Kaïn - Abel - Seth

Deze bijbelstudie bevat twee delen:

Deel 1: Kaïn en Abel

Deel 2: De wereld van Seth

 

Kaïn en Abel

Gen.4:1-17:

  • De mens nu had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn; en zij zeide: Ik heb met des Heren hulp een man verkregen. 2 Voorts baarde zij zijn broeder Abel; en Abel werd schaapherder, Kaïn landbouwer. 3 Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de Here een offer; 4 ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en de Here sloeg acht op Abel en zijn offer, 5 maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok. 6 En de Here zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken? 7 Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen. 8 Maar Kaïn zeide tot zijn broeder Abel: (Laten wij het veld ingaan). Toen zij nu in het veld waren, stond Kaïn tegen zijn broeder Abel op en doodde hem. 9 Toen zeide de Here tot Kaïn: Waar is uw broeder Abel? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder? 10 En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept tot Mij van de aardbodem. 11 En nu, vervloekt zijt gij, ver van de bodem, die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen. 12 Wanneer gij de aardbodem bewerken zult, zal hij u zijn volle opbrengst niet meer geven; een zwerver en een vluchteling zult gij op de aarde zijn. 13 Toen zeide Kaïn tot de Here: Mijn misdaad is te groot om de straf te dragen. 14 Zie, Gij verdrijft mij heden uit het land en ik zal voor uw aangezicht verborgen zijn, een zwerver en een vluchteling op de aarde; ieder, die mij aantreft, zal mij doden. 15 Toen zeide de Here tot hem: Geenszins; ieder, die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten. En de Here stelde een teken aan Kaïn, dat niemand, die hem zou aantreffen, hem zou verslaan. 16 Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des Heren, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden. 17 En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch; daarna werd hij de stichter van een stad en hij noemde deze stad naar zijn zoon Henoch.”

Er zit heel veel in dit gedeelte wat Gods Woord ons zegt, dat in de traditionele prediking, er vaak heel wat anders uitkomt. Je kunt het alleen maar verklaren, door het O.T. met het N.T. te vergelijken.

De namen die Eva hier geeft aan haar twee zonen, die hier in het begin van Genesis worden geboren, geven ons een helder inzicht in het gedachtenleven van Adam en Eva. We moeten ons proberen te verplaatsen in hun positie, zodat we ook proberen te begrijpen dagene wat ze dachten. Dus we moeten proberen hun denkwereld te begrijpen.

Ze waren verdreven uit de hof van Eden die God had geplant en de aarde waarop zij stonden, die bewerkten zij in het zweet huns aanschijns. Op die aarde probeerden zij een leven op te bouwen. Van die aardbodem probeerden zij te oogsten en die aardbodem was vervloekt, die bracht niet alleen goede vrucht voort, maar ook doornen en distels.

Heel hun leven bestond in feite uit een confrontatie met die vervloekte aarde. Dat bracht verdriet met zich mee, want de Heere had gezegd, dat het hun zou smarten, want Eva zou met smart kinderen baren. Aan de andere kant werd die smart verzacht door een hoop, hoop voor de toekomst. God had gezegd, dat het zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen. Dat had God hun beloofd, ze keken daar a.h.w. naar uit. Die belofte zou hun verlossen uit deze toestand.

God had ook cherubs opgesteld ten oosten van Eden, die cherubs met een geweldige symboliek, die gelegen is in de verlossing, in de Verlosser. Je leest in de Bijbel over die cherubs die zich bevonden in de tabernakel, in de tempel van Salamo en God woonde daar temidden van die cherubs. Hij verbleef daar bij de mensen. Hij zou zorgen dat die mens verlost zou worden, dat had Hij de mens beloofd.

Toen Kaïn de boodschap van God ontving, smartte hem dat, dat hij verdreven was van het aangezicht des Heeren (vs 14). Kaïn mocht niet meer wonen in het land dat grensde aan de hof van Eden. Hij werd een zwerver, een vluchteling op aarde en woonde nog verder weg ten oosten van Eden in het land Nod. Ondanks dat hij het oordeel ontving, dat hij nog meer dan de anderen zou ervaren, als hij de aardbodem zou bewerken, dat die aardbodem hem nog minder zou opbrengen, er ruste voor Kaïn een extra vloek op (vers 12).

Toch vond Kaïn dat nog niet de ergste straf die hij kreeg, want wat zegt God nog meer: “Een zwerver en vluchteling zult gij zijn op de aarde.” (vers 13). Dat was het waar het Kaïn nog het meest om ging, hij werd verdreven uit het land wat grensde aan Eden en dat vond Kaïn het ergste. Je zou kunnen zeggen dat Adam en Eva nu konden wonen ten oosten van Eden, eigenlijk vlak voor Gods troon, waar de cherubs waren, waar God woonde, op de ark tussen de cherubs. (lees studie; de boodschap van de cherubs). Dat zou Kaïn missen, dat hij verborgen zou zijn van Gods aangezicht.

Hij vertrok en woonde in het land Nod, dat verder lag ten oosten van Eden (vers 16).

We zien dat het voor de mens het een stuk moeilijker was geworden. En zeker voor Adam en Eva, die beseften dat toen zij verdreven werden uit Eden. Toen wisten zij wat zij misten. Dat overkomt de hedendaagse mens ook wel eens. Je ziet zoveel huwelijken die soms stuk lopen, en als het eenmaal stuk gelopen is, dan komt men soms later er achter, wat men weggegooid heeft en wat men dan mist.

Zo kwamen Adam en Eva er ook achter wat ze misten en dat ze nu geconfronteerd werden met de aarde die vervloekt was, met de zonde, met de dood, die a.h.w. over de schepping lag en dat de schepping zucht.

Zodra wij begrijpen, wat de hoop en het verlangen van Adam en Eva was op datgene wat God hun beloofd had betreffende het zaad der vrouw, dan kun je heel goed begrijpen, dat toen Eva zwanger werd en een kind baarde, dat die hoop en dat verlangen van Adam en Eva, direkt vertaald werd, in de naam die zij aan dat kind wat geboren werd, gaven, namelijk Kaïn.

Die naam heeft een betekenis en in heel die betekenis wordt iets in uitgedrukt. Die naam betekent “verwerving”. Ze dachten echt dat ze die belofte van Gen 3:15 verworven hadden.

  • En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en u zult het de hiel vermorzelen.”

Ze dachten echt dat ze het verworven hadden, dat zaad der vrouw, dat kind wat nu geboren was, hun zou verlossen en de kop van de slang zou vermorzelen.

Die naam Kaïn is bijzonder, “verwerven, verkrijgen”, want het wordt ook uitgebracht als Eva verklaart in Gen.4:1b: “Ik heb een man verkregen met des Heeren hulp.” Eva dacht aan het zaad der vrouw wat de kop van de slang zou vermorzelen.

Het is wel heel bijzonder, als je dat woord Kaïn in de Bijbel gaat opzoeken en dan meer in de werkwoords vorm, dan kom je tot wonderbaarlijke dingen.

Bijvorbeeld in Gen 25. Daar koopt Abraham voor de eerste keer in zijn leven iets met een bedoeling vers 10:

  • Het veld, dat Abraham van de Hethieten had gekocht; daar werd Abraham begraven, evenals zijn vrouw Sara.” 

Abraham kocht nooit grond, in tegenstelling tot al zijn landgenoten daar in Kanaän . Die mensen waren echt bezig met bezit, met bouwen van steden. Abraham woonde in een tent, hij was een vreemdeling op aarde. Zo onderscheidde hij zich van anderen. Hij kijkt in feite verder naar zijn verlossing want hij zal later zien die stad, waarvan God de bouwmeester is, namelijk de hemelse stad, daar rustte zijn geloof op. Daar staat dat kopen ook mee in verband.

Vervolgens wordt de werkwoordvorm ook gebruikt wordt in in Ex.15:17:

  • Gij brengt hen en plant hen op de berg die uw erfdeel is; de plaats die Gij,Here, tot uw woning gemaakt hebt; het heiligdom,Here, door uw hand gesticht.

Hier richt Mozes zijn geloofsoog op die stad, die woonplaats. Het woord erfdeel of eigendom daarin wordt het woord “Kaïn” genoemd. Door Uw hand gesticht, daar keek ook Abraham naar uit. In Hebreeën 11 kun je over deze Mozes lezen, hoe zijn geloof hem in feite er toe bracht, om de rijkdommen van Egypte achter te laten en de smaadheden van Christus te verdragen. Hoe hij die smaadheid grotere rijkdom achtte dan de schatten van Egypte, wat een beeld is van de wereld. Steeds heeft de naam Kaïn in Gods woord die achterliggende betekenis.

De edelen en al de leiders van het volk in de tijd van Nehemia, hadden zichzelf verrijkt ten koste van het gewone volk. Nehemia stelt dan voor dat alle leiders en edelen van het volk, wat zij door woeker verkregen hadden, moesten teruggeven.

Neh 5:8:

  • Zeide tot hen: Wij hebben onze broeders, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, losgekocht, voor zover wij konden; maar gij gaat uw broeders verkopen en zij verkopen zich aan ons! En zij zwegen en vonden geen antwoord.”

Het woord hier loskopen wijst op de verlossing, de vrijheid die daarbij gepaard ging. Dat zit ook in het woord Kaïn.

Het hele beeld wat Adam en Eva erbij hadden, dat het zaad der vrouw degene was die hen zou loskopen van de zonde en de vloek, die op de aarde rustte, van de vergankelijkheid en de ijdelheid. Dat zagen ze allemaal in dat kind, in het geven van die naam, met behulp van de Heere heb ik het verkregen zegt Eva.

In deze geschiedenis geeft het ook steeds weer, waar het in ons geloofsleven om gaat, wat gaan we doen, gaan wij iets vestigen in deze wereld ? Maken we ons daar druk om, net als deze edelen, deze leiders van het volk, die zich verrijkten ten koste van.

Of staan wij losser van ons bezit, van het geld wat wij bezitten? Bezit is op zich niet verkeerd, Abraham kreeg het ook en zijn kudden waren enorm groot.

Zijn neef Lot zag wel wat voor ogen was, die velden die zo groen waren, daar koos hij voor en wat overbleef was voor Abraham. Maar toch werden die kudden van Abraham bovenmate gezegend.

Zo is het ook vaak in ons leven, dat we gezegend worden en dat het ons ook aan niets ontbreekt. Hoe ga je daarmee om, stel je je hart erop. Ben je met de dingen van de wereld bezig of ben je veel meer bezig met de verlossing die God je geschonken heeft? Wees zoals Abraham, dat je vertoeft in tenten, dat je een vreemdeling bent en dat je je geloofsoog steeds richt op de dingen die boven zijn! Dat deed Abraham, dat deed Mozes.

Toen de edelen uit Neh 5 dat allemaal gingen inzien, dat ze als verlosten in een land gingen wonen, en door de Heere in dat land gezet in Kanaän, wat een beeld is van het hemelse Kanaän, een land van vrijheid, van loskoping, zo mochten ze niet met elkaar omgaan. Ze antwoorden dan ook niets en wie zwijgt stemt toe.

Aan het eind van het hoofdstuk, kun je ook lezen, dat ze al die huizen en al dat bezit, dat ze door woeker verkregen hadden, weer teruggaven aan hun volksgenoten en iedereen weer naast elkaar in goede harmonie en liefde leefde.

Nehemia liet hun zelfs zweren, hij trok hun de jas uit en daar schudde stof uit als een beeld namelijk, zoals ik deze jas uitschud van stof, zo zal de Heere een ieder a.h.w. Uitschudden. als hij die wijngaarden en al dat bezit, die hij verworven heeft niet teruggeeft. Zo liet hij ze zweren.

Neh 5:12-13:.

  • En zij zeiden: Wij zullen ze teruggeven en van hen niets vorderen, wij zullen zó doen als gij zegt. Toen liet ik hen zweren, nadat ik de priesters geroepen had, dat zij dienovereenkomstig zouden doen. 13 Ook schudde ik de boezem van mijn kleed uit en zeide: Zó zal God iedere man die dit woord niet gestand doet, uitschudden uit zijn huis en uit zijn bezit en zó zal hij uitgeschud en leeg zijn. En de gehele gemeente zeide: Amen, en zij loofden de Here. Het gehele volk deed volgens deze afspraak.

 

Je ziet dat ze het allemaal goed oppakten.

Je komt de werkwoordsvorm van het woord Kaïn ook nog een keer tegen in Jes.11:11:

En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee.”

Hier is het vertaald met “loskopen” (HSV: “verwerven”) het heeft met lossing te maken, met verlossing. Ondanks dat die naam Kaïn verwerving, verkrijging betekent en Eva hier die naam toelicht, wordt er helemaal niet op ingegaan, hoe deze verwerving geschiedt of zal geschieden, maar de ouders van Kaïn beschouwen hem als een verwerving, de inlossing van de belofte van Gen.3:15. Hoe ver zaten zij wel niet naast de waarheid ?

De toekomstige gebeurtenissen die hier beschreven staan in Gen 4 die hebben hun wel uit de droom geholpen en laten zien dat Kaïn helemaal niet het zaad der vrouw was. Zij moeten ontdekken, met tranen in de ogen, dat Kaïn niet was het zaad der vrouw, maar meer het zaad van de slang.

In het N.T. zegt Johannes: dat Kaïn niet uit God is, maar dat Kaïn was uit de boze, uit het zaad van de slang.

Het is ook altijd goed op te merken in Gods Woord, dat daar steeds in naar voren komt, datgene wat wij niet zouden verwachten. Wij verwachten altijd eerst het goede. In de Bijbel komt altijd eerst wel wat op het goede lijkt, maar het goede komt altijd op de tweede plaats. De goede wijn komt altijd achteraan, dat is heel bijzonder.

Kaïn komt voor Abel, Ismaël komt voor Izak, Ezau komt voor Jacob.

Paulus laat ons dat ook zien, wat het beeld is van de mens. In Kor.15:45-49 lezen we:

  • Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest.46 Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. 47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. 48 Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. 49 En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen.”

 Dat is met Adam zelf ook zo het geval, want de eerste Adam, tot wie wij behoren, die kwam eerst, maar dat was het natuurlijke en niet het geestelijke. Het geestelijke, de tweede Adam, de laatste Adam, die is een levendmakende geest.

Zo komt ook in ons eigen leven het stoffelijke eerst en daarna pas het geestelijke, het hemelse, met de laatste Adam, de Heere Jezus Christus. Een levend makende geest. Daar bestaat ook het geloofsleven uit van Abraham, van Mozes, ook van Jesaja, die mocht profeteren en uitzien naar de toekomst en niet zo bezig zijn met deze wereld.

Kaïn is een grote voorafschaduwing in het bijbelboek Genesis, niet zozeer van het zaad van de vrouw, maar meer het zaad van de slang, infeite de antichrist. Dat lezen we in 1 Joh.3:9-17 en 4:1-6:

  • Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (Gods) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. 10 Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft. 11 Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt: dat wij elkander zouden liefhebben; 12 niet gelijk Kaïn: hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig. 13 Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat. 14 Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood. 15 Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft. 16 Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten. 17 Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?

En 1 Joh 4:1-6:

  • Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. 2 Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; 3 en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. 4 Gíj zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is. 5 Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. 6 Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling.”

Dit zijn Bijbelgedeelten die je bij Gen 4 moet lezen. Het is niet voor niets, dat Johannes in zijn brief het over dit onderwerp heeft, dat hij als voorbeeld Kaïn hier bij haalt. Kaïn was uit de boze, zijn werken waren boos en die van zijn broeder rechtvaardig, daarom vermoordde hij Abel. Hij had zijn broer niet lief, hij was een mensenmoorder. Een ieder die zijn broeder haat is een mensenmoorder. Geen mensenmoorder zoals Kaïn heeft eeuwig leven blijvend in zich.

Let goed op hoe God in Gen. 4 met Kaïn omgaat. Hij is zelfs voor de moord met Kaïn in gesprek. Dat verliezen wij vaak in de prediking uit het oog. Het is duidelijk dat Kaïn uiteindelijk een bepaalde weg in zijn leven is ingeslagen.

Ook Judas waarschuwt ons in zijn brief, dat we niet de weg van Kaïn moeten opgaan. Daarom moet je bij de figuur van Kaïn wat langer stilstaan, omdat het N.T. er ook lang bij stilstaat. Er wordt in de Bijbel een enorm verschil gemaakt tussen twee zaden, tussen het zaad van de vrouw en wat zich openbaart als zaad van de slang.

Het zaad van de vrouw wordt hier in de brief ven Johannes als de kinderen Gods genoemd. Het zaad van de slang wordt hier gezien als de kinderen des duivels.

In 1 Joh 3:8-10 lezen we:

  • Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is; 8 wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. 9 Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (Gods) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. 10 Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft.”

Hier worden de twee kenmerken genoemd. Abel had zijn broeder wel lief en Abels werken waren rechtvaardig, dat is het grote onderscheid.

Ten tijde van de omwandeling van de Heere Jezus op aarde, daarvan weten wij, dat Hij op een gegeven ogenblik mensen ook slangen noemt, dat Hij tegen de Schriftgeleerden zegt “slangengebroed”.

Als je die lijn gaat volgen in de Bijbel, dan zie je dat daar in Gods Woord mensen in voorkomen, die je kunt voegen bij het zaad van de vrouw. Zoals Abraham, zoals een Mozes, zoals een Jesaja, zoals Nehemia, die steeds dat geluid van God laten horen. Aan de andere kant, zie je dat dat Woord openbaart die andere lijn, naar het zaad van de slang. Dan te beginnen bij Kaïn, dat gaat dan zo door in het O.T. Je komt dan ook terecht in het N.T. in de dagen van Johannes.

Je kan ze zo herkennen, die kinderen Gods en die kinderen des duivels. Op twee kenmerken kun je ze herkennen, als ze rechtvaardigheid doen of niet doen. Of ze de broeders liefhebben of haten.

Dat begint bij een inblazing. De Heere Jezus zegt tegen de schare in Joh 8:44:

  • Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.”

Dat uitte zich in Kaïn, die uit de boze was. De Heer ontmaskert de schare a.h.w. daarmee, met wat ze doen. Ze wilden hier ook de hand aan de Heere slaan, ze verwerpen Hem als de Zoon van God.

Paulus heeft in Hand.13 een ontmoeting met Elymas en zegt in vers 9-10:

Hand 13:9-10:

  • Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld met de heilige Geest, zag hem scherp aan, en zeide: 10 Zoon des duivels, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?”

In de Bijbel wordt af en toe het zaad van de slang aangestipt en het zaad der slang doet maar één ding: Niet in de waarheid staan, maar steeds de leugen voortbrengen, vol van allerlei list en streken, een vijand van de gerechtigheid.

Het is het verdraaien van de rechte weg des Heeren. Het is het verdraaien van de gezonde woorden die God zegt.

Zo treed ook de Heere Jezus de Farizeen tegemoet en noemt ze ook zaad van de slang. Matt 23:29-34:

  • Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij bouwt de grafsteden der profeten en verfraait de gedenktekenen der rechtvaardigen, 30 en gij zegt: Indien wij geleefd hadden in de dagen onzer vaderen, zouden wij met hen geen gemene zaak gemaakt hebben ten opzichte van het bloed der profeten. 31 Gij getuigt dus van uzelf, dat gij zonen zijt van de moordenaars der profeten. 32 Maakt ook gij de maat uwer vaderen vol! 33 Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel der hel? 34 Daarom, zie, Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden. Van hen zult gij sommigen doden en kruisigen en van hen zult gij anderen geselen in uw synagogen en vervolgen van stad tot stad.” 

De duivel is de mensenmoorder van de beginne. In Joh 3 zagen we ook dat Kaïn een mensenmoorder is, daaarin kun je dan ook zien hoe degene die Christus toebehoorden, van stad tot stad werden vervolgd. De satan als god van deze eeuw, als de vorst van deze wereld, tracht samen met degene die hem verkiezen en toebehoren, de kinderen Gods tegen te staan en hen te overwinnen.

Daar zijn ze soms niet eens van bewust hoe ver ze daarin gaan. Er is vijandschap tussen allen die God toebehoren en die de satan toebehoren. Die vijandschap heeft God Zelf verordineerd. God zette vijandschap tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw.

De duivel wil altijd vrede, hij doet er alles aan om ons daarvan te overtuigen. De wereld probeert die vijandschap ook te overbruggen. Het Woord van God zegt echter; wie een vriend van de wereld wil zijn, wordt een vijand van God (Jak.4:4). Een wereld die Kaïn later uitbouwde in zijn hele nageslacht. Die bracht prachtige muziek voort, een nazaat van hem wordt Jubal genoemd. Daar komt het woord jubelen vandaan. Alles wat de wereld voortbrengt in kunst, in muziek, waar de wereld zo prat op gaat, dat kan heel verleidelijk voor de mens zijn, om één te zijn met de wereld van hier en nu.

Om hier je verblijf te bouwen, in plaats van wat Abraham en Mozes, Nehemia en Jesaja het volk voorhielden, namelijk dat je je niet moet bezighouden met het hier en nu, maar je geloofsoog ergens anders op moet richten. Ook als een gelovige die wereld lief krijgt, en opeens die stap richting de wereld maakt, dan overschrijdt hij een grens. Denk maar aan Demas, die overschreed een grens, hij kreeg de wereld lief, hij kreeg de aioon lief.

Het gevolg was dat hij niet alleen Paulus verliet, maar verliet daarmee ook de Heere.

Net zoals Kaïn de Heere verliet, hij wende zich tot een ander kamp, waar hij oorspronkelijk niet thuis hoorde.

We moeten nooit vergeten als christenen, als kinderen Gods, dat wij wel in deze wereld zijn, maar dat wij niet van deze wereld zijn. Wij zijn losgekocht en daar tussenuit geroepen. God maakt een scheiding tussen die losgekochten en hen die in deze wereld zijn.

Wij hoeven ons niet als vreemden te gedragen, maar wij zijn mensen die geheel anders zijn, of we nu willen of niet. Wij zijn mensen met een hoop, een levende hoop. Wij hebben hier geen blijvende stad. Wij richten ons , als het goed is, op het volkomende. Wij oefenen ons geloofsoog, om ons te richten op wat boven is.

Die verandering van denken, als dat goed doorzet in ons leven – en God verlangt dat van ons – geeft God ons ook de middelen daarvoor aan, zodat wij anders in het leven komen te staan. De wereld maakt zich om heel veel dingen erg druk, terwijl dat bij ons in een heel ander licht staat, zodat wij ons daar helemaal niet zo druk om maken.

Bij veel gelovigen kom je vaak tegen, dat ze zo’n blijmoedig geloofsleven missen en niet bewust zijn , dat ons denken mag veranderen onder Gods genade.

Ze bevinden zich in twee werelden en hebben zich niet voldoende overgeven aan Jezus Christus. Ze ervaren dan hetzelfde als een Israëliet, die verlost is uit Egypte, maar toch nog weer terug verlangt naar de vleespotten van Egypte. Als je zo’n Israëliet bent, dan ben je in de woestijn net als het volk Israel toen. Dat is het grote verschil met die Israëliet, die door het geloof het hemelse Kanaan binnengaat en bezig is met de vruchten daar. In het land overvloeiende van melk en honing.

Dát maakt dat onderscheid in de beleving van ons geloof van alle dag. Ook al denken soms gelovigen terug te gaan naar de wereld, zoals een Demas, die de wereld lief kreeg en terugging naar die wereld, naar dat wereldse denken, maar daar geen rust in vindt, daar niet thuis hoort. Je kan niet van twee walletjes eten, je behoort de wereld niet meer toe, je bent losgekocht.

In de praktijk van het leven ervaren we en zien we of we de Heere echt toebehoren of niet. Johannes schrijft daar verschillende malen over o.a. in 1 Joh 3:10-13:

  • Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft. 11 Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt: dat wij elkander zouden liefhebben; 12 niet gelijk Kaïn: hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig. 13 Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat.”

Hieraan onderken je het onderscheid. Iemand die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God. Wanneer je je broeders liefhebt, als je God dient, als je werken voortbrengt zoals Abel, verwonder je dan niet, als de wereld u haat.Wanneer de wereld u haat, is er vijandschap. God zegt; Ik zal vijandschap zetten.

1 Joh.4:5-6

  • Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. 6 Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling.”

 

Zij zijn uit de wereld, wij zijn uit God, zegt Johannes.

In de praktijk van ons leven komt het hierop neer: Heb ik de broeders en zusters lief of heb ik de wereld lief, waar ben ik in mijn gedachten mee bezig? Ben ik één met God of ben ik één met de wereld? Ben ik bezig met dingen van deze aarde of zie ik dat alleen maar als iets tijdelijks en ben ik veel meer bezig met het leven Gods?

Met wie spreek ik, spreek ik met de Heere Jezus in het verborgene of ben ik alleen maar bezig met de mensen om mij heen. Wat openbaart zich in de praktijk van ons leven? Dat was het wat zich openbaarde in het leven tussen Kaïn en Abel.

Abel stond aan de kant van God, terwijl Kain daarentegen niet, dat liet zien wie hij van nature was, dat zette zich door, hij was uit de boze, zijn werken waren boos.

Daarom, toen ze beide kwamen met een offer voor de Heere, keek de Heere niet in de eerste plaats op dat offer, maar op de gesteldheid van hun hart en dat offer van Kaïn moest hij daarom weigeren. God wees hem er duidelijk op, dat Hij dat offer van Kaïn niet kon aanvaarden.

Inplaats dat Kaïn zelfonderzoek had gedaan en naar God geluisterd had, maakte hij amok. Zijn broeder nam hij mee naar het veld en vermoorde Abel.

Waarom vermoordde nu Kaïn Abel, nou gelukkig geeft Johannes ons antwoord. Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig. Er was haat!

Zo is het geschrevene van Adam tot Noach, een lering ook voor vandaag. Wat wij hier in Gen 4 en 5 te horen krijgen over de wereld van Kaïn en Abel en van Adam en Eva, dat heeft nogal een impact voor ons. Want de Heere Jezus die vergelijkt ook die wereld, zo die er zal uitzien vlak voor Zijn komst. Het is Christus die de paralel trekt en Die dat ook in Zijn profetische rede met een waarschuwing doet, richting Zijn volk en het is ook een waarschuwing in onze richting.

Daarom willen we verder stilstaan bij de wereld van toen. Hoe zag die wereld eruit ? Als we daar kennis van willen nemen, dan moeten we gaan lezen in Gen 4, waar God, nadat Hij tegen Kaïn heeft gezegd, dat het bloed van Abel van de aardbodem tot Hem roept. Zo lezen we in Gen.4:11-15:

  • En nu, vervloekt zijt gij, ver van de bodem, die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen. 12 Wanneer gij de aardbodem bewerken zult, zal hij u zijn volle opbrengst niet meer geven; een zwerver en een vluchteling zult gij op de aarde zijn. 13 Toen zeide Kaïn tot de Here: Mijn misdaad is te groot om de straf te dragen. 14 Zie, Gij verdrijft mij heden uit het land en ik zal voor uw aangezicht verborgen zijn, een zwerver en een vluchteling op de aarde; ieder, die mij aantreft, zal mij doden. 15 Toen zeide de Here tot hem: Geenszins; ieder, die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten. En deHere stelde een teken aan Kaïn, dat niemand, die hem zou aantreffen, hem zou verslaan.” 

Dat teken van vers 15 wordt van vermoedt dat, dat het hakenkruis is. Ook in de ongeweide geschiedenis naast de Bijbel, wat de Joden daar leren, wordt vaak dat hakenkruis als het Kaïns-teken genoemd.

Maar God is hier dus toch genadig ten opzichte van Kaïn. Hij geeft hem een teken, dat niemand die hem zou aantreffen, hem zou verslaan. De Bijbel geeft ons daar verder geen informatie over, wat dat teken precies inhoudt. Gen 4:16-26:

  • Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des Heren, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden. 17 En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch; daarna werd hij de stichter van een stad en hij noemde deze stad naar zijn zoon Henoch. 18 En aan Henoch werd Irad geboren en Irad verwekte Mechujaël, en Mechujaël verwekte Metusaël, en Metusaël verwekte Lamech. 19 En Lamech nam zich twee vrouwen; de ene heette Ada, en de andere Silla. 20 En Ada baarde Jabal; hij is de vader geworden van hen, die in tenten en bij de kudde wonen. 21 En de naam van zijn broeder was Jubal; hij is de vader geworden van allen, die citer en fluit bespelen. 22 En Silla baarde eveneens, namelijk Tubal-Kaïn, (de vader van) de smeden, allen, die koper en ijzer bewerken. En de zuster van Tubal-Kaïn was Naäma. 23 En Lamech zeide tot zijn vrouwen: Ada en Silla, hoort naar mijn stem; vrouwen van Lamech, neigt uw oor tot mijn rede. Ik sloeg een man dood om mijn wonde, een knaap om mijn striem; 24 want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zevenenzeventig maal! 25 En Adam had weer gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon en gaf hem de naam Set, want (zeide zij) God heeft mij een andere zoon gegeven in plaats van Abel; hem immers heeft Kaïn gedood. 26 En ook aan Set werd een zoon geboren, en hij noemde hem Enos. Toen begon men de naam des Heren aan te roepen.

Wie dus Kaïn zou doden, zou zevenvoudig boeten. Als je nu verder kijkt wat de boodschap van de Bijbel hier geeft, dan zie je door de hele geschiedenis, dat er vanaf wat God zei in Gen 3 over het zaad van de vrouw en het zaad van de slang, dan zie je twee geslachtslijnen ontstaan, die lopen door de heel de Bijbel heen.

Het zaad van de vrouw wat uiteindelijk uitmondt in de geboorte van de Christus en het zaad van de slang uitmondt in het verschijnen van de wetteloze, ook genoemt de antichristus. Wat maakt het nou dat de mensen tot het geslacht van de vrouw behoren, tot het geslacht van Christus behoren of behoren tot het zaad van de slang ?

Van Abel lezen we dat hij een rechtvaardig man was (Matt.23:35), en Kaín was uit de boze. Natuurlijk is het zo, dat je je kan afvragen, hoe komt dat nou, als je als mens geboren wordt in deze wereld, ben je dan uit God geboren of uit de boze? Dat heeft alles te maken met de keuzes die hij/zij maakt. Natuurlijk kunnen wij het geheim niet doorgronden en ook niet geheel kennen van wat exact wedergeboorte is.

Of zoals het Grieks zegt; van bovenaf van God geboren, wat dat is. We geloven wel dat het een realiteit is. Om dat nou te gaan verklaren, het mysterie dat de mens een nieuwe schepping worden kan, dat een mens wedergeboren kan worden, dat gaat ons verstand en ons kennen te boven.

Die hoge verwachting die Adam en Eva, in het bijzonder Eva had, die werden spoedig helemaal de bodem ingeslagen. Want in plaats van dat Kaïn de beloofde verlosser was, het zaad van de vrouw, die de kop van de slang zou vermorzelen, was Kaïn helemaal niet het zaad van de vrouw, maar bleek hij spoedig het zaad van de slang te zijn.

Toen ze de vermoorde zoon Abel in het veld vonden, was het dubbel hard. Want Adam en Eva verloren er twee zonen, niet alleen Abel maar ze veloren ook Kaïn. Hij moest op bevel van de Heere vertrekken uit het land en hij ging wonen in het land Nod ten oosten van Eden.

Waar God temidden van de cherubs woonde, moest Kaïn uit de onmiddelijke aanwezigheid van God vertrekken. Ook uit de aanwezigheid van Adam en Eva, die mochten daar wel blijven wonen.

Koning Salamo zei: “Alles is ijdelheid”. Een ander woord voor ijdelheid is; vergankelijkheid. Alles wordt teniet gedaan en daaraan is de mens onderworpen.

Het wonderlijke is dat, de naam Abel betekent “ijdelheid”. Dat heeft zijn leven ook aangetoond, zijn leven was ook vergankelijk. Die les hebben Adam en Eva geleerd en die leren ook wij als mens. Alleen hoe gaan wij daarmee om. Gebruiken wij de tijd, die God ons in het leven geeft, om te worden uit God of te worden uit de boze.

Adam en Eva hadden twee kinderen, de een koos voor het ene, de ander koos voor het andere. Zo is het onder de mensheid, de mens heeft een keus in zijn leven. Die keus hebben Abel en Kaïn duideijk gemaakt.

Het is goed om het N.T. bij deze geschiedenis van Kaïn en Abel te betrekken door schrift met schrift te vergelijken. Kaïn wordt drie maal in het N.T. Genoemd, en Abel wordt vier maal genoemd.

  1. In Hebr.11:4 staat: “Abel bracht God een beter offer dan Kaïn.”

  2. Johannes zegt in zijn brief: “niet gelijk Kaïn, hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder.

  3. In Judas kun je lezen: “wee hun zij zijn de weg van Kaïn opgegaan”, dat wordt gezegd over gelovigen.

 

Abel wordt 4 maal genoemd in N.T. daar wordt gesproken in

  1. Matt.23:35 over de rechtvaardige Abel.

  2. Luk.11:51 en

  3. Hebr.12:24 spreken over het bloed van Abel en in

  4. Hebr.11:4: “Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.”

Abel was al een rechtvaardig man voordat hij dat offer bracht.

De twee offers die in Gen 4 worden gebracht, waren geen zondoffers, maar het waren offers van aanbidding tot God. Ze brachten allebei een een geschenk aan God. Het woord hier voor offer is muchta en in de rest van het O.T. wordt het vertaald met; spijsoffer. Daar moet je wel op letten bij de uitleg van Gen 4.

Dat zelfde woord kom je b.v. tegen in Gen.32:13, daar is het vertaald met het woord “geschenk”.

Toen Jacob weer terugkeerde naar Kanaan, met een groot gevolg van twee vrouwen en veel bezit. Hij maakte zich wel wel zorgen, hoe zijn broer Ezau zou reageren. Want die had met Jacob wel eventjes een appeltje te schillen.

Wat deed onze slimme Jacob, die stuurde allemaal geschenken vooruit, totdat hij zelf Ezau zou ontmoeten, om Ezau maar gunstig te stemmen.

Heel wat bijbeluitleggers gaan hiervan maken, dat dit een offer is en geen geschenk, maar noemen dit een zondoffer voor de gedane zonden. Zij gaan hier een hele evangelisatie dienst aan verbinden en gaan hier dan van maken, dat er een groot onderscheid is in deze offers. Daarmee de reden aan geven waarom dat God dat ene offer van Abel, dat bloed-offer dan aanneemt en dat offer van Kaïn, waarin geen bloed was, God dat offer weigerde.

Kaïn neemt van de vruchten der aarde voor dat offer en Abel brengt één van de eerstelingen zijner schapen van hun vet als offer, dus als een geschenk.

Hebr 11:4 gaat helemaal niet in op de details van dit offer, waaruit dit offer bestaat, maar zegt; dat Abel een beter offer bracht dan Kaïn en het geeft aan dat Abel rechtvaardig was.

Als we hier in Gen 4 de rechtvaardiging uit het geloof zonder werken gaan inbrengen, dan slaan we de plank mis. In Gen 4 is de vraag niet hoe de rechtvaardigheid was verkregen, maar was de vraag of die rechtvaardigheid aanwezig was, daar gaat het om. Er wordt verteld dat Abel reeds rechtvaardig was. Hij werd niet rechtvaardig door zijn spijsoffer, maar hij was rechtvaardig, zo was zijn leven.

Heel Leviticus 2 gaat er over wat een spijsoffer moest zijn. God geeft de wetten voor het spijsoffer voor het volk Israel. God zegt in heel dit hoofdstuk, niets over het slachten van een dier, niets over storten van bloed.

Als je Lev 2 leest en je kijkt naar de ingredienten van een spijsoffer, dan voldeed het offer van Kaín veel meer aan die wetten. Want het offer van Kaïn was samengesteld uit de vruchten der aarde. Dat zag je bij Abel helemaal niet, en toch sloeg God acht op Abels offer, en niet op het offer van Kaïn.

Het zit hem dus niet in het offer zelf, maar zit hem in het karakter van de offeraar.

Abels geschenk, Abels spijsoffer werd aangenomen, omdat hij rechtvaardig was. Kaïn zijn offer werd geweigerd, omdat hij de boze was. (Gen.4:5b).

  • Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok. 6 En de Here zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken? 7 Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen.” 

Als Kaïn goed handelde, dan kon hij dat offer zo opheffen tot de Heere, Die zou het zondermeer accepteren. Maar wat was er aan de hand met Kaïn ? Hij handelde niet goed daarom kon God dat offer niet aanvaarden. De belager in Kaïn was zijn begeerte, over wie hij moest heersen.

Inplaats dat nou Kaïn luisterde naar God en berouw had over zijn zonde, maar over wat hij verkeerd deed wordt niets verteld. Hij toonde ook geen berouw, en beleed zijn zonde niet voor God.

Wat hij wel deed, hij vermoordde zijn broeder. Die zonde in hem die begeerte die greep hem, dat zette hem aan tot die moord.

Dat zelfde principe waar het gaat om de offeraar, vinden we ook in Matt.5:23-24

  • Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.”

 

Het gaat erom hoe je tot de Heer komt, als je als jood met een offer naar de tempel gaat om daar te offeren en je komt er ineens achter, dat je daar a.h.w. voor het aangezicht van God komt en komt tot de ontdekking, dat er toch iets in mijn leven is wat niet goed is. Dan zegt de Heer; ga even terug en maak het in orde wat fout zat, dan maak je dat in orde.

Het gaat om de offeraar en niet om het offer, de Heere heeft genoeg, heel de schepping behoort toe aan de Heere. Het gaat erom wie je bent. Het spijsoffer van Kaïn werd geweigerd, omdat God wist, dat hij als offeraar niet rechtvaardig was.

Hoe zit het met ons leven, als we tot de Heere naderen, als we a.h.w. ons leven offeren en God dwars door dat leven heen kijkt, wat ziet Hij dan? Zegt Hij mischien tegen ons; ga nou even terug, maak het in je leven in orde en kom dan bij Mij, dan zie Ik dat je rechtvaardig bent.

God zei dat ook tegen Kaïn, indien je goed handelt, maar als je niet goed handelt, dan ligt de zonde als een belager aan je deur en de begeerte naar je uitgaat, over wie je moet heersen.

Rom 6,7 en 8 laten duidelijk zien, dat wij over zonde mogen heersen, in Christus Jezus onze Heer, in dat nieuwe leven met Hem. Als je in nieuwheid des levens gaat wandelen, dan heersen wij over die zonde, dan zijn wij dood voor de zonde.

1 Joh 3:1-10:

  • Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook). Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. 2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. 3 En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is. 4 Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid. 5 En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou wegnemen, en in Hem is geen zonde. 6 Een ieder, die in Hem blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend. 7 Kinderkens, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is; 8 wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. 9 Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (Gods) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. 10 Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft.”

Hier wijst de apostel ons op het kenmerkende verschil tussen kinderen Gods en de kinderen des duivels. Het gaat niet alleen om het goed handelen, maar Johannes voegt hier nog aan toe, dat het onderscheid maakt tussen deze twee groepen namelijk dat je je broeder lief hebt, terwijl de ander de broeder haat.

Het gaat erom dat iemand zich wel voordoet als een broeder, zoals Kaïn met zijn offer, maar helemaal geen broeder van je is, en ook mischien wel eeuwig leven heeft, maar waarvan je kan zeggen die heeft niet eeuwig blijvend leven in zich. (vs.15).

Het zaad van de slang lijkt sprekend als twee druppels water op het zaad van de vrouw. Aan de buitenkant zie je geen verschil, maar God ziet het hart aan.

Dan staat er in 1 Joh 3:11 en 12

  • Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt: dat wij elkander zouden liefhebben; 12 niet gelijk Kaïn: hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig.

God gaf Kaín nog een uitweg; bekeer je van je boze werken, maar Kaïn zijn werken waren boos, omdat hij uit de boze was. Wij weten één ding niet, dat is het mysterie van het winnen van de ziel, dat God doet. Wij kennen van onze kant de realiteit, dat God ons gewonnen heeft, dat wij uit God zijn. Wij kunnen dat aan een ander nooit verklaren, wat er in ons leven precies gebeurd is, het is van bovenaf en we kennen het resultaat.

We zien dat aan een Abel, hij was rechtvaardig, dat kun je zien aan zijn rechtvaardige daden. Net zo goed er een mysterie is in ons leven, dat je gewonnen wordt voor de Heere Jezus Christus, dat je geboren wordt van boven af, je een nieuwe schepping wordt, je deel krijgt aan het nieuwe leven verbonden met Hem.

In dat nieuwe leven vermoorden wij niet onze broeder, maar zoals in 1 Joh 3:16 behoren wij ons leven voor onze broeder in te zetten, het leven te geven. Zo ver ging de liefde van Christus, dat Hij voor ons hing aan een kruis, dat is broederliefde. Het tegenovergestelde is, dat Kaïn zijn broeder dood sloeg, hij haatte zijn broeder.

Er is vijandschap tussen allen die God toebehoren en de satan toebehoren en die vijandschap heeft God verordineert. Hij zette vijandschap tussen het zaad van de vrouw en en dat van de satan.

De duivel wil ook altijd vrede, hij doet er alles aan om de mens daarvan te overtuigen. Zo gaat men in de wereld ook met elkaar om, om die vijandschap te overbruggen. Er is sprake van een tegenstelling. In Jac.4:4 lezen we;

  • Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God.” 

Dat is een wereld die Kaïn uitbouwde in heel zijn nageslacht. Dat nageslacht bracht prachtige muziek voort. Een nazaat van Hem, wordt genoemd; Jubal, daar komt het woord jubelen vandaan. Alles wat de wereld voortbrengt in kunst, in muziek, waar de wereld zo prat op gaat, dat kan heel verleidelijk voor de mens zijn, om alleen maar bezig te zijn met de wereld van hier en nu. Om hier je woning te bouwen i.p.v. wat Abraham en een Mozes en Nehemia en Jesaja het volk Israel voorhield dat je je geloofsoog ergens anders op moest richten.

Een ieder die de wereld lief krijgt, ook is het een gelovige, die opeens die stap richting wereld maakt, dan overschrijdt hij een grens. Denk maar aan Demas, hij kreeg de wereld lief. Het gevolg was wel dat hij niet alleen Paulus verliet, maar hij verliet daarmee ook de Heere. Net zoals Kaïn, die de Heere verliet en zo wende hij zich tot het andere kamp, waar hij oorspronkelijk niet thuis hoorde.

Wij moeten nooit vergeten als christenen, als kinderen Gods, dat wij niet van deze wereld zijn. Wij zijn losgekocht, wij zijn daar tussenuit geroepen. Infeite maakt God een eeuwige scheiding, tussen de losgekochten en hen die van deze wereld zijn. Wij behoeven ons niet als vreemden te gedragen, maar wij zijn mensen die geheel anders zijn, of we nu willen of niet.

Wij zijn mensen met een hoop, een levende hoop. Wij hebben hier geen blijvende stad. Wij oefenen ons geloofsoog om ons te richten op wat boven is. Als die verandering van denken goed doorzet in ons leven en God verlangt dat ook van ons, dan geeft God ons ook de middelen daarvoor, zodat wij anders in het leven staan.

Die van de wereld zijn maken zich om heel veel zaken druk, terwijl dat bij ons als gelovigen in een heel ander licht staat, zodat wij ons daar helemaal niet zo druk om maken.

Hoe zit het in de praktijk van ons leven, heb ik de broeders en zusters lief of heb ik de wereld lief? Waar ben ik in mijn denken met bezig? Spreek ik in het verborgen met de Heere Jezus of ben ik alleen maar bezig met de mensen om me heen die die andere weg gaan ? Dat was het grote verschil tussen Kaïn en Abel. Kaïn behoorde de wereld toe, met zijn hart was hij niet betrokken bij God. Abel behoorde de wereld niet toe, hij was niet gericht op het aardse, hij vertoefde op aarde als een vreemdeling.

Daarom toen ze beide kwamen met een offer voor de Heere, keek de Heere niet in de eerste plaats op dat offer, maar de Heere keek naar de gesteldheid van hun hart. Als gevolg dat de Heere dat offer van Kaïn weigerde. God wees hem er duidelijk op waarom God dat offer niet kon aannemen. In plaats dat Kaïn zelf onderzoek had gedaan en naar God geluisterd had, maakte hij amok.

Zijn broeder nam hij mee in het veld en die vermoordde. Kaïn vermoordde Abel, Johannes zegt: omdat zijn werken boos waren en die van Abel rechtvaardig.

AMEN.

Naar een bijbelstudie van broeder Denijs van Zuylekom.

Samengesteld door broeder Wieb Rodenhuis.

September 2016

 

Deel 2:

De wereld van Seth

 

Gen. 5 is verbonden aan Gen. 4 en een gedeelte van Gen. 6, die bepalen ons bij de voortijd. Die hoofdstukken bepalen ons bij de mens in de eerste 2000 jaar, wat ligt tussen de tijd van Adam en de zondvloed ten dage van Noach.

 

Gen. 5:1-31:

 

  • Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; 2 man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen „mens” ten dage, dat zij geschapen werden. 3 Toen Adam honderd dertig jaar geleefd had, verwekte hij (een zoon) naar zijn gelijkenis, als zijn beeld, en noemde hem Set. 4 En de dagen van Adam, nadat hij Set verwekt had, waren achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 5 Zo waren al de dagen van Adam, die hij geleefd heeft, negenhonderd dertig jaar; en hij stierf. 6 Toen Set honderd vijf jaar geleefd had, verwekte hij Enos. 7 En Set leefde, nadat hij Enos verwekt had, achthonderd zeven jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 8 Zo waren al de dagen van Set negenhonderd twaalf jaar; en hij stierf. 9 Toen Enos negentig jaar geleefd had, verwekte hij Kenan. 10 En Enos leefde, nadat hij Kenan verwekt had, achthonderd vijftien jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 11 Zo waren al de dagen van Enos negenhonderd vijf jaar; en hij stierf. 12 Toen Kenan zeventig jaar geleefd had, verwekte hij Mahalalel. 13 En Kenan leefde, nadat hij Mahalalel verwekt had, achthonderd veertig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 14 Zo waren al de dagen van Kenan negenhonderd tien jaar; en hij stierf. 15 Toen Mahalalel vijfenzestig jaar geleefd had, verwekte hij Jered. 16 En Mahalalel leefde, nadat hij Jered verwekt had, achthonderd dertig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 17 Zo waren al de dagen van Mahalalel achthonderd vijfennegentig jaar; en hij stierf. 18 Toen Jered honderd tweeënzestig jaar geleefd had, verwekte hij Henoch. 19 En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 20 Zo waren al de dagen van Jered negenhonderd tweeënzestig jaar; en hij stierf. 21 Toen Henoch vijfenzestig jaar geleefd had, verwekte hij Metuselach. 22 En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 23 Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijfenzestig jaar. 24 En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen. 25 Toen Metuselach honderd zevenentachtig jaar geleefd had, verwekte hij Lamech. 26 En Metuselach leefde, nadat hij Lamech verwekt had, zevenhonderd tweeëntachtig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 27 Zo waren al de dagen van Metuselach negenhonderd negenenzestig jaar; en hij stierf. 28 Toen Lamech honderd tweeëntachtig jaar geleefd had, verwekte hij een zoon, 29 en gaf hem de naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem, die de Here vervloekt heeft. 30 En Lamech leefde, nadat hij Noachverwekt had, vijfhonderd vijfennegentig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 31 Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zevenenzeventig jaar; en hij stierf. 32 Toen Noach vijfhonderd jaar oud geworden was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafet.”

 

We staan stil bij de wereld van Seth. Die wereld van Kaïn en Seth bestonden naast elkaar. We weten een ding, als we dit geslachtregister van Adam hier lezen, dat we Kaïn hierin niet tegenkomen. Hij bevindt zich niet meer in de lijn van Gods zaad. Hij is ook niet van Gods zaad.

 

Het N.T. zegt d.m.v. de eerste Johannes brief, dat Kaïn uit de boze was en dat was zijn eigen keus, dat was de keus van heel het geslacht van Kaïn. Dat geslacht kun je vinden in Gen. 4:17-26. In Kron.1:4 wordt het geslacht van Adam ook genoemd, maar Kaïn komt ook hier niet in voor. Ook in de geslachtsregisters in Matt. 1 en Luk. 3 komt Kaïn niet voor.

 

Gen. 5 eindigt met de persoon van Noach. Je bent al gauw geneigd om zo’n geslachtsregister over te slaan. Wat heeft het nu voor zin om daarbij stil te staan, daar zit toch geen enkele boodschap in? Toch is het belangrijk, dat zullen we in het vervolg wel zien.

 

Gen. 5 vertelt ons veel over de wereld van Seth, een wereld waarin ook Kaïn en zijn geslacht leefde. Het is daarom belangrijk, dat je in het laatste vers kunt lezen:

 

  • Toen Noach 500 jaar geworden was, verwekte hij Sem, Cham en Jafeth.”

 

Noach leefde ruim voor de zondvloed, minimaal 500 jaar.

 

In Gen. 6:11 krijgen we nauwkeurig inzage in hoe lang Noach voor de zondvloed geleefd heeft, namelijk 600 jaar. In Matt. 24:37-39 lees je het volgende:       

 

  • Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. 38 Want zoals zij in [die] dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, 39 en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.”

 

 

 

De Heere Jezus vergelijkt dus de tijd van Noach voor de zondvloed, met de tijd waarin Hij Zelf wederkomt. Dat is niet een tijd van een paar jaar geweest, nee dat is een hele periode geweest. De Heer noemt de tijd van Noach en die tijd waarin hij leefde voor de zondvloed was totaal 600 jaar. Deze periode zal zich voltrekken voordat de Heere Jezus wederkomt.

 

Er is een duidelijke paralel te trekken, tussen de tijd van Kaïn en Seth en de wereld die er zal zijn, voordat Christus wederkomt. De vader van Noach was; Lamech, hij stierf voordat de zondvloed kwam. Zijn leeftijd valt op, want in vers 31 staat:  

 

  • Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zevenenzeventig jaar; en hij stierf.”                                                               

 

Dus Lamech was 777 jaar en hij stierf. Dat is wel bijzonder. Wij vinden het ook altijd bijzonder, als we in de bijbel iets tegenkomen met het getal 666. Dat valt ook gelijk op, maar 777 moet dan ook opvallen, net zoals 888 ook opvalt. Als je naam van Christus, de Messias in het Hebreeuws en in het Grieks onderzoekt, en je kijkt naar de getalswaarde van de naam Messias, dan is dat; 888. Acht is het getal van het nieuwe begin. Met de komst van de Messias is er ook een nieuw begin. Maar 777 zegt ook wat, helemaal als Lamech 777 jaar leefde en dat hij stierf. Want 777 dat zijn  3 zevens achter elkaar en het getal 7 is het getal van de volheid. Als er dan 3 zevens op een rij staan, dan wordt bijzonder benadrukt dat de tijd vol is.

 

Wanneer je kijkt naar Lamech’s grootvader, dat was Henoch, en Henoch betekent; onderwijs of lering. Net zo goed bij Lamech het getal 7 wordt benadrukt, wordt 7 ook benadrukt bij Henoch. Dat lees je in de brief van Judas, de broeder van Jacobus vers 14 en 15b:

 

  • Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden,15 om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.”

 

Het bijzondere is dat hij de zevende vanaf Adam is. In Gen. 5:23 kunnen we zien hoelang Henoch leefde, 365 jaar oud en hij werd opgenomen. Henoch maakt duidelijk de tijd vol, want 365 jaar spreekt ons van een cirkel van tijd. In onze tijd gaan er 365 jaar in een jaar en dan is het jaar weer om. En hij is de zevende, dat spreekt van volheid, van volheid des tijds.

 

In Judas lezen we dat Henoch een profeet was, een dienstknecht van God. We ontdekken in de Bijbel, dat een profeet niet zozeer iemand is, die over de toekomst profeteert, maar dat hij ook Gods boodschap brengt, hij was een prediker.

 

Als je over dit geslachtsregister leest, dan ontdek je dat het allemaal predikers waren. Het was een heel geslacht van dienstknechten van God, die allemaal een opdracht hadden, om van God te getuigen, om mensen te waarschuwen.

 

We hebben gezien dat Judas zo spreekt, dat Henoch een boodschap verkondigde.

 

Hier in Gen. 5 lees je niet over de boodschap van Henoch, maar in Judas lazen we wel over die boodschap:

 

  • Zie de Heere is gekomen met zijn heilige tienduizenden, om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die ze goddeloos bedreven hebben, voor al de harde taal die de zondaren tegen Hem gesproken hebben.”

 

Dit was in de situatie in de dagen van Henoch, Noach en Lamech. Het is niet zo verwonderlijk, dat Judas Henoch aanhaalt, dat die mensen God kennen, maar die van God afgeweken zijn en de weg van Kaïn zijn opgegaan, Judas 11:

 

  • Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileamsloon bezweken en door het  van een Korach ten onder gegaan.”

 

Zij deden dat door, het bouwen van een stad. Eigenlijk, het wegnemen van de gevolgen van de vloek, die op de aardbodem rustte en het wegnemen van de dood die over de schepping gekomen was, om dat geheel te compenseren. Er zorg voor te dragen, dat de mens als het ware als God kon zijn en zo God ook helemaal niet meer nodig zouden hebben. Helemaal zelf kan voorzien in zijn eigen behoefte, dat is de weg van Kaïn.

 

Wee!, want ze zijn de weg van Kaïn opgegaan. Kaïn's geslacht maakte een andere wereld dan Lamech, de vader van Noach. Lamech getuigt in Gen. 5:28-29:

 

  • Toen Lamech honderd tweeëntachtig jaar geleefd had, verwekte hij een zoon, 29 en gaf hem de naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem, die de Here vervloekt heeft.”

 

Het was in het geslacht van Lamech en dat van Seth een zwoegen, een moeitevolle arbeid. Zij wisten dat God de aardebodem vervloekt had, daar werden ze dagelijks mee geconfronteerd. In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen in het bewerken van de aardbodem. Maar dat was in de maatschappij van Kaïn helemaal op de achtergrond verdreven.

 

De mens uit de dagen van Kaïn, die kenden luxe, die kenden eigenlijk de zelfde luxe, die wij tegenwoordig net zo kennen. We moeten met z’n allen vreugde bedrijven, we moeten feesten. In feite is dat de weg van Kaïn. Zo lees je in Judas vers 11 het volgende:

 

  • Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileamsloon bezweken en door het verzet van een Korach ten onder gegaan. Dezen zijn de schandvlekken bij uw liefdemalen, zij, die zonder schroom tezamen feesten om zichzelf te weiden; wolken, die geen water geven, daar zij door winden voorbijgejaagd worden; bomen, die in de late herfst geen vrucht geven; tweemaal gestorven zijn zij en ontworteld.”

 

Dat zijn dus gelovigen die afgeweken zijn, hetzij om geld, hetzij omdat zij net als Korach, zich geestelijk wat gingen verbeelden. Korach heeft ook, als je dat nagaat in de Bijbel, zich tegenover Mozes gesteld. Dat deed Kaïn ook, die stelde zich tegenover Abel, omdat hij niet innerlijk wilde knielen voor God.

 

Ze hebben de verleiding van een Bileamsloon gehad en daarvoor bezweken, of zijn in verzet gegaan net als Korach. Dat zijn mensen in de samenkomsten, want dit zijn schandvlekken in de liefde maaltijden, ze doen zich heel geestelijk voor, maar zonder God en gaan een eigen weg, de weg van Kaïn. Dat wordt hier benadrukt.

 

Henoch profeteerde en waarschuwde hiervoor. Hij mocht dat zijn levenlang prediken, 365 jaar lang. Hij was de zevende vanaf Adam en leefde 365 jaar. Deze getallen spreken ervan dat de tijd vol was, de ongerechtigheid was tot volheid gekomen.

 

Dat dit niet zo eindeloos kon voortduren en dat God er een eind aan zou maken, dat profeteerde hij ook door het geven van de naam aan zijn zoon Methusalach.

 

Dit is ook weer een bijzondere naam, want Methsalach betelent: “bij zijn dood zal het zijn”. Als Henoch als profeet zegt; deze tijd zal vol raken en in de volheid des tijds zal de Heer komen en over allen de vierschaar spannen (HSV: het oordeel vellen).

 

Deze profetie kwam ook excact uit, want Noach was 600 jaar toen de zondvloed kwam. Gen.7:6:

 

  • En Noach was zeshonderd jaar oud, toen de watervloed over de aarde kwam.” 

 

Zes Is het getal van de mens. Toen voor Noach het jaar 600 kwam, was het getal van de mens vol. Op dat moment leefde zijn grootvader Methusalach nog. Methusalach was 187 jaar toen Lamech geboren werd. Lamech was 182 toen Noach geboren werd en Noach was 600 jaar oud toen de zondvloed kwam. 187 + 182 + 600 = 969, dat was de leeftijd van Methusalach toen hijstierf (Gen.5:25).

 

Henoch had geprofeteerd: “Bij zijn dood zal het zijn”. Toen hij stierf kwam de zondvloed. Dat is een bijzondere profetie, die daar ligt in de naam “Methsalach”. Als je naar deze leeftijden kijkt, in dat geslacht van Seth, die hier worden genoemd - en dezen werden niet alleen genoemd - maar je leest continue, dat er van allerlei kanten zonen en dochters geboren werden, maar alleen deze werden bij name genoemd, met de namen van de zonen van Noach.

 

Dan vindt de zondvloed plaats, waarbij een tsunami in het niet valt. Daarin zag je hoe zo’n vloedgolf van een paar meter hoog, duizende slachtoffers maakte.

 

We moeten ons voorstellen, wat de zondvloed is geweest, toen het opeens begon te regenen, wat de mens nog niet eerder hadden meegemaakt, de mens komt er bij om. Dit was voorzegt door Henoch. Hij heeft die wereld van Kaïn en ook de wereld van Seth, heel die twee geslachtlijnen, daar voor gewaarschuwd.

 

De leeftijd van Methusalem (969 jaar) was dus profetisch, zelfs onder gelovigen was het bekend, het duurde 969 jaar, en dan zou dat oordeel komen. Bijzonder is dat deze mens in wiens dood het signaal gegeven was van oordeel. Methusalem leefde langer dan enig ander mens ooit.

 

Hierin zie je nu Gods lankmoedigheid, dat Hij een lankmoedige God is. God wachtte met het oordeel. Langsaam kwam Hij tot toorn, dat is ook wat het woord lankmoedigheid uitdrukt.

 

Laten we Judas 14 en 15 eens lezen;

 

  • Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden,15 om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.”

 

Kijken we nu naar Gen. 6, 7 en 8 daar lees je hier helemaal niets over. Toch weten we dat Henoch én Noach een boodschap hadden in die dagen waarin zij leefden.

 

Deze boodschap had wel degelijk te maken met de zondvloed. Je ontdekt dat Judas in zijn brief deze boodschap van Henoch gebruikt. En dan heeft Judas het eigenlijk niet alleen over het verleden. Hij heeft het over de toekomst en zoals hij verwachtte in de nabije toekomst dat Christus zou wederkomen op aarde. Hij gebruikt die geschiedenis van de zondvloed, als een type omdat dat spreekt van een toekomstig oordeel bij de komst des Heeren.

 

Judas legt die paralel, want hij vergelijkt de goddeloze dagen van Henoch, Methusalem, Lamech en Noach, met de goddeloze dagen uit zijn eigen tijd, die lijken op de dagen van het einde, zoals Christus ook zegt in Mattheus 24, “dat de dagen zoals ze waren in de dagen van Noach, zo zullen ze ook zijn in de dagen voordat Hij komt.”

 

Is de komst des Heeren dan iets nieuws, nee dat is niet een boodschap die je pas later in de Bijbel vindt. Die boodschap over de komst des Heeren is al vanaf Adam.

 

Adam wist dat, ga maar in het geslachtsregister van Gen. 5 na, Adam en Noach’s leeftijd hebben elkaar overlapt, want nota bene het laatste gedeelte van Adam’s leven, heeft Henoch nog meegemaakt. Adam kan best onder het gehoor van Henoch zijn geweest. Want 308 jaar van het leven van henoch loopt paralel met de laatste 308 jaar van Adam.

 

Daarom moet Adam deze prediking van Henoch, die staat opgetekend in Judas, hebben gehoord, over de komst van de Heer: “Zie de Heere is gekomen met zijn heilige 10 duizenden om over hen de vierschaar te spannen.”

 

Adam moet ook de betekenis van de naam Methusalem begrepen hebben. Want ook Adam heeft meegemaakt, dat Methusalem werd geboren en dat Henoch zo profetisch deze naam aan zijn gaf.

 

Het is dus niet zoals vaak wordt gedacht, dat de Heere pas de mensheid gaat oordelen aan het eind van de toekomende 1000 jaar, in het laatste oordeel, maar dat er ook een oordeel is als Christus wederkomt. Daar geloofde zelfs Henoch in, dat profeteerde hij zelfs, daar waarschuwde hij de mensen ook voor.

 

Lamech gaf ook een naam aan zijn zoon, die betekenisvol is want dat lezen we in Gen 5:28: 

 

  • Toen Lamech honderd tweeëntachtig jaar geleefd had, verwekte hij een zoon, 29 en gaf hem de naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem, die de Here vervloekt heeft.” 

 

De naam Noach is afgeleid van Nuach, dat betekent “tot rust komen”. In die wereld was het één en al onrust. Met Noach is er ook rust gekomen. God greep in. Dat woord “tot rust komen” vind je ook in Gen. 8:4 waar je leest over de ark.

 

Daar heeft de NBG vertaald met “vastzitten” van de ark op de berg Ararat. In de St.V. lees je: “De ark “rustte” in de zevende maand op de berg. In Ex.20:11:

 

  • Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die.”

 

Daar heeft de NBG wel vertaalt met “rusten”. Lamech verlangde naar die rust, want hij gaf zijn zoon die naam Noach, hij verklaarde ook die naam bij Noach’s geboorte, vers 29

 

  • Toen Lamech honderd tweeëntachtig jaar geleefd had, verwekte hij een zoon, 29 en gaf hem de naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem, die de Here vervloekt heeft.” 

 

De Heer gaf ook rust op een gereinigde aarde, met die zoon Noach en diens drie zonen Sem, Cham en Jafeth. Er was heel veel onrust in die dagen, dat lees je in Gen.6:11-12:

 

  • De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij. 12 En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.”

 

Er was veel geweld, de Heere moest ingrijpen. Er was er maar één over, vers 9. Alleen Noach en zijn kleine gezin. Die diende de Heer nog. Noach was rechtvaardig en onderscheidde zich van die wereld met al het geweld, goddeloze werken en harde taal, zegt Henoch. Men was van God los, maar Noach niet, hij wandelde met God, hij was een onberispelijk man, onder zijn tijdgenoten. Noach was een uitzondering, hij was ook een prediker, net zoals Henoch als Methusalem, net als Lamech. Zijn tijdgenoten namen zijn prediking niet aan, zij verwierpen Gods boodschap.

 

Zo ziet die wereld van Kaïn en die wereld van Henoch eruit. En je volgt die twee geslachtlijnen vanaf Adam, tot in die dagen van Henoch, Methusalem, Lamech en Noach. Als je toen geleefd had zou je al gauw de weg kwijt raken. Als je in die dagen geleefd had, werd er gesproken over Henoch, die wandelde met God. Maar er is ook nog een andere Henoch, dat was de zoon van Kaïn. Kaïn die kreeg een zoon en hij noemt hem Henoch, wat betekent “onderwijs”. Maar dat was wel een heel ander onderwijs, dan het onderwijs wat we horen van de nakomeling van Seth.

 

Kaïn die bouwt zijn stad en die noemt hij naar zijn zoon Henoch. Dat lezen we in Gen.4:17  

 

  • En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch; daarna werd hij de stichter van een stad en hij noemde deze stad naar zijn zoon Henoch.” 

 

Die stad heette Henoch, als je op aarde zou zijn in die dagen, dan zou je het hebben over het onderwijs van Henoch, ze worden allebei hetzelfde genoemd. Het rare is dat we een een Jered tegenkomen in het geslacht van Seth. Jered was de vader van Henoch. Maar, en dat is bijzonder, als er een “Jered” is in dat geslachtsregister van Seth, dan is er een “Hirad” in het geslachtregister van Kaïn: Gen. 4:18: Let wel, dit gaat over het geslacht van Kaïn:

 

  • En aanHenoch werd Irad geboren en Irad verwekte Mechujaël, en Mechujaël verwekte Metusaël, en Metusaël verwekte Lamech.” 

 

Jered en Irad, in onze taal zijn dat nog verschillende woorden. In het Hebreeuws schelen die namen maar één letter van elkaar. Beide krijgen ook allebei kinderen en als dat hele rijtje van beide leest, dan krijg je bijna net zo’n rijtje namen qua klank en qua schrijfwijze uit het geslacht van Kaïn als uitdrukken het geslacht van Seth. Want in het geslacht van Seth lees je ook over Jered over Henoch ovet Methusalem en Lamech. We zien, het lijkt sprekend op elkaar. Wat ook zo verwonderlijk is, dat “Lamech” bij beide precies hetzelfde heet. En dat bij beide “Lamechs” het getal “zeven” een hoofdrol speelt, want we lezen over die ene Lamech dat hij 777 jaar oud werd. Je leest over Lamech in het geslachtregister van Kaïn in Gen. 4:24:

 

  • Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zevenenzeventig maal!”

 

Als al deze gegevens niet in de bijbel genoteerd stonden, en iemand zou je vertellen over die dagen, dan zou je denken: “Die man vertelt mij een sprookje, dat kan niet waar zijn, dat het ene geslacht zo sterk lijkt op het andere geslacht.”

 

Als je niet goed zou oppassen dan zou je al gauw vergissen, over welke Lamech hebben we het. Over welke Henoch en over welke Methusalem hebben we het.

 

Dat is nou altijd de tactiek van de satan, dat is zijn dooreenwerpen altijd. Hij is de grote diabolos, de dooreenwerper, hij is er altijd om ervoor te zorgen, dat waarheid en leugen zo met elkaar worden vermengd dat de leugen sprekend lijkt op de waarheid. Satan aapt alles zorgvuldig na.

 

Het één is het koren, het brood des levens, het andere is het onkruid. Als je ook de gelijkenis leest, welke de Heere Jezus laat zien, dat daar ook een vijandig mens is in die gelijkenis van het onkruid in de akker. Dan vragen die dienstknechten, hoe dat onkruid nou in die akker gevonden kon worden. En wanneer je een studie maakt van dat “onkruid” in het Grieks, dan blijkt dat dat onkruid sprekend lijkt op echt koren. Als je dan dat onkruidzaad ziet opkomen of je ziet de graankorrel in de aarde ontkiemen en opkomen, dan kan je het verschil bijna niet zien.

 

Zolang het aan het groeien is zie je het zelfde. Daarom zegt ook de heer tegen die dienstknechten, die dat onkruid eruit willen halen: “Nee doe dat maar niet, je zou misschien het echte koren uittrekken, doe dat maar niet, wacht maar tot de oogst.

 

Bij de oogst ontpopt zich het grote verschil, want de korenaren zijn allemaal mooi geel en het onkruid is opeens zwart. De verkeerde graankorrel die tevoorschijn komt is niet mooi geel maar is een soort “zwarte vrucht”. Daarom zie je opeens in die korenvelden de zwarte punten zitten, waar het onkruid zichtbaar wordt.

 

Zo is het ook in de wereld van vandaag. Het lijkt op elkaar, het lijkt het één en het zelfde. Want de kinderen Gods leven in deze wereld, ook zijn ze niet van deze wereld maar ze zijn wel in deze wereld. Je ziet vaak het verschil niet want iedereen is humaan, iedereen heeft wat voor elkaar over en dat wordt ook gepredikt. Als er ergens een ramp is in de wereld, dan zie je ook dat de mens goed genoeg is om te geven.

 

Je ziet vaak helemaal geen onderscheid, het is één en dezelfde wereld en toch het is niet allemaal de waarheid die gepredikt wordt. In de grond van de zaak is het 180 graden anders. Als je doorgaat over wat men zegt en wat men predikt, dan pas ontdek je als je scherp daar naar luistert is er wel degelijk onderscheid is.

 

Want de zevende vanaf Adam in de geslachtslijn van Seth is Henoch. Henoch predikt: “Zie de Heere is gekomen met zijn tienduizenden heiligen, om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen.”

 

Maar wat zegt de 7e uit het geslachtsregister van Kaïn, dat is Lamech. Die predikt het volgende in Gen. 4:23:

 

  • En Lamech zeide tot zijn vrouwen: Ada en Silla, hoort naar mijn stem; vrouwen van Lamech, neigt uw oor tot mijn rede. Ik sloeg een man dood om mijn wonde, een knaap om mijn striem; 24 want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zevenenzeventig maal.”

 

Lamech heeft een heel andere prediking, die heeft een prediking over zijn eigen kracht, eigen ik, die houdt met God helemaal geen rekening, die vertrouwt op eigen kracht.

 

Hij minacht zelfs nog de genade, die aan Kaïn door God was gegeven. Want Kaïn was wel degelijk bang. Hij nu zei:

 

  • Ieder die mij haat zal mij doden en toen heeft de Heere hem een teken gegeven. God heeft hem gezegd; als iemand zich vergrijpt aan Kaïn, dan zal dat zevenvoudig gewroken worden.”

 

Daar steekt deze Lamech totaal de draak mee, met die genade die God aan Kaïn gaf. Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech 77 maal en daar spreekt hoogmoed uit. Lamech rekent op zijn eigen kunnen, in plaats van dat hij voor God wil buigen. Daarentegen staat in Gen. 5:22:  

 

  • En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren.”

 

Henoch, de zevende van Adam in de lijn van Seth wandelde met God. Zijn wandel spreekt van een vertrouwen op Gods kracht. Hier spreekt geen hoogmoed uit maar juist nederigheid. Het spreekt van een zich overgeven aan God. Gods Woord serieus nemen en daarop ingaan en die bewaren. De Heere Jezus zei in Joh. 14:21-23:

 

  • Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. 22 Judas, niet Iskariot, zeide tot Hem: Here, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld? 23 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.”

 

Als je met het Woord van God leeft, zoals Henoch leefde en ook het hele geslacht van Henoch, met Gods Woord leefde, dan zal de Heere Zichzelf aan je openbaren, ook Zijn liefde aan je openbaren. Dat is iets geweldigs. Aan de wereld openbaart God Zich niet. Hij openbaart Zich aan degenen die Hem liefhebben, die leven bij Zijn Woord.

 

Dan is er de belofte, dat Hij dat openbaart in je hart, dat de Vader je zal liefhebben en dat de Vader en de Zoon tot je komen en bij je wonen. Dat doet de Vader door de Zijn Geest. Dát kenmerkte het leven van Henoch, 300 jaar wandelde hij met God.

 

Zo mogen wij ook heel ons leven wandelen met God, beleven dat God ons lief heeft. God Die Zich aan ons openbaart en bij ons woont.  AMEN.   

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 





 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

12.04 | 11:24

Maar zegt u nu eens waar u terecht bent gekomen komende uit de Geref. Kerk (evenals ik) waar komt u zondags samen?

...
08.03 | 22:20

bedankt,heel leerzaam

...
01.02 | 11:15

Prima doorgaan zo!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

...
17.12 | 23:09

erg bemoedigend

...
Je vindt deze pagina leuk