Het Lijden om Christus' wil

Lijden om Christus wil (deel 1)

Graag wil ik samen met u me buigen over dit onderwerp. Het houdt mij al lange tijd bezig. Dat “lijden” komt in vele teksten naar voren. En graag wil ik met u door de Bijbel om te zien hoe we dat lijden (ook voor ons) in de juiste context moeten plaatsen.

En dan wil ik met name “het lijden” in het N. T. onderzoeken.

De eerste keer dat we “lijden” (Grieks: “pascho”) in het N.T. tegenkomen is in Math 16:21:

  • “Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden (= pascho) van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden.”

Het zijn belangrijke woorden van de Heiland die we hier vinden en wat zeker zo belangrijk is: het is de eerste keer (Math 16) dat Hij deze aankondiging doet.

Het is ook de eerste keer dat we in deze betekenis over het LIJDEN lezen.

En we weten dat de eerste keer dat iets voorkomt in het Woord, dat dat altijd de sleutel geeft tot het verstaan van het woord, waar we mee bezig zijn.

We zullen ontdekken, dat het “lijden” altijd in deze context is terug te vinden in het Woord.

En dan bedoel ik de context van: Lijden – opstaan – en verheerlijking!

Vergelijkbare teksten vinden we in Math 17:12, Mar 8:31, Mar 9:12, Luk 9:22, Luk 17:25, Luk 24:26 en Luk 24:46.

Eén tekst wil ik hier nog uit halen, en dat is Luk 9:22:

  • “De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden, door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden”.

De Heere spreekt hier tweemaal het woordje “moet” uit; dit is de vertaling van het Griekse “dei”. Dit geeft een heilig moeten aan: Het betekent, dat het niet anders kan, het moet zó gaan.

In de verzen daarna (Luk 9:23) gaat het over kruisdragen, over je leven verliezen, dan wel behouden. Een prachtige tekst die heel veel waarheid zegt, ook voor ons:

Luk 9:23:

  • “Hij zeide tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf (1) en neme dagelijks zijn kruis op (2) en volge Mij (3). 24 Want ieder, die zijn (eigen) leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn (eigen) leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden.

De Heere maakt met deze aankondiging van Zijn lijden de werkelijke reden bekend van Zijn komst in deze wereld.

En opdat dit allemaal zou gebeuren, moest het feit dat Hij de Christus was, niet in alle openheid verkondigd worden, maar in verborgenheden. Dat lezen we in het vers daarvoor:

Luk 9:20-21:

  • “Hij zeide tot hen (tot de discipelen): Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde en zeide: De Christus Gods. 21 En Hij vermaande hen nadrukkelijk en beval hun dit niemand te zeggen.”

Waarom niet? Omdat er nog iemand meeluisterde, Gods tegenstander!

En broeders en zusters, satan heeft geen geestelijke geopende ogen, om ook echt te begrijpen, wat er geschreven staat.

De satan heeft nooit begrepen dat hij meegewerkt heeft om de Christus, de Verlosser te kruisigen.

Wanner hij dat geweten had, dan had hij het nooit gedaan. Dat lezen we in het Woord: 1 Kor 2:6-8:

  • “Toch spreken wij wijsheid bij hen, die daarvoor rijp zijn, een wijsheid echter niet van deze eeuw, noch van de beheersers dezer eeuw, wier macht teniet gaat, 7 maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van (= sinds) eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. 8 En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.”

 

Maar aan Zijn discipelen zegt de Heere dat Hij moet lijden en gedood en opgewekt worden. En acht dagen later tijdens de verheerlijking op de berg (vgl. Luk. 9:28) wordt duidelijk gemaakt wáár dat moest gaan gebeuren.

Tijdens die wonderbare gebeurtenis van de “verheerlijking op de berg” spraken twee mannen met Hem; het waren Mozes en Elia.

Zij verschenen in heerlijkheid en spraken over Zijn heengaan, dat Hij zou volbrengen in Jeruzalem” (Luk 9:30-31).

We gaan voor de duidelijkheid die tekst samen lezen:

  • “En zie, twee mannen spraken met Hem, en wel Mozes en Elia. 31 Dezen, in heerlijkheid verschenen, spraken over zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen.”

Het woord wat hier vertaald is met “uitgang”, en in de HSV met “heengaan”, vinden we in de grondtekst het woordje “exodus”, dat betekent “uittocht of uitweg”. Het lag in Gods plan besloten dat er slechts één uitweg was voor Zijn Zoon en die liep via Jeruzalem! Dáár moest het lijden, het sterven, Zijn dood en opstanding plaatsvinden.

Het is mooi te zien, dat hier in deze tekst het woord “exodus” (Grieks: Εξοδος, uittocht) wordt gebruikt voor heengaan.

Israël werd door de “Exodus” verlost van de slavernij van Egypte. Daarvoor moesten zij op de vooravond van de Exodus het “lam” slachten om het Pascha te vieren.

De Heere Jezus kwam als hét Lam, om de mensheid uit de slavernij van de zonde te verlossen. Hij volbracht als het ware zijn Exodus, om de slavernij van de zonde voor eens en altijd op te lossen. Zo zien we dat één woordje heel veel te zeggen heeft in het Woord.

We kunnen er dus gerust vanuit gaan dat alles wat er vanaf Lukas 9:22 beschreven wordt in het teken staat van de gang naar Jeruzalem van de Heere Jezus.

Het is indrukwekkend om de Heere als het ware op deze weg aan de hand van het Lukas Evangelie te volgen.

Er blijken allerlei duidelijke en minder duidelijke verwijzingen te zijn naar wat er in Jeruzalem zou gaan plaatsvinden en de zegenrijke gevolgen daarvan.

U moet dat voor uzelf maar eens onderzoeken, Maar alles wat er na Luk 9:22 beschreven staat, staat in het teken van Christus opgaan (Exodus) naar Jeruzalem, om Zijn taak te volbrengen.

Dit lijden van de Heere was in het Oude Testament duidelijk aangekondigd:

Jes 53:1-7:

  • “Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard? 2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. 3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. 4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. 5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. 6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. 7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.

En dan komen we terecht bij bijvoorbeeld Luc 24:26, waar we lezen:

  • Moest de Christus dit niet lijden (= pascho) om in zijn heerlijkheid in te gaan?

Waartoe diende het lijden van de Heere? In in deze tekst staat eigenlijk waartoe het lijden dient. Want wat komt eerst? Het lijden. En wat volgt op het lijden? De heerlijkheid.

Of eigenlijk nog beter voor ons gezegd: Eerst komt de vernedering, vervolgens de wandel, een wandel in dienstbaarheid, een wandel in ootmoedigheid, die gepaard gaat met lijden, en daarop volgend de verheerlijking.

Broeders en zusters, daarom steeds dat lijden!

Laten we eens kijken naar een prachtig voor beeld uit de natuur, een parel.

 

Een Parel

Weet u waar parels worden gevonden? In een schelp in de zee, daar worden ze opgedoken. En zo zal eens Israël als een parel worden opgedoken uit de zee, uit de volkeren zee.

En daarnaast zal het gelovig overblijfsel opgedoken worden als een kostbare parel uit de (volkeren)zee.

En zo worden als het ware de leden van het Lichaam van Christus als kostbare parels één voor één opgedoken uit de volkerenzee.

Is een parel een edelsteen? Nee, het is geen mineraal, zoals een diamant, of zoals een robijn, of een briljant, dat is een edelmetaal, dat is een edelsteen.

Maar een parel is een organisch product. Een parel komt voort uit een oester.

En weet u hoe een parel ontstaat? Misschien weet u het wel, maar ik ga het toch nog even vertellen.

Af en toe komt het voor, dat een klein steentje, gruis, of een zandkorrel, (en zandkorrels die kunnen scherp zijn), die kunnen zich opeens boren in het zachte vlees van een oester.

Zoals u waarschijnlijk wel weet, bestaat een oester uit twee schelpen, en tussen die schelpen kan soms een steentje komen.

En terwijl de oester zich opent en sluit, wringt zich dan dat kleine steentje in het zachte vlees van de oester. Het boort zich als het ware daarin. En het steentje is scherp, en het verwond de oester. En de oester die lijdt.

Maar door dat lijden scheidt de oester parelmoer af, en hij hervormt als het ware dat steentje met zijn scherpe kanten.

En dat steentje verandert langzamerhand, doordat hij omgeven wordt door parelmoer. Daardoor verandert dat scherpe steentje in een parel.

En daarom, vergeet dat nooit: Aan elke parel die je tegenkomt, zit een lijdens geschiedenis aan vast, de lijdensgeschiedenis van onze Heere Jezus Christus. En in Christus de lijdensgeschiedenis van ons, van allen, die tot het Lichaam van Christus behoren.

Dat beeld zit aan die parels vast.

Dat steentje, broeders en zusters, dat is in feite een beeld van u en mij. Een beeld van hoe wij er van nature uitzien. Een beeld van ons in onze zonde.

Wij zijn vaak zo'n scherp steentje, en wij zijn in Christus opgenomen. Wij zijn als het ware met onze zonde in het Lichaam van Christus opgenomen, en Christus heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen én weggedaan op het kruis van Golgotha, en daar heeft Hij geleden. En door Zijn lijden mogen wij worden hervormd tot een kostbare parel.

Er zijn nooit parels te vinden zonder lijden.

Maar door dat lijden te volbrengen heeft de Heiland ons als het ware kunnen hervormen, en daar is Hij nog steeds mee bezig, om ons te hervormen tot een parel.

En wat Israël betreft: In de akker van deze wereld heeft Christus Zijn schat verborgen (Matth 13), het is Zijn schat, en het is een schat vol van parels, en die parels zijn van Hem, die zijn zelfs uit Hem, Hij heeft ze zelfs voortgebracht. Hij heeft er Zelf voor geleden.

In Math 13 lezen we ook nog over een andere parel, naast die parels, die op Israël wijzen:

Math 13:45-46:

  • “Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. 46 Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.” (Math 13:45-46).

En over die parel(s) gaan we de volgende keer verder.

Deel 2 volgt DV.

Bert Boersma oktober 2014 boersmaklm@hetnet.nl 

 

Lijden om Christus wil (deel 2)

 

De vorige keer hebben we het gehad over die parel. Nog even iets over die parel van grote waarde.

In Matheüs lezen we over verschillende gelijkenissen. We lezen over een schat in de aarde, wat eigenlijk over Israël gaat, én we lezen over de kostbare parel.

Math 13:44-46:

  • “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker. 45Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. 46Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die.”

Het gaat hier over twee verschillende dingen:

  1. Een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte én verborg. Dit gaat over het volk Israël. Israël is door de Heere weer verborgen in de akker, d.w.z., dat de Heere na Handelingen 28 het volk Israël als het ware weer verborgen heeft in de akker van deze wereld.
  2. De kostbare parel, die door de Heere wordt gekocht wijst op de gemeente van eerstgeborenen, die mede in de Handelingen haar meerderer gestalte kreeg

Die kostbare parel is een parel van grote waarde, en die parel van grote waarde vindt je ook in de Bijbel, eigenlijk constant naast het volk van Israël, ja zelfs reeds voordat heel dat volk van Israël bestond.

Want we vinden al vóór Abraham een gelovig overblijfsel onder de volkeren, en zij worden genoemd “heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping.”  

En we moeten die kostbare parel van grote waarde onderscheiden van het volk Israël. We moeten onderscheiden dat er naast Israël, reeds een hele gemeente was vanaf Adam af.  

Want in Hebr 11 vinden we een hele reeks geloofshelden, en die begint al bij Abel, en allen die daar genoemd worden tot Abraham, behoorden niet tot Israël. Maar die gelovigen vormen ook met elkaar samen het begin van die kostbare parel van grote waarde, het begin van die gemeente van eerstgeborenen.

Het is goed die gemeente van eerstgeborenen te onderscheiden, die stuk voor stuk werden gerechtvaardigd uit het geloof, en zij keken uit naar de nieuwe schepping. Dat was hun hoop.

Steeds vindt je in de Bijbel, wat hoofdzakelijk over de geschiedenis van Israël gaat, naast Israël, naast de twaalf stammen, ook nog een gelovige overblijfsel.  

Twee groepen, vaak in één zin genoemd. De profeten hebben het er steeds over, bijv in Micha 2:12:

  • “Voorzeker zal Ik u, o Jakob, in uw geheel bijeenbrengen, voorzeker vergaderen het overblijfsel van Israël.”

En je ziet dat het overblijfsel hier een overblijfsel van Israël wordt genoemd.

Je ziet ook in die geloofsheldenrij van Hebr 11, dat vele Joden met hun geloof verder reikten dan de aardse roeping en de aardse zegeningen van een aards Jeruzalem, en van een aards Koninkrijk. Dat David en ook Mozes, net als Abel en Henoch en Noach ook uitzagen door het geloof op hemelse zegeningen.

En ondanks dat zij vanuit het O. T. hoorden van een aardse roeping van een volk van Israël op deze aarde, dat zij daarnaast door de Schriften hoorden en geloofden in een hemelse roeping. Daarom lezen we over “heilige broeders”, zij waren apart geplaatst.

En ten tijde van het bestaan van Israël werden zij apart geplaatst van Israël, als een kostbare parel. Zij waren deelgenoten der hemelse roeping. (Hebr 3:1 en Hebr 12).

Steeds wordt in de Schrift het onderscheid gemaakt tussen het volk van Israël en het gelovig overblijfsel.

In de eindtijd zullen tot het gelovig overblijfsel heel veel Joden behoren. Ja, dat gelovig overblijfsel trad ook al naar voren in de dagen van de Heere Jezus.

Daar zien we die twaalven en allen die in de Handelingen tijd tot geloof kwamen, zowel Joden als heidenen. Die vormen ook in de Handelingen periode dat gelovig overblijfsel, die gemeente van eerstgeborenen.

Daarom kon Paulus in de Galaten brief zeggen, dat zij het zaad waren van Abraham, maar dan niet het aardse zaad, maar het hemels zaad. Steeds is er dat onderscheid.

En hierin zie je ook dat heidenen in de Handelingen deel krijgen aan de hemelse roeping die Paulus in de Handelingen bekend maakt. En zo zien we dit alles in die kostbare parel, die door Christus is gekocht met zijn kostbaar dierbaar bloed. Want dat zegt die gelijkenis:

  • “Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.” (Math 13:46).

Christus legde Zijn totale heerlijkheid af, en gaf alles wat Hij had, tot Zijn leven toe, en kocht daarmee als het ware o.a. die kostbare parel. En niet allen dat, maar Hij betaalde voor de zonde der gehele wereld.

Overigens, en dat wil ik hierbij toch graag vermelden:

We zien hierin het feit, dat er “gewone” gelovigen waren in Israël tijdens het Oude Testament, en in de Handelingen periode, maar dat er ook gelovigen waren, die daar als het ware boven uit staken. Zij zagen uit naar de hemelse stad. Zij werden daarvoor apart geplaatst.

Dus eigenlijk zien we ook daar, zowel in het O.T., als in de Handelingen twee groepen gelovigen.

Nu, in onze periode is er eigenlijk niets nieuws onder de zon, want ook nu zijn er twee groepen gelovigen:

  • Gelovigen die tot geloof zijn gekomen, en om die reden ook behouden zijn, maar om wat voor reden niet tot de volwassenheid zijn gegroeid.
  • En daarnaast zien we gelovigen (heiligen, door God uitverkoren), die wel door genade tot de volwassenheid zijn gegroeid, en tot het Lichaam van Christus behoren. Dus dat verschil in gelovigen is van alle tijden. Dat even terzijde.

Men zegt wel eens, elke parel is een traan, en dat is zo. Wij zijn allemaal stuk voor stuk parels, tranen op het gezicht van de Heere Jezus Christus, toen Hij leed aan het kruis van Golgotha. En Hij heeft geleden voor ons uit liefde. Aan een ieder van ons zit Zijn lijdensgeschiedenis aan vast. Hij wil ons schitterend maken in de ogen van God, ieder afzonderlijk als een kostbare parel.

Soms vragen christenen zich af, waarom moeten wij als christenen toch zoveel lijden? Waar komt al dat lijden toch vandaan?

Dat lijden zit vast aan Christus. Dat lijden zit vast aan de smaadheid van Christus. Als je in Christus bent, dan krijg je gemeenschap aan Zijn lijden.

De apostel Paulus, maar ook Petrus, noem ze allemaal maar op, hebben gemeenschap gekregen aan Zijn lijden.

Als we gaan naar 2 Tim 1, dan lezen we daar;

  • “Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden (hoe moet dat?) in de kracht van God, (Hij wil het in ons uitwerken door Zijn kracht!) 9 die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping.” (2 Tim 1:8-9).

Weet u wat zo mooi is? We hebben het al eens gehad over het woordje “sun” in verband alle zegeningen die het Lichaam van ten deel zullen vallen. U weet nog wel, “mede geplaatst, mede- erfgenamen, enz.

Maar ook hier in deze tekst komen we dat woordje “sun” tegen. Mooi dat het hier ook door “mede” is vertaald. Hier staat het Griekse woord “sugkakopatheo”, wat is afgeleid van de woorden “sun” en “kakopatheo”.

Dat betekent dat we exact dezelfde bereidheid moeten hebben als de apostel Paulus, “wees mede bereid (op exact dezelfde manier als ik, zegt Paulus), om voor het Evangelie te lijden.

Wees bereid, broeders en zusters, voor het evangelie te lijden! En daarin sta je niet alleen. Want de Heere wil dat door Zijn Goddelijke kracht in u uitwerken! En dan maakt hij door dat lijden een kostbare parel van u en van mij!

Ik zal het nog sterker uitdrukken: Uitsluitend door dat lijden wordt je een kostbare parel.

En dat bedoelt Paulus wanneer Hij in Fil 3:17-18 zegt:

  • “Weest allen mijn navolgers, (= sum mimetes SUN dat betekent, doe dat op exact dezelfde manier! Immiteer mij!) broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt. 18 Want velen wandelen – ik heb het u dikwijls van hen gezegd, maar nu zeg ik het ook wenende – als vijanden van het kruis van Christus.”

Wanneer je wandelt als een vijand van het kruis van Christus, dan ben je niet bereid voor het Evangelie te lijden. Dan ga je dat uit de weg. En dan moeten we goed beseffen, dan worden we nooit een kostbare parel in Gods hand.

Door lijden..........tot de volmaking......tot volwassenheid......tot heerlijkheid.

En dát wil de Heere in ons (uit)werken door Zijn kracht!

Het is een Bijbels principe: Zonder kruis geen kroon, en dat betekent: geen erfenis!

Daarvoor gaan we een tekst lezen uit 2 Tim 2: 5-13:

  • “En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans (= erfenis) alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden. (Het is een strijd) 6 De landman, die de zware arbeid verricht, moet het eerst van de vruchten genieten. 7 Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven. 8 Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie, 9 waarvoor ik kwaad lijd en zelfs boeien draag als een misdadiger. Maar het woord van God is niet geboeid. 10 Om deze reden wil ik alles verdragen, (waarom?) om de uitverkorenen, (en wat gebeurt er met die heiligen?) opdat ook zij het heil in Christus Jezus verkrijgen met eeuwige heerlijkheid. 11 Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven; 12 indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen; 13 indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.”

Het laatste gedeelte van deze tekst is misschien wat moeilijk te verstaan. Maar wanneer we die teksten in de juiste context plaatsten van de boodschap, die Paulus in zijn late brieven wil doorgeven, dan betekent vers 12, wat spreekt over “volharden” in onze wandel in Christus, dan moeten we daar niet van maken, dat wij ons best moeten doen. Maar dat “volharden” betekent, dat wij in alle ootmoed ons willen laten lijden door Christus, dat Hij Zijn werk in ons kan blijven doen. Hij wil dat doen.

Vers 12b: “Indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen.”

Dit betekent niet dat wij niet geloven, maar dit betekent, wanneer wij niet willen wandelen in de roeping waarmee wij geroepen zijn, dus niet wandelen in de hoge roeping, waarmee Paulus ons in zijn late brieven oproept, om in die gezindheid, alles achter ons te laten, en Christus te volgen in die onnaspeurlijke verborgenheid, wanneer wij dat niet willen, dán zal Christus ons verloochenen voor dat deel, dan zullen we niet de erfenis in Christus kunnen ontvangen.

Vers 13:

  • “Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.”

Dit wil zeggen, dat zelfs als wij ontrouw zijn in de wandel, dan nog blijft Christus getrouw, want Zijn werk op het kruis van Golgotha blijft staan. Dát betekent: “Zichzef verloochenen kan Hij niet!”

Hierbij moeten we duidelijk onderscheiden, dat het ontvangen van de krans/kroon, wat “te dien dage” zal geschieden, alles te maken heeft met het ontvangen van de complete erfenis in Christus.

Dus dan de gelezen tekst:

Wanneer ontvang je de kroon? U mag best lezen: Wanneer ontvang je de prijs in Christus? 2 Tim 2:5: Als je volgens de regels van de kamp hebt gestreden.

Weet u wat er echt staat in vers 5?

  • In de NBG hebben we gelezen: “En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden.
  • St. Vert.: “En indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden.”

De HSV spreekt hier over “spelregels”. Maar het is duidelijk dat er regels zijn hoe we “wettelijk” dienen te strijden. Welke regels zijn dat? Hoe komen we daarachter?

Dan moeten we uitsluitend naar ons grote voorbeeld, de apostel Paulus kijken, en hem navolgen, hem immiteren.

Hoe begon het bij Paulus?

Daar hopen we de volgende keer me verder te gaan.

Deel 3 volgt DV

Bert Boersma oktober 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 3)

 

We weten allemaal van de geweldige geschiedenis, hoe de Heere Paulus in de kraag vatte op de weg naar Damascus. Hoe Paulus blind in Damascus zat. En toen was er een zekere Ananias, die de Heere naar Paulus toestuurde. En de Heere sprak tot Ananias:

Hand 9:15-16:

  • “Maar de Here zeide tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren (ekloge) (eklegomai = heeft uitverkoren) werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en [de] kinderen Israëls; 16 want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet (= dei pascho) ter wille van mijn naam.”

Hier wordt weer het woord “dei” samen met het woord “pascho” (= lijden) gebruikt in de grondtekst, wat het lijden van Paulus uitdrukt. Er staat lijden moet, het lijden is onontkoombaar, wanneer Paulus gaat staan in zijn bediening komt hij daar niet onder uit. En ook wij, wanneer gaan staan in onze bediening, komen er niet onder uit, broeders en zusters!

Paulus is door God uitverkoren om de grote daden Gods te verkondigen. En wat deed Paulus in de Handelingen? Hij deed in de hele Handelingen periode niets anders dan uitleggen wat alreeds in de Schriften was verkondigd! Dit weten we, het staat in de Bijbel (bijv Hand 28:23). En wat was het gevolg? Paulus moest grote verdrukkingen ondergaan.

Wat betekent dit?

Dit betekent, broeders en zusters, dat de Joden helemaal niet in de Schriften geloofden! Want als zij de Schriften geloofden, dan hadden zij de uitleg van Paulus omarmd! Maar zij waren bezig met allerlei menselijke instellingen en menselijke leringen, die zij veel belangrijk vonden. En het rijke evangelie wat Paulus bracht paste daar helemaal niet bij. Zij zouden zich dan helemaal moeten omkeren, en dat wilden zij niet. Zij wilden zich vasthouden aan hun eigendunkelijke wijsheden. En daarom botste het steeds tussen hen en Paulus.

Hierin zien we tegelijk de enorme liefde van God voor zijn volk Israël. God wist dat de Joden in de verstrooiing bezig waren met hun eigendunkelijke godsdienst.

Maar God stuurde Paulus, en daarmee gaf de Heere hen een kans om tot geloof te komen. En de Heere wist eigenlijk op voorhand, hoe het zou gaan. De Heere wist al op het moment, toen Hij Paulus riep, dat hij veel lijden moest doorstaan omwille van de boodschap die hij moest brengen.

Is er iets nieuws onder de zon? Is eigenlijk die eigendunkelijke wijsheid van toen niet doorgegaan tot op de dag van vandaag? Hoeveel kerken zijn er niet, die eigenlijk hun eigen bedachte menselijke instellingen belangrijker vinden dat wat het Woord te zeggen heeft?

Wat hebben ze zo al niet bedacht! De Dordtse Leerregels, de drie formulieren van enigheid, 52 zondagen, die een samenvatting van het Woord van God zouden zijn, die in 52 zondagen wordt behandeld.

Ik heb het persoonlijk allemaal meegemaakt. Ik heb vroeger al die zondagen moeten leren, maar ik weet er nog maar één. En die was goed. Zondag één: (het ging met vraag en antwoord) en de vraag was: Wat is uw enigen troost in leven en in sterven?

Antwoord: Dat ik het eigendom ben van Christus Jezus.

Ik zal u een voorbeeld geven, van hoe het vandaag de dag toe gaat:

Ruim een jaar geleden, sprak ik met een zuster, die naar de kerk ging, en zij was gevraagd om ouderling te worden. Die zuster ging het Woord bestuderen, en kwam tot de ontdekking dat die functie eigenlijk helemaal niet voor haar bestemd was.

Ze las over dingen als “leiding geven aan de gemeente”, over “de man van één vrouw”, en over “de kennis van het geheimenis des geloofs, om dat te kunnen uitdragen”, enz. Dat las ze allemaal in de brieven van Paulus.

Toen de dominee haar kwam vragen hoe ze erover dacht om ouderling te worden, vertelde ze hem dat ze die functie niet kon aanvaarden om redenen, die ze had gelezen in het Woord. Het antwoord van de dominee was: “Ach, dat zegt Paulus, daar hoef jij je niets van aan te trekken, dat was toen, dat geldt nu niet meer voor ons.”

Waarop de zuster vastberaden zei: “En ik doe het niet!”

Dat is gehoorzaamheid, en dát is tegelijk ook lijden om Christus wil.

Hoe komt dit allemaal? Waarom neemt men de menselijke instellingen wel voor waar aan, en het Woord van God niet?

Waarom moest Paulus lijden? Omdat hij ongeloof op zijn weg ontmoette. En door het ongeloof ontstond er een hevig verzet. En daardoor moest Paulus lijden om Christus wil. Altijd ontstaat het lijden van gelovigen door mede-gelovigen, die de Waarheid tegenstaan. Wat deed Paulus? Hij haalde alleen maar het Woord aan. Maar men wilde willens en wetens niet luisteren!

Overal waar ikzelf in gemeenten ben geweest, heb ik helaas steeds moeten contstateren, dat de menselijk leringen en instellingen belangrijker zijn, dan Gods Woord. En wanneer je je wilt laten lijden door Gods Woord, dan wordt je een blok aan het been, en kan je beter vertrekken. 

Hoe komt dit allemaal? Waarom is het mensdom altijd maar bezig met de dingen die van God af leiden? Ik denk dat hier twee redenen voor zijn.  

  • Ten eerste is er iemand bezig, die tegen God in opstand is gekomen, en die een vijand van God is geworden, die vanaf den beginne bezig is geweest om alles wat betrekking had op en met God, in de war te brengen, en door leugens van God af te brengen.
  • Ten tweede zit vanaf Adam het verkeerde in alle mensen, en is er niemand die goed kan doen van zichzelf.

Maar niemand heeft een verontschuldiging om niet in een Schepper te geloven. Want God heeft Zichzelf bekend gemaakt in heel Zijn schepping. En het staat er zo mooi in de Romeinen brief:

Rom 1:19-25:

  • “Daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. 20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. 21 Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. 22 Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, 23 en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. 24 Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. 25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.”

Maar we hadden het over het “lijden”. Waarom al het lijden? Omdat heel de schepping onder aanvoering van Gods tegenstander in opstand is tegen God. Soms onbewust, soms willens en wetens.

We zien het lijden van de Heere heel duidelijk tijdens zijn eerste komst, toen de Heere steeds met het ongeloof van de Zijnen, Israël, te maken kreeg. Daarom ging de Heere op een gegeven ogenblik ook niet meer openlijk tegen hen spreken, maar in verborgenheden, in gelijkenissen. Daar begon het lijden van de Heere al.

We weten hoe het allemaal gegaan is. Golgotha!

Broeders en zusters, ik wil graag, dat we ons het volgende goed realiseren, wie hing daar aan het kruis van Golgotha? Ja onze Heiland, de Heere Jezus Christus. Maar laten we eens kijken wat over Christus staat geschreven in het Woord:

Hebr 1:8-10: En dit wordt gezegd van de zoon:

  • “Maar van de Zoon: Uw troon, o God, (is hier de Zoon) is in alle eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap. 9 Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat; daarom heeft U, o God, (betreft de Zoon) uw God met vreugdeolie gezalfd boven uw deelgenoten. 10 En: (gaat ook over de Zoon) Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer handen.”

Dus wie hing daar voor u en voor mij aan het kruis van Golgotha? God de Schepper van alle dingen! Die God de Schepper, heeft zichzelf volkomen vernederd, hij heeft de gestalte van een dienstknecht (doulos = slaaf) aangenomen, en heeft zich laten slaan en bespugen, en Zichzelf aan een hout laten slaan, omdat Hij wist dat de mens-heid zonder dat offer reddeloos verloren was. Het was de enige manier om “Leven” voort te brengen. Daar heeft de Schepper aller dingen de finale overwinning behaald.

Dit mysterie getuigd van Gods onpeilbare diepe grote liefde (agapè). Dit grote wonder van Gods liefde is met het mensenverstand niet te begrijpen.

Er is ook geen enkele Godsdienst waar de godheid zich zo heeft vernederd, en zo heeft geleden om de Zijnen tot heerlijkheid te kunnen brengen.

Maar onze God en Vader deed dat wel.

En door Zijn lijden heeft de Heere Jezus Christus de heerlijkheid verworven. Niet alleen voor Hemzelf, maar voor allen die Hem in geloof hebben aanvaard. Iedere gelovige op zijn/haar eigen plaats.

Toen deze geschiedenis van het lijden en sterven zich afspeelde, begreep niemand er iets van. Ook de discipelen en de anderen niet, die de Heere waren gevolgd.

Luk 24:

  • “Maar op de eerste dag der week gingen zij reeds vroeg in de morgenstond met de specerijen, die zij gereedgemaakt hadden, naar het graf. 2 Zij vonden de steen van het graf afgewenteld, 3 en toen zij er ingegaan waren, vonden zij het lichaam van de Here Jezus niet. (zij wisten niet waarover de Heere eerder gesproken had) 4 En het geschiedde, terwijl zij daarover in verlegenheid waren, dat, zie, twee mannen in een blinkend gewaad bij haar stonden. 5 En toen zij zeer verschrikt werden en haar aangezicht ter aarde neigden, zeiden dezen tot haar: Wat zoekt gij de levende bij de doden? 6 Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Herinnert u, hoe Hij, toen Hij nog in Galilea was, tot u gesproken heeft, 7 zeggend, dat de Zoon des mensen moest overgeleverd worden in de handen van zondige mensen en gekruisigd worden en ten derden dage opstaan. 8 En zij herinnerden zich Zijn woorden, 9 en teruggekeerd van het graf, boodschapten zij dit alles aan de elven en aan al de anderen. 10 Dit waren dan Maria van Magdala, en Johanna, en Maria, (de moeder) van Jakobus. En de anderen, die met haar waren, zeiden dit aan de apostelen. 11 En deze woorden schenen hun zotteklap en zij geloofden haar niet.”

En dan komen we in vers 17 bij de Emmaüsgangers:

  • "Hij zeide tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert? En zij bleven met somber gelaat staan. 18 Eén dan van hen, genaamd Kleopas, antwoordde en zeide tot Hem: Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is? 19 En Hij zeide tot hen: Wat dan? Zij zeiden tot Hem: Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk, 20 en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. 21 Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël verlossen zou. Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is. 22 Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest 23 en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. 24 En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hém hebben zij niet gezien. 25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! 26 Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? 27 En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.”

Deze mensen waren in die tijd het nauwst betrokken bij de Heere, en zij geloofden het eigenlijk niet. Hoe zouden anderen die nog verder af stonden wel geloven, dat de Heere was opgestaan?

Ook Paulus deed gedurende de hele Handelingen eigenlijk niets anders dan uit te leggen, dat de Christus moest lijden, en weer was opgestaan.

Hand 17:1-5

  • “En hun weg nemende over Amfipolis en Apollonia, kwamen zij te Tessalonica, waar een synagoge der Joden was. 2 En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen en behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, 3 door aanhalingen uitleggende, dat de Christus moestlijden en opstaan uit de doden, en dat deze de Christus is, die Jezus, die ik (zeide hij) u predik. 4 En enigen van hen lieten zich overtuigen en sloten zich bij Paulus en Silas aan, en ook een grote menigte Grieken, die God vereerden, en tal van voorname vrouwen. 5 Maar de Joden werden afgunstig en namen enkelen van het minste straatvolk te hulp, veroorzaakten een oploop, en brachten de stad in rep en roer.”

De Joden verwachten hun Messias (nog steeds). En Paulus legt hen uit, dat deze Messias, de Heere Jezus Christus is, maar dát wilden ze niet geloven.

Tot en met Handelingen 28 gaat Paulus met deze verkondiging aan Israël door:

Hand 26:23, daar lezen we:

  • “Namelijk, dat de Christus zou lijden, en dat Hij als eerste uit de opstanding der doden het licht zou aankondigen en aan het volk en aan de heidenen.”

Deel 4 volgt DV

Bert Boersma November 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 4)

 

De vorige keer zijn we geëindigd met de tekst uit Hand 26:23, waar Paulus aan de Joden uitlegt dat de Heere Jezus Christus is hun Messias is, maar dát wilden ze niet geloven. Tot en met Handelingen 28 gaat Paulus met deze verkondiging aan Israël door. En dan lezen we in Hand 26:23:

  • “Namelijk, dat de Christus zou lijden, en dat Hij als eerste uit de opstanding der doden het licht zou aankondigen en aan het volk en aan de heidenen.”

Weet u wat hier in de grondtekst staat broeders en zusters? Precies hetzelfde woord in het Grieks als in Fil 3:11, en die tekst kennen we allemaal:

Fil 3:11:

  • “(Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, 11 zou mogen komen tot de opstanding uit de doden (= exanastasis).”

Dit is de enige tekst in het N.T. waar we dit woord aanéén gesloten vinden, dus “exanastasis.”

Maar hiernaast vinden het woord “(ex-)anastasis” nog drie keer in het N.T., maar dan met het voorzetsel “ex”. Dus daar staat in de grondtekst “ex” los van “anastasis”. Maar eigenlijk staat daar hetzelfde.

Dat lazen we dus Handelingen 26:23. Dus eigenlijk staat er in Hand 26:23:

  • “Namelijk, dat de Christus zou lijden, en dat Hij als eerste vanuit de uitopstanding van tussen de doden uit, (Grieks: ex-anastasis) het licht zou aankondigen en aan het volk en aan de heidenen.”

Vervolgens vinden we dit woord “ex-anastasis” ook in Rom 1:4:

  • “3 aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, 4 naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden (= ex-anastasis) verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here.”

En eigenlijk kan dat ook niet anders, want dit betreft de opstanding van Christus wat een opstanding van tussen de doden uit is.

En om het compleet te maken vinden we “ex-anastasis” nog één keer in het Woord. Dat is de enige keer, waar het niet met de Heere te maken heeft, en dat lezen we in Hebr 11:35:

  • “Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding (= ex-anastasis) terug ontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.” (Zoals bijvoorbeeld het gestorven kind, wat Elia levend aan zijn moeder terug gaf – 1 Kon 17:23 – en het dochtertje van Jaïrus, wat uit de doden mocht opstaan (Marcus 5).

 

Het Dienen = Lijden

Maar we hadden het over het lijden. Wat nu zo bijzonder is in het Woord, dat het lijden van Christus ook vast zit aan de gelovigen, die Christus volgen. Aan de apart geplaatste en getrouwe gelovigen, aan wie Paulus zijn late brieven schrijft. En weet u hoe dat komt broeders en zusters?

Wanneer wij doen wat de apostel ons voorhoudt, en werkelijk navolgers worden van Paulus, die een navolger is van Christus, dan gaan wij staan in die juiste gezindheid, welke ook in Christus Jezus was, en dan overkomen ons gelijke dingen, ook het lijden!

Daartoe roept Paulus ons op in Fil 2:5-7:

  • Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, 6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht (doulos) heeft aangenomen.” 

Wat was het gevolg daarvan? Dat Hem (door ongeloof) ontzettend veel smaad werd aangedaan, dat Hij heel veel lijden moest ondergaan. Hij kwam als een Doulos om de wil van de Vader te doen.

 

En gaat u de Bijbel maar eens na, maar vanaf de beginne, dat God mensen riep in Zijn dienst, werden ze (door ongeloof) gesmaad, kregen ze verdrukking te verduren, moesten ze omwille van het Woord lijden ondergaan.

 

Allen die geroepen werden tot dienstknecht van de Heere moesten deze dingen ondergaan. Niet één uitgezonderd.

 

Laten we samen eens kijken naar Mozes:

Een prachtig bijbelgedeelte hierover vinden we over Mozes in Hebr 11:

  • “23 Door het geloof is Mozes na zijn geboorte drie maanden door zijn ouders verborgen gehouden, omdat zij zagen, dat hij een schoon kind was, en zij hebben het bevel des konings niet gevreesd. 24 Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, 25 maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; 26 en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte (= lijden), want hij hield de blik gericht op de vergelding. 27 Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, zonder de toorn des konings te duchten. Want hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke. 28 Door het geloof heeft hij het Pascha gehouden en het bloed doen aanbrengen, opdat de verderver hun eerstgeborenen niet zou aanraken. 29 Door het geloof zijn zij door de Rode Zee gegaan als over droog land, terwijl de Egyptenaars, toen zij het ook beproefden, verzwolgen werden.

 

Wat valt hier op? Er staat tot 5 keer toe “door het geloof”.

Wat moet Mozes wel niet gehoord hebben, waardoor hij op zo'n wonderlijke wijze lijden verkoos in plaats van genot? Hij moet gehoord hebben van wat de afloop van dit soort werelds genot is, en anderzijds moet hij gehoord hebben van een "eeuwig gewicht van heerlijkheid".

 

Vandaar dat Mozes niet keek op de dingen die gezien worden, want wat lazen we:

  • “Want hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke.” (Hebr. 11:27).

 

Het werelds genot was (en is) slechts van tijdelijke duur, maar in het zicht van de eeuwige heerlijkheid is de verdrukking licht en slechts voor korte tijd.

 

En dat zegt ons 2 Kor 4:17

  • “Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid.”

 

En behalve dat Mozes iets verkoos; was er ook iets dat hij voor ogen hield. Hij beschouwde “de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen" (Hebr. 11:26). (de vergelding)

 

Zag Mozes dat? Nee dat zag hij doordat hij van de Heere geestelijke ogen had ontvangen. Ook de apostelen wisten wat het was om smaad te dragen. Nadat zij gevangen genomen en geslagen waren, gingen zij "weg uit de tegenwoordigheid van de Raad en waren verblijd dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam smaadheid te lijden" (Hand. 5:41). Ook hier weer lijden door ongeloof van de broeders!

 

Hier is het “smaadheid lijden”, waar het feitelijk ook over gaat in Hebreeën 11:26.

 

En merk op dat hier niet staat dat Mozes deze smaadheid moest verduren, omdat hij er niet onderuit kon. Nee, hij verkoos deze smaadheid boven de schatten van Egypte en schatte deze smaad van een veel grotere waarde.

 

En daarin verblijdde hij zich. Net als Paulus kon hij zeggen: "Daarom heb ik een behagen in zwakheden: in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig" (2 Kor. 12:10).

 

En wat was de oorzaak van de wonderlijke keuze van Mozes voor de smaadheid? Geloof! Het was “door het geloof”.

 

Broeders en zusters, spreekt dit geloof van Mozes ook ons hart aan?

Wanneer wij geloven wat we hebben gehoord, en daardoor weten dat er smaadheid/lijden over ons komt, dan zouden we daardoor heel gelukkige mensen door moeten zijn. Want dat lijden om Christus wil is een eer voor ons.

 

Kijk naar Mozes. Wat is er een enorme kracht in die drie woorden “door het geloof”

 

Dit geloof komt voort uit, en is gebaseerd is op wat we gehoord hebben van God.

 

Dit is het geloof dat de wereld overwint en ons de overwinning geeft in Christus Jezus, onze Heere.

 

Loon 

En op dat geloof volgt nog iets: En dat lezen we in Hebreeën 11:26:

  • "... want hij had het loon voor ogen".

Dit is een tweevoudig loon, namelijk naar de goddelozen toe en naar de rechtvaardigen. Mozes' hele leven was gebaseerd op, en werd beheerst door het geloof in wat God verklaard had over beide. Beide zouden zeker komen en hij had de voorkeur, ja, verkoos de tijdelijke smaad boven de schatten van Egypte en vandaar keek hij naar de beloofde en toekomstige schat, die eeuwig is.

 

Daarbij gaat het er niet zozeer om wat we geloven, maar Wie we geloven. Abraham geloofde God (Gen. 15:6 en Rom. 4:3), en Paulus zei: "... want ik weet, in Wie ik geloofd heb ..." (2 Tim. 1:12).

 

Beiden geloofden wat zij gehoord hadden en dit was hun verlossend geloof, net zoals dat voor ons het geval is. Het is altijd “door het geloof”.

 

Al in Deuteronomium 8:3 lezen we wat de Heere aanhaalt in Matteüs 4:4, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar van alles, wat uit de mond van de Heere uitgaat. De woorden die de HEERE sprak met betrekking tot het horen door het geloof, hadden betrekking op ontastbare, onzichtbare dingen. En Zijn woorden zijn waarachtig.

 

Geloven wij God? Geloven wij in wat God aan ons heeft geopenbaard?

Mozes geloofde wat hij gehoord had van God. Wij ook? Abraham liet de traditie die hem overgeleverd was door zijn vaderen achter. Hebben wij dat ook gedaan?

 

Abrahams vaderen waren afgodendienaren; ze geloofden in geesten en dat er geen dood was en dus ook geen opstanding. Maar Abraham gaf al deze tradities op en geloofde God.

 

Mozes gaf alle tradities op die verband hielden met de wijsheid van Egypte, omdat hij Gods openbaring geloofde. Tussen twee haakjes: Dit deed Israël helaas niet! De halsstarrige verering van de doden, etc., die ze eerst in Egypte en later van de volken van Kanaän hadden geleerd, laat zien hoezeer zij in de greep waren van deze tradities.

 

Het moderne spiritisme stamt direct af van de wijsheid van Egypte en de misleidingen van Babylon. Ook de overleveringen van de zogenaamde 'Christelijke religie' zijn doordrenkt van deze leringen!

 

Zo worden ook wij aangespoord, samen met de gelovigen in de verstrooiing aan wie de Hebreeënbrief gericht is (Israël) en worden we eraan herinnerd dat we verlost zijn, waarvan? "Van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is" (1 Petr 1:18).

 

Laat het zo mogen zijn, dat we het ontvangen van God Zelf, door Zijn Woord.

 

Zijn Woord is de waarheid en als we geloven wat we daaruit horen, zullen we in staat zijn de eer van mensen te weigeren, en de verdrukkingen om Christus wil te verkiezen en de smaadheid van Christus groter eer te achten dan de schatten en wijsheid die de wereld ons kan bieden.

 

En dan komen we eigenlijk terecht bij die prachtige tekst uit Rom 8:18:

  • “Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.”

 

Dat zegt Paulus. Paulus was geworden een dienstknecht van Christus Jezus. Een doulos! Paulus wist wat er vastzat aan dat volgen van Christus. Hem was van te voren al gezegd, hoeveel hij zou moeten lijden terwille van de Naam van Christus.

 

Dit zegt Paulus in de Handelingen, maar ditzelfde geldt ook voor ons.

 

In de Handelingen zegt Paulus nog meer:

2 Kor 1:1-7:

  • “Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteüs, de broeder, aan de gemeente Gods, die te Korinte is, met al de heiligen in geheel Achaje: 2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. 3 Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting, 4 die ons troost in al onze druk, zodat wij hen, die in allerlei druk zijn, troosten kunnen met de troost, waarmede wijzelf door God vertroost worden. 5 Want gelijk het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo valt ons door Christus ook overvloedig vertroosting ten deel. 6 Worden wij verdrukt, het is u tot troost en heil; worden wij getroost, het is u tot een troost, die zijn kracht toont in het doorstaan van hetzelfde lijden, dat ook wij ondergaan [grondtekst: “dat ook wij lijden]. 7 En onze hoop voor u is wèl gegrond, want wij weten, dat gij evenzeer aan de vertroosting deel hebt als aan het lijden.”

 

Deel 5 volgt DV

Bert Boersma, November 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 5)

Hoe komt dit nu allemaal broeders en zusters? Waarom al dat lijden?

Waarom kunnen we niet gewoon in de Heere geloven zonder al dat lijden?

Of misschien zegt u bij uzelf: “Ik ervaar dat lijden helemaal niet.”

Broeders en zusters, het lijden komt voort uit het dienen. De Heere roept ons op om te dienen. Hoe doe je dat? Door jezelf te vernederen, door in alle ootmoed te luisteren naar Zijn Woord. Dan ga je net als Paulus in diezelfde gezindheid van een dienstknecht (doulos) staan. Dan wordt je ook een doulos van Christus.

En aan het dienen zit onherroepelijk lijden vast.

 

Het woord “sun” in verband met het navolgen van Paulus

Laten we maar eens een paar teksten lezen:

Fil 1:1-7 (het gaat om vers 7):

  • “Paulus en Timoteüs, dienstknechten (= doulos = slaven) van Christus Jezus, aan al de heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn, tezamen met hun opzieners en diakenen; 2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. 3 Ik dank mijn God, zo dikwijls ik uwer gedenk; 4 immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor u allen met blijdschap, 5 wegens uw deelhebben aan de prediking van het evangelie, (St. Vert.: “Over uw gemeenschap aan het Evangelie”) van de eerste dag af tot nu toe. 6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus. 7 Zó van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf, omdat ik u op het hart draag, daar gij allen, zowel bij mijn gevangenschap als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten zijt van de mij verleende genade.

 

Waar in de vertaling in vers 7 staat “deelgenoten”, staat in het Grieks “sugkoinonos”, wat is afgeleid van de woorden “sun en koinomos”.

 

We zijn al eerder bezig geweest met het woordje “sun”, en dan ten opzichte van alle zegeningen, die het Lichaam van Christus op gelijke wijze als Christus ten deel zullen vallen.

 

Maar ook hier vinden we het woordje “sun”, wat hier ook dezelfde betekenis heeft, van “op precies gelijke wijze”.

 

Dus de leden van het Lichaam van Christus zijn op exact dezelfde wijze als Paulus deelgenoten van de hem verleende genade.

 

Welke genade is onder anderen aan Paulus verleend? En dus ook aan ons?

Fil 1:29:

  • “Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, 30 in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort.”

 

En hoe worden deelgenoten van die rijke genade?  

Fil 1:27-28:

  • “Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie, 28 zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat beangstigen. Hierin is voor hen een aanwijzing van hún verderf, doch van úw behoud, en dat van Godswege.”

 

Dus hoe worden we deelgenoten van die rijke genade?

Door te doen waartoe de apostel Paulus ons oproept: “Wordt allen mijn navolgers!”

Door vast te staan in één geest, één van ziel medestrijdende.

 

Dat woord “medestrijdende” is vertaald uit het Griekse woord “sunathleo”, wat is samengesteld uit de woorden “sun en athleo”.

 

Het woordje “sun” drukt hier uit, dat we op exact dezelfde wijze medestrijden met de apostel Paulus. En dat strijden brengt lijden met zich mee. Dat strijden doen we als een atleet. Een atleet loopt op de renbaan tussen die witte strepen.

Zo strijdt je mee met Paulus.

 

Wat zijn de kenmerken van een atleet? Een atleet heeft zich geoefend in een bepaalde sport. Daarin is hij/zij getraind. Zijn wij geoefend in onze strijd? Trainen wij onszelf als een atleet? Als een doulos voor Christus?

 

Dat doe in dit geval op exact dezelfde wijze als Paulus, in navolging van hem. Dat drukt het woordje “sun” uit. Dus “sunathleo”.

Fil 2:1-5

  • “Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag worden) in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is, 2 maakt (dan) mijn blijdschap volkomen (volmaken) door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, 3 zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, 4 maar ieder (lette) ook op dat van anderen. 5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was.”

 

Waar in de tekst (vers 2) staat “één van ziel”, staan in de griekse grondtekst het woord “sumpsuchos”, wat is samengesteld uit de woorden “sun en psuche

 

Weer het woordje “sun” in combinatie met “psuche”. “Psuche” is het Griekse woord voor “ziel”. En wanner we zouden bestuderen wat de ziel betekent, dat komen we tot de ontdekking dat dat ons lichaam is.

 

Dus eigenlijk staat er in die tekst “sun-lichaam”, dus “samen-lichaam”. Dat we als leden van het Lichaam van Christus SAMEN als één geheel, een eenheid vormen.

 

Dus dan staat er in de tekst van Fil 2:2-3:

  • “Dat we als één geheel, als één Lichaam staan in dezelfde blijdschap, dat we als één geheel, als één Lichaam dezelfde liefde (AGAPE) betonen, dat we als één Lichaam samen hetzelfde doel voor ogen hebben. (dat is: “één in streven”).

 

Hoe doe je dat? Door in alle ootmoed in de dezelfde gezindheid te staan, als Christus Jezus, onze Heere.

Fil 2:12-13:

  • “Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, 13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.”

 

Broeders en zusters, we moeten goed beseffen, wanneer er staat, dat “God dit doet”, dan doet Hij dat door Zijn Goddelijke kracht in ons werkzaam te laten worden. Dat is heel bijzonder!

 

En dat zegt de grondtekst ook. Want voor “werken” staat in de grondtekst “energeo” = in dit geval Goddelijke energie.

 

Dus wat doet de Heere? Hij wil met Zijn Goddelijke energie in ons, in u en in mij werken. En dan gaat de tekst verder:

Fil 2:14:

  • “14 Doet alles zonder morren of bedenkingen (= dialogismos = dialogen voeren = discussies), 15 opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, 16 het woord des levens vasthoudende, mij ten roem tegen de dag van Christus, dat ik niet vruchteloos (mijn wedloop) gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb. 17 Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van uw geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. 18 Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij.”

 

(Dat “geplengd worden” kom ik een volgende keer uitvoerig nog op terug.)

In vers 17 staat “verblijd mij met u allen”. Hier staat het Griekse woord “sugchairo”, wat is afgeleid van de woorden “sun en chairo”

Hier weer het woordje “sun” tezamen met “chairo”, wat verblijden of blijdschap betekent. Dus ook het verblijden, of het in de blijdschap staan, doen we op een gelijke wijze als Paulus tezamen als één samen-lichaam.

En ook vers 18 vinden we hetzelfde woord “sugchairo”, in de tekst.

Fil 2:25

  • “Maar ik achtte het noodzakelijk, Epafroditus tot u te zenden, mijn broeder en medearbeider en medestrijder, die uw afgevaardigde was om mij te helpen in hetgeen ik nodig had.”

 

In deze tekst is het woord “medearbeider” vertaald uit het woord “sunergos” afgeleid van “sun en ergon.” En “medestrijder” komt van het Griekse woord “sustratiotes”, wat is afgeleid van de woorden “sun and stratiotes”

Van het woord “stratiotes” komt ons woord “strategie” vandaan.

 

Dus in het mede-arbeiden en mede-strijden dienen we als het samen-lichaam dezelfde strategie te voeren.

 

Welke strategie is dat? Door samen te zoeken de dingen die boven zijn.

 

Door samen te ontdekken wat de Heere ons in Zijn Woord allemaal te vertellen heeft. Door zoals nu samen bijbelstudie te doen. En daardoor als het ware steeds dieper gefundeerd te raken in Christus Jezus onze Heiland.

 

En om gefundeerd te worden, is het nodig te begieten, dan groeien wij, en dan wortelen wij! En om gefundeerd te worden is het nodig om in het Licht te staan. En dan staan we in Christus steeds sterker in deze leugenachtige wereld.

 

Dan gaan we steeds meer beseffen, wat het betekent om hemelburgers te zijn. Daarvoor is een juiste strategie nodig.

 

Verder komen we dit “sun” nog tegen in:

Kol 4:10-11

  • “Aristarchus, mijn medegevangene (= sun-aichmalotos), laat u groeten, en Marcus, de neef van Barnabas – over hem hebt gij opdracht gekregen; ontvangt hem, indien hij bij u mocht komen – 11 en Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers (= sunergos) zijn voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost zijn geweest.”

Fil 4:3

  • “Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie mijn verlangen uitgaat, mijn blijdschap en kroon, staat alzo vast in de Here, geliefden! 2 Euodia vermaan ik en Syntyche vermaan ik, eensgezind te zijn in de Here. 3 Ja, ik vraag ook u, mijn trouwe metgezel (= suzugos – sun – zugos): wees haar behulpzaam. Want zij hebben tezamen met mij in de prediking van het evangelie gestreden (= sun-athleo), naast Clemens en mijn overige medearbeiders (= sunergos).”

Filemon 1:1:

  • “Paulus, een gevangene van Christus Jezus, en Timoteüs, de broeder, aan de geliefde Filemon, onze medearbeider (= sunergos), 2 aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medestrijder (= sustratiotes – strategie), en aan de gemeente te uwen huize: 3 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.”

 

Hieronder meerdere teksten, waarin we in de grondtekst het woordje “sun” tegenkomen. En “sun” geeft altijd aan dat het op exact gelijke wijze iets plaatsvindt.

 

(Ook in de Handelingen komen we deze dingen tegen, maar dan hebben ze betrekking op de gelovigen in de Handelingen periode).

  • Filemon 1:24: “medearbeiders” = “sunergos”
  • Rom 16:3: “Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders (= sunergos) in Christus Jezus, 4 mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben.
  • Rom 16:9: “Groet Urbanus, onze medewerker (= sunergos) in Christus, en mijn geliefde Stachys.”
  • Rom 16:21: “Mijn medearbeider (= sunergos) Timoteüs en mijn stamgenoten Lucius, Jason en Sosipater, groeten u.”
  • 1 Cor 3:9: “Want Gods medearbeiders (= sunergos) zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.”
  • 2 Cor 1:24: “Niet, dat wij heerschappij voeren over uw geloof; neen, wij zijn medewerkers (= sunergos) aan uw blijdschap, want door het geloof staat gij vast.”
  • 2 Cor 8:23: “Enerzijds, wat Titus betreft, hij is mijn medestander en mijn medewerker (= sunergos) bij u, anderzijds zijn onze broeders afgevaardigden (apostolos) der gemeenten en een eer van Christus. 24 Geeft hun dus voor de ogen der gemeenten het bewijs van uw liefde en van ons roemen over u.”
  • 1 Thess 3:2: “1 Daarom hebben wij, – want wij konden het niet langer uithouden, – besloten alleen te Athene achter te blijven, 2 en wij hebben Timoteüs, onze broeder, en een medewerker (= sunergos) Gods in het evangelie van Christus, gezonden om u te versterken en u te vermanen inzake uw geloof, 3 dat niemand zou wankelen onder deze verdrukkingen. Gij weet immers zelf, dat wij daartoe bestemd zijn; 4 want ook toen wij bij u waren, zeiden wij u reeds, dat wij zouden verdrukt worden, zoals gij ook weet, dat geschied is. 5 Daarom kon ik het ook niet langer uithouden en zond hem om mij te vergewissen van uw geloof, of de verzoeker u misschien verzocht had en onze inspanning vruchteloos zou geworden zijn.”
  • 3 Joh 1:8: “Wij behoren dus zulke mannen te ontvangen, opdat wij mogen samenwerken (medewerkers) (= sunergos) voor de waarheid.”

 

Ik pretendeer niet dat ik nu alle teksten met “sun” heb behandeld, maar de aangehaalde teksten laten wel zien, dat het samen-lichaam, het Lichaam van Christus op dezelfde wijze als één geheel, als één samen-lichaam medestrijden, en op dezelfde manier de strategie bepalen, om als goede, getrouwe en geoefende atleten in de renbaan te lopen.

 

We hebben tot nu toe gezien:

  • sugkoinonos”, wat is afgeleid van de woorden “sun en koinomos” Fil 1:7 = deelgenoten en Fil 1:27
  • sumpsuchos”, wat is samengesteld uit de woorden “sun en psuche” Fil 2:2 = samenlichaam
  • sunathleo”, wat is samengesteld uit de woorden “sun en athleo”. = medestrijdende.
  • sugchairo, wat is afgeleid van de woorden “sun en chairo” Fil 2:17 medewerker
  • sunergos” afgeleid van “sun en ergon.” Fil 2:25 medearbeiders
  • sustratiotes”, wat is afgeleid van de woorden “sun and stratiotes” Fil 2:25 medestrijders
  • sun-aichmalotos Kol 4:10 medegevangene
  • suzugos – sun – zugos) Fil 4:3 metgezel

 

De volgende keer gaan we ons verder bezig houden met het lijden. En misschien vinden we dat helemaal niet leuk. Misschien bent u veel liever met een ander onderwerp bezig, wat ons niet zo na aan het hart komt. Maar dat is nou juist de reden, broeders en zusters. Juist omdat deze dingen ons zo na aan het hart komen, zijn ze zo belangrijk.

 

Deel 6 volgt DV

Bert Boersma december 2014 boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 6)

 

De vorige keer zijn we geëindigd met de vermelding dat we deze keer verder zouden gaan met ons onderwerp, “het lijden om Christus wil”, en dat we zouden kijken naar wat de Bijbel zegt over het “plengoffer”.

 

Plengoffer

In verband met onderwerp van het “lijden” is het ook goed om even samen naar de tekst te kijken in 2 Tim 4:6, we lezen vanaf vers 3:

  • “Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, 4 dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren. 5 Blijf gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle. 6 Want wat mij aangaat, reeds word ik als plengoffer geofferd en het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur.”

Wat betekent dit dat Paulus zichzelf een “plengoffer” noemt?

Wij kennen deze uitdrukking niet. Maar voor de Joden tot wie Paulus veelvuldig sprak, moet dit zeer herkenbaar zijn geweest. Want het plengoffer kwam reeds in het O.T. veel voor. En wanneer Paulus dan zegt in Fil 2:17:

  • “Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van uw geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. 18 Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij.”
  • HSV zegt: “Maar al word ik ook als een plengoffer uitgegoten over het offer en de bediening van uw geloof, ik verblijd mij en ik verblijd mij met u allen.”
  • De HSV heeft het juist vertaald, want in de grondtekst staat inderdaad een zelfstandig naamwoord.

 

De Joden verstonden deze uitdrukking zeer goed. En ook in de net gelezen tekst uit 2 Tim 4 vinden we diezelfde uitdrukking. Soms wordt de tekst uit 2 Tim 4:6 uitgelegd alsof het plengoffer van Paulus te maken had met zijn dood, omdat er staat dat zijn verscheiden voor de deur staat. Maar dat wordt er niet mee bedoeld.

In 2 Tim 4:6 zegt Paulus eigenlijk twee dingen:

  1. Reeds (nu) word ik als plengoffer geofferd (= tijdens zijn leven).
  2. En het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur.” (komt later)

 

Dit betekent niet dat het sterven van Paulus als een plengoffer wordt bedoeld, maar dit betekent dat het leven van Paulus door hemzelf als een plengoffer werd gezien.

 

Een plengoffer was in het O. T. een soort “bij-offer”, dit bij-offer maakte eigenlijk het (hoofd)offer compleet. Bijvoorbeeld in Numeri 29 lezen we een heleboel over het offeren, één tekst: Num 29:32-34:

  • “Op de zevende dag zeven stieren, twee rammen, veertien gave, éénjarige schapen, 33 en het bijbehorend spijsoffer en de bijbehorende plengoffers bij de stieren, bij de rammen en bij de schapen naar hun aantal, volgens het voorschrift; 34 en één bok als zondoffer, ongeacht het dagelijks brandoffer, het bijbehorend spijsoffer en het bijbehorend plengoffer.”

 

Waarvoor werden de offers in het O.T. Steeds gebracht door Israël? Steeds werd er een offer gebracht tot verering van God. Een offer is een kostbaar geschenk voor God. Mensen brachten offers om verschillende redenen en op verschillende manieren. Er werden meestal dieren geofferd. Ze werden helemaal of gedeeltelijk verbrand. Bij sommige offers werd er ook wijn of graan aan God aangeboden. Offers werden gebracht in de tempel in Jeruzalem, of in een ander heiligdom.

 

Redenen voor een offer

Offers werden gebracht om verschillende redenen:

  • om fouten goed maken;
  • om dankbaarheid te laten zien;
  • om rein te worden;
  • om iets te vieren.

 

Het begrip ‘offer’

Anders dan het Nederlands kent het Hebreeuws geen apart woord voor ‘offer’. Het Oude Testament gebruikt in plaats daarvan twee omvattende begrippen, die je kunt omschrijven als nadering tot God (Leviticus 1:2) en gave aan God (Genesis 4:3). Mensen kwamen naar God om hem terug te geven wat ze van hem gekregen hadden.

 

Soorten offers

Vooral in het boek Leviticus worden de offers uitgebreid beschreven. Er bestaan verschillende offers: herstel-offer, brand-offer, reinigings-offer, reuk-offer. Vrede-offer, graan-offer, wijn-offer, gelofte-offer, vrede-offer en het verzoenoffer.

 

Wie bracht het offer?

De aanwijzingen in Leviticus zijn inclusief geformuleerd: iedereen mocht de gaven naar het heiligdom brengen, dus zowel mannen als vrouwen (zie Leviticus 12).

Binnen het heiligdom had de priester een functie bij het offeren. Hij was daar speciaal voor gewijd. Het slachten van het dier gebeurde meestal door degene die het als offer aanbood. De priester stond bij het altaar. Hij bepaalde welke delen van het offer werden verbrand en welke niet.

 

Kritiek op het brengen van de offers

In de Bijbel hebben de profeten vaak kritiek op een offerpraktijk die alleen uiterlijk vertoon is. Als iemand niet bereid is de wetten van God te respecteren, dan heeft het brengen van offers geen zin. Volgens Amos 5:24 wil God liever recht en rechtvaardigheid dan offers. En onder andere in Psalm 50:12 wordt de spot gedreven met de gedachte dat het offer voedsel is voor God.

 

Num 28 is een hoofstuk in de Bijbel waar we veel lezen over het “plengoffer”:

  • "6 Het is het dagelijks brandoffer, dat op de berg Sinai ingesteld is tot een liefelijke reuk, een vuuroffer voor de Here. 7En het bijbehorend plengoffer zal zijn een vierde hin voor elk schaap; pleng een plengoffer van bedwelmende drank in het heiligdom voor de Here. 8En het andere schaap zult gij in de avondschemering bereiden; gelijk het spijsoffer des morgens en gelijk het bijbehorend plengoffer zult gij het bereiden, een vuuroffer van liefelijke reuk voor de Here. 9En op de sabbatdag twee gave, éénjarige schapen en twee tienden fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, en het bijbehorend plengoffer. 10Het is het brandoffer van de sabbat op elke sabbat boven het dagelijks brandoffer en het bijbehorend plengoffer. 11En bij het begin uwer maanden zult gij de Here een brandoffer brengen: twee jonge stieren, één ram, zeven gave, éénjarige schapen; 12en drie tienden fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, bij elke stier; en twee tienden fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, bij de éne ram; 13en telkens een tiende fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, bij elk schaap; een brandoffer, een liefelijke reuk, een vuuroffer voor de Here. 14En de bijbehorende plengoffers zullen bestaan uit een halve hin wijn bij een stier, en een derde hin bij een ram, en een vierde hin bij een schaap. Dit is het maandelijks brandoffer in elke maand van de maanden des jaars. 15En één geitebok zal tot een zondoffer voor de Here bereid worden met het bijbehorend plengoffer boven het dagelijks brandoffer."

 

En op het einde van dat hoofdstuk staat in vers 31 b over de offers: “zij zullen gaaf zijn met de bijbehorende plengoffers.”

 

Steeds lezen we vele malen in Num 28 en 29 over het “bijbehorend” plengoffer. Daar kon het niet zonder. Dat hoorde bij het offer. Dat was onlosmakelijk verbonden aan het z.g. Hoofdoffer.

Dat maakte het “Offer” compleet.

 

In het Oude Testament moesten de offers volkomen gaaf, zonder vlek of rimpel zijn. Het offer wat Christus bracht aan het kruis van Golgotha was volkomen zuiver het offer wat alleen Hij kon brengen. “Het was volbracht!”

 

Maar was het compleet? Was het Offer daarmee compleet? Of hoorde bij het offer van Christus nog iets, dat er onlosmakelijk aan verbonden was?

 

Wanneer alle offers in het Oude Testament een voorafschaduwing zijn van het grote offer van Christus, en wanneer we in het Woord kunnen lezen dat er altijd een z.g bijoffer, of in dit geval een bijbehorend plengoffer moest worden gebracht, zou er dan bij het offer van Christus geen plengoffer gebracht moeten worden?

 

Die vraag mogen we stellen, omdat Paulus zichzelf een plenoffer noemt.

 

Ja, er hoorde nog iets bij. Dat was toen nog niet bekend, en Paulus kon daar ook pas openlijk over spreken na Handelingen 28, toen duidelijk werd, dat de Heere uit gelovigen nog een uitverkiezing deed. Die gelovigen wil de Heere gaaf en onberispelijk voor Zich stellen, zonder vlek of rimpel. Die gelovigen wil de Heere tot volwassenheid brengen, en bij dat volwassen worden hoorde ook het lijden om Christus wil.

En dát bedoelt Paulus, wanneer hij zegt in Kol 1:24:

  • “Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente.”

 

Wat kon Paulus nu aanvullen aan de verdrukkingen van Christus? Dat offer van Christus was toch volkomen en af? Ja, dat was volkomen af en volmaakt, zonder vlek of rimpel, het was volbracht!

 

Maar het bijzondere is, dat er met het ontstaan van het Lichaam van Christus, wat echt Zijn Lichaam volmaakt, ook nog iets anders duidelijk wordt, door het Evangelie van Paulus in zijn latere brieven, namelijk dat dat Lichaam op dezelfde manier tot heerlijkheid zal komen, namelijk door lijden!

En door dat lijden van een ieder persoonlijk, wordt er aangevuld aan het lijden van Christus.

 

En net zo wordt aan het offer van Christus door de uitverkorenen, door allen die tot het Lichaam van Christus behoren, door de heel persoonlijke wandel in Christus, een plengoffer toegevoegd, om het Offer compleet te maken.

 

Hiervan zijn er vele voorafschaduwingen in het Oude Testament.

En dat aanvullen aan de verdrukkingen van Christus, heeft alles te maken met het lijden omwille van het Evangelie.

 

En dat aanvullen in het vlees heeft er ook alles mee te maken, om door de Heere als een plengoffer te worden gebruikt.

 

Doordat de leden van het Lichaam van Christus omwille van het Evangelie lijden, wordt in dat lijden aangevuld, wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus.

 

We moeten goed begrijpen, broeders en zusters, het Lichaam van Christus is in Christus geplaatst, het hoort onlosmakelijk bij Christus, en zal vergelijkbare dingen meemaken als Christus, het zal in Christus op dezelfde manier tot heerlijkheid komen. Hoe? Door lijden! Door als een plengoffer te worden gebruikt naast het Offer wat Christus reeds aan het kruis heeft gebracht.

 

Het Offer van Christus wordt als het ware in Zijn Lichaam compleet gemaakt.

 

Goed begrijpen, broeders en zusters, het offer van Christus was volmaakt, en volkomen af, maar volgens alle vooraf-schaduwen in het O. T., die vooruit blikten op het grote Offer, wat er nog gebracht moest worden, was het nog niet compleet.

 

En daarom staan er ook: dat die verdrukkingen een eer voor u zijn! Het is een eer voor Paulus dat hij weet een plengoffer te mogen zijn, en het moet een eer voor ons zijn, te weten als een plengoffer naast het offer van Christus te mogen zijn, wat het Offer volkomen en compleet maakt.

 

Schrijver dezes wil u vragen eens heel ernstig over deze hele tere dingen na te denken. Het is heel groot, dat de Heere een uitverkiezing uit gelovigen doet, om als plengoffer te worden gebruikt, om zo alles tot Zijn volheid te brengen. Daarmee wordt Gods uitverkiezing uit gelovigen wel in een heel bijzonder licht geplaatst.

 

Hier is nog niet alles over gezegd, de volgende keren gaan we verder met het “plengoffer”.

 

Deel 7 volgt DV

Bert Boersma januari 2015 boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 7)

 

Plengoffer

De vorige keer hebben we het ook over het plengoffer gehad.

In verband met het plengoffer wil ik graag eerst even iets anders behandelen. Namelijk alles wat God Zich in Zijn voornemen der eeuwen (“aionen”) had voorgenomen:

 

Dan moeten we zoeken in het Woord naar “de grondlegging der wereld”, waar we steeds in de grondtekst vinden de woorden: “de katabole der kosmos”.

 

En dan vinden we twee groepen teksten:

  1. de eerste groep waar staat: “sinds, of vanaf de nederwerping der kosmos”,
  2. de tweede groep waar staat: “vóór de nederwerping der kosmos.”

 

1. Vanaf (sinds) de nederwerping der kosmos:

Matteüs 13:35

  • "Opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zeide: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos) verborgen gebleven is."

 

Matteüs 25:34

  • "Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos) af."

 

Hebr 4:3,

  • "Want wij gaan tot [de] rust in, wij, die tot geloof gekomen zijn, zoals Hij gesproken heeft: gelijk Ik gezworen heb in mijn toorn: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan, en toch waren zijn werken van de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos) af gereed."

 

Hebreeën 9:26

  • "Want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos); maar thans is Hij éénmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen."

 

1 Petrus 1:20

  • "Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos), doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u."

 

Openbaring 13:8

  • "En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos)."

 

Openbaring 17:8

  • "Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve; en zij, die op de aarde wonen, wier naam niet geschreven is in het boek des levens van de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos) af, zullen zich verbazen, als zij zien, dat het beest was en niet is en er toch zal zijn."

 

Een bijzondere tekst die met name aangeeft welk lijden alle profeten hebben moeten doorstaan: Luke 11:50:

  • “Opdat van dit geslacht afgeëist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos) af."

 

Tot zover de teksten, die spreken over wat de Heere VANAF de nederwerping der kosmos in Zijn voornemen der eeuwen besloten heeft.

 

2. Vóór de nederwerping der kosmos

 

Vervolgens de teksten waar gesproken wordt over “vóór de nederwerping der kosmos”:

 

Joh 17:24: betreft Christus

  • “Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld.”

 

Ef 1:4: betreft de heiligen in Christus

  • “Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos, opdat wij heilig en onberispelijk (denk offer van Christus met het plengoffer) zouden zijn voor zijn aangezicht. 5In liefde heeft Hij ons tevoren (ook: voor de nederwerping der kosmos) ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, 6tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.”

 

1 Petr 1:20: betreft Christus

  • “En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, 18wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, 19maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. 20Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging (katabole) der wereld (kosmos), doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, 21die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God.”

 

2 Tim 1:9: betreft de roeping van de heiligen in Christus Jezus

  • “Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God, 9die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden (= voor de tijden der aionen, dus vóór de tatabole der kosmos), 10doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus.”

 

Ef 1:9: Betreft de openbaring van de verborgenheid t.a.v. de heiligen:

  • En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade, 8welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, 9door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, 10om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten, 11in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren (= voor de nederwerping der kosmos) bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil, 12opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.

 

We zien in deze teksten, dat God in Zichzelf twee dingen reeds voor de nederwerping der kosmos had voorgenomen, namelijk aangaande Zijn Zoon, en aangaande wat bij Zijn Zoon hoort, het Lichaam van Christus, en alles wat daarmee samenhangt.

 

En wanneer we deze dingen aangaande Gods voornemen overdenken, zou het dan niet zo zijn, dat datgene wat God in Zijn voornemen vanaf de grondlegging had besloten in overeenstemming is met het eerdere, wat God had besloten vóór de nederwerping der kosmos? God is een God van orde, niet van wanorde.

 

Ik bedoel, dat Gods voornemen aangaande Zijn volk Israël en de volkeren, en de richtlijnen, die God aan Zijn volk gaf, zouden die niet in overeenstemming zijn met Gods eerdere voornemen van vóór de nederwerping der kosmos?

 

Wanneer we dit vasthouden, en wanneer er dan voortdurend in het O.T. gesproken wordt over de offers met de bijhorende plengoffers, welke een voorafschaduwing zijn van het Offer van Christus, mogen we dan niet vaststellen, dat de Heere al vóór de nederwerping der kosmos in Zichzelf besloten had, dat Christus als Offer zou optreden, met naast Hem het plengoffer, het Lichaam van Christus?

 

Zouden de regels en besluiten van God niet allemaal wijzen op Zijn Zoon Christus, die komende was in de wereld?

 

En wanneer we nu zo duidelijk in het O.T. lezen dat de offers niet compleet waren zonder het bijhorend plengoffer, zou de Heere dat beeld dan ook niet gebruiken om te wijzen op Christus, én wat bij Hem hoort?

 

En daarom geloof ik dat Paulus zichzelf een plengoffer noemt. En daarom geloof ik dat dat dat ook geldt voor allen die in navolging van Paulus wandelen, en wandelen waardig de hoge roeping waarmee zij geroepen zijn. Dit is werkelijk een niet te begrijpen grote genade!

 

Nog even dit: Wanneer begon het offer wat Christus bracht?

 

Dat offer van Christus had alles te maken met Zijn lijden. Dat offer begon reeds toen Hij Zijn Goddelijke heerlijkheid aflegde, en tijdens Zijn gehele rondwandeling op aarde stond de Heere in Zijn lijden, en daarmee in Zijn Offer! Zijn Offer werd volkomen volgemaakt aan het kruis van Golgotha.

 

Zo ook Paulus. Toen Paulus geroepen werd, wist Paulus reeds dat hij veel zou moeten lijden, zelfs met een voortdurende doorn in zijn vlees.

 

Tijdens zijn gehele wandel in Christus, vulde Paulus door zijn persoonlijk lijden aan de verdrukkingen van Christus toe. (Kol 1:24). En maakte hij daarmee (met alle leden van het Lichaam) het Offer van Christus compleet.

 

Broeders en zusters, hoe komen wij tot de heerlijkheid in Christus? Er is maar één antwoord mogelijk, dat wij net als de Heere zelf, en net als Paulus, ons grote voorbeeld, alleen door lijden, komen tot de heerlijkheid in Christus Jezus, onze Heere.

 

Wanneer het Lichaam van Christus zijn volheid heeft bereikt, dus wanneer allen die de Heere op het oog heeft zijn toegevoegd, dan is ook het offer van Christus tot volheid gekomen, omdat dan ook het plengoffer compleet is geworden.

 

Dit alles heeft ook te maken met de tekst, waarin Paulus ons oproept, om hem na te volgen, en deze tekst krijgt eigenlijk dan pas zijn volle betekenis: Fil 3:17-21:

  • “Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt. 18 Want velen wandelen – ik heb het u dikwijls van hen gezegd, maar nu zeg ik het ook wenende – als vijanden van het kruis van Christus. 19 Hun einde is het verderf, hun God is de buik, hun eer stellen zij in hun schande, zij zijn aardsgezind.”

 

Paulus huilt hier om die gelovigen, die niet het kruis van Christus op zich willen nemen, die niet willen lijden om Zijns Naams wil. Die dus eigenlijk niet als een heilig en onbesmet plengoffer gebruikt willen worden.

 

Dat is ook om te huilen. En zij zullen dan ook grote schade oplopen, zij zullen de erfenis in Christus missen.

 

Maar broeders en zusters, we lezen vervolgens in Fil 3 vers 20:

  • “Want wíj (die wel Paulus navolgen) zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten."

 

Ja, we bezitten dat burgerschap, en vanuit dat burgerschap verwachten wij onze Heilend. Hoe verwachten wij? Hoe leven wij in die verwachting? Door ons in vertrouwen over te geven. En rustig voort te wandelen aan zijn hand, “sunathleo”, medestrijdende.

 

Moet je die strijd zoeken? Nee, broeders en zusters, die komt vanzelf, al wandelende dicht bij Hem. Wanneer we dicht bij de Heere blijven, dat wil zeggen, wanneer wij door geregelde omgang met Hem een relatie in Hem opbouwen, dan gaan wij vanzelfsprekend in Zijn verdrukking delen.

 

Deel 8 volgt DV

Bert Boersma, januari 2015, boersmaklm@hetnet.nl

 

 

Lijden om Christus wil (deel 8)

 

Over het offer

Wie brachten het offer in de tempel? De aanwijzingen in Leviticus duidelijk: Iedereen mocht de gaven naar het heiligdom brengen, dus zowel mannen als vrouwen (bijv. Leviticus 12).

Wie mocht het offerdienst uitvoeren? Wie waren daartoe aangesteld?

 

156 keer wordt het woord priester in het O.T. genoemd. Alleen zij mochten de offerdienst uitvoeren. De priesters waren gezalfden. (Lev 4:3, Lev 4:5, Lev 4:16). De priesters waren door de Heere voor Zijn dienst apart geplaatst.

 

Door God uitgekozen

De zalving van een persoon was het teken dat hij door God was uitgekozen voor zijn taak. Christus was dé Gezalfde (Ps 2:2). Ook Christus was door de Vader apart geplaatst om Zijn dienst als een Doulos te verrichten.

En, broeders en zusters, de uitverkoren gelovigen, het Lichaam van Christus is geplaatst in de Gezalfde. En dat Lichaam is in Hem gezalfd. Dat betekent, in Hem apart geplaatst, en daarom worden zij “heiligen” genoemd.

Waar werd je mee gezalfd in het Woord? Met olie. En waar is olie een beeld van? Van de Heilige Geest. En we weten dat ook wij met de heilige Geest zijn gezalfd! (Ef 1:13).

 

Bekleed met....

In het Woord lezen we over de klederen, waarmee de priester bekleed moest zijn: Leviticus 16:32

  • “En de verzoening zal de priester doen, die men gezalfd heeft en die men gewijd heeft, om in zijns vaders plaats het priesterambt te bekleden; hij zal de linnen klederen, de heilige klederen, aantrekken.”

De priester moest zich speciaal kleden voor zijn dienst: Lev 6:8-11:

  • “De Here sprak tot Mozes: 9 Gebied Aäron en zijn zonen het volgende: Dit is de wet op het brandoffer. Het brandoffer zal op de vuurhaard op het altaar de ganse nacht tot de morgen blijven liggen, en het vuur van het altaar zal daarop blijven branden. 10 En de priester zal zijn linnen kleed aandoen en een linnen broek over zijn lichaam aantrekken; dan zal hij de as wegnemen, waartoe het vuur het brandoffer op het altaar verteerd heeft, en hij zal die naast het altaar storten. 11 Daarna zal hij zijn klederen uitdoen en andere klederen aantrekken, en de as zal hij brengen buiten de legerplaats, op een reine plaats.”

 

Zijn wij ook speciaal bekleed met wat?

Lucas 24:49

  • “Tegen de discipelen: 49 En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge.”

Ef 4:24

  • “En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.”

Ef 6:11:

  • Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.

Ef 6:14:

  • “Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid

Kol 3:10:

  • En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;”

Kol 3:12:

  • Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;”

Galaten 3:27

  • “27 Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed.”

 

Dát is waarmee wij in Christus zijn bekleed. Dat is nodig om in “onze dienst”, in ons dienen waardig te kunnen wandelen. De priesters waren speciaal uitgekozen voor hun dienst. Zo zijn ook de leden van het Lichaam van Christus uitgekozen voor hun dienst.

 

Binnen het heiligdom had de priester een functie bij het offeren. Hij was daar speciaal voor gewijd. Het slachten van het dier gebeurde meestal door degene die het als offer aanbood. De priester stond bij het altaar. Hij bepaalde welke delen van het offer werden verbrand en welke niet.

 

Dan nog even over het “plengoffer”. Ik heb al genoemd Num 29, maar ook in Num 28 lezen we veel over het plengoffer:

  • "6 Het is het dagelijks brandoffer, dat op de berg Sinai ingesteld is tot een liefelijke reuk, een vuuroffer voor de Here. 7En het bijbehorend plengoffer zal zijn een vierde hin voor elk schaap; pleng een plengoffer van bedwelmende drank in het heiligdom voor de Here. 8En het andere schaap zult gij in de avondschemering bereiden; gelijk het spijsoffer des morgens en gelijk het bijbehorend plengoffer zult gij het bereiden, een vuuroffer van liefelijke reuk voor de Here. 9En op de sabbatdag twee gave, éénjarige schapen en twee tienden fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, en het bijbehorend plengoffer. 10Het is het brandoffer van de sabbat op elke sabbat boven het dagelijks brandoffer en het bijbehorend plengoffer. 11En bij het begin uwer maanden zult gij de Here een brandoffer brengen: twee jonge stieren, één ram, zeven gave, éénjarige schapen; 12en drie tienden fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, bij elke stier; en twee tienden fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, bij de éne ram; 13en telkens een tiende fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, bij elk schaap; een brandoffer, een liefelijke reuk, een vuuroffer voor de Here. 14En de bijbehorende plengoffers zullen bestaan uit een halve hin wijn bij een stier, en een derde hin bij een ram, en een vierde hin bij een schaap. Dit is het maandelijks brandoffer in elke maand van de maanden des jaars. 15En één geitebok zal tot een zondoffer voor de Here bereid worden met het bijbehorend plengoffer boven het dagelijks brandoffer."

 

In Num 28:6–15 lezen we tot zeven keer toe over het offer “met het bijbehorende plengoffer”. En op het einde van dat hoofdstuk staat in vers 31 b over de offers: “zij zullen gaaf zijn met de bijbehorende plengoffers.”

In het Oude Testament moesten de offers volkomen gaaf, zonder vlek of rimpel zijn. Het offer wat Christus bracht aan het kruis van Golgotha was volkomen gaaf, onberispelijk en zuiver, het offer wat alleen Hij kon brengen. “Het was volbracht!” Maar ook het plengoffer moest volkomen gaaf en zuiver zijn.

 

Wat lezen we over de uitverkorenen in het Woord?

Efeziërs 1:4

  • “Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.”

Filippenzen 1:10

  • “Om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus.”

Filippenzen 2:15

  • “Opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld.”

Kolossenzen 1:22

  • “In het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen.”

1 Timoteüs 3:10, deze tekst gaat over hoe de oudsten en diakenen hun dienst dienen te vervullen:

  • “Laten ook dezen eerst op de proef gesteld worden, om daarna, als zij onberispelijk blijken, hun dienst te vervullen.”

Duidelijk wordt door al deze teksten hoe de Heere de Zijnen, in dit geval Zijn Lichaam voor Zich stelt: Heilig, onberispelijk en onbesmet.

En alleen zó kunnen de leden van Zijn Lichaam als plengoffer worden gebruikt.

Kunnen we hier zelf voor zorgen? Kunnen we er zelf voor zorgen dat we rein, onbesmet en onberispelijk zijn en blijven? Onmogelijk.Want we zitten nog in het vlees, met alles wat daarbij hoort. Dat kan alleen doordat de Heere met Zijn kracht in ons werkzaam wil zijn!

Steeds lezen we vele malen in Num 28 en 29 over het “bijbehorend” plengoffer. Daar kon het niet zonder. Dat hoorde bij het offer. Dat was onlosmakelijk verbonden aan het z.g. Hoofdoffer. Dat maakte het “Offer” van Christus compleet.

Wanneer alle offers in het Oude Testament een voorafschaduwing zijn van het grote offer van Christus, en wanneer we kunnen lezen dat er altijd een z.g bijoffer, of in dit geval een bijbehorend plengoffer moest worden gebracht, zou er dan bij het offer van Christus geen plengoffer gebracht moeten worden?

Paulus kon daar ook pas openlijk over spreken na Handelingen 28, toen duidelijk werd, dat de Heere uit gelovigen nog een uitverkiezing deed, om gelovigen tot volwassenheid te brengen, om gelovigen, uitverkorenen, rein on onberispelijk voor Zich te stellen. En bij dat volwassen worden hoorde ook het lijden om Christus wil.

En dat bedoelt Paulus, wanneer hij zegt in Kol 1:24:

  • “Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente.”

 

Dan de vraag: Geldt dit aanvullen aan de verdrukkingen van Christus alleen Paulus, of delen allen die tot het Lichaam van Christus behoren ook in dit lijden?

Laten we maar lezen in Fil 1:29:

  • “Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, 30 in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort.”

Wat kon Paulus, en met hem alle heiligen nu aanvullen aan de verdrukkingen van Christus? Dat offer van Christus was toch volkomen en af? Ja, dat was volkomen en af, het was volbracht!

Maar het bijzondere is, dat er met het ontstaan van het Lichaam van Christus, wat echt Zijn Lichaam volmaakt, ook nog iets anders duidelijk wordt, door het Evangelie van Paulus in zijn latere brieven, namelijk dat dat Lichaam onlosmakelijk hoort bij Christus, net zoals het plengoffer onlosmakelijk hoorde bij het offer. En ook leren we dat zowel Christus, als datgene wat Bij Hem hoort, wat door genade IN hem is geplaatst, op dezelfde manier tot heerlijkheid zal komen, namelijk door lijden!

Broeders en zusters, we schrijven deze dingen in een paar zinnen op, maar dit alles is een overweldigende genade, die eigenlijk niet in woorden te vatten is. En die overweldigende genade zal in Christus Jezus, onze Heere, alle uitverkoren geheiligden ten deel vallen.

Deel 9 volgt DV

Bert Boersma januari 2015 boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 9)

De laatste keer zijn we geëindigd met de opmerking dat door het lijden van een ieder persoonlijk, er wordt aangevuld aan het lijden van Christus.

En net zo wordt aan het offer van Christus door de uitverkorenen, door allen die tot het Lichaam van Christus behoren, door de heel persoonlijke wandel in Christus, een plengoffer toegevoegd, om het Offer compleet te maken.

Hiervan zijn er vele voorafschaduwingen in het Oude Testament.

 

Aanvullen aan de Verdrukkingen van Christus

En dat aanvullen aan de verdrukkingen van Christus, heeft alles te maken met het lijden omwille van het Evangelie.

En dat aanvullen wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, heeft er ook alles mee te maken, om door de Heere als een plengoffer te worden gebruikt.

Doordat de leden van het Lichaam van Christus omwille van het Evangelie lijden, wordt het lijden aangevuld, wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus.

We moeten goed begrijpen, broeders en zusters, het Lichaam van Christus is in Christus geplaatst, het hoort onlosmakelijk bij Christus, en zal dezelfde dingenmeemaken als Christus, het zal in Christus op dezelfde manier tot heerlijkheid komen. Hoe? Door lijden! Door als een plengoffer te worden gebruikt naast het Offer wat Christus reeds aan het kruis heeft gebracht.

Het Offer van Christus wordt als het ware in Zijn Lichaam compleet gemaakt.

Broeders en zusters, het offer van Christus was volmaakt, en volkomen af, maar volgens alle vooraf-schaduwen in het O. T., die vooruit blikten op het grote Offer, wat er nog gebracht moest worden, was het nog niet compleet.

En daarom staan er ook: dat die verdrukkingen een eer voor u zijn! Het is een eer voor Paulus dat hij weet een plengoffer te mogen zijn, en het moet een eer voor ons zijn, te weten als een plengoffer naast het offer van Christus te mogen zijn, wat het Offer volkomen en compleet maakt.

Wat geweldig broeders en zusters, wat een eer om zo door de Heere te worden gebruikt. En wanneer we dit beseffen, dan zal het ook duidelijk zijn, dat dit geldt voor de heiligen en getrouwen. Voor hen, die door God uitverkoren zijn, om tot Zijn Lichaam te behoren. Dat moge duidelijk zijn, hoop ik.

En daarbij zouden we ons moeten afvragen: Is ons leven een offer voor Christus? Hebben we onszelf in het volste vertrouwen aan Hem uitgeleverd?

Wanneer we nu zouden leren dat alle gelovigen reeds nu zijn gezegend met alle geestelijke zegeningen in Christus, waar blijven we dan met dit onderwerp? Wat blijft hier dan van over? Waar blijft dan onze wandel? Maar bovenal, wat moet de Heere dan beoordelen?

 

Verschil van inzicht

Broeders en zusters, u weet, dat door verschillende leraren om ons heen voortdurend wordt verkondigd, dat alle gelovigen bij het Lichaam van Christus behoren. En dat ook alle gelovigen nu alreeds gezegend zijn met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus. Beide dingen zijn Bijbels gezien niet waar!

En ik moet u eerlijk zeggen, dat deze dingen mij ook groot verdriet doen. Weet u waarom?

Ten eerste krijg je dan gemakzuchtige, lauwe gelovigen, die er vanuit gaan, dat alles al klaar is.

Ten tweede valt dan eigenlijk dit hele onderwerp van het lijden en van het “plengoffer” helemaal weg. Het lijden heeft alles te maken met het lopen van je eigen wedloop op je eigen parcours.

Het lijden heeft alles te maken met een waardige wandel, waarin het “plengoffer” eigenlijk automatisch naar voren komt in je wandel in Christus.

Misschien is dat wel de reden dat we bijna nooit iets over dit onderwerp horen.

Het komt jammer genoeg nogal eens voor dat er onder broeders verschil van mening is over bepaalde bijbelse inzichten. We zouden ons moeten afvragen hoe dat komt. Wanneer toch broeders door Gods Geest geleid worden, dan kunnen de door de Geest gegeven inzichten niet tot verschil van mening leiden.

Dan kunnen die verschillende inzichten een andere oorzaak hebben, die waarschijnlijk door een persoonlijke groei zijn ontstaan.

In de hele kerkgeschiedenis zien we dat mensen hebben getracht de menselijke inzichten over Gods Woord vast te leggen in “geschriften”, en alzo ontstond de leer der kerk. Wanneer er nieuwe inzichten ontstonden, werden de aanhangers van die nieuwe inzichten vaak als dwarsliggers beschouwd, en uitgestoten uit de bestaande kerkgemeenschap, en aldus ontstond er een nieuwe “kerk” met weer nieuwe vastgelegde regels. En zo ging dat maar door.

Maar altijd werd de grote fout gemaakt om “de leer” vast te leggen. En dat is steeds weer de grote fout die de mensen hebben gemaakt. Want wanneer je het Woord, wat een levend Woord is, wilt vastleggen, dan krijg je uiteindelijk de dood in de pot. Het is onmogelijk om iets wat levend is, en wat wil groeien, dus aan verandering onderhevig is, vast te leggen.

Iets wat leeft is aan verandering onderhevig. Iets wat groeit, ziet er morgen weer anders uit dan vandaag. Wanneer we bijvoorbeeld een levende plant in een doos zouden opsluiten, zal die plant uiteindelijk dood gaan, en dan zit er geen leven meer in.

Dit betekent niet dat Gods Woord vandaag anders is dan morgen, nee, het Woord verandert niet. Maar God heeft Zijn Woord aan de mensen gegeven.

En die mens heeft zijn beperkingen. God weet dat de mens zijn beperkingen heeft. En God houdt daar rekening mee. Daarom spreekt de Bijbel ook over “wedergeboorte” van een God-loze mens. Wanneer iemand door God wordt “wedergeboren”, dan is zo'n mens een pasgeborene, een baby in het geloof. En de Heere geeft die baby voedsel wat voor hem/haar geschikt is, wat hij kan verdragen, en waardoor hij kan groeien.

Daarom spreekt het Woord ook over zuigelingen, kinderen, jongelingen en vaders in het geloof.

Dit alles betreft dus een geestelijke groei. En wanneer gelovigen bezig blijven met het Woord, dan geeft de Heere steeds vaster voedsel, wat verdragen en verwerkt kan worden. In deze ontwikkeling – en daar moeten we goed op letten – dat we niet onderweg dingen vastleggen, in die zin, dat we menen, dat we het eindstation bereikt hebben.

We moeten wel dingen vastleggen, maar dan wel op zo'n manier, dat we ons bewust zijn, dat wanneer de Heere ons morgen nieuwe dingen laat zien in Zijn Woord, die we gisteren nog niet konden verhapstukken, dat we dan weer verder mogen met die nieuwe dingen, ons door de Heere gegeven.

Dát is geestelijke groei, een voortgaand proces! En dat proces gaat ons hele leven door. Dat gaat de Heere zelfs nog mee door na ons sterven in een ieder die tot het Lichaam van Christus behoort. (Fil 1:6).

Wanneer dan gelovigen samen op weg zijn, dan is het vanzelfsprekend, dat niet alle gelovigen even ver zijn op de weg, waarin de Heere hen wil leiden.

En dan is het prachtig dat er voorgangers zijn, die de broeders en zusters willen en kunnen leiden in de voortgaande groei van het Woord. Daarbij moeten de toehoorders zich als Bereërs gedragen, en al het gebrachte toetsen aan het Woord. Op die manier kan een groep gelovigen groeien in het Woord.

En natuurlijk zal het voorkomen, dat voorgangers (schijnbaar) tegengestelde inzichten verkondigen. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Ten eerste kan het zo zijn, dat iemand specifiek in een bepaald onderwerp is gedoken, en dat tot in de finesses uitdiept aan de hand van het Woord. Dan is het logisch dat zo iemand dieper over dat bepaald onderwerp kan spreken.

Wanneer dan door andere voorgangers wordt geconstateerd, dat er een “afwijkende” mening, een niet gangbaar inzicht wordt verkondigd, dan zouden zij, die zich hierdoor aangesproken voelen, met elkaar het Woord moeten openen, om samen te ontdekken, wat het Woord zegt.

Aldus handelende wordt het Woord bewaarheid, wat zegt “dat we samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is” (Ef 3:18).

Maar wanneer voorgangers zich gaan afzetten tegen andere voorgangers, omdat inzichten niet overeen komen, en men meestal niet met de persoon, maar wel over de persoon spreekt, die de afwijkende inzichten verkondigd, ontstaan partijschappen, en tegengestelde meningen, die de toehoorders geen goed doen, maar alleen een afbrekend effect hebben.

Overigens moeten we ons niet over deze gang van zaken verbazen. Want ook in het Woord komen we reeds deze “partijschappen” tegen. En vooral toen de apostel Paulus zijn van God gegeven “hoge boodschap” in zijn late brieven moest gaan verkondigen, kreeg hij hevig verzet. En naar de mens gesproken was dat ook zeer begrijpelijk, omdat die boodschap niet meer was na te speuren in de Schriften. Het was een onnaspeurlijke boodschap.

En het is zeer heftig om te moeten lezen in het Woord hoeveel verdrukking Paulus heeft moeten verduren vanwege de boodschap die hij bracht.

Maar dat was een verdrukking om Christus wil. En die verdrukking kwam niet van ongelovigen, maar juist van gelovigen. En zo is het nu nog.

Wanneer we echt proberen in de diepte te gaan met het Woord, en dan bedoel ik, wanneer we echt proberen te zien en te herkennen wat de Heere ons echt wil leren, en dat dan ook verkondigen, dan wacht ons geen verdrukking uit de wereld, maar verdrukking van gelovigen.

Dit heeft alles te maken, met het kruis op je nemen. Dit heeft ook alles te maken met “willen lijden om Christus wil”. En dit heeft er ook alles mee te maken dat we waardig zijn bevonden als “plengoffer” door de Heere te worden gebruikt.

Dat is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk als we recht in de “leer” willen blijven staan.

Laatst sprak ik met een zuster, die met haar broer over deze geestelijke dingen sprak. Die broer zei: “Nou moet je niet doorslaan.” Eigenlijk zei die broer: “Zus, je hebt ze niet meer allemaal op een rijtje”

Zó worden wij gezien. In de ogen van de wereld slaan we door wanneer we onze hoop en vertrouwen hebben gevestigd op het Woord van God. We zijn bijzondere mensen, aparte mensen, wanneer we in deze wereld nog geloven in dat oude boek van 2000 jaar geleden en nog ouder.

Ja, inderdaad, we zijn apart, maar dan wel apart geplaatst door de Heere voor een heel speciaal doel, wat de Heere al in zichzelf had voorgenomen voor de nederwerping der kosmos.

En dat doel was om mensen te verzamelen voor Zijn Lichaam, die van Hem zijn, en die worden gebruikt als een plengoffer. En zo komt Hij, zo komt Christus tot Zijn volheid!

Wat wil ik hiermee zeggen, broeders en zusters?

Het volgende: Wanneer wij tot geloof komen zijn wij baby's in het geloof. En wij mogen groeien in Christus, en door Christus, dan worden wij een peuter, een kleuter, een jongeling, en misschien wel een puber in het geloof, maar als het goed is dan worden wij volwassenen in het geloof. En wanneer wij volwassen worden, dan moeten wij oppassen. Dan moeten wij oppassen dat wij in die volwassenheid blijven staan. Niet terug keren naar een eerder stadium. Maar blijven bij die volwassenheid. Die volwassenheid vastleggen in onze harten. Dat volwassen onderwijs vastleggen in onze harten. En dat bedoelt Paulus wanneer hij zegt: “Houdt vast wat gij hebt.”

Deel 10 volgt DV

Bert Boersma, Februari 2015, boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 10)

 

Het is altijd weer fijn om samen bijbelstudie te doen. Deze keer wil ik graag beginnen met een tekst uit Fil 1:

  • “9 En dit bid ik, dat uw liefde (agapè) nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht (= epignosis) en alle fijngevoeligheid, 10 om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, 11 vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God.”

Dit is het doel van bijbelstudie doen, broeders en zusters: In meer overvloeiende liefde komen tot een helder inzicht. En dat we mogen groeien tot het doel wat Christus voor alle heiligen heeft gesteld: Dat we rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, en vol van de vrucht der gerechtigheid.

 

Drie van de Twaalf

Dan wil ik graag nog iets met u delen. En ik hoop dat u vergelijkbare ervaringen hebt, wanneer u het Woord leest en bestudeert.

 

We weten dat er in Gods Woord sprake is van verschillende verborgenheden. Die verborgenheden wil de Heere op zijn tijden openbaar maken aan de Zijnen. En nu in onze tijd betekent dat dat de Heere Zijn verborgenheden bekend maakt aan allen die tot Zijn lichaam behoren, en die door van Hem ontvangen geopende ogen des harten mogen ontdekken, wat de Heere ons door Zijn Woord wil openbaren.

 

Eén van die verborgenheden is het Lichaam van Christus, en alles wat daarmee te maken heeft. En het bijzondere is, wanneer we inzicht krijgen (nieuwe ogen krijgen) voor zo'n verborgenheid, dan lezen we ook de rest van Gods Woord weer met nieuwe ogen.

 

Want vaak is het dan zo, dat we door die nieuwe ogen des harten, dan ook nieuw lezen in Gods Woord. En dan worden opeens veel dingen duidelijker, en vallen er opeens meerdere dingen op hun plaats. En dan zien we soms opeens hoe geweldig Gods Woord eigenlijk in elkaar zit. En dan vallen we eigenlijk van de ene verbazing in de andere.

 

 

En dan denken we soms, heb ik daar nu altijd overheen gelezen? Heb ik dat nu nooit gezien? Nee, dat konden we eerder nog niet zien, omdat we nog moesten leren zien door die nieuwe ogen, die de Heere op Zijn tijd geeft. En dan zien we dingen nieuw, zoals bijv. Luk 9:28:

  • “En het geschiedde ongeveer acht dagen na deze woorden, dat Hij Petrus en Johannes en Jakobus medenam (= Grieks: “paralambano”) en de berg opging om te bidden.”

 

Weet u wat hier gebeurt? We hebben het al eens eerder over het feit gehad, dat er verschillende groepen gelovigen zijn. Zowel in de Handelingen tijd als ook nu. Gelovigen, die de Heere volgen, de apart geplaatste heiligen, en zij, gelovigen, die niet het kruis van Christus op zich wilden nemen, maar wandelen als vijanden van het kruis van Christus.

 

Ik denk dat we mogen stellen, dat de Heere hier in Luk 9:28 zelf ook een scheiding aanbrengt in zijn discipelen. Waarom waren er maar drie discipelen die door de Heere werden uitgekozen om met Hem de berg op te gaan?

 

We vinden in de tekst het Griekse woord “paralambano”, wat vertaald is door “medenam”. Wanneer we nu gaan onderzoeken, wat dit eigenlijk betekent, dan moeten we teksten onderzoeken, waar we dit woord ook tegenkomen. En dan ontdekken we prachtige dingen.

Matt 24:40-41:

  • “Dan zullen er twee in het veld zijn, één zal aangenomen (= “paralambano”) worden en één achtergelaten worden; 41 twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, één zal aangenomen (= “paralambano”)worden, en één achtergelaten worden. 42 Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt.”

Hebr 12:28:

  • “Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen (= “paralambano”), dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, 29 want onze God is een verterend vuur.”

 

Uit de verschillende vertalingen van het woord “paralambano” blijkt eigenlijk dat de vertalers het ook een moeilijk woord hebben gevonden. Maar steeds heeft het de betekenis dat de Heere mensen ergens voor uitkiest, om aan deel te nemen. Er zijn heel veel teksten, waarin we dit woord “paralambano” tegenkomen. Er steeds heeft het de betekenis van dat er mensen door de Heere uitgekozen werden voor een bepaald doel wat Hij voor ogen had.

 

Waarom werden er maar drie discipelen uitgekozen om met de Heere de berg der verheerlijking op te gaan? Ik geloof, omdat de Heere wist wat er in hun hart was.

 

Van welke discipelen zijn er brieven opgenomen in Gods Woord? Van die drie, die de Heere had uitgekozen. Heel bijzonder wanneer we deze dingen mogen zien. En omdat de Heere wist wat er in hun hart was, kon Hij door die drie Zijn Woord tot ons laten komen.

 

En omdat de Heere wist wat er in het hart van die drie was, nam de Heere die drie mee, omdat de Heere wist dat zij het als het ware aankonden om de Heere in Zijn heerlijkheid te zien.

 

Bovendien denk ik niet dat de andere apostelen van deze verheerlijking hebben geweten, want toen zij de volgende dag (Luk 9:36) van de berg afdaalden, staat er dat zij, die drie, er met niemand over praten:

  • “En zij zwegen en verhaalden in die dagen aan niemand iets van hetgeen zij gezien hadden.”

 

Bovendien kregen zij de duidelijke opdracht van de Heere er niet over te spreken in Math 17:9:

  • “En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: Vertelt niemand dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt.”

 

Dit betekent dat die drie uitverkorenen het wel mochten weten, maar de andere negen apostelen niet. Heel bijzonder. Denkt u er maar eens over na. Het bleef voor die andere negen apostelen in ieder geval verborgen tot na de opstanding van de Heere.

 

Deze dingen wilde ik graag even met u delen, omdat wanneer wij door genade meer inzicht in het Woord krijgen, dan ook meerdere dingen op hun plaats vallen. En dan gaan we nu verder met de bijbelstudie waar we mee bezig waren: “Het lijden”.

 

De vorige keer hebben we het uitvoerig gehad over het plengoffer. We hebben toen behandeld, alles wat de Heere in Zichzelf had voorgenomen al vóór de nederwerping der kosmos, en alles wat de Heere in Zijn voornemen der eeuwen had voorgenomen sinds de nederwerping der kosmos.

 

Dit hebben we toen behandeld, om aan te tonen dat datgene wat de Heere zich had voorgenomen sinds de nederwerping der kosmos nooit in tegenspraak kan zijn met het eerdere voornemen van vóór de nederwerping. En dat al Gods voornemens beelden zijn van Zijn zoon, onze Heiland. En dat de offers een beeld zijn van Christus, en dat ook het bijbehorende plengoffer het offer compleet maakte. Dat hoorde er onlosmakelijk bij!

 

Doordat de leden van het Lichaam van Christus omwille van het Evangelie lijden, wordt door het lijden aangevuld, wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus.

 

We moeten goed begrijpen, broeders en zusters, het Lichaam van Christus is in Christus geplaatst, het hoort onlosmakelijk bij Christus, en zal vergelijkbare dingen meemaken als Christus, het zal in Christus op dezelfde manier tot heerlijkheid komen. Hoe? Door lijden! Door als een plengoffer te worden gebruikt naast het Offer wat Christus reeds aan het kruis heeft gebracht.

 

Het Offer van Christus wordt als het ware in Zijn Lichaam compleet gemaakt.

 

Broeders en zusters, het offer van Christus was volmaakt, en volkomen af, maar volgens alle vooraf-schaduwen in het O. T., die vooruit blikten op het grote Offer, wat er nog gebracht moest worden, was het nog niet compleet.

 

En daarom staan er ook: dat die verdrukkingen een eer voor u zijn! Het is een eer voor Paulus dat hij weet een plengoffer te mogen zijn, en het moet een eer voor ons zijn, te weten als een plengoffer naast het offer van Christus te mogen zijn, wat het Offer volkomen en compleet maakt.

 

Wat geweldig broeders en zusters, wat een eer om zo door de Heere te worden gebruikt. En wanneer we dit beseffen, dan zal het ook duidelijk zijn, dat dit geldt voor de heiligen en getrouwen. Voor hen, die door God uitverkoren zijn, om tot Zijn Lichaam te behoren. Dat moge duidelijk zijn, hoop ik.

 

En daarbij zouden we moeten afvragen: Is ons leven een offer voor Christus?

 

Hebben we onszelf in het volste vertrouwen aan Hem uitgeleverd?

 

Nog even dit: Wanneer begon het offer wat Christus bracht? Dat offer van Christus had alles te maken met Zijn lijden. Dat offer begon reeds toen Hij Zijn Goddelijke heerlijkheid aflegde, en tijdens Zijn gehele rondwandeling op aarde stond de Heere in Zijn lijden, en daarmee in Zijn Offer! Zijn Offer werd volkomen volgemaakt aan het kruis van Golgotha.

 

Zo ook Paulus. Toen Paulus geroepen werd, wist Paulus reeds dat hij veel zou moeten lijden, zelfs met een voortdurende doorn in zijn vlees.

 

Tijdens zijn gehele wandel in Christus, vulde Paulus door zijn persoonlijk lijden aan de verdrukkingen van Christus toe. En maakte hij daarmee (met alle leden van het Lichaam) het Offer van Christus compleet.

 

Broeders en zusters, hoe komen wij tot de heerlijkheid in Christus? Er is maar één antwoord mogelijk, dat wij net als de Heere zelf, en net als Paulus, ons grote voorbeeld, in die gezindheid gaan staan, en dan komt als vanzelf dat lijden wel over ons heen, dat lijden, waardoor wij mogen komen tot de heerlijkheid in Christus Jezus, onze Heere.

 

We moeten goed begrijpen broeders en zusters, dat we al deze grote waarheden uit de late brieven van Paulus onmogelijk kunnen begrijpen zonder in alle ootmoed te willen knielen voor dat geweldig rijke woord van God. Dat we bereid zijn onszelf volledig te ontledigen, en wanneer we leren begrijpen:

  • Zonder kruis geen kroon (geen prijs der roeping Gods – sun – sun).
  • Zonder ontlediging is er geen volheid in Christus. Dan kan Christus ons niet vullen met Zijn volheid.
  • Zonder vernedering is er geen verhoging.
  • Zonder lijden is er geen verheerlijking.

 

Deze dingen golden voor Christus, deze dingen golden voor Paulus, en deze dingen gelden nu ook voor het Lichaam van Christus.

 

Wanneer het Lichaam van Christus zijn volheid heeft bereikt, dus wanneer allen die de Heere op het oog heeft, zijn toegevoegd, dan is ook het offer van Christus tot volheid gekomen, omdat dan ook het plengoffer compleet is geworden.

 

Deel 11 volgt DV

Bert Boersma februari 2015 boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 11)

De loopbaan

Deze week werd ik geconfronteerd met de prachtige tekst uit Kol 1:12 (HSV vertaling):

  • Daarbij danken wij de Vader, Die ons bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht.”

 

Over deze tekst werd in algemene zin gezegd, dat de Heere u, jouw, kortom alle gelovigen een plek is gegeven boven bij Christus in de hemel. Ik wordt hier om twee redenen heel verdrietig van:

 

Ten eerste krijg je dan gelovigen, die op het verkeerde been worden gezet, omdat ze denken dat alles al klaar is, dat de loopbaan reeds is gelopen, en dat de complete prijs der roeping Gods reeds voor hen klaar ligt. Terwijl ons grote voorbeeld, de apostel Paulus tot het einde van zijn leven moest “lopen” om de prijs in Christus te kunnen behalen.

 

Ten tweede krijgen die gelovigen door deze dingen op deze manier vast te leggen, een bedekking voor Gods Woord. Ze gaan dan niet meer ontdekken en schatgraven (= wandelen) wat de Heere door de mond van Paulus eigenlijk tot ons te zeggen heeft.

 

Waarom spreekt Paulus over strijden als een geoefend atleet? En veel meer van de dingen, die in deze bijbelstudie reeds behandeld zijn.

 

Broeders en zusters, wanneer we nu zouden leren dat alle gelovigen bekwaam zijn gemaakt om deel te hebben aan de erfenis in Christus, betekent dit, dat alle gelovigen tot de volwassenheid zijn gegroeid, maar is dat wat de Bijbel ons leert?

  • Waar blijven we dan met dit onderwerp over het lijden?
  • Waar blijft dan onze wandel?
  • Wat betekent het dan dat Paulus ons bijvoorbeeld oproept om die gezindheid aan te doen, welke ook in Christus Jezus was?
  • Wat betekent het dan dat Paulus ons oproept hem na te volgen? (Fil 3:17)
  • En wat blijft er dan over van Gods uitverkiezing uit gelovigen?

 

Broeders en zusters, mag ik vragen nu even goed op te letten op wat ik nu ga zeggen over die renbaan van een ieder persoonlijk:

 

Je kunt niet aan het begin van de renbaan, of halverwege de renbaan zeggen dat alles klaar is. Dan krijgen we athleten, die erbij gaan zitten.

 

Ziet u het al voor u? Een renbaan vol athleten, (we waren immers medestrijders met Paulus = sunathleo), maar nog voor ze begonnen zijn, haken ze al af, of halverwege haken ze af. Is dat wat de Heere ons te zeggen heeft?

 

Luisteren we dan niet naar onze Coach? We hebben nota bene de beste Coach die er is, die zelfs Zijn werk in ons wil verrichten tijdens die wedloop!

 

Maar we gaan nog even naar de tekst uit Kol 1:12: 

  • Daarbij danken wij de Vader, Die ons bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht.”

 

Het is prachtig dat de Grondtekst ons duidelijkheid geeft wat hier werkelijk wordt bedoeld. Want in de grondtekst vinden we het Griekse werkwoord “hikanoo”, wat vertaald is met “heeft gemaakt”. Hierbij kunnen we ons afvragen of dit bekwaam maken een voldongen feit is, wat aan de gelovige reeds is afgemaakt, of dat hier toch iets anders aan de hand is.

 

Daarom is het mooi dat de Griekse tekst ons duidelijkheid geeft. Want in het Grieks is hier de Aoristus 1 tijd gebruikt voor “heeft gemaakt”.

 

Die Aoristus 1 tijd geeft aan dat het werkwoord in de verleden tijd staat, maar in de nog bedrijvende vorm. Het is dus nog steeds gaande. De Aoristus 1 tijd betreft altijd een handeling die vanuit het verleden voortduurt tot in het heden.

 

Dit betekent in het verband van de tekst uit Kol 1:12, dat de Heere bezig is de Zijnen, Zijn heilige uitverkorenen, bekwaam te maken (HSV), toe te bereiden (NBG) om de erfenis uiteindelijk na hun sterven in ontvangst te mogen nemen, en nadat de Heere Zijn werk in de Zijnen (na het sterven) heeft kunnen voltooien (Fil 1:6).

 

Die erfenis ligt in de toekomst nadat iedere gelovige in navolging van Paulus hun eigen persoonlijke “loop” heeft volbracht. (2 Tim 4:7-8).

 

We moeten leren zelfstandige gelovigen te worden, die heel persoonlijk een relatie met de Heere onderhouden, en niet ons oor te luisteren leggen naar datgene wat mensen verkondigen. Het gaat alleen om de Heere, en dat Hij de eerste en de grootste plaats in ons leven inneemt. Natuurlijk mogen we luisteren naar mensen, maar we behoren het te allen tijde te toetsen.

 

Ook heb ik ik ontdekt dat wanneer je dingen (bijv dat alle gelovigen bij het Lichaam van Christus horen) zó vastlegd, dat ze echt onwrikbaar voor je vaststaan, dat ze dan bijna niet meer om te buigen zijn.

 

En door “waarheden” uit het Woord op die manier vast te leggen, krijg je een bedekking voor de heerlijkheden die er nog in het Woord verborgen zijn, en die de Heere je graag wil openbaren.

 

Dit is de grote fout die er door de eeuwen heen is gemaakt door mensen. Ook door de kerken. Wanneer je dingen (onwrikbaar) vastlegt, is er geen ruimte meer voor de Heere om zijn voortgaand werk in ons te doen. Dan werpen wij door het zo vast te leggen een blokkade op voor de Heere.

 

Want juist voor die openbaringen van de Heere is een ontvankelijk hart nodig. En het is niet zo dat op enig moment alles klaar is. Want zolang we nog in het vlees verblijven, gaat de Heere door om ons ons geestelijk op te voeden. Dat gaat stapje voor stapje. Maar het gaat wel door. En steeds wordt er aan ons geschaafd, steeds wil de Heere iets mooiers van ons maken.

 

Steeds moeten we bereid zijn om “oude” dingen in te leveren voor het voortschrijdende wat de Heere wil geven. Dat gaat voortdurend door wanneer we in die relatie met de Heere blijven wandelen.

 

Daarom moeten we ook steeds op onze hoede zijn, en luisteren naar Zijn Woord. En dan ontdek je opeens, dat niet allen met je meelopen, en dat het soms wel lijkt dat je alleen bent overgebleven.

 

Dan ga je soms aan jezelf twijfelen, omdat de meerderheid anders over dingen denkt. Maar het enige wat maatgevend is: Wat zegt de Heere tegen ons in Zijn Woord.

 

Dit is niet de makkelijkste weg. Maar wel een weg, die je steeds dichter bij de Heere brengt, en die je leert steeds in afhankelijkheid van Hem te wandelen, en ook een weg die je relatie in Hem steeds dieper en inniger maakt. Maar ook een weg waarop we lijden om Christus wil ervaren.

 

Wat wil de Heere van ons?

Ef 4:12-15

  • Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis (= epignosis, is diep inzicht) van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.”

 

Deze tekst moeten we ook even in de Staten Vertaling lezen, en dan vinden we in vers 13:

  • Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus.”

 

Het gaat mij even om dat gedeelte, waar de NBG heeft: “De mannelijke rijpheid”, en de St. Vert. heeft: “tot een volkomen man.” De Engelse King James vertaling heeft: “unto a perfect man.” En weet u wat er in de grondtekst staat? “tot een “teleios” man.”

 

Het woord “tele”

Misschien herinnert u zich van een bijbelstudie van onze broeder Denijs, die wel eens heeft gesproken over dat woordje “tele”. Dat Griekse woordje “tele” wordt ook gebruikt in woorden die wij wel kennen als tele-lens, tele-visie, tele-foon, enz. Het gaat altijd over dingen die in de verte liggen, die door dat “tele” iets dichterbij worden gehaald, en daardoor zichtbaarder worden.

 

Dat woordje “tele” laat ons in verte, in de toekomst kijken. En in verband met Gods Woord is daarvoor een geestelijke bril nodig, een soort geestelijke tele-lens.

 

In dit geval (Ef 2:13) gaat het over een “teleois man”, die tot de volle kennis en diep inzicht van de Zoon Gods zal komen. En omdat het woord “tele” wordt gebruikt, leren we dat die “tele-man” in de toekomst ligt.

 

En verder leren we daaruit dat de Heere daarmee bezig is, om in de toekomst die “volkomen man” tot zijn volheid te brengen. Want ook in deze tekst vinden we het Griekse werkwoord in de Aoristus 1 vorm, welke aangeeft dat de Heere bezig is die “tele-man” tot Zijn volheid te brengen.

 

Dus eigenlijk zien we in de grondtekst een dubbel bewijs, dat deze dingen bezig zijn te gebeuren, zowel door het woordje “tele” als door het gebruik van de Griekse werkwoordsvorm.

 

Dit is een proces, waar de Heere nu reeds mee begonnen is, en welk proces wordt volgemaakt tot de dag van Christus Jezus. En dat zegt de Heere ook in Fil 1:6, waar staat dat hij het goede werk, dat hij in de heiligen begonnen is zal voltooien tot de dag van Christus.

 

Dit is eigenlijk heel moeilijk te vertalen uit de grondtekst, en daarom zijn beide vertalingen eigenlijk wel goed, want het heeft inderdaad met rijpen te maken, de NBG spreekt immers over “Mannelijke rijpheid”, en het heeft met volheid, met volkomenheid te maken, waar de Staten Vertaling over spreekt.

 

Heel mooi dat de grondtekst van het Woord eigenlijk voortdurend bevestigd de dingen waar we mee bezig zijn.

En dan lezen we verder in Efeze 4:

  • 14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, 15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.”

 

Bij dit alles is het nodig om te blijven staan op dat punt waarop u bent gekomen. Maar daarbij is bovenal nodig dat we ons vertrouwen stellen op de Heere, en uitsluitend op Hem. Mensen hebben vele schoonklinkende bedenkselen, maar wanneer ze ons niet voortleiden op de Goddelijke renbaan, moeten we ze als vuilnis naast ons neerleggen.

 

En in die relatie in Christus onderscheiden wij de dingen die op ons afkomen. Dan kunnen wij onderscheiden die dingen die verschillen.

 

Dan worden wij niet meer heen en weer geslingerd door van alles wat er op ons af komt. En broeders en zusters, dat is zeer nodig, ook nu in onze tijd.

 

We moeten ons ernaar uitstrekken om zelfstandige onafhankelijke gelovige te worden, die een voortdurende relatie onderhouden in Christus Jezus, onze Heere, en daarbij ons uitsluitend laten leiden door Gods Woord.

 

Daartoe worden we ook steeds aangespoord door de apostel Paulus.

Dit alles betreft dus een geestelijke groei. En wanneer gelovigen bezig blijven met het Woord, dan geeft de Heere steeds vaster voedsel, wat verdragen en verwerkt kan worden. In deze ontwikkeling – en daar moeten we goed op letten – dat we niet onderweg dingen vastleggen, in die zin, dat we menen, dat we het eindstation bereikt hebben.

 

We moeten wel dingen vastleggen, maar dan wel op zo'n manier, dat we ons bewust zijn, dat wanneer de Heere ons morgen nieuwe dingen laat zien in Zijn Woord, die we gisteren nog niet konden verhapstukken, dat we dan weer verder mogen met die nieuwe dingen, ons door de Heere gegeven.

 

Dát is geestelijke groei, een voortgaand proces! En dat proces gaat ons hele leven door. Daar gaat de Heere zelfs nog mee door na het sterven in een ieder die tot het Lichaam van Christus behoort. Dan staan allen die tot het Lichaam van Christus behoren op in een verheerlijkt lichaam, en in die situatie gaat de Heere door met Zijn werk, wat Hij hier al reeds is begonnen (Fil 1:6). Wat een heerlijk uitzicht, en wat een overweldigende genade!

 

Deel 12 volgt DV

Bert Boersma maart 2015 boersmaklm@hetnet.nl

 

 

Lijden om Christus wil (deel 12)

 

Voor we verder gaan met de bijbelstudie, wil ik graag nog het volgende met u delen. In deel 10 van deze bijbelstudie heb ik geschreven over de verheerlijking van de Heere op de berg, en dat er drie van de twaalf discipelen door de Heere uitgekozen werden om met de Heere de berg op te gaan. In verband met die geschiedenis viel mijn aandacht kortgeleden op de tekst uit Markus 5, waar eigenlijk hetzelfde gebeurde.

 

In Markus 5 lezen we over Jaïrus, één van de oversten van de synagoge. Jaïrus had een dochterje die zeer ernstig ziek was. En Jaïrus vroeg de Heere of hij bij hem thuis wilde komen om zijn dochtertje te genezen. Toen de Heere reeds dicht bij het huis van Jaïrus was gekomen, kwamen er mensen uit het huis die zeiden: Marc 5:35-42:

  • Terwijl Hij nog sprak, kwam men uit het huis van de overste der synagoge hem zeggen: Uw dochter is gestorven; waarom valt gij de Meester nog lastig? 36 Doch Jezus luisterde niet naar wat gezegd werd, maar Hij zeide tot de overste der synagoge: Wees niet bevreesd, geloof alleen. 37 En Hij stond niemand toe met Hem mede te gaan, behalve Petrus en Jakobus en Johannes, de broeder van Jakobus. 38 En zij kwamen in het huis van de overste der synagoge en Hij zag het misbaar en mensen, die luid weenden en weeklaagden. 39 En binnengekomen, zeide Hij tot hen: Waarom maakt gij misbaar en weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt. 40 En zij lachten Hem uit. Doch Hij dreef hen allen het huis uit en nam de vader van het kind en de moeder en die bij Hem waren mede en Hij ging het vertrek binnen, waar het kind lag. 41 En Hij vatte de hand van het kind en zeide tot haar: Talita koem, hetgeen betekent: Meisje, ik zeg u, sta op! 42 En het meisje stond onmiddellijk op en het kon lopen; want het was twaalf jaar. En zij ontzetten zich terstond bovenmate.”

 

Dus ook hier mochten er slechts dezelfde drie van de twaalf apostelen met de Heere het huis binnengaan. Ook hier zien we dat de Heere die drie apostelen uitkiest. En wat het eigenlijk net zo bijzonder maakt als bij de verheerlijking op de berg, ook hier mochten zij er met de anderen niet over spreken wat er binnen in het huis was gebeurd:

  • En Hij gebood hun nadrukkelijk, dat niemand dit te weten zou komen” (Marc 5:43).

 

En dit is nog niet alles, want hetzelfde lezen we ook in Marcus 14:

  • En zij gingen naar een plaats, genaamd Getsemane, en Hij zeide tot zijn discipelen: Zet u hier neder, terwijl Ik bid. 33 En Hij nam Petrus en Jakobus en Johannes mede (= “paralambano”). En Hij begon zeer ontsteld en beangst te worden, 34 en Hij zeide tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt. 35 En Hij ging een weinig verder, en Hij wierp Zich ter aarde en bad, dat, indien het mogelijk ware, die ure aan Hem zou voorbijgaan, 36 en Hij zeide: Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.” (Marc 14:32-36).

 

Dit gaat over een niet onder woorden te brengen lijden van de Heere. Maar weet u wat ook zo mooi is in verband met die drie discipelen? In deel 10 hebben we het gehad over het Griekse woord “paralambano”, wat vertaald was met “medenam”. Ik heb toen geschreven dat dat woord steeds de betekenis heeft, dat de Heere mensen ergens voor uitkiest, om aan deel te nemen. Er zijn heel veel teksten, waarin we dit woord “paralambano” tegenkomen. Er steeds heeft het de betekenis dat er mensen door de Heere uitgekozen werden voor een bepaald doel wat Hij voor ogen had. En ook hier in Marc 14:33 vinden we hetzelfde woord.

 

Heel bijzonder dat we nu tot drie keer toe in het Woord hebben gelezen, dat de Heere op een heel speciale gelegenheid dezelfde drie discipelen uitkiest om daarbij aanwezig te zijn. Wanneer we nu die drie gebeurtenissen op een rij plaatsen, dan zien we heel bijzonder dingen:

  • De bijzondere verheerlijking/verandering van de Heere op de berg.
  • De geweldige kracht, die de Heere heeft over de dood.
  • De heel bijzondere vernedering van de Heere voor zijn overwinning aan het kruis.

 

Slechts drie apostelen waren van al deze dingen getuige geweest, maar ze mochten er niet over spreken, tot na de opstanding van de Heere. Heel Zijn Wezen wordt tot uitdrukking gebracht in deze drie gebeurtenissen. We zien in deze drie gebeurtenissen heel Zijn Goddelijke heerlijkheid, Zijn macht over de dood, en tegelijk Zijn Wezen als mens, die het zondeprobleem moest oplossen. We zien eigenlijk in deze gebeurtenissen heel Gods plan voorbijgaan. En daarvan mogen drie discipelen getuige zijn. Hoe wonderlijk! We kunnen ons afvragen waarom alleen deze drie apostelen door de Heere werden uitgekozen. Ook kunnen we ons afvragen waarom mochten zij er niet over spreken?

 

Zij mochten er niet over spreken omdat de Heere Zijn taak nog moest vervullen aan het kruis van Golgotha. Hij, die God was, moest als mens zonder zonde de ergste vernedering ondergaan om voor u en voor mij het zonde-probleem voor eens en altijd tot een oplossing te brengen.

 

Petrus, Jacobus en Johannes hadden de Heere gezien op de berg in Zijn Goddelijke heerlijkheid. Ze hadden gezien bij het dochtertje van Jaïrus, dat Hij macht had over de dood. En uiteindelijk zagen die Heiland aan het kruis hangen. Dat moeten ze toch wel vol verbazing hebben aanschouwd.

 

Ik vond deze dingen bijzonder omdat ze aangeven dat de Heere in alle tijden gelovigen uitkiest voor een doel wat de Heere voor ogen heeft.

 

Toch blijkt uit het Woord dat geen van de discipelen begrepen had waarvoor de Heiland der wereld naar deze aarde was gekomen.

 

Toen de Heere was gestorven, en er twee vrouwen bij het graf van de Heere waren geweest, en zij met een engel hadden gesproken, herinnerden die twee vrouwen de woorden, die de Heere over zijn heengaan had gesproken, en dan lezen we:

  • En zij herinnerden zich zijn woorden, 9 en teruggekeerd van het graf, boodschapten zij dit alles aan de elven en aan al de anderen. 10 Dit waren dan Maria van Magdala, en Johanna, en Maria, (de moeder) van Jakobus. En de anderen, die met haar waren, zeiden dit aan de apostelen. 11 En deze woorden schenen hun zotteklap en zij geloofden haar niet.” (Luk 24:9-11).

 

Vervolgens lezen we in Lukas 24:

  • En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; 37 en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. 38 Doch Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? 39 Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb. 40 [En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten.] 41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets te eten? 42 Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. 43 En Hij nam het en at het voor hun ogen. 44 Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden. 45 Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.”

 

We gaan nu verder met de bijbelstudie over het lijden. Het is zeer heftig om te moeten lezen in het Woord hoeveel verdrukking Paulus heeft moeten verduren vanwege de boodschap die hij bracht.

 

Maar dat was een verdrukking om Christus wil. En die verdrukking kwam niet van ongelovigen, maar juist van gelovigen. En zo is het nu nog.

 

Wanneer we echt proberen in de diepte te gaan met het Woord, en dan bedoel ik, wanneer we echt proberen te zien en te herkennen wat de Heere ons echt wil leren, en dat dan ook verkondigen, dan wacht ons geen verdrukking uit de wereld, maar verdrukking van broeders en zusters.

 

Dit heeft alles te maken, met het kruis op je nemen. Dit heeft ook alles te maken met “willen lijden om Christus wil”. En dit heeft er ook alles mee te maken dat we waardig zijn bevonden als “plengoffer” door de Heere te worden gebruikt.

 

Dat is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk als we recht in de “leer” willen blijven staan.

 

De Heere is nu dus bezig om gelovigen uit te kiezen voor Zijn Lichaam, die net als Paulus waardig bevonden zijn om als plengoffer dienst te doen. En zo komt Christus tot Zijn volheid!

 

En over die Volheid lezen we ook het één en ander:

 

Ef 3:17-19:

  • Opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, 18 zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, 19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.

 

Dat we vol worden van alles wat de Heere ons wil geven.

 

Dat “geworteld” is een mooi woord, wat echt aangeeft wat de bedoeling is. In het Grieks vinden we het het werkwoord “errizOmenoi”, wat afkomstig is van het zelfstandig naamwoord “rhizoo”, dat is wortel.

 

Dat “errizOmenoi” geeft weer dat het betrekking heeft op een diepgaande stabiele worteling, die tegen een stormpje kan. Die stabiele worteling ontstaan alleen door in het begin goed op de plant of de boom te passen, en hem zeer regelmatig te begieten. In het begin kan de boom niet zichzelf redden, maar is afhankelijk van verzorging. Maar na een tijd, wanneer de wortels dieper zijn gegaan, kan de boom uit de diepte putten, en kan vanuit het grondwater zichzelf voorzien van de nodige voeding.

 

Zo is het ook de bedoeling dat wij zelfstandige gelovigen worden, die vanuit de diepte, vanuit Christus Jezus onze persoonlijke voeding, ons levend water halen.

 

Dit woord “errizOmenoi” komen we nog één keer tegen in Kol 2:7:

  • Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem, 7 geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging.”

 

Maar we zijn nog niet klaar met de tekst uit Efe 2:17, want er staat niet alleen dat we geworteld zijn in Christus, maar ook dat we gegrond zijn in de liefde in Christus. Voor “gegrond” vinden we het Griekse werkwoord “tethemeliOmenoi”, wat is afgeleid van het zelfstandig naamwoord “themelioo”.

 

We vinden dit woord “tethemeliOmenoi” in nog één tekst in Kol 1:23:

  • 22 Om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen, 23 indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.”

 

Dit “gegrond” betekent eigenlijk “gefundeerd”. Het moet een vast fundament voor ons zijn, waarop we door de leiding van de heilige Geest als kundige bouwmeesters kunnen/mogen voortbouwen. En dat dit ook klopt, bewijst het woord “themelioo”, wat vele keren in het Woord is vertaald met “fundament”.

 

En waar moeten we dan in “geworteld en gegrond in worden? Dat staat erachter in de tekst: “In de Liefde.” In de agapè, in de onvoorwaardelijke Liefde van Christus. En wanneer dat het geval is, dán zullen we in staat zijn om:

  • samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is (Ef 3:18).
  • en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat (Ef 3:19)
  • opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.

 

We zien, dat al deze samenvloeien, en al deze dingen zijn nodig om tot die volheid in Christus te mogen komen. De volgende keer gaan we verder over die “Volheid in Christus”.

 

Deel 13 volgt DV

Bert Boersma maart 2015 boersmaklm@hetnet.nl

 

 

Lijden om Christus wil (deel 13)

 

We zouden deze keer verder gaan over de teksten, die we in Gods Woord lezen over de “Volheid in Christus”.

 

De volgende tekst over die volheid: Ef 4:10-15:

  • 10 Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen. 11 En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, 12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. 14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, 15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.”

 

Dan gaan we eerst naar Ef 4:10, daar staat:

  • Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.”

 

Dan de vraag: “Heeft de Heere alles tot volheid gebracht?” Daarin zou de Griekse tekst ons duidelijkheid moeten geven, en dat is ook zo, want we vinden in de tekst het Griekse werkwoord “pleroo” in de Aoristus 1 tijd staan, en we weten inmiddels dat dit de verleden tijd, bedrijvende vorm betekent. Dit betekent dat de Heere in het verleden reeds is begonnen alles tot Zijn volheid te brengen, maar dat deze handeling nog steeds voortduurt tot in het heden.

 

Dus is alles reeds door de Heere tot volheid gebracht? Nee, de Heere is daar nog steeds mee bezig, ook in u en in mij. En in alles wat Zijn plan der aionen omvat.

 

Zo zien we dat we wel in de tijd der verborgenheid leven, maar hieruit leren we dat de Heere steeds doorgaat met Zijn werk om dat werk tot Zijn volheid te brengen.

 

En dat blijkt ook duidelijk uit het vervolg van de tekst:

  • 11 En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, 12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.

 

In vers 12 staat “om de heiligen toe te rusten”, voor dat toerusten vinden we het Griekse woord “katartismos”. Dit komt in de Bijbel alleen hier in deze tekst voor. Dat “toerusten” is in de NBG een beetje zwak vertaald. De Staten Vertaling heeft vertaald: “Tot de volmaking der heiligen”. De Engelse King James heeft vertaald: “For the perfecting of the saints”.

 

Omdat “katartismos” slechts één keer voorkomt, hebben we geen vergelijkingsmateriaal, en moeten we naar de context kijken. Wanneer we het vervolg van de tekst ook in ogenschouw nemen, dan mogen we conluderen dat alle drie vertalingen tezamen weergeven, wat hier wordt bedoeld.

 

Het betreft de volmaking en het perfect maken van de uitverkoren in Christus.

 

Want het is de bedoeling van de Heere dat al die heiligen (Ef 4:13) “zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus.”

 

Hier vinden we in de grondtekst voor “volkomen” het woordje “tele”, wat vertaald is met “volkomen”. Dus in de grondtekst vinden we “teleois man”, die in de toekomst zal komen tot de grootte van de volheid in Christus. Dit is geen voldongen feit, maar dit is een “gebeuren”, wat de Heere in zichzelf heeft besloten en waar de Heere in het verleden mee is begonnen, en waar de Heere mee doorgaat tot de dag van Christus Jezus. Dit mogen we stellen op grond van de gebruikte Griekse tijd, de Aoristus 1, en ook op grond van het Woord (Fil 1:6).

 

En het allerlaatste uit de tekst: “de volheid van Christus.” Voor “volheid vinden we steeds het woord “pleroma”. En wanneer we dat in al die teksten waar het voorkomt zouden opzoeken, (Mark 8:20, Rom 15:29, Joh 1:16, Ef 1:10, Ef 4:13, Matt 9:16, Mark 2:21, Rom 11:12, Rom 11:25, Rom 13:10, 1 Cor 10:26, 1 Cor 10:28, Gal 4:4, Ef 1:23, Ef 3:19, Col 1:19 en Col 2:9), totaal 17 keer, dan zouden we ontdekken, dat we lezen over:

  • een bedeling van de volheid der tijden (Ef 1:10).
  • de volheid van Christus (Ef 4:13.
  • de volheid van Israël (Rom 11:12).
  • de volheid der heidenen (Rom 11:25).
  • de volheid (vervulling) der wet (Rom 13:10).
  • de volheid van de aarde (1 Kor 10:26 en vers 28.
  • de volheid des tijds (Gal 4:4).
  • de volheid van het Lichaam van Christus (Ef 1:23).
  • alle volheid Gods (Ef 3:19).
  • al de volheid die in Christus wonen zal (Kol 1:19 en Kol 2:9).

 

Dan ontdekken we eigenlijk dat die “volheid” betekent, dat iets klaar is, dat iets afgemaakt is. Dat iets is gekomen tot de volledige bestemming, die God op het oog had.

 

We weten immers:

  • dat de Heere met de tijden tot zijn doel zal komen,
  • De Heere zal met Israël tot Zijn doel komen,
  • De Heere zal met de heidenen tot Zijn doel komen,
  • De Heere is met de wet tot Zijn doel gekomen,
  • De Heere komt met de aarde tot Zijn doel,
  • De Heere komt met de Zijnen tot Zijn vastgesteld doel.

 

De volgende tekst die we tegenkomen, waarin “volheid” staat, is Kol 1:19

  • NGB: “Want het heeft de ganse volheid (= pleroma) behaagd in Hem woning te maken.”

 

Dit is eigenlijk een rare vertaling in de NBG, de Staten Vertaling heeft het beter vertaald:

  • St. Vert.: “Want het is [des Vaders] welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou.”

 

Dat gedeelte “des Vaders” staat tussen haken in de St. Vert., en dat is juist, want het staat niet in de grondtekst. Toch hebben de vertalers van de St. Vert. de juiste conclusie getrokken. Want Wiens welbehagen was het dat al de volheid in de Zoon zou wonen? Wat was des vaders welbehagen? Wat had de vader al voor nederwerping der Kosmos in Zijn plan der aionen voorgenomen?

 

Dat er een Lichaam van Christus gevormd zou worden, en dat Lichaam in Christus geplaatst zal worden.

 

Dat allen, die tot het Lichaam van Christus behoren, zouden mogen delen in dezelfde zegeningen van Christus. En dat de leden van dat Lichaam zouden delen in Christus' lijden, en dat zij alzo tot Zijn heerlijkheid, tot Zijn volheid zullen komen, en dat Christus alzo tot Zijn volheid komt.

 

En dat zij zouden worden gebruikt als een plengoffer, naast het Offer van Christus, zodat Christus in alle opzichten, ook gezien Zijn Offer, tezamen met het plengoffer tot Zijn “volheid” komt.

 

Het gaat dus ten allen tijde om de volheid van Christus.

 

Zullen we samen het hele gedeelte nog eens lezen uit Kol 1?

  • 18 Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, (In Kor 15 lezen we: Christus als eersteling) zodat Hij onder alles de eerste geworden is. 19 Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, 20 en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. 21 Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, 22 in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen, 23 indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.

 

Is het u opgevallen? De Heere wil ons heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich stellen. Zegt het Woord ook niet dergelijke dingen over de offers en over het plengoffer? Ziet u hoe mooi het Woord wordt, wanneer we deze dingen onderscheiden?

 

Broeders en zusters, dit is eigenlijk niet onder woorden te brengen, hoe groot al die zegeningen betreffende het Lichaam van Christus werkelijk zijn. Het is werkelijk heel bijzonder, en het is een eer voor u!

 

Nog een tekst over die volheid: Kol 2:8-11:

  • Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus, 9 want in Hem woont al de volheid (= pleroma) der Godheid lichamelijk; 10 en gij hebt de volheid ( pleroo = compleetheid) verkregen in Hem, die het Hoofd is van alle overheid en macht. 11 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus.”

 

Hier staat heel wat broeders en zusters:

  • vers 9: In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.....”

 

Dat werkwoord “wonen” is het Griekse woord “katoikeo”, en wanneer we dat zouden onderzoeken, dan staat dat in de tegenwoordige tijd, in de bedrijvende vorm, en in de derde persoon.

 

Wat betekent dit? Dit betekent, dat nu in deze tegenwoordige tijd die gehele volheid in Christus woning maakt. En de bedrijvende vorm wil altijd zeggen, dat de Heere daar nog mee bezig is, dat betekent dat er nog steeds aan Zijn volheid wordt toegevoegd.

 

Dat betekent dat de Heere bezig die volheid van Hem, door middel van Zijn Lichaam, de gemeente, het Lichaam van Christus, tot gestalte te brengen.

 

En de derde naamval betekent, dat Christus het meewerkend voorwerp is, dat Hij meewerkt om Zijn Volheid nog meer tot volheid te brengen, door toe te voegen aan Zijn Lichaam.

 

Ziet u de overweldigende Goddelijke genade?

 

Zo rijk kan een vertaling zijn wanneer die onderzocht wordt.

 

Nog even naar Kol 2:9:

  • Want in Hem woont al de volheid (= pleroma) der Godheid lichamelijk”

 

Dus de Heere is vanaf Handelingen 28 al ongeveer 2000 jaar bezig om die volheid in Hem tot gestalte te brengen tot op de dag van vandaag.

 

Voor “lichamelijk” staat het Griekse woord “somatikos”, wat betekent, dat deze volheid in het “soma”, het Lichaam van Christus opgesloten is.

 

Kol 2:10:

  • NBG: “En gij hebt de volheid (pleroo=compleetheid) verkregen in Hem.”
  • St Vert: “En gij zijt in Hem volmaakt.”
  • KJV: “And ye are complete in him.”

 

En dan nog vers 11:

  • In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus.”

 

Wanneer er aan je gesneden wordt, doet dat pijn. En wanneer je geestelijk besneden wordt, dan doet dat ook pijn, en dat is ook lijden omwille van Christus, Maar dat dient wel om er geestelijk veel beter van te worden. Hierin zien we dat ook dit “lijden” dient tot verheerlijking!

 

Deel 14 volgt DV

Bert Boersma, april 2015, boersmaklm@hetnet.nl

 

Lijden om Christus wil (deel 14)

 

Vandaag wil ik graag beginnen met de tekst uit Ef 4:11-15, de tekst die we reeds behandeld hebben toen we het over de volheid in Christus hadden:

  • En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, 12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. 14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, 15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.”

 

Een prachtige tekst, die we waarschijnlijk al verschillende keren hebben gelezen. Maar waar ontzettend veel in staat. De Heere zorgt voor Zijn heiligen, voor Zijn Lichaam. En daartoe heeft hij apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars gegeven. Waarom? Om de heiligen toe te rusten, de St. Vert. zegt: “Tot de volmaking der heiligen.”

 

Wanneer de Heere dat in ons kan bewerken – want dat moeten we niet vergeten, het is Zijn werk – dan zijn we niet meer onmondig als een baby in het geloof, maar dan staan we op het vaste fundament, en dan worden we niet meer heen en weer geslingerd door van alles wat er op ons af komt, maar dan zijn we in staat om te onderscheiden, om te toetsen en te weerleggen. Omdat we volwassen in het geloof zijn geworden.

 

Ook zien we in deze tekst, dat het volmaken, wat de Heere in die heiligen wil bewerken, iets is waar groei in zit, wat niet één twee drie klaar is, maar wat tijd kost.

Vers 15 zegt:

  • Maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.”

 

Broeders en zusters, Ja, hier staat in deze teksten van Paulus' late brieven steeds “wij” en “ons”, en dan is het zo gemakkelijk te denken, zie je wel, dit geldt voor alle gelovigen, maar dan vergeten we weer wie de geadresseerden zijn. Altijd betreft het dan de geheilgden in Christus Jezus, Zijn Lichaam.

Ef 4:15 spreekt over groei. En groeien gebeurt meestal langzaam. En voor groeien is regelmatige goede voeding nodig. Ook in verband met deze tekst en in verband met geheel Gods Woord is het onbijbels te zeggen, dat iedere gelovige tot het lichaam van Christus behoort. Beantwoord u voor uzelf maar eens de vragen:

  • Jagen alle gelovigen tot de volmaking in Christus?
  • Jagen alle gelovigen tot de volle kennis van de Zoon van God?
  • Jagen alle gelovigen tot de de maat van de wasdom der volheid van Christus?
  • Groeien alle gelovigen, zich aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus?

 

Is dat erg, dat er gelovigen zijn die niet groeien in Christus, zoals Paulus daar in zijn late brieven over schrijft? Dat is niet aan ons. Misschien heeft de Heere met die gelovigen wel een heel andere doel voor ogen. Daar moeten wij niet over oordelen. Maar Gij geheel anders, zegt Paulus, Gij hebt Christus leren kennen.

Bovendien, wanneer we deze dingen door het geloof in de praktijk brengen, gaat dat ook lijden teweeg brengen. Wat is dat lijden? Dat lijden is o.a. dat we zullen merken, dat we af en toe niet meer eensgezind met alle broeders en zusters in één renbaan lopen.

 

Ons Fundament

 

Dan wil ik eerst het volgende met u delen. Het komt nogal vaak voor, dat ik vragen krijg van broeders en zusters. En dat vindt ik op zich prachtig, want dat geeft aan dat ze ergens mee bezig zijn. En dat moet u vooral blijven doen. Want ik zal u eerlijk vertellen, ik leer ook heel veel van al die vragen. Ik leer ervan hoe men soms bezig is met het lezen en bestuderen van het woord. Ik leer ervan dat dingen voor mij wel duidelijk kunnen zijn, maar dat het soms een hele kunst is om de grote dingen uit het Woord ook op papier over te brengen, en dan leer ik dat ik soms nog duidelijker moet zijn.

 

Ik zal u vertellen, wat mij daarbij vaak heel in het algemeen opvalt.

Om te kunnen groeien in het verstaan van het Woord is het nodig om dingen vast te leggen, en dan vanuit dat vastgelegde weer verder te kunnen groeien.

En ik merk vaak, dat broeders en zusters heel aarzelend zijn om dingen uit het Woord echt vast te leggen. En dat is ook wel begrijpelijk, want verschillende uitleggers leggen soms heel verschillend uit. En wat moet je dan vast leggen?

 

En dan doet de vraag zich voor: Toetsen wij ook wat er op ons af komt?

Want dat is van groot belang. Voor we iets vastleggen in ons hart moeten we weten wat Gods Woord er van zegt. Leggen we iets vast wat de Heere ons geeft te verstaan? Of leggen we dingen vast die van verschillende kanten op ons afkomen? Of leggen we door twijfel maar helemaal niets vast?

 

Ik leer vaak van de vragen die op me afkomen, dat men bepaalde fundamentele dingen uit het Woord niet heeft vastgelegd. Ik wil u uitleggen, wat ik daarmee bedoel: Er zijn bepaalde fundamenten in het Woord die we moeten vastleggen bij het lezen en bestuderen én verstaan van het Woord.

Ik zal er enkele noemen.

  1. We weten dat het Oude Testament is geschreven aan en voor Israël. Daar halen we geen toepassingen uit voor onszelf. Wel is dat ons gegeven als voorbeeld.
  2. We weten dat de Heere kwam voor de Zijnen, voor Israël. En dat hij het Evangelie van het komende koninkrijk predikte. Weer voor Israël, en weer tot lering voor ons.
  3. We weten dat Israël in de Handelingen periode een herkansing kreeg om de Heere aan te nemen, zodat het Koninkrijk zou kunnen aanbreken. Daarom was de verwachting toen ook het zeer nabij zijnde koninkrijk.
  4. We weten dat die toekomstverwachting voor Israël in Handelingen 28 “twee dagen” is uitgesteld, en dat daarmee ook de wonderen en tekenen, zoals die in de Handelingen periode veelvuldig voorkwamen, hebben afgedaan.
  5. We weten dat de Heere vanaf die tijd bezig is Zijn Lichaam, de gemeente, het Lichaam van Christus gestalte te geven.

 

Dit zijn zo even vijf punten, eigenlijk gezamenlijk fundamenten, die we eigenlijk zouden moeten vastleggen, om het Woord zuiver te kunnen verstaan en recht in te delen. Zonder deze vaststaande pijlers wordt het Woord één onbegrijpelijke hutspot.

 

Ook zo'n fundament is, dat we ontdekken, dat de Heere bezig is Zijn plan der aionen uit te voeren, en daarvoor drie zonen tot de volwassenheid wil brengen:

  1. De zoon Israël
  2. De zoon, de gemeente van eerstgeborenen
  3. De zoon, het Lichaam van Christus

 

Deze drie zonen komen uitsluitend tot de volwassenheid door in alle ootmoedigheid gericht te zijn op hun Hoofd, op Christus. Door in een heel persoonlijke relatie door Hem te worden opgevoed.

Die opvoeding, die gepaard gaat met een wandel in Christus en door Christus wordt bewerkt, dient ervoor om uiteindelijk als volwassene de beloning van het betreffende zoonschap, de erfenis in ontvangst te kunnen nemen.

En wanneer we in alle ootmoed deze dingen uit het Woord vastleggen, dan moeten we dat ook vasthouden.

 

Het volgende fundament is dat we hebben geleerd, dat Paulus in zijn late brieven spreekt tegen de heiligen en getrouwen in Christus Jezus.

En wanneer we in die brieven lezen over “ons” en “u”, dan betreft dat niet alle gelovigen, maar uitsluitend de geadresseerden, zij die door genade in Christus geplaatst zijn. Die Christus zelf heeft uitgekozen uit alle gelovigen. (o.a Ef 1:4).

 

Wanneer we deze zeven genoemde fundamentele waarheden uit het Woord vastleggen, en voortdurend toepassen bij het lezen en bestuderen van het Woord, dan leren we het geheel van Gods Woord te overzien, en dan krijgen we meer en meer geopende ogen voor het Woord, en gaat het Woord stukje bij beetje meer open.

Zonder deze fundamenten zal het Woord een gesloten boek blijven, want dan blijft het Woord een onbegrepen geheel, en zullen we nooit de grote verborgenheden in Christus kunnen ontdekken. Bovendien zult u bemerken dat wanneer u deze fundamentele waarheden hebt vastgelegd in uw hart, deze uitsluitend zullen worden bevestigd door het Woord.

 

Wanneer we zo leren onderscheiden en toepassen, dan zullen we niet meer heen en weer bewogen worden door allerlei lering die er op ons afkomt, maar dan zullen we vast staan in Christus Jezus, en in alle overweldigende zegeningen die Hij wil geven.

In dit alles is het van allergrootste belang:

  • Dat we een persoonlijke relatie met de Heere opbouwen.
  • Dat we in die gezindheid van vernedering en ootmoed staan, zodat alleen Hij ons kan vullen met Zijn Waarheid.
  • Dat we ons uitsluitend door de Gods geest ons laten leiden in Zijn Woord. En daar mogen we om vragen.

 

De Heere kent ons hart. Hij wil ons inzicht geven in Zijn Woord. Hij weet precies wat we aankunnen, en wat we kunnen verhapstukken.

Wanneer hij ons geopende ogen geeft voor iets in Zijn Woord, dan moeten we dat vastleggen in ons hart als een vast fundament. Dan is dat waar, omdat Hij het zegt, omdat Hij dat aan ons hart heeft bekend gemaakt.

Wanneer we in die gezindheid blijven, dan geeft hij een volgende keer weer iets meer, en dat meerdere zal het eerdere bevestigen. En zo krijgen we in die relatie met de Heere een steeds vaster fundament, waarop Hij kan voortbouwen. Zo werkt het in de relatie met de Heere.

 

In die relatie lopen we op de loopbaan. Op wie vertrouwen we tijdens die loop in de loopbaan? Ja, logisch op de Heere zult u zeggen. Maar ik ervaar dat er vele gelovigen zijn, die wel lopen, maar ondertussen ook nog even gaan “shoppen” bij de buren, en intussen hun oor te luisteren leggen naar andere meningen, en bij zichzelf denken, het zou ook wel eens zo of zo kunnen zijn. Aldus doende, ontkrachten we de inzichten die de Heere ons wil geven. Dan maken we die relatie in de Heere zelfs tot iets twijfelachtigs.

Dan leggen we geen fundament waarop we kunnen bouwen, maar dan worden we heen en weer geslingerd door allerlei meningen.

En dan zal er geen groei in de Heere mogelijk zijn. En daar waarschuwt Paulus voor in de gelezen tekst van Ef 4:11-15.

 

De volgende keer gaan we Job behandelen in verband met ons onderwerp van “het Lijden.”

 

Deel 15 volgt DV

 

Bert Boersma, april 2015, boersmaklm@hetnet.nl

 

 

Lijden om Christus wil (deel 15)

 

DE LES UIT HET BOEK JOB

In verband met ons onderwerp over het lijden is het ook goed en leerzaam om samen eens te kijken naar het boek Job. In de geschiedenis van Job ontdek je het dilemma waar de mens en met name de gelovige in gevangen zit.

In het boek Job wordt ons een blik gegund in de hemelse wereld, die wij niet kunnen waarnemen, maar die wel een directe invloed heeft op het leven van een gelovige. Job wandelde echt met God. Wanneer je na alles te hebben verloren, op het einde van hoofdstuk 1:21 kunt uitspreken:

  • De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd.”, dan heb je een onwrikbaar vertrouwen en geloof!

 

Maar dat geloof van Job werd wel op de proef gesteld.

Wanneer je het gehele boek Job overziet, dan moeten we vaststellen, dat we met een geweldig barmhartige en genadige God te maken hebben. Eigenlijk wordt de satan te schande gezet. De satan bereikt op het einde van het boek Job het tegenovergestelde, van datgene, wat hij hoopte te bereiken. De satan hoopte namelijk te bereiken dat Job God vaarwel zou zeggen. Maar dat gebeurde niet.

En ook al denkt Job dat God het hem aandoet en hem vergeten is, toch draagt God hem door dit alles heen. God staat open voor zijn klacht en veroordeelt Job niet om zijn klagen. God is barmhartig. Ik ben een tijdje bezig geweest met dat woord “barmhartigheid”, en dan kom je toch wel tot prachtige ontdekkingen.

 

Het Hebreeuwse woord voor barmhartigheid (“chsd”) komt in de grondtekst 68 keer voor, en de vertalers hebben er af en toe blijkbaar ook geen raad mee geweten, want we vinden in die teksten vertalingen als: barmhartigheid, genade, liefde, goedertierenheid, trouw, goedgunstig, vriendschap en gunst.

Al deze woorden zijn vertalingen uit dat ene Hebreeuwse woord. Ook zit in dat woord opgesloten dat God de mens omringt met baarmoederlijke zorg.

Waar heb je nu een betere en veiliger plaats dan in de baarmoeder van een moeder. Kortom, dat is onze God, en zó, met al deze eigenschappen gaat de Heere met Job om. En met al die zegeningen wil de Heere ook ons omringen.

Maar dat moet je leren ontdekken, daar moet je oog voor krijgen, want lijden kan ook verblinden.

Jacobus raadt ons aan om te letten op de volharding van Job en het einde, dat de Here deed volgen.

Dat Job echt geleefd heeft, bewijst ook Ez. 14:14, 20 waar Job in één adem genoemd wordt met Noach en Daniël. Net zo goed Noach en Daniël geen fictieve figuren waren, was Job dat ook niet. De reden dat Job hier naast Noach en Daniël genoemd wordt, is omdat zij alle drie in gerechtigheid wandelden.

 

De Wandel

 

Door de hele Bijbel heen zien we in alle gelovigen dat de wandel in geloof iets uitwerkt! Altijd is er sprake van een wandel in geloof.

Dat begon al bij de allereerste mens. Adam – Henoch – Noach – Abraham – Mozes – alle profeten – tot nu aan toe. Altijd wil de Heere in de mens Zijn wandel bewerken!

 

Job 1:

  • Er was in het land Us een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. 2 Hem werden zeven zonen en drie dochters geboren. 3 Zijn bezit bestond uit zevenduizend stuks kleinvee, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen en een zeer grote slavenstoet, zodat deze man de rijkste was van alle bewoners van het Oosten.” (Job 1:1-3)

 

Job 1:3 vertelt ons dat Job de rijkste man was van het Oosten. De naam Job is waarschijnlijk later aan hem gegeven naar aanleiding van wat hij had meegemaakt. Vele Bijbelse personen hebben een naamsverandering ondergaan als gevolg van de gemeenschap des Heren. Bijvoorbeeld Abram, dat “hoge vader” betekent, werd Abraham, “vader van menigten”. Jacob, dat “hielenlichter” betekent, werd Israël, “vorst van God”. De Septuaginta voegt bij het laatste vers van Job in Job 42:17 een nootje toe: “Jobab, die Job genoemd wordt”.

Job betekent: “vijandschap”, vervolgd worden door een vijand, gehaat worden, een tegenstander hebben, iemand die je tegenwerkt.

De betekenis van Job’s naam wordt direct in het boek Job duidelijk als we zien hoe de grote tegenstander, satan, alle middelen inzet om Job af te brengen van zijn vertrouwen en zijn hoop, die hij op God heeft. Daar is satan altijd mee bezig, tot op de dag van vandaag!

 

De betekenis van Job’s naam gebruikt Mozes, de Schrijver van het boek Job, als hij in Gen. 3:15 het grote conflict noteert dat ontstaat tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw, namelijk “vijandschap”. En in de geschiedenis van Job zien wij hoe daar ons één van de eerste confrontaties voor onze ogen geschilderd wordt van het conflict tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw, en hoe Job deel uitmakend van het zaad van de vrouw de hiel vermorzeld wordt.

 

Satan heeft een strategie, die er alleen maar op gericht is om de leugen te vermengen met de waarheid. Dat is al zo vanaf den beginne. En weet u wat er dan uiteindelijk overblijft? Alleen maar leugen. En in zo'n wereld leven wij vandaag. Een wereld vol leugen. Een wereld vol haat.

Het is satan aardig gelukt om als een zuurdesem zijn leugens overal te laten doordringen. Niet alleen in de wereld, maar ook in de kerken.

 

De satan is aardig bezig om door zijn leugen het hele wereldgebeuren te leiden. Hij is immers de overste der wereld. Werkelijk alles wordt op zijn kop gezet. Alles hangt van leugens aan elkaar. De wereld wordt geregeerd door satanische bondgenootschappen. Wist u dat broeders en zusters? Ik zal daar de volgende keer iets meer over vertellen.

 

Wat er toen gebeurde in de dagen van Job, dat wist Job niet. Job wist niet dat satan bezig was onder toelating van God. Job's vrouw en zijn drie vrienden wisten niet wie de veroorzaker was van alle ellende van Job.

Maar is het nu veel anders? Ook nu gebeurt de heerschappij van satan onder toelating van God, tot een bestemde tijd, tot de maat vol is.

De satan heeft een door God bepaalde tijd, om te doen wat hij doen moet.

We weten dat satan nu de god is van deze ajoon, en in de toekomst zal hij werkelijk als een beest tekeer gaan. En in die beest-heerschappij zal hij zelfs voorspoedig zijn, zo lezen we in Daniël 11:36:

  • En hij zal voorspoedig zijn, totdat de maat van de gramschap vol is; want wat vastbesloten is, geschiedt.”

 

Ook nu al is de heerschappij van satan groot. Voor de meeste mensen is deze heerschappij verborgen, maar wie van u, broeders en zusters, op de hoogte is van de zeer vele "geestelijke ontwikkelingen in vooral de "religieuze" wereld, wordt daar niet vrolijk van. We zien de verleidende invloed van het rijk der duisternis steeds meer toenemen. Ook hierin doet reeds nu satan zijn voorbereidende werk.

Juist in die "christelijke" wereld zien we de invloed van het rijk der duisternis, omdat zijn strijd een geestelijke strijd is. Uiteindelijk zal alle religie ten dienste van het "beest" staan, dát zien wij vandaag gebeuren, dát is wat er vandaag wordt voorbereid!

Maar, broeders en zusters, wij hebben een geweldige wapenrusting gekregen. Maar die moeten we wel aantrekken, want anders onderscheiden we nog niet de dingen waar het op aan komt.

De wapenrusting Gods is niet alleen ter bescherming, maar ook ter ontmaskering. Want reken maar dat de tegenstander een masker voor heeft.

Wie een masker voor heeft, die heeft iets te verbergen. En dat satan iets te verbergen heeft wordt helemaal duidelijk door Gods Woord. Daarom is het zo belangrijk om Gods Woord tot ons te nemen. Alleen daardoor zijn wij in staat om de werken der duisternis te onderscheiden.

 

Verleidingen

 

Nog even iets over de tijd waarin wij leven. De satan zal met zijn vele verleidingen zorgen dat met name Israël hem met verbazing achterna loopt, en hem zullen aanbidden. We lezen in Openbaring 13 dat de draak aan het beest zijn kracht en zijn troon en grote macht gaf.

  • En Johannes zag een van de koppen van het beest als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna, en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk?” (Openbaring 13:2-4)

 

Dit is een manifestatie van een grote genezing van een wond, die normaal gesproken tot de dood moest leiden, maar satan liet deze dodelijke wond genezen, en het gevolg staat ook beschreven.

Dit gaat over de werken der duisternis. Ik ga u nu wat vertellen over die werken der duisternis die ook vandaag de dag plaatsvinden, juist in die “christelijke” wereld. Kijk maar naar mensen als de zogenaamde "profeet Joshua" in Nigeria.

Hij laat zichzelf profeet noemen, en heeft zich de naam Jezus (Joshua) aangemeten.

  • Hij laat zijn schoonmaaksters kruipend voor hem zijn vertrekken binnenkomen.
  • Hij weet nabestaanden te vertellen hoe het met hun overleden familie is gesteld, omdat hij zogenaamd met die overledene heeft gesproken.
  • Hij laat mensen bij bosjes achterover vallen, zonder ze zelfs aan te raken. Dit is onbijbels, omdat in het Woord mensen altijd in aanbidding voorover vallen, met hun aangezicht ter aarde.
  • Hij laat mensen die gezwellen aan hun geslachtsdelen hebben, in zijn "diensten" in hun blootje rondlopen, om het publiek te tonen hoe erg het allemaal wel niet is, waarna de volgende dag de "vertoning" wordt herhaald, om dan het publiek te tonen hoe geweldig de "genezing" was. En wanneer je de beelden goed bekijkt, dan zie je dat het een andere persoon betreft, die zeer lijkt op ddie van de vorige dag. Puur bedrog!
  • Hij laat zomaar iemand uit het publiek naar voren komen, waarover hij publiekelijk verteld, dat hij 10 jaar geleden met zijn buurvrouw in bed heeft gelegen, en dat die persoon die zonde nu (tot vermaak van het publiek) moet belijden. Zoiets doe je niet als publiek vermaak.

 

En zo kan ik nog wel even doorgaan, en ik weet waar ik over spreek, omdat ik mij in dit fenomeen heb verdiept, omdat familie van mij daarheen is geweest, en ik om die reden wilde weten wat daar gebeurt.

Ik heb video's in huis, waarop deze dingen, en nog gruwelijker, gebeuren.

Het is werkelijk afschuwelijk godslasterlijk wat daar gebeurt, maar de mensen, en dan heb ik het over gelovigen, lopen hem met verbazing achterna!

 

Een paar uitspraken van de eigen site van die Joshua:

  • “…The questions which agitate most minds especially in the Christendom are: ‘Who is Prophet T.B.Joshua? Was he born by a woman, the wife of a man like every other human, or was he just thrown down from heaven?…” [Marcus 4:41, Spreuken 30:4, Galaten 4:4, Lukas 3:23]

Vertaling:

  • De vragen die de meeste mensen met name in het Christendom bezighouden zijn: “wie is profeet T.B.Joshua? Werd hij geboren uit een vrouw, uit de vrouw van een man zoals ieder andere mens, of was hij gewoon gegooid naar beneden uit de hemel?...” [Marcus 4:41, Spreuken 30:4, Galaten 4:4, Lukas 3:23]

 

Kent u één christelijk leider die ooit een dergelijke vraag gesteld heeft over zijn eigen afkomst? Zit hier niet de suggestie achter dat hij misschien werkelijk uit de hemel is gekomen, en met die gedachte zichzelf op een voetstuk plaatst?

 

Ter vergelijking wordt op zijn site de nederige geboorte van een kind in Bethlehem aangehaald:

  • “…and was received by only His earthly parents, Joseph and Mary…” [zie echter Mattheus 2:11,13 en 14!]

Vertaling:

  • ..en dat kind (gaat over onze Heiland) werd ontvangen door alleen zijn aardse ouders, Joseph en Mary...” [zie echter Mattheus 2:11,13 en 14!]

 

Wordt hier niet gesuggereerd dat Jezus een (biologische) nakomeling is van Jozef en Maria? M.a.w. dat de geboorte van Jezus niet die vragen oproept die wel gesteld worden bij de geboorte van TBJ?

 

Nog een uitspraak van deze persoon:

  • “…Just like the great prophets of old, the birth of Prophet T.B.Joshua was shrouded in mystery and heralded by prophecies and heavenly signs…”

Vertaling:

  • “…Net als de grote profeten van weleer, was de geboorte van de profeet T.B.Joshua gehuld in mysteries en aangekondigd door profetieën en hemelse tekenen..."

 

Volgens zijn eigen site is hij kennelijk als profeet geboren, net zoals de Heere Jezus als koning is geboren [Mattheus 2:2]. Van TBJ kan niet makkelijk gezegd worden dat hij last heeft van een nederige houding…

 

TBJ zegt ook van zichzelf dat hij als enige gedoopt is met de Heilige Geest, [dus met gaven van tongen, genezing, enz.]. Dus het bovenstaande lijkt daarvan dan het logische gevolg, dat hij verder zegt: “Als iemand dorst heeft, hij kome tot mij…” Ziet uw de immitator aan het woord?

 

En dan ga ik nu toch maar eens een naam noemen van zo'n gelovige, die deze valse profeet met verbazing achterna loopt.

Dat is de in evangelisch Nederland geliefde Prof. Dr. Willem Ouweneel.

Zoals W.J. Ouweneel in het verslag over zijn Nigeria-reis o.a. in de EO-Visie en Het Zoeklicht van 27 April enkele jaren geleden terecht opmerkt, en let op, hij zegt hier bijbelse woorden, maar hij past ze toe op de verkeerde persoon. Hij zegt namelijk naar aanleiding van kritiek op Joshua:

  • “…een belangrijk kenmerk van de aanraking door de Geest is verootmoediging…”

 

Dit zegt Ouweneel naar aanleiding van zijn bezoek aan Lagos, en nadat hij de duivelse zegen van Joshua heeft ontvangen. Want die krijgt iedereen die daar geweest is persoonlijk van Joshua.

In zijn nieuwste boek neemt prof. dr. W.J. Ouweneel het voor onder meer T.B. Joshua op. Hij zegt daarin:

  • Critici (op TB Joshua) moeten volgens hem uitkijken dat ze niet de zonde tegen de Heilige Geest doen.” Zo worden gelovigen monddood gemaakt.

 

Ruud van der Ven schrijft in zijn boek, wat waarschuwt tegen Joshua:

  • ,,Als de zonde tegen de Heilige Geest betekent het toeschrijven van dingen van God aan de duivel, dient ook het tegenovergestelde te worden genoemd. Het is in de geest van de antichrist om dingen van de duivel aan God toe te schrijven.''

 

De vraag rijst wel in hoeverre we iets van ootmoedigheid kunnen ontdekken bij TBJoshua. Luisteren we maar liever wat Johannes de Doper over de Heere Jezus zegt:

  • “… ik ben niet waard zijn schoenriem los te maken…”

 

Ook vanuit Nederland worden er per jaar verschillende reizen naar Nigeria georganiseerd. Dit gebeurt momenteel door een organisatie onder de naam “Bevrijding in Jezus Naam.” Deze organisatie zit in Eindhoven, en heeft zondags diensten. De ene zondag is een dienst waarin men live kijkt naar de diensten uit Lagos onder aanvoering van Joshua, en de volgende zondag heeft men een z.g. “zalving waterdienst”, zeg maar een genezingsdienst, waar je je vooraf voor moet opgeven.

Bij deze organisatie kun je flesje heilig water (zalfwater genoemd) bestellen, die ervoor zorgen dat het je allemaal voor de wind gaat, zelfs financieel!

 

Eén citaat hierover uit een z.g. bijbelstudie van Joshua:

  • Door alleen maar dit zalfwater te gebruiken, wordt u apart gezet voor de speciale aandacht van de Heer. Ik bedoel dat u in de positie wordt gezet om genade, gunst, genezing, bevrijding, zegen, voorspoed en vruchtbaarheid te ontvangen. Door alleen maar dit zalfwater te gebruiken wordt u in de positie gezet waar de Heer Jezus Christus geïnteresseerd is in wat u zegt en doet, losmaakt en vastbindt. In feite moet er geloof zijn in de persoon die het gebed uitspreekt en in de persoon waarvoor gebeden wordt, voordat het zalfwater toegediend kan worden.”

 

Broeders en zusters, het is één grote leugen van de tegenstander. En deze dingen gebeuren vandaag de dag. Het zijn werken der duisternis, maar men is tot hun eigen schande niet in staat om ze ontmaskeren. Hoe komt dat? Waarom is men zo'n radeloos slachtoffer? Omdat men niet die fundamenten heeft vastgelegd, waar we het in de vorige studie over hadden. En dan wordt je werkelijk als een willoos slachtoffer door allerlei “wind van leer” misleid!

 

Maar men hoeft voor dit fenomeen niet zo ver van huis te gaan, want ook in ons land komen dergelijke manifestaties van de verleider voor.

U kent waarschijnlijk de namen wel. Ook nu al gaat de verleider met een mooi masker rond, zoekende, wie hij kan verslinden.

Misschien denk u na het lezen van al deze dingen, moet ik dit allemaal weten?

Nee, het hoeft niet, maar het is wel goed te weten en te beseffen wat er zo allemaal op “christelijk” gebied om ons heen gebeurt. En het is nog beter al deze gruwelen te onderscheiden, zodat we er grote afstand van kunnen nemen.

 

Deel 16 volgt DV

Bert Boersma, mei 2015, boersmaklm@hetnet.nl

 

 

Lijden om Christus wil (deel 16)

 

Ook vandaag zijn er vele mensen, ook gelovigen, die net als die vrienden van Job redeneren, en zeggen:

  • Als er nu een God is, waarom gebeuren al die erge dingen op deze aarde? God is toch machtig? Waarom grijpt hij niet in? Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon.

 

Een paar weken geleden nog hoorde ik op tv een oude vrouw zeggen, die door de oorlog drie broers was kwijtgeraakt. Dat is natuurlijk heel triest, maar zij zei: “Hoe kon God dat allemaal toelaten, dat mijn drie broers werden vermoord?”

 

Dus eigenlijk kreeg na 70 jaar God nog steeds de schuld dat haar drie broers door Duitsers waren doodgeschoten.

 

Waarom krijgt God altijd overal de schuld van? Omdat wij mensen vergeten dat het kwaad in de mens zit. Is satan ons aan het verleiden?

 

Door wie werd Eva verleid? Laten we eens het Woord lezen:

Wat lezen we in Jac 1?

  • 13 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 14 Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. 15 Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.”

 

En wat staat er over Eva in Gen 3?

  • En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden.”

 

Uit wiens hart kwamen deze dingen voort? Uit Eva's hart. Maar wat zei Eva later tegen de Heere? Oh, broeders en zusters, wat heeft de mens een excuses, en wat kan de mens dingen mooi op een ander afschuiven, want toen de Heere Adam en Eva ter verantwoording riep, toen zeiden zij:

  • 12 Toen zeide de mens (Adam): De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten. 13 Daarop zeide de Here God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zeide: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten.”

 

Dit wil niet zeggen dat de satan niet verleid, want dat doet hij wel degelijk. De satan weet precies van alle menselijk zwakheden, en daar speelt hij gretig op in. En daarom waarschuwt Paulus ons ook dat we het vlees met alles wat daaraan vast zit voor dood moeten houden.

 

Dat lezen we duidelijk in Ef 4:22:

  • Dat gij (heiligen), wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, (dat zijn de begeerten van ons eigen hart) 23 dat gij verjongd (St. Vert. “vernieuwd”) wordt door de geest van uw denken, 24 en de nieuwe mens aandoet, (grondtekst: de nieuwe mens krijgt aangedaan = is bezig te gebeuren), die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.”

 

Dus dan nogmaals de vraag: Door wie werd Eva verleid? Ja, door de satan, die de kans kreeg, omdat Eva afging op wat zij zag en begeerde.

 

Eigenlijk kunnen we stellen dat wanneer we de begeerten van ons vlees zijn gang laten gaan, dat er dan een opening ontstaat voor de satan, en dat vervolgens dan het kwade wat uit satan voortkomt samenwerkt met “het kwade” (het vlees) wat uit de mens voortkomt. En daarom is het van groot belang, dat we het vlees voor dood houden!

 

Nog even iets over die nieuwe mens (Ef 4:22). Die nieuwe mens is “ naar (de wil van) God geschapen” hebben we gelezen. Het is mooi dat de grondtekst ons duidelijkheid geeft over dit “aandoen van de nieuwe mens”. Dit “aandoen” staat in de Griekse Aoristus 1 tijd. Dit geeft aan dat de Heere in het verleden met deze handeling is begonnen, c.q. heeft besloten, en dat die handeling tot in het heden nog steeds voortduurt. Dit proces van groei wordt eigenlijk heel mooi omschreven in een mail, die ik vorige week kreeg, en waar ik een gedeelte uit wil citeren:

  • Je hebt een nieuw leven in Christus ontvangen. Dat nieuwe leven moet groeien. Let er op, dat de oude mens in ons dat leven niet wil en alles zal doen om dat groeien te verhinderen. Maar blijf geloven, dat ondanks falen en struikelen, dat iedere dag dat leven wordt vernieuwd en groeit. Houd Christus voor ogen: Hij doet het in jou.
  • Nieuwheid van het leven: dat staat er maar 2 keer in het Woord. KAINOTES. Rom 6:4 en Rom7:6. Het is een nieuw leven: Totaal verschillend van wat het was. Christus zelf openbaart je het iedere dag iets meer. Al zal de oude mens in je het ook iedere dag bestrijden, let niet op die oude mens, maar ga door.” Tot zover het citaat uit de mail.

 

Dit betreft onze wandel, en we weten allemaal dat we die wandel, die loopbaan in nieuwigheid des levens uitsluitend kunnen lopen door heel dicht bij de Heere te blijven in nauwe relatie met Hem.

 

Terug naar Job. De betekenis van Job’s naam “vijandschap” gebruikt Mozes, de Schrijver van het boek Job, als hij in Gen. 3:15 het grote conflict, de vijandschap noteert dat ontstaat tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw.

 

Ik wil u graag toch nog iets vertellen over die vijandschap van satan:

De satan doet zich voor als de grote imitator van Christus. Dat leren we uit de pseudo wonderen, die hij zal doen. Maar hij zal ook in zijn verschijning Christus imiteren:

  • In Openbaring 5:6 lezen we: "En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lamstaan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen." Dit is het waarachtige Lam, onze Heiland!
  • In Openbaring 13:11 lezen we: "En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde en het had twee horensals die van het Lam, en het sprak als de draak." Dit is de imitator.

 

Het is vermeldenswaard dat die twee horens van het "imitatie lam" ook vandaag de dag al geruime tijd hun betekenis hebben in omgangstaal van bepaalde hooggeplaatste personen.

 

Misschien is het u nooit opgevallen, en misschien ook wel, maar veel hooggeplaatste leidinggevende wereldleiders maken dit teken met hun hand als een soort overwinnings-gebaar naar elkaar en naar wie het verstaat.

 

Het teken is dit: Men maakt een vuist, en legt daarbij de duim over de middelste vingers, daarna steekt men de wijsvinger én de pink omhoog, en keert u de zo gevormde kop met 2 horens naar het publiek.

 

Zo tonen zij, waar ze bij horen, namelijk bij een geheim genootschap, de broederschap "de orde van Skull and Bones".

 

Het logo van deze orde laat aan duidelijkheid niets te wensen over: Het is een doodskop met twee gekruiste botten, met daaronder het getal 322. Het is dan ook niet verwonderlijk waar deze "broederschap” voor staat.

 

Het nummer 322 zou (volgens kenners) verwijzen naar Genesis 3:22 waarin staat dat de mens is geworden als God, kennende goed en kwaad. Dit is een doelstelling van Skull & Bones. Leden van Skull and Bones noemen zichzelf Knights of Eulogia en duiden de rest van de mensheid aan met de term barbaren. “Knights of Eulogia” betekent: Gezegende Ridders.

 

U zult versteld staan wie zich bij deze satanische broederschap hebben aangesloten. 

Misschien zult u denken, waarom moet ik dit allemaal weten? Nee, u hoeft het niet te weten, maar ik denk dat het van belang is, omdat het ook laat zien hoe belangrijk het is om Gods wapenrusting aan te trekken.

 

En ik heb het allemaal opgezocht om u duidelijk te maken hoe de tegenstander al geruime tijd bezig is om zijn macht uit te breiden.

 

Door al het voorbereidende werk wat in het verborgen gebeurd, zal het niet meer zo'n grote stap zijn dat er straks één regering komt onder leiding van de overste van deze wereld. Wanneer we ons dat realiseren, is het niet zo verwonderlijk dat al deze dingen vandaag de dag gebeuren.

 

En in de geschiedenis van Job zien wij hoe daar ons één van de eerste confrontaties voor onze ogen geschilderd wordt van het conflict, van de vijandschap tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw, en hoe Job deel uitmakend van het zaad van de vrouw de hiel vermorzeld wordt.

 

Eigenlijk is dit een voorafschaduwing, van datgene wat Later met Christus gebeuren zou.

 

In het eerste hoofdstuk van Job zien wij hoe Satan alle middelen inzet tegen Job, waardoor Job in één uur al zijn bezit verloor: “zijn runderen, zijn ezelinnen, zijn schapen, zijn kamelen, zijn knechten, zijn dochters en zijn zonen”.Maar Job zondigde niet.

 

Hij zei God niet openlijk vaarwel en hij schreef God niets ongerijmds toe, (Job 1:22). Hoewel zijn smart zeer groot was, bleef hij in het geloof staan en sprak: “Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?”

 

De geschiedenis van het bijbelboek Job speelde zich af tussen de dagen van Jozef, die een derde afstammeling was van Abraham, en de dagen van Mozes. Dus ergens midden in die 400 jaar waarin het volk Israël groeide in het land Gosen te Egypte, (Gen 15:13).

 

Het bijbelboek is daarom ronduit het oudste bijbelboek dat wij kennen. Lang voor Exodus, dat de uittocht van Israël uit Egypte beschrijft; lang voordat Mozes leefde en optrad; lang voordat Mozes de Pentateuch schreef – Genesis t/m Deuteronomium – vond deze geschiedenis plaats in het land Us.

 

Het boek Job behandelt het onderwerp dat ieder mens bezighoudt en in het bijzonder diegene die gelooft, namelijk: “Het probleem van het lijden”.

 

De volgende keer gaan we verder over Job.

Deel 17 volgt DV

 

Lijden om Christus wil (deel 17)

 

In Job 42:10-17 lezen we over het einde van Job’s leven. God zegende Job nog meer dan eerst. Hij ontving het dubbele van wat hij had gehad en hij had een lang leven en zag zijn kinderen en kindskinderen, vier geslachten. Ook hierin zien we het Bijbelse principe: Door lijden tot Heerlijkheid!

 

Job leert ons dat alles, voor het ons treft en overkomt, altijd eerst de Here heeft gepasseerd. Ook al begreep Job niet wat hem overkwam en ook al wist Job niet wat er in de hemel was gebeurd, hij wist één ding zeker, namelijk dat niets, maar dan ook niets in het leven van een gelovige buiten God om gaat.

 

Maar het belangrijkste is misschien wel dat we ook leren van het boek Job, dat Job na alles wat hij heeft doorgemaakt,

  • heel veel heeft geleerd,
  • en geweldig is gegroeid is in zijn geloof,
  • en dat Job's geloof ontzettend wordt bevestigd.
  • Dat Job heeft geleerd, dat Hij Zijn Verlosser kan vertrouwen, en nooit beschaamd zal staan.
  • Het lijden heeft Job winst opgeleverd, het heeft Job gelouterd.

Dit alles geldt ook ons, broeders en zusters:

  • Het lijden om Christus wil is een eer voor u,
  • en het lijden om Christus wil zal ons winst opleveren,
  • en het lijden om Christus wil zal ons op een hoger plan van God plaatsen, ja zelfs in Christus, onze Heiland.

 

Wat we verder nog leren van de geschiedenis van Job

 

Voordat Job zijn lijden moest ondergaan, lezen we nergens dat Job ooit een ontmoeting met God had gehad, maar toen hij in zijn lijden stond, ging hij met de Heere praten, en daardoor ontstond er wel een relatie met God.

 

En we zien hoe Job in die relatie eigenlijk worstelde met God. In een relatie bespreek je dingen met elkaar.

 

Zo ook wij: Het kan best zo zijn, dat wij door een bepaalde vorm van lijden juist het aangezicht van de Heere zoeken, en zo een levende relatie met de Heere krijgen, en de rust en de vrede en de blijdschap gaan ervaren, die Hij wil geven.

 

We zien eigenlijk prachtige dingen in de geschiedenis van Job. In de eerste plaats zien we het geloof van Job. Geloof is hetzelfde als vertrouwen. We zien dat door het lijden van Job een diepere relatie met God ontstaat.

 

Die relatie ontstaan alleen wanneer er vertrouwen is, vertrouwen dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede.

Die tekst kennen we uit de Romeinen: (8:28)

  • Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; 30 en die Hij tevorenbestemd(= Grieks: proorizo – St Vert zegt: verordineert heeft...) heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.”

 

Deze tekst uit de Romeinen gaat over de geroepenen, de uitverkoren in de Handelingen periode. Maar ook voor ons gelden deze dingen. Weet u waar we deze dingen van voorbestemming en uitverkiezing ook vinden?

 

In Efeze 1:

  • Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren ( eklegomai) vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd (= Grieks: proorizo) als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, 6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.”

 

Broeders en zusters, steeds komen we deze dingen tegen in het Woord. We moeten ons er altijd van bewust zijn, dat God een plan heeft, een plan der aionen, en voor dat plan kiest Hij mensen:

  • God koos eerst uit alle volkeren één volk voor zichzelf, wat begon bij Abraham. Dat volk werd in wezen door God apart geplaatst.
  • Vervolgens liet God Zijn heiligheid aan dat volk zien door heel veel dingen. Onder anderen door bij dat volk te zijn, door middel van de tabernakel. Daarvoor werden ook veel dingen geheiligd, zoals de voorwerpen, die voor die tabernakeldienst werden gebruikt.
  • De Heere kiest voor Zichzelf 12 discipelen, waaruit soms voor hele speciale gelegenheden weer 3 uit die 12.
  • Vervolgens gaat de Heere die gemeente der eerstgeborenen volmaken in de Handelingen periode, ook die werden door de Heere apart geplaatst, en daarom heiligen genoemd.
  • En als laatste kiest de Heere uit gelovigen, heiligen, om het Lichaam van Christus te volmaken.

 

Al dat heilige gerei, en al die heiligen gebruikt de Heere om Zijn plan te voltooien. En God komt in alle tijden d.m.v. Zijn heiligen tot Zijn doel.

 

Geloven wij dat wat in Rom 28 staat? Geloven wij echt dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen die geroepen zijn?

Ook het lijden wat ons overkomt laat de Heere medewerken ten goede.

[Let op: Hier staat niet dat God alle dingen laat medewerken voor alle mensen.]

 

Wanneer we dat van ganser harte geloven, dan kunnen we net als David en als Job zeggen:

  • Ps 23: Ook al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want gij zijt bij mij, Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.”

 

Bij dit alles moeten we niet vergeten, dat de mens is geschapen naar Gods beeld, en daarmee de mogelijk had (en heeft) om dingen met God te bespreken, en inzicht te krijgen in Gods Heilsplan.

 

In het begin vaak door openbaringen van God zelf, en nu door Zijn Woord, wat ons wil leiden in alle waarheid.

 

Daarvoor is het wel noodzakelijk om een relatie met God te hebben, en dan ontvangen wij geopende ogen des harten, want God is een beloner voor wie Hem ernstig zoeken. Dat is Gods belofte!

 

Het is eigenlijk een duivelse truc, dat het bijbelboek Job niet aan het begin van de Bijbel staat, maar weggewerkt is op een onopvallende plaats ergens midden in de Bijbel, zodat dit bijbelboek niet gelezen wordt als iemand de Bijbel openslaat. Hierdoor ontdekt de lezer niet in welk dilemma de gelovige maar ook ieder mens gevangen zit.

 

Maar als hij Job zou lezen, zou hij meteen weten

  • dat er een tegenstander is, satan, de wereldbeheerser dezer duisternis.
  • Maar ook dat er een Verlosser is: “Maar ik weet dat mijn Verlosser leeft”
  • En dat God uiteindelijk het laatste woord heeft.
  • En dat de gelovige nooit beschaamd zal staan.

 En Job wist dat. En daarom kon Job zeggen:

  • Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden. 26 Nadat mijn huid aldus geschonden is, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen.” (Job 19:25-27).

 

Alles in ons leven passeert God. Satan kan niets doen tegen ons zonder Gods toestemming. Maar waarom laat God dit toe? Om te zien wat in ons hart is en opdat wij uiteindelijk er geestelijk sterker van worden.

 

Voor iedere plant in het veld geldt, dat alleen maar zonneschijn geen groei brengt, maar uiteindelijk de dood. Er moeten ook donkere wolken komen: regen en wind. Dan pas gaat de plant zich wortelen en komt er groei. Zonneschijn alleen, hoe mooi ook, is funest.

 

Wij moeten ons leven inclusief ons lijden in deze wereld leren zien in een geestelijk en hemels perspectief.

 

Sommigen zeggen over het probleem van het lijden, dat tijd en toeval allen treffen. Maar dat gaat bij een gelovige niet op. Dan moeten wij oppassen dat wij niet zoals de drie vrienden van Job niet recht over de Here gaan spreken (Job 42:7-9).

 

Alles passeert eerst de Here. Niets gebeurt er zonder Zijn weten en toelating. Zijn oog is op ons, (Ps. 32:8). Zonder het te beseffen is de gelovige vaak voorpaginanieuws in de hemel en wordt hij nauwlettend gevolgd.

 

Wij hebben niet de strijd tegen vlees en bloed maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. In verband met het lijden wil ik graag met u lezen Efeze 6:11-20:

  • Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. 11 Doet de wapenrusting Gods aan, (waarom hebben wij de wapenrusting gekregen?) om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; 12 want wij hebben niet te worstelen (= strijd, wat gepaard gaat met lijden) tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. 13 Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden. 14 Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, 15 de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; 16 neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; 17 en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God. 18 En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; (waarom denkt u, is dit waken en smeken voor alle heiligen nodig?Om met een juiste strategie als een geoefende atleet op de loopbaan te volharden! Daarom hebben wij deze wapenrusting van de Heere ontvangen!)19 ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, 20 waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.”

 

En Job paste dit toe in zijn leven en verdroeg zijn verdrukking om Christus wil.

Doen wij dat ook?

 

Eigenlijk zou het boek Job als eerste Bijbelboek voor in de Bijbel moeten staan. Er is eigenlijk geen boek wat zo vaak en duidelijk de schepping weergeeft, en over de Schepper spreekt. Ook de persoon van satan komt heel duidelijk naar voren:

  • Want de persoon van satan komt heel duidelijk naar voren.
  • Wanneer we zouden beginnen met het lezen van het boek Job als eerste boek, dan zouden veel dingen meteen al veel duidelijker zijn geworden.
  • Dan zou meteen al duidelijk zijn, wie satan is, en dat er een satan is.
  • Dan zou ook meteen het dilemma van een schepping en een herschepping zijn opgelost, want dan zouden we in Job 38 lezen hoe wonderschoon de Heere de aarde en alles daarin had geschapen in den beginne.
  • Dan zouden we direct weten dat de Heere geen woeste en ledige aarde geschapen had.
  • Maar dan zouden we ook vanaf den beginne hebben geweten waarom al dat lijden over de mens heen komt. God laat dat lijden toe.
  • En dan zouden we vanaf het begin van de Bijbel geweten hebben, dat God te vertrouwen is, en dat Hij werkelijk alle dingen laat medewerken ten goede voor de Zijnen!

 

Deel 18 volgt DV

 

Lijden om Christus wil (deel 18)

 

We zien in het voorbeeld van Job ook, dat het satan eigenlijk een doorn in het oog is, wanneer mensen God dienen. En we zien altijd door de hele Bijbel heen, dat satan er altijd alles aan doet om mensen van God af te leiden, om mensen tot afgoderij te brengen. En dat lukt ook heel vaak. Dat lukte al bij de eerste mensen, Adam en Eva.

 

De mens Adam was eigenlijk geschapen om de schepping weer onder Gods heerschappij te brengen. De mens Adam moest eigenlijk over de duivel heersen en hem overwinnen. Maar het omgekeerde gebeurde, de duivel overwon de mens en maakte die tot slaaf van de zonde. En in Adam was dat het lot van alle mensen. Maar Gode zij dank, God had in zijn plan der aionen besloten dat Zijn Zoon dat zonde-probleem zou oplossen. En daardoor werd satan de grote verliezer!

 

Het geweldige is, dat God meteen aan Adam en Eva een belofte deed over het zaad van de vrouw. En we zien door heel de Bijbel heen, dat God de touwtjes in handen houdt, en als een rode lijn door de Bijbel heen dat zaad der vrouw bewaart, om uiteindelijk de Christus te laten geboren worden, die de zonde heeft overwonnen. En in Christus zijn wij nu mede overwinnaar.

 

De geschiedenis van Job in de Bijbel kan ons heel veel leren.

We leren er o.a. uit:

  • Dat de duivel de god is van deze eeuw, van deze aioon.
  • Dat de duivel macht heeft om ons mensen ellende toe te brengen, maar alleen onder toelating van God.
  • Dat God het laatste woord heeft en wanneer wij op Hem vertrouwen, dat Hij dan ons draagt in ons lijden.
  • Dat ons geloof nooit beschaamd zal worden.
  • Dat menselijke redeneringen, zoals de menselijke redeneringen van Job's vrienden vaak niet deugen.
  • De mens gaat uit op wat voor ogen is, en dat geeft vaak niet de waarheid weer.

Maar de grootste en waardevolste les is, dat we door ons lijden, en door dingen die ons overkomen omwille van het Evangelie, er altijd sterker uitkomen. En er ook altijd rijker gezegend uitkomen. Maar dan moeten we wel op de Heere blijven zien en op Hem blijven vertrouwen!

We gaan hoe langer hoe meer begrijpen dat lijden ons brengt tot BELIJDEN.

 

De mens Job staat als het ware voor de gehele mensheid en maakt werkelijk alles mee wat een mens kan overkomen. Al zijn bezit wordt hem afgenomen, zowel zijn gezin als zijn aardse bezit. Zelfs zijn gezondheid is zó slecht dat hij zich op de puinhopen van zijn leven zit te krabben, omdat zijn lichaam onder de zweren zit.

Waarom laat God dit allemaal toe, dit is toch niet normaal, waarom krijgt de duivel toestemming om Job zó te slaan.”

 

Met deze vraag zitten heel veel mensen. Ik geloof, broeders en zusters, dat God een bedoeling heeft met het lijden. Willen we dat lijden? Nee, eigenlijk liever niet. En dat is heel menselijk. Er was ooit nog “een mens”, die dat lijden liever aan Zich voorbij zag gaan. En dat is eigenlijk heel bijzonder.

 

Zelfs de Here Jezus vroeg in Zijn mens-zijn tot drie keer toe of de drinkbeker van het lijden aan Hem voorbij mocht gaan.

 

Maar de Heere was zonder zonde, en dus miste Hij Zijn doel niet. Hij zei er meteen achteraan: “Maar Uw wil geschiedde.”

 

De Heere beseft dus heel goed wat lijden is. En in dat lijden van hem stond Hij helemaal alleen. Zelfs de discipelen waren niet in staat met Hem mee te waken, maar vielen in slaap in de hof van Getsemané.

 

Wanneer we het boek Job goed bestuderen, kunnen we er heel veel troost uit putten. En uit de geschiedenis van Job leren we ook dat het lijden niet zinloos is. Maar dat God daar uiteindelijk een doel mee heeft.

 

Lijden geeft verdieping in de relatie met God. Vaak komt het lijden over de mens omdat de Heere wil weten wat er werkelijk in ons hart leeft.

 

Weet u waartoe lijden ook dient? We kunnen door verschillende verkondigingen in de war raken. En eigenlijk is er dan voor een gelovige maar één weg: Volkomen op de Heere vertrouwen, en alleen op Hem!

 

Dan kan het best wel eens zo zijn dat er op die weg met de Heere broeders en zusters afhaken omdat u dingen anders leert zien, maar de Heere wil ons erbij bepalen dat we uitsluitend zien op Hem. Om dat te bewerken kan er wel eens lijden ontstaan. En lijden lijdt altijd tot een nauwere band met de Heere, en tot Zijn heerlijkheid.

 

Job aanvaarde het gezag, en pas toen kon God hem leven geven en nog groter overvloed. Hierbij gaat het om de overvloed die we in geestelijk opzicht kunnen ontvangen. Maar het begint bij de overgave van onszelf. Daarna kan de Heere in ons werken. Dan geeft de Heere meer en meer inzicht, en dan leren we ook dat bij de Heere alles onder controle is. Dán weten we, dat we ook in het lijden in Zijn hand zijn.

 

Wat zegt Paulus over deze dingen?

Kol 2:1-3:

  • Want ik stel er prijs op, dat gij weet, hoe zware strijd ik te voeren heb voor u, en voor hen, die te Laodicea zijn en voor allen, die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees, 2 opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus, 3 in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn.”

 

Een heel bijzondere tekst die aangeeft hoe diep bewogen Paulus was om broeders en zusters, zelfs voor hen die hij nog nooit had gezien. Hij voerde een zware strijd voor hen. Wat hield dat in?

 

Waaruit bestond die strijd?

 

Die strijd bestond in de gebeden waarin Paulus worstelde dat die gelovigen toch vooral in de liefde verenigd zouden worden, en door die liefde zouden komen tot een volledig inzicht. Paulus wist waartoe de wandel in geloof zou uitlopen!

 

En waardoor kwam die strijd?

 

In de Handelingen kwam die strijd alleen maar door ongeloof!

In de Handelingen deed Paulus niets anders dan uitleggen, wat in Mozes en de profeten stond geschreven. Maar ze geloofden het niet. Waardoor kwam die strijd? Door de naaste broeders van Paulus. Door gelovigen!

 

Na de Handelingen had Paulus steeds aan den lijve ervaren, hoe zijn onnaspeurlijke boodschap werd ontvangen. En om daarin te blijven staan, moest je blijven zien op Christus. Want velen van die tijd (en ook nu nog) voerden een felle strijd tegen de onbekende boodschap van Paulus omdat zij hun oude leringen wilden vasthouden.

 

Velen zeiden, ach die Paulus snapt er helemaal niets van, wat hij zegt is helemaal nergens op gebaseerd. Hij kletst maar wat, wij moeten ons houden aan de overleveringen der ouden.

 

Dát was de strijd waarin Paulus zich voortdurend bevond. Ook toen was het een strijd tegen gelovigen.

 

Het gezag van Paulus

 

Men onderscheidde toen niet, en nu vaak nog niet met welk gezag Paulus sprak.

 

Paulus was niet zomaar een apostel. Paulus werd op een geweldige ontzagwekkende manier uit zijn eigen leven weggerukt, en in de dienst van Christus geplaatst. Hij werd door Christus zelf apart geplaatst voor Zijn dienst.

Hij moest spreken, wat Hem door Christus zelf was geleerd.

 

Daarom spreekt Paulus met het gezag van Christus. Dat moeten we goed beseffen broeders en zusters, wanneer Paulus tot ons spreekt in het Woord, dan spreekt eigenlijk Christus zelf tot ons.

 

En wanneer nu de Heere door de mond van Paulus tot ons zegt dat die verdrukkingen een eer voor u zijn, en wanneer de Heere tegen Paulus zegt dat Paulus' leven in Christus een plengoffer is, en dat allen die Paulus navolgen tezamen als plengoffer het offer van Christus volmaken, dan wordt ik eigenlijk heel stil en bewogen, broeders en zusters. Hoe bijzonder de Heere ons wil gebruiken, om tot Zijn gemaakt bestek te komen. We ontdekken in dit alles een geweldig Goddelijk bestuur.

 

Over het gezag van Paulus, en dat hij spreekt namens Christus, gaan we enkele teksten lezen:

 

Allereerst tijdens de Handelingen periode:

 

Handelingen 20:24

  • Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen.”

1 Korintiërs 11:23

  • Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam.” Paulus spreekt met de mond van Christus.

Galaten 1:12

  • Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.”

Galaten 4:14

  • En toch hebt gij de verzoeking, die er voor u in mijn lichamelijke toestand gelegen was, niet als iets verachtelijks beschouwd of ertegen gespuwd, maar gij hebt mij ontvangen als een bode Gods, (ja), als Christus Jezus.” Zo moeten wij ook de woorden van Paulus tot ons nemen.

2 Korintiërs 13:10

  • Hierom schrijf ik dit uit de verte, om bij mijn komst niet streng te moeten optreden naar de bevoegdheid, die de Here mij heeft gegeven om op te bouwen en niet om af te breken.”

 

En na Handelingen 28:

 

Efeze 1:1

  • Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die [te Efeze] zijn.”

Efeziërs 3:2

  • Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven.”

Efeziërs 3:9

  • En in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen.” En deze verborgenheid is uitsluitend aan Paulus geopenbaard.

Kolossenzen 1:1

  • Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder.”

Kolossenzen 1:25

  • Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen.”

1 Timoteüs 1:1

  • Paulus, een apostel van Christus Jezus naar de opdracht van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop.”

1 Timoteüs 1:1: 

  • In overeenstemming met het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd.”

1 Timoteüs 1:12

  • Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft.”

1 Tim 1:16:

  • Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld (= patroon) voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven.”

Titus 1:1

  • Paulus, een dienstknecht van God, een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods en de erkentenis van de waarheid, die naar de godsvrucht is.”

Titus 1:3, we lezen vanaf vers 1:

  • Paulus, een dienstknecht van God, een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen (= eklektos) Gods en de erkentenis van de waarheid, die naar de godsvrucht is, 2 in de hoop des eeuwigen levens, dat God, die niet liegt, vóór eeuwige tijden beloofd heeft, terwijl Hij te zijner tijd zijn woord heeft openbaar gemaakt in de verkondiging, 3 die mij is toevertrouwd in opdracht van God, onze Heiland.”

 

De volgende keer gaan we zien waarom de woorden van deze “gezagsdrager” Paulus zo belangrijk zijn voor ons.

Deel 19 volgt DV

 

Lijden om Christus wil (deel 19)

 

De vorige keer hebben we de teksten behandeld, waaruit bleek dat de apostel Paulus door de Heere is aangesteld, en dat hij met gezag spreekt. Deze keer gaan we zien waarom de woorden van deze “gezagsdrager” Paulus zo belangrijk zijn voor ons.

 

Juist door de apostel Paulus leren we eigenlijk ten diepste onze Heiland kennen. Eigenlijk openbaart de Heere Zichzelf nog beter en dieper door de woorden van Paulus.

 

Wat zegt deze gezagsdrager Paulus tegen ons?

Ef 4:11-15:

  • En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, 12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. 14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, 15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.”

 

Dus daartoe is de apstel Paulus gegeven. Kort samengevat: Paulus heeft de taak om de heiligen toe te rusten, zodat ze niet meer onmondig zijn, doordat ze groeien in Christus!

 

Nog iets over dat valse spel der mensen uit Ef 4:14:

Wanneer het inzicht in Gods Woord vermeerderd, dan moeten er door ons bepaalde vastgeroeste dogma's worden herzien, of zelfs worden losgelaten.

 

Wanneer we echt een relatie relatie met onze Heiland krijgen, dan breekt God in de Zijnen door Zijn Woord die valse menselijke leringen in ons af af, omdat de Heere ons een juist zicht op Christus wil geven, en al die menselijke overlevering belemmeren juist het zicht op alles wat met Christus te maken heeft. Wanneer we het “oude” willen vasthouden, geeft dat een bedekking voor al het “nieuwe” wat Paulus mag bekend maken.

 

En dan is de vraag: Laten we dat gebeuren in ons? Staan we dan echt in die gezindheid, dat we onszelf vernederen, zodat Christus groot in ons kan worden?

 

Geloven in onze Heiland is eigenlijk prachtig, broeders en zusters, het geeft enorme rust, vrede en vrijheid.

 

Kijk in dit verband nog eens naar Paulus. Wat was Paulus eerst? Een ijveraar voor de wet, een ijveraar voor de overlevering der ouden. Kon hij met die kennis en met die overleveringen de Heere dienen? Nee, hij moest al die ballast kwijt. Al die overleveringen en al die geleerdheid waren een blokkade om Christus te leren kennen. In de Fil brief lezen we dat Paulus dit alles drek achtte. Pas toen hij al deze ballast had achtergelaten kreeg hij zicht op de heerlijkheden in Christus, en kon hij daarover spreken.

 

Hierin zit een heel belangrijke les voor ons allemaal. Velen van ons zijn ook opgezadeld met allerlei menselijke leringen. En wij moesten leren die af te leggen, omdat al die leringen ons zicht op Christus, en op al de zegeningen in Christus volkomen vertroebelen.

 

Ook in verband met ons onderwerp over het lijden, betekent geloven niet, dat je niets vervelends meer zal overkomen, maar we kunnen door genade beter omgaan met de dingen die ons overkomen.

 

In Christus kijken we niet meer op het lijden, maar kijken we over het lijden heen. We kijken eigenlijk “tele” (= in de verte). En dan zien we op het einde de volkomen heerlijkheid in Christus.

 

Waar zien we naar uit broeders en zusters?

In Efeze 1:12 staat:

  • Opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid.”

 

Deze werkwoorden “zouden zijn” staan in de tegenwoordige tijd, dat wil zeggen dat onze wandel nú mag zijn tot lof Zijner heerlijkheid. Het gaat on de heerlijkheid van Christus. Dat kan nooit onze eigen wandel zijn, en daarom is het van belang dat Christus Zijn werk in ons kan doen. Want alleen dán wandelen wij door de werken die Hij in ons kan doen tot lof Zijner heerlijkheid.

 

Ook in Efeze 1:14 komen we de uitdrukking “tot lof Zijner heerlijkheid” tegen:

  • Die (de Heilige Geest der belofte) een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.”

 

Er is nog iets bijzonders in deze teksten wat opvalt wanneer we de grondtekst bestuderen. In de Staten Vertaling is “tot lof Zijner heerlijkheid” in beide teksten vertaald door “tot prijs Zijner heerlijkheid”. En wanneer we in de grondtekst opzoeken wat er in het Grieks staat, dan vinden we het woord “epainos”, wat vertaald is door “lof” en door “prijs”.

 

Dat woord “epainos” is afgeleid van de woorden “epi” en “aineo”. En dat woord “epainos” is zeer nauw verwant aan een ander woord wat we wel kennen, dat is “epiphaneia”, wat we tegenkomen in de tekst in Titus 2:13: 

  • Verwachtende de zalige hoop en de verschijning (grondtekst “epiphaneia”) der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus.”

 

De volgende tekst waar we vergelijkbare dingen tegenkomen is Kol 3:4:

  • Wanneer Christus verschijnt (= “phaneroo”) , die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen (= sun “phaneroo”) in heerlijkheid.”

 

Voor “verschijnen met” staat in het Grieks: “sun phaneroo”. Dit is een hele indrukwekkende tekst, die zegt dat allen die tot het Lichaam van Christus behoren op dezelfde manier als Christus zullen verschijnen in heerlijkheid. Want dat geeft het woordje “sun” aan, wat hier in verband met Christus verschijning wordt genoemd. Wanneer we deze grote dingen overdenken, en wanneer we mogen weten, dat Paulus al deze dingen wist, dan gaat de volgende tekst ook veel meer betekenis krijgen: 1 Petr 4:13 (geldt ook voor ons):

  • Verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring Zijner heerlijkheid.”

 

We hebben nu verschillende nauwverwante woorden gehad:

  • epainos”, wat vertaald is door “lof” en door “prijs”
  • epiphaneia”, wat vertaald is met “verschijning”
  • phaneroo”, wat betekent “verschijnen”
  • sun phaneroo”, wat betekent: identiek, op dezelfde wijze verschijnen.

 

En daar mogen we naar uitzien, broeders en zusters. Allen, die tot het Lichaam van Christus behoren zullen in Christus deel krijgen aan die toekomstige verschijning in heerlijkheid. En wanneer we net hebben mogen lezen dat die verschijning in heerlijkheid van het Lichaam van Christus identiek is aan Christus' verschijning in heerlijkheid, dan mogen we ook vaststellen dat allen als onderdeel van de erfenis ook de kroon (of de krans) der rechtvaardigheid vast en zeker zullen ontvangen. Dat heeft Christus bereid voor Zijn Lichaam, en dát mag Paulus ons verkondigen!

 

En dáár bidt Paulus ook voor, wanneer hij vraagt voor de apart geplaatsten, dat zij mogen krijgen:

  • Verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen (grondtekst: “In het Heilige der Heiligen).” (Ef 1:18).

 

En dat was ook waar Job naar uitkeek. Job zei daarover:

  • Maar ik weet: mijn Losser leeft
  • en ten laatste zal Hij op het stof optreden.
  • 26 Nadat mijn huid aldus geschonden is,
  • zal ik uit mijn vlees God aanschouwen,
  • 27 die ik zelf mij ten goede aanschouwen zal. (Job 19:25-27).

 

Kijk maar eens naar Job, Job leefde met God, Job, “die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad.” (Job 1:1)

 

En toch overkomen Job al die dingen, die we beschreven vinden in het boek Job. Job leert ons ook dat alles, voor het ons treft en overkomt, altijd eerst de Here heeft gepasseerd. Ook al begreep Job niet wat hem overkwam en ook al wist Job niet wat er in de hemel was gebeurd, hij wist één ding zeker, namelijk dat niets, maar dan ook niets in het leven van een gelovige buiten God om gaat.

 

Alles in ons leven passeert God. Satan kan niets doen tegen ons zonder Gods toestemming. Maar waarom laat God dit toe?

 

Omdat God wil zien wat in ons hart is, en omdat Hij uiteindelijk ons er geestelijk sterker door wil laten worden.

 

God is een God van trouw en barmhartigheid (= baarmoederlijke zorg), en God houdt Zijn Woord. De satan kan zijn gang gaan v.w.b. Job. Maar er zijn beperkingen voor satan, door God opgelegd. Daarin zien we dat God alles in Zijn hand houdt. De satan kan slecht zover gaan als door God toegelaten. Dat lezen we tot twee keer toe:

  1. Job 1:12: “En de Here zeide tot de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken. Toen ging de satan van des Heren aangezicht heen.”
  2. Job 2:6: “En de Here zeide tot de satan: Zie, hij zij in uw macht; alleen, spaar zijn leven.”

 

Hieruit leren we dat God aanwezig is bij het lijden van Job. Ook zien we dat het lijden niet van God komt, maar door de Heere wordt toegelaten, om er uiteindelijk iets goeds uit te laten voortkomen, en om de mens tot een hoger doel te brengen.

 

Bovendien hebben we ook nog de tekst uit 1 Kor 10:13:

  • Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.”

 

Over dat lijden spreekt Jacobus ook: Jac 1:12-14:

  • Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. [Deze tekst is nauw verwant aan de tekst uit Fil, waar staat: “Weest allen mijn navolgers, die navolgers, die bereid zijn te willen lijden om Christus wil, en Zijn kruis op zich nemen.]13 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 14 Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. 15 Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.”

 

Sommigen zeggen over het probleem van het lijden, dat tijd en toeval allen treffen. Maar dat gaat bij een gelovige niet op.

 

Dan moeten wij oppassen dat wij niet zoals de drie vrienden van Job verkeerd over de Here gaan spreken (Job 42:7-9).

Alles passeert eerst de Here. Niets gebeurt er zonder Zijn weten en toelating. Zijn oog is op ons, (Ps. 32:8).

Zonder het te beseffen is de gelovige vaak voorpaginanieuws in de hemel en wordt hij nauwlettend gevolgd.

Job had een worsteling met God. Maar die worsteling ging over in de zekerheid dat zijn leven in Gods handen is.

Job heeft zich vernederd voor zijn Schepper, en dit bracht hem grote winst.

Door het lijden van Job is zijn leven gelouterd, en is daarmee onaantastbaar geworden. De satan heeft geen vat meer op Job.

Dit geldt ook voor ons. Wanneer wij ons willen vernederen voor onze Heiland, en de door Hem aangereikte wapenrusting aangetrokken krijgen, dan zijn wij ook onaantastbaar voor de satan, en zullen wij al de brandende pijlen van de boze kunnen doven.

Deel 20 volgt DV

 

 

Lijden om Christus wil (deel 20)

 

We willen nog even naar die ene vriend van Job zien, Elihu, zijn naam betekent: Hij is mijn God

 

Elihu was de jongste van de vrienden van Job, en Elihu had gewacht tot de anderen waren uitgesproken, en toen begon hij. Hij houdt vier redevoeringen.

De eerste rede van Elihu vinden we in Job 32, en Elihu gaat door tot Job 37.

Ik wil graag een paar teksten uit die redevoeringen met u lezen:

Job 32:

  • 20 Ik wil spreken om lucht te krijgen,
  • mijn lippen openen om antwoord te geven.
  • 21 Ik zal niemand naar de ogen zien,
  • en geen mens vleien,
  • 22 want vleien kan ik niet,
  • ras zou mijn Maker mij wegnemen.” (spreekt van geloof in zijn Schepper)

Job 35:

  • 09 Wel jammert men over de veelheid der verdrukkingen,
  • roept om hulp wegens het geweld der machtigen,
  • 10 maar men zegt niet: Waar is God, mijn Maker,
  • die lofzangen geeft in de nacht;
  • 11 die ons verstandiger maakt dan het gedierte der aarde,
  • ons wijsheid verleent boven het gevogelte des hemels?
  • 12 Daar roept men, maar Hij antwoordt niet,
  • wegens de overmoed der bozen.
  • 13 Waarlijk, God hoort niet het ijdel geroep,
  • de Almachtige ziet er niet naar om.

Job 36:

  • 2 Wacht nog een weinig op mij, dan zal ik u onderrichten,
  • want er is nog genoeg over God te zeggen.
  • 3 Ik zal mijn kennis ver ophalen
  • en mijn Maker rechtvaardigen;
  • 4 want waarlijk, mijn woorden zijn niet ijdel,
  • een man met juist inzicht staat vóór u.
  • 5 Zie, God is geweldig, maar acht niets gering,
  • geweldig is Hij in kracht van verstand.

 

  • 15 Juist door zijn ellende redt Hij de ellendige,
  • en door de verdrukking opent Hij hun oor.

 

  • 26 Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet,
  • het getal zijner jaren is onnaspeurlijk.

Job 37: 

  • 5 Wonderbaar dondert God met zijn stem;
  • Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet;

 

  • 14 Leen toch het oor aan deze dingen, o Job,
  • sta stil en let op Gods wonderen.

 

  • 23 De Almachtige, die wij niet begrijpen,
  • is groot van kracht en recht;
  • Hij, die groot is in gerechtigheid, buigt haar niet.
  • 24 Daarom vrezen de mensen Hem,
  • maar geen der eigenwijzen ziet Hij aan.

We zien hier een zeer wijs man, die Job en zijn twee andere vrienden wijst op de almacht en grootheid van God de Schepper. En Elihu wijst erop dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, maar zeer rechtvaardig.

 

Het betoog van Elihu komt er in grote lijnen op neer dat het lijden de mens loutert. God wil ons rein en onberispelijk maken. Hoe gebeurt dat? Door alles wat de mens in geloof meemaakt. De Heere leert ons dat we alle menselijke instelling drek moeten achten. De Heere leert ons door het lijden te zien op Hem. Daaruit leren we ook uitsluitend te zien op Hem.

 

De grote les uit het geheel van het boek Job is wel, dat de gelovige uitsluitend zijn ogen gericht moet houden op Christus. Wanneer we gaan zien op wat voor ogen is, dan kijken we de verkeerde kant op, en dat zal ons zeker geen winst opleveren, maar uitsluitend schade.

 

Zou het altijd niet zo zijn geweest, dat door het lijden de Heere de mens weer naar Hemzelf terug wilde leiden?

 

Dat door het lijden de mens zou leren inzien, dat ze het zelf niet konden, maar dat ze inzagen dat ze de Heere nodig hadden? Denk hier maar eens over na.

 

Wanneer we de Bijbel bestuderen, dan ontdekken we dat het lijden van alle tijden tot doel heeft gehad om de mens dichter bij God te brengen, en de mens te leren in afhankelijkheid van die rechtvaardige God te leren wandelen aan Zijn zij.

 

Wanneer we dit boek Job goed bestuderen, kunnen we er heel veel troost uit putten. We leren er o.a. uit:

  • Dat de duivel macht heeft om ons mensen ellende toe te brengen, maar alleen onder toelating van God. Satan is de god van deze eeuw, dit tijdperk.
  • Dat God het laatste woord heeft en Zijn handen onder ons houdt om ons op te vangen.
  • Dat God toestaat dat wij mensen moeite hebben met hetgeen ons overkomt.
  • Dat God het lang niet altijd eens is met de meningen van vrienden die ons troosten, omdat het alleen aan God is waarom dingen ons overkomen.
  • Maar de grootste les is dat de Heere ons er sterker uit wil laten komen.
  • We gaan hoe langer hoe meer begrijpen dat lijden ons brengt tot heerlijkheid.

 

Toen Christus stierf, stierf de LAATSTE mens, want in Christus waren alle mensen van verleden, heden en de toekomst.

Toen Christus opstond uit de doden, was Hij de TWEEDE, de NIEUWE MENS.

 

Zoals we in Adam de erfzonde erfden, erven alle gelovigen als het ware de verzoening met God, door het volbrachte werk van Christus, en daarenboven erven de uitverkorenen (= de heiligen) naast hun verzoening ook de erfenis in Christus. Door dit uit het Woord te aanvaarden en te geloven, mogen we weten een nieuwe mens te zijn IN CHRISTUS. We zijn één gemaakt met Christus.

Christus is overwinnaar en de gelovigen met Hem ook.

Dus: kan de duivel niet langer over onze geest heersen. Alleen nog wel over ons lichaam.

 

Wanneer wij meer gaan begrijpen van dit leven op aarde, zullen we ons lijden en verdriet beter kunnen dragen, omdat we geestelijk groeien.

 

Uit die groei komt o.a. dankbaarheid voort. Wanneer we dankbaar kunnen zijn ondanks het lijden wat ons omwille het Evangelie overkomt, worden we geestelijk sterker en dat verrijkt ons leven.

 

Dát is de les uit het boek Job. En dat ervaren we dan ook ieder persoonlijk in onze wandel in de Heere.

 

Doorn in het vlees

Er was ooit nog iemand die door satan met toestemming van God werd geplaagd door de satan.

2 Kor 12:6-10

  • Want als ik wil roemen, zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik onthoud mij ervan, opdat men mij niet meer toekenne dan wat men van mij ziet en hoort, 7 en ook om het buitengewone van de openbaringen. Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. 8 Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten.(= weggenomen) 9 En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome. 10 Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.”

 

Wat die doorn was, dat weten we niet, en daar gaan we ook niet over speculeren. We gaan gewoon letten op wat het Woord erover zegt, en dat is zeer duidelijk.

 

Waarom had Paulus een doorn in het vlees? Opdat Paulus nederig en ootmoedig zou blijven. De Heere wil zien wat er in zijn hart is.

Wat hebben we eerder gelezen?

Job 36:15

  • NBG: 15 Juist door zijn ellende redt Hij de ellendige,
  • en door de verdrukking opent Hij hun oor.

En Psalm 119:67

  • 67 Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik,
  • maar nu onderhoud ik uw woord.

In dat gedeelte van 2 Kor 12:7 waar staat: een engel des satans, om mij “met vuisten te slaan.”

 

Daar staat het Griekse woord “kolaphizo”. Dit woord komt in vijf teksten voor in het N.T. En is altijd vertaald met “door vuisten geslagen”, en heeft zeer nauw te maken met “gekastijd worden”.

 

Het is een soort voortdurende verdrukking waar Paulus zijn werkzame leven mee te maken heeft gehad, en hem “klein en ootmoedig” moest houden.

 

De Heere had toegestaan dat dit gebeurde, dat een engel des satans hem eigenlijk kastijdde. En de Heere had gezegd: “Mijn genade is u genoeg”.

 

De Heere had toegestaan dat Paulus met deze soort van “verdrukking” door het leven moest. Het was voor zijn eigen bestwil, EN voor ons bestwil!

 

Voordat Paulus door de Heere geroepen werd daar op die weg naar Damascus, had Paulus toen verdrukking te verduren? We moeten ons de situatie eens voorstellen.

 

En in verband daarmee vinden we een prachtige vergelijking tussen Paulus en de Heere Jezus.

 

Wat was de menselijke verwachting van de binnenkomst van de Heere in Jeruzalem? Dat hij zou binnenkomen op een prachtig paard, versiert met een prachtige koninklijke mantel als een vorst, en dat hij de leiding zou overnemen in Jeruzalem.

 

Maar wat was de werkelijke situatie? Hij kwam in vernedering op een ezeltje, net als het voetvolk. En wat heeft hij daarna veel lijden moeten ondergaan.

 

Maar wat heeft de Heere door Zijn vernederig en Zijn lijden een geweldige overwinning behaald. En daarom, zo lezen we in Fil 2, heeft de Vader Hem ook uitermate verhoogd.

 

Nu eens naar Paulus: Wat was de menselijke verwachting hoe Paulus Damascus binnen zou rijden? Als een hooggeplaatst persoon omringd door soldaten en helpers van de hoogste vertegenwoordiging uit Jeruzalem, als een hoogstaand gezelschap zou Paulus de stad binnenrijden. En wat was de realiteit? Als een hulpeloze blinde man werd hij de stad binnengeleid. Hij kon zijn eigen weg niet eens vinden.

 

Maar wat gebeurde er? Toen Paulus wilde buigen, werden zijn ogen geopend, en kreeg hij te horen dat hij omwille van de Naam van Christus veel lijden zou moeten ondergaan. En wanneer een ootmoedige Paulus die loopbaan tot het einde van zijn leven zou lopen, dan zou Paulus door zijn vernedering ook worden verhoogd, en in de verhoogde Christus worden geplaatst met dezelfde hoge overweldigende zegeningen. Dit beeld zien wij door heel de Bijbel heen.

 

Altijd wanneer geroepenen in de rechte weg gaan staan, en daarover spreken, krijgen zij zonder uitzondering met verdrukking, met lijden om Christus wil te maken.

En dat kan bijna ook niet anders in een wereld waarvan satan de overste is.

 

Maar we moeten daarbij nooit vergeten dat alle verdrukkingen om Christus wil een eer voor hen zijn, en een eer voor ons Zijn.

En uiteindelijk zullen we er alleen maar beter door worden, al is dat vaak in die verdrukking niet zichtbaar, maar juist dán moeten we “tele” leren te zien. En wanneer we “tele” mogen zien, dan zien we Christus in alle heerlijkheid. En in die heerlijkheid zullen ook allen die tot het Lichaam van Christus behoren door genade mogen delen!

Deel 21 volgt DV

 

Lijden om Christus wil (deel 21)

 

Paulus was in aanzien bij de leiders van Israël. Maar toen hij op weg naar Damascus door de Heere geroepen werd, kwamen de verdrukkingen om Christus wil, en wat kwam er tegelijkertijd met de verdrukkingen?

 

Zijn ogen en oren werden geopend, en het Woord ging voor hem open, en hij ging wandelen zijn roeping waardig!

 

Jacob

 

De vorige keer hebben we het over die doorn in het vlees van Paulus gehad. We kennen eigenlijk nog een persoon, die net als Paulus ook met zo'n “doorn” in het vlees door zijn verdere leven moest. Daarvoor gaan we lezen Gen 28:13-15, waar we lezen over de belofte van God aan Jacob in Betel (met die ladder):

  • Ik ben de Here, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. 14 En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. 15 En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.”

 

Dit was een geweldige belofte die God aan Jacob deed. Deze belofte was eigenlijk een herhaling van de belofte die de Heere reeds aan zijn vaderen had gedaan. En eigenlijk zou Jacob dankend op zijn knielen moeten vallen voor zoveel genade en zegen. Maar wat zegt Jacob?

Gen 30:20-21:

  • En Jakob deed een gelofte: Indien God met mij zal zijn, en mij behoeden zal op deze weg, die ik ga, mij zal geven brood om te eten en klederen om aan te trekken, 21 en ik behouden tot mijns vaders huis wederkeer, dan zal de Here mij tot een God zijn.”

 

Eigenlijk zegt Jacob tegen God, als u doet wat u zegt, dán zal ik u geloven. Eigenlijk was dat een geloof met voorwaarden.

Na 20 jaar werken voor Laban zei God dat Jacob terug moest keren. En Jacob had bovenstaande belofte van God!

Laban en zijn zonen waren Jacobs tegenstanders geworden. Zij beschouwden de rijkdom van Jacob, waarmee God hem gezegend had, als diefstal.

 

Jacob werkte zijn terugkeer uit, maar vertrouwde daarbij niet op Gods belofte, maar hij ging bij zichzelf te rade, en hij speelde geen open kaart tegen Laban, want we lezen dat hij heimelijk vertrok:

Gen 31:20:

  • En Jakob misleidde de Arameeër Laban door hem niet te vertellen, dat hij wilde vluchten. 21 Zo vluchtte hij met alles wat hij had, begaf zich op weg, trok over de Rivier en sloeg de richting in naar het gebergte van Gilead.”

 

Laban kwam hem achterna, logisch, wanneer zijn neef Jacob stiekem, zonder wat te zeggen vertrekt. En er ontstond een pittige (woorden)strijd.

We praten nu maar niet over het afgodsbeeld wat Rachel van haar vader gestolen had.

 

Jacob won. Hij maakte aan Laban duidelijk, dat God hem gezegend had, en het eindigde in een verbond, een niet–aanvalsverdrag, tussen Jacob en Laban.

 

Vervolgens ging Jacob op weg richting Ezau. En God bemoedigde hem. God wilde Jacob eigenlijk laten zien, dat hij mocht optrekken onder Gods bescherming. De Heere zond Jacob engelen tegemoet. Jacob zag hen en zei:

Gen 32:1-2:

  • Ook Jakob ging zijns weegs, en engelen Gods ontmoetten hem. 2 Toen hij hen zag, zeide Jakob: Dit is een leger Gods. Daarom noemde hij die plaats Machanaïm.”

 

De Heere zond Jacob engelen tegemoet. Jacob zag die engelen en zei: “Dit is een leger Gods. Daarom noemde hij die plaats: Mahanaïm” (Gen. 32:2b). Mahanaïm betekent: twee legers. Uit de naam “Mahanaïm” mogen we afleiden dat Jacob twee legers van engelen aan weerskanten van hem zag. Legers door de Heere gezonden om Jacob te beschermen.

 

Jacob vatte moed, en zond boden naar zijn broer Ezau, om hem van zijn komst te verwittigen. Hij laat zijn boden zeggen:

  • Zo zegt uw knecht Jacob: ik heb als vreemdeling bij Laban vertoefd en ben daar tot nu toe gebleven. En ik heb runderen, ezels en kleinvee, slaven en slavinnen verworven, en ik laat dit mijn heer meedelen om uw genegenheid te winnen” (Gen. 32:4b,5).

 

Broeders en zusters, wat belangrijk is te zien in deze hele geschiedenis: Jacob trok steeds zijn eigen plan.

 

Jacob was de legers van engelen alweer vergeten, en dacht: ik zal wel een deel van mijn bezit kwijt raken, maar ik hoop het daarmee te redden tegen Ezau, met zijn eigen bezit dus, in eigen kracht dus.

 

De boden komen terug met de boodschap:

  • Wij kwamen bij uw broeder, bij Ezau, en hij is reeds op weg u tegemoet, met vier honderd man bij zich.” (Gen 32:6).

En vertrouwde Jacob op de Heere? Gen 32:7-8:

  • Toen werd Jakob zeer bevreesd en het werd hem bang te moede; en hij verdeelde het volk dat bij hem was, en het kleinvee, de runderen en de kamelen in twee groepen. 8 Want hij dacht: Indien Esau op de ene groep afkomt en die verslaat, dan kan de groep die overblijft, ontkomen.”

 

De boodschap van de boden veroorzaakte een grote angst bij Jacob, maar hij ging zelf aan het werk om zich daaruit te redden, en verdeelde zijn stoet in tweeën: als de ene aangevallen zou worden, zou de andere kunnen vluchten. Waar was het vertrouwen in de Heere?

 

Zijn vertrouwen in eigen kracht had een geduchte knauw gekregen, hij begon reeds aan vluchten te denken.

Ook wendde hij zich tot God met zijn probleem, en pleitte op Zijn beloften:

 

Gen 32: Wanneer we eerlijk zijn en deze tekst goed lezen, dan zien we dat Jacob hier begon te zeuren, want hij pleitte niet op de beloften van God, omdat hij bang was:

  • 9“Toen zeide Jakob: O God van mijn vader Abraham en God van mijn vader Isaak, HERE, die tot mij gezegd hebt: keer terug naar uw land en naar uw maagschap en Ik zal u weldoen – 10 ik ben te gering voor al de gunstbewijzen en voor al de trouw, die Gij aan uw knecht bewezen hebt, want met mijn staf trok ik over de Jordaan hier en nu ben ik tot twee legers geworden. 11 Red mij toch uit de hand van mijn broeder, uit de hand van Esau, want ik ben bevreesd voor hem: misschien zal hij komen en mij verslaan, zowel moeder als kinderen. 12 Gij toch hebt gezegd: Ik zal u zeker weldoen en uw nageslacht maken als het zand der zee, dat wegens de menigte niet geteld kan worden. 13 En hij bleef daar die nacht over.”

 

Daarna stelde hij vijf kudden samen en zond deze, met tussenruimten, op weg naar zijn broer als geschenk, met de gedachte: “…laat ik hem verzoenen met het geschenk dat voor mij uitgaat.”

 

Zijn knechten moesten zeggen dat Jacob er reeds achteraan kwam, maar hij bleef die nacht nog in de legerplaats.

 

In die nacht bracht hij ook nog zijn vrouwen, zijn slavinnen, en zijn elf kinderen naar de overkant van de Jabbok, zodat hij alleen overbleef. Hiermee stelde Jacob zelfs zijn gezin, zijn vrouwen en kinderen op “als slagorde” tussen Ezau en hemzelf.

 

Hijzelf was de laatste man, ook nog aan deze zijde van de Jabbok.

 

Toen Jacob naar beste kunnen, vertrouwend op eigen kracht, zijn plan getrokken had, lezen we in Genesis 23:24:

  • Zo bleef Jacob alleen achter, en een man worstelde met hem, totdat de dag aanbrak.”

 

Jacob was geheel teruggeworpen op zichzelf, en de man die met hem worstelde was God. Er staat dus dat God met Jacob worstelde, en niet Jacob met God.

 

Waarom gebeurde dit? Jacob moest leren niet op eigen kracht, maar op God te vertrouwen. Eigenlijk wilde God Jacob een lesje leren.

God kon hem niet krijgen waar Hij hem hebben wilde, en daarom die worsteling.

 

Jacob moest afzien van eigen kracht, slimheid en doelstellingen, en leren alleen te vertrouwen op God! En daarom brak God zijn kracht:

 

De Heere sloeg hem “op zijn heupgewricht, zodat Jacobs heupgewricht ontwricht werd.” (Gen 32:25).

 

Jacob werd mank, hij kon daardoor zelfs niet meer vluchten! Toen klampte Jacob aan. Hij besefte dat hij alskreupele verloren was, en dat alleen God hem kon redden.

 

Broeders en zusters, in deze geschiedenis zitten voor ons allemaal rijke lessen.

Hebben wij ook niet geweldig rijke beloften van de Heere? Gaan wij in alle vrijmoedigheid op die beloften staan? Gedragen wij ons waardig die beloften? Of maken wij ook onze eigen plannen?

Als voorbeeld van die geweldige beloften lezen we uit Titus 3:

  • Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende. 4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, 6 die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, 7 opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens. 8 Dit is een getrouw woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken. Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; 9 maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos.” (Titus 3:3-9).

 

Leven wij vanuit die vernieuwing door Gods Geest, die rijkelijk is ons is uitgestort? Leven wij als erfgenamen van Christus Jezus? Leven wij die roeping waardig? Want God heeft ons willen bekend maken “hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus IN u, de hoop der heerlijkheid.” (Kol 1:27).

 

Deel 22 volgt DV.

 

 

Lijden om Christus wil (deel 22)

 

De vorige keer hebben we het over die “doorn in het vlees” van Jacob gehad. We hebben toen gelezen in Gen 32:25:

  • Toen Deze zag, dat Hij (de Heere) hem (Jacob) niet overmocht, sloeg Hij hem op zijn heupgewricht, zodat Jakobs heupgewricht ontwricht werd, terwijl Hij met hem worstelde.”

 

Hier zien we een worsteling van God met Jacob. En we zien hoe sterk het vlees kan zijn. We zien eigenlijk in deze strijd dat het vlees niet wil buigen voor God. En dan neemt de Heere een blijvende maatregel om Jacob te krijgen waar Hij hem wil hebben. Nadat de Heere Jacob's heupgewricht had ontwricht, zegt de Heere tegen Jacob:

  • Toen zeide Hij: Laat Mij gaan, want de dageraad is gekomen. Maar hij (Jacob) zeide: Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent.” (Gen 32:26).

 

Het antwoord van God hierop is een vraag! “Hoe is uw naam?” (Gen 32:27). En Jacob moest zeggen, “Jacob”, dat betekent: bedrieger. Eigenlijk moest Jacob in zijn antwoord toegeven: ik ben een zondaar. Denk aan zijn rol in de geschiedenis van het eerstgeboorterecht.

 

In feite is dit bedrog de grondoorzaak van de crisis in zijn bestaan. God lost dat zonde-probleem op en zegt: “Uw naam zal niet meer Jacob luiden, maar Israël, (= Vorst van God) want gij hebt met God en mensen gestreden, en gij hebt overmocht” (Gen. 32:28).

 

Broeders en zusters, toen ik al deze dingen overdacht, moest ik aan het volgende denken. Alles in Gods Woord mag ons tot lering zijn. De zonde en de leugen is ook de grondoorzaak van alle ellende in deze wereld. Maar Christus heeft aan het kruis van Golgotha het zonde-probleem opgelost. Voor alle mensen. Dat weten we niet alleen, maar daar hebben we ook heel persoonlijk voor gedankt. Wanneer we nu in dat geloof en vertrouwen staan, dan weten we dat we een levende Heiland hebben, die ons – toen we tot geloof kwamen – verzegeld heeft met Zijn Geest. Door die Geest wil Hij ons geopende ogen des harten geven, en door de kracht van Hem mogen we opwassen van baby's tot volwassenen in het geloof. Wanneer we dan in navolging van Paulus door genade tot die volwassenheid mogen komen, dan weten we dat we tot het Lichaam van Christus mogen behoren. En in die geweldige rijkdom weten we ook dat we als onderdeel van de prijs in Christus op Zijn dag de kroon der heerlijkheid in ontvangst zullen mogen nemen. Wat zijn we dan? Vorsten van God! Dus de naam die Jacob kreeg, die “vorst van God” betekent, zullen wij in een andere dimensie ook eenmaal ontvangen!

 

Nadat Jacob door de Heere op zijn heupgewricht was geslagen, ging hij mank, dat is: niet meer in eigen kracht. Hij kreeg als het ware een doorn in het vlees.

 

Na die nacht was het een andere Jacob. Hij zag onder ogen waarvoor hij gesteld was: Ezau en zijn vierhonderd man! (Gen. 33:1).

 

Hij ging naar zijn gezin, wat hij gisteren eigenlijk in de steek had gelaten, en stelde zich op aan het hoofd, en ging naar Ezau toe, hij wachtte niet meer af.

 

En terwijl hij ging, boog hij zeven maal ter aarde: hij vernederde zich. Toen gebeurde het: de verzoening van Jacob en Ezau kwam tot stand! Een emotionele gebeurtenis.

 

Hierna wordt de eerste woordenwisseling na twintig jaar beschreven: Ezau vraagt en Jacob antwoordt en getuigt: “Wie hebt gij daar bij U?” En Jacob antwoordde: “De kinderen, die God in Zijn genade aan Uw knecht geschonken heeft” (Gen. 33;5b).

Vervolgens naderden en bogen zijn slavinnen en haar kinderen, Lea met haar kinderen en tenslotte Rachel en Jozef.

 

Daarna vraagt Ezau (vs. 8): “Wat bedoelt gij met die gehele schare, die ik ontmoette? En hij zeide: om de genegenheid van mijn heer te winnen”.

 

Jacob zegt precies wat de bedoeling was! Voor Ezau was het geschenk, een veestapel, niet nodig: “Ik heb al veel, mijn broeder, wat gij hebt, blijve het uwe.” (vs. 9). Jacob dringt er dan bij Ezau op aan om toch zijn geschenk te aanvaarden, maar dan gebaseerd op de nieuwe situatie, als dank voor de verzoening, die hij ziet als de redding van zijn leven, van Godswege.

 

We citeren nogmaals Genesis 33:10 en ook vers 11:

  • Doch Jacob zeide: Geenszins, indien gij mij genegen zijt, neem dan mijn gave uit mijn hand aan, omdat ik Uw aangezicht gezien heb, zoals men het aangezicht Gods ziet en gij welgevallen aan mij gehad hebt. Neem toch mijn geschenk dat U gebracht werd, want God is mij genadig geweest en ik heb alles. En hij hield bij hem aan, zodat hij het nam.”

 

Jacob wil zijn dank betuigen voor de redding van zijn leven: hij had God gezien en was behouden, in de afgelopen nacht, en hij had Ezau gezien (als het ware God, want hij dacht: dit wordt mijn dood) en was in leven gebleven.

 

Van Ezau zegt Jacob: gij hebt een welgevallen aan mij gehad, en van God: God is mij genadig geweest, en ik heb alles.

Uiteindelijk geeft Jacob God de eer voor de verzoening.

 

Een belangrijke les uit deze geschiedenis en de context daarvan is: iets doen in eigen kracht is voor God absoluut niet acceptabel.

 

Eigen kracht wil zeggen: Handelen vanuit de menselijke natuur, je beste beentje voorzetten. Onze beste eigenschappen opzoeken, onze “eigen goede werken” in dienst stellen van God, daarmee aan de slag gaan. Dat is niet de weg, die de Heere met ons wil gaan.

 

Bij God komt eerst horen, luisteren, geloven, en dan doen wat Hij zegt, zelfs als je daarvoor de gave niet hebt. Zie bijvoorbeeld Mozes: hij moest spreken tot de Farao, maar hij was zwaar van tong, d.w.z. hij had niet de gave van het woord. Hij moest eenvoudigweg zeggen wat God zei.

 

Gods kracht wordt in zwakheid volbracht. Ook Paulus getuigt hiervan: “Moet er geroemd worden, dan zal ik van mijn zwakheid roemen” (2 Kor. 11:30).

 

Paulus ontvangt net als Jacob een blijvend teken in zijn leven: “Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.” (2 Kor. 12:7b-10).

 

We kijken nog één keer naar het lijden van Paulus:

 

Vanuit menselijk oogpunt bekeken zouden we kunnen zeggen:

Wanneer de Heere toch al op voorhand wist dat de verkondiging van Paulus voor Zijn volk Israël niets zou uithalen, waarom moest Paulus dan al dat lijden ondergaan? En wanneer we later lezen dat na de Handelingen hem allen in Azia Paulus hadden verlaten, Waarom dan al dat lijden?

 

Dat is menselijk geredeneerd. Maar we moeten het van Gods kant bekijken.

En dan zien we dat door de wandel en de strijd van Paulus De Heere tot Zijn doel komt, om Zijn plan der eeuwen tot gestalte te brengen.

Er is heel veel zegen uit de wandel van Paulus is voortgekomen.

  • Ten eerste zijn er door de gehoorzaamheid van Paulus in de Handelingen periode veel gelovigen uit de heidenen tot geloof gekomen, mannen uit de heidenen, die God vereerden, en vele der voorname vrouwen.
  • Ten tweede werden er velen aan de gemeente der eerstgeborenen toegevoegd.
  • Ten derde mocht Paulus na de Handelingen het Evangelie van de gemeente der verborgenheid verkondigen, en legde Paulus de basis voor de gemeente, Het Lichaam van Christus.

 

Paulus schreef geweldige brieven, voor al de late brieven van hem voor ons.

 

Daarom al dat lijden. Daarom moeten we nooit vergeten: Het lijden dient tot heerlijkheid. Ook het lijden van Paulus diende tot heerlijkheid. Ten eerste voor hemzelf, maar ten tweede ook voor allen die door zijn werk, door zijn late brieven, tot heerlijkheid mogen komen.

 

Wanneer we leren onderscheiden en verstaan de verborgenheden, die Paulus ons meedeelt in zij late brieven, en we gaan dus Gods plan der eeuwen verstaan, dan staan onze voeten op een rots en zullen we veilig, verzekerd en onbewogen staan, bij alle veranderingen die er om ons heen plaatsvinden.

 

Dan zullen we lijden, in navolging van Paulus, en we zullen ontdekken wat het is om verdrukkingen omwille het evangelie te ondergaan. Maar dan zullen we net als Paulus, niet beschaamd staan, omdat we weten in Wie we geloofd hebben en omdat we zeker zijn dat Hij machtig is om het ons toevertrouwde pand te bewaren tot die dag! (2 Tim. 1:12).

 

Als laatste wil ik graag de tekst met u lezen uit Fil 1:27-30, die we al eerder hebben gelezen, maar waarover nog iets te zeggen valt:

  • Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in één geest, één van ziel (St Vert gezamenlijk) medestrijdende (= sunathleo) voor het geloof aan het evangelie, 28 zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat beangstigen. Hierin is voor hen een aanwijzing van hún verderf (= apoleia), doch van úw behoud, en dat van Godswege. 29 Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, 30 in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort.

 

De volgende keer gaan we zien, wat deze tekst ons nog meer te zeggen heeft. Het is genade, broeders en zusters, dat we mogen geloven in Christus Jezus, onze Heere, Maar dat niet alleen, het is ook genade dat we omwille van het Evagelie mogen lijden, dat we waardig bevonden worden als navolgers van Paulus in Christus te mogen lijden in dezelfde strijd als Paulus.

Deel 23 volgt DV

 

 

Lijden om Christus wil (deel 23)

 

De vorige keer zijn we geëindigd met de tekst uit Fil 1:27-30. Er is nog iets in deze tekst wat me opviel, toen ik deze tekst onderzocht.

  • Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in één geest, één van ziel (St Vert gezamenlijk) medestrijdende (= sunathleo) voor het geloof aan het evangelie, 28 zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat beangstigen. Hierin is voor hen een aanwijzing van hún verderf (= apoleia), doch van úw behoud, en dat van Godswege. 29 Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, 30 in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort.

 

In vers 28 staat: “Zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders (Grieks = antikeimai) laat beangstigen.”

 

Dat woord “tegenstanders” is in het Grieks het woord “antikeimai”. Dat woord “keimai” betekent “ergens voor staan” of “ergens toe gesteld zijn” Het komt van het werkwoord “staan”.

 

Het Griekse woord “anti” kennen we mischien wel. Dat betekent niet dat we ergens op tegen zijn, zoals we dat in onze eigen taal wel kennen, dat we “anti” zijn, maar in het Grieks betekent het, dat er iets in de plaats gesteld wordt van iets anders.

We kennen allemaal de tekst uit Joh 1:16-17:

  • Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade; 17 want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.”

 

In het Grieks vinden we hier in de tekst “genade op genade” de woorden “charis anti charis”. Dat betekent dat we genade ontvangen in plaats van genade. De eerst genade was al zeer goed, maar de daaropvolgende genade was nog beter. Dus het betekent niet genade op genade, alsof de genade opgestapeld wordt, maar er komt genade in plaats van genade. En dan is in dit geval de tweede altijd beter dan de eerste.

 

Een duidelijk voorbeeld is ook Math 2:22:

  • Toen hij echter hoorde, dat Archelaüs koning over Judea was in de plaats van (= anti) zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan.”

 

Dan naar die “tegenstanders” uit Fil 1:28, waar we bij tegenstanders in het Grieks het woord “antikeimai” vinden. Dit betekent dat die tegenstanders staan op een evangelie wat zij in de plaats hebben gesteld van het evangelie van Paulus. Dit is eigenlijk een bewijs dat die tegenstanders niet ongelovigen, maar gelovigen zijn, die bewust het evangelie van Paulus tegenstaan met een verdraaid evangelie. Zij weten van de hoed en de rand, maar hebben een ander evangelie in de plaats (= anti) gesteld tegenover het evangelie van Paulus. Wat zou dat geweest zijn, denkt u?

 

Waar liep Paulus in zijn tijd steeds tegen op? Tegen hen die bij het oude vertrouwde wilden blijven. Tegen hen die de wet wilden houden, en tegen hen die zeiden dat de heidenen zich moesten laten besnijden. Dat moeten welhaast de tegenstanders van Paulus zijn geweest. En die tegenstanders waren de oorzaak van het lijden om Christus wil.

 

Is het nu anders broeders en zusters? Ook nu zijn er tegenstanders, gelovigen, die het Evangelie van Paulus' hoge roeping niet aanvaarden. Zij hebben een ander evangelie doorvoor in de plaats gesteld. En van hen zegt Paulus in Fil 1:28 dat die in-de-plaats-stelling van een ander evangelie “voor hen een aanwijzing is van hún verderf (= apoleia), doch van úw behoud, en dat van Godswege”. En hierbij doelt het “behoud” op het behoud van de erfenis in Christus voor hen die wél wandelen in navolging van Paulus.

 

Tot slot van deze bijbelstudie's over het lijden wil ik graag nog met u in willekeurige volgorde door de Bijbelboeken die in de Handelingen zijn geschreven, want ook daar gold hetzelfde thema: Door lijden tot heerlijkheid.

 

En ook al zijn deze bijbelboeken niet aan ons geadresseerd, we kunnen er veel van leren, omdat er vaak dezelfde principes gelden als in de late brieven van Paulus.

 

De Brieven van Petrus

 

1 Petr 2:18-23:

  • Gij, huisslaven, weest in alle vreze uw meesters onderdanig, niet alleen de goede en vriendelijke, maar ook de verkeerde. 19 Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. 20 Want mag dát roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dát is genade bij God. 21 Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; 22 die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; 23 die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt.”

 

Petrus houdt hier zijn broeders voor hoe zij in geloof behoren te wandelen. Steeds wanneer we “lijden” in het Woord tegenkomen, heeft dat te maken met het lijden om Christus wil. Zo ook hier, waar we lezen: “omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt.” En dat is genade! (vers 19 en 21). En waar in vers 21 staat “opdat gij in Zijn voetstappen zoudt treden”, zou ik voor nu liever invullen: “Opdat wij in de voetstappen van Paulus zouden treden, en hem navolgen!”

 

Een hele mooie tekst in verband met het lijden lezen we in 1 Petr 3:13-18:

  • En wie zal u kwaad doen, als gij u beijvert voor het goede? 14 Al moest gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig. Doch vreest niet voor hun dreiging, en laat u niet verschrikken. 15 Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze, 16 en met een goed geweten, opdat bij al het kwaad, dat men van u spreekt, zij, die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd gemaakt worden. 17 Want het is beter te lijden, indien de wil van God dit eist, goed doende dan kwaad doende. 18 Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest.”

 

We moeten ons dus niet laten ontmoedigen door het lijden wat ons overkomt (vers 14), maar we moeten Christus een hele speciale eerste plaats in ons hart geven (vers 15a), zodat we met Hem gevuld zijnde, altijd in alle ootmoedigheid en geloof rekenschap en getuigenis kunnen geven van de hoop die in ons is (vers 15 b), zodat de tegenstanders eigenlijk vurige kolen opgehoopt worden door de werken die de Heere in ons kan doen.

 

Lezen we niet woorden van dezelfde strekking in Romeinen 12:20?

  • Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.”

 

En dan volgt op het oog een moeilijke tekst, maar wanneer we die in de context lezen, vallen de woorden van de tekst toch wel op hun plaats:

1 Petr 4:12-16:

  • Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. 13 Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid. 14 Indien gij door de naam van Christus smaad lijdt, zijt gij zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op u rust. 15 Laat dus niemand uwer moeten lijden als moordenaar, of dief, of boosdoener, of als een bemoeial. 16 Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam.”

De Staten Vertaling heeft vers 12 als volgt vertaald:

  • Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte [der verdrukking] onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u [iets] vreemds overkwame.”

 

Eigenlijk staat er dus: “Verbaas je niet dat je verdrukking (lijden) te verduren krijgt, beschouw dat niet als iets vreemds, maar dat lijden is omdat de Heere wil zien, naar Wie uw hart uitgaat.” Dit is wel een vrije vertaling, maar dát is wel de betekenis van deze woorden.

En dat gaat vers 13 verder:

  • Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid.”

 

Dit zegt Petrus tegen zijn geadresseerden, die deel zullen krijgen aan de gemeente der eerstgeborenen, die de Heere tegemoet zullen gaan in de lucht bij Zijn komst (hiervan spreekt ook 1 Petr 5:1). Maar precies hetzelfde geldt ook voor hen, die behoren bij het Lichaam van Christus. Ook zij zullen zich met grote blijdschap verblijden bij de openbaring Zijner heerlijkheid, maar dan zijn zij in Christus geplaatst, en hebben deel aan alle zegeningen in Christus, en zullen in Christus in Zijn heerlijkheid verschijnen, waarna zij die gemeente der eerstgeborenen in de lucht ontmoeten!

 

De volgende tekst is1 Petr 4:19:

  • Laten derhalve ook zij, die naar de wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende.

 

Het Griekse woord voor ziel is “psuche”, en wordt gebruikt om de mens in zijn geheel in de schepping te beschrijven. In het voorbeeld hieronder zien wij dat het op een gelijke wijze wordt toegepast om een persoon of personen voor te stellen:

  • Hand 2:41: “Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen(psuche) (= personen)toegevoegd.”

 

Hoe moeten nu zij, die naar de wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende? Ik denk dat we het antwoord vinden in Romeinen 12:1:

  • Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.”

 

Paulus spoort de broeders aan om hun lichamen in dienst van God te stellen, eigenlijk apart te plaatsen voor God. En alleen dán kunnen zij doen wat in 1 Petr 4:19 staat: “steeds het goede doende.” Daarbij is het niet zo, dat de mens tot enig goeds in staat is, maar dan is de gezindheid van die mens zó door de Heere hervormd, zodat Hij Zijn werk in die mens kan doen.

Nog één prachtige tekst uit 1 Petrus:

  • Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. 9 Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten. 10 Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. 11 Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen. (1 Petr 5:8-11).

 

Dit zouden woorden van Paulus kunnen zijn. Hieruit leren we dat bepaalde waarheden voor alle tijden en voor alle gelovigen zijn.

 

Reeds toen Petrus deze dingen schreef, waren deze dingen actueel. “Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.” Waar was satan ook toen mee bezig? Ook Petrus predikte de opgestane Christus, en ondervond daarin veel weerstand. Want wat was ook alweer de leugen die was verspreid na de opstanding van de Heere?

  • En in een vergadering met de oudsten (van Israël) kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten (die de wacht bij het graf hielden) veel geld, 13 en zij zeiden: Zegt, zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. 14 En indien dit de stadhouder ter ore komt, wij zullen het in orde brengen en maken, dat gij buiten moeite blijft. 15 En zij namen het geld aan en deden zoals hun gezegd was. En dit gerucht is onder de Joden verbreid tot [de dag van] heden toe” (Matt 28:12-15).

 

En met deze leugen werd Petrus geconfronteerd bij zijn verkondiging van de levende Heiland. Ook toen bracht het geloof en de verkondiging van een levende Heiland lijden met zich mee. Maar prachtig hoe Petrus de broeders bemoedigd:

  • Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten.” (1 Petr 5:10).

 

En dit geldt ook nu voor de gemeente, het Lichaam van Christus. Wanneer we nu tijdens dit leven – wat een korte tijd wordt genoemd – ons het Evangelie van Paulus niet schamen, dan zal dat lijden veroorzaken. Maar door dat lijden komen we tot de volwassenheid. En in die volwassenheid worden we door het Woord bevestigd, gesterkt en gegrondvest op het vaste fundament. En dat fundament is Christus Jezus, onze Heere!

Deel 24 (slot) volgt DV

 

 

Lijden om Christus wil

(deel 24 Slot)

 

We waren bezig met de bijbelboeken, die in de Handelingen zijn geschreven, en die ook op het lijden van de gelovige wijzen, en wat ons laat zien dat het lijden om Christus wil van alle tijden is.

 

De eerste Corinthe brief

 

In de eerste Corinthe brief vinden we twee teksten over “lijden”:

  • Maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.” (1 Cor 3:15).

 

Dit “lijden” heeft te maken met het feit dat die gelovige eigen werken van hout, hooi en stro voortbrengt, die geen stand houden, en waarvoor hij geen loon ontvangt, dus schade lijdt! Dit in tegenstelling tot de gelovigen, waarin Christus Zijn werk heeft kunnen doen, die zullen wel loon ontvangen.

  • Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde.” (1 Cor 12:6).

 

Wanneer we als gelovigen elkaar in het hart sluiten, zoals Paulus ons in Fil 1:7 voorhoudt, dan ontstaat er daadwerkelijk een gemeenschap der heiligen, en dan delen gelovigen lief en leed met elkaar. En wanneer er één lijden heeft te verduren om Christus wil dan raakt dat allen. Maar omgekeerd is ook waar: Wanneer één vreugde beleeft – in geestelijk opzicht – dan delen allen in die vreugde!

 

De tweede Corinthe brief

 

In de tweede Corinthe brief vinden we drie teksten, waar we het “lijden” tegenkomen:

  • Want gelijk het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo valt ons door Christus ook overvloedig vertroosting ten deel.” (2 Cor 1:5).
  • Worden wij verdrukt, het is u tot troost en heil; worden wij getroost, het is u tot een troost, die zijn kracht toont in het doorstaan van hetzelfde lijden, dat ook wij ondergaan.” (2 Cor 1:6).
  • En onze hoop voor u is wèl gegrond, want wij weten, dat gij evenzeer aan de vertroosting deel hebt als aan het lijden.” (2 Cor 1:7).

 

Deze teksten bevatten universele waarheden. Alle gelovigen, die staan op het fundament, en zich het Evangelie niet schamen, krijgen te maken met het lijden om Christus wil. Maar we mogen tegelijk weten, dat zij door lijden tot heerlijkheid zullen komen!

 

Tegelijk is het lijden de gelovigen tot troost en heil (2 Cor 1:6). Eigenlijk heeft deze tekst dezelfde strekking als Fil 1:29-30:

  • Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, 30 in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort.”

 

Vaak ervaren we dat lijden niet als genade. Maar hoe meer we geestelijk leren zien, hoe meer we gaan beseffen, dat het werkelijk genade is. Want door dat lijden om Christus wil, zullen we tot heerlijkheid komen. En daarbij moeten we niet vergeten de diepe overweldigende genade dat de leden van het Lichaam van Christus waardig zijn bevonden als “plengoffer” naast het offer van Christus dienst te mogen doen. En doordat Christus “Zich heeft vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken.” (Fil 2:8-9).

 

Net zo zullen allen, die tot het Lichaam van Christus zijn uitverkoren, en zich in alle ootmoed hebben vernederd, en in alle ootmoed het lijden van Christus hebben ondergaan, door God ook uitermate worden verhoogd! En dát is genade!

 

De Thessalonicenzen brieven

 

We zien in alle teksten dat het lijden altijd ontstaat om het geloof in een levende Heiland, om het geloof in de opgestane Christus:

  • Want gij, broeders, zijt navolgers geworden van de gemeenten Gods in Christus Jezus, die in Judea zijn, omdat ook gij hetzelfde te verduren (HSV: “geleden hebt) hebt gehad van uw eigen volksgenoten als zij van de Joden, 15 die zelfs de Here Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd hebben, die Gode niet behagen en tegen alle mensen ingaan, 16 daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij te allen tijde (de maat) hunner zonden vol maken.” (1 Thess 2:14-16).

 

  • Wij behoren God te allen tijde om u te danken, broeders, zoals gepast is, omdat uw geloof zeer toeneemt en uw aller liefde jegens elkander sterker wordt, 4 zodat wij zelf over u roemen bij de gemeenten Gods, vanwege uw volharding en uw geloof onder al uw vervolgingen en de verdrukkingen, die gij doorstaat: 5 een bewijs van het rechtvaardige oordeel Gods, dat gij het Koninkrijk Gods waardig geacht zijt, voor hetwelk gij ook lijdt.” (2 Thess 1:3-5).

 

De brief aan de Hebreeën

 

Ook in de brief aan de Hebreeën zien we het “lijden” steeds in dezelfde context terug komen:

  • Maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond.” (Hebr 2:9).
  • Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken (HSV: zou heiligen). 11 Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen, 12 en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lofzingen.” (Hebr 2:10-12). En in Hebreeën 12:2 “…terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof”.

 

Dit is een heel bijzondere tekst. Paulus verkondigt – we nemen aan dat Paulus de brief aan de Hebreeën heeft geschreven – hier aan de Hebreeën dat de Vader had besloten dat Hij de “Leidsman hunner behoudenis”, dat is Christus, door lijden heen zou “volmaken”. Wanneer we dit doortrekken naar nu, en toepassen op de leden van het Lichaam van Christus, en dat mogen we doen, omdat allen die tot het Lichaam van Christus behoren in dezelfde zegeningen als Christus zullen delen, en op dezelfde manier (door lijden) tot heerlijkheid zullen mogen komen (sun-sun-sun), dan zullen ook zij door lijden heen volmaakt gemaakt worden, of door lijden heen apart geplaatst worden (= geheiligd worden). En dan wordt de tekst uit Fil 1:29 nog duidelijker, dat het genade is om Christus wil te lijden!

 

Want juist door dat lijden leren we dichter bij de Heere te leven, door dat lijden leren we Hem dieper kennen!

Paulus legt het ook uit aan de Hebreeën:

  • Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen. (Hebr 2:11).

 

Hier staat dus: “Hij die gelovigen apart plaatst, en zij die door Hem apart geplaatst worden, zij allen uit één.”

 

Wel moeten we onderscheiden dat de gelovigen uit de Hebreeën door hun geloof en door hun lijden werden toegevoegd tot de gemeente van Eerstgeboren, en dat de uitverkoren gelovigen van nu worden toegevoegd tot het Lichaam van Christus.

 

Verdere teksten in de Hebreeën brief:

  • Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” (Hebr 2:18).
  • En zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden.” (Hebr 5:8).
  • Want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij éénmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen.” (Hebr 9:26).
  • Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden.” (Hebr 13:12).

 

De brief aan de Romeinen

 

En als laatste van deze teksten over het lijden in de Handelingen, een zeer duidelijke tekst uit de Romeinen brief:

  • Zijn wij nu kinderen (grondtekst = zonen, Fil 2:15 hetzelfde woord, “teknon”), dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.” (Rom 8:17).

 

We weten dat we de brieven van de Handelingentijd niet in de huidige bedeling moeten plaatsen, zo geldt ook dat we de gevangenisbrieven niet in de Handelingentijd of in eerdere tijden moeten plaatsen. Zouden we dat doen, dan geeft dat een verwarring die eigenlijk niet te ontknopen is. We zullen dan zijn als mensen die steeds maar weer onderricht ontvangen, zonder dat ze er iets wezenlijks van leren. Dan zullen gelovigen ten prooi vallen aan allerlei wind van leer en buiten het spoor van de waarheid terecht komen. Ook zullen de gelovigen zich dan voortdurend bezighouden met de tegenstellingen tussen kerken en hun instellingen en leringen, terwijl het van belang is die zaken te laten rusten, en ons te richten op wat Paulus ons wil leren in zijn late brieven.

 

Stellen we ons dan in navolging van Paulus' late brieven in overeenstemming met de belangrijke fundamentele waarheden binnen Gods plan op, dan staan onze voeten op een rots en zullen we veilig, verzekerd en onbewogen staan, bij alle veranderingen die er om ons heen plaatsvinden. Dan zullen we lijden, zoals Paulus deed en we zullen ontdekken wat het is om verdrukkingen omwille van dát Evangelie te ondergaan. Maar dan zullen we net als Paulus, niet beschaamd staan, omdat we weten in Wie we geloofd hebben en omdat we zeker zijn dat Hij machtig is om het ons toevertrouwde pand te bewaren tot die dag (2 Tim. 1:12)!

 

Paulus droeg zijn bediening over aan Timotheüs, zijn zoon in het geloof, en maakt ons er deelgenoot van hoe deze bediening hem in grote problemen bracht, juist met hen die de aan hem toevertrouwde verborgenheid niet wilden aanvaarden. Vandaar dat Paulus Timotheüs waarschuwt om zich niet te schamen, of "vreesachtigheid" voor mensen te hebben (want dat is de betekenis van het Griekse “deilia” (2 Tim. 1:7): vrees door angst voor mensen). Want ook hijzelf schaamde zich niet (2 Tim. 1:12). In dit verband stelt Paulus nadrukkelijk dat hij aangesteld was als "een prediker, en een apostel, en een leraar van de heidenen" (2 Tim.1: 11). En schrijft hij opnieuw dat het hierom was, dat hij lijden te doorstaan had (vs. 12).

 

Maar het belangrijkste deel van zijn verklaring vinden we in vers 8 waar hij zijn eigen getuigenis op gelijk niveau aan dat van de Heere maakt:

  • "Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere en ook niet voor mij, Zijn gevangene ..."

 

Hij kón en mocht dit zeggen, omdat dezelfde God Die had gesproken door Zijn Zoon nu door de Geest der waarheid door Paulus sprak. Het getuigenis van zowel de Heere, als van Paulus kwam uit dezelfde Goddelijke bron voort en heeft hetzelfde Goddelijk gezag. Christus kon zeggen: "Mijn leer is Mijne niet, maar van Degene, Die Mij gezonden heeft" (Joh. 7:16) en zo ook Paulus!

 

Dit feit maakt dat de late brieven van Paulus zo enorm belangrijk zijn. Sommigen die de bedeling van de verborgenheid weigeren te erkennen, geven deze brieven niet de juiste plaats. En in die bijzondere plaats en verkondiging van Paulus' late brieven ligt uiteindelijk de haat van Gods tegenstander tegen deze bijzondere waarheid aan ten grondslag. Deze vijandschap wordt uit allerlei dingen duidelijk zoals de moderne religieuze wereld, die het “onderwijs van Jezus” verheffen boven het onderwijs van Paulus' late brieven. Niet dat zij werkelijk begrijpen waar dat “onderwijs van Jezus” om gaat. Ze nemen daar hooguit uit, wat hen schikt. Tegelijk wordt er minderwaardig gedaan over wat ze dan het “onderwijs van Paulus” noemen. Ze accepteren wat God door Zijn Zoon sprak, terwijl ze ontkennen dat dezelfde God door Paulus sprak.

 

2 Timotheüs 1:8 is daarom van het allergrootste belang om ons te helpen het onderscheid te zien tussen de dingen die verschillen.

 

Nog één keer “sun”

 

In deel 5 van deze bijbelstudie over het lijden hebben we het woordje “sun” behandeld in verband met het navolgen van Paulus. Eén belangrijke tekst heb ik toen niet behandeld:

  • Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God.” (2 Tim 1:8).

 

Paulus zegt hier dat we ons niet moeten schamen voor het getuigenis van onze Heere, en dan doelt Paulus hier op de hoge boodschap, die hij na de Handelingen moest brengen. En Paulus weet dat dat lijden met zich mee zal brengen. Uit de vertaling van zowel de NBG als de Statenvertaling komt niet de diepgang en de werkelijke betekenis van deze tekst naar voren. Want wanneer we de grondtekst bestuderen, dan zien we dat “bereid zijn te lijden” is vertaald uit het Griekse woord “sugkakopatheo”, wat afkomstig is van de woorden “sun” en “ kakopatheo”. Dat “kakopatheo” betekent “verdrukkingen lijden” (vinden we in Jac 5:13, 2 Tim 2:3, 2 Tim 4:5 en 2 Tim 2:9). Maar hier staat nog het woordje “sun” voor “kakopatheo”.

 

Dit “sugkakopatheo” komt alleen hier in de tekst van 2 Tim 1:8 voor. Maar altijd geeft dat woordje “sun” weer, dat iets op exact dezelfde manier gebeurt of plaats vindt. In dit geval zegt Paulus tegen Timoteüs, zijn opvolger, en ook tegen ons, zijn navolgers, dat we bereid moeten zijn voor het Evangelie te lijden in de kracht van God, op exact dezelfde manier als Paulus. Betekent dit dat we hetzelfde lijden als Paulus zullen ondergaan? Neen, maar het betekent wel, dat we in diezelfde gezindheid gaan staan als Paulus, en dat we ons dat “hoge Evangelie” niet schamen, en dan zullen we vanzelf wel met die verdrukking om Christus wil te maken krijgen.

 

Slot

 

We hebben heel veel in deze bijbelstudie behandeld, broeders en zusters, allemaal heeft het met lijden te maken:

  • We zijn begonnen met het lijden van de Heere. Door Zijn lijden tot heerlijkheid.
  • We hebben het over die parel gehad. Door lijden tot heerlijkheid.
  • We hebben gezien dat we lijden om Christus wil.
  • We hebben het woordje “sun” in een nieuwe context behandeld – gelijke leden – gelijk strijden als een geoefende atleet – gelijke strategie, enz.
  • Plengoffer. Wat het Offer van Christus compleet maakt.
  • De volheid, waarin de Heere ons plaatst – zal plaatsen.
  • De wapenrusting om stand te houden in die verdrukkingen.
  • Het voortdurend bidden voor elkaar.

 

Broeders en zusters, het zijn werkelijk onvoorstelbare overweldigende zegeningen, waarin de Heere ons wil plaatsen.

 

Ik heb geprobeerd deze zaken v.w.b. het lijden onder woorden te brengen, maar ik besef me terdege, dat het gebrekkig was. Het was slechts een pogen mijnerzijds. Overdenk deze dingen in uw hart met de Heere, en ze zullen ook in uw hart gestalte krijgen.

 

Het is genade, broeders en zusters, dat we mogen geloven in Christus Jezus, onze Heere, maar dat niet alleen, het is ook genade dat we geopende ogen krijgen voor de geweldige hoge roeping, en vanuit die roeping waardig bevonden worden als onberispelijk plengoffer dienst te mogen doen. Het is ook genade dat we in Hem mogen lijden, dat we waardig bevonden worden in Hem te mogen lijden in dezelfde strijd als Paulus.

 

Tot slot wil ik uw in liefde vragen: “Ga heel persoonlijk al deze dingen onderzoeken in het Woord, en maak ze u eigen, want alleen dan zal de Heere deze dingen in uw hart bevestigen." Want vergeet nooit: “God is een beloner voor wie Hem ernstig zoeken.”

 

Bert Boersma, september 2015, boersmaklm@hetnet.nl 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk