Verlossing

 

Verlossing

Waar verlost de Heere ons allemaal van?

Hoe gaan we hierbij stilstaan? We gaan dit onderzoeken, niet alleen leerstellig, maar ook vooral praktisch. Vooral gaan we zien, wat de Heere heeft gedaan, en wat de Heere in ons leven doet, maar ook wat Hij zal doen.

De verlossing is niet iets wat alleen in het verleden is gebeurd, maar ook wat er in het heden plaatsvindt. Aan ons en in ons en wat Christus nog aan ons zal volvoeren in de toekomst. Die twee laatste aspecten hebben we meestal niet zoveel oog voor. Het is wel heel belangrijk om dat te zien.

Als je tot geloof komt dan is het niet zo belangrijk, dat je alle aspecten van de verlossing ziet, dan is het alleen maar belangrijk, dat je gaat inzien dat de Heere Jezus je Heiland is, dat Hij voor je leed en stierf, Zijn leven gaf op Golgotha's kruis. Dat Hij Zijn bloed vergoot voor je zonden, dat je vergeving en verlossing kan krijgen van je zonden. Dat alles, als je Hem als Heer en Heiland aanvaardt.

 

Het is wel zo, wanneer wij op de weg des geloofs dan gaan wandelen, en groeien in het geloof, dat de Heere Zijn Woord aan ons geeft en dat Hij ons Zijn volledige werk bekend maakt. Vervolgens moeten wij wel de tijd er voor nemen, om daar studie van te maken, want Hij geeft Zijn Woord niet voor niets aan ons, maar opdat wij zullen ontdekken, hoe groot Zijn genade is en hoe verstrekkend Zijn verlossingswerk aan ons is.

 

Als we de vraag stellen; waarom kwam de Heere Jezus naar deze aarde? En we proberen deze vraag aan de hand van de Bijbel te beantwoorden, dan vinden we in het Woord verschillende antwoorden. Zoals in Mark.10:45:

  • Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.”

 

Hij is gekomen om Zelf te dienen en wel om Zijn leven te geven, als een losprijs voor velen. De Bijbel voegt daar nog aan toe in Luk.19:10:

  • Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden.”

 

Gaan we dan naar de andere Evangelist Johannes, die aanhaalt wat de Heere Jezus daar over zei, over zijn komen naar deze aarde, dan lezen we in Joh.12:47:

  • Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.”

 

De Heere Jezus vertelt ons in deze teksten dat Hij Zijn leven gegeven heeft als een losprijs. Wat is een losprijs ? Een losprijs wordt wel eens geëist als iemand gekidnapt is. De Heere Jezus zegt; Ik ben gekomen om te zoeken hetgeen wat verloren was. Hij is gekomen om de wereld te behouden.

Deze verklaringen maken toch wel duidelijk, dat iets met deze wereld volkomen mis is, want Hij zegt: “Die wereld heeft verlossing nodig. Het is noodzakelijk dat Iemand de losprijs voor velen moet betalen.”

Wij zijn dus gekidnapt, wij bevinden ons in vreemde handen, in vijandige handen. “Die wereld”, zegt de bijbel, “is in slavernij”. Die wereld moet worden losgekocht. En Christus gaf Zijn leven als losprijs voor velen.

 

De mens wil dat natuurlijk helemaal niet weten. De mens spreekt van vrijheid, van vooruitgang. Er moet altijd meer, men wil van de vooruitgang profiteren. De mens wil ook genieten van de materiële welvaart, die de wereld biedt.

Maar de wereld is in de slavernij van de zonde, dat laat de bijbel zien. De Heere laat zien, dat de wereld moet worden losgekocht, dat er een losprijs moet worden betaald en dat de wereld verloren is.

 

De Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden. De wereld heeft verlossing nodig. In het N.T. Zijn er heel veel woorden die worden gebruikt voor het woord “verlossing”, voor “redding”. Het is bijzonder dat vijf van de tien woorden van het Griekse woord voor verlossing, worden gebruikt voor het volk van Israël i.v.m. de verlossing uit Egypteland. Dat is niet zo vreemd, want in het O.T. vinden wij de verlossing typologisch uitgebeeld in de bevrijding van de kinderen Israëls uit de slavernij van Egypte.

 

In Exodus, wat betekent “uittocht”, vinden we de geschiedenis van de kinderen Israëls, die daar in slavernij waren. De Bijbel laat zien dat Egypte een type is van de wereld en dat de kinderen Israëls een beeld is van de mens die in slavernij is.

Dat de Farao van Egypte een type is van de satan, die de overste van de wereld is.

 

Heel het bijbelboek Exodus laat aan ons zien, dat wij waren als slaven, net als de kinderen Israëls, zoals nu de mens in deze wereld. Dat wij een slaaf zijn van de zonde, dat wij slaaf zijn van Farao, slaaf van de satan, dat ons dwangarbeid is opgelegd. Wij zijn eigenlijk in een zelfde situatie als Israël toen.

De kinderen Israels konden zichzelf niet bevrijden. Ze konden niet staken. Ze waren slaaf, ze hadden geen enkel recht. Eerst zag het daar in het land Goosen wel geweldig uit. Het was een vruchtbare streek voor hun kudde en ze woonden daar in alle rust, maar opeens komt men tot de ontdekking, dat het toch het gebied was van Farao.

 

Zo ontdekken wij langzamerhand in ons leven, dat er iets mis is in de wereld. Hoe ouder je wordt en ieder mens ontdekt dat, ook al draait hij zich daarvoor weg, komt er achter, dat die zonde als een vloek over de schepping ligt. Dat openbaart zich erin dat alles vergankelijk is.

Je koopt een nieuwe auto en die koop je voor je leven, ja mooi niet, na zoveel jaar moet je weer een nieuwe kopen. Dat is zo met alles wat je koopt.

Als je ouder wordt dan ontdek je dat je lichaam ook slijt en dan krijg je klachten.

De werkelijkheid is, dat alles door vergankelijkheid is aangetast. Dat het loon wat de zonde geeft de dood is, het is allemaal een gevolg van de zonde.

 

Wat God al in het paradijs tegen Adam zei: “Als je dat doet dan zul je de dood sterven.” Dat zie je ook om je heen, dat er mensen lijden, dan sta je in je leven steeds weer aan een graf, van je vrienden en dat je broeders en zusters moet begraven. Het is leven is aangetast door de dood en helemaal niet zo gelukkig, als men elkaar voor houdt. Het leven is maar een ademtocht, voor je het weet is het voorbij.

 

Zo was het voor de kinderen Israëls ook. In het land Goosen kwamen zij daar achter, en het werd steeds erger. Want er kwam een andere Farao die Jozef niet hadden gekend. Die zag een gevaar in die kinderen Israëls. Hij legde hen zware arbeid op.

Ze moesten tiggelstenen maken, het werd steeds erger en ze werden steeds zwaarder verdrukt.

In ons leven moeten we er ook eigenlijk door schade en schande, door persoonlijke situatie's en omstandigheden achter komen, dat hij een verlosser nodig heeft, dat hij bewust wordt dat er ook iets met hemzelf iets mis is.

 

Wie zal mij verlossen ? Dat is eigenlijk de centrale vraag die de mens dan zou moeten stellen. Israël werd in het land Goosen zwaar onderdrukt en God hoorde hun gekerm. Ex.6:4:

  • Ook heb Ik de klacht der Israëlieten gehoord, die door de Egyptenaren tot slaven gemaakt zijn, en Ik heb gedacht aan mijn verbond. 5 Zeg derhalve tot de Israëlieten: Ik ben de HERE, Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden, u redden van hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en onder zware gerichten.”

 

Voordat je de Heere Jezus leerde kennen als Verlosser, kende je Hem niet. Hij was met de naam “Heere” niet bekend. Je hebt wel misschien wel eens van Jezus gehoord, maar je hebt Hem niet als Heere erkend. Wat is dan verlossing?

Nou verlossing is niet alleen: “Verlossing van de slavernij, maar ook dat je uitgeleid wordt, uit het land Egypte en dat je ook gebracht wordt naar het land Kanaän.

Zo lees je in Ex.6:5-7:

  • "Zeg derhalve tot de Israëlieten: Ik ben de HERE, Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden, u redden van hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en onder zware gerichten. 6 Ik zal Mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, uw God, het ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid. 7 En Ik zal u brengen naar het land, waarvan Ik gezworen heb het aan Abraham, Isaak en Jakob te zullen geven, en Ik zal het u geven tot een bezitting, Ik, de HERE.”

 

Ik zal u redden, Ik zal u leiden uit Egypteland, Ik zal u brengen naar het beloofde land Kanaan. Dat is dus primair wat verlossing in de bijbel inhoudt. Dat je bevrijd wordt van de slavernij der zonde, dat je uitgeleid wordt uit deze wereld en dat je gebracht wordt naar het land Kanaän. Het beeld is dat Kanaän, het erfdeel, wat in vreemde handen is overgegaan, wat primair was voor de mens, wat dus in het paradijs geheel fout is gegaan.

 

Toch is dat beeld niet helemaal compleet, want als we hier in Ex. 6 blijven, dan mag Mozes optreden als de verlosser, een type van Christus. Maar het woord “verlosser”, “Goël” in het Hebreeuws, kan je niet alleen vertalen met “verlosser”, maar ook nog door “wreker”.

Wat de Heere hier belooft aan Mozes, t.a.v. het volk Israël, dat heeft God ook gedaan. Hij heeft het volk door een sterke hand uitgeleid.

 

De tien plagen over Egypte zijn gekomen en de uittocht heeft plaats gevonden, ze zijn getrokken door de Schelfzee, ze staan dan aan de andere kant. Dan zien de kinderen Israëls de vijand die hen zo tuchtigde, dood aanspoelen aan de oever van de zee.

 

Je bent amper een paar hoofdstukken verder, en dan zie je de afloop in Ex.14:30-31:

  • "Zo verloste de HERE op die dag de Israëlieten uit de macht der Egyptenaren. En Israël zag de Egyptenaren dood op de oever der zee liggen. 31 Toen zag Israël, welk een machtige daad de HERE tegen Egypte gedaan had; en het volkvreesde de HERE en zij geloofden in de HERE en in Mozes, zijn knecht."

 

Ook Asaf spreekt hier over in Ps.74:13

  • 13 Gij zijt het, die de zee hebt gekliefd door uw kracht,
  • de koppen der draken in het water verbrijzeld.
  • 14 Gij zijt het, die de koppen van de Leviatan hebt vermorzeld,
  • hem aan het woestijngedierte tot spijze gegeven.
  • 15 Gij zijt het, die bronnen en beken hebt opengebroken;
  • Gij zijt het, die altijdvlietende stromen hebt doen verdrogen.

 

Mozes als een type van de Heere Jezus Christus. Die dag komt ook voor ons, dat wij zullen zien met onze beide ogen, welk een machtige daad de Heere gedaan heeft. Als wij al de vijanden die ons knechten dan dood zien liggen.

Dan vrezen we de Heere en Zijn Knecht, de Knecht des Heren, namelijk de Heere Jezus Christus.

 

God is een Wreker, en er is iets fundamenteel mis in de schepping. God doet geen half werk, Hij is aan de ene kant de Verlosser, aan de andere kant ook de Wreker.

De verlossing uit Egypte betekende heel veel voor het volk Israël, toen ze stonden aan de oever van de Schelfzee. Ze waren namelijk verlost van de zonde, ze waren verlost uit Egypte, en ze waren verlost van de Farao, die een beeld is van satan. Ook van de slavendrijvers, beeld van de demonen wereld, waren ze verlost. Het hele rijk der duisternis lag dood.

 

Waardoor werd die verlossing nu mogelijk?

 

Wat is het centrale thema in Exodus? Dat was het slachten van het Paaslam en het strijken van het bloed aan de deurposten, waar achter zij konden schuilen, toen die verderfengel door Egypteland ging. Daar zat heel de verlossing van het volk van Israël aan vast.

Sommige mensen vinden Exodus een mooi verhaal, maar het slachten van dat Paaslam en dan dat strijken van dat bloed aan de deurposten, dat staat hun tegen.

Sommigen zeggen ook dat de Bijbel toch een bloederig boek is. Inderdaad het is een bloederig boek. Er is echter een regel in de bijbel die zegt: “Zonder bloedstorting is er geen vergeving”.

 

Waar je de Bijbel ook aansnijdt, er vloeit bloed. Dat begint eigenlijk al op de eerste pagina van de Bijbel waar de mens gezondigd heeft in het paradijs. Dan voert God in feite wel de straf uit, niet door Adam en Eva te doden, maar door gebruik te maken van een plaatsvervanger. Want ook toen was er al een plaatsvervanger.

De Heere neemt daar blijkbaar 2 dieren die Hij slacht, om van de huid van die dieren schorten te maken voor Adam en Eva, waarin ze gekleed het paradijs verlaten.

 

Het oordeel werd uitgesteld, er is plaatsvervanging, er vloeit plaatsvervangend bloed.

Even later vloeit er weer bloed van het lam, het offer van Abel. Zo eindigt de Bijbel ook, dan zie je daar een Lam staan, staande als geslacht (Open 5:6 St. Vert.)

Dat is nou precies wat een mens niet wil. De mens wil eigenlijk liever de weg van Kaïn gaan. De weg van een eigenwillige, eigendunkelijke godsdienst. Een godsdienst zonder bloed.

 

De verlossing en het feest van Israël

 

De verlossing en het feest van Israël begon bij het bloed van het lam. De verlossing en het feest in ons leven begon ook bij het ware Paaslam, de Heere Jezus Christus, Die Zijn bloed voor ons vergoot. Als je in je leven niet bij dat kruis komt, dan kan het nooit een feest worden in je leven. Dan kun je nooit bevrijd worden van de slavernij der zonde, dan kan je nooit gescheiden worden van Egypte. Dan blijf je in die wereld en die wereld blijft aan je trekken.

Dan kom je nooit onder de macht van de Farao vandaan, dan kom je nooit onder de macht van satan vandaan.

 

Dan ga je nooit op reis met de Heere door de woestijn van deze wereld, op weg naar het hemelse Kanaan, om het in geloof in bezit te nemen.

De uittocht begint bij het kruis. Veel mensen willen dat overslaan, die willen beginnen met een heilige wandel, willen direct beginnen met een nieuw leven. Maar het kruis van Golgotha staat aan het begin. Christus is het begin van ons nieuwe leven. De Bijbel zegt:

  • Wie de Zoon heeft, heeft het leven, wie de Zoon van God niet heeft die heeft het leven niet (1 Joh.5:12)

 

De mensen in de wereld denken echt te leven, en zij menen dat wij, gelovigen, zo dood als een pier zijn. Dan vergissen ze zich zeer, wat de mensen in de wereld leven noemen, dat noemt God dood.

Ze zouden moeten luisteren, naar wat God zegt; jij bent dood in zonden en misdaden.

Dat is wel een bestaan, maar dat is geen leven. Niemand hoeft met ons als gelovigen medelijden te hebben, want wij weten door genade, wat het ware leven is. Het leven is in Christus Jezus onze Heiland, onze Verlosser.

 

Het is leven wat Hij door Zijn dood aan het licht heeft gebracht, onvergankelijk leven, eeuwig leven. Hij die Zijn leven gaf voor Zijn schapen, toen Hij voor hen stierf, geeft Zijn leven aan Zijn schapen, nu Hij voor hen leeft. Dat is het geheim, Hij deelt Zijn leven nu met ons.

Daarom is het leven van een christen in wezen een feest. Daarom zegt Paulus:

  • Ook ons Paaslam is geslacht, zo laat ons dan feestvieren, omdat onze zonden zijn weggedaan.”

 

Omdat we op grond van het offer van Christus, gemeenschap met God kunnen hebben. Of beter gezegd, dat God gemeenschap met ons kan hebben.

Is het voor ons echt een feest in ons leven? Dat we weten verlost te zijn, dat we de Heiland hebben leren kennen. Of zijn we in de praktijk van ons leven toch nog een slaaf van de zonde, slaaf van satan, slaaf van de wereld, waardoor we in ons leven niet echt kunnen genieten van de verlossing, die de Heere Jezus ons biedt.

Zijn we nog in Egypte, of zijn we in geloof door de Schelfzee getrokken? Of zijn we nog ergens in die woestijn, of zijn we al in het hemelse Kanaän binnen getrokken ?

 

We moeten goed beseffen dat we zijn verlost uit Egypte, de Schelfzee ligt achter ons. We zijn gered voor altijd. We zijn op reis naar dat hemelse Kanaan. Satan kan ons niet terug zetten in Egypte. Eén ding kan hij wel, namelijk trachten te verhinderen dat we op die reis ook gaan genieten, genieten van onze verlossing. Satan kan ons niet onze redding ontnemen. Eénmaal behouden, blijft behouden, éénmaal gered blijft gered. Daar zorgt Christus voor!! Hij laat niemand uit Zijn hand rukken.

 

Satan kan wel de kracht des geloofs en de blijdschap ons ontnemen. Daarom zie je soms kinderen Gods, die wel behouden zijn, maar die beroofd zijn van alle blijdschap, geen overwinning kennen, die leven in de nederlaag. Om die vraag maar eens heel persoonlijk te stellen: Geniet ik echt van de verlossing?

 

Een bijbelstudiedag bijvoorbeeld, houdt altijd een gevaar in zich. Het is net als een soort busreis, die langs mooie bijbelse plaatsen, tussen Egypte en Kanaän gaat. Vanuit de bus kun je dat allemaal zien, maar het heeft niet echt je hart, en je gaat morgen weer over tot de orde van de dag. Dat is het grote gevaar.

Die verlossing uit Egypte, én het doortrekken door de woestijn is een persoonlijke voettocht, die we heel persoonlijk in het geloof hebben af te leggen.

 

Het is zoals de Heere tegen Jozua ook zei, bij het binnen trekken van het land Kanaan. Jozua 1:1-3:

  • "Het geschiedde na de dood van Mozes, de knecht des HEREN, dat de HERE tot Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, zeide: 2 Mijn knecht Mozes is gestorven; welnu, maak u gereed, trek over de Jordaan hier, gij en dit gehele volk, naar het land, dat Ik hun, de Israëlieten, geven zal. 3 Elke plaats die uw voetzool betreden zal, geef Ik ulieden, zoals Ik tot Mozes gesproken heb."

 

Elke plaats geef Ik u, maar je moet wel eerst je voetzool erop zetten. Je moet het je wel persoonlijk toeëigenen, anders wordt het nooit je eigendom. Dat is het hele geheim. We hebben niets aan bijbelstudiedagen als het alleen maar een mooie busreis is, als je niet persoonlijk je voet zet op al die zaken van de reis, wat God zegt en dat je niet persoonlijk Zijn Woord toeëigent. Daar heb je je hele leven voor. En die hele reis mag je in het geloof maken aan Zijn hand.

 

Waar moeten we in de praktijk van ons leven dan van verlost worden, willen we genieten van de verlossing die er is in Christus? In de eerste plaats moeten we verlost worden van de slavernij. Daar kermde de het volk Israël enorm onder. Dat vinden we in Ex.1:13-14

  • "Toen lieten de Egyptenaren de Israëlieten onder mishandeling werken; 14 ja, zij maakten hun het leven bitter door harde slavenarbeid met leem en tichelstenen en door allerlei arbeid op het veld – alle werk, waartoe zij hen onder mishandeling als slaven gebruikten."

 

Slavernij dat kennen we niet meer zo. Je kan tegenwoordig niet naar de markt gaan en daar een slaaf kopen. Stel je voor dat je slaaf bent en staat op de markt om verkocht te worden, met een prijskaartje om de nek. Er waren mensen die uit medelijden zo'n slaaf kochten en die slaaf dan in vrijheid stelde. Dat was iets geweldigs als hem dat overkwam.

Dat er zo maar iemand kwam en die trok zijn beurs en betaalde de prijs, de losprijs. De slaaf dacht dan, nu ben ik zijn eigendom maar vervolgens wordt er dan gezegd: “Je bent nu helemaal vrij.” Als je dat overkwam dan kon je wel jubelen, je was dan vrijgekocht van de slavenmarkt.

 

Wat staat er in Mark.10:45

  • Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

 

De Heere Jezus kwam om Zijn leven te geven als losprijs voor velen. De mens is in de slavernij van de zonde, in slavernij van de dood, in slavernij van satan. Christus betaalde de losprijs met Zijn kostbaar dierbaar bloed.

 

Hij stelde ons in de vrijheid. Joh.8:36

  • Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.”

 

Zijn wij in de praktijk van ons leven zijn dan werkelijk vrij? Wat staat er dan in vers 34?:

  • Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde.”

 

Ondanks dat Christus ons heeft vrij gekocht van de slavenmarkt en ons in de vrijheid heeft gesteld, dan moeten we erkennen dat er in onszelf geen goed woont. Dat we toch allemaal die ervaring kennen, die Paulus opschreef in Rom.7:14 en 15:

  • Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde. 15Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik.”

 

Menigmaal in ons leven komen we er achter, dat we vlees zijn en dat verkocht zijn onder de zonde, en dat we wel het goede wensen te doen, maar dat we datgene waar we een afkeer van hebben, dat doen we dat in de praktijk. Wanneer Christus ons vrij gemaakt heeft, dan zult u werkelijk vrij zijn.

 

Zijn we werkelijk vrij?

 

Paulus ervaart dat hij niet vrij is. Als we het in ons leven met ons vrome vlees proberen te doen, dan ontdekken we, dat we vlees zijn. Ik ben niet in staat om geestelijk uit mijzelf te leven. Als ik dat probeer, om geestelijk zo goed mogelijk te leven, dan ligt het kwaad mij al nabij, dan zijn wij kansloos. In plaats dat het dan beter gaat, dan gaat het juist slechter. In die fout vallen wij menigmaal, en dan zijn wij gelukkig geen buitenbeentje. Paulus schrijft in vs 24:

  • Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 25 Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here!”

 

Dit is iets wat hij uit zijn persoonlijke ervaring opschrijft. Toen hij dit opschreef was hij al een 55-plusser. Hij kende de Heere hier al minstens 25 jaar en dan dit toch nog opschrijven; “ik ellendig mens.” Als je dit ontdekt van Paulus, dan denk je misschien wel, gelukkig hij had dit ook.

Hij kende al jaren de Heere, hij had al heel wat bijbelboeken geschreven, namelijk de Galaten brief, 1 en 2 Kor., 1 en 2 Tess. en de Hebreen brief. Hij schrijft dit aan het eind van de Handelingen en schrijft dan nog: “Wat ben ik toch een ellendig mens.”

 

Dit hoort erbij, deze strijd is er volgens de bijbel en deze strijd blijft zolang je leeft. Dit wordt echter niet gepredikt. Het is niet waar dat de zonde in je leven helemaal zal uitdoven. Zolang wij nog in dit vlees leven, in dit lichaam, zullen wij te maken hebben met die strijd, die in mijn binnenste woedt tussen geest en vlees. Hij bedoelt daarmee zijn eigen lichaam. Dan eindigt hij met vers 25:

  • Gode zij dank door Christus Jezus onze Heer!”

 

Wij kennen dat ook wel in ons leven, dat we voor het aangezicht van de Heere zeggen: ”Ik ben hopeloos tekort geschoten, ik ellendig mens.”

Deze strijd is er en volgens de bijbel duurt deze strijd zolang je leeft. Het is niet waar dat de zonde helemaal uit je leven verdwijnt. Zolang wij nog in dit vlees, in dit lichaam ons verblijf hebben, zullen we te maken hebben met die strijd, die in mijn binnenste woedt, tussen geest en vlees.

Hoe kan je hier uitkomen, gelukkig kun je er in je leven achter komen, door schade en schande, alleen door de verlossing. Maar die verlossing is nog niet compleet er moet nog iets geschieden. Wij moeten nog verlost worden van het lichaam dezes doods en wanneer zal dat zijn? Dat gebeurt als wij ons hoofd neerleggen en deel hebben aan de uitopstanding en bij Christus zullen zijn. Dat we een verheerlijkt lichaam zullen krijgen, dan zullen we van die aanwezigheid van de zonde verlost zijn.

Die verlossing strekt zich veel verder uit dan Egypte. Het kruis is slechts het begin.

 

Daarna is het een gaan met de Heere Jezus Christus op weg naar dat hemelse Kanaan. Door de woestijn van dit leven, de woestijn van deze wereld. Waar je de geestelijke lessen van de Heer leert, voordat je aankomt in die hemelse gewesten. Waar we straks ook letterlijk zullen zijn.

 

Helaas horen we tegenwoordig vaak zo'n prediking, wat eigenlijk een verkeerde prediking is. Men bedoelt het wel goed, maar het is dwaasheid om te prediken, dat we van de zonden verlost zullen zijn en dat we strijd in ons leven niet meer zullen kennen, dat we een soort super christen zullen zijn.

Vaak wordt er in de prediking zo'n superchristen afgeschilderd. Als je je daar aan spiegelt, dan moet je eigenlijk in je eigen hart bekennen, dat dat onhaalbaar is. Daar word je alleen maar terneer geslagen van, dat je niet aan die norm kunt voldoen, ik ellendig mens.

Wil dat nou zeggen, dat wij niet een overwinningsleven zouden mogen hebben? Natuurlijk wel, omdat die strijd er steeds is, wil de Heere Jezus ons die overwinning wel schenken, dat is Zijn verlossingswerk dagelijks aan ons. Hij wil Zijn beloften aan ons waar maken.

Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u waarlijk vrij zijn. Een kind van God kan zondigen, maar dat hoeft niet. Het geheim is dat je bewust bent, dat je in het vlees bent, in het lichaam deze doods en dat je oplettend moet zijn, dat je maar een ding hebt te doen, wat Paulus in de Romeinen brief naar voren brengt, Rom.1:17

  • Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.”

 

Hier staat dat het geopenbaard is; uit geloof tot geloof, ja uit het geloof van Christus tot het geloof in ons. Geloven is aannemen wat God zegt. Door gehoorzaamheid van Christus' geloof, is Hij de weg gegaan tot aan het kruis. Ook in ons eigen leven mogen wij gehoorzaam worden en de geloofsweg gaan. In feite houdt dat geloof in: de eenwording met Jezus Christus. Een kind van God kan zondigen, maar moeten wij daarin blijven ? Rom.6:1-6

  • Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? 2 Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? 3 Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? 4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. 5 Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan zijn opstanding; 6 dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn.”

 

De doop in Christus

 

De doop in Christus is de inlijving, de eenwording met Hem. Zo heb je ook de doop in Mozes, dat is eenwording met Mozes, zo gingen ze door de Schelfzee, een eenwording met Mozes. We zijn mede gekruisigd met de Heere Jezus Christus. Wij zijn ook mede opgewekt, verezen in nieuwheid des levens. Wij huizen nog steeds in het lichaam der zonde, waar Paulus van zei in Rom.7:24-25 :

  • Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 25 Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here!”

 

Door Hem worden wij verlost van het lichaam dezes doods, dan wordt aan dat vleselijk lichaam de kracht ontnomen. We moeten ook verlost worden van onze oude mens van onszelf. We zijn niet meer een slaaf van satan en slaaf van deze wereld. Van die oude mens wordt zijn kracht ontnomen, opdat wij niet langer slaaf zijn van onze oude mens.

Wij zijn met Christus verrezen, de dood voert geen macht meer over Hem, daarom ook niet over ons.

Staat alles voor ons vast? “De rechtvaardige zal uit geloof leven” Staat het voor ons vast, dat we dood zijn voor de zonde en dat we levend zijn voor God. Eén met Hem zijn geworden door het kruis, in zijn begrafenis en Zijn opstanding in het nieuwe leven? Zolang dat niet voor ons vaststaat en niet in het geloof aanvaarden, dan leven we niet uit geloof. Dan zal de zonde heerschappij over ons voeren.

 

Als we die eenwording in geloof aanvaarden, als dat voor ons persoonlijk vaststaat en God er voor gedankt hebben, dan krijgen we er ook echt deel aan. Zo het staat in Rom.6:17 en 18

  • Maar Gode zij dank: gij wáárt slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; 18 en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.”

 

Dán is het pas waar, dat je vrijgekocht bent van de slavenmarkt, dan ga je dat ook ervaren in je leven. God zij dank, er staat: “gij waart slaven”. Zijn wij van harte gehoorzaam geworden aan dat onderricht, zoals Paulus hier onderricht?

Rom.6:18-22:

  • Vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid. 19 Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging. 20 Want toen gij slaven waart der zonde, waart gij vrij van de gerechtigheid. 21 Wat voor vrucht hadt gij toen? Dingen, waarover gij u nu schaamt; immers, het einde daarvan is de dood. 22 Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.”

 

Wij zijn dus in dienst van God gekomen. Je moet ook niet met je zonden stoeien, daar schiet je niets mee op. We leven vanuit het geloof. Immers: de rechtvaardige zal uit het geloof leven. We zijn verrezen in nieuw leven. Rom. 6, 7 en 8 die worden door Paulus samen gevat in Gal.2:20:

  • "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.”

 

Wat zo mooi is, in het Grieks staat het in de verleden tijd. Met Christus ben ik gekruisigd, dat is voor ons 2000 jr. geleden gebeurd. Dat is een feit, dat moet voor je vaststaan. Met Christus ben ik toen gekruisigd, dat is een zaak wat achter ons ligt. Toch leef ik, dat is toch wonderlijk, het oude leven is gekruisigd en toch leef ik, dat is niet meer mijn “ik”, maar Christus leeft in mij.

 

Voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft lief gehad en Zich voor mij heeft overgegeven. Dat is een daad van Zijn liefde. Dat moeten we heel persoonlijk ontvangen en zeggen:

  • Ik ben gekruisigd en toch leef ik.”

 

Dat kan een ander niet voor je zeggen, dat kan je zelf alleen maar uit het geloof beamen. Dit alles komt uit het geloof van Christus tot mij, om dit te beamen.

Mijn geloof stelt niets voor, maar ik heb de kracht van Zijn geloof nodig. Christus komt met Zijn geloof mij tegemoet.

 

We dienen wel te beseffen, zoals hier ook in vers 20 staat: En zover ik nog in het vlees leef, ja er is nog steeds die strijd tussen vlees en geest. Gal 2:17

  • Want het begeren van het vlees gaat in tegen de geest en dat van de geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenst.”

 

De geest is hier wel met een kleine letter. Hier zie je die strijd tussen vlees en geest, het oude en het nieuwe leven. Die strijd blijft wel ons hele leven, die strijd eindigt pas als we van ons vlees zijn verlost. Rom.7:24-5

  • Wie kan mij nu verlossen uit het lichaam dezes doods ? Gode zij dank, door Jezus Christus onze Heer.”

 

Maar zolang wij nog in het vlees leven, in het lichaam zijn, kan het vlees opspelen, daar moeten we heel bedacht op zijn. Wij vinden dus nog iets waar we van verlost moeten worden. Dat is iets wat in de toekomst plaatsvindt, het is nog niet volkomen, nog niet af. Want in Rom.8:22-23 staat:

Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.”

 

Je ziet dus dat de verlossing in de bijbel ook spreekt over de toekomst. Die verlossing is nog niet compleet, er is nog een toekomstige verlossing. Vaak is het in ons leven een zuchten, zelfs de hele schepping zucht. De mensen om je heen zien er niets van dat je behouden bent, dat je verlost bent. Wij zijn nog steeds in het vlees. In onze tijd is het ”niet zien en toch geloven” In die hoop zijn wij behouden. Die hoop wordt niet gezien; hoe zal men hopen op wat men ziet.

 

Wij verwachten de verlossing van ons lichaam. Ondanks dát kunnen we toch verlost leven, ondanks dat we nog een toekomstige verlossing tegemoet zien van ons lichaam, van ons vlees, van aanwezigheid van de zonde in ons, kunnen we toch nog verlost leven. Wat is nou het geheim, het geheim staat in Rom.8:12-13

  • "Derhalve, broeders, zijn wij schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te leven. 13 Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven."

 

Dat is het geheim!! Hier staat; indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven. Het is dus niet, wat gij maar wenst. Wanneer we dát doen – naar eigen inzichten handelen – dan is de dood in de pot, voor het geestelijk leven in ons, dan sterft de nieuwe natuur in ons, die geest die ons is geschonken. Dan bedroeven we ook de Geest van God, dan doven we dat nieuwe leven uit. Maar indien wij door de geest gaan leven, en de werkingen van het vlees voor dood houden, dan zullen wij leven.

 

Dan wordt die nieuwe natuur in ons sterker, dan worden wij vervuld met de vrucht van de Geest en dat is liefde, blijdschap, enz. Die oude mens is toch met Christus mede gekruisigd? Als die oude mens dood is, dan moet je er ook geen aandacht meer aan schenken.

Het is niet zo dat dat wij maar doen wat wij wensen, wij zijn immers in dienst van God gekomen. Wij zijn gekocht en betaald, we zijn Christus eigendom geworden, wij behoren Hem toe. 1Kor. 6:19-20:

  • Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? 20 Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam.”

 

Hij heeft ons vrijgekocht van de slavenmarkt en in vrijheid gesteld, wij zijn nu van Hem. Wij zijn niet van onszelf, wij zijn gekocht en er is voor betaald. Rom. 6:6:

  • Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn.”

 

Die oude mens is medegekruisigd, dat woord staat in de verleden tijd, het is voorbij. En aan de oude mens is de kracht ontnomen. Dan ga ik leven door het geloof, dat mij is toevertrouwd. In vers 11 staat, het staat voor ons vast. Aanvaarden wij dat in het geloof?

Leven vanuit het geloof en houden we dat vlees dan in het graf? Het vlees kan opeens springlevend worden, zolang wij hier op aarde zijn moeten wij beseffen, dat het vlees altijd nabij is. We zijn daar niet van verlost, in de toekomst moeten we nog van dat lichaam verlost worden. Voor God is die oude mens dood en voor ons moet dat ook gelden.

Zodra ik uit het geloof leef, dat ik met Christus ben gekruisigd en wandel door de geest, dan voldoe ik automatisch niet meer aan het begeren van het vlees. Maar dan wel elke dag in dat geloof gaan staan.

 

We ontdekken dus dat de verlossing nog niet compleet is. Waarom verlost de Heere ons nu niet van het vlees, van de aanwezigheid van de zonde. Het antwoord vinden we in Gen. 15:12-16:

  • Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken. 15 Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven worden. 16 Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.”

 

400 jaar lang was Israël in slavernij en menig Israëliet heeft zich afgevraagd in al die tijd, waarom duurt het zo lang.

Het antwoord is dan: Eerder is de ongerechtigheid van de Amorieten niet vol. De Amorieten waren in die 400 jaar in het land Kanaän. Wie zijn nu in het hemels Kanaan? Wie is de overste van de macht der lucht? Dat is satan. Het rijk der duisternis bevindt zich in de hemelse gewesten. De satan en zijn engelenmacht hebben heel de schepping in bezit.

 

Wij begrijpen meestal niet zoveel van Gods plan, het plan van Zijn hart, Gods plan der eeuwen. We weten maar een heel klein stukje van dat plan. God maakt niet heel Zijn plan bekend. Zo raakt de satan ook niet bekend met Gods plan, want deze wil niets liever dan dat plan in de war schoppen.

De mens die in de schepping werd geplaatst – in Genesis – viel in de zonde, die werd verleid door satan. Die hele schepping is aangetast door de zonde.

 

De Amorieten zijn in dat land, met hun ongerechtigheden. Het hele erfdeel wat God aan de mens had toebedeeld, deze aarde, is in verkeerde handen terecht gekomen, is in handen van de duivel.

De Bijbel is wel een moeilijk boek en de Heere wil wel zijn plan aan ons openbaren, maar het Woord vertelt niet alles omdat de satan ook meeluistert en meeleest. Een bevelhebber van een leger maakt ook zijn strijdplan niet bekend aan zijn tegenstander.

Was het zo dat Churchil en Eisenhouwer afspraken: “Laten we ons aanvalsplan maar overfaxen aan Hitler?” Dan zou je zeggen ze zijn helemaal gek geworden. Daarom is de Bijbel een moeilijk boek. De Heere laat ons een deel van Zijn plan zien, precies wat wij nodig hebben om vanuit het geloof te kunnen leven.

 

We weten dat Hij meer is dan overwinnaar en in Zijn overwinning, zullen wij straks mogen delen. In dat verloren gegane erfdeel, wat de Heere voor Israël heeft bestemd, wordt straks Israël door de Heere geplaatst. En zoals we ook uit Gods plan der eeuwen mogen leren, zullen ook de overige zonen, de gemeente van eerstgeborenen, en de Gemeente, wat Zijn Lichaam is, hun erfdeel in de toekomst in bezit mogen nemen.

 

Hier wordt een rede gegeven waarom die slavernij zo lang duurde, die van Israël in Egypte. Let op de volgorde in Gen. 15:9-16:

  • En Hij zeide tot hem: Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif. 10 Hij haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet. 11 Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg. 12Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken. 15 Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven worden. 16 Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.”

 

Hier zie je het offer dat wijst op de Heere Jezus op het kruis, daarna gaat het over de nakomelingen in vers 13. Let op het lijden, ze worden verdrukt, ze zijn in het land wat het hunne niet is. Op het laatst zullen ze Kanaän binnengaan, vers 16. Je ziet hoe volkomen dat beeld hun geschetst wordt, in typologische zin. Er viel een diepe slaap op Abraham er overviel hem een diepe duisternis, een beeld van de dood, van het graf. vers 12

 

Symbolisch leerde God hier aan Abraham, dat hij in zijn natuurlijke leven, niet het land zou erven. Maar dat hij in plaats daarvan eerst naar het graf zou gaan. Een diepe slaap viel op hem. Abraham zou sterven en weer opstaan. Hij is ook ontwaakt uit die diepe slaap. En de Heere liet hem zien, dat hij ook samen met zijn nakomelingen het land zou beërven. In zijn ontwaken zie je als het ware de opstanding die Abraham al typologisch meemaakte.

 

Het is hier geopenbaard waarom het wachten zo lang duurde, en het lijden en het gaan door die verdrukking van 400 jaar. Maar daarna het offer en dan pas het gaan naar het beloofde land.

Net zolang zullen zij, die tot het Lichaam van Christus behoren, na een heel leven op deze aarde, na hun sterven aankomen in de hemel der hemelen, waar Christus is.

De vraag die elke gelovige wel eens stelt: “Waarom duurt dat lijden zolang?”

Je ziet dat die slavernij hier in Egypte, waarover tegen Abraham al werd gesproken, niet alleen was om Israël discipline te leren, en om de verlossing van het Paaslam aan hen te openbaren. Maar er was meer aan de hand. Het was, zo we hebben gelezen: “Omdat eerder de maat van het kwaad van de Amorieten niet vol was.”

 

Ook wij kunnen door omstandigheden terneer gedrukt worden, hetzij door het vlees, hetzij dat we geduld moeten oefenen. Dat we moeten wachten op de Heere. Verschillenden van ons leefden in de verwachting dat elk moment de Heer zou wederkomen. Het is wel wel even slikken dat het toch anders blijkt te zijn. Het was een hoop die ons mensen wel beviel, dan hoefde je niet zo lang te wachten, want de Heer kon elk moment wederkomen.

 

De Heere wachtte tot de ongerechtigheden van de Amonieten vol was. Hij wacht tot de ongerechtigheid van het mensdom vol is. De antichrist vestigt zich eerst nog op aarde, met nadruk onder het volk Israël. Die ongerechtigheid komt tot zijn volle rijpheid. Dan pas grijpt God in.

God is blijkbaar toch lankmoedig, ook over de mens. Het is nog steeds genadetijd.

De mens kan de Heere Jezus leren kennen als zijn Heiland. En dat niet alleen, maar ook dat hij geroepen kan worden. Dat je niet alleen een kind van God kan worden, maar ook in je leven kan aanvaarden wat voor inzicht Hij in Zijn Woord geeft. Dat Hij je dan heel persoonlijk roept en dat je tot de conclusie kan komen, dat er een verkiezing, een roeping is van boven. (Ef 1:4). Waar je met je hart op in kan gaan. Daar zit dan aan vast: Het voorwaarts gaan in het geloof en zo ingeschakeld worden in Gods plan.

Zoals de discipelen 3 jaar lang een opleiding hadden, om er klaar voor te zijn dat Evangelie door te geven. De Heere liet ze achter en ze moesten dan op eigen wegen doorgaan, samen met Gods Geest, Die hen zou bedouwen en het hen wel zou ingeven. Ze hadden een opdracht te vervullen.

 

Zijn wij ook in dienst van God gekomen? We zijn geen slaven meer van de zonde, wij behoren immers Iemand anders toe. Hij geeft ook ons door Zijn Geest de kracht om verder te gaan op de geloofsweg. Als Hij Zijn werk in ons heeft kunnen doen, krijgen wij nog uitbetaald ook. We hebben toch een bijzonder genadevolle God, Die zo voor je zorgt.

Die tijd die genoemd wordt in Gen.15:13 van 400 jaar heeft ook best wel een link naar deze tijd. 400 jaren is het getal van de wereld en wordt ook altijd het begrip van tijd in uitgedrukt. De tijd verstrijkt en Gods tijdklok tikt ook.

Net zo goed als Christus door Mozes Zich openbaarde aan het volk Israël, zo zal Christus Zich Zelf openbaren aan de wereld. De wereld zal gaan inzien dat Hij de Zoon van God is.

 

Die maat van ongerechtigheid kom je in de bijbel heel veel tegen, dat lees je ook in Matt.23:31-32 :

  • Maakt ook gij de maat uwer vaderen vol! 33 Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel der hel?

 

Dat zegt de Heer tegen de Farizeen en Schriftgeleerden, “adderengebroed”. Dus het oordeel komt wel, maar eerst moet de maat vol zijn. God wacht dus, die maat van ongerechtigheid van de Amorieten moest eerst vol zijn. Ook hier dus voor wat betreft de Farizeen en schrifgeleerden. Ook lees je dit in 1 Tess.2:14-16:

  • Want gij, broeders, zijt navolgers geworden van de gemeenten Gods in Christus Jezus, die in Judea zijn, omdat ook gij hetzelfde te verduren hebt gehad van uw eigen volksgenoten als zij van de Joden, 15 die zelfs de Here Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd hebben, die Gode niet behagen en tegen alle mensen ingaan, 16 daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij te allen tijde (de maat) hunner zonden vol maken. De toorn is over hen gekomen tot het einde.”

 

Paulus constateert dat het geslacht daar, de maat van hun zonden volmaakten, door zo de apostelen en Paulus zelf te verhinderen om te prediken en om de heidenen te spreken over de mogelijkheid van hun behoud. De toorn over hen is gekomen.

Toch zal er een eind komen aan Gods lankmoedigheid, over Zijn schepping, als het niet langer kan, grijpt Hij in. Als Hij dan gaat optreden, dan zal de schepping verlost worden van de aanwezigheid van de zonde.

 

Als je het woord verlossing in de bijbel nagaat, dan ontdek je dat wij niet alleen moesten verlost worden van ons vlees van onszelf, niet alleen van deze wereld of van satan, waar we oorspronkelijk allemaal slaaf van zijn, maar ook verlost moeten worden van de dood en van de angst voor de dood. Dat lees je in Hebr. 2:14-15:

  • Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, 15 en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.”

 

We worden dus ook bevrijd van angst voor de dood, die angst kan je in slavernij houden. En eigenlijk is de gedachte dat wij in ons leven nog opgenomen zouden worden in heerlijkheid, bij de opname van de gemeente, ook een vlucht uit angst voor de dood. Dat is bij de maranatha beweging ook een onderliggend verlangen, om zo de angst te ontlopen om heen te gaan.

Voor die angst is Christus dus ook gestorven, om allen te bevrijden, die gedurende hun ganse leven tot slavernij gedoemd waren. In eerste instantie kwam Christus voor Zijn volk Israël, en in tweede plaats voor de hele mensheid. Daarvoor leed en stierf Hij als Zoon van des mensen.

 

En de Heere deed nog meer, Hij heeft hem die de macht over de dood had, de duivel onttroond, beter gezegd, die heeft Hij teniet gedaan. Dat is toch een heerlijk weten, dat die laatste vijand, de dood teniet gedaan is. Weten wij voor onszelf, als wij daar voor komen te staan, daar van verlost zijn? Dat we geen doodsangst meer hoeven te hebben voor de dood? Omdat Christus de dood heeft overwonnen, dat Christus de macht heeft over de dood. Dat is heerlijk om te weten!

 

Als je ziet wat Abraham in Genesis 15 werd geopenbaard, dat je mag zien, wat hij voor de Heere bracht, eigenlijk typologisch het offer van Christus is. Dat aan Abraham daarna zijn nakomelingen beloofd krijgt, waarbij wordt er gekeken op het Zoonschap. Daarbij wordt ook op het lijden in deze tegenwoordige tijd gewezen, op de verdrukking die zijn nageslacht zou meemaken, voordat zij het erfdeel in bezit mogen nemen.

 

Als wij dan kijken op ons eigen leven, wat wij nog hebben te doorleven, dan zegt de Bijbel “dat moeten volharden”. Dat is een van de moeilijkste dingen in ons, het geduldig wachten, als de jaren verstrijken, wat gaat het vlees dan doen? Dat vlees gaat murmureren en mopperen. Dan zouden we vleselijk kunnen gaan denken: “Dat duurt mij allemaal veel te lang. Daar moet ik zelf maar wat aan gaan doen.”

Dan ga je vaak toch weer luisteren naar dat vlees, toch maar weer met dat vlees aan de gang. Zoals Paulus dat meemaakte in Romeinen 7: “Ik ellendig mens”.

Dat kan er gebeuren, omdat ik dan niet blijf staan, in het volle vertrouwen in mijn Heer en Heiland. Dat ik gerechtvaardigd ben, door het geloof van Christus Jezus en leef, want de rechtvaardige zal door geloof leven.

 

Dan ga ik zelf nota bene weer aan de gang, dat deed Abraham ook. Abraham had het ven de Heere gehoord, het kwam allemaal in orde. Hij zou nakomelingschap krijgen. Dan denken wij net als Abraham, wij moeten de Heer maar een handje helpen.

De Heer had wel Zijn verbond gesloten met Abraham, maar Abraham dacht: “Ik zal de Heer een zetje geven om de zaak een beetje te bespoedigen. Het resultaat is altijd een puinhoop.

Abraham had 10 jaar lang gewacht en hij was al 90 jaar, toen het hem beloofd was. De beproeving werd voor hem een beetje te veel en dat kwam eigenlijk mede door zijn vrouw, die gaf hem een zetje. Gen.16:1-4:

  • Sarai nu, de vrouw van Abram, schonk hem geen kinderen, en zij had een Egyptische slavin, wier naam was Hagar. 2 En Sarai zeide tot Abram: Zie toch, de HERE heeft mij niet vergund te baren; ga toch tot mijn slavin; misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram luisterde naar Sarai. 3 En Sarai, de vrouw van Abram, nam Hagar, de Egyptische, haar slavin, nadat Abram tien jaar in het land Kanaän gewoond had, en gaf haar aan haar man Abram tot vrouw.”

 

Het resultaat was, dat Ismaël geboren werd. Zijn naam betekent: “woudezel van een vent.” Dat is ook inderdaad gebleken. (vers 12).

Zo zijn wij mensen, zo is het ook in het N.T. gegaan. De Heere zou toch wederkomen en nog wel spoedig, nog een korte tijd. Zijn komst zou niet op zich laten wachten, dat was de prediking van alle apostelen, maar de Heere kwam niet.

 

Wat heeft nu de kerk gedaan? De kerk heeft gezegd, dat gaat te lang duren en ze hebben de Heere maar een handje geholpen, op hun manier. Met zijn allen hebben wij er een puinhoop van gemaakt. Wij hebben het zo gedraaid, dat wij het geestelijk Israël zijn, dan moeten wij dat Konikrijk van God maar oprichten. Dat heeft men in de afgelopen 2000 jaar proberen te doen. Het is allemaal op niets uitgelopen.

 

Het valt niet mee om echt geduld te oefenen en te wachten op Gods tijd. Als we ons realiseren, dat er een opstanding komt, ook voor ons. En dat er zelfs nog een betere opstanding komt voor allen die tot het Lichaam van Christus behoren. De Bijbel spreekt immers van een betere opstanding. De Hebreeën spreekt daarvan v.w.b. de gemeente van eerstgeborenen. En als er dan een betere opstanding is, dan is er verschil in opstandingen. De ene is beter dan de andere. Het wandelen hier op aarde, samen met onze Heiland dat is niet voor niets. Dat zegt Paulus in Rom. 8:14-17:

  • Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. 15 Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. 16 Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. 17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.”

 

In ons leven kom je er later achter, dat ons leven een doel heeft. Dat je in dienst van God gekomen bent. Juist die dienst aan God, brengt lijden met zich mee. Als je deel krijgt aan Christus lijden, dan betekent dat, dat je genade wordt verleend en dat je je daarin mag verheugen. Wanneer het God goed dunkt jouw in te schakelen in Zijn dienst, dan betekent dat ook dat je deel krijgt aan Christus verheerlijking. (Rom.8:18)

  • Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.”

 

Ja, we weten dat Paulus dit zei in de Handelingen tegen de gelovigen die tot de gemeente van eerstgeborenen behoren, maar we mogen deze bijbelse waarheid ook op de gelovigen van nu toepassen. We gaan dan wel vaak ons lijden in het leven invullen naar eigen idee, maar zo is het niet. Nee, het is wel degelijk het delen in het lijden van Christus. Want dat lijden weegt niet op tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. Met rijkhalzend verlangen mogen we daar naar uitkijken.

We moeten echter wel volharden, weten dat we staan in dienst van God, als verlosten. Daar mag je op vertrouwen. Dan mag je weten dat God ons niet alleen bevrijdt van de slavernij van de zonde en de slavernij van satan, maar dat Hij ons ook bevrijdt van de slavernij van de dood en de angst voor de dood. Daar waar Paulus over spreekt in Hebr. 2:15:

  • En allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.”

 

En in 1 Tess.4:13-14:

  • Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben. 14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem.”

 

Als Paulus die zin gebruikt van ”Wij willen u niet onkundig laten” Hij gebruikt die zin vijf keer, en dan zegt hij iets belangrijks. Hij benadrukt dan, wat hij in het daaropvolgende gaat zeggen. Hij brengt ons hier op het feit, dat zij die heen zijn gegaan, ontslapen zijn. Het is zo mooi dat de bijbel nooit over gelovigen spreekt, dat zij gestorven zijn. De bijbel spreekt altijd over dat ze “ontslapen” zijn, ontslapen zijn in Christus.

We hebben een Heiland, Die dwars tegen alles zegt, bij het graf van Lazerus, hij slaapt. Iedereen verklaart Christus voor dwaas, maar Hij zegt toch: ”hij slaapt”. Hij bewijst het door hem op te wekken uit het graf. Daarom hoeven wij niet zo bedroefd te zijn, over degene die ontslapen zijn in Christus, Hij zal ze wederbrengen met Hem.

 

Wij zijn wel bedroefd, als anderen heengaan, want dat is scheiden, je mist elkaar. Maar zit een groot verschil tussen mensen die begraven worden en die geen hoop hebben.

De dood is voor een gelovige een onderbreking, voordat het werkelijke leven begint in Gods heerlijkheid. Als je een keer een diepe slaap slaapt en je staat de volgende morgen op, dan ben je ongelooflijk uitgerust.

Zo'n slaap zal die slaap ook zijn, want je staat op in heerlijkheid, in een verheerlijkt lichaam. Bijzonder is dat de bijbel niet spreekt over de slaap van het lichaam of de slaap van de ziel of van de geest. De bijbel spreekt over de slaap van de hele persoon, de hele persoon ligt ook in het graf. De mens is een slaaf van de dood, hij heeft niet eeuwig leven in zichzelf, hij heeft geen onsterfelijkheid in zichzelf. Hij heeft geen onsterfelijke ziel die voortleeft. Dat wil de wereld wel geloven, maar zo is het niet.

 

De wereld gelooft wat satan Adam en Eva al in het oor fluisterde, namelijk: ”Gij zult niet sterven” . Het is zoals God het zei, de mens ligt geheel alzo te wachten, totdat er Iemand komt, Die verlost uit het graf, Die hem doet opstaan uit het graf. Je kan alleen maar opstaan uit een graf, met een lichaam, zonder lichaam is het onmogelijk om op te staan uit het graf.

Daarom spreekt de bijbel niet van een ziele-slaap of de slaap van de geest. De gehele persoon ligt in het graf, net zoals de bijbel ook niet spreekt alleen maar van een lichaam, nee de gehele persoon staat op.

Het is eigenlijk allemaal leugen wat de mens ervan maakt. De zekerheid is, dat je door Christus wordt wedergebracht, verwondert u hierover niet, zegt de Heere Jezus. Zijn stem zal klinken en allen die in de graven zijn zullen opstaan. Er is slechts één uitzondering, en die betreft allen die tot het Lichaam van Christus behoren, want zij zullen net als Christus na hun sterven opstaan van tussen de doden uit.

 

Christus heeft de macht over de dood en de duivel is die macht kwijt. Dan mogen we in vertrouwen ontslapen in Hem en dat Hij ons ook zal opwekken, net zoals Hij Lazerus heeft opgewekt uit het graf. De Heer zegt in Joh.11:11

  • Zo sprak Hij en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, is ingeslapen, maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap te wekken.”

 

Soms wordt er gedacht, Lazerus was dus blijkbaar niet overleden of hij lag in coma. Zo was het niet, Lazerus is echt overleden. Hij moet nog een hele reis ondernemen, voordat Hij bij het graf aankomt. De Heere heeft wel gehoord dat Lazerus overleden is en dat Martha en Maria vragen of Hij wil komen, maar kwam pas na 2 dagen.

Hij krijgt dan ook nog het verwijt van Martha en Maria; waarom Hij niet eerder gekomen is, dan had Lazerus nog wel in leven kunnen blijven. Als de Heere bij het graf komt, dan weent Hij. Dat is de kortste zin in de Bijbel (Joh.11:35). Daarom is het niet zo vreemd als wij bedroefd zijn, en wenen bij het graf van onze dierbaren. Als we elkaar los moeten laten, als we afscheid moeten nemen van elkaar.

 

Wij zijn echter niet zo bedroefd als hen die geen hoop hebben, als andere mensen. Want wij hebben onze hoop in Christus, dat Hij als Verlosser, de satan heeft verslagen, dat wij daarvan geen slaaf meer zijn.

Als de Heere bij het graf komt, dan wordt nog tegen Hem gezegd, dat Hij dat graf ongemoeid moet laten, want Lazerus die ruikt, het is al de vierde dag. Dit is een duidelijk gegeven in de Bijbel, om te onderstrepen, dat Lazerus waarachtig gestorven was. Christus echter roept hem. Dat is nou precies de roeping uit het graf zo die voor ons allemaal zal zijn.

 

De opstanding zal er zijn voor iedere gelovige, voor iedere roeping die er in de bijbel is. Ook als je deel hebt aan de opstanding, die behoort bij hen, die tot het Lichaam van Christus behoren. Een opstanding die Paulus ons openbaart in zijn late brieven, dat we deel mogen hebben aan de uitopstanding van tussen de doden uit. Dat is een bijzondere opstanding, een individuele opstanding, een opstanding in een verheerlijkt lichaam.

 

Wij mogen ons in vertrouwen overgeven aan onze Heiland, Hij legt ons ter ruste in die doodsslaap en Hij zal ons opwekken. Het is geweldig dat je samen met Job mag zeggen: ”Ik weet dat mijn Verlosser leeft.” En Job voegt daaraan toe, dat hij weet, dat hij dan in zijn opstandingslichaam met zijn eigen ogen zijn Heiland zal zien. Job zegt dat zijn nieren in zijn binnenste er smachtend naar verlangen.

 

We moesten niet alleen verlost worden uit Egypte, uit de de wereld, maar we moeten ook verlost worden van ons vlees. Ons voorbeeld, Israel, was niet alleen een verlossing uit Egypte, maar moest daarna ook een reis aanvangen met de Heiland door de woestijn. Daar in de woestijn wilde de Heere hun hart beproeven. Het gevolg is uiteindelijk ook het binnentrekken in het land Kanaän. En dat erfdeel, Kanaän moest eerst worden verlost van vijanden. Net zo heeft de Heere ons verlost, en gaat de Heere met ons een reis door de woestijn om onze harten te beproeven, om daarna ons hemels erfdeel in bezit te kunnen nemen. En ons erfdeel in dat hemelse Kanaän moet ook worden verlost. Ook dat erfdeel is in vreemde handen overgegaan.

 

Gaan we in de Bijbel terug naar Genesis 1 en 2, dan lees je ook in die zondeval, dat deze aarde, heel deze schepping in verkeerde handen is overgegaan. In Exodus lezen we, dat Kanaän in bezit is genomen door Kanaänitische volken. Als je dat land binnen trekt, dan zie je ook dat het in vreemde handen is. En ook de hemel is in vreemde handen.

Toen de twaalf verspieders van Israël na hun verkenning terugkeerden, toen werd het volk bang. Voor ons is dat ook zo, wanneer wij dat beloofde land binnentrekken, dat hemelse Kanaan intrekken, dan maken we ineens die geestelijke strijd mee, die er in de hemelse gewesten woedt.

 

Daar spreekt Paulus ook van in Efeze 6, dat wij niet een strijd hebben tegen vlees en bloed, maar tegen de geestelijke boosheden in de lucht, tegen die wereldbeheersers dezer duisternis. Hij waarschuwt ons daarvoor, dat we in het geloof moeten gaan staan. Dát is onze strijd.

Veel mensen vinden wel dat ze een strijd hebben in hun leven, in hun vlees. Als je dan vraagt wat voor een strijd dat dan is, dan blijkt het een strijd in hun vlees. Dat blijkt dan nog niet eens een strijd in de hemelse gewesten te zijn, maar nog steeds een strijd in de woestijn. Een strijd met hun eigen vlees, hun eigen zonden. Ze hebben het oude vlees weer opgepakt, met alle nare gevolgen van dien.

Je moet steeds die verdere stappen zetten, op weg naar het hemels Kanaän, je voet er op durven zetten in het geloof, in vertrouwen dat de Heer die weg met je gaat. Dat verloren gegane bezit gaat God weer terug vorderen.

 

Het boek Ruth

 

Een heel mooi voorbeeld daarvan geeft het bijbelboek Ruth. Toen Abimelech uit Bethlehem vertrok, ging zijn bezit in andere handen over. Het is ook triest om te zien dat een gelovige het “broodhuis” moest verlaten. Net zoals Adam en Eva het paradijs moesten verlaten. Eigenlijk op deze harde aarde kwamen waarop ze moesten werken, waarop onkruid te voorschijn kwam, alles zat hun tegen. Net zoals het Abimelech en Naomi in alles tegen zat, zo zat het ook de mens in alles tegen op deze aarde. Je ziet dat het niet zo goed gaat met de familie van Abimelech. Want Abimelech komt te overlijden en ook die twee zonen.

Naomi blijft berooid achter. Ze keert dan terug naat het land Israël, naar Bethlehem en we weten dat dan Ruth en Orpa met Naomi meetrekken. Orpa keert dan toch nog weer terug naar Moab, op aanraden van Naomi. Maar Ruth is haar schoonmoeder trouw. Die is ook God trouw, en daarna volgt dat prachtige verhaal.

Toevallig? Komt Ruth dan terecht bij Boas op het veld en leest daar de aren achter de Maaiers aan. Ze verzamelt zo een schoof, eigenlijk een veel te grote schoof. Dan valt Naomi dat op, als Ruth thuis komt en ziet, wat enorm veel Ruth heeft opgelezen van die akker. Dan hoort Naomi van Boas, ja Boas is een van de lossers. Daar heb je dan de “Goël”, in het Hebreeuws, daar heb je de verlosser.

Boas is in die geschiedenis een type van De Verlosser. Dan zie je hoe Boas uit liefde voor Ruth, haar lost. Hij lost het verloren gegane bezit, wat in vreemde handen was overgegaan.

 

Ook deze schepping waarin wij leven, is in verkeerde handen overgegaan. Deze aarde is in verkeerde handen overgegaan. De god van deze wereld is niet Jezus Christus, zoals er gezegd wordt. Bij één of andere ramp, krijgt God daar vaak meteen de schuld van. Wij weten wie de overste van deze wereld is, dat is satan.

Wat doet Boas, hij koopt dat verloren gegane bezit los. Zo keert dat bezit, weer terug bij Naomi en ook bij Ruth. Boas koopt niet alleen los, zoals Christus voor ons het erfdeel van de mens weer losgekocht heeft in Gods schepping, maar Boas verwekt ook leven bij Ruth. Het was zo het gebruik in Israël. Het was de plicht van de losser. Wanneer de man van Ruth was overleden, dan was er ook geen nakomelingschap van het huis van Elimelech.

 

Je ziet dan dat Boas leven verwekt bij Ruth, waaruit uiteindelijk dan ook David wordt geboren en ook de Zone Davids, Jezus Christus. Zo kocht ook Jezus Christus ons door de losprijs te betalen. Niet alleen heeft onze Heiland het bezit losgekocht, maar Hij heeft ook geestelijk leven voortgebracht in Zijn verlossingswerk, in Zijn opstanding. Dat deelt Hij allemaal met ons, daardoor hoeven wij ook niet bang te zijn voor de dood, Hij heeft de dood overwonnen.

 

Dat is zo geweldig aan Pasen, het mag dus voor ons elke dag Pasen zijn. Christus is opgestaan, satan is verslagen en Hij heeft onvergankelijk leven aan het licht gebracht. Dan zie je dat Christus een geweldige Verlosser is.

 

Als je dan weer terug gaat naar Exodus 12, waar we lezen dat de Heere de Israëlieten uit Egypte leidt, en dat Hij daar een enorme overwinning behaalde op Egypte en op de Farao. En wanneer we hierbij bedenken, dat Christus is de Losser en tevens ook de Wreker, dan zien we dat ook in vervulling gaan: Na 400 jaar verdrukking van Israël, gaat de Heere optreden als Losser en Wreker.

Heel bijzonder is dan dat de Farao van Egypte, die een type is van satan, wordt geconfronteerd met die oordelen, die over het land komen. En dat die 10 plagen niet alleen gericht zijn tegen Farao en tegen de Egyptenaren, maar dat in feite die plagen ook gericht zijn op de goden van Egypte. Dat lees je in Ex. 12:12

  • Want Ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel van mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik, de HERE.”

 

Aan alle goden”, dat valt wel op, dat die 10 plagen niet alleen over Farao en de Egyptenaren kwamen, nee dat de Heere ook gericht oefende over de hele goden wereld van Egypte, die stelden dus helemaal niets voor. Maar wie stond daar achter die demonische wereld? Daar stond in feite de satan achter, dat dienen we goed te beseffen. Die tien plagen waren gerichten die de Heere oefende aan alle goden van Egypte.

 

Het bijzondere is, dat dit allemaal typologisch is, want wij kennen die plagen wel. Al die plagen komen in de bijbel terug in het boek “Openbaringen”. Zelfs Mozes zal er dan weer zijn. Want je leest weer in Openbaringen, dat water verandert in bloed en weer lees je over kikvorsen, over sprinkhanen, over zweren, over hagel, over duisternis en weer over een verderfengel.

Als je dat nauwkeurig leest, dan ontdek je dat die plagen in Egypte maar kinderspel zijn in vergelijking met die plagen van de grote verdrukking, die over de antichrist zal komen, die satanische drie, waar onder die valse profeet en over het hele ongelovige deel van het volk Israël.

 

De Heere doet geen half werk en dat laat Hij ons hier in beeldvorm aan ons zien.

De tegenstander kan ook lezen, daarom is de bijbel een moeilijk boek. Wij als gelovigen hebben echter iets waardoor wij dit kunnen lezen, op een manier zoals de satan dat nooit kan lezen. Wij hebben de Geest van God die de diepten des Heren doorzoekt. Als satan dit leest dan haalt hij dat er niet uit en hij gelooft het ook niet.

Als wij het boek Ruth lezen dan halen wij daar bijzondere dingen uit, en dan lezen we over het verloren gegane bezit, dat in vreemde handen is overgegaan. Dat Boaz daar dat bezit lost. Satan leest dat niet zo, dat is het geheim.

 

Als wij de Bijbel lezen krijgen we hoop, als hij de bijbel leest is het toch voor hem warrig. Wij begrijpen er meer van, door de genade van de Geest van God. Gods verlossingswerk gaat heel ver, niet alleen in het verleden, niet alleen in het heden, maar het is ook een verlossing voor de toekomst. Maar als je gaat naar het heden, dan ontdek je dat de Heere je nog van één ding moet verlossen, en dat doet Hij ook. 1 Petr. 1:18-19:

  • Wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, 19 maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.”

 

Zo lees je dat je ook nog verlost wordt van de ijdele wandel die u van de vaderen is overgeleverd. De Heere Jezus verlost ons hier en nu ook nog van die overleveringen, die tradities, de traditieleer. Juist die ijdele wandel, die vrome wandel, die daaraan verbonden is.

Daar kan je erg veel moeite mee hebben, dat de Heer zo met je bezig is, om je los te maken van die tradities en overleveringen van mensen.

Ook daarvoor vergoot Hij Zijn kostbaar bloed, zoals hier staat. We kunnen ons o zo vroom voordoen, maar de Heere Jezus maakt ons daarvan los. Die traditie kan ons in slavernij houden, de prediking van die traditie, die doet zich in allerlei vormen aan ons voor, ook in deze tijd. En dat kan ons dat bezig houden, zelfs van de Heere afhouden. Zo lees je het volgende in 1 Tim. 4:1-3:

  • Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, 2 door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.”

 

Hier gaat hier met nadruk over onze tijd. Het ging hier niet over de tijd van Paulus, maar in latere tijden, wij leven in die latere tijden. Het kan in allerlei vormen. Het is altijd door huichelarij van leugensprekers, echte respectabele sprekers zijn dat, mannen van naam, maar zij zijn in hun geweten gebrandmerkt. Zulke sprekers zijn altijd populair.

 

Godsdienst in de Bijbel is nooit populair, er loopt in de bijbel nooit een massa volk achter aan. Ook in onze tijd gebeurt dat, als er een massa volk achter aan holt, dan moet er een lichtje bij je gaan branden, klopt het eigenlijk wel?

Als je bijvoorbeeld de geschiedenis van Mozes leest, dan word je daar erg triest van. Die heeft nou niet zo'n fraai leven gehad met die gelovigen, elke dag maar weer murmureren en ze gingen van het ene wonder naar het andere wonder. De Heere voorzag in alles en toch maar mopperen.

 

Pas dus op voor de prediking van de leugen, want het wordt gebracht alsof het van de Heere is. Hier staat, het zijn leringen van boze geesten. Daarom is het bestrijden daarvan ook zo moeilijk. Het wordt niet door mensen bedacht, maar door het rijk der duisternis. Het zijn wezens die eigenlijk van een hogere orde zijn, dan van ons.

 

De duivel is de grote animator, die moeten we niet onderschatten. Hij is er in geslaagd de afgelopen 2000 jaar, om met zijn dwaalleringen de nodige verdeeldheid te zaaien en allerlei traditie leer in te brengen, waardoor je moeilijk loskomt van het vlees, van die slavernij der zonde.

 

Je wordt in die prediking zo vaak opgeroepen, om zelf weer van alles te gaan doen en vroom te gaan leven. Dan val je weer in de fout van Romeinen 7, dan ben ik weer met die wet bezig om het zelf zo goed mogelijk te doen. “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods?”

Steeds in dat soort prediking staat de mens centraal. Het is niet de mens, maar Christus moet in ons leven centraal staan. Hij verlost, het is Zijn werk, je moet het aan Hem overlaten, dan kom je pas los van dat vlees, als je vanuit de Geest gaat leven. Dan ga je leven en zeggen:

  • Ik ben medegekruisigd met Hem en toch leef ik, maar niet meer mijn ik , maar Christus leeft in mij en zover ik nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God.”

 

Dan gaat het om Hem, Die Zich voor mij heeft overgegeven. Dan mag je op Hem zien, dan zet je Hem centraal. Dat mis je zo vaak in dat soort van prediking.

Christus centraal als het geslachte Lam, Die Zijn bloed heeft gegeven tot verlossing. Hij gaf Zijn bloed om ons los te maken van die traditie.

De satan kan zich voordoen als een engel des lichts. Wat lees je in 2 Kor. 11:13-15?

  • Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14 Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. 15 Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken.”

 

Ze hebben hun geweten toegeschroeid, met een brandijzer, het zijn leugenachtige sprekers, ze brengen leringen van boze geesten. Het ziet er geestelijk en christlijk uit.

Het is net zoals dat tarwe en dat onkruid, dat leek als 2 druppels water op elkaar, het is niet van echt te onderscheiden. Je ging pas zien als het ging bloeien, als daar de korenaren aan kwamen, dat koren gaf die goudgele kleur, maar dat onkruid gaf een zwarte knop en opeens zag je het verschil. Dat onkruid staat er altijd tussenin. Die sprekers geven zich uit als dienaren der gerechtigheid, het is allemaal maar schijn.

 

We moeten oppassen dat we ons daardoor niet laten medeslepen, door hun filesophieën. Hun prediking haakt zo aan op het vlees. Dat is al zo als je tot geloof komt en met mensen spreekt over dat je door genade een kind van God kan worden. Of je zegt: Je moet de wet houden en degene die de wet willen houden, die gaan linksaf en die gebruik willen maken van de genade van God die gaan een andere kant op.

Dan weet je wel wat er gebeurt, dan gaan ze allemaal de kant van de regels en geboden. Ze willen er wel wat voor doen, dat spreekt de mens op zich wel aan. Maar juist erkennen dat de Heere ons verlost en de genade aanvaarden, dat is zo moeilijk. Dat blijft ook moeilijk te aanvaarden, nadat we de Heer hebben leren kennen.

 

Als we de doorsnee christen zouden vragen, waarom hij/zij bepaalde dingen gelooft, wat zegt hij dan? Omdat zijn kerk dat zo gelooft, of dat zijn dominee dat zo predikt of dat zijn ouders het zo hebben gezegd. Dan gelooft hij dit of dat door overleveringen, niet omdat hij persoonlijk gelooft en zijn voet heeft gezet op geestelijke waarheden, het zich persoonlijk heeft toegeeigend.

 

Over overleveringen van mensen wordt in de bijbel nooit zo positief gesproken. Christus, die verwijt het de Farizeeën en schriftgeleerden, dat ze het Woord van God van kracht beroven. Ook in onze tijd wordt het Woord van God juist van zijn kracht berooft.

De Heere Jezus zei, dat ze met hun geboden, Gods Woord buiten werking stelden. Hij noemt die Farizeeën en schriftgeleerden “adderen gebroed” of wel broedsel van de slang, de satan.

Het zijn ook dienstknechten (2 Kor. 11), ze doen zich voor als een engel des lichts. We moeten oppassen met die traditieleer en steeds alles toetsen aan Gods Woord en ook leren toetsen, bekwaam worden daarin.

 

Als je jong bent in het geloof, kan je niet toetsen. Je leert door de hulp van de Heer, dat Hij je verlichte ogen des harten geeft en een geest van openbaring, dat je Hem recht mag leren kennen, dat je inzage krijgt in het plan van genade. Dan lees je in Jeremia 30:23-24:

  • Zie, een stormwind des HEREN, gramschap vaart uit, een (alles) meesleurende storm! Op het hoofd der goddelozen zal hij neerkomen. 24 De brandende toorn des HEREN zal zich niet afwenden, totdat Hij de plannen van zijn hart volvoerd en verwerkelijkt heeft; in het laatst der dagen zult gij dat inzien.

 

De Heere Jezus volvoert de plannen van Zijn hart en dat mogen we zeker weten. Dat zullen we zeker meemaken, dat we met onze eigen ogen Hem zullen zien. Dan zullen we zien dat de verlossing waar wij deel aan hebben, volkomen zal zijn. Wij mogen alles wat in Zijn plan staat gaan ontdekken in de Bijbel. Dan zullen we ontdekken, dat Hij de absolute waarheid heeft gesproken, toen Hij zei: “Wanneer dan de Zoon des mensen u vrij gemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.”

 

Als je dit hele thema, van de verlossing overziet, dan zijn alle teksten zo'n beetje nagegaan waar dat woord “verlossing” in het N.T. voorkomt, dan leren we zien, dat de Heiland Zijn Woord waar maakt.

Wanneer we door de Heere Jezus zijn vrijgemaakt, dan zijn we ook werkelijk vrij. Hij heeft ons vrijgemaakt van zonde, vrijgemaakt van satan, we hebben geen angst meer voor de dood, Hij maakt ons vrij van ons eigen vlees en we mogen ons zelfs uitstrekken naar de toekomst. Hij maakt ons ook los, ook vrij van dat bezit wat in vreemde handen was overgegaan.

We mogen los komen van allerlei overleveringen, allerlei tradities, waar Hij ook Zijn bloed voor gaf. We hebben een geweldige Heiland, we zijn geen slaaf meer van wie of wat dan ook. Hij heeft ons losgekocht. Hij heeft ons werkelijk in de vrijheid gesteld. Zo mogen we Hem dienen, onze grote Verlosser.

 

samengesteld door Wieb Rodenhuis n.a.v. een bijbelstudie van broeder Denijs van Zuylekom,  

juli 2014

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk