De veelkleurige Wijsheids Gods

De veelkleurige wijsheid Gods

 

(Bijbelstudie gehouden in Zeist door broeder Denijs van Zuijlekom omstreeks het jaar 2002)

Deze woorden “de veelkleurige wijsheid Gods” vindt je in Ef. 3:10:

  • Opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden.”

Dit wordt dus nu door de gemeente bekend gemaakt. Je hebt eerst kennis nodig om wijs te zijn. Kennis dat is het Griekse woord “gnosis”, kennis die je opdoet, door naar school te gaan, door ervaringen in dit leven, door levenservaring.

Zo is het ook met de bijbel, je kunt door de bijbel te lezen, allemaal kennis opdoen. De bijbel spreekt niet zo zeer over kennis (gnosis), maar over “epignosis”, dat woord bestaat uit twee woorden nl. “epi” en “gnosis”. “Epi” betekent “op of boven” en “gnosis” betekent “kennis”. Eigenlijk betekent dat woord dus; boven-kennis.

Soms zeggen mensen: “Kennis maakt opgeblazen en daar heb je dan ook niets aan.” Als je naar de bijbel kijkt, zegt Paulus; gnosis maakt opgeblazen, maar epignosis maakt niet opgeblazen. Gnosis is kennis die alleen maar verstandelijk is, wat je begrijpen kan met je verstand.

Als je kennis van de bijbel wilt hebben dan moet het eigenlijk epignosis, boven-kennis zijn. Ook de Korinthiers hadden wel kennis van geestelijke dingen, zoals dat staat in 1 Kor. 8:1

  • Wat het offervlees aangaat, wij weten, dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.”

Die kennis was verbonden aan dat offervlees, dat was eigenlijk goden-kennis, wat deze Korinthiers eerst hadden opgedaan in de tempels waar ze ook kwamen, voordat ze tot geloof gekomen waren. 1 Kor. 8:

  • 2 Indien iemand zich inbeeldt enige kennis verworven te hebben, dan heeft hij nog niet leren kennen, zoals het behoort; 3 maar heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend. 4 Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén. 5 Want al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde – en werkelijk zijn er goden in menigte en heren in menigte.”

Die Grieken die in die tempels kwamen, vereerden allemaal die goden in die tempels. Achter die goden stonden werkelijk geestelijke machten, in die hemelse gewesten. Die goden zijn er zelfs in menigte, zegt het Woord. Je kan dus wel kennis verwerven, door allerlei religies te leren kennen. Je komt dus werkelijk die geestelijke machten tegen, wanneer je het occultisme in stapt. Maar dat is niet de juiste manier om kennis op te doen.

Het is ook niet de juiste manier, om bij bijbelstudiedagen aanwezig te zijn om verstandelijke kennis op te doen van Gods Woord. Bij bijbelstudie hoort het hart open te staan, en dan opeens hoor/lees je dingen uit het Woord en die ga je dan verstaan, en dát hoort nou juist bij de bijbelse boven-kennis, dat is “epignosis”. De bijbel zegt ”Zoek de dingen die boven zijn”. Dát is die boven-kennis.

Het is daarom ook goed om met elkaar bijbelstudie te doen, om met elkaar die boven-kennis op te doen. Het is om de Heere Jezus de mogelijkheid te geven, dat Hij dat verder inwerkt in ons, dan blijft het niet gewone kennis, maar kennis van boven. Die kennis van boven mondt uit in wijsheid, in een wijze wandel en in een wijs spreken. Daar tegenover staat eigenwijsheid, maar de wijsheid van boven maakt ons klein en dan gaan wij wandelen naar de nieuwe mens. Kol.3:

  • 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. 4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, dan zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.5 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, 6 om welke dingen de toorn Gods komt. 7 Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefdet. 8 Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. 9 Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd hebt, 10 en de nieuwe aangedaan hebt(beter is aandoet), die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper.”

Doe je die “volle kennis” op, dan ga je vanzelf wandelen naar de nieuwe mens, dat is een automatisch gevolg daarvan. Epignosis wordt ook in de bijbel vertaald met: erkentenis die door ons mensen van natura niet wordt verstaan. Je moet tot erkentenis der waarheid komen, je moet het toegeven. Vaak moet je in je leven buigen voor het Woord van God, dat is een herhalend, een voortdurend proces.

Steeds moeten we ons menselijk inzicht bijstellen, aan de hand van de Schrift, omdat je boven-kennis opdoet uit Gods Woord, dan moeten we die boven-kennis ook erkennen. Als we niet gaan erkennen, er niet voor willen buigen, dan stopt ergens de Heere met het geven van dat inzicht.

Dat moeten we ons wel realiseren, we moeten ons buigen voor de Heere en ons eigen inzicht laten bijstellen. Als je dat nieuwe inzicht niet weerstaat, dat je de Heere niet weerstaat, maar dat je de Heere toestaat dat je die boven-kennis tot je neemt, dan krijg je ook een volledig inzicht.

Gaan we terug naar Kol. 2:2-3:

  • Opdathun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn.”

Hier ook een volledig inzicht en dat is enorm rijk, dat wij het geheimenis volledig mogen kennen. Dat geheimenis is Christus, in wie al de wijsheid en kennis verborgen is.

Gelukkig heeft God ons een verstand gegeven, niemand moet zeggen ik kan het niet vatten, tenzij je verstandelijk gehandicapt bent, dat komt ook voor. De Heere heeft ons verstand gegeven om het te kunnen beredeneren en te kunnen vatten. Daarna moet je door het geloof je er naar uitstrekken. Als je zo kennis vermeerdert, dan mag dat uitmonden in wijsheid, de veelkleurige wijsheid Gods. Dat is het thema van deze studie, dat je vanuit die boven-kennis je gedachten gaat ordenen en dan overeenkomstig daarnaar gaat wandelen in de praktijk van je leven. Daardoor wordt je beïnvloedt in je doen en laten, en in wat je spreekt. Dat geeft ook uiteindelijk de groei.

Die wijsheid lees je dus in Ef. 3:10 maar ook in Ef. 1:8,9

  • Welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen.”

In “alle wijsheid en verstand”, dat gaat samen in deze tekst met het geheimenis van Zijn wil, door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen. Hij had Zich dat allang voorgenomen lezen we in vers 5-6:

  • In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid zijner genade.”

Het is naar het welbehagen van Zijn wil, dat Hij gelovigen als zonen wil aannemen. Dit alles is wel heel iets bijzonders. Als je gaat lezen in het O.T. En je gaat een heel eind door in het N.T. en je bent bijna aan het eind van de Bijbel en gaat lezen in de Efeze brief, dan opeens lees je voor het eerst, dat Paulus het geheimenis van Zijn wil bekend maakt. Dat heb je daarvoor nooit gelezen.

Dit is een enorme mijlpaal in Gods Woord, dat Hij dat zelfs al wilde vanaf de nederwerping van de kosmos, wat plaatsvond in Gen. 1:2, waar je leest: “De aarde nu werd woest en ledig.” Nu maakt de Heere ons door Paulus Zijn wil bekend, het geheim van Zijn wil, wat Hij altijd verborgen heeft gehouden. Dat maakt Hij hier aan ons bekend.

Die veel kleurige wijsheid Gods is kennis van boven, is kennis van Gods wil. Hij had het Zich al voorgenomen voor Gen 1:2, maar Hij heeft het nooit bekend gemaakt. Niemand wist ervan. Dat lees je in Ef. 3:9:

  • En in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen.”

Het is verborgen gebleven, wat Hij Zich had voorgenomen, vers 10:

  • Om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten.”

Vertalers van de NBG vertaling hebben het gedeelte, waar staat “van de volheid der tijden” niet goed begrepen, want in de grondtekst staat: “Om in de bedeling van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder Een Hoofd, dat is Christus, samen te vatten. Het is ook niet “al wat” maar in het Grieks vinden we het Woord “ta panta”. Dat is al de of al deze dingen of dit alles. Dat is een aanwijzende vorm en betekent dat het slaat op de mensen op aarde die Christus toebehoren en ook de overheden en machten in de hemelen, die ook aan de zijde van Christus staan. Die worden vergaderd onder één Hoofd.

Net zo goed de gemeente, het Lichaam van Christus, als ook die goede machten, krachten en heerschappijen. Christus is daar eveneens het Hoofd van. Later in de studie zullen we dat uitgebreid zien.

De 2e keer dat het woord voorkomt is in Ef. 1:15-17

  • Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof in de Heere Jezus en van uw liefde tot al de heiligen, niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden, opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen.”

Paulus bidt, dat God de Vader u geve de Geest van wijsheid, letterlijk staat er: “geestelijke wijsheid” en dat niet alleen voor de Efezieërs, maar ook voor ons. Het ontvangen en het bezitten van geestelijke wijsheid en een geest van openbaring. Zodat dingen je ook openbaar worden, dat is erg belangrijk. Spreuken 8:8-11:

  • Al de woorden van mijn mond zijn in gerechtigheid gesproken; niets daarin is verdraaid en verkeerd. Zij alle zijn voor de verstandige juist, betrouwbaar voor wie kennis gevonden hebben. Neemt mijn vermaning aan en niet zilver, en kennis boven uitgelezen goud. Want wijsheid is beter dan koralen, al wat men zou kunnen begeren, kan haar niet evenaren.”

Je kan heel veel begeren, een mooi huis, een mooie auto enz., maar dat kan wijsheid niet openbaren. Wijsheid is beter, groter is meerder dan koralen. In die tijd blijkbaar iets heel moois, iets duurs. Ook komt die wijsheid naar boven in 1 Kor. 2:13:

  • Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.”

Paulus heeft het niet over menselijke wijsheid, hij vergelijkt het geestelijke met het geestelijke, zo doe je dat als je met bijbelstudie bezig bent. Dan leg je de ene Bijbeltekst naast de andere, dan ga je die vergelijken. Je hebt daar een andere wijsheid voor nodig, een kennis van boven, een wijsheid van boven. Het bezitten van geestelijke wijsheid, daar bidt Paulus om, dat ook wij die van de Vader der heerlijkheid zouden mogen ontvangen.

We moeten leren begrijpen, de hoop die de roeping van Christus wekt, want Zijn roeping is ook onze roeping, wij zijn aan Christus verbonden. Hij is het Hoofd, en allen, die gehoor geven aan die roeping, zijn het Lichaam. Wij vormen een eenheid met Hem. Ook moeten we leren begrijpen de heiligheid van Christus erfenis en dat in de heiligen, de gemeente. En om ook te kunnen begrijpen de grootheid van Zijn kracht, die Hij gewrocht heeft toen Hij ten derde dage opstond uit de doden. Diezelfde kracht werkt ook in ons. In die kracht wandelen wij nu alreeds in de nieuwe mens, dat is de kracht van het nieuwe leven. Je hebt daar boven-kennis voor nodig om dit te gaan verstaan.

Dat leer je nergens op school, ook niet op een universiteit. Dat verlangt een houding van ons, dat we ons voor God openstellen, dat we een verlangen hebben, dat we dat geheimenis van Gods wil, dat voornemen, dat we ons daarnaar uitstrekken en daardoor ook leren kennen, de hoop van Christus roeping en leren kennen Christus' erfenis.

Want Zijn erfenis is onze erfenis. Allen, die tot het Lichaam van Christus behoren zijn mede-erfgenamen van Hem, en kennen de kracht van Zijn opstanding, daarmee kunnen we voorwaarts gaan, hier in dit leven. De Vader der heerlijkheid wil ons iets geven, namelijk geestelijke wijsheid. Paulus bidt daar ook voor. En dat doet hij ook voor ons. Dan lees je in 1 Kor. 2:13-14:

  • Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.”

Dat is het probleem, een ongeestelijk mens kan dat niet verstaan. Ook voor menig christen is dit een probleem, het is iets wat velen niet kunnen vatten. Dat is omdat men er niet voor openstaat, men is vaak ongeestelijk, dat was ook het probleem bij de Korinthiërs. Paulus kon die Goddelijke wijsheid, die boven-kennis niet aan hen kwijt. Hij zegt ook in hoofdstuk 3:1-3b:

  • En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus.Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu [nog] niet,want gij zijt nog vleselijk.”

Het ontbreekt de Korinthiërs aan wijsheid, ze waren nog jong, onmondig, onvoldoende gegroeid. Ze waren vleselijk, ze hielden zich alleen maar bezig met dingen die voor ogen waren, het geestelijk onderscheiding-vermogen ontbrak. Als je verder gaat lezen in 1 Kor. 2:6-7:

  • Toch spreken wij wijsheid bij hen, die daarvoor rijp zijn, een wijsheid echter niet van deze eeuw, noch van de beheersers dezer eeuw, wier macht teniet gaat,maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid.”

Ook de beheersers van deze eeuw, als ze nu aards of hemels zijn, die kunnen dit niet vatten. Hun macht wordt uiteindelijk ook teniet gedaan, maar wat wij (Paulus) spreken gaat niet teniet. Hij spreekt namelijk over de wijsheid Gods, hij spreekt over Christus, Hij is de wijsheid Gods. Hier tegen de Korinthiërs kon hij alleen maar spreken over het Evangelie van het kruis en Dien gekruisigd.

Let er wel op dat hier; een geheimenis staat en niet het geheimenis, zo het in Efeze aangegeven staat, over dát geheimenis wordt hier niet gesproken. Later kreeg Paulus van Gods wege de bevoegdheid om over hét geheimenis te spreken. Dan lezen we in 1 Kor. 2:13-14:

  • Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.14Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Voor ongeestelijk staat hier het griekse woord “psuchikos”, dat betekent “zielijk”. Hier in vers 14 staat dwaasheid tegenover wijsheid. Het woord “zielijk” komt ook voor in Jac. 3:15, we lezen vers 13-17:

  • Wie is wijs en verstandig onder u? Hij tone uit zijn goede wandel zijn werken met wijze zachtmoedigheid. Indien gij echter bittere naijver en zelfzucht in uw hart hebt, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. Dat is niet de wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, ongeestelijk, duivels; want waar naijver en zelfzucht heerst, daaris wanorde en allerlei kwade praktijk. Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.”

Een ongeestelijk, een zielijk mens is iemand die onder de heerschappij staat van de ziel, het vlees, het gevoel. De mens is van natura zielijk, die gaat op zijn zintuigen af en die leeft vanuit zijn gevoel en dat is ongeestelijk. Een groot gevaar ook voor de christen vandaag is dat hij zielijk/vleselijk blijft leven. De Korinthiërs deden dat, die waren eigenlijk met zaken bezig, zoals Jacobus zegt, die zich in een enorme wanorde uitten in de Korinthische gemeente.

Een ongeestelijk mens aanvaardt niet wat van de Geest Gods is, want het is hem een dwaasheid, hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. 1 Kor. 2:8

  • En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.”

Als zij het geheim hadden geweten, wat zich bevindt in Jezus Christus, de wijsheid Gods, die door Paulus geopenbaard is, dan hadden ze de Heere Jezus nooit gekruisigd. 1 Kor. 2:10:

  • Want óns heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.”

Door Zijn Geest” staat er. Een ongeestelijk mens kan er geen weet van krijgen, omdat deze wijsheid alleen onderscheiden wordt door de geestelijke mens. Je moet verlicht worden door Gods Geest.

Alles wat er in Ef. 1 en 2 bekend wordt gemaakt en we hebben leren inzien wat dat allemaal betekent, dan kunnen we niet anders dan met Paulus onze knieën te buigen voor de Vader. Daar behoort het ook op uit te monden. Soms ontbreekt dat, als het alleen maar kennis (“gnosis”) blijft, en geen “epignosis” dat is boven-kennis, waardoor men leert kennen de wijsheid Gods, dat uitmondt in een wijze wandel. Ef. 4:1 staat:

  • Als gevangene in de Heere, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes.”

Hij was een gevangene maar hij noemt zich hier niet een gevangene van Rome of van de Keizer, Hij noemt zich hier: “gevangene des Heren.”

Ook in 2 Tim. 1:8

  • Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Heere of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God.”

De Heere Jezus heeft hem gevangen genomen en dat heeft hij ook gevoeld. In heel de Handelingentijd, op al zijn zendingsreizen door heel de wereld van die dagen, en bij de derde grote tocht die hij ondernam, werd hij gevangen genomen. Hij zelf zegt dat hij gebonden werd door de Geest. Die Geest verbood hem, als het ware, die reis verder te ondernemen. Hij werd als het ware een gevangene des Heren.

Hij is dan terecht gekomen in Rome, waar hij de Ef., de Filp. en de Kol. Brieven schreef. Hij noemt zich daarin ook gevangene van de Heere. Hij zegt dat is ter wille van ú heidenen. Ef. 3:1-2:

  • Daarom is het, dat ik, Paulus, die ter wille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap ben; gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven:dat mij door openbaring hét geheimenis bekendgemaakt is.”

Paulus schreef over dat geheimenis in Ef. 1 en Ef.3, niet in andere brieven schreef hij daarover. Nee hier boven, daar kunt gij het lezen en een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus. Je leest hier over de bediening maar eigenlijk staat er “bedeling” Je leest hier in de brief Efeze, drie keer het woord “bedeling”:

  1. Eerste keer in Ef. 1:10, daar lezen we over de bedeling van de volheid der tijden.
  2. Dan nog een tweede bedeling. in Ef. 3:2 de bedeling van Gods genade.
  3. En de derde keer in vers 9 nl: in het licht te stellen wat de bedeling van het geheimenis inhoudt wat van eeuwen her verborgen is geweest in God, de Schepper van alle dingen.

We dienen te begrijpen dat God, in Zijn grote wijsheid, een aantal aspecten van Zijn voornemen van Zijn plan achter heeft gehouden, om de vijand in de Bijbel, dat is de satan, de tegenstander, geen enkel voordeel te verschaffen. Ten tijde van oorlog doen onze legeraanvoerders dat ook niet. Dan gaan ze toch hun aanvalsplan niet bekend maken. In de tweede wereldoorlog hebben de geallieerden niet aan Hitler verteld: we vallen zo en zo aan op die plek in Normandië. Het is noodzakelijk een aantal zaken geheim te houden, vandaar dat woord geheimenis.

Dit geheimenis is allereerst gegeven aan de apostel Paulus. We mogen ervan overtuigd zijn, dat de alwijze God, het geheimenis op het juiste moment bekend heeft gemaakt. Wij denken dat in de Bijbel ons alles bekend gemaakt wordt. In de Bijbel wordt ons maar weinig bekend gemaakt. Over een heleboel zaken wordt gezwegen en dat heeft een reden.

Wij lezen niet alleen de bijbel, maar de tegenstander leest hem ook. Hij kent dit Woord door en door. De bijbel is ook niet in een keer geschreven. Het was Mozes, die begon met het schrijven van de eerste 5 bijbelboeken. Later kwam daar steeds een boekje bij.

Dat heeft duizenden jaren gevergd, totdat apostel Paulus – in die tijd waren er al 4000 jaren geschiedenis voorbij – 2000 jaren geleden het laatste deel aan de Bijbel toevoegde, o.a. deze Efeze brief, waarin hij het geheimenis van Gods wil bekend maakte. De bedeling, beter is de uitdeling. Paulus deelt hier ook aan ons uit, maakt aan ons dat geheim van God bekend.

Kijk, satan moet gedacht hebben, toen hij de mens in de hof van Eden verleidde en de mens in de zonde viel, nu ben ik er, nu heb ik het voor elkaar.

God heeft die aarde wel herschapen in 6 dagen en daar een mens op geschapen, maar de mens is in zonde gevallen, de dood is in de schepping gekomen en de hele schepping zucht daar onder. De satan hoorde wel die woorden van God, maar toen wist hij evenveel als Adam en Eva. God sprak van een belofte die wees op het zaad van de vrouw Het zaad van de vrouw zou zijn kop vermorzelen (Gen. 3:5).

Adam en Eva moesten het paradijs uit en er werden kinderen geboren en satan dacht, oei! hoe moet dit komen. Dat zaad zou zijn kop vermorzelen, dat moet ik verhinderen. Dat is hem goed gelukt, de ene broer sloeg de andere dood.

Zo ging dat de hele bijbel door, want satan wist niet veel, hij wist alleen van een belofte. Er werd verder niets verteld, aan hem ook niet, gelukkig maar. In de Bijbel zie je steeds hoe die geslachtslijn daar is van het zaad der vrouw. En satan is er steeds als de kippen bij, om dat maar dwars te zitten, om die hele zaak te vermoorden. Die vrouwen waren vaak ook onvruchtbaar, steeds was daar weer het ingrijpen van God voor nodig dat het toch goed ging.

Dan is er gelukkig nog een kindje, waarvan niemand weet. Het was een geheim, dat kindje wordt dan ergens verborgen en komt in een paleis, groeit op in een paleis van de Farao. Mozes. Uiteindelijk gaat die geslachtslijn gelukkig toch weer door, want Gods plannen falen nooit!

Later ging dat volk in ballingschap, steeds was het weer verblind door allerlei leer. Toen kwam dan eindelijk het vrouwenzaad, Gods Zoon de Heere Jezus Christus werd vlees. We weten echter dat Israël blind bleef voor het zaad der vrouw, ze hebben Hem zelfs gekruisigd. Toen dacht satan, geweldig, ik heb Gods plan verijdeld. Als hij van tevoren geweten had, wat God in Zichzelf had voorgenomen, als hij die veelkleurige wijsheid had leren kennen, dan zegt Paulus in 1 Kor.2 dan hadden die overheden en machten samen met de overste van de macht der lucht, dan hadden ze nooit de Heere der heerlijkheid gekruisigd.

Toen de satan begon te ontdekken, door de opstanding van Christus, dat daardoor Gods doel eigenlijk bereikt was, toen trachtte hij de bekendmaking, dat God met dat volk Israël een geweldig doel heeft, dat door middel van het volk Israël aan al de volken op aarde, de blijde boodschap gepredikt zou worden en door hen onderwezen zou worden, ja, toen trachtte hij voor de 2e keer te verhinderen, dat het volk Israël de Messias zou leren kennen. Hij probeerde weer Gods plan te verijdelen. Toen dat volk ook in Hand. 28 uiteindelijk zo blind, zo doof was en zichzelf verhard had en onbruikbaar werd, dacht satan: mijn doel is toch bereikt. Hij dacht een dodelijke klap te hebben uitgedeeld, dat Gods voornemen der eeuwen totaal in duigen was gevallen.

Maar op het zelfde ogenblik zag God kans Zijn grootste juweel, de kern van Zijn voornemen, wat hij reeds voor de nederwerping der kosmos in Zichzelf had voorgenomen, en wat Hij totaal verborgen had gehouden in Zichzelf tot op dat moment, om dat te openbaren, om dat te tonen. Namelijk de roeping van een boven-hemels volk, als een woonstede Gods in de Geest, voor Christus Jezus. Ef. 2:18-22:

  • Want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Heere, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.”

Tot een tempel heilig in de Heere, (dat is de gemeente) in wie ook gij mede gebouwd wordt.” Verder is het belangrijk om te weten, dat Paulus als enige van de N.T. schrijvers, de uitdeler is van de geheimenissen Gods, dat lees je in 1 Kor. 4:1.

Petrus, Jacobus, Johannes en Judas, de andere Schrijvers van het N.T., naast nog Mattheus, Marcus en Lukas, schrijven in hun brieven, die ze ook onder de leiding van de Heilige Geest geschreven hebben, nooit over een bekendmaking van de geheimenissen Gods, wel schrijven deze laatsten over de verborgenheid van het Koninkrijk van God.

Er zijn 2 gerelateerde geheimenissen, nl; het geheimenis ten aanzien van het Hoofd, Christus en ten aanzien van het Lichaam, de gemeente.

Paulus schrijft in Ef. 3:4-5

  • Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten.”

Het eerste geheimenis, dat van Christus in vers 4, dat is niet alleen aan Paulus geopenbaard, dat is een geheimenis wat langzamerhand onthuld wordt, vanaf Gen. 3:5, het moment toen het aan de mens, maar ook aan satan bekend gemaakt werd, die belofte van het vrouwenzaad. Door de bijbel heen wordt Christus verder onthuld. Alle profeten spreken al over de Messias, over Christus. Dan, nu 2000 jaar terug openbaarde de Messias zich in het vlees.

Daarom lees je ook in Ef. 3:5 dat het aan heel wat mensen het bekend is geworden. Paulus spreekt over Christus, dat Hij nu geopenbaard is. Ook de andere profeten en apostelen spreken over Christus en maken Hem bekend.

Daarnaast, iets wat door velen wordt gedeeld, dat Christus nu is geopenbaard, bevindt zich binnen het geheimenis van Christus nog een geheim en dat geheim mag alleen Paulus bekend maken. Die genade is hem te beurt gevallen. Hij vertelt dus het niet alleen het geheimenis van Christus, maar bovendien het geheimenis van het Lichaam van Christus, wat zich in Christus bevindt, dat is zo bijzonder.

Daarom zijn er 2 geheimenissen, de vertaling is heel slecht. Want men heeft er nog tussen gezet “dit geheimenis”, zo begint vers 6. Ze hebben getracht vers 4 en 5, waar het over het geheimenis van Christus gaat, te verbinden met vers 6 en 7, door er nog tussen haakjes “dit geheimenis” tussen te zetten en achter vers 5 geen dikke punt te zetten. Ook in HSV begint vers 6 met; “namelijk”, dit staat ook niet in de grondtekst. Paulus begint daar in vers 6 over het Lichaam van Christus.

  • (dit geheimenis), dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie, waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods, die mij geschonken is naar de werking zijner kracht. Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen.”

Paulus begint nu te spreken over de heidenen of volkeren, en daar hoort ook het volk Israël toe, dat klinkt een beetje raar, maar er staat, “volkeren”. En Israël is zijn voorrangs positie kwijt, dat wil niet zeggen, dat iemand uit het volk Israël, dat een hedendaagse jood, niet tot de gemeente van Jezus Christus kan behoren.

Gelovigen, door God uitverkoren gelovigen uit die volkeren zijn gezamenlijk erfgenamen, zijn samen met het Hoofd mede-erfgenamen van Christus, samen-lichaam en medegenoten van de beloften in Christus Jezus. Dat is de belofte des levens, wat God al in Gen.3:15 gaf, door het evangelie waarvan ik Paulus een dienaar geworden ben, naar de genade-gave Gods die mij geschonken is, naar de werking Zijner kracht.

Mij in vers 8 is deze genade te beurt gevallen om de onnaspeurlijke rijkdom te verkondigen. Het was niet na te speuren, in het O.T., en ook in de Evangeliën niet. Ook satan wist er niet van, anders had hij wel anders gehandeld, dan was Christus niet eens gekruisigd.

Het is nu wel verkeerd afgelopen voor satan en voor zijn overheden en machten, waarvan hij de overste is. Christus heeft een unieke plaats in het centrum van Gods plan, Hij heeft Zich geopenbaard als het vrouwenzaad. Hij zal ook satans kop vermorzelen. Maar ze hebben wel De Heere gekruisigd. Ze hebben ook Israël zo verblind en zo dood gemaakt en het hart is bij Israël zo verhard, dat zij in de Handelingen-tijd Christus voor de tweede maal als hun Messias hebben verworpen.

Zo leek Gods plan verijdeld, maar Christus is opgestaan en opgewekt door een enorme kracht Gods, die in Hem openbaar geworden is. Hij bleef niet in het graf, Hij is niet alleen opgewekt en opgestaan, maar Paulus gaat in Efeze zeggen, dat Hij gezet is in de hemelen. En dan begint Paulus daar over dat geheimenis te spreken, wat zich bevindt in Christus Jezus, onze Heere. Hij maakt iets bekend wat geen andere apostel en geen andere profeet kent.

Hij maakt bekend dat wij allen, die tot Zijn Lichaam behoren, als één samen-Lichaam, samen met Hem zijn opgewekt en samen met Hem een plaats is gegeven in de hemelse gewesten. Dat is Gods plan, Hij is ons Hoofd en er is ons daar met Hem een plaats gegeven.

De kern van de wijsheid Gods is dus, dat Christus het Hoofd is van een groep uitverkoren mensen, heiligen uit de volkeren, die met elkaar het samen-lichaam vormen. En dat Christus niet alleen het Hoofd is van het samen-lichaam, maar dat Hij straks ook het Hoofd is van de overheden en machten. Als de tijden straks vol zijn, dan zullen allen, die in Hem geplaatst zijn met Hem verschijnen in heerlijkheid. Dan gaat Christus als Hoofd samen-vergaderen al dezen, die in de hemelen en op de aarde zijn, nl. de gemeente van Jezus Christus en die overheden en machten.

Eigenlijk gaat de hele Kol. brief over die bedeling van de volheid der tijden. Dat Christus straks in de nieuwe schepping dat alles onder één Hoofd samenbrengt.

Er is in Gen. 1:1 nog geen mens te bekennen, maar dan komt er in vers 2 een overdekkende cherub tot zonde en die daar in Gods schepping afvallige krachten en heerschappijen met zich mee trekt. Het wordt een enorme confrontatie met God. En de aarde, waarop satan wordt neergeworpen, wordt woest en ledig, wordt helemaal leeg gemaakt. Al die wezens die hier waren, die worden zelfs in een kerker opgesloten voor een deel.

Er zijn ook krachten, heerschappijen en geestelijke boosheden in de lucht, in de hemelse gewesten, die wereld beheersers dezer duisternis die zijn er vandaag de dag nog. Dat weten we ook, want daar hebben we een geestelijke strijd mee te voeren. (Ef. 6:12).

Satan rebelleerde, hij deed een greep naar Gods troon. Hoe loopt dit af, God doet niets, Hij zwijgt, het is een geheimenis. Opeens verschijnt Christus op aarde, maar Gods Zoon wordt gekruisigd. Maar dan triomfeert Hij, Hij staat op uit de dood. In Zijn heengaan naar Gods troon triomfeert Hij op een ontzaglijke wijze.

En dan opeens, kom je tot de ontdekking, in de late brieven van Paulus, dat niet alleen Christus daar zit aan Gods rechter hand, maar dat ook mensen daar uit alle volken een plaats is gegeven. Dit nu was een groot geheim, niemand wist daarvan, de tegenstander ook niet. En dat is om in het licht te stellen, wat de bediening is van het geheimenis, wat dit inhoudt, wat van de eeuwen verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen.

Opdat thans d.m.v. de gemeente, aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten, de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden. Wij als gemeente, als Lichaam van Christus, worden gebruikt, om aan die overheden en machten in de hemelse gewesten, dat geheim van Gods plan bekend te maken, hoe Hij verder gaat handelen en hoe Christus verder gaat met het voltooien van Gods plan der aionen. Er komen nog eeuwen, eerst die van de 1000 jaar, maar in die eeuw is er nog steeds geen volmaaktheid.

Gelukkig aan het eind van die 1000 jaar, gaat deze schepping van de oude naar de nieuwe schepping toe. Dan krijg je nog een aioon van de dag Gods. Als Christus dan in die 2 toekomende eeuwen, daar zo bezig is tot aan het eind van die aionen, zal Hij Zijn werk terug geven in de handen van de Vader, zodat de Vader kan zijn: Alles en in Allen. Dan is Gods einddoel bereikt.

Paulus zegt: “Mij is die genade te beurt gevallen.” De Heere God heeft het altijd geheim gehouden, ook voor Zijn discipelen. Nu mag Paulus dat geheim verkondigen, in het licht stellen, wat die bedeling, die bediening, die uitdeling van het geheimenis inhoudt. Het is geweldig dat ook wij dat in het licht mogen stellen en daar met anderen over praten.

Maar, daarvoor is nodig, dat mensen een geest van openbaring krijgen, geestelijke wijsheid krijgen. Als je daar met anderen over gaat praten, dan moet je eerst wel je knieën buigen, zoals Paulus deed en gaat bidden of God a.u.b. die ander ter wille wil zijn. Dat die ander zich wil openen, dat God hem tegemoet gaat komen, anders kun je “praten als Brugman”, maar dan zou die ander denken: “Waar heeft hij het over, van die dingen weet ik helemaal niets.”

Er staat dat het “van eeuwen der eeuwen verborgen is geweest. Dus vanaf het begin der eeuwen. Die eeuwen begonnen vanaf Gen. 1:2. De aarde nu werd woest en ledig. En dan begint dag 1 dan komen er 6 dagen voorbij, die kortweg weergeven heel Gods plan. De Schepper zie je daar Zijn werk uitvoeren.

Die Schepper zie je ook in het gedeelte waar wij mee bezig zijn, want het is verborgen gebleven in God de Schepper. Niet de Schepper van alle dingen, hier staat ook weer “ta panta” dus al deze dingen, van dit alles, alle dingen die Paulus hier openbaart. Het geheimenis de gemeente, dat wij in Hem heel veel hebben, de hoop van Zijn Roeping.

Dat wij in Hem een erfenis hebben en dat wij mede-erfgenamen zijn, dat wij in Hem kennen de kracht van Zijn opstanding, dat wij uitverkoren zijn voor de grondlegging der wereld, voor de nederwerping van de kosmos. Dit alles om nu d.m.v. de gemeente aan de overheden en machten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden en zo kijken ze naar ons. Amen.

Opgemaakt door Wieb Rodenhuis n.a.v een bijbelstudie van broeder Denijs van Zuylekom,

November 2014

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk