verzegeld met Zijn Geest, waardoor we licht ontvangen, en in het licht van Hem mogen wandelen, waardoor we Zijn Woord kunnen begrijpen, en daarin kunnen gaan staan en wandelen. Door Zijn Geest wil Hij ons geopende ogen van ons hart geven.

En bij dit alles is de kardinale vraag: “Laten we dat toe in ons leven?

Willen we ons zó vernederen voor het Woord, dat we ons deze dingen laten gezeggen? En dat we bruikbare instrumenten voor de Heere worden?

En laten we het toe dat Gods Geest voortdurend in ons de ruimte krijgt, zodat het licht in ons brandende blijft?

Lev 24:1

  • De HERE sprak tot Mozes: 2 Gebied de Israëlieten, dat zij tot u brengen zuivere olie, uit gestoten olijven, voor de kandelaar, om voortdurend een lamp te laten branden. 3 Buiten het voorhangsel der getuigenis in de tent der samenkomst zal Aäron die voortdurend verzorgen, van de avond tot de morgen, voor het aangezicht des HEREN. Het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten. 4 Op de kandelaar van louter goud zal hij voortdurend de lampen verzorgen voor het aangezicht des HEREN.”

 

Is het u opgevallen, er staat drie keer “voortdurend” in de tekst. En wat wil de Heere van ons? Hij wil voordurend Zijn licht in ons laten branden. Hij wil ons voortdurend leiden door Zijn Geest. Dat licht mag niet uitgaan!!!

Hoe houden we dat licht in ons brandende? Door omgang te hebben met Hem en Zijn Woord!

Hiertoe worden ook voortdurend door de apostel Paulus aangespoord. Hoe vaak heeft Paulus het niet over een renbaan? Die renbaan is onze loopbaan. En in die loopbaan van ons leven, lopen we niet alleen. We hebben de beste Coach die we kunnen bedenken. Allen moeten we onderweg leren te luisteren naar onze Coach, en we krijgen onderweg ook voldoende voedsel om onze loopbaan in Zijn kracht te voltooien.

Broeders en zusters, ik heb gemerkt dat sommige lezers van mijn bijbelstudies deze dingen opvatten als een moeten, in de zin van, we moeten dit en we moeten dat, want anders.......

Nee, dat is niet zo, want wanneer we zelf gaan werken, zal het ons bij de handen afbreken. Er is eigenlijk maar één ding van belang. Paulus roept ons, gelovigen, op om navolgers te worden van hem. En dat betekent dat hij ons oproept om in die gezindheid te gaan staan, zodat de Heere de ruimte in onze harten krijgt om ons te vullen met Zijn Waarheid. Daartoe is een ontvankelijk ootmoedig hart nodig. En dán kan de Heere die onvergankelijke werken van Hemzelf in ons bewerken. Het zijn niet onze werken, en het zijn niet onze inspanningen, maar uitsluitend Zijn werk, wat Hij wil uitwerken in ootmoedige harten. En het geweldige is dan, dat Hij Zijn werk, wat Hij dan in ons kan verrichten, ons toerekent. En dat is rijke genade!

Deel 8 volgt DV

Bert Boersma juli 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 8)

De vorige keer hebben we het gehad over het “licht” wat de Heere voordurend in ons wil laten branden. Hij wil ons voortdurend leiden door Zijn Geest. Dat licht mag niet uitgaan!

Hoe houden we dat licht in ons brandende? Door omgang te hebben met Hem door Zijn Woord! Houden we onze lamp brandende door de omgang met het Woord, en onder verlichting van Gods Geest?

Zorgen we dagelijks voor voldoende olie? Of laten we het licht uitdoven?

David zegt in Ps 27:1

  • De HERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?”

En Ps 119:105:

  • Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”

En Ps 119:130:

  • Het openen van uw woorden verspreidt licht, het geeft de onverstandigen inzicht.”

En Spr 13:9:

  • Het licht der rechtvaardigen brandt blijde, maar de lamp der goddelozen wordt uitgeblust.”

Joh 1:4-5:

  • In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; 5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.”

Ef 5:8:

  • Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts.

Ef 5:13:

  • Maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.”

 

Eigenlijk betekent dit dat we alleen God kunnen dienen, en daarnaast geen andere zaken, die ons hart zo in beslag nemen, dat ze als een soort verslaving ons van God afhouden. Want ook het zoeken naar de bewegingen van de geest van de mens is ons allen tot geen nut, want de Bijbel zegt immers wat in des mensen binnenste is,

en dat er niemand is die goed doet. We moeten we het roer uit handen geven.

Dàn houden we dat licht in ons brandende! We moeten dagelijks zorgen voor voldoende olie! Ons laten leiden door Gods Geest.

 

Het Fundament

In 1 Kor 3:10 hebben we gelezen:

  • Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt.”

 

Hebben wij een ander fundament na de Handelingen periode?

Nee, broeders en zusters, wij mogen bouwen op hetzelfde fundament wat er door Paulus is gelegd, zowel in de Handelingen in zijn zeven vroege brieven, als na de Handelingen in zijn zeven late brieven.

En we worden zelfs als levende stenen gebruikt bij de vorming van het bouwwerk OP DAT FUNDAMENT wat God bezig is te bouwen, die tempel heilig in de Heere, Het Lichaam van Christus.

 

Fundament in Efeze:

  • Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.” (Ef 2:19-20)

 

En wanneer gelovigen al deze dingen nou eens niet willen?

Wanneer gelovigen nou eens zeggen: “Die last is mij te zwaar.” Of, en dat hoor je ook vaak: “Geef mij maar het eenvoudig evangelie, daar heb ik genoeg aan.”

Wordt je dan ook mede gebouwd tot woonstede Gods in de Geest?

De Bijbel zegt van niet. Dan wordt je niet volwassen, dan laat je je niet door de Heere pasklaar maken, om als levende stenen te worden gebruikt in die tempel Gods. Dan blijf je misschien wel een baby in het geloof.

En dan komen we terecht bij het loon voor de gelovigen die bij het Lichaam van Christus behoren. We hebben eerder gezien, in 1 Kor 3 was er ook sprake van loon. Daar waren ook twee groepen gelovigen.

Nu gaan we eens bekijken wat Paulus in zijn late brieven over het loon, of zo u wilt over de prijs, en over de krans der rechtvaardigheid zegt. Want dat zijn twee verschillende dingen.

We lezen in het Woord over “de prijs in Christus”, en over de “krans/kroon”, die een onderdeel is van de prijs, of de erfenis.

 

De Prijs

Winnen of Verliezen

  • Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. 8 Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen.” (Fil 3:7-8)

 

Wanneer we hier in deze tekst lezen dat er iets valt te winnen, dan is het eigenlijk logisch dan er ook iets valt te verliezen. En ook over dat verliezen lezen we in Gods Woord:

  • Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.” (Math 16:25).

 

De Bijbel is duidelijk over datgene wat er te winnen is, namelijk “De prijs der roeping Gods”. Tijdens het leven van de gelovigen, de uitverkoren “heiligen”, is er sprake van een wandel. Een wandel, die Christus in de Zijnen wil uitwerken.

Wat lezen we over de prijs in Paulus' late brieven?

  • Maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, [WAAR?]die van boven is,[In WIE?]in Christus Jezus.” (Fil 3:14).

 

Paulus zegt in 2 Tim 4:8:

  • NBG: “Voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad. St. Vert.: zegt: in dien dag.”

 

Dan eerst de vraag: Wanneer ontvangen de in Christus geplaatsten, het Lichaam van Christus, de PRIJS? Anders gezegd:

  • Wanneer ontvangen zij, die tot het Lichaam van Christus behoren de erfenis?

 

Dat begint direct na het sterven, wanneer we deel krijgen uit de uitopstanding van tussen de doden uit.

  • En wanneer ontvangen zij die krans of kroon der rechtvaardigheid?

 

1 Petr 5:4 zegt:

  • En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven.”

 

Ja, ik weet wel, dat Petrus dit zegt tegen die heiligen uit de Handelingen periode, maar zou het voor ons anders zijn? Zouden wij, die in Christus erven de krans of de kroon eerder ontvangen?

Want wat staat er geschreven?

2 Tim 4:8:

  • NBG: “Voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad.”

 

Wanneer allen die tot het Lichaam van Christus behoren, net als Christus hun erfenis in ontvangst mogen nemen, en zij net als Christus geplaatst zullen worden in de rechterstoel des Vaders, dus in de macht van God, dan zullen al de getrouwente dien dage, hun kroon/krans in Hem mogen ontvangen wanneer Christus verschijnt in heerlijkheid, en dan zullen zij allen met Hem verschijnen in heerlijkheid, gekroond en wel, klaar om onze taak, waartoe Hij ons heeft voorbereid uit te oefenen.

Dus wanneer Paulus zegt:

  • Voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven,” (2 Tim 4:8)

 

Dan betekent dit dat allen die tot het Lichaam van Christus behoren, en deel krijgen aan de uitopstanding tussen de doden uit, hun plaats zullen mogen innemen in Christus in de rechterstoel van de Vader, dus in de macht van God.

Die uitopstanding van tussen de doden uit is het eerste grote heilsfeit, dat de getrouwen na hun sterven zullen meemaken, en dan volgt ook de rest van alle zegeningen, die we net als Christus zullen mogen ontvangen. Dat hoort allemaal bij elkaar. We moeten beseffen dat er hele lange tijd ligt tussen het eerste en het laatste heilsfeit wat Paulus als de Prijs (= Christus) mocht ontvangen. Hij is ca. 2000 jaar geleden vanuit de doden opgestaan, en zal pas in de toekomt de krans der rechtvaardigheid ontvangen. Dat is een bijbelse zekerheid!

Allen, die tot het Lichaam van Christus behoren zullen dán (meteen na hun sterven) de erfenis mogen ontvangen (op een kroon na).

Want die krans der rechtvaardigheid zal later, te dien dage worden uitgereikt aan allen, die reeds op een eerder tijdstip (na het sterven) hun positie in Christus hebben mogen innemen. Aan allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad.

Aan allen die in geloof hebben uitgekeken naar die “epiphanea” van de Heere Jezus Christus. Begrijpen we dat broeders en zusters?

Er staat “te dien dage”, en altijd wanneer we de term “te dien dage” in het Woord tegenkomen, dan zullen we ontdekken, dat dat altijd te maken heeft met de dag dat de Heere wederkomt om Zijn Koningschap op zich te nemen.

Enkele voorbeelden van “te dien dage”:

  • Zach 3:9-10 “En Ik zal op één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen. 10 Te dien dage, luidt het woord van de HERE der heerscharen, zult gij elkander nodigen onder de wijnstok en onder de vijgeboom.”
  • Zach 14:4: “Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten.”
  • Zach 14:9: “En de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HERE de enige zijn, en zijn naam de enige.”

 

Kan iemand, die bij het Lichaam van Christus behoort, en deel krijgt aan de uitopstanding in Christus, de kroon der rechtvaardigheid missen? Nooit!

Waarom niet zult u zich misschien afvragen?

Broeders en zusters, omdat allen die tot het Lichaam van Christus behoren op exact dezelfde wijze zullen erven, en op exact dezelfde wijze de hemelse zegeningen zullen ontvangen.

En als je in navolging van Paulus de aardse wedloop voltooit, dan mogen wij in navolging van Paulus zeggen:

2 Tim 4:7-8

  • Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; 8 voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven.”

 

Dit betekent dat Paulus deel krijgt aan de uitopstanding, en dat hij de volledige erfenis in ontvangst zal mogen nemen, die alle zegeningen in Christus omvat:

 

  1. met Hem begraven, Kol 2:12

  2. mede levend gemaakt, Ef 2:5

  3. mede opgewekt, Ef 2:6 + Kol 2:12

  4. mede een plaats gegeven, Ef 2:6

  5. mede-erfgenamen, Ef 3:6

  6. medeleden = van hetzelfde lichaam, Ef 3:6

  7. medegenoten, Ef 3:6

  8. mede gebouwd worden, Ef 2:22

  9. met Hem verschijnen, Kol 3:4

  10. EN ALS LAATSTE:met Hem (als koningen) heersen, 2 Tim 2:12 DAN DE KROON

     

Deel 9 volgt DV

Bert Boersma augustus 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

 

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 9)

 

 

 

De vorige keer zijn we geëindigd met een opsomming van alle zegeningen, die behoren bij de erfenis van allen die tot het Lichaam van Christus behoren.

 

Ik wil daar graag nog iets nader op ingaan. Want dit is een heel bijzonder belangrijk onderwerp.

 

Toen ik de vorige keer deel 8 verstuurde, dacht ik de rij al compleet te hebben met de opsomming van al de zegeningen die allen, die tot het Lichaam van Christus behoren ten deel zullen vallen. Maar een oplettende broeder, die ook veel met deze dingen bezig is, maakte mij erop attent, dat er nog dingen ontbraken. Ik dank hem voor zijn delen in zijn “schatgraven” in het Woord.

En zo zou het altijd moeten werken in het Lichaam wat we samen mogen vormen. Dat we elkaar dingen aandragen, en elkaar op dingen uit het Woord wijzen. Want dan wordt de tekst realiteit, die zegt:

 

  • Geworteld en gegrond in de liefde, 18 zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, 19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.” (Ef 3:17-19).

 

Al een hele tijd ben ik (met tussenpozen) op onderzoek in de late brieven van Paulus, waar je in de grondtekst het woordje SUN tegenkomt. Meestal is dat vertaald door “mede”, maar niet altijd. Dat woordje “sun” geeft aan dat zij die tot het Lichaam van Christus behoren, al wandelende in Christus, op exact dezelfde wijze zullen delen in de zegeningen, zoals die ook Christus ten deel zijn gevallen. Dat is heel rijk, dat zijn overweldigende zegeningen voor allen die in navolging van Paulus hun roeping waardig wandelen.

 

Daarbij gaat het niet om eigen werken, of eigen verdiensten, maar om het werk wat de Heere in ons kan doen. Dat kan alleen in een ootmoedig, nederig hart in die gezindheid, zoals die ons door de apostel Paulus wordt geleerd. En de grote genade is dan, dat Zijn werk, wat Hij in ons kan doen, ons wordt toegerekend. Hoe bijzonder!

 

Dus broeders en zusters, samengevat: Allen die tot het Lichaam van Christus behoren zijn/worden op dezelfde manier als Christus in Christus gezegend. Maar we moeten goed beseffen dat deze dingen voortdurend staan in de Griekse Aoristus-1 tijd. Dat betekent, dat die zegeningen moeten worden vastgemaakt door een waardige wandel in de Heere. Het is Zijn wandel, Hij wil zorgen dat wij die roeping waardig wandelen. En daarbij moeten wij in de juiste gezindheid staan.

 

Dus, in de Griekse vertaling lezen we vaak het woordje “sun”, wat in onze vertalingen vaak door “mede” is vertaald, maar dat is een heel zwakke vertaling van de werkelijke betekenis van “sun”, want de werkelijke betekenis drukt een absolute onderlinge gelijkheid uit. Dit betekent dat ieder lid van het Lichaam van Christus op absolute gelijke wijze deelt in de erfenis én de positie, én de plaatsing in de hemel, én het met Hem als koning heersen, enz. Totaal volledige gelijkheid wordt daardoor uitgedrukt!

 

Onderstaand (nieuw) schema laat zien waar we “SUN” vinden:

 

 

 

1. Met Hem gekruisigd

sustauroo

van sun en stauroo

Rom 6:6, Gal 2:20

2. Met Christus gestorven

sunapothnesko

van sun en apothnesko

Rom 6:8, 2 Tim 2:11

3. Met Hem begraven

sunthaptho

van sun en thaptho

Rom 1:4, Kol 2:12

4. Mede levend gemaakt

suzoopoieo

van sun en zoopoieo

Ef 2:5, Kol 2:13,

2 Tim 2:11

5. Mede opgewekt

sunegeiro

van sun en egeiro

Ef 2:6, Kol 2:12

6. Medeleden

sussomos

van sun en soma

Ef 3:6

7. Medegenoten

summetochos

van sun en metochos

Ef 3:6

8. Mede gebouwd worden

sunoikodomeo

van sun en oikodomeo

Ef 2:22

9a. Mede een plaatsgegeven =

9b. Mede burgers

sugkathizo

sumpolites

van sun en kathizo

van sun en polites

Ef 2:6

Ef 2:19

10. Mede erfgenamen

sugkleronomos

van sun en kleronomos

Ef 3:6, Rom 8:17

11. Met Hem verschijnen

sunphaneroo

van sun en phaneroo

Kol 3:4

12. Met Hem (als koningen) heersen

sumbasileuo

van sun en basileuo

2 Tim 2:12

 

 

 

Volledige gelijkheid wordt hier uitgedrukt. In alle opzichten.

 

Al deze overweldigende zegeningen (voor zover ik ze in het Woord heb mogen ontdekken) zullen aan de leden van het Lichaam van Christus op dezelfde manier aan alle leden geschonken worden, zoals ze aan Christus gegeven zijn. Het is niet zo, dat er iets, bijvoorbeeld een kroon aan zal kunnen ontbreken, of iets anders, het is volkomen compleet, en identiek.

Broeders en zusters, is dit geen overweldigende genade?

 

Paulus zegt in de Filippenzen brief:

  • Zó van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf, omdat ik u op het hart draag, daar gij allen, zowel bij mijn gevangenschap als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten zijt van de mij verleende genade.” (Fil 1:7).

 

Dit is overweldigende genade, dit is genade op genade, wat betekent genade in plaats van genade. We hadden al genade ontvangen, toen we tot geloof kwamen, maar deze genade (SUN-SUN-SUN.....) stijgt boven alles uit, en in deze overweldigende genade mogen wij roemen!

 

En wanneer we deze zegeningen overdenken, bijvoorbeeld dat ons mede een plaats is gegeven, dan mogen we uit het Woord weten, dat die plaats aan de rechterhand van God is. Dat betekent dat de leden van het Lichaam in de macht van God zitten, en macht betekent heersen. En heersen betekent dat je een kroon zult ontvangen. Dus allen die tot het Lichaam van Christus behoren zullen worden geplaatst “in de macht van God”. Dan is het totaal ondenkbaar, dat er één lid geen kroon zal ontvangen.

 

Allen, die tot Zijn Lichaam behoren, hebben en zullen alles in Christus ontvangen.

 

Dit zeg ik met alle nadruk, omdat er soms in een uitleg wordt verkondigd, dat wanneer gelovigen niet goed “lopen” op de loopbaan, dat je dan een krans of een kroon kunt missen. Je zou dan ten allen tijde blijven ingelijfd in het Lichaam van Christus, maar je zou dan de kroon kunnen missen. Maar zo is het dus niet. Zoals eerder al is genoemd, het is alles of niets!

 

Van de genoemde punten in het schema zouden we van elk een bijbelstudie kunnen maken. Want broeders en zusters, het is echt overweldigend wat de Heere de Zijnen wil geven. Overdenk de punten maar eens één voor één in uw hart.

 

Paulus wist dat er veel op het spel stond. En Paulus heeft zijn gehele loopbaan de gelovigen aangespoord en aangemoedigd, om stand te houden, en de loopbaan met volharding tot het einde toe af te maken. Voortdurend lezen we over Paulus' aansporingen en aanmoedigingen.

 

Daarbij moeten we niet op onszelf zien, want onze eigen werken zullen ons bij de handen afbreken. Maar we mogen zien op het volbrachte werk van onze Heiland. Hij is overwinnaar! En wij met Hem!

 

Er is een prachtige tekst die zegt waar we ons oog op moeten richten tijdens onze loopbaan: 

  • Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. 2 Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. 3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.” (Hebr 12:1-2)

 

Ja, ik weet dat dit wordt gezegd tegen de Hebreeën, tegen de vreemdelingen in de verstrooiing, ook zij worden aangespoord met volharding de wedloop te lopen, die voor hen lag, om uiteindelijk hun erfenis betreffende de gemeente van eerstgeborenen in ontvangst te kunnen nemen.

 

Maar dit geldt net zo goed voor de gelovigen van nu. Ook wij dienen ons (geloofs)oog gericht te houden op Christus, Hij is de Voleinder des geloofs.

En wanneer we het Griekse woord opzoeken, wat met “Voleinder” is vertaald, dan vinden we het woord “Teleiothen”. Dit komt alleen hier voor in de Griekse tekst. Dus we hebben verder geen vergelijkings materiaal. Maar we weten wel, dat alle Griekse woorden die met “tele” beginnen, ons een blik gunnen in de toekomst. Ook kennen wij woorden, zoals televisie, telefoon, telelens, enz, die ons in feite ver weg laten zien. En door Gods grote genade mogen we door Zijn Woord weten, welke toekomst ons in Christus is bereid. Het kost enige inspanning om erachter te komen. Maar die inspanning wordt zeer rijkelijk beloond.

 

 

Deel 10 volgt DV

Bert Boersma Augustus 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

De Prijs der Roeping Gods (deel 10)

 

De vorige keer zijn we geëindigd met een opsomming van alle zegeningen, die behoren bij de erfenis van allen die tot het Lichaam van Christus behoren.

Volledige gelijkheid wordt hier uitgedrukt in al die teksten waar we “sun” vinden. In alle opzichten. Hier mankeert niets aan, en hier ontbreekt ook niets aan. Overal, in al deze teksten komen we het woordje “sun” tegen in de grondtekst, wat aangeeft dat het identiek is. Hierbij moet wel aangetekend worden dat het woordje “sun” vaker in andere verbanden in het Woord voorkomt, maar we hebben ons hier bepaald tot “sun” aangaande de zegeningen voor de leden van het Lichaam van Christus.

Al deze genoemde overweldigende zegeningen zullen aan de leden van het Lichaam van Christus op dezelfde manier aan alle leden geschonken worden, zoals ze aan Christus gegeven zijn. Het is niet zo, dat er iets aan zal kunnen ontbreken.

 

De leden van het Lichaam van Christus zullen allen als laatste onderdeel van de erfenis de krans/kroon der rechtvaardigheid ontvangen, te dien dage.

 

Kun je dan zeggen: Alle gelovigen horen bij het Lichaam van Christus, maar wanneer je je roeping niet waardig wandelt, dan mis je de prijs/kroon/krans? Nee, dan kan werkelijk nooit. Want allen die geplaatst worden in de rechterstoel van Christus zullen de kroon ontvangen te dien dage!

 

Wie missen dan de kroon? Zij die hun hoge roeping niet waardig wandelen, zij die wandelen als vijanden van het kruis van Christus. Zij missen niet alleen de kroon, maar de gehele erfenis. En daar waarschuwt Paulus voortdurend voor. En daarom is Paulus ook voortdurend bewogen om de broeders en zusters waar hij tegen spreekt.

 

Broeders en zusters, ik heb heel wat genoemd in deze bijbelstudie, en ik kan me ook voorstellen, dat het veel is, en dat u verschillende dingen een plekje moet geven, en daarom is het goed dat u deze dingen overdenkt met de Heere.

En dat is ook nodig. Want hoe maken we ons dingen uit het Woord ons eigen?

Door er mee om te gaan. Door het te bestuderen. Door het ernstig na te vorsen. En dan geeft de Heere ook zijn belofte:

  • Hij is een beloner voor wie Hem ernstig zoeken.” (Hebr 11:6).

 

Hoe zoek je de Heere ernstig? Door in alle ootmoed met Zijn Woord om te gaan.

En hoe beloont de Heere dan? Ik zou bijna zeggen, dat merkt u wel, wanneer u echt Hem ernstig gaat zoeken. Want dan geeft Hij u open ogen, voor datgene wat wat voor u nodig is. Dan opent de Heere uw ogen voor Zijn Woord. Stukje bij beetje. En dat is echt zo. Hij doet echt wat Hij zegt!

 

Dan moeten we ook nog even naar de tekst uit 2 Tim 2:12, want die hoort er eigenlijk wel bij:

  • Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven; indienwij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen; indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.”

 

Er zit een opbouw in deze tekst:

Als eerste: “Indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.”

Dit geldt voor alle gelovigen, die wederom geboren zijn. Want het Woord zegt: “Wie gelooft zal leven!”

 

Als tweede: “Indien wij volharden, (die heiligen), zullen wij ook met Hem als koningen heersen.”

 

Dit heeft te maken met de persoonlijke wandel, en wanneer het zo is, dat de Heere in ons werken van goud, zilver en kostbaar gesteente kan voortbrengen, dus Zijn werken in ons kan bewerken, dan zullen wij “met Hem als koningen heersen.”

Dit betekent, dat wij dan deel krijgen aan de complete erfenis inclusief de kroon te dien dage.

Immers, in de verzen daarvoor lezen we:

  • Om deze reden wil ik alles verdragen, om de uitverkorenen, opdat ook zij het heil in Christus Jezus verkrijgen met eeuwige heerlijkheid.”

 

Die uitverkorenen zullen niet alleen het heil in Christus ontvangen, maar zij zullen ontvangen het Heil in Christus mét eeuwige heerlijkheid.

Dat heeft alles te maken met het ontvangen van de erfenis, en wanneer er staat “dat wij met Hem als koningen zullen heersen, dan betekent dit, dat allen die in volharding hun loopbaan lopen, gekroond zullen worden. Dit is heel veel broeders en zusters, dit is overweldigende, onvoorstelbare genade!

Nogmaals: Niemand die tot het einde in afhankelijkheid van Christus blijft wandelen, zal de krans/kroon missen!

 

We hebben gelezen: “indien wij volharden”, moeten wij dan volharden? Nee, niet om behouden te blijven, dat ligt vast in Christus, maar wij moeten volharden op de loopbaan, wij moeten volharden in waardige wandel die Christus in ons wil bewerken, om uiteindelijk te kunnen zeggen, net als Paulus op het eind van zijn leven zei:

  • Ik heb de goede strijd gestreden ik heb het geloof behouden.”

 

En alleen dan “zullen wij met Hem als koningen heersen”. (vers 12).

En wanneer je als koning mag heersen, dan heb je ook zeker een kroon!

 

Wanneer we dan lezen, zoals in deze tekst staat, “met Hem als koningen zullen heersen, dan betekent dat in de context van bovenstaande, dat we de prijs (= In Christus) zullen ontvangen, omdat de prijs alles in Christus omvat, en een onderdeel van de prijs is “het heersen met Hem”.

En daarvoor is het noodzakelijk dat we de loopbaan met volharding lopen aan Zijn hand.

 

Als derde: “Indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen.”

Als we niet ingaan op die hoge boodschap van Paulus, en dus niet gaan “lopen op de renbaan”, dan verloochenen wij eigenlijk die hoge boodschap, die hoge positie, en dan zullen ook wij daarvoor niet in aanmerking komen. Dát betekent: “zal ook Hij ons verloochenen.” Dan zijn we voor wat betreft die hoge roeping ontrouw, dan zijn we aardsgezind.

 

Als vierde: “Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.”

 

Dit laatste wil zeggen, dat zelfs als gelovigen ontrouw zijn, en eigenlijk wandelen als vijanden van het kruis van Christus, dan toch blijft Hij getrouw, d.w.z. dat Hij nooit het volbrachte werk op Golgotha zal verloochenen. Daarin blijft Hij getrouw. Want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.

Christus zal nooit Zijn volbrachte werk verloochenen. Voor een gelovige staat het behoud te allen tijde vast!

 

En als we dan zo'n tekst tegenkomen waar sprake is van een krans of een kroon, Zoals bijvoorbeeld Fil 4:1, waar staat:

  • Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie mijn verlangen uitgaat, mijn blijdschap en kroon, staat alzo vast in de Here, geliefden!”

 

Of: 2 Tim 2:5

  • En ook als iemand aan een wedstrijd deelneemt, krijgt hij geen krans als hij de spelregels niet in acht heeft genomen.”

 

Dan moeten we die teksten in diezelfde context plaatsen, en dan betekent zo'n tekst, dat Paulus door zijn wandel, door zijn verkondiging, en door zijn voortdurende bewogenheid voor broeders en zusters, kortom door zijn wandel in Christus, mag weten dat hij DE PRIJS (= alles in Christus) zal ontvangen, inclusief zijn kroon te dien dage.

 

Volwassen worden

 

Volwassen worden, hoe doe je dat?

We weten hoe we als mens volwassen zijn geworden.

Toen we klein waren hadden we nodig dat we gevoed werden door anderen.

En beetje bij beetje werden we groter, en groeiden wij.

Toen we pubers waren, dachten wij dat we al heel wat waren, maar we moesten nog heel veel leren.

En we werden soms/vaak door onze ouders terecht gewezen. Was dat nodig?

Ja, want dat was nodig voor ons bestwil.

Hadden we dat in de gaten, dat dat het beste voor ons was?

Nee, vaak niet, en vonden we het alleen maar lastig, dat we onze eigen beslissingen niet konden nemen.

 

Zijn we er minder van geworden? Nee, alleen maar beter.

Zijn we nu als volwassenen volleerd? Nee, we leren nog iedere dag!

En we eten nog iedere dag om ons lichaam van vlees in stand te houden.

 

Geestelijk volwassen worden

 

Geestelijk volwassen worden gaat precies zo.

Toen we nog een baby in het geloof waren, hadden we nodig dat we door anderen gevoed werden. En beetje bij beetje leerden wij de Bijbel verstaan.

Toen we pubers in het geloof waren, dachten we al heel wat te weten, en we praten dat naar we wijs waren.

 

Soms werden we ook door ouderen in het geloof terecht gewezen. Was dat nodig?

Ja, dat was voor ons geestelijk welzijn.

Hadden we dat in de gaten, dat dat beter was voor ons geestelijk welzijn?

Nee, vaak niet, want we vonden het eigenlijk alleen maar lastig, dat we weer iets moesten afleggen, wat we eigenlijk liever vast wilden houden.

 

En wanneer we wilden buigen voor het Woord, zijn we er dan minder van geworden? Nee, we zijn er alleen maar dichter tot de Heere gekomen.

En wanneer we enigszins tot de volwassenheid zijn gekomen, zijn we dan volleerd? Weten we dan nu alles? Nee, we leren nog iedere dag, en de Heere gaat nog steeds door om ons op te voeden tot Zijn doel.

En, vergeet dat nooit, we hebben nog iedere dag Zijn voedsel nodig om geestelijk in leven te blijven en te groeien in Hem. En we moeten dagelijks onze olie aanvullen.

 

En broeders en zusters, dat is een een gezindheid, die niet eenmalig is, maar die gedurende onze gehele wandel bij ons aanwezig zou moeten zijn.

Want steeds wil de Heere ons verder leiden in Zijn Woord, en steeds krijgen we weer licht over iets waar we naar op zoek waren.

 

En dan moeten we dat pas-ontvangene eerst weer een plaatsje geven.

Misschien zijn het wel nieuwe dingen, die we in de plaats moeten zetten van eerdere dingen die we geloofden.

 

En dát is groeien. Dat is ook voortgaande genade, dat is genade inplaats van genade.

En dat ervaren we pas wanneer we ook heel persoonlijk aan de slag gaan met het Woord. En wanneer we bereid zijn het van de Heere ontvangene als Zijn Woord in onze harten vast te leggen. Groeien is een heel persoonlijke zaak.

En de weg die de Heere met ons wil gaan, is ook heel persoonlijk!

 

Hoe groeien wij?

 

Laten we maar eens lezen: Ef 4:12-16.

Het Woord is ons gegeven:

  • om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, demannelijkerijpheid, (St Vert: een volkomen man) de maat van de wasdom der volheid van Christus. (St Vert: totdematevandegroottedervolheidvanChristus;) 14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, 15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. 16 En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.”

 

Tot slot:Efeze 1:15-20:

  • Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof in de Here Jezus en van uw liefde tot al de heiligen, 16 niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden, 17 opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: 18 verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, 19 en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, 20 die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten.”

 

Amen

Bert Boersma, september 2014 boersmaklm@hetnet.nl

www.waardig-wandelen.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk